04 Bijlage 3 - Advies van de referendumcommissie (publiceerbaar)
Tekst van het document
Onderwerp: Advies referendumcommissie over het inleidend referendumverzoek betreffende het ontwerp raadsbesluit ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit. Parkeren in Haarlem’ Datum: 19 mei 2025 Geachte gemeenteraad, Op 6 mei 2025 is een inleidend verzoek bij de voorzitter van de raad ingediend voor het houden van een referendum over het ontwerp raadsbesluit ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit. Parkeren in Haarlem’ e.e.a. conform artikel 5 lid 2 van de Referendumverordening. Dit verzoek is vergezeld van meer dan 1.300 geldige ondersteuningsverklaringen, zoals vereist in artikel 5, eerste lid van de Referendumverordening Haarlem 2022. De bovengenoemde nota waarvoor dit verzoek tot het organiseren van een referendum is ingediend, staat op 28 mei 2025 geagendeerd ter besluitvorming in uw raad. Proces Nu het inleidend verzoek op de juiste wijze en met het vereiste aantal ondersteuningsverklaringen is ingediend, dient u in uw vergadering van 28 mei een besluit te nemen over het al dan niet inwilligen van het verzoek alvorens de onderhavige nota te behandelen. Artikel 2, tweede lid van de Referendumverordening geeft de gronden op basis waarvan een geldig ingediend inleidend verzoek tot het houden van een referendum kan worden afgewezen.
Op basis van artikel 4, eerste lid sub a onder i van de Referendumverordening adviseert de referendumcommissie u over de vraag of een ontwerp raadsbesluit is uitgezonderd van de onderwerpen waarover een referendum kan worden gehouden. Het advies over de uitzonderingsgronden In de Referendumverordening worden in artikel 2, tweede lid sub a t/m k de (ontwerp)besluiten genoemd waarover geen referendum kan worden gehouden. Voor het advies over de uitzonderingsgronden die van toepassing kunnen zijn op de nota ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit. Parkeren in Haarlem’ wil de referendumcommissie enkele opmerkingen maken over de gronden onder g, i en j. Dat de uitzonderingsgronden onder a t/m f en k niet aan de orde zijn is evident en zullen wij derhalve niet nader toelichten. Uitzonderingsgrond g Over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen is geen referendum mogelijk. De in de nota genoemde (parkeer)tarieven vormen echter niet het kernpunt of de doelstelling van het ontwerp raadsbesluit. Ze zijn bedoeld als instrument ten behoeve van
het (sectorale) beleid, en niet van de gemeentelijke financiën. Deze uitzonderingsgrond vormt dan ook geen belemmering voor het houden van een referendum. Uitzonderingsgrond i Er kan geen referendum worden gehouden over een besluit dat, naar het oordeel van de raad, zijn grondslag vindt in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden. Op 6 maart 2024 is in Haarlem een raadgevend referendum gehouden over de ‘Nota Uitwerking parkeerregulering: Uitbreiding betaald parkeren in Haarlem’. De uitslag van dit referendum was duidelijk: een ruime meerderheid van de kiezers sprak zich uit tegen vaststelling van de nota. Vanwege deze uitslag is de nota ingetrokken en heeft er geen besluitvorming over de nota plaatsgevonden in de raad. Er is dus geen sprake geweest van een genomen raadsbesluit over de nota, waardoor uitzonderingsgrond i niet van toepassing is. Deze uitzonderingsgrond vormt dan ook geen belemmering voor het houden van een referendum. Uitzonderingsgrond j Een referendum is niet mogelijk over besluiten die, naar het oordeel van de raad, gaan over een onderwerp waarover in de afgelopen vier jaar al een referendum is gehouden. Voor een motivering van het advies over deze uitzonderingsgrond volstaat een loutere duiding van het begrip ‘onderwerp’ niet.
Ook de gebeurtenissen in de afgelopen periode die hebben geleid tot het voorliggende ontwerpbesluit – waarover nu een inleidend verzoek tot het houden van een referendum is ingediend – zijn door ons betrokken en in de context geplaatst van het laatstgehouden referendum in Haarlem. De referendumcommissie wil haar advies over uitzonderingsgrond j gelaagd onderbouwen, waarbij wordt ingegaan op zowel de democratische functie van het referendum als de bestuurlijke en juridische afweging die deze uitzonderingsgrond met zich meebrengt. Haarlem kent een raadgevend referendum. Dit past binnen de spelregels van de representatieve democratie, waarin de volksvertegenwoordiging het primaat van besluitvorming heeft, maar inwoners via een referendum een duidelijke stem kunnen laten horen. Het referendum is een relatief zwaar democratisch instrument: het kent een formeel en langdurig proces, vergt organisatie en brengt de nodige kosten met zich mee. Daarnaast vraagt het initiatief van inwoners om aantoonbaar draagvlak via ondersteuningsverklaringen. Hiermee is een referendum een krachtig instrument dat, als het wordt ingezet, een belangrijk politiek signaal afgeeft – zowel door het initiatief zelf als door de uitslag. Dat signaal heeft in Haarlem in 2024 directe gevolgen gehad.
Naar aanleiding van het raadgevend referendum over de ‘Nota Uitwerking parkeerregulering: Uitbreiding betaald parkeren in Haarlem’ is de keuze gemaakt om de nota in te trekken. Vervolgens heeft de raad op 28 maart 2024 de motie ‘In gesprek met de stad’ aangenomen, waarin de raad het college heeft verzocht de bezwaren van inwoners nader te duiden en via participatie een
vernieuwd beleidsvoorstel te ontwikkelen. Deze motie vormde de directe aanleiding voor het opzetten van een participatief traject, bestaande uit: • 13 wijkgesprekken waaraan 312 inwoners hebben deelgenomen; • een digitale raadpleging met meer dan 10.000 deelnemende huishoudens; • een burgerberaad met 84 inwoners dat adviezen heeft uitgebracht. De opbrengst van dit traject vormt mede de inhoudelijke basis onder het ontwerpraadsbesluit ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit. Parkeren in Haarlem’. Hoewel de nieuwe nota op enkele punten is aangepast ten opzichte van de eerder voorgelegde nota – denk aan het verhoogde omslagpunt voor gereguleerd parkeren (van 85% naar 95%), het gefaseerd invoeren van vergunningenplafonds en het toegevoegde stoplichtmodel – blijft de kern van het beleid onverminderd gericht op de uitbreiding van gereguleerd parkeren in Haarlem. Naar het oordeel van de referendumcommissie is daarmee sprake van beleidsmatige continuïteit. De aanpassingen zijn inhoudelijk relevant, maar zijn niet van zodanige aard dat gesproken kan worden van een nieuw ‘onderwerp’. Het voorliggende besluit betreft hetzelfde onderwerp als waarover in 2024 reeds een referendum is gehouden. Het in 2024 gehouden referendum heeft geleid tot intrekking van (concept-)beleid, (aanvullende) participatie en inhoudelijke aanpassingen.
Daarmee heeft het democratische instrument ‘referendum’ gefunctioneerd zoals beoogd: het heeft inwoners in staat gesteld hun stem te laten horen en daarmee invloed uit te oefenen op het besluitvormingsproces van de raad. De gemeenteraad heeft bij de herziening van de Referendumverordening eerder dit jaar uitzonderingsgrond j toegevoegd met het expliciete doel om zogenoemde loops – herhaalde referenda over hetzelfde onderwerp – te voorkomen. Hiermee wordt voorkomen dat het referendum als participatie-instrument zijn doel voorbijschiet, overbelasting van het besluitvormingsproces veroorzaakt en op gespannen voet komt te staan met het representatieve systeem. Uitzonderingsgrond j biedt de raad daarmee de ruimte om te beoordelen of een referendum opnieuw gerechtvaardigd is, gelet op eerdere besluitvorming, de al geboden participatie en de democratische legitimiteit van het traject. De referendumcommissie komt op basis van bovenstaande overwegingen tot het oordeel dat het huidige ontwerp-raadsbesluit ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit. Parkeren in Haarlem’ naar inhoud en context beschouwd, gaat over hetzelfde onderwerp als waarover in 2024 al een referendum is gehouden. Een tweede referendum over dit onderwerp binnen een termijn van vier jaar acht de commissie in strijd met de bepalingen en de geest van de referendumverordening.
Daarmee is uitzonderingsgrond j van toepassing en vormt deze grond een belemmering voor het houden van een referendum over het voorliggende besluit. Juridische zorgvuldigheid bij besluitvorming Mocht uw raad het advies van de referendumcommissie overnemen en besluiten het inleidend verzoek af te wijzen, dan is het van belang dat dit besluit juridisch deugdelijk is onderbouwd. Tegen het besluit om het inleidend verzoek af te wijzen staan bezwaar en
beroep open. In dat licht is het wenselijk dat de motivering van uw besluit zorgvuldig is opgesteld, waarbij u kunt verwijzen naar dit advies van de referendumcommissie. Daarnaast is het raadzaam dat de argumentatie in het raadsbesluit desgewenst ook juridisch wordt getoetst. Conclusie De referendumcommissie adviseert u het inleidend verzoek tot het houden van een referendum over de nota ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit. Parkeren in Haarlem’, op grond van artikel 2, lid 2, sub j van de Referendumverordening Haarlem 2022, af te wijzen. Wij stellen vast dat het voorliggende ontwerp raadsbesluit handelt over hetzelfde onderwerp als de ‘Nota Uitwerking parkeerregulering: Uitbreiding betaald parkeren in Haarlem’ uit 2023 waarover op 6 maart 2024 reeds een referendum is gehouden. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zijn vanzelfsprekend bereid tot nadere toelichting indien gewenst. Met vriendelijke groet, René van der Linden Voorzitter referendumcommissie