CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 3 - NvB zienswijzen gemeenteraad

commissie Beheer 5 maart 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Warmteprogramma 2026-2030 definitief vaststellen (RB)2.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3– Nota van beantwoording zienswijzen gemeenteraad In de raadsvergadering van 18-12-2025 zijn tien raadszienswijzen vastgesteld. Voorliggende nota bevat een reactie vanuit het College van B&W op deze zienswijzen en geeft aan hoe aan deze zienswijzen opvolging wordt gegeven. Nr. Zienswijzen a. Communicatie In de wijken waar geen warmtenet komt, kunnen bewoners zelf al volop aan de slag, ook zolang het wijkwarmteplan er nog niet is. Zet daarom, zodra het communicatiemateriaal (zoals de adreschecker) op orde is, vol in op communicatie in deze wijken. Laat bewoners weten wanneer ze een wijkwarmteplan kunnen verwachten, maar ook wat ze in de tussentijd al kunnen doen. Neem daarin de financiële voordelen van een warmtepomp mee.

b.

Betaalbaarheid Met een warmtepomp kunnen huishoudens jaarlijks honderden euro’s op de energierekening besparen. Breng dit actief onder de aandacht in de communicatie (inclusief de duurzaamheidslening), met name in de wijken waar geen warmtenet komt. Onderzoek ook de mogelijkheid voor het Haarlems Warmtebedrijf om in deze wijken warmte-as-a-service met een warmtepomp aan te bieden, speciaal voor

Reactie

Opvolging

In buurten waar individuele en kleinschalige collectieve oplossingen de voorkeur van de gemeente hebben, hoeven huis- en pandeigenaren niet te wachten op een Wijkwarmteplan. Een gunstig moment om een (hybride)warmtepomp te nemen is als de cv-ketel aan vervanging toe is of bij renovatie van de woning. O.a. met de adreschecker en communicatie hierover geven we bewoners en ondernemers duidelijkheid over wanneer het Wijkwarmteplanproces zal starten en wat ze in de tussentijd al kunnen doen. Ook communiceren we over de ondersteuning die al (doorlopend) geboden wordt via de doelgroepgerichte aanpakken.

Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: • Adreschecker met communicatiecampagne gaat op adresniveau inzicht geven over de Wijkwarmteplannen en over wat mensen in de tussentijd al kunnen doen. • Maatwerk ondersteuning is terug te vinden op de gemeentelijke website.

De totale eindgebruikerskosten van een volledige warmtepomp, inclusief isolatie over 30 jaar is in Haarlem gemiddeld genomen ongeveer gelijk aan de kosten voor een warmtenetaansluiting over diezelfde periode en in veel gevallen nog steeds duurder dan verwarmen met gas. Met een hybride warmtepomp is in veel gevallen wel te besparen op kosten. Dit kan daarom een zinvolle tussenstap zijn richting een volledige aardgasvrije woning. De gemeente kan echter

Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: • In de Wijkwarmteplannen wordt inzichtelijk gemaakt hoe inwoners in individuele / klein collectief buurten het beste de overstap kunnen maken. • Maatwerk ondersteuning is terug te vinden op de gemeentelijke website. • Het college onderzoekt de mogelijkheden voor warmte-as-a

huishoudens die opzien tegen de investering of tegen het aangaan van een lening.

geen generieke toezeggingen doen over besparingen voor huishoudens, omdat dat per huishouden zal verschillen. Wel kunnen bewoners maatwerkadvies inwinnen bij het Duurzaam Bouwloket. Dit is te vinden op de website van de gemeente.

service en komt hierop terug in de periodieke rapportages (P & C cyclus).

Het college gaat de komende maanden de mogelijkheden van warmte-as-a-service voor (lease) warmtepompen onderzoeken. In de Samenvatting van het Warmteprogramma staat dat het college de mogelijkheden onderzoekt van het verstrekken van tweedehandsketels als tussenoplossing. Deze passage is geschrapt. Wel onderzoeken we de mogelijkheden van lease cv-ketels, maar niet van tweedehands ketels. c.

Ondersteuning van kwetsbare bewoners De warmtetransitie vraagt ook wat van bewoners, en voor kwetsbare groepen (zoals ouderen) kunnen veranderingen in hun woning extra ingrijpend zijn. Daarom is het belangrijk dat corporaties, samen met de gemeente, actief inzetten op ondersteuning van deze bewoners. Maak daarbij gebruik van de kaders en instrumenten van het Algemeen Sociaal Plan (ASP) dat corporaties hanteren. Via dit plan kunnen bewoners goed worden begeleid, geholpen met praktische ondersteuning en voorzien worden van maatwerkafspraken wanneer aanpassingen in de woning nodig zijn.

In het overleg met de woningcorporaties over de Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: actualisatie van het Algemeen Sociaal Plan, geven de • In het Algemeen Sociaal plan en woningcorporaties aan dat maatwerk per warmteproject Sociaal Projectplan. wenselijker is. In het Sociaal Project Plan, een maatwerkplan gebaseerd op het Algemeen Sociaal Plan, kunnen dan specifieke aandachtspunten per renovatieproject worden meegegeven.

Voeg daarnaast expliciet toe dat ook de werkzaamheden en aanpassingen die voortkomen uit de aansluiting op het warmtenet onderdeel moeten worden van het Algemeen Sociaal Plan. Zo wordt geborgd dat bewoners (zeker de meest kwetsbare) niet alleen technisch maar ook sociaal goed worden meegenomen in het proces, en dat zij passende begeleiding en ondersteuning krijgen bij iedere stap in de overstap naar een andere warmtevoorziening. d.

Van juridische ‘vergewisplicht’ naar sociale garantie Het programma stelt dat de levering van aardgas pas stopt als de gemeente zich ervan ‘vergewist’ heeft dat er een alternatief is. De raad benadrukt dat deze vergewisplicht meer moet zijn dan een administratieve check of een afgevinkt dossier. Aandachtspunt: De raad verzoekt het college te borgen dat de vergewisplicht, bij geen response, een bezoek aan huis inhoudt om de situatie te bespreken, zeker bij kwetsbare huishoudens. Een juridische brief mag nooit leiden tot een koude woning bij inwoners die de transitie digitaal of financieel niet kunnen bijbenen.

Het borgen van de vergewisplicht in een belangrijk onderdeel van een Wijkwarmteplan. Die dient als onderbouwing van het wijzigen van het Omgevingsplan, dus de raad kan t.z.t. hierop toetsen. De waarborgen moeten gemonitord worden gedurende de uitvoeringsperiode. Als niet aan de waarborgen wordt voldaan bij geplande staking van de aardgaslevering, dan moet de periode hiervoor worden verlengd (=aanpassing Omgevingsplan).

Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: • In de Wijkwarmteplannen wordt samen met de buurt bepaald welke communicatie en ondersteuning nodig is voor de uitvoering van het plan. Extra aandacht en ondersteuning van kwetsbare huishoudens zal daar een onderdeel van zijn. • Het college ontwikkelt dit jaar een CRM-systeem om te kunnen volgen Een ander belangrijk onderdeel van een Wijkwarmteplan welke bewoners een brief of bezoek of is ondersteuning en waar nodig maatwerkbegeleiding. maatwerkadvies hebben gehad, welke Met een CRM-systeem gaat het college bijhouden bewoners maatregelen hebben wanneer huishoudens en bedrijven brieven, bezoeken genomen, waar speciale aandacht en advies hebben gehad, welke maatregelen zijn nodig is, etc. We nemen de raad mee uitgevoerd, of ze zijn aangesloten op het warmtenet of in de voortgang hiervan via de individueel van het aardgas af zijn gegaan, etc. Zo zien periodieke rapportages over het we welke huishoudens achterblijven en wordt geborgd warmteprogramma (P & C cyclus). dat niemand onverwacht in de kou komt te zitten. De gemeente heeft hierin een wettelijke zorgplicht.

e.

Gelijkwaardige ontzorging in ‘individuele wijken’ In wijken waar geen warmtenet komt, moeten bewoners zelf aan de slag met individuele of kleinschalige oplossingen. Wij constateren een risico op rechtsongelijkheid: bewoners in warmtenetgebieden worden volledig ontzorgd door het Warmtebedrijf, terwijl bewoners in 'individuele wijken' het zelf moeten uitzoeken. Aandachtspunt: De toezegging in de Nota van Beantwoording om 'Warmte-as-a-Service' te onderzoeken als tussenoplossing moet daadwerkelijk leiden tot een concreet aanbod. De raad ziet dit als een noodzakelijke voorwaarde om bewoners in individuele wijken niet aan hun lot over te laten, bijvoorbeeld wanneer hun CV-ketel stuk gaat voordat de wijk aan de beurt is.

Hierover is in het warmteprogramma bij individueel/klein collectief het volgende opgenomen: “Een belangrijk onderdeel van het Wijkwarmteplan is het bieden van gerichte ondersteuning en ontzorging bij het verduurzamen van de woningen en bedrijven. Die ondersteuning wordt nader ingevuld bij het maken van het Wijkwarmteplan, maar kan bestaan uit deskundig advies, collectieve isolatieaanpakken en collectieve inkoop van warmtepompen en ondersteuning bij financiering.” Het is dus zeker de bedoeling dat het college eigenaren/bewoners ontzorgen om de overstap te maken. Hoe dat er precies uitziet voor een buurt is maatwerk en dat spreken we af via het Wijkwarmteplan. Het college zal de mogelijkheden van warmte-as-aservice voor (lease) warmtepompen verder verkennen.

Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: • Het college verkent de mogelijkheden voor warmte-as-a service en koppelt de voortgang terug via periodieke rapportages over het Warmteprogramma. • In de Wijkwarmteplannen wordt inzichtelijk gemaakt hoe inwoners in individuele wijken het beste de overstap kunnen maken en op welke ondersteuning/ontzorging zij kunnen rekenen. • De passage over tweedehands cvketels in de Samenvatting Warmteprogramma wordt geschrapt.

Via de adreschecker gaat de gemeente ook informatie geven over wat te doen als een cv-ketel stuk gaat i.r.t. de programmering van de buurten. f.

Actieve oprichting en ondersteuning van buurtinitiatieven Niet elke wijk komt vanzelfsprekend tot een krachtig bewonersinitiatief. Juist in wijken waar de sociale cohesie of organisatiekracht minder groot is, dreigen bewoners achter te blijven of minder invloed te hebben op hun eigen wijkwarmteplan.

Buurtactivering is een belangrijk onderwerp in de totstandkoming van de wijkwarmteplannen evenals de uitvoering ervan. Echter, de insteek is niet om in iedere buurt een buurtinitiatief te starten. Wel is buurtactivering gewenst. Voor het opstellen van een Wijkwarmteplan denkt het college aan buurtorganisatievormen zoals meedenkgroepen, koplopersgroepen, buurtbijeenkomsten en digitale

Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: • Buurtactivering wordt opgenomen in de participatie- en inspraakplannen (PIP) bij de Startnotities van de Wijkwarmteplannen.

Aandachtspunt: De raad draagt het college op om niet afwachtend te kijken waar initiatieven ontstaan, maar actief te faciliteren bij de oprichting ervan. Zeker in wijken waar deze uitblijven, moet de gemeente proactief helpen met startbijeenkomsten, ambtelijke ondersteuning en middelen, zodat elke buurt een gelijkwaardige stem en organisatiekracht krijgt in de warmtetransitie. g.

h.

Realisme en innovatie rondom netcongestie De planning voor wijken met een individuele oplossing leunt zwaar op de aanname dat Liander vanaf 2028 (pagina 44-45 van het Warmteprogramma) voldoende netcapaciteit heeft gerealiseerd. Gezien de landelijke problematiek is vertraging een reëel risico dat de verduurzaming van hele wijken kan ophouden. Aandachtspunt: De raad vraagt het college niet blind te varen op de planning van de netbeheerder. Neem slimme netoplossingen (zoals buurtbatterijen, energiehubs en netbewuste sturing van warmtepompen) expliciet op als randvoorwaarde in de Wijkwarmteplannen. Zo voorkomen we dat gemotiveerde bewoners en initiatieven straks klaarstaan, maar ‘op slot’ gaan door een overvol stroomnet. Financiële sturing op deelnamegraad De gemeente wordt aandeelhouder van het Warmtebedrijf. Het grootste financiële risico voor de betaalbaarheid is een tegenvallende deelnamegraad en grote investeringslast, waardoor de kosten per aansluiting mogelijk stijgen.

manieren van participeren, zodat elke buurt wel een gelijkwaardige stem en organisatiekracht krijgt in de warmtetransitie. Passend bij de buurt worden de juiste gremia en instrumenten ingezet. Indien er vanuit de buurtactivering een volwaardig buurtinitiatief ontstaat, ondersteunen wij die aan de hand van onze Aanpak Buurtinitiatieven Energietransitie.

Het college herkent zich in de opgave waarvoor de netbeheerders staat gesteld en ziet slimme netoplossingen dan ook als belangrijke bouwsteen in de aardgasvrije opgave. Het college neemt, waar noodzakelijk, slimme netoplossingen mee bij het opstellen van Wijkwarmteplannen.

Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: • Slimme netoplossingen worden meegenomen bij het opstellen van Wijkwarmteplannen.

Een belangrijk onderdeel van de uitvoering is tevens het integraal programmeren van de uitvoering van het Warmteprogramma samen met Liander, zodat de gemeente tijdig kan inspelen op belemmeringen bij de uitvoering van een Wijkwarmteplan.

Het college neemt door de raad voorgestelde KPI’s op in de P&C-cyclus rapportage over het Warmteprogramma. Het college treft daarbij de volgende maatregelen om dit financiële risico te beheersen:

Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: • P&C-cyclus rapportage: KPI t.a.v. ontwikkeling van de aansluitgraad (participatie) en toekomstige investeringsvraag.

Aandachtspunt: De raad heeft kennisgenomen van de toezegging in de Nota van beantwoording op pagina 80, punt 5, om via de P&C-cyclus te rapporteren. De raad geeft mee dat in deze rapportages specifiek de ontwikkeling van de aansluitgraad (participatie) en toekomstige investeringsvraag expliciet moet worden opgenomen als kritieke prestatie-indicator (KPI), zodat de raad tijdig kan bijsturen als het draagvlak en de financiële lasten – en daarmee de betaalbaarheid – achterblijft

• •

•

•

i.

Aanhaken bij het Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland gaat een groengas installatie bouwen, waarbij ze verwachten vanaf 2030 6.7 miljoen m³ biogas en 3,7 miljoen m³ groen gas te gaan produceren uit slib. Hier kunnen we niet alleen de ketels mee stoken die de midden-

In de beginfase van een Wijkwarmteplan als mogelijk samenwerkingsafspraken maken met de grote verhuurders, grote VvE’s en eigen vastgoed. Gedurende het maken van het Wijkwarmteplan draagvlakonderzoek uitvoeren onder particulieren om hun houding t.o.v. een warmtenetaansluiting te peilen. Na besluitvorming over het Wijkwarmteplan zal aan woning-/pandeigenaren door het Warmtebedrijf Haarlem gefaseerd een aanbod worden gedaan en een overeenkomst afgesloten. Hierbij wordt in een CRM-systeem in beeld gebracht hoeveel woningen/panden voor een andere warmteoplossing kiezen (zoals een eigen warmtepomp). Clusters van straten die deelnemen worden binnen een afgesproken periode aangesloten. Door die gefaseerde wijze van contractering en aanleg wordt het financiële risico van de participatiegraad voor de business case beheerst. Monitoring en evaluatie is een belangrijk onderdeel van de uitvoering van het Warmteprogramma. Zo worden bijvoorbeeld aannames over aansluitgraad (conversiepercentages) per project getoetst en, indien nodig, bijgesteld.

Het college gaat dit verder verkennen met Hoogheemraadschap van Rijnland. Groen gas uit de AWZI kan interessant zijn voor zowel de piek- en backup van het warmtenet als voor bepaalde processen in de Waarderpolder.

•

•

In de Wijkwarmteplannen opnemen dat de gemeente en warmtebedrijf samenwerkingsafspraken maken met professionele partijen als mogelijk en een draagvlakmeting uitvoeren onder particulieren. Zorgvuldige monitoring met het CRMsysteem i.c.m. gefaseerd contracteren.

Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: • Het college gaat de mogelijkheden de komende maanden onderzoeken met het Hoogheemraadschap van Rijnland m.b.t. de groengasinstallatie. De raad wordt geïnformeerd over de voortgang

temperatuur warmtenetten gaan bijverwarmen en als back up dienen (in plaats van aardgas), maar het is misschien ook een oplossing voor het centrum. De raad stelt voor om erop in te zetten hierbij aan te haken

Vanuit andere sectoren is de vraag naar een duurzaam, hoogtemperatuur alternatief voor aardgas groot. Groengas is een van deze alternatieven. Bovendien geldt dat zolang groen gas schaars is, de prijs erg hoog blijft. Het ligt dan ook niet in lijn der verwachting dat groengas in de nabije toekomst ingezet kan worden voor de verwarming van individuele woningen in het centrum.

via de periodieke rapportages over het Warmteprogramma.

Het is wel de verwachting dat groengas wordt bijgemengd in het nationale gasnet. Dat zullen we nog een tijd gebruiken voor piek- en back-up installaties. Door in te zetten op een steeds groter/robuuster warmtenet met E-boilers en warmtebuffers, zullen we steeds minder piek- en backupinzet van gas nodig hebben. Het warmtebedrijf kan dan namelijk warmte maken in tijden van elektriciteitsoverschot, dat opslaan en gebruiken om piekvraag op te vangen. j.

Emissieloos alternatief Zet zoveel mogelijk in op een emissieloos alternatief. Vervang aardgas niet zomaar door iets anders dat CO2 uitstoot.

Het college werkt toe naar een aardgasvrije gebouwde Deze zienswijze wordt als volgt opgevolgd: omgeving en doet dat zoveel mogelijk emissieloos. In • In het Globaal Kavelplan werkt het het Omgevingsplan (bij aanwijzing van de buurt) komen Warmtebedrijf Haarlem de regels t.a.v. de minimale duurzaamheidsprestatie van de bronnenmix verder uit. Dit Globaal toegestane warmteoplossingen. Kavelplan wordt ter vaststelling aangeboden aan het college. Bij de ontwikkeling van warmtenetten zijn piek- en backupinstallaties benodigd voor de koudste dagen (veel vraag) of bij onderproductie van een bron (weinig levering). In het huidige ontwerp van warmtenetten zijn dit veelal nog ketels op aardgas. Richting de toekomst zullen ook deze installaties worden verduurzaamd door bijvoorbeeld in te zetten op groengas, E-boilers of warmtebuffers (zie ook zienswijze nr.11). Op de totale

energielevering van het warmtenet is dit circa 5-10% van het totaal op jaarbasis (bron: ontwerp warmtenet Meerwijk).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16629563/1