05-13 Inspreekbijdrage 023vaktherapeuten incl bijlage
Tekst van het document
Inspreekbijdrage 023vaktherapeuten 13 mei 2026 Rapport Pilot Vaktherapie
Geachte commissieleden, De pilot vaktherapie krijgt geen vervolg als het aan de wethouder ligt. We zijn niet alleen teleurgesteld, maar ook boos. We voelen ons misleid: Waarom zou je in deze pilot investeren als een positieve uitkomst niet tot verandering mag leiden??! Ruim 4 jaar geleden werd door wethouder Botter de pilot Vaktherapie toegezegd. Die kwam er niet zomaar. Sinds 2015 zijn we als vrijgevestigde vaktherapeuten regelmatig komen inspreken. In februari 2022 hebben we een petitie aangeboden en was de commissie Samenleving na 7 jaar ‘gedoe’ overtuigd dat er een toekomstbestendige oplossing moest gaan komen. Er is door de gemeente flink geïnvesteerd in deze pilot met de inzet van een externe projectleider, IPSOS, ambtelijke uren voor opzetten en begeleiden van de pilot, het verzamelen van data en daarnaast de inzet van CJG-ers. We hebben er als vaktherapeuten vele onbetaalde uren in geïnvesteerd. Na ruim 10 maanden ligt het eindrapport er eindelijk. We missen in het eindrapport relevante informatie. De onderliggende rapporten laten zien dat de pilot goed verlopen is en dat wat we wilden aantonen is gelukt: Ouders zijn blij, CJG-ers zijn positief. Toch is het besluit van de huidige wethouder van Leeuwen dat er géén vervolg op de pilot komt. De argumenten die daarvoor gegeven worden zijn aantoonbaar onjuist en dezelfde vaste riedel die we al 12 jaar horen.
Het maakt dus niet uit hoe goed we ons werk doen. Het maakt niet uit hoeveel documenten1 wij aangeleverd hebben waaruit blijkt dat vaktherapeuten gewoon zelfstandig jeugdhulp mogen bieden. We deelden een pilot uit Helmond over vaktherapeuten in het wijkteam en onze eigen visie over het anders organiseren van de jeugdhulp. Wij zien allerlei mogelijkheden voor een vervolg*. Maar alles wat de wethouder en diens ambtenaren niet uitkomt verdwijnt in een onderste lade. Niet alleen wij vaktherapeuten, maar ook de tevreden ouders en CJG-ers worden genegeerd. Het is ons inmiddels duidelijk dat het nooit de bedoeling is geweest dat er een vervolg op de pilot zou komen. Achterliggend aan dit besluit ligt het wensdenken dat vaktherapie met de Hervormingsagenda Jeugd uit de jeugdhulp zou verdwijnen. De pilot was een zoethoudertje, voor ons en voor u, in afwachting daarvan. De vaktherapeuten blijven echter erkende professionals binnen de Jeugdwet en zo blijft dit probleem de komende jaren bestaan.
Nu sinds juli 2025 de PGB-route weer nodig is, merken we de oude problemen weer: ontmoedigingsbeleid en bureaucratie waardoor starten van behandelingen of verleningen weer maanden vertraging oplopen. Desondanks blijft de wethouder vinden dat de PGB een prima manier is om vrijgevestigde vaktherapie te organiseren. De wethouder negeert de dagelijkse realiteit van de problemen met de PGB waar ouders, CJG en wij tegen aanlopen. Ons verzoek aan u als commissie is : -
baseer uw overwegingen op basis van juridisch juiste informatie, voorkom feitenvrij beleid; de wethouder te motiveren zijn besluit te herzien een nieuw besluit te onderbouwen op basis van de (tussen)rapporten, alle inspreekbijdragen en aangeleverde de relevante documenten van 023vaktherapeuten zorg te dragen voor vervolg op de pilot: de directe inzet van vrijgevestigde vaktherapie bij verwijzing
*mogelijkheden voor een vervolg: •
Er wordt er geld uit de PGB-pot overgeheveld naar een pot voor vrijgevestigde vaktherapie, zodat er net als in de pilot na indicatie snel een beschikking kan worden afgegeven, zonder bureaucratische PGB-route; • Bij een volgende aanbesteding van perceel 2, de vrijgevestigden, komt er een product Behandeling HBO/Vaktherapie. • Als Perceel 2 niet wordt verlengd, maar inzet van vrijgevestigden op een andere manier wordt vormgegeven, de vrijgevestigde vaktherapeuten daarin worden betrokken én in die nieuwe opzet op een vergelijkbare manier kunnen worden ingezet als andere vrijgevestigde jeugdprofessionals; en/of Vooruitlopend op werken vanuit wijkteams: • Vanuit het CJG is er budget om vrijgevestigde vaktherapeuten op een freelance basis/onderaannemerschap in te zetten o voor consultatie & advies (kind en gezinsobservatie zoals in de pilot) t.b.v. triage/passende verwijzing o Kindersessies en/of gezinssessies ter ondersteuning van een CJG gezinscoach en ouders om vastlopend hulptraject van nieuwe inzichten te voorzien o Behandeling van kind en gezin, indien gewenst, in samenwerking met de CJG gezinscoach 023vaktherapeuten zien mogelijkheden om minder jeugdigen naar GGZ te verwijzen door systeemtherapeuten, (ortho)pedagogen, social workers en vaktherapeuten te laten samenwerken rondom gezinnen als ‘schijf’ tussen het CJG en de SGGZ in.
Bijlagen: Rapporten IPSOS, onderliggend aan eindrapport
1.
zie ook bronnen brief Vaktherapie Nederland zie andere schriftelijke inspreekbijdragen
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem Rapport Ipsos I&O
www.ipsos-publiek.nl
Colofon Uitgave Ipsos I&O Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam
Rapportnummer 2024/295
Datum november 2024
Opdrachtgever Gemeente Haarlem
Auteurs
Muriël Kok Sana Douz Roy van der Hoeve
Copyright
Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
2 van 16
Inhoudsopgave Samenvatting _________________________________________________________________________________ 4 1
Inleiding _____________________________________________________________________________ 6 1.1
2
De pilot vaktherapie _________________________________________________________________ 8 2.1 2.2 2.3
3
Achtergrond en onderzoeksopzet _________________________ 6
Het beeld van vaktherapie _____________________________ 8 De doelgroep van vaktherapie ___________________________ 10 Het aanvraagproces _________________________________ 12
Conclusie __________________________________________________________________________ 15
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
3 van 16
Samenvatting Een unieke, waardevolle en effectieve behandelmethode Dit rapport evalueert de pilot voor directe toegang tot vaktherapie in Haarlem, waarbij de ervaringen van vaktherapeuten, zorgprofessionals en ouders centraal staan. Vaktherapie, een non-verbale therapievorm die gebruik maakt van expressieve middelen zoals spel, dans, drama, muziek en beeldende kunst, wordt door vaktherapeuten gezien als een waardevolle en effectieve behandelmethode voor kinderen en pubers, met name voor diegenen die zich verbaal moeilijk uiten. De therapie richt zich op de ontwikkeling van het kind door middel van 'doen', en biedt een alternatieve manier van communiceren en verwerken van emoties. Vaktherapeuten benadrukken de jarenlange ervaring en inzet van vaktherapie binnen de jeugdhulp, en wijzen erop dat zij, als paramedici, geen SKJ-registratie vereist hebben.
De potentie en de uitdagingen van vaktherapie Zorgprofessionals erkennen de unieke waarde en potentie van vaktherapie, met name de nonverbale benadering en de diverse uitingsvormen die aansluiten bij de behoeften van het kind. Vaktherapie wordt vaak in combinatie met andere psychotherapievormen ingezet. Wanneer het als zelfstandige therapievorm wordt ingezet, uiten zorgprofessionals hun zorgen over de kwaliteitsborging, de evidence-based basis van vaktherapie, en de competenties van vaktherapeuten om een volledige intake uit te voeren en complexe gevallen, zoals trauma, te behandelen of door te verwijzen. De vraag naar SKJ-registratie en de positionering ten opzichte van JZ-opgeleide therapeuten komen eveneens aan bod.
Meerwaarde van vaktherapie en de directe aanvraagroute erkend Ouders ervaren zowel vaktherapie als de directe toegang tot vaktherapie in de pilot overwegend positief. De laagdrempeligheid, de snelle start van de therapie en de directe communicatie met de therapeut worden gewaardeerd. Ouders geven aan dat vaktherapie het stigma rondom hulpverlening vermindert en dat kinderen de therapie als leuk en niet als zwaar of vervelend ervaren. De positieve effecten van vaktherapie, zoals minder boosheid, meer motivatie voor school en handvatten voor ouders in de omgang met hun kind, worden benadrukt. De mogelijkheid om een vorm van vaktherapie te kiezen die past bij het kind, wordt als een pluspunt gezien. Ter vergelijking: de PGB-route, die voorheen vaak noodzakelijk was om toegang te krijgen tot vaktherapie, wordt als omslachtig en complex ervaren.
Pilot als erkenning van vaktherapie; verbetert zowel de toegang tot vaktherapie als de onderlinge samenwerking De pilot lijkt een doelgroep te bereiken voor wie vaktherapie voorheen minder toegankelijk was, zoals blijkt uit de grote toestroom van aanmeldingen. De kinderen in de pilot kampen met uiteenlopende problematiek, variërend van mentale klachten tot problemen in de thuissituatie. Een aanzienlijk deel van de ouders is hoogopgeleid, wat de vraag oproept of deze groep ook via de PGB-route toegang tot vaktherapie had kunnen krijgen. De directe aanvraagroute wordt door zowel vaktherapeuten als ouders als een verbetering ervaren. Het vereenvoudigt de toegang, versnelt de start van de therapie en bevordert de samenwerking tussen vaktherapeuten en andere zorgprofessionals. De rol van het CJG bij intake en verwijzing blijft een punt van aandacht. De pilot draagt bij aan de erkenning en acceptatie van vaktherapie binnen de jeugdhulp, maar verdere evaluatie en afstemming zijn nodig om de optimale inzet van vaktherapie te waarborgen.
Inleiding
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
5 van 16
1
Inleiding
1.1
Achtergrond en onderzoeksopzet
Achtergrond Vaktherapie is op dit moment niet opgenomen in het gecontracteerde jeugdhulpaanbod van de gemeente Haarlem. Het is daarmee niet rechtstreeks inzetbaar, maar alleen via een PGB aanvraag of als onderdeel van een behandeling via de GGZ. De gemeente Haarlem is per 1 juli 2023 een pilot gestart waarbij gedurende 2 jaar vaktherapie wel rechtstreeks kan worden ingezet. De verwachting is dat ouders van 20 tot 40 kinderen gebruik gaan maken van de pilot. Tijdens de pilot wordt onderzocht of het direct inzetten van vaktherapie meerwaarde heeft en of er een doelgroep wordt bereikt die nu niet of minder goed wordt bereikt. Interviews maken deel uit van dit traject en de gemeente Haarlem heeft gevraagd aan Ipsos I&O om dit onderzoek uit te voeren.
Onderzoeksopzet In totaal zijn er 16 gesprekken gevoerd, verdeeld over 5 doelgroepen, namelijk: • 9 interviews met ouders in de pilot-route; • 2 interviews met ouders in de PGB-route; • 2 interviews met CJG medewerkers (verwijzers); • 2 interviews met regiebehandelaars GGZ; • 1 interview met een van de betrokken vaktherapeuten. Het was niet gemakkelijk om de deelnemers te werven. Uiteindelijk hebben we alle ouders in de pilot uitgenodigd voor een gesprek om te komen tot 9 deelnemers. De ouders via de PGB-route en een van de twee regiebehandelaars zijn geworven via de vaktherapeuten.
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
6 van 16
De pilot vaktherapie
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
7 van 16
2
De pilot vaktherapie
2.1
Het beeld van vaktherapie
In deze paragraaf wordt vaktherapie vanuit drie verschillende perspectieven belicht om een compleet beeld te schetsen van deze therapievorm. Er zal worden begonnen met de visie, expertise en ervaringen van vaktherapeuten zelf. Vervolgens wordt beschreven hoe andere zorgprofessionals vaktherapie zien, inclusief hun vragen en bedenkingen. Ten slotte belichten we de ervaringen en meningen van ouders van kinderen die vaktherapie hebben gevolgd.
De kracht van vaktherapie in de jeugdhulp volgens de therapeuten Volgens de vaktherapeuten is vaktherapie een non-verbale en oplossingsgerichte therapievorm die diverse disciplines omvat, zoals beeldend, dansen, drama, muziek en spel. Het is volgens de vaktherapeuten bijzonder geschikt voor kinderen en pubers, aangezien zij zich ontwikkelen door te doen: spelen, bewegen, creëren en ervaren. Vaktherapeuten benadrukken het belang van nonverbale communicatie. Enerzijds bij (jonge) kinderen die zich verbaal moeilijk kunnen uiten. En anderzijds bij pubers die soms liever niet praten, of juist veel praten en daarmee onderwerpen vermijden. Vaktherapie is al decennialang een vast onderdeel binnen de jeugdhulp. De invoering van de Jeugdwet en de bijbehorende BIG- en SKJ-registers heeft voor vaktherapeuten, die onder de paramedici vallen, geen verandering gebracht. Zij hoeven zich, net als bijvoorbeeld logopedisten en fysiotherapeuten, niet expliciet bij het SKJ te registreren.
“Kinderen ontwikkelen zich onder andere door te bewegen, te spelen en te maken. Dat zijn allemaal dingen waar wij gebruik van maken. Met taal kom je er niet altijd bij. Sommige kinderen kunnen nog niet praten of zich niet voldoende uiten met woorden. Denk aan een puber die niks wil zeggen of die juist heel veel zegt, maar daarbij juist het onderwerp uit de weg gaat.” “Al decennia lang worden we in de jeugdhulp aangeboden, achter de muren van organisaties. In aanloop naar de jeugdwet zijn BIG en SKJ registers gekomen. Paramedici, waaronder logopedie, fysiotherapie en ook vaktherapie hoeven zich niet expliciet te melden in SKJ als uitzondering vanwege de vakbekwaamheid om in jeugdhulp te werken, dat deden we al.”
Zorgprofessionals zien zowel de potentie als de uitdagingen van vaktherapie Vaktherapie wordt door zorgprofessionals erkend als een unieke therapievorm vanwege de nadruk op non-verbale communicatie en het creatieve karakter. De diverse uitingsvormen sluiten aan bij de behoeften van het kind en vaktherapie wordt vaak gecombineerd met andere psychotherapieën. Dit unieke karakter wordt in gesprekken met zorgprofessional vaak benadrukt. En een combinatie van vaktherapie met andere therapievormen wordt als zeer wenselijk gezien en meest passend gezien. Tegelijkertijd hebben de zorgprofessionals ook vragen over en soms twijfels bij de achtergrond van vaktherapeuten. De vraag naar een SKJ-registratie en de evidence-based basis van vaktherapie komt naar voren. Sommige zorgprofessionals vragen zich af of vaktherapeuten in staat zijn om bijvoorbeeld zwaar trauma of andere complexe situaties, te signaleren of te behandelen. Een andere vraag die leeft is of de vaktherapeuten bij dergelijke complexere situaties kunnen en willen doorverwijzen naar andere specialisten.
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
8 van 16
"Het non-verbale is een belangrijk element wat vaktherapie uniek maakt. Vaktherapie werkt planmatiger en bereikt soms meer met deze doelgroep dan andere –langere en hele kostbaretrajecten." "Speltherapie is nooit ingekocht geweest, omdat het niet onder de wetenschappelijk onderbouwede therapievormen valt. Het is een niet-getoetste methode, niet evidence-based. Het is niet bewezen effectief en dat is de ingekochte hulp wel: "We weten dat iets doen met kinderen erg belangrijk is, maar wel met een professionele, therapeutische basis. Als je kijkt naar kinderen met trauma’s, dan kom je met praat therapie niet ver. Maar een vaktherapeut is weer onvoldoende opgeleid om te praten met zo’n kind. Ik zie dan liever een combinatie van de twee." "Het zijn geen JZ opgeleide therapeuten. Ze werken op een hele andere manier en zijn niet SKJgeregistreerd."
Een laagdrempelige en positieve ervaring voor ouders en kind Ouders ervaren vaktherapie voor hun kind vaak als laagdrempelig en positief, zelfs wanneer de therapievorm vooraf onbekend was. De afwezigheid van “zware gesprekken” en de focus op spel, beweging en creativiteit dragen bij aan dit gevoel. Ouders geven aan dat vaktherapie het stigma vermindert dat er iets "mis" is met hun kind. En ook de kinderen ervaren de therapievorm als iets leuks. Positieve effecten van vaktherapie, zoals minder boosheid en meer motivatie voor school, worden door ouders opgemerkt. Daarnaast ontvangen ouders concrete handvatten en tips voor de omgang met hun kind. De mogelijkheid om een vorm van vaktherapie te kiezen die past bij het kind, zoals speltherapie voor een heel jong kind of beeldende therapie voor een creatief kind, wordt als een pluspunt gezien door de gesproken ouders. Al met al zijn ouders overwegend positief over vaktherapie, zelfs wanneer ze er zonder verwachtingen aan begonnen.
"Ik vond het te zwaar om hem in therapie te laten gaan. Ik wilde hem niet de bevestiging geven dat er iets mis is met hem. Speltherapie is gewoon lekker z’n gang gaan met spelletjes en intussen ook de therapie. Zodat hij niet doorheeft dat er iets mis is.” “Dit voelt heel laagdrempelig als ouder. Een therapeut voelt heel zwaar. Op een bepaalde leeftijd zijn kinderen daar gevoelig voor. Dit is veel passender, het creatieve en het spelenderwijs praten.” “In het begin zag ik er wel een beetje tegenop. Als het een praatsessie zou worden, zag ik het niet echt gebeuren. Maar op deze creatieve manier gaat het echt heel goed! Hij is nu minder boos en heeft meer zin om naar school te gaan. En we hebben ook een evaluatie gehad met tips over wat we kunnen doen om hem het positieve van dingen in te laten zien.” “Er zijn vier verschillende soorten vaktherapie. Er wordt echt gekeken wat het beste bij je kind past. Mijn dochter is van zichzelf al heel creatief, dus deze vorm past echt heel goed.” “We zijn er eigenlijk zonder verwachtingen ingestapt. Maar het heeft echt heel goed uitgepakt. Ik kan het iedereen aanraden!”
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
9 van 16
2.2
De doelgroep van vaktherapie
Dit hoofdstuk gaat in op de doelgroep(en) van de vaktherapie pilot, wederom vanuit de drie perspectieven. Eerst bespreken we de bevindingen van de vaktherapeuten over de bereikte doelgroep, waarbij de vraag centraal staat of de pilot een nieuwe, voorheen onbereikbare doelgroep heeft weten te bereiken. Vervolgens wordt ingegaan op het perspectief van de zorgprofessionals ten aanzien van de doelgroep en de toegankelijkheid van vaktherapie. Tot slot volgt een beschrijving van de achtergrond en de uiteenlopende problematiek van de ouders en kinderen die deelnemen aan de pilot.
Pilot vaktherapie boort een grotere potentiële doelgroep aan Vaktherapeuten constateren dat veel ouders die deelnemen aan de pilot onbekend zijn met vaktherapie. Desondanks ervaren zij dat de problematiek van de kinderen die zij binnen de pilot zien, goed aansluit bij wat vaktherapie kan bieden. De snelle toename van het aantal aanmeldingen binnen een relatief korte periode, met als gevolg zelfs kleine wachtlijsten, suggereert een duidelijke behoefte aan deze vorm van therapie onder de betreffende doelgroep. Vaktherapeuten vermoeden dat de pilot een groep kinderen bereikt die voorheen niet doorverwezen werd. Zij veronderstellen dat huisartsen en het CJG aanvankelijk niet naar vaktherapie konden verwijzen, omdat het destijds nog geen gecontracteerde zorg was. Nu de pilot loopt en vaktherapie direct toegankelijk is, lijken deze verwijzingen wel plaats te vinden.
"We bereiken een groep ouders die vaktherapie niet kent, met kinderen die er goed bij passen.” "We zien nu dat er een doelgroep is hiervoor. Binnen een half jaar zijn er 34 aanmeldingen. We hebben nu zelfs kleine wachtlijstjes en we krijgen mensen te zien die niet eerst gemaild hebben.” "Het CJG geeft ook aan dat ze het fijn vinden dat ze nu hiernaartoe kunnen verwijzen. Het blijkt dat ook het CJG de doelgroep dus ziet, maar ze het niet ‘mochten’ zien.”
Verwijzingen, doelgroep en toegankelijkheid vanuit zorgperspectief Zorgprofessionals bevestigen de aanwezigheid van een doelgroep voor vaktherapie, zoals blijkt uit de verwijzingen vanuit het CJG. De casussen binnen de pilot laten zien dat deze doelgroep vaak bestaat uit kinderen die zich moeilijk verbaal kunnen of willen uiten. In gesprekken met professionals wordt gesteld dat het “vastlopen” van de jeugdzorg in Haarlem de pilot mogelijk succesvoller doet lijken, hoewel dit vanuit de gesprekken met ouders lastig te verifiëren is. Een ander punt is de toegankelijkheid van vaktherapie. Waar een PGB-aanvraag voor sommige ouders een onoverkomelijke barrière vormde, biedt de pilot hen nu wel toegang tot deze therapievorm. Dit is echter niet geverifieerd binnen dit onderzoek. Tot slot benadrukken zorgprofessionals de toenemende samenwerking tussen GGZ-aanbieders en vaktherapeuten, waarbij de kracht vooral in de combinatie van beide therapievormen wordt gezien.
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
10 van 16
“Ouders die voorheen geen gebruik konden maken van vaktherapie, omdat ze niet met een PGB overweg konden, kunnen dat nu wel. Op deze manier is er sprake van meer kansengelijkheid.” “De vergelijking met de PGB-periode hiervoor is niet 1-op-1 te maken, vanwege de huidige situatie in de jeugdzorg in de regio. Het loopt vast en er zijn veel wachtlijsten waardoor ouders en kinderen lang moeten wachten op hulp. Dit kan een mogelijke verklaring zijn voor de zoektocht naar andere oplossingen, zoals de directe route naar vaktherapie. Maar dat kan ik moeilijk beoordelen.” “Ik zie niet dat het vastlopen van de zorg een reden is voor het aanvragen van vaktherapie. De ouders die we spreken hebben vaak andere dingen geprobeerd en zien in vaktherapie echt een oplossing.”
Achtergrond en diverse problematieken van ouders en kinderen De ouders die deelnemen aan de pilot vormen een diverse groep. Een aanzienlijk deel is hoogopgeleid, wat mogelijk kan betekenen dat zij in staat zouden zijn geweest een PGBaanvraag te doen. Voor een aantal van de ouders was het zelf financieren van therapie wellicht ook een optie geweest. De meeste gesproken ouders gaven aan zelf de noodzaak te zien voor hulp voor hun kind. Hier hebben zij zelf actie voor ondernomen. Ongeveer de helft van de ouders had al ervaring met jeugdhulp voor een of meer van hun kinderen. De kinderen in de pilot kampen met uiteenlopende problematiek, variërend van mentale klachten zoals ADD, somberheid en depressie tot een lastige thuissituatie, bijvoorbeeld door een depressieve ouder of een verstandelijk beperkt broertje of zusje. Ook problemen zoals boosheid en agressie, schoolvermijding, beperkte sociale vaardigheden (mogelijk veroorzaakt door de thuissituatie of een eerdere ziekte), problemen met zindelijkheid op school en angstproblematiek komen voor.
“Met mijn jongste is het altijd al wel een beetje moeizaam geweest. Ze heeft moeite met het leggen van contacten en met zelfkritiek. Ik heb verschillende therapeuten gehad, maar daarna liep het nog steeds niet lekker. Toen hebben we een gesprek gehad met de psychotherapeut en daaruit bleek dat het meisje heel rationeel en cognitief is. De therapeut raadde aan om iets heel anders te gaan doen, namelijk speltherapie.” “Onze oudste heeft epilepsie en zit op speciaal onderwijs. We hebben best pittige periodes met hem gehad. We zagen dat onze jongste zoon hier wel last van heeft. Hij vindt het moeilijk om met zijn broer om te gaan, sociaal emotioneel. Zijn broer is daar anders in en wij ouders gingen er ook maar vanuit dat de jongste alles wel kan en moet begrijpen. Dit zagen ze terug in zijn gedrag op school. Via de gezinscoach bij jeugd en gezin kwam we op vaktherapie. Zij konden dit ook snel aanbieden.” “Via een PGB heb je volgens mij een indicatie nodig en die hadden we niet. We zaten nog niet in die molen en ik wilde nog geen label op hem plakken. Dit was een hele goede stap op te kijken hoe we verder konden. En voor nu gaat het echt heel goed.”
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
11 van 16
2.3
Het aanvraagproces
Deze paragraaf bespreekt de ervaringen met de directe aanvraagroute binnen de pilot of de PGBaanvraagroute voor vaktherapie in Haarlem. De perspectieven van vaktherapeuten, zorgprofessionals en ouders worden hierbij wederom belicht. Hoe wordt de nieuwe route ervaren en wat is de impact op de toegankelijkheid van vaktherapie? Welke voordelen, maar ook welke knelpunten en vragen komen naar voren?
2.3.1
De directe aanvraagroute
Erkenning, toegankelijkheid en verbeterde samenwerking
Figuur 2.1 De directe aanvraagroute voor vaktherapie
Vaktherapeuten ervaren de pilot met de directe aanvraagroute als een belangrijke stap richting erkenning en acceptatie van vaktherapie binnen het jeugdhulpaanbod. Vaktherapie wordt, in de pilot, ingezet als volwaardige, gecontracteerde zorg. Dit maakt het tevens laagdrempeliger voor ouders. En hoewel GGZ de waarde van vaktherapie vooral ziet in combinatie met andere therapievormen, biedt de directe aanvraagroute de mogelijkheid om vaktherapie ook losstaand in te zetten, afhankelijk van de hulpvraag. Ook vergemakkelijkt de pilot de samenwerking tussen vaktherapeuten, andere zorgprofessionals en ouders. Vaktherapeuten ervaren een verbeterde samenwerking met het CJG. Ook maakt de pilot het makkelijker om GGZ en vaktherapie aanvullend op elkaar in te zetten. En een ander belangrijk voordeel van de pilot is dat het contact met ouders nu gebaseerd is op de daadwerkelijke hulpvraag van het kind, en niet op de complexe procedures rondom een PGB-aanvraag. Vaktherapeuten zien vaktherapie als een soort ‘schakel’ tussen preventie en GGZ-zorg in (zie Figuur 2.1). De pilot vereenvoudigt de toegang tot vaktherapie en bevordert de samenwerking met zowel zorgprofessionals als ouders.
“…De schakel tussen GGZ en preventie in”. “Wij kunnen veel ondersteuning bieden bij een breed palet aan life-events waar kinderen mee te maken hebben en waardoor ze klem zitten.” “We willen een vast aanbod zijn voor de gemeente voor kinderen die dit nodig hebben. Maar niet als ggz-tak een consortium in hoeven. Onze inzet is onderdeel uitmaken van het zorglandschap.” “Het fijne nu is dat we direct en alleen met ouders over de hulpvraag hoeven praten en daarmee aan de slag kunnen. Met een PGB hebben we eerst vooral contact over het organiseren van de zorg. Dat geeft een valse start in de opbouw van de werkrelatie tussen therapeut en ouders.” “Ik ervaar ook de samenwerking met het CJG nu als veel prettiger dan voorheen.”
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
12 van 16
Meerwaarde aanvraagroute erkend, maar de juiste inzet nog onduidelijk Zorgprofessionals zijn unaniem in hun mening dat vaktherapie een waardevolle plek verdient binnen de jeugdhulp. De pilot maakt vaktherapie toegankelijker, zowel voor ouders als voor andere zorgprofessionals. Tegelijkertijd benadrukken zij het belang van een zorgvuldige intake en verwijzing binnen jeugdhulp, ook als vaktherapie een gepaste therapievorm is. Waar en door wie vindt de intake plaats? Zijn vaktherapeuten zelf voldoende toegerust om een volledige intake af te nemen en de precieze zorgbehoefte van een kind te bepalen? En, even belangrijk, zijn zij in staat en bereid om tijdig door te verwijzen naar specialistische zorg indien nodig? Binnen de pilot vervult het CJG deze rol, wat de vraag oproept of dit structureel de meest wenselijke situatie is. Kortom, zorgprofessionals erkennen de meerwaarde van vaktherapie, maar plaatsen ook kanttekeningen bij de onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid van vaktherapeuten in het proces van intake en verwijzing.
“Als vaktherapie in de gecontracteerde zorg komt, dan mag de huisarts direct verwijzen. Daar zit een punt van zorg: wordt dat zorgvuldig genoeg gedaan?” “Het CJG is handig als tussenpersoon, als het om een complexe situatie gaat. Bijvoorbeeld bij een combinatie van problemen. Niet voor eenvoudigere zaken, zoals angst voor honden, dwangklachten of een eenmalige nare ervaring. Maar als het zich opstapelt, dan is het CJG wel heel fijn.” “Ik vind de directe aanvraagroute wel een risico, omdat je diagnostiek onvoldoende inzet. Je weet dan niet zo goed wat je aan het doen bent, omdat je de diagnostiek nog niet helemaal hebt gedaan. Een vaktherapeut heeft niet de volledige kennis, zoals bijvoorbeeld een psycho- of klinisch therapeut. Complexe situaties worden dan misschien niet zo zorgvuldig doorverwezen.”
De aanvraagroute is een positieve ervaring voor ouders Ouders die deelnamen aan de pilot kwamen veelal via een zorgprofessional, zoals een huisarts, POH-er, GGZ-medewerker, psycholoog of intern begeleider, bij vaktherapie terecht. Hoewel de uiteindelijke verwijzing meestal via het CJG verliep, namen de ouders zelf het initiatief door een hulpvraag te stellen bij de betreffende professional. Over de directe aanvraagroute in de pilot zijn ouders zeer tevreden. Ze waarderen de eenvoud, de snelle start van de therapie en de directe communicatie met de vaktherapeut, zowel voor als tijdens de behandeling. Ondanks dat de vergoeding van de therapie niet altijd vooraf duidelijk was, wordt deze zeer gewaardeerd. Wel gaven sommige ouders aan dat meer helderheid over de duur van het traject en de eventuele nazorg wenselijk was geweest. Achteraf gezien, na het zien van de positieve effecten van vaktherapie, gaven sommige ouders aan dat zelf bekostigen ook een optie zou zijn geweest, terwijl een PGB-aanvraag als een minder aantrekkelijke route werd beschouwd.
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
13 van 16
“Het aanvraagproces liep heel soepel. Ik vond het fijn dat ik geen papieren in hoefde te vullen.” “Na de match hebben we een afspraak gemaakt. De CJG coach heeft de vaktherapeut benaderd en zo is het balletje gaan rollen. We hadden eerst een teamsmeeting als intake met mijn partner. Daarna ging het allemaal heel snel.” “Ik geef de aanvraag in deze pilot een dikke 8! Het gaat allemaal heel gemakkelijk en snel. Als je de noodzaak ziet en er kan snel geschakeld worden, dan is dat echt heel fijn!”
2.3.2
De PGB-aanvraagroute
PGB-aanvraag vraagt veel van ouders De ouders vinden hun weg naar vaktherapie via een zorgprofessional of soms zelfstandig. De uiteindelijke verwijzing verloopt veelal via het CJG, bijvoorbeeld via een gezinscoach. De PGBroute wordt als omslachtig ervaren, en vraagt het nodige van de ouders, denk aan: • een inhoudelijk gesprek met de therapeut voeren en dit verwoorden in de aanvraag; • onderhandelen over tarieven; • mondig zijn en de zorgvraag goed kunnen verdedigen; • handig zijn met online systemen; • precies zijn met facturen; • het kunnen betalen van de eigen bijdrage; • geduld hebben; een aanvraag duurt zeker 4 tot 6 weken. De ouders spreken een voorkeur uit voor een directe aanvraagroute. Zij zien voordelen in de snelheid, de eenvoud en de afwezigheid van een eigen bijdrage. Ook het feit dat professionals de inhoudelijke gesprekken over de zorgvraag voeren, wordt als positief gezien. Vaktherapie wordt door hen als een laagdrempelige en waardevolle therapievorm voor kinderen en jongeren, waar iedereen gebruik van zou moeten kunnen maken.
“Ik zou het PGB omschrijven als omslachtig. Het gaat om veel stappen in de aanvraag, met goedkeuringen en verantwoording voor de zorgvraag. Als de PGB loopt vraagt het om diverse handelingen voor de afwikkeling van de kosten. Dit loopt via de SVB. Je moet ook heel secuur zijn bij het indienen van de facturen, anders worden ze afgewezen…” “Via de huisarts en de oncoloog kreeg ik brieven die de medische achtergrond van mijn dochter uitleggen en van daaruit was de noodzaak voor speltherapie wel duidelijk. Dit soort ‘bewijsstukken’ zijn wel heel belangrijk. Je moet je wel heel erg verantwoorden bij de aanvraag van een PGB. Je moet echt alle details aandragen en daar wordt goed op doorgevraagd. Misschien ook wel logisch, anders kan iedereen een PGB aanvragen.”
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
14 van 16
3
Conclusie
Vaktherapie onderscheidt zich binnen het jeugdhulpaanbod als een unieke, non-verbale therapievorm die inspeelt op diverse uitingsvormen van kinderen. Het wordt momenteel al veelvuldig ingezet door GGZ-aanbieders, vaak in combinatie met andere psychotherapieën. Desondanks bestaan er bij sommige professionals vragen over de kwaliteitseisen en de competenties van vaktherapeuten om een adequate intake uit te voeren en zo nodig door te verwijzen naar specialistische zorg. Voor ouders daarentegen, vormt vaktherapie een laagdrempelige therapievorm, waarbij zowel ouder als kind minder het gevoel hebben dat er iets “mis” is. De grote toestroom van aanmeldingen in korte tijd suggereert dat er een duidelijke doelgroep bestaat voor vaktherapie. De problematiek bij de kinderen sluit aan bij wat vaktherapie kan bieden, en lijkt niet wezenlijk anders dan voorheen, hoewel de vraag naar vaktherapie wel is toegenomen. Een deel van de ouders was onbekend met vaktherapie, maar zag na kennismaking wel degelijk de meerwaarde. Of de pilot een andere doelgroep bereikt dan voorheen, kan op basis van dit onderzoek echter niet definitief worden geconcludeerd. De pilot draagt bij aan de erkenning en acceptatie van vaktherapie binnen de jeugdhulp en creëert meer gelijkwaardigheid doordat vaktherapie nu als gecontracteerde zorg wordt aangeboden.
Ook de samenwerking tussen vaktherapeuten en andere zorgprofessionals, zoals het CJG, is verbeterd. Door de directe aanvraagroute is deze laagdrempelige vorm van zorg toegankelijker geworden voor ouders. Voor zorgprofessionals blijven een correcte intake en de mogelijkheid tot doorverwijzing naar specialistische zorg belangrijke aandachtspunten. De toekomstige rol van het CJG hierin verdient verdere overweging.
Evaluatie pilot vaktherapie in de gemeente Haarlem
15 van 16
Contactgegevens Ipsos I&O Enschede Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede 053 - 200 52 00 KVK-nummer 08198802 nl-info-publiek@ipsos.com www.ipsos-publiek.nl
Ipsos I&O Amsterdam Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020 – 308 48 00 nl-info-publiek@ipsos.com www.ipsos-publiek.nl