04 Bijlage C Actieprogramma wonen en zorg, 2025-2030, Gewoon Samen thuis
Tekst van het document
Gewoon samen thuis
Actieprogramma wonen en zorg 2025-2030 28 mei 2025
Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
Inhoudsopgave 1. Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Beleidsachtergrond
4
1.3
Afbakening doelgroepen
4
1.4
Participatietraject
5
1.5
Leeswijzer
5
2. Gewoon samen thuis
6
2.1
De beweging
6
2.2
Evenwichtig en evenredig
6
2.3
Collectieve en geclusterde woonvormen
8
2.4
Zorgzame wijk
8
3. Opgave
10
3.1
Langer thuis (ouderenhuisvesting)
10
3.2
Beschermd thuis
14
3.3
Wonen eerst
16
3.4
Mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking
17
3.5
Kleinschalige woonvormen jeugd
18
3.6
Verder bouwen aan de zorgzame wijk
19
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
2
4. Uitvoeringsstrategie
21
4.1
(Prestatie)afspraken met woningcorporaties, zorgaanbieders en Buurts
21
4.2
Regelgeving wonen en zorg
21
4.3
Financiële paragraaf gemeente
21
4.4
Preventief investeren
22
4.5
Vastgoedstrategie
22
4.6
Matching
22
4.7
Communicatie en participatie bij huisvesting kwetsbare mensen in de wijk
23
4.8
Governance en monitoring
24
Bijlagen:
25
Bijlage 1: Beleidsachtergrond
25
Bijlage 2: Overzicht bestaande plancapaciteit ouderenhuisvesting nieuwbouw
30
Bijlage 3: Uitgangspunten gemengd wonen
31
Bijlage 4: Uitvoeringsprogramma
32
Bijlage 5: Participatieverslag en analyse inwonerspeiling
35
Bijlage 6: Begrippenlijst
40
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding
wordt het woonzorgprogramma verplicht onderdeel van het volkshuisvestingprogramma. In 2025 zal in Haarlem een volkshuisvestingsprogramma worden opgesteld. Dit actieprogramma wordt onderdeel van dat volkshuisvestingsprogramma.
Het aantal ouderen neemt toe en de ouderen worden steeds ouder; de meeste ouderen willen bovendien zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Ook mensen die psychisch kwetsbaar zijn1 wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Mensen die dakloos zijn verblijven vaak veel te lang in de opvang. Bij kwetsbare jeugd wordt uithuisplaatsing zoveel mogelijk voorkomen; wanneer toch meer zorg nodig is, wordt dat bij voorkeur geboden in kleinschalige woonvormen in de wijk.
Een deel van de opgave rond wonen en zorg krijgt vorm en inhoud op regionaal niveau. De woningbouwprogrammering vindt voor een belangrijk deel plaats op het niveau van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), terwijl voor de woonruimteverdeling wordt samengewerkt op het niveau van Zuid-Kennemerland en IJmond. Dit laatste schaalniveau geldt ook voor de organisatie van de jeugdhulp; voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang hoort de gemeente Haarlemmermeer daar ook nog bij. Voor overzicht en richting op het gebied van wonen en zorg op regionaal niveau is in juni 2024 een Regionale woonzorgopgave vastgesteld.
De beweging naar zelfstandig wonen in de wijk vertaalt zich in een opgave om voldoende geschikte woningen en woonvormen met bijbehorende zorg en ondersteuning te realiseren. Daarnaast zijn voor deze beweging zorgzame wijken nodig, met sterke gemeenschappen, ruimte voor ontmoeten en bewegen en toegankelijke en nabije voorzieningen.
Op lokaal niveau zijn - naast de vigerende Woonvisie - de Stadsdeal Ouderenhuisvesting, het Actieplan Housing First en het Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel belangrijke kaders voor het Actieprogramma wonen en zorg, evenals de prestatieafspraken met woningcorporaties en de opdracht Gewoon in de Wijk.
Al deze ontwikkelingen en wensen zijn aanleiding voor het ontwikkelen van een Haarlems Actieprogramma wonen en zorg. In het actieprogramma wordt voor de opgaven gekeken naar de periode tot 2030/2031 en soms 2040. Voor de te nemen acties wordt gekeken naar inzet op kortere termijn voor de komende jaren. In bijlage 4 zullen alle acties in de tijd worden uitgezet, inclusief geraamde kosten en dekking.
Een uitgebreid overzicht en inhoudelijke toelichting op de beleidsachtergrond is opgenomen in Bijlage 1.
1.2 Beleidsachtergrond
Dit actieprogramma richt zich primair op mensen die naast een woonvraag ook een zorg- of ondersteuningsvraag hebben. Deze mensen vallen onder de aandachtsgroepen die zijn benoemd in de rijksprogramma's Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen. Het Rijk is voornemens om voor een aantal van deze groepen een wettelijke urgentie (Huisvestingswet) vast te stellen. Daarnaast wordt via wetgeving getracht een evenwichtige en evenredige verdeling van aandachtsgroepen over de regio tot stand te brengen. Voor een groot deel van deze urgente en aandachtsgroepen zijn in de woonvisie de doelstellingen en/of activiteiten benoemd en in uitvoering genomen (woonwagenbewoners, arbeidsmigranten, studenten). In het in 2025 op te stellen volkshuisvestingsprogramma zullen de uitgangpunten en de inzet op de opgaven voor deze groepen worden geactualiseerd. Het actieprogramma
De landelijke programma’s Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen ondersteunen bovenstaande analyse en roepen gemeenten op een woonzorgprogramma of woonzorgvisie op te stellen en hierbij regionaal samen te werken. Wanneer het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) wordt aangenomen door het parlement (naar verwachting eind 2024 of begin 2025) 1 Deze omschrijving wordt in dit actieprogramma gebruikt voor de doelgroep van
beschermd wonen/beschermd thuis (mensen met psychiatrische of psychosociale problematiek).
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
1.3 Afbakening doelgroepen
4
richt zich ook niet op de huisvesting van statushouders en de opvang van asielzoekers en Oekraïners.
op hun zelfredzaamheid, samenredzaamheid, behoeften en ideeën voor verbetering van wonen en zorg. Het participatieverslag is opgenomen in bijlage 5.
Voor dit actieprogramma richten we ons op de volgende groepen mensen met een specifieke woon-/zorgvraag:
Voor de eerder genoemde Regionale woonzorgopgave is eveneens input opgehaald bij zorgorganisaties, cliëntenorganisaties, corporaties en marktpartijen.
• Ouderen met behoefte aan zorg of ondersteuning • Mensen met een psychische kwetsbaarheid • Dak- en thuisloze mensen • Kwetsbare jeugd • Mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking
1.5 Leeswijzer
De opgave voor deze doelgroepen wordt uitgewerkt in hoofdstuk 3.
1.4 Participatietraject
In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten en visie beschreven die de basis vormen voor de uitwerking naar verschillende groepen en onderdelen. Hoofdstuk 3 benoemt de opgaven voor de verschillende doelgroepen en welke acties voor de realisatie van de opgave worden ingezet, alsmede de opgave ten aanzien van zorgzame wijken. Hoofdstuk 4 gaat in op de uitvoeringsstrategie behorend bij de benoemde acties en activiteiten. In bijlage 4 wordt het totaal aan maatregelen en acties opgenomen (uitvoeringsprogramma), waarbij - voor zover mogelijk - dekking en planning is benoemd.
Bij het vaststellen van de startnotitie van het actieprogramma heeft de Participatieraad een ongevraagd advies uitgebracht. Hierin werd geadviseerd om bewoners van verschillende culturele achtergronden te betrekken, en de ervaringen en adviezen van mantelzorgers bij de planvorming te betrekken. De Participatieraad deed daarnaast de suggestie om te sturen op een gevarieerd aanbod voor ouderen om doorstroom vanuit verschillende inkomensgroepen te stimuleren. Met behulp van dit advies, en het in 2024 vastgestelde gemeentelijke participatiebeleid, is een participatiestrategie uitgewerkt. Op basis van een stakeholderanalyse en de verschillende niveaus van participatie (meeweten, meedenken, meedoen of meebeslissen) zijn inbreng en ideeën opgehaald bij partners, belanghebbenden en bewoners. Daarvoor zijn apart of vanuit een samenwerkingsverband gesprekken gevoerd met diverse stakeholders en belanghebbenden: woningcorporaties, zorgaanbieders voor ouderenzorg, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verstandelijk gehandicapten, Buurts, de huurdersorganisaties van drie woningcorporaties, bewoners die mantelzorg verlenen, bewoners van een gemengd wonen project, betrokkenen bij een culturele woongroep, regenten van hofjes en in Haarlem actieve marktpartijen. Op basis van de inwonerspeiling zijn cijfers verzameld over hoe mensen hun zelfredzaamheid en het samenleven in de wijk ervaren.
In aanvulling hierop zijn gesprekken gevoerd met bezoekers van buurthuizen, waarbij bewoners zijn bevraagd Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
5
2. Gewoon samen thuis In de startnotitie zijn reeds uitgangspunten benoemd voor het gemeentelijk beleid op het gebied van wonen en zorg. In dit hoofdstuk worden deze uitgangspunten uitgewerkt en aangescherpt. Zij geven richting aan de concrete opgaven die in hoofdstuk 3 zijn beschreven.
2.1 De beweging Mensen die niet zelfstandig kunnen wonen, hebben er baat bij om zoveel mogelijk in hun eigen wijk en bij voorkeur ambulant geholpen te worden. Zo kunnen ze blijven deelnemen aan de maatschappij en wordt hun herstel bevorderd. Hiervoor is een beweging nodig van wonen in een bijzondere verblijfsvorm (ondersteuning/zorg en wonen zijn direct aan elkaar gekoppeld) naar zo lang mogelijk en/of zo snel mogelijk ondersteuning en zorg ontvangen in een 'gewone' woning. Dus niet 'doorstromen van intramuraal naar zelfstandig', maar voorkomen van intramuraal verblijf. Deze beweging is van toepassing op verschillende aandachtsgroepen en domeinen:
van de kansen die zich bij nieuwbouw, binnen het bestaande vastgoed en in relatie tot de bestaande infrastructuur in de wijk voordoen. We werken daarbij samen met woningcorporaties, ontwikkelaars, zorgorganisaties, Buurts en andere betrokken partijen.
2.2 Evenwichtig en evenredig Evenwichtig en evenredig in lijn met de afspraken met het Rijk en de regio Het woningtekort is groot, juist in het aanbod betaalbare woningen. Dit treft ook de aandachtsgroepen. Het betaalbare aanbod bevindt zich bovendien vooral in de grote(re) steden. Mede vanuit dit oogpunt is in het wetsvoorstel Wvrv opgenomen dat (in principe) in iedere gemeente twee derde van alle nieuwbouw zal moeten bestaan uit betaalbare huur- en koopwoningen voor mensen met lagere en middeninkomens. Daarnaast beoogt de wet een goede regionale verdeling tot stand te brengen. Gemeenten met een woningvoorraad waarbij het percentage onder het gemiddelde percentage sociale huur zit zullen minimaal 30% sociale huur in hun nieuwbouw moeten opnemen. Vooralsnog is het beeld dat het percentage sociale huur in Haarlem precies op het landelijke gemiddelde van 26% zit (zie Figuur 1).
• Van beschermd wonen naar beschermd thuis • Van daklozenopvang naar wonen eerst • Van verpleeghuiszorg naar langer zelfstandig thuis wonen • Van gesloten jeugdzorg naar kleinschalige woonvormen • Passende ondersteuning van thuiswonende mensen met een levenslange en levensbrede beperking Deze transformatie zal de komende jaren op een verantwoorde manier plaats moeten vinden. Dit betekent dat we moeten zorgen voor voldoende aanbod van woningen, waarbij er soms specifieke eisen aan de woningen, de woonvorm en de woonomgeving gesteld moeten worden. Het betekent ook dat er voldoende zorg en ondersteuning van professionals beschikbaar en nabij moet zijn. En het betekent dat sterke gemeenschappen nodig zijn waar mensen omzien naar elkaar. De komende jaren worden in de bestaande stad woningen toegevoegd, worden woningen en woonvormen vervangen door nieuwe, worden woningen verduurzaamd en verbeterd, en komen er woningen en zorgvastgoed vrij. We willen gebruik maken Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
Figuur 1. Corporatiewoningen als percentage van de totale voorraad (bron: Datawonen, CBS)
6
In lijn met de koers vanuit het Rijk om meer betaalbare woningen toe te voegen stuurt Haarlem sinds 2018 in de nieuwbouw nadrukkelijk op een verdeling van 40% sociale huur, 26% laag middelduur, 14% hoog middelduur en 20% vrij. Dit uitgangspunt is geïmplementeerd in alle projecten en gebiedsontwikkelingen.
De gerealiseerde woningen en de woningen die in plannen zijn opgenomen worden jaarlijks via de Haarlemse rapportage woningbouw in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat de Haarlemse ambitie om in de periode 2022 tot en met 2030 10.000 woningen toe te voegen nog reëel is, en dat in die periode van de opgeleverde woningen rond de 40% uit sociale huur zal bestaan.
We hebben in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond afspraken gemaakt over het bouwprogramma, de gewenste samenstelling van de woningvoorraad, de woonruimteverdeling inclusief urgentie- en voorrangsregelingen en de verdeling van urgente groepen. Een goed voorbeeld is het Pact voor uitstroom, waarin afspraken zijn gemaakt over evenredige verdeling en een zachte landing van mensen die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Het gezamenlijke inschrijfsysteem en de gemeenschappelijke huisvestingsverordening geven voldoende handvatten om afspraken over verdeling van wettelijke urgente groepen in lijn met de Wvrv tot stand te brengen. Ook de samenwerking binnen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang biedt goede kansen om de veranderende opgave op evenwichtige en evenredige wijze in de regio vorm te geven. In dit actieprogramma sluiten we aan bij de ontwikkelingen die op deze terreinen op regionaal niveau lopen, en is het evenredige deel voor Haarlem als opgave opgenomen. Met onze andere partners in de MRA en het Rijk hebben we afspraken gemaakt in de Woondeal over de totale woningbouwopgave en de bijdrage die alle gemeenten daarin leveren. Hierin is reeds opgenomen dat iedere gemeente toegroeit naar een aandeel van 30% sociale huur in de woningvoorraad en een bouwprogramma dat gebaseerd is op twee derde betaalbaar.
Afspraken over de verdeling van aandachtsgroepen binnen de MRA in lijn met het programma Een thuis voor iedereen (waaronder wettelijk urgenten) zijn nog in ontwikkeling en daarom nog niet in dit programma verwerkt. Evenwichtig verdeeld over de stad Ook binnen de stad streven we naar evenwichtige verdeling, waarbij de basis wordt gevormd door een goede verdeling van aanbod van sociale huurwoningen over de stad. Gelet op de bestaande ongelijke verdeling heeft Haarlem ervoor gekozen om bij gebiedsontwikkelingen ten westen van het Spaarne het uitgangspunt te hanteren dat 50% van de nieuwbouw uit sociale huurwoningen bestaat.
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
Figuur 2. Percentage sociale huurwoningen in Haarlemse wijken (bron: Haarlem in Cijfers)
7
Evenredig in verhouding tot andere woningzoekenden Ondanks dat er flink wordt bijgebouwd zal de komende jaren het woningtekort nog niet zijn weggewerkt. Dit programma zoekt naar mogelijkheden om het aanbod voor kwetsbare woningzoekenden te vergroten. Dit doen we in de wetenschap dat er veel woningzoekenden zijn die minder of (nog) niet kwetsbaar zijn, maar wel lang op zoek zijn naar een sociale huurwoning. We willen de voorrangspositie die de kwetsbare groepen nodig hebben daarom ook beschouwen tegen het licht van de positie van de 'reguliere' woningzoekenden. Dat betekent dat we - in lijn met de prestatieafspraken met de drie grote corporaties - als uitgangspunt nemen dat minimaal 65% van het vrijkomend aanbod sociale huurwoningen wordt verhuurd aan 'regulier' woningzoekenden. Uitgangspunt is eveneens dat het aanbod van woningen voor mensen uit de aandachtsgroepen kwalitatief vergelijkbaar is met het aanbod dat een regulier woningzoekende, met gemiddelde inschrijftijd in dezelfde leeftijdscategorie en huishoudensgrootte, kan vinden. Er kan ook tussen de aandachtsgroepen sprake zijn van concurrentie, bijvoorbeeld waar het gaat om met welke (zorg)partij een corporatie een huurcontract afsluit. Dit programma beoogt hier meer evenwicht en transparantie in aan te brengen.
2.3 Collectieve en geclusterde woonvormen In Haarlem hebben we een eeuwenoude traditie van collectief wonen: de Haarlemse hofjes. Hofjes staan symbool voor een woonvorm waarbij mensen samenwonen rond een gemeenschappelijke tuin (hof) en waarbij het thuisgevoel niet alleen persoonlijk is, maar ook gedeeld. Door de sociale omgeving ontstaat een gemeenschap. Geclusterde en collectieve woonvormen kunnen naast het faciliteren van samenredzaamheid ook een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van eenzaamheid (van alle 75+ers voelt 54% zich eenzaam, van alle 85+ers is dat 62%). Naast de traditionele hofjes zijn er in het land inmiddels veel goede ervaringen opgedaan met het concept 'gemengd wonen'. Dit zijn projecten waarin verschillende groepen mensen doelbewust en in georganiseerd verband samen wonen, contact onderhouden en soms ook gezamenlijk activiteiten ondernemen. Op basis van de ervaringen en studies vanuit de Hogeschool Utrecht zien we als maatschappelijke opbrengsten van gemengd wonen dat zij voorzien in een behoefte van bewoners, zowel van mensen die begeleiding ontvangen als van zij die dit niet krijgen. De gemeenschap draagt bij aan het sociaal welbevinden van bewoners; zij waarderen het
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
sociale contact, het gevoel niet alleen te wonen en de beschikbaarheid van laagdrempelige onderlinge hulp. De Haarlemse gemeenteraad heeft in 2023 een initiatiefvoorstel Samen Beter Wonen aangenomen. Het initiatiefvoorstel is erop gericht om meer collectieve woonvormen en woningen met gedeelde voorzieningen mogelijk te maken in Haarlem. Het initiatiefvoorstel geeft aan dat deze woonvormen door de collectiviteit een bijdrage leveren aan andere maatschappelijke opgaven: het faciliteren van vitaal en gezond ouder worden, het tegengaan van eenzaamheid en het faciliteren van een duurzame leefstijl. Gelet op bovenstaande kiezen we voor de in dit actieprogramma benoemde opgave nadrukkelijk voor het versterken van collectieve woonvormen.
2.4 Zorgzame wijk Eerder is al aangegeven dat mensen bij voorkeur zelfstandig wonen (alleen of samen) in een prettige (sociale en fysieke) omgeving. Dat voorkomt of vertraagt achteruitgang van gezondheid en helpt bij herstel vanuit een kwetsbare situatie. Daar komt bij dat ons huidige zorgstelsel op termijn onhoudbaar is door - onder andere - dubbele vergrijzing en afname van het arbeidsmarkt- en mantelzorgpotentieel (minder professionals en minder mantelzorgers). Een zorgzame wijk - waar mensen naar elkaar omzien - is daarom in de toekomst onontkoombaar. Dit geldt voor de groepen die in dit programma worden benoemd en om een specifieke woonvorm vragen, maar ook voor mensen die zonder specifieke woonwens in kwetsbaarheid toenemen. De hier beschreven beweging doet een groeiend beroep op het vermogen van mensen om zich zoveel mogelijk te redden met hulp van vrienden, buren, familie en vrijwilligers. Anderzijds is het nodig dat mensen in de omgeving zich inzetten om ondersteuning in diverse vormen te bieden. Dat gebeurt al veel. Gewoon, omdat mensen graag iets betekenen voor een ander, omdat mensen graag onderdeel zijn van gemeenschappen. Maar met de juiste ondersteuning en interventies kunnen die gemeenschappen nog sterker worden.
Om deze transformatie te ondersteunen en te faciliteren zijn ook maatregelen in de fysieke omgeving nodig in de vorm van ruimte voor ontmoeten (binnen en buiten), een toegankelijke woning en omgeving, en nabijheid van voorzieningen. We streven 8
naar de ontwikkeling van zorgzame wijken. Een zorgzame wijk is een woonomgeving waarin alle inwoners zich, ongeacht hun achtergrond, leeftijd, beperkingen of sociaaleconomische situatie, thuis voelen en actief kunnen deelnemen aan het dagelijks leven. Een zorgzame wijk is een wijk die focust op de opbouw van sociaal weefsel, solidariteit en zorgzaam samenleven. Het creëren van zo'n wijk is een gezamenlijke opgave, waarbij inwoners, maatschappelijke organisaties, de gemeente en andere actoren samenwerken om een veilige, toegankelijke en ondersteunende omgeving te bouwen. We benaderen zorgzame wijken vanuit de volgende uitgangspunten.
In de directe woonomgeving In het bevorderen van zorgzame wijken richten we ons op de directe woonomgeving. Hierbij erkennen we dat gemeenschapsgevoel zich niet beperkt tot de geografische grenzen van een wijk en dat de plek waar iemand woont in veel gevallen niet automatisch zorgt voor een gevoel van onderlinge betrokkenheid met buurtbewoners. Elke wijk is uniek en vraagt om een eigen benadering. Bij het versterken van zorgzame wijken moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van een wijk, zoals de fysieke inrichting, de aanwezige voorzieningen en de samenstelling van de bevolking. Dit vraagt om maatwerk, waarbij wordt aangesloten bij de lokale behoeften en mogelijkheden. De gemeente en maatschappelijke partners moeten daarom samenwerken met inwoners om tot passende oplossingen te komen.
Uitgaan van de kracht van alle bewoners Waar het in dit actieprogramma gaat over het borgen van voldoende woningvoorraad is het logisch om aandacht te hebben voor specifieke doelgroepen. In het bevorderen van zorgzame wijken gaat het echter niet over specifieke doelgroepen. We kijken niet naar ‘problemen’ van groepen mensen om daarop maatregelen te nemen, maar gaan uit van de kracht van inwoners en faciliteren een omgeving die hen stimuleert in persoonlijke ontwikkeling en participatie. Zo houden we een breed perspectief om ontmoeting tussen verschillende groepen te stimuleren. Daarnaast voorkomen we op deze manier uitsluiting en stigmatisering. We zijn erop gericht dat iedereen zich thuis voelt en gelijkwaardig kan deelnemen, ongeacht achtergrond of situatie. Dit vraagt om een inclusieve en integrale benadering, waarbij maatregelen gericht zijn op het verbeteren van zorgzaam samenleven, leefbaarheid, toegankelijkheid en participatie. Een gezamenlijke opgave Het bevorderen van een zorgzame woonomgeving is geen nieuw onderwerp en inwoners en gemeente staan niet alleen in deze opgave. Professionals en maatschappelijke organisaties zijn essentieel in een zorgzame wijk.
Zorginstellingen, scholen, woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties en georganiseerde inwoners zijn belangrijke spelers in de totstandkoming van en samenwerking met gemeenschappen om te zorgen voor passende ondersteuning en voorzieningen. Op verschillende schaalniveaus kunnen professionals bijdragen aan sociale cohesie door hun kennis en expertise in te zetten om inwoners te helpen en samenwerkingsverbanden te stimuleren. Deze samenwerking versterkt de kracht van de wijk en draagt bij aan het welzijn van alle bewoners.
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
9
3. Opgave In dit hoofdstuk wordt per doelgroep op basis van behoefteramingen bepaald wat de (woon)opgaven zijn, en welke acties uitgevoerd worden om de opgaven te realiseren. Daarnaast wordt ingegaan op de opgaven en actiepunten om de zorgzame wijk te versterken.
3.1 Langer thuis (ouderenhuisvesting) Dubbele vergrijzing Het aantal ouderen neemt tot 2040 fors toe. Het landelijke beeld is dat de groei van 65+ers rond 2040 afvlakt, om daarna weer door te groeien. Ook voor de MRA zien we dat de groei van 75+'ers na 2040 onverminderd doorzet, ook in Haarlem. Er is sprake van dubbele vergrijzing: de groep ouderen wordt groter en deze groep wordt steeds ouder.
Stadsdeal ouderenhuisvesting In 2022 hebben gemeente Haarlem, drie grote zorgaanbieders en vier woningcorporaties afgesproken om structureel samen te werken aan de realisatie van de in de stadsdeal vastgestelde opgave ouderenhuisvesting. Partijen hebben sindsdien onder andere de opgave verwerkt in diverse gebiedsontwikkelingen, de mogelijkheden en kansen in de bestaande corporatievoorraad op hoofdlijnen in kaart gebracht, en er zijn stappen gezet om op stadsdeelniveau nadere invulling te geven aan het versterken van inclusieve/levensloopbestendige wijken. De opgave is in 2024 door de samenwerkende partijen geactualiseerd op basis van nieuwe demografische gegevens (waaronder de verwerking van de impact van het coronavirus) en de aanpassing van het rijksbeleid op het gebied van verpleeghuiszorg. Daarbij is gebruik gemaakt van onderzoek dat door Gupta Strategists is uitgevoerd, en de vertaling van landelijke cijfers van ABF Research door het Expertteam Huisvesting Aandachtsgroepen in opdracht van de provincie Noord-Holland. Op basis van deze bronnen de opgave voor Haarlem als volgt vastgesteld: Opgave ouderenhuisvesting Aantal/periode Nultredenwoningen Geclusterde woningen Verpleeghuisplaatsen/ zorg- geschikte woningen Totaal
2022 22708 1570
2022-2031 2030 508
2022-2040 4720 873
1378
234 2772
520 6113
Tabel 2. Opgave ouderenhuisvesting
In 2022 is ook de opgave naar verschillende woningbouwcategorieën vastgesteld. Op basis van deze afspraken, de actualisatie van de behoefteraming en aansluitend bij de Haarlemse uitgangspunten voor woningbouwontwikkeling is de uitbreidingsopgave indicatief naar verschillende woningbouwsegmenten verdeeld: Tabel 1. Groei van ouderen in MRA tussen 2024 en 2050 (www.Primos.ABFresearch.nl) Alhoewel ouderen langer vitaal blijven wordt met deze dubbele vergrijzing een groot beroep op de zorg gedaan en op woningen waarin ook met verminderde mobiliteit mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. De transformatie in de ouderenzorg richt zich op het leveren van (intensieve) zorg thuis en op preventie van professionele zorgbehoefte.
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
Uitbreidingsbehoefte 2022-2040 Nultredenwoningen Geclusterde woningen Verpleeghuisplaatsen Zorggeschikte woningen*
Sociale huur 970 459
Vrije sector huur 1130 259
Koop 2620 155
40%
40%
20%
Totaal 4720 873 273 247
* verdeling conform spelregels nieuwbouw Haarlem
Tabel 3. Opgave ouderenhuisvesting naar prijsklasse 10
Hieronder worden de verschillende type woningen en de wijze waarop de opgave gerealiseerd kan worden toegelicht. Nultredenwoningen Nultredenwoningen zijn woningen die extern en intern toegankelijk zijn. Vanuit de woonkamer zijn de keuken, toilet, badkamer en tenminste één slaapkamer zonder traplopen te bereiken. De behoefte is bepaald aan de hand van mobiliteitskenmerken en verhuizingen van ouderen. De benodigde aanvulling van nultredenwoningen komt tot stand door de Haarlemse nieuwbouwopgave, die voor het grootste deel uit nultredenwoningen bestaat (tot 2030 zijn ruim 12.000 woningen opgenomen in de plancapaciteit, waarvan het merendeel nultredenwoningen). Sinds de actualisatie van de spelregels voor woningbouwontwikkeling in 2023 geldt voor alle nieuwbouw van nultredenwoningen een richtlijn op het gebied van toegankelijkheid. Het betreft een aantal punten waarmee in het ontwerp van de woning rekening gehouden moet worden zodat zorgverlening eenvoudiger is. Binnen de samenwerking van de stadsdeal is afgesproken dat deze richtlijn verder wordt uitgewerkt. Kennemerhart heeft hierin het voortouw genomen, met als tussenresultaat een overzicht van maatregelen waardoor nieuwbouwwoningen geschikter zijn voor het verlenen en ontvangen van zorg.
Volgens Kennemerhart zijn de maatregelen niet of nauwelijks kostenverhogend, en zorg kan ook in kleinere woningen worden geleverd (www.bouwgeenzorgwoningen.nl). De hierin opgenomen maatregelen/tips worden nader worden getoetst door gemeente, corporaties, zorgaanbieders en ontwikkelaars. OPGAVE EN ACTIEPUNTEN: • Doorgaan met toevoegen van nultredenwoningen in lijn met de bestaande plancapaciteit (waarmee de opgave van 4.720 nultredenwoningen voor ouderen tot 2040 wordt ingevuld). • De bestaande richtlijn voor nultredenwoningen in de Haarlemse spelregels voor woningbouwontwikkeling zo nodig nader aanpassen/uitwerken.
Geclusterde woonvormen
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
Clustering van woonruimte biedt goede mogelijkheden om eenzaamheid2 te verkleinen, en veiligheid en comfort te verhogen. Om contact en gemeenschapsvorming te faciliteren is een ontmoetingsruimte gewenst, inpandig of binnen 100 meter. Daarnaast biedt clustering de mogelijkheid om beter en efficiënter zorg (op afroep) te kunnen verlenen. Geclusterde woonvormen zijn onder andere hofjeswoningen, serviceflats en seniorenflats. In Haarlem bestaat er een breed palet aan geclusterde woonvormen voor ouderen. Allereerst zijn dat de monumentale hofjes, veelal in bezit van woningcorporaties of stichtingen. Er zijn in Haarlem rond de 230 woningen in 24 hofjes. Daarnaast zijn er minimaal 7 woongroepen voor ouderen die onderling een gemeenschap vormen en activiteiten ontwikkelen (250 woningen). Woongroepen zijn een voorbeeld waarbij mensen ervoor kiezen om deel uit te maken van een gemeenschap. De mate waarin het gemeenschapsgevoel wordt beleefd is mede afhankelijk van de activiteiten die mensen ontwikkelen. Activiteiten en gemeenschap kunnen worden versterkt wanneer er een naast de woongroep sprake is van bijvoorbeeld vrijwilligers die zich verbonden voelen met de bewoners en al of niet vanuit culturele achtergrond tot dezelfde gemeenschap behoren, zoals bijvoorbeeld bij Lieflijk Indië.
Corporaties verhuren daarnaast een veelheid aan complexen specifiek voor seniorenwoningen, waarvan een groot deel over een gemeenschappelijke ruimte beschikt of waar een ontmoetingsruimte in de nabijheid aanwezig is. Het exacte aantal is nog niet in beeld gebracht. Een klein deel van dit aanbod van corporaties voor senioren bestaat uit vrije sector huurwoningen. Corporaties constateren dat een deel van de voor senioren gelabelde woningen niet aan senioren wordt verhuurd vanwege gebrek aan belangstelling onder senioren. Soms besluiten zij daarom een complex voor een andere/bredere doelgroep in te zetten. Dit biedt kansen om woonruimte voor andere doelgroepen beschikbaar te krijgen, die ook gebaat zijn bij clustering. Zo wordt door Elan Wonen bij de
2 Huisdieren kunnen ook bijdragen aan voorkomen van eenzaamheidsgevoelens.
Zorgorganisaties hebben of ontwikkelen beleid dat erop is gericht dat bewoners hun huisdier zo veel mogelijk kunnen behouden wanneer zij of de familie de zorg hiervoor kan dragen.
11
Diakenhuisweg onderzocht of samenwerking met een partij vanuit Beschermd Wonen/Beschermd Thuis mogelijk is. Het Reinaldahuis en de woningen binnen de VvE Kinheim kunnen gezien worden als geclusterde seniorenwoningen in de koopsector (200 woningen). Toevoegen van aanbod van geclusterde woningen voor ouderen in de vrije sector huur en de koop zal primair in de nieuwbouw moeten plaatsvinden. Er is sprake van een groei vanuit oudereninitiatieven zelf en vanuit de markt om voor deze doelgroep woningen te ontwikkelen. In bijlage 2 is opgenomen welke plannen voor geclusterde woningen zijn geprogrammeerd. Voor de benodigde uitbreiding van de voorraad geclusterde woningen in de sociale huursector willen we - naast nieuwbouw - nadrukkelijk ook gebruik maken van de kansen die er in de bestaande voorraad zijn, om bestaande (senioren)complexen zo te versterken dat langer zelfstandig thuis wonen in deze complexen beter wordt ondersteund. Uit een verkenning naar potentiële complexen in de nabijheid van zorgcentra zijn door gemeente, zorgaanbieders en corporaties 13 bestaande complexen naar voren gekomen met in totaal 1.100 woningen die hiervoor goede kansen bieden.
Aan de hand van een nadere verdieping bij deze complexen zal worden besloten welke maatregelen (fysieke toegankelijkheid, zorgverlening, community building, labeling) per complex ingezet kunnen worden om langer thuis wonen te faciliteren. Deze geclusterde woonvormen zullen ook zorgen voor het woningaanbod van mensen die zorg thuis ontvangen in de vorm van een Volledig Pakket Thuis (VPT) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarnaast liggen er mogelijk kansen om langer zelfstandig thuiswonen met VPT te versterken bij woongroepen en hofjes. We willen deze mogelijkheden nader onderzoeken. Daarnaast willen we ervoor zorgen dat het bestaande aanbod en de variëteit van geclusterde woonvormen beter in beeld komt bij ouderen zodat zij bij een verhuiswens een goede keus kunnen maken. We streven naar goede informatievoorziening voor het aanbod in samenwerking met corporaties, gemeenten, zorgaanbieders. OPGAVE EN ACTIEPUNTEN : • Tot 2040 toevoegen van minimaal 200 nieuwe geclusterde woningen vrije sector huur. • Tot 2040 toevoegen van 150 geclusterde woningen voor ouderen in de koopsector (waaronder collectieve woonvormen en initiatieven). Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
• Tot 2040 toevoegen van 460 geclusterde woningen voor ouderen in de sociale huur. • Versterken van de samenredzaamheid in bestaande geselecteerde complexen (activiteiten, community building; voorbeeld: Johan Limpershof). • Onderzoek algemene financiële kaders voor gemeenschappelijke ruimte bij geclusterde woningen (regionaal). • Informatievoorziening voor (geclusterde) woonvormen voor ouderen in de regio versterken. Verpleging en Verzorging Op basis van doorrekeningen van Gupta Strategists en ABF Research is de inschatting dat de komende jaren het aantal mensen dat vanuit Haarlem een beroep doet op Wlzzorg Verpleging en Verzorging met het volgende aantal zal toenemen: Voor de periode 2022-2031: Voor de periode 2022-2040:
312 mensen 693 mensen
Haarlemmers die nu Wlz-V&V zorg ontvangen woonden in 2023 bij verschillende instellingen. WLZ V&V zorg Haarlem 2023 Woonplekken bij zorgaanbieder wv zorg met verblijf (verpleeghuis) wv VPT bij zorgaanbieder VPT niet bij zorgaanbieder Totaal WLZ V&V
aantal 1378 1314 64 282 1660
% 83% 79% 4% 17% 100%
Tabel 5. Bestaande woon/verblijfsplaatsen van mensen met WLZ-V&V indicatie (bron: Gupta Strategists) In Haarlem ontvangt 79% van de mensen met een Wlz-zorg indicatie de zorg in een verpleeghuis en 4% in de vorm van een VPT door een zorgaanbieder. Dit laatste betreft een woonvorm met een vooral administratieve vorm van scheiden van wonen en zorg. De zorg is met een arrangement aan de woning gekoppeld. Kleinere particuliere zorginstellingen werken veel met deze woonzorgconcepten op basis van VPT (zoals Pro Senectute), maar ook grotere zorgaanbieders maken gebruik van deze mogelijkheid. Daarnaast wordt bij 17% van de mensen in Haarlem met WLZ V&V indicatie de zorg via VPT (of MPT (Modulair Pakket Thuis) of PGB (Persoonsgebonden budget) thuis
12
geleverd. Mensen wonen in een zelfstandige huur of koopwoning, waarbij er sprake is van volledige scheiding van wonen en zorg. De minister heeft in 2023 groei van het aantal verpleeghuisplekken bevroren, met uitzondering van onomkeerbare uitbreidingsplannen. Als alternatief voor verpleeghuisplekken wordt ingezet op realisatie van 'zorggeschikte woningen', waar mensen verpleging en verzorging op grond van de Wlz kunnen ontvangen. Om intensieve zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze woningen en de toegang tot de woning rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica. We hanteren als uitgangspunt dat in de toekomst 75% (ten opzichte van de huidige 79%) van de mensen met een Wlz V&V indicatie deze in het verpleeghuis kunnen ontvangen. De inzet is dat de overige 25% van de mensen met Wlz-zorg indicatie die zorg thuis ontvangen. In Haarlem hebben zorgaanbieders nog de mogelijkheid om de verpleeghuiscapaciteit met 273 plaatsen uit te breiden. Wanneer deze toegekende capaciteitsuitbreiding kan worden gerealiseerd voorziet dit in een groot deel van de toenemende zorgvraag. De resterende opgave (247) tot 2040 zal worden ingevuld door de eerder genoemde 'zorggeschikte woningen'.
Een deel van deze opgave is reeds opgenomen in de plancapaciteit (zie bijlage 2). Het huidige aanbod van ''zorggeschikte'' woningen voor ongeplande zorg is vooral gericht op particuliere zorgwoningen, passend voor hogere inkomensgroepen. De inzet is daarom om (ook in lijn met de afspraken van het coalitieakkoord) in de nieuwbouw in te zetten op aanvullend aanbod in het betaalbare segment (sociale huur en middeldure huur). We zien daarnaast ook kansen om een deel van de mensen met een Wlz zorgvraag te huisvesten in de bestaande woningvoorraad. Er zijn 13 bestaande complexen (1.100 woningen) geselecteerd in de nabijheid van zorgcentra waar mensen met een Wlzindicatie zouden kunnen wonen en zorg kunnen ontvangen. Vanuit de zorgorganisaties is gestart met het ontwikkelen van aanbod van VPT zorg vanuit de bestaande zorgcentra. De inzet van de stadsdealpartners is om de komende jaren voor een aantal complexen tot nadere afspraken te komen tussen zorgaanbieders, woningcorporaties, welzijnsorganisatie en gemeente bij deze complexen over de gewenste fysieke maatregelen en voorrangverlening in de toewijzing voor mensen met Wlz-indicatie in een aantal woningen in de nabijheid van woonzorgcentra. Dit type woningen biedt ook ruimte om mensen die vanuit Wlz-zorg een beroep doen op planbare zorg. Het gaat Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
om een verwachte groei van 200 mensen tot 2031 en 300 tot 2040. Voor zowel de zorgverlener als de zorgontvanger is het gewenst dat deze mensen zo veel mogelijk in een (bij voorkeur geclusterde) woning wonen in de nabijheid van een zorgcentrum. Door Gupta is in 2020 vastgesteld dat tot 2040 daarnaast 80% van de bestaande verpleeghuiscapaciteit in de regio aan vervanging of renovatie toe is. In Haarlem gaat het onder andere om Jacob in de Hout, Delftweide, Schoterhof en Zuiderhout. OPGAVE EN ACTIEPUNTEN: • Tot 2040 realisatie uitbreiding van toegekende verpleeghuiscapaciteit (279 plaatsen) via bestaande plannen en eventueel aanvullende locatie in HaarlemNoord. • Waar mogelijk meewerken aan behoud van voldoende beschikbare verpleeghuiscapaciteit tijdens de transformatie van bestaande verpleeghuiscomplexen (regie ligt bij zorgkantoor en zorgorganisaties). • Tot 2040 247 zorggeschikte woningen toevoegen in de nieuwbouw (middenhuur), bij voorkeur in de omgeving van woonzorgcentra. • In de bestaande woningvoorraad (rond woonzorgcentra) de mogelijkheid van het ontvangen van geplande en ongeplande Wlz-zorg versterken (bijvoorbeeld in De Roos en de Blinkert). Passend wonen/ Doorstroming Binnen Haarlem werken gemeente en corporaties samen om ouderen die willen verhuizen naar een gelijkvloerse woning te ondersteunen.
Sinds 2017 bestaat de Ouder Worden Prettig Wonen regeling waarmee oudere huurders (65+) van een corporatiewoning met een trap met voorrang kunnen verhuizen naar een nultredenwoning van iedere andere corporatie. Daarbij behouden zij de huurprijs van de woning die zij achterlaten. Inmiddels zijn bijna alle gemeentes uit de regio ZuidKennemerland/IJmond aangesloten bij de regeling. Dit betekent dat er ook tussen gemeenten verhuisd kan worden met de regeling. Het aantal verhuizingen dat tot stand komt met behulp van de regeling groeit, maar is nog beperkt (53 in de regio in 2023). De voorlichting en ondersteuning voor ouderen via een verhuiscoach is de afgelopen jaren wat naar de achtergrond geraakt. Uit het verhuizingendashboard van het CBS blijkt dat de afgelopen jaren jaarlijks ongeveer 1.000 ouderen (67+ers) verhuizen binnen en vanuit Haarlem. Dat is ongeveer 3,7% van het totaal aantal ouderen (1,7% verhuist uit Haarlem, rond de 0,7% verhuist binnen de eigen wijk). Van de ouderen die verhuizen bestaat ongeveer de helft uit 13
éénpersoonshuishoudens (WIMRA 2023). Het merendeel (61%) van de gerealiseerde verhuizingen betreft verhuizingen naar een sociale huurwoning. Van de verhuisgeneigde ouderen in 2021 was 41% op zoek naar een sociale huurwoning. Het gerealiseerde aantal verhuizingen naar de sociale huur is dus groter dan het aantal verhuisgeneigden dat op zoek is naar een sociale huurwoning. Mogelijk is er sprake van dat ouderen die tot hun 67e in een koopwoning wonen daarna doorverhuizen naar een sociale huurwoning. Wanneer het inkomen past bij de sociale huur is dit passend, er wordt niet naar vermogen gekeken. De vraag naar middeldure huurwoningen onder verhuisgeneigde ouderen was is 2021 vooralsnog beperkt. Ongeveer 2/3 van de ouderen geeft aan niet te willen verhuizen. Van de ouderen die wel aangeven op korte of middellange termijn binnen of naar Haarlem te willen verhuizen zoekt in 2021 het grootste deel (40%) een appartement van 60 tot 80 vierkante meter, een klein deel (19%) zoekt een kleiner appartement. 69% zoekt een driekamerwoning, 18% een vierkamerwoning en 11% een tweekamerwoning. Wanneer ouderen willen verhuizen is het van belang dat zij daarin zo goed mogelijk worden gefaciliteerd (zonder dat verhuizing als verplichting wordt ervaren). Onderdeel van de ondersteuning is dat er beeld is van de mogelijkheden, belemmeringen worden weggenomen, dan wel voorrang wordt verleend.
OPGAVE EN ACTIEPUNTEN: • Verkennen mogelijkheden versterkte inzet van verhuiscoach. • Verbeteren van de informatievoorziening van woningaanbod en voorzieningen voor ouderen (lokaal en regionaal). • Voorrangsregelingen voor ouderen buiten de sociale sector (koop, vrijesector huur) onderzoeken. Woningaanpassingen Bij verminderde mobiliteit kunnen mensen op grond van de Wmo hulpmiddelen of aanpassingen in de woning aanvragen, zoals een rolstoel, scootmobiel of traplift. De gemeente Haarlem en de woningcorporaties willen afspraken maken over de rollen en verantwoordelijkheden bij bouwkundige en technische voorzieningen ten behoeve van de bewoners. Op dit moment ligt er een concept convenant Woningaanpassingen Wmo. Dit convenant moet duidelijkheid gaan geven wie welke verantwoordelijkheid heeft voor woningaanpassingen in de woning en de algemene ruimtes en wie verantwoordelijk is voor aanschaf, onderhoud, reparatie en eventuele vervanging van voorzieningen. Het concept convenant zal, in verband met aangepaste regelgeving, worden aangevuld en definitief gemaakt. Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
Door een wijziging in de wetgeving mogen scootmobielen niet meer in gangen en andere niet afgesloten ruimtes gestald worden. Er moeten afspraken gemaakt worden hoe dit op te lossen. In sommige gevallen is een woningaanpassing niet mogelijk, verantwoord of te duur. In die gevallen krijgen mensen een verhuisadvies dat aansluit bij de classificatie-indeling van woningen op de website van het corporatiebestand via DAK (Woonservice). De gemeente Haarlem stelt al enige jaren via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) een blijverslening beschikbaar. Met de blijverslening kunnen bewoners van een koopwoning aanpassingen doen aan de woning die niet binnen de Wmo worden gedaan om hier zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. De lening kan ook worden toegepast op huurwoningen, in overleg met de verhuurder. Afgelopen jaren was de vraag naar de blijverslening beperkt. Vooralsnog blijft de mogelijkheid voor aanvragen open. Mantelzorgwoningen en mantelzorgurgentie Het plaatsen van mantelzorgwoningen is vergunningsvrij. Een mantelzorgwoning is een tijdelijke woning op het terrein van de woning bedoeld voor iemand die mantelzorg ontvangt of verstrekt. Wanneer de mantelzorgrelatie er niet meer is (bijvoorbeeld bij verhuizen) moet de woning weer worden verwijderd.
Sporadisch wordt gevraagd naar mogelijkheden om een premantelzorgwoning te plaatsen, een mantelzorgwoning waarbij met het oog op toekomstige mantelzorgrelatie een tijdelijke woning kan worden geplaatst. Dit is niet vergunningsvrij; gemeenten hebben de mogelijkheid om hier speciale regels voor op te stellen. Gelet op de beperkte vraag en beperkte ruimte binnen de stedelijke omgeving worden voorlopig voor Haarlem geen spelregels voor premantelzorgwoningen ontwikkeld. OPGAVE EN ACTIEPUNTEN: • Afsluiten van een convenant Woningaanpassingen Wmo (gemeente en corporaties) met aandacht voor scootmobielen en andere vervoersvoorzieningen met accu's.
3.2 Beschermd thuis De visie 'van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis' zoals geformuleerd in het advies van de commissie Toekomst Beschermd Wonen in 2016 (beter bekend als de commissie-Dannenberg) is vertaald in een beweging van intramuraal naar 14
extramuraal (zelfstandig) wonen. De oorspronkelijke insteek was er vooral op gericht om de ondersteuning vanuit de wijk zo vorm te geven dat intramuraal beschermd wonen voorkomen kan worden. De les die we hieruit leren is dat we eerst aan nieuwe woonzorgarrangementen en sterke, zorgzame wijken moeten werken, en dan pas - op termijn - intramurale capaciteit kunnen afbouwen. Aansluiting op de lokale situatie en een sterke lokale sociale basis zijn hoe dan ook nodig. Aan de preventieve benadering wordt uitwerking gegeven door middel van het Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel, de opdracht Gewoon in de Wijk en andere preventieve interventies. Ook de inzet op zorgzame wijken in dit actieprogramma draagt bij aan deze beweging.
Onder Beschermd Wonen (BW) verstaan we alle vormen van intramuraal wonen (verblijf in een instelling). Onder Beschermd Thuis (BT) verstaan we vormen van wonen met intensieve ondersteuning waarbij cliënten zelf de woonkosten betalen (in de vorm van huur of anderszins). In het laatste geval is sprake van scheiding van wonen en zorg, al kan de bewoner ook een huurcontract hebben dat gekoppeld is aan de ondersteuning van een zorginstelling. Ten behoeve van de Regionale woonzorgopgave is door ABF Research in beeld gebracht wat er in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond/Haarlemmermeer verwacht wordt aan vraag naar ondersteuning vanuit Beschermd Wonen en Beschermd Thuis. Daarbij is onderscheid gemaakt naar vormen waarbij er sprake is van ondersteuning in geclusterde woonvormen en bij woningen die 'gespikkeld' zijn gesitueerd. Er zijn twee scenario's doorgerekend, waarbij het tempo van afbouw van het klassieke Beschermd Wonen verschilt. Het gematigde scenario komt het dichtst in de buurt van de beweging zoals door de commissie Dannenberg is ingezet. Deze doorrekening leidt voor Haarlem tot het volgende beeld voor 2030 en 2040. BW Beschermd wonen (intramuraal) Beschermd thuis geclusterd Beschermd thuis gespikkeld Inzet preventie Wachtlijst Totaal
2022 170 37
50 257
2030 166 65 25 12 0 268
2040 112 84 56 28 0 280
Tabel 6. Behoefte ontwikkeling BW Haarlem volgens gematigd scenario. Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
Deze (kwantitatieve) vraagprognose moet nog worden aangevuld met een inventarisatie van het aanbod (aantal beschikbare plekken) en een meer kwalitatieve duiding van de vraag (onderscheid naar type voorzieningen/ doelgroepen). Regionaal is afgesproken dat wordt ingezet op een evenredige verdeling van voorzieningen. Daarbij is al wel afgesproken dat in Haarlem een Domus Plus voorziening gerealiseerd zal worden. Vooruitlopend op verdere analyses kan op basis van bovenstaande tabel voor Haarlem een indicatie worden vastgesteld van de opgave. De wens is om de wachtlijst weg te werken en te voorzien in een verwachte groeiende behoefte. Gelet op het ingezette beleid wordt daarbij het gematigde scenario als gewenste richting beschouwd. We zetten daarbij allereerst in op transformatie richting 2030. OPGAVE & ACTIEPUNTEN: • Behoud van (ongeveer) 170 plekken Beschermd Wonen (intramuraal) in/voor Haarlem. • Realisatie van een Domus Plus voorziening.
• Realisatie en uitbreiding van het aanbod Beschermd Thuis-woonplekken door: • Toevoegen van 28 Beschermd Thuis plekken in geclusterde vorm (bewoner heeft eigen huurcontract, wonen doorgaans gekoppeld aan het verkrijgen van zorg bij een van de contractpartners van Beschermd Wonen), bij voorkeur in een gemengd wonen project (zie paragraaf 2.3); • Pilot gemengd wonen Athenestraat uitvoeren, waaronder realisatie van gemeenschappelijke ruimte, community building en toewijzen aan bewoners op motivatie. Hierbij worden de uitgangspunten gehanteerd die samen met belanghebbende partijen zijn ontwikkeld (bijlage 3). De ervaringen met deze pilot en andere initiatieven worden gebruikt om de uitgangspunten verder aan te scherpen. • Beschikbaar maken van 25 Beschermd Thuis plekken in gespikkelde vorm (bewoner krijgt ondersteuning in bestaande woonsituatie of krijgt bijpassende ondersteuning bij Pact woning). • Nader in beeld brengen en houden van het aanbod (locaties) van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis geclusterde woonvormen in Haarlem (en de regio Zuid-Kennemerland/IJmond/Haarlemmermeer) (inclusief eventuele kwalitatieve opgave). • ABF Research heeft ook een prognose opgesteld voor de vraag naar beschermd wonen op grond van de Wet langdurige zorg. Met het Zorgkantoor en zorgaanbieders zal hierover nader overlegd worden. 15
3.3 Wonen eerst In regionaal verband (Zuid-Kennemerland/IJmond/Haarlemmermeer) werken gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties samen toe naar een Regionaal Actieplan Dakloosheid (RAD). Dit RAD is aanvullend op het beleidskader en uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel en geeft richting aan de acties die in de regio genomen moeten worden voor de beweging 'van Opvang naar Wonen Eerst'. In de huidige situatie worden dak- en thuisloze inwoners (langdurig) opgevangen in de maatschappelijke opvang. Langdurig verblijf in de opvang leidt echter tot een groot risico op verergering van problematiek en regieverlies voor dakloze inwoners. Recente inzichten laten zien dat duurzaam herstel pas kan plaatsvinden vanuit een eigen woning3. Dit vraagt om een transformatie in de aanpak van dakloosheid, waarbij de focus ligt op huisvesting in plaats van opvang. Algemene lijn is dat de inspanning erop gericht moet zijn om mensen die hiervoor in aanmerking komen te huisvesten in plaats van op te vangen. Dat vraagt om een breed palet aan inspanningen, waarbij het voorkomen van dakloosheid uiteraard het meest effectief is. De verwachting is - op grond van de cijfers van afgelopen jaren - dat het aantal mensen dat recht heeft op Wmo ondersteuning vanwege (dreigende) dakloosheid min of meer constant zal blijven.
Het College van B&W van Haarlem heeft eind 2023 het Actieplan Housing First vastgesteld, gericht op het voorkomen of sterk verkorten van verblijf in de opvang (in lijn met de met landelijke doelstellingen). In juni 2023 is gestart met een koplopersgroep, waarbij 10 nieuwe dakloze mensen die wel op grond van de Wmo in aanmerking komen voor opvang, zo snel mogelijk een urgentie en woning toegewezen krijgen. Aan de hand van de ervaringen met de koplopersgroep zal in 2025 worden bepaald hoe deze nieuwe werkwijze als de nieuwe standaard kan worden toegepast. Andere actielijnen uit het plan betreffen de versterking van de bestaande Housing First praktijk (gericht op mensen met een zwaardere ondersteuningsvraag), het vergroten van de toepassing van de principes van Housing First in de staande praktijk en het uitbreiden van woonvariaties voor de doelgroep.
3 Herstel begint met een huis - Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving.
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
De beweging 'van opvang naar wonen eerst' zal ook gevolgen hebben voor het geheel aan benodigde voorzieningen en ondersteuning aan inwoners. In het RAD werken gemeenten, corporaties en zorgaanbieders de veranderstrategie ten aanzien van deze opvang samen uit. Onderdeel van deze opgave is het inzetten op het vergroten van woonvariatie. Uitbreiding van de woonvariatie voor de doelgroep vindt plaats via de realisatie van onder andere de Skaeve Huse, via gemengd wonen, via hospitaverhuur (Onder de Pannen, Kamers met Aandacht) en via aanbod van organisaties als Bedrijf en Samenleving. De realisatie van gemengde/geclusterde woonvormen waar mensen (die recht hebben op maatschappelijke opvang) naar kunnen verhuizen zijn nog niet tot stand gekomen. Een collectieve woonvorm in de vorm van gemengd wonen kan hier goed aanvullend aanbod voor creëren. Met corporaties en Buurts zijn algemene uitgangspunten voor gemengde wooncomplexen ontwikkeld (zie bijlage 3), waarbij een aantal punten nadere uitwerking vraagt, zoals de afspraken over de dekking van beheer en exploitatie van gemeenschappelijke ruimte, de ondersteuning van mensen met begeleiding, community building in het gebouw, en toewijzing van woningen aan begeleide en niet-begeleide bewoners.
Aan de hand van de kennis die wordt opgedaan bij de ontwikkeling van een gemengd wonen complex aan de Athenestraat kan worden toegewerkt naar een basis-set afspraken voor samenwerking. In de prestatieafspraken met de drie grote woningcorporaties is voor deze doelgroep een aantal van 50 geclusterde woningen opgenomen. We zien daarnaast ook als knelpunt dat de doelgroep voornamelijk bestaat uit alleenstaanden, voor een groot deel binnen de jongere leeftijdscategorieën en het aanbod vanuit de corporaties vooral bestaat uit 3- en 4-kamerwoningen. Kleinere en betaalbare woningen zijn veelal geconcentreerd in complexen waar al relatief veel mensen wonen die te maken hebben met een opeenstapeling van problematiek op verschillende leefgebieden. Toewijzing van relatief grote woningen aan jongere alleenstaanden is vaak zowel voor de jongere als voor het draagvlak in de wijk en de samenleving ongewenst. Deze mismatch tussen vragers en beschikbaar aanbod heeft geleid tot een relatief grote groep mensen die (te) lang in de maatschappelijke opvang wacht op een woning. Om dit op te lossen willen we - naast alle lopende inspanningen - een scan en nadere duiding opstellen van de cliënten, het bij de cliënt passende aanbod (afgezet tegen de woningmarktomstandigheden), en de bijbehorende oplossingen voor kortere en langere termijn.
Oplossingen kunnen gevonden worden in de bestaande voorraad en de nieuwbouw. Binnen de bestaande voorraad is woningdelen een mogelijkheid die meer aanbod creëert en zorgt voor het voorkomen 16
van eenzaamheid en het versterken van samenredzaamheid. Er zijn echter ook nadelen bij woningdelen, met name in de directe omgeving. Bij de ontwikkeling van het Volkshuisvestingsprogramma zal de discussie over de wenselijkheid van woningdelen nadrukkelijk worden gevoerd.
permanente lijst van geïnteresseerden, en de doorstroming zorgt niet voor problemen. In het kader van het Regionaal Actieplan Dakloosheid wordt verkend of het concept Parentshouse in Haarlem kan voorzien in aanvullend aanbod binnen de laagste huurcategorieën.
Daarnaast zijn er mensen die (dreigend) dakloos zijn maar buiten de Wmo vallen, omdat zij alleen een huisvestingsvraag hebben en geen ondersteuningsvraag. Het is van belang om voor deze groep mensen een alternatief aanbod te bieden, om te voorkomen dat hun problematiek escaleert door het ontbreken van woonruimte. Uit onderzoek blijkt dat alleenstaande 'economisch' dakloze mensen na verloop van tijd vaak alsnog ondersteuning op grond van de Wmo nodig hebben, omdat hun problematiek verergert. Voor de groep 'economisch' dakloze huishoudens bestaat reeds een aantal mogelijkheden/voorzieningen:
OPGAVE EN ACTIEPUNTEN: • Het mogelijk maken van wonen eerst als reguliere werkwijze voor inwoners die hiervoor in aanmerking komen (na evaluatie tijdelijke urgentieregeling). • Realiseren van 50 geclusterde woningen/woonvormen voor de doelgroep Wonen Eerst (bij voorkeur in gemengd wooncomplexen), in nieuwbouw of bestaand. • Uitwerken van kaderafspraken in relatie tot de samenwerking bij gemengd woonprojecten (zie ook bijlage 3). • Uitvoeren van de nadere analyse van vragers (mensen met Pact-beschikking), bijpassend woonaanbod en oplossingen in nieuwbouw en eventueel bestaande voorraad. • Kansen benutten voor 'Tijdelijk onder dak' projecten. • Evaluatie en voortzetting urgentieregeling Wonen Eerst (Actieplan Housing First). • Verbeteren van de uitstroomregeling Pact voor Uitstroom. • Verkennen mogelijkheden Parentshouse.
Inschrijftijdverlenging Voor huishoudens met een inwonend kind die binnen de doelgroep van sociale huur vallen is er de mogelijkheid om tijdelijk inschrijftijdverlenging te krijgen, zodat een woning vinden binnen het vrijkomend aanbod mogelijk wordt. Tijdelijke huur en Tijdelijk onder dak Corporaties en andere vastgoedbeheerders verhuren woningen op grond van de leegstandswet (via leegstandsverhuurders zoals Ghapp en VPS). Via een bemiddelingsen ondersteuningsvorm als 'Tijdelijk onder dak' kunnen woningen die in afwachting van sloop of renovatie leegstaan, aan mensen verhuurd worden die dakloos zijn geworden maar wel zelfredzaam zijn. Deze vorm wordt nog niet toegepast in Haarlem, vanwege het feit dat er (nog) geen (geschikte) complexen van corporaties zijn die zich lenen voor deze verhuurvorm. Corporaties hebben uitgesproken wel bereid te zijn om mee te werken en we onderzoeken wel doorlopend kansen om dit innovatieve project in Haarlem mogelijk te maken, binnen of buiten de corporatievoorraad. NexT hotelappartementen Voor mensen met een midden en hoger inkomen die te maken krijgen met een scheiding zijn er de hotelappartementen van NexT.
Deze voorziening van 18 hotelappartementen (2, 3 en 4 kamers) aan de Ruychaverstraat is specifiek bedoeld voor een van de partners van getrouwde of samenwonende stellen die gaan scheiden of recent gescheiden zijn en die geen goede alternatieve verblijfsruimte kunnen vinden. Bewoners kunnen er op basis van een gebruikscontract maximaal een jaar verblijven. Volgens de verhuurder voorziet het complex in een vraag, er is een Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
3.4 Mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking In 2021 is door ABF Research een behoefteraming gemaakt voor de gehandicaptenzorg (GHZ) voor intramurale plaatsen voor mensen met een verstandelijke en een lichamelijk handicap (Wlz-zorg). Van deze groep wordt het merendeel gevormd door mensen met een verstandelijke beperking (96%). Uit deze behoefteraming ontstaat het volgende beeld voor Haarlem: Haarlem
2021
2030
2040
Groei 2021-2040
Vraag GHZ VG
590
620
660
70
Aanbod GHZ VG
365
375
400
35
Vraag GHZ LG Aanbod GHZ LG
50 5
50 5
55 5
5 0
Er wordt een beperkte groei verwacht naar de vraag onder intramurale zorg bij mensen met een verstandelijke beperking. De zorgaanbieders geven aan dat dit 17
overeenkomt met hun verwachting, de uitbreidingsbehoefte is beperkt. Wel wordt een groei voorzien in mensen met een licht verstandelijke beperking, zonder dat er sprake is van een specifieke woonvorm. Voor mensen met een fysieke beperking worden in de omgeving Raaks door Ymere via Fokus 16 woningen verhuurd aan mensen in een rolstoel. De bewoners krijgen assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) via Fokus, zoals aan- en uitkleden, toiletgang en eenvoudige verpleegtechnische handelingen. De ondersteuning bevindt zich in de omgeving van de woningen; de cliënt bepaalt wanneer, waarbij en hoe; 24 uur per dag, 7 dagen per week. Zo houdt de cliënt zelf de regie over zijn of haar leven. Daarnaast beschikken corporaties over woningen die rolstoelgeschikt zijn. Via het classificatiesysteem toegankelijkheid dat voor corporatiewoningen is ontwikkeld, kunnen mensen met verschillende Wmo-indicaties met voorrang een beroep doen op een bij de indicatie passende toegankelijke woning. Voor mensen met specifieke, complexe vragen worden door de gemeente en corporaties via maatwerk rolstoelwoningen toegewezen. Gelet op de specifieke vragen en lage mutatiegraad in de woningen is het soms ook noodzakelijk om woningen aan te passen. Er zijn daarnaast huishoudens die een hoger inkomen hebben dan het maximale inkomen dat recht geeft op sociale huur.
Het is voor een deel van deze huishoudens niet mogelijk om een woning buiten de sociale huur te vinden, zij zijn daarom toch aangewezen op het sociale huuraanbod. Gemeente en corporaties willen afspraken maken voor welke huishoudens ook een beroep kunnen doen op het aanbod. OPGAVE EN ACTIEPUNTEN: • Behoud van het huidige aantal woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking. • Behoud van het aantal rolstoelwoningen. • Met zorgaanbieders bespreken of en zo ja welke kwalitatieve opgave er is in het aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking en of/hoe dit kan worden ingevuld. • Nadere afspraken maken ten behoeve van voorrang voor mensen met een Wmoindicatie met een hoger inkomen voor sociale huurwoningen.
Gemeente Haarlem - Maatschappelijke Ondersteuning en Wonen
3.5 Kleinschalige woonvormen jeugd Voor de doelgroep kwetsbare jeugd ligt er vanuit jeugdhulp de opgave om enerzijds de instroom in de residentiële jeugdhulp te voorkomen of te beperken, en anderzijds om de bestaande accommodaties te transformeren. De transformatie richt zich op het ombouwen van grootschalige instellingen – zowel gesloten als open – naar kleinschalige woonvormen (kwv's) in de wijk, waar jongeren langer durend en ‘zo thuis mogelijk’ kunnen blijven wonen. Voor de gesloten jeugdhulp is het streven dat deze in 2030 geheel is afgebouwd. Het beperken van de instroom richt zich op het voorkomen van uithuisplaatsingen door extra inzet van intensieve ambulante hulp in gezinnen. Zowel in de thuissituatie als in kleinschalige woonvormen is het van belang dat jongeren kunnen doorstromen of uitstromen naar een volgende passende woonplek, al dan niet met een vorm van begeleiding. In de regio Zuid-Kennemerland/IJmond zijn nu drie kleinschalige woonvormen. De komende jaren zijn meer van dit soort huizen in de regio nodig, in de nabijheid van school, openbaar vervoer en wijkvoorzieningen, rekening houdend met de plek in een wijk of buurt. Het gaat dan om een zogenaamd moederhuis voor 4 tot 6 jeugdigen met idealiter een aantal studio’s in de buurt. Op regionaal niveau wordt een gezamenlijk plan van aanpak uitgewerkt voor de realisatie en spreiding van kwv's.