CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

04-15 Transcript Commissie Bestuur

commissie Bestuur 15 april 2021, gemeente Haarlem27.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

34

De heer Trompetter: Dat zou zomaar kunnen zijn, als het gaat … Ik heb een echo. Het zou zomaar kunnen zijn dat het gaat om autodelen, zeg maar als het gaat om wat we nu kennen zoals Greenwheels, die ook op CO2uitstotende brandstoffen rijden, maar dit is een elektrisch autodeelproject waarvan ik nog geen ander voorbeeld ken. Dus uw vraag verandert mijn standpunt niet. Ik wil nog even verder gaan. Actiepartij gaat dus voor optie 2, het voorstel van het college, dus wel de regie voeren, faciliteren en het stimuleren. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Uw spreektijd is helaas op. Dan geef ik nu graag het … Mevrouw …: Mijnheer Smit heeft een interruptie. Hij zegt een interpellatie, maar ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Mijnheer Smit, u zegt dat u een interpellatie heeft, maar ik denk dat u interruptie bedoelt? De heer Smit: Ja, sorry. Ja, ik word wat minder scherp nu. Neemt u mij niet kwalijk, mevrouw de voorzitter. Een interruptie op mijnheer Trompetter en op mijn collega Rutten, daar deel ik de opmerking mee. Parallel vanavond in de commissie Beheer wordt de notitie over mobiliteit behandeld en daarin geeft CE Delft aan dat – en ik gebruik iets andere percentages dan mijnheer Rutten – de carsharing met elektrische auto’s maximaal 0,3 procent kan bijdragen aan de vermindering van de CO2-uitstoot.

Dus ik raad u aan dat in ieder geval even te gaan bekijken. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Trompetter was uitgesproken. Dan ga ik door naar de volgende bijdrage van mevrouw Van der Windt, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. D66 is een groot voorstander van initiatieven die de leefbaarheid ten goede komen en die bijdragen aan de klimaatambities van Nederland in het algemeen, en Haarlem in het bijzonder. De insprekers hebben in elk geval duidelijk gemaakt dat er, in elk geval in het Ramplaankwartier, behoefte is om het parkeren van de auto op straat terug te dringen. Mijn eerste vraag aan de wethouder is dan ook: pakt u die handschoen op, en welke maatregelen gaat u nemen om die buurt daarbij te ondersteunen? Dan naar de inhoud. D66 heeft desalniettemin grote aarzelingen bij het regiescenario van het college rondom iZoof. Dat komt door het volgende. Het faciliteren van elektrische deelauto’s is, zoals het college ook terecht stelt op de notitie, op zichzelf onvoldoende om ervoor te zorgen dat mensen afstand doen van hun eigen auto. Daarvoor is allereerst duidelijk stedelijk beleid voor nodig, zoals het ontmoedigen van parkeren, bijvoorbeeld door overal betaald parkeren in te voeren en het aantal vergunningen te beperken, het verbeteren van openbaar vervoer en het terugdringen van autovervoer. Dat beleid ontbreekt op dit moment.

Dat is ernstig, omdat uit verschillende onderzoeken is gebleken dat zonder dit beleid het faciliteren van deelauto’s juist leidt tot meer auto’s en meer kilometers. De deelauto’s concurreren dan met name met het openbaar vervoer. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het debacle met Vélib’ en Autolib’ in Parijs. Dus als het college het autoverkeer wil terugdringen – en dat is zeker te prijzen – dan is het noodzakelijk dat er eerst duidelijk beleid is dat het bezit van auto’s ontmoedigt, waarbij gelijktijdig wordt ingezet op alternatieven. Niet geld steken in carsharing, zonder ontmoedigend beleid. Dat werkt bewezen niet. Sommige insprekers hebben erop gewezen dat 63 procent van de Haarlemmers buiten de eigen regio werkt. Voor die groep is iZoof niet een goede oplossing, omdat een iZoof-auto dan gedurende de werkdag vele dure uren stilstaat in een nietaangesloten gemeente, waar niemand gebruik kan maken van die iZoof-auto. Een carsharebedrijf met een landelijke dekking zou dan wel zin hebben, omdat de auto dan door een bewoner van die andere gemeente gedurende de dag gebruikt kan worden. D66 vraagt zich dan ook op de inhoud af of een specifiek lokaal initiatief als iZoof wel echt bijdraagt aan de oplossing. Dan bestuurlijk, en dan kom ik echt bij het punt waar het echt lastig wordt.

Want deze manier van autodelen, zoals die nu wordt voorgestaan, wordt ons niet gepresenteerd door een commerciële partij zoals bijvoorbeeld felyx met die elektrische scooters, of

35

Greenwheels, car2go, SnappCar, MyWheels, of een van die andere aanbieders, maar door een volle dochter van een overheids-nv, die bovendien een stevige ambitie heeft om de stad de komende jaren vol te zetten met deelauto’s. D66 vraagt zich dan ook af of de nieuw te werven deelnemers ook zo graag in het buurtinitiatief willen stappen, waarbij zij met hun buren zelf verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de auto en daar twee uur per week in willen steken. D66 kan zich voorstellen dat veel huishoudens daar helemaal geen zin, laat staan tijd voor hebben. Dan wil ik ook meegeven aan met name de schriftelijke insprekers die duidelijk maken dat zij heel graag een auto willen wegdoen om te gaan autodelen: als u zich morgen met uw buurtgenoten meldt bij een van die aanbieders die ik zojuist heb genoemd, dan wordt u echt met open armen ontvangen en wordt alles snel in orde gemaakt. Waar ik wel benieuwd naar ben, en dat hoor ik graag van de wethouder: werkt het college in zo’n geval dan ook mee om ervoor te zorgen dat eventuele parkeervergunningen snel in orde worden gemaakt? D66 heeft de indruk dat het college en Spaarnelanden de opzet van de activiteiten nog niet goed beoordeeld hebben aan de hand van de beslisboom Wet Markt en Overheid, de Mededingingswet. Dat kan vervelende gevolgen hebben wanneer uiteindelijk sprake zou blijken te zijn van concurrentievervalsing.

Klopt het dat die analyse ontbreekt, en waarom dan? Ik wijs er verder op dat de gemeenteraad een statutenwijziging, waarbij Spaarnelanden de mogelijkheid krijgt om ook vervoersdingen te doen, niet heeft goedgekeurd en dat het college de toch wat schimmige situatie rondom die wijziging maar laat voortduren. Wat is de gedachte van het college nou bij die statutenwijziging, hoe gaan we dat ooit oplossen en kan de raad daar iets over zeggen? En Spaarnelanden is van plan – en hoewel ook dat niet helemaal uitgedacht is – om iZoof in een dochtermaatschappij onder te brengen. Dat betekent ook dat iZoof het geld voor de investeringen alleen kan lenen van Spaarnelanden, of van externe partijen. Maar een externe partij zal daarvoor altijd een concerngarantie of een 403-verklaring vragen. Geen enkele commerciële partij leent geld aan een lege bv en dat betekent dat het eventuele falen van iZoof – en mevrouw De Raadt heeft net heel mooi uitgerekend dat dit model pas rendabel is bij 10.000 huishoudens, dus die kans is niet gering – ook gevolgen heeft voor Spaarnelanden en daarmee voor de gemeente. D66 is dus hierop tegen, zeker wanneer er volwaardige marktinitiatieven zijn. En die zijn er.

Wij vragen ons dan ook af waarom het college het meest logische, namelijk een vijfde scenario niet heeft overwogen, namelijk de verkoop van de huidige iZoofactiviteiten aan een commerciële partij die verder aan de gang kan gaan met deze businesscase en die hopelijk ook tot een succes kan maken. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Dank u wel. Er werden al een hoop behartigenswaardige dingen gezegd. Ik zou daar het volgende aan willen toevoegen. Als iZoof duidelijk goedkoper zou zijn, zou er inderdaad snel sprake zijn van ongeoorloofde staatssteun. Marktconforme tarieven aanbieden betekent echter dat iZoof vol moet concurreren met bestaande en nieuwe aanbieders, want we mogen ook niet zomaar zeg maar iZoof een monopoliepositie geven in de stad. Nou, dan ga je dus in een concurrentiesituatie terechtkomen waar Spaarnelanden, de gemeente Haarlem, of de coöperatie volgens ons totaal geen vaardigheden voor hebben. Het is ook opvallend dat marketingkosten totaal niet in de businesscase zitten. Een teken dat dit aspect volledig onderschat wordt. Dat mensen vanzelf toestromen, aangetrokken door het warme coöperatiegevoel en een brandend verlangen om hier vrijwilligersuren in te gaan steken, lijkt Hart voor Haarlem op langere termijn twijfelachtig.

De Rijdende Rechter krijgt het druk en misschien dat iZoof daar dan alvast een autootje voor moet reserveren. Als we het trouwens over de langere termijn hebben, stel in het omgekeerde geval dat iZoof een gillend succes wordt. Dan stuit Spaarnelanden op een gegeven moment op de 20 procentgrens van toegestane commerciële activiteiten. De ambtenaren in de technische sessie gaven ook aan dat verzelfstandiging of verkoop dan alsnog onvermijdelijk wordt. Waarom dan deze risicovolle tussenstap van de pop-uponderneming iZoof? Wellicht om het adoptieproces van deelmobiliteit te versnellen. Versnelling is

36

slechts van twee zaken afhankelijk: parkeerplaatsen en laadpalen. Als de gemeente Haarlem deze gaat regelen, kan iedere commerciële aanbieder er een succes van maken. Daar is iZoof helemaal niet voor nodig. Wat betreft Hart voor Haarlem is het dan ook ja tegen parkeerplaatsen met laadpalen voor elektrische mobiliteit. Hier zien we ook wel een rol voor Spaarnelanden om dit in regie te organiseren en te onderhouden. Hart voor Haarlem ziet geen toegevoegde waarde in iZoof en vindt het opzetten van deze tijdelijke onderneming een oneigenlijke, risicovolle en onnodige rol voor de gemeente Haarlem. We kiezen daarmee voor scenario 4, uitstappen en leerpunten van de pilot gebruiken om marktpartijen uit te nodigen verder aan de versnelling bij te dragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer IJsbrandy. U bent door uw tijd heen overigens. Mijnheer Van den Doel, gaat uw gang. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn voor scenario 2, het mag duidelijk zijn in mijn interrupties al, omdat wij vinden dat als mensen, de bewoners van Haarlem, zo intensief betrokken zijn bij een deelauto, dat we dat echt alleen maar kunnen toejuichen. En dat Spaarnelanden als partner daarvoor gezocht wordt, heeft ook vooral te maken met de laadinfrastructuur, dus dat zijn de dingen die van belang zijn.

We kijken uit over zeeën van blik in elke straat waar je kijkt in Nederland en in Haarlem, zeeën van blik en daar willen ze iets aan doen. Ze willen groen teruggeven aan de straat, ruimte aan de straat. Ze willen sociale cohesie, het is al vaak gezegd vanavond. Dat is wat iZoof probeert te doen. Niet zomaar een commercieel autodeelproject, maar iets wat de bewoners daadwerkelijk motiveert om mee te doen en om elkaar op te zoeken en daarmee de stad leefbaarder te maken. Want dat hoor ik nergens, commerciële activiteiten of commerciële aanbieders, die kunnen ook meedoen, maar die zijn helemaal niet geïnteresseerd in een sociale cohesie, die zijn niet geïnteresseerd in leefbaarheid van de straat, die zijn niet geïnteresseerd in leefbaarheid van de stad, die zijn alleen maar geïnteresseerd in een winstcijfer. En elke onderneming moet winst draaien, maar dit gaat echt van onderaf en daarom vinden wij het ongelooflijk belangrijk dit te steunen. De nv heeft naar de businesscase en de financiering en de juridische status gekeken, de gemeente heeft ernaar gekeken, hebben dat allebei goedgekeurd, dus wat ons betreft scenario 2. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel, u heeft een interruptie van de heer Rutten.

De heer Rutten: Mijnheer Van den Doel, kent u Lynk&Co? Waarbij je een auto leaset voor 500 euro, maandelijks opzegbaar, en te delen met iedereen waar je daar van tevoren afspraken over maakt. Past helemaal in uw beeld, want je bent dan niet aan een commerciële partij overgeleverd. Het zijn hele mooie initiatieven die uit de markt ontstaan, juist ook om dat vermeende, een soort van eigenaarschap voor die auto en het samen delen van die auto te faciliteren. Dus waarom moet dat door de overheid verder gestimuleerd worden? Los van die infrastructuurvraag, maar waarom moet de overheid daar verder een rol in spelen en laten we ook dat soort dingen niet over aan de markt? Precies ook in de behoefte die er in de markt is, zoals in dit geval mevrouw De Raadt ook heeft blootgelegd, dat we dat eigenlijk niet eens weten hoe groot die behoefte is. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ik denk dat het van belang is als de overheid sommige initiatieven stimuleert, waarbij je merkbaar ziet dat de markt het niet overneemt. Ik zie bijna nergens echt zo’n initiatief opduiken en hier hebben we al drie jaar lang mensen die het willen doen. We hebben het twee jaar lang kunnen vertragen met zijn allen, anders had dit al lang tot wasdom kunnen komen en nu staan ze nog steeds aan het begin. Dus ik

37

denk dat, het blijkt dat nergens in de stad een autodeelinitiatief met elektrische auto’s is, anders dan iZoof. Dus I rest my case. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Doel. Dan ga ik nu door naar de laatste spreker. Mijnheer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Concern control heeft geen informatie over iZoof, anders dan de businesscase. Dat moet OPHaarlem constateren. Vragen van ons over informatie achter de cijfers kan concern control niet geven. Feitelijk kan concern control het college niet, en ook de gemeenteraad niet informeren over de deelnemingen van de bv of bv’s van Spaarnelanden. Want die bevinden zich volledig buiten het zicht van de gemeenteraad – collega, Van den Doel, dat geef ik u even mee – en hoeveel erin omgaat, zien en weten we nu ook straks niet. Weten we nu niet en straks niet. De bv is feitelijk de overheid niet. De vormgeving van de businesscase en van de uitvoering van het beoogde bedrijfsproces zijn niet aanwezig geweest bij de technische sessie. Volgens OPHaarlem schuurt er dan wat. Inmiddels heeft de fameuze enquête van iZoof in en over de pilot bijzondere dimensies gekregen. Zelfs de bezwarencommissie en de bezwaarmakers tegen het verkeersbesluit iZoof hebben de enquête niet gekregen. Niemand heeft hem gekregen.

Ook is er nog steeds de bezettingsgraad tijdens de pilotfase niet onderbouwd en nog steeds is het aantal auto’s in het Ramplaankwartier en ‘…’wijk evenredig met de toename in de stad meegegroeid en niet afgenomen, zoals gesuggereerd door Ons Buurtschap. En nu OPHaarlem op details in wil gaan, mag ik niks zeggen over de ins en outs van de businesscase. Het is een gotspe. Gelukkig mocht een van de insprekers het wel, en daar zou ik ook even op één punt gebruik van maken. Het gebruik van deelauto’s, constateert men in zijn algemeenheid, gaat ten koste van het ov en niet van het autogebruik. CE Delft – en ik heb het net even gezegd in de interruptie – heeft voor de gemeente Haarlem berekend dat het gebruik van deelauto’s kan leiden tot een maximale CO2-reductie van 0,3 procent, zie de stukken van de commissie Beheer van vanavond. Als de heer Heijstek, in dienst bij iZoof Spaarnelanden, mag zeggen dat het uurtarief iets stijgt, dan heb ik het recht om te constateren dat ik berekend heb dat het uurtarief niet of nauwelijks stijgt. De coöperatieve vereniging wordt in de bv ingeschoven en de leden ervan hebben meer taken dan rechten, en er lijkt een naam in omloop van de beoogde voorzitter van de coöperatie vanuit de gelederen van Spaarnelanden. De uitvoeringsrichting van het beleid in de cv is nu al gegeven in de businesscase.

De cv lijkt te worden aangestuurd door de bv binnen de deelnemingen van Spaarnelanden, waar ik – ik zeg het nog maar een keer – de raad geen enkel zicht op heeft. Ons Buurtschap en coöperatieve vereniging, een bv, de voor ons onzichtbare verwevenheid, leidt naar Spaarnelanden die alle touwtjes in handen heeft c.q. krijgt of houdt. Conclusie: er moet heel veel voor ons verborgen blijven en onze controlerende rol wordt feitelijk tegengewerkt. De exploitatie lijkt in elkaar gesleuteld te zijn om te kunnen kloppen, maar onderbouwing wordt gemist. Krijgen we niet. Vindt de wethouder dat de raad de controlerende rol met betrekking tot iZoof naar behoren kan uitoefenen? OPHaarlem is tegen het omzetten van de pilot in een langjarige ondernemingsvorm, aangestuurd door Spaarnelanden. En voor de duidelijkheid, OPHaarlem is ook tegen het concept iZoof, met marktvervalsing. Kortom, OPHaarlem wenst geen betrokkenheid bij iZoof en kiest voor variant 4. Ook willen wij Spaarnelanden, dat hebben meerderen gezegd, terug op het goed uitvoeren van de kerntaken. Carsharing en vele andere vormen van sharing kunnen door de markt uitstekend vormgegeven worden. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Daar geef ik nu graag het woord aan de wethouder.

En met de toevoeging: we hebben nog veertien minuten om dit onderwerp af te ronden, aan het laatste onderwerp van deze agenda komen we helaas niet meer toe, dus ik geef dit alvast even mee. Wethouder, gaat uw gang.

38

Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter. Ik ben sinds een tijdje aandeelhouder van Spaarnelanden, die rol vervul ik in ieder geval in het college, maar ik ben natuurlijk ook vooral wethouder van Ruimtelijke Ordening. In een stad die schreeuwt om ruimte is het gewoon zoeken naar ruimte soms en dan is het denk ik heel mooi een verhaal te horen van een van de inspreker die zei: er zijn auto’s weg uit mijn straat, waardoor mijn kinderen kunnen stoepranden. Nou, ik denk dat dat een prachtig vooruitzicht is en dat ook echt iets is waar we naar Haarlem moeten streven. De auto in Haarlem neemt heel veel ruimte in, heel veel ruimte die eigenlijk nodig is om te vergroenen, voor ruimte voor spelen. En we weten met zijn allen dat auto’s, en nu even de particuliere auto wel een van de grootste ruimtegebruikers is, ook ten opzichte van andere vormen van mobiliteit, onder andere deelmobiliteit. Dus dat is de opgave waarvoor we staan als stad, de maatschappelijke opgaven en die is denk ik ook op een goede manier ook verwoord in het mobiliteitsbeleid waarin we zeggen: de rol van de auto moet wat kleiner, moet wat kleiner worden en dat is mooi, want dan ontstaat er ook ruimte voor andere dingen. De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, eerst een punt van de orde.

We gaan het niet meer over het referendum hebben? Want dan kan ik al onze spreektijd hier gebruiken. Stop de tijd. De voorzitter: Ik vrees dat u gelijk heeft, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Nou, dan een interruptie. Uw wethouder Berkhout-collega, die moet nog steeds twee P+R-parkeergarages aanleggen volgens het beleidsplan van 2019. Dat zou natuurlijk ook wel schelen. Waarom gebeurt dat dan niet, als u het zo belangrijk vindt dat er minder auto’s komen? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Roduner: Nou, u kunt volgens mij blij met mij zijn, want in ieder geval in mijn visie voor Oostpoort zit een P+R, alleen die moet nog wel betaald en gebouwd worden door een partij, maar in ieder geval ruimtelijk is daar rekening mee gehouden bij de Oostpoort. Dus dat is even hoe wij dit initiatief ook vanuit een maatschappelijke meerwaarde bekijken en het is heel fijn denk ik te horen, al die bewoners die gelukkig zijn, tevreden zijn en betrokken zijn. Want dat is denk ik ook goed dat mensen zeggenschap krijgen over hun omgeving, zich betrokken kunnen voelen bij hun wijk en zich ook betrokken kunnen voelen bij de opgave die we hebben als stad, namelijk vergroenen, auto’s de straat uit en andere vormen van mobiliteit.

Ik hoor wel heel veel kritische geluiden vanuit de commissie, dus u zegt eigenlijk: is dit nou een taak voor Spaarnelanden? Dat is misschien nog wel even een puntje om … Ik zie overigens een interruptie, voorzitter. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Rutten. Mijnheer Rutten, gaat uw gang. De heer Rutten: Voorzitter, ik begrijp iets niet helemaal van wat de wethouder zegt. Hoor ik u nou uw argumentatie, u bent aandeelhouder in Spaarnelanden, dat is uw rol. U hoort daar op de centen te passen van de Haarlemmers en u vindt nu uw argumentatie om scenario 2 hiervoor te optimaliseren in uw portefeuille Ruimtelijke Ordening. Begrijp ik het goed? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Roduner: Een publiek aandeelhouderschap heb je altijd met een maatschappelijk doel. Dus niet, wij zijn geen belegger als gemeente, wij zitten niet te investeren in de AEX. Wij hebben deelnemingen, omdat

39

we vinden dat dat bijdraagt aan onze maatschappelijke doelen, dat is de reden waarom wij bedrijven hebben. En binnen dat bedrijf kijk je ook naar: hoe doe je dat op een zorgvuldige manier waarbij het bedrijf ook voldoende rendement haalt om het voortbestaan te geduren, hè? Dus het is ook belangrijk om rendement te maken, uiteindelijk ook voor het voortbestaan van het bedrijf en ook te zorgen dat het kapitaal wat wordt ingelegd ook op een goede manier rendeert voor de samenleving. Maar we hebben geen bedrijven om winst te maken, dat is een substantieel verschil, dus het moet altijd gemotiveerd zijn vanuit het beleid wat we met elkaar hebben vastgesteld, want anders hadden we net zo goed aandeeltjes KPN kunnen kopen. De heer Rutten: Maar voorzitter, dan begrijp ik het nog niet, want we hebben Spaarnelanden voor twee kerntaken. Daar hebben we het ooit voor opgericht. En ze gaan andere dingen doen en u gaat nu uw ruimtelijke ordening-portefeuille gebruiken om te vergoelijken dat daar andere dingen gebeuren. U bent mij kwijt, hoor, daar. Wethouder Roduner: Ik was van plan door te gaan naar de rol van Spaarnelanden. Ik denk dat u dat dan ook breder moeten bekijken. Kijk, als wij veertig jaar geleden met elkaar hadden voorzien dat de NS een snackbarhouder zou worden, pasta zou verkopen, hamburgers zou verkopen, dan hadden we elkaar misschien wel voor gek verklaard.

En toch heeft de NS ‘…’ hebben ze een hamburgerketen, hebben ze de AH to go, hebben ze Julia’s, dus een hele hoop aan andere activiteiten ontplooid. Waarom? Omdat dat bijdraagt uiteindelijk aan de beleving van de klant en bijdraagt aan de brede taak die zij hebben. Ik denk ook dat we de rol van Spaarnelanden in de komende toekomst ook wel in een bredere taakopvatting moeten gaan zien. Ze zijn de regisseur van de openbare ruimte, zijn onze belangrijkste partij in de openbare ruimte van deze stad. En niet te vergeten, als we het over mobiliteit hebben, ze beheren gewoon onze parkeergarages. Dat is een hele belangrijke, onderhouden van onze parkeervoorziening in de stad, die schaarse parkeervoorzieningen, dus ik vind het helemaal niet onlogisch dat er ook gekeken wordt naar andere vormen van mobiliteit die kunnen bijdragen aan die brede blik. Dat is wel waar we als stad voor staan om die hele openbare ruimte integraal te bekijken en niet zeggen: u beperkt zich maar even tot afval rapen. Nee, de openbare ruimte is echt wel meer dan dat. Dus ik denk, vanuit dat ‘…’ ben ik ook blij dat Spaarnelanden in ieder geval zich betrokken heeft getoond bij dit bewonersinitiatief, dus te kijken of in een pilot dit op een goede manier ingepast kan worden. Ik denk dat dat een goede manier is om … Ook omdat de bewoners gewoon het vertrouwen genieten in Spaarnelanden.

Spaarnelanden geniet het vertrouwen van de bewoners en dat is blijkbaar, heb ik in ieder geval ook van de bewoners vandaag gehoord, nodig om het uiteindelijk tot een succes te maken. Toch is het dan lastig om te kijken: hoe verder? Want ik hoor heel veel volgens mij van u zeggen: nou, wij zien die rol van Spaarnelanden eigenlijk niet. Nou, ik denk dat u dat op zich breder zou kunnen bekijken. Ik hoor ook een partij zeggen: wij moeten het helemaal zelf doen, dus even los van Spaarnelanden, wij zouden het ook als gemeente helemaal zelf willen doen. Dan zou je misschien een andere nv moeten oprichten, of een andere bv met bewoners moeten oprichten om dat te gaan doen. Dan denk ik: dan maken we het misschien onszelf wel heel erg ingewikkeld. Als we het belangrijk vinden met elkaar en we hebben een partner die dit kan en we hebben een partner die hiermee bezig is en zich wil ontplooien, laten we daar dan ook gebruik van maken en laten we dan niet zelf nog iets nieuws gaan verzinnen, maar laten we dan proberen ook met die partner te komen tot iets wat waardevol is. Dus dat is even hoe ik in ieder geval aankijk tegenover het idee van de Partij van de Arbeid. Ja, we kunnen weer iets nieuws gaan doen, maar dit is nu wat voorligt en dit is nu waar ook de energie op zit en daar waar ook een concreet voorstel ligt.

De Actiepartij had een vraag over de uitrol van de iZoof, de infrastructuur. Dat proberen we gelijk op te laten gaan, wethouder Berkhout is ook proberen bezig om daar wat proactiever te zijn in het uitrollen van laadinfrastructuur. D66 had de vraag: hoe gaan we nou zorgen dat die auto van de straat af komt? Nou ja, in het nieuwe mobiliteitsbeleid wordt ook gesproken over het invoeren van gereguleerd parkeren, heeft u zelf ook aangegeven. Dat is natuurlijk een hele goede manier om mensen

40

toch wat bewuster te maken van of ze die auto wel nodig hebben. Dat is dan misschien wel de stok en dan laat iZoof vooral de wortel zijn waarmee we de bewoners ook wat teruggeven en ook een goed alternatief bieden. Dus ook als er voorzieningen, als er andere partijen komen die zeggen: we willen graag daarmee aan de slag. Dan gaan we ermee aan de slag en kunnen ook andere partijen een plek krijgen in die openbare ruimte, dat staat ons verder niet in de weg. De voorzitter: Wethouder, u heeft twee interrupties. Eerst een interruptie van de heer Sepers en daarna een interruptie van mevrouw Van der Windt. Mijnheer Sepers, gaat uw gang. De heer Sepers: Dank u wel, voorzitter. De wethouder zegt net dat ons voorstel ertoe leidt dat er weer een andere juridische entiteit zou moeten worden opgericht om dat te doen. Dat is helemaal niet onze bedoeling. Onze bedoeling is dat de gemeente zelf in rechtstreeks contact met die coöperaties van bewoners in diverse wijken en buurten nagaat hoe de gemeente kan faciliteren. Dat heeft te maken met laadpalen, dat kan te maken hebben met parkeerplaatsen. Maar dat is helemaal niet bedoeld om er weer een of ander nieuwe organisatie tussen te zetten. Nee, het is een eigen taak van de overheid, van de gemeentelijke overheid om daarmee aan de slag te gaan. Dat is onze intentie, dus ik wil daar graag een reactie van de wethouder op.

De voorzitter: Mevrouw Van der Windt, u kan daar gelijk achteraan, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Mijn vraag was, want u zegt: mensen kunnen dan kiezen of ze gaan voor iZoof met die participatie van twee uur per week en alles daarbij. Maar op het moment dat er echt nog concurrentie ontstaat en ik vraag me serieus af hoeveel mensen daadwerkelijk bereid zijn om in zo’n coöperatie te stappen. Dat maakt de businesscase nog onwaarschijnlijker, want dan heb je niet alleen 10.000 gezinnen of huishoudens die in iZoof stappen, maar ook heel veel die ergens anders in stappen. Ik zie die hele haalbaarheid niet. De voorzitter: Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Roduner: Even, de Partij van de Arbeid. Ja, daar moeten we kijken wat we dan precies met elkaar verstaan. Kijk, uiteindelijk zal zo’n coöperatie ook wel iets van ondersteuning nodig hebben en we kunnen dat allemaal zelf gaan doen, maar we hebben natuurlijk ook een partij als Spaarnelanden die dat ook prima zou kunnen doen.

Dus ik zit wel te zoeken waar dan het futiele verschil zit tussen het feit dat wij als gemeente het helemaal zelf zouden doen, of dat we een bedrijf, wat ook wat meer expertise heeft, 90 procent eigenaar is van Haarlem, maar wel wat meer op afstand staat – ik bedoel, we hebben bewust gekozen voor een vorm waarin we de gemeentelijke taken op dat terrein wat op afstand hebben gezet – waarom dat dan niet een geschikte variant zou zijn. Ik bedoel, ik weet dat u graag soms ook wel de nv’s van de gemeente Haarlem naar binnen wil halen, dus weer terug wil privatiseren, laat ik het even zo zeggen. Dus dat past op zich wel in die variant om het zelf te doen. Maar ja, dan maken we het misschien wel heel erg ingewikkeld met elkaar. De heer Sepers: U geeft precies het antwoord wat ik graag wil horen. Wij willen dat de gemeente het zelf weer gaat doen. Wethouder Roduner: Ja, nou ja, dan moeten we denk ik met elkaar wel heel goed uitzoeken wat dat precies voor rol vraagt van de gemeente. Ik hoorde het CDA zeggen: geld is niet het grootste obstakel. Nou, misschien biedt dat kans voor u om te kijken of u daar ook een vorm voor kan vinden. Maar dit is nu even wat we vanuit de gemeente voor hebben liggen, waarvan wij denken: nou, dit is realistisch, dit is haalbaar en dit is ook bevatbaar vanuit de gemeente. En u vraagt weer een nieuw initiatief eigenlijk. Dat is niet wat nu voorligt en

41

dat vereist misschien ook wel wat verdere discussie om te kijken hoe dat dan, op welke manier dat dan vorm zou moeten krijgen. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mijnheer Van den Raadt. Mijnheer Van den Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Dank u wel, voorzitter. Trots Haarlem is eigenlijk wel voor het initiatief iZoof als het inderdaad de gemeente Haarlem niks kost. Dat wou ik gezegd hebben. Dan, wat de wethouder zegt, die zegt: al dat blik in de straat. Nou, dit college is voor ondergronds parkeren. Nou, dat is nog nooit uitgevoerd, dus wat zegt u nou eigenlijk? Als u dat werkelijk meent, doe dat dan een keer. En dan zegt u: we gaan overal gereguleerd parkeren invoeren. Nou, over mijn lijk. Maar dan zegt u: dan is er ook nog een alternatief, dan kan je met die autodelen meedoen. Mevrouw De Raadt berekent net dat als je gewoon een baan hebt en die auto elke dag nodig hebt, dat je dan dus ook weer gewoon zwaar het schip in gaat. Dus het alternatief is of betalen aan de gemeente, of betalen aan een autodeelbedrijf. Nou, dat lijkt mij toch niet de bedoeling, of wilt u gewoon dat iedereen weer hogere lasten en kosten krijgt? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Roduner: De heer Van den Raadt zegt veel. Ik denk dat u zich wel goed moet realiseren dat een ondergrondse parkeerplek ongeveer een halve ton kost.

Dus als dat de oplossing moet zijn om de auto’s van de straat te halen om die stad te vergroenen, dan is dat een oplossing waar de gemeente Haarlem financieel volledig op leeg gaat lopen. Dus dan is het denk ik fijn als je oplossingen hebt die rendabeler lijken, waar je misschien zelfs in de toekomst nog wat winst kan maken of wat op zou kunnen verdienen, en die in ieder geval ertoe bijdragen dat die auto langzamerhand uit het straatbeeld verdwijnt. Natuurlijk zal niet die auto helemaal verdwijnen, er zijn altijd mensen die zeggen: ik heb een auto nodig, want ik moet dagelijks naar mijn werk. Dus dat kan. Maar er zijn heel veel mensen, we hebben ze vandaag gehoord, die zeiden: ja, ik heb hem af en toe nodig en niet elke dag, maar als ik een keer naar Groningen moet naar bezoek, of wat verder weg waar het met het ov ingewikkelder bereikbaar is. Dus er zijn volgens mij ontzettend veel mensen die een tweede auto hebben, of misschien een eerste auto die vooral stilstaat en daar kan dit natuurlijk een enorm goed alternatief voor zijn. En nou ja, hoe de businesscase is opgebouwd, in ieder geval dat er wordt uitgerold naar behoefte van ook de bewoners.

Dus er wordt heel erg gekeken naar: waar ligt de behoefte van de bewoners, zijn er bewoners gecommitteerd om dat te doen en op dat moment kan er dan ook worden overgegaan om uiteindelijk die auto’s te leasen, noem ik het maar even, en in de openbare ruimte te stallen. Dus er is op die manier ook wel voorzichtig nagedacht over hoe je bewoners betrokken krijgt en hoe je dat langzaam opbouwt. De voorzitter: Wethouder, ik ga u even onderbreken. Het is twee minuten voor acht. Om acht uur moeten we hier eigenlijk ophouden, want dan komt de volgende vergadering hier in de raadzaal. Echt heel vervelend, dus ik wil nu, nu ik nog twee minuten heb, even polsen hoe we dit gaan aanpakken. Want we zijn, volgens mij is de discussie nog niet helemaal gesloten, maar misschien zegt u ook wel: ja hoor, we zijn er klaar mee. De vraag is dus: gaan we in mei verder met deze discussie voor een eventueel tweede termijn, of wat gaan wij doen? De heer Rutten: Voorzitter, als ik … Mevrouw De Raadt: Voorzitter? Ik had graag nog een … De voorzitter: Even kijken, hoor. Wie hoor ik? Hoor ik mevrouw De Raadt?

42

Mevrouw De Raadt: Ja, nee, ik had hem eigenlijk in de chat gezet, maar die is nu niet meer beschikbaar, zie ik. Want ik had een ordevoorstel en dat wil ik nog even doen voor acht uur, want het college heeft namelijk op deze businesscase en alle stukken die daar betrekking op hebben en ook een aantal technische vragen van OPH, hebben ze geheimhouding opgelegd aan de commissie Bestuur. Dat betekent dat wij als commissie Bestuur die geheimhouding er ook weer af kunnen halen. Alleen, in dit geval lijkt het me wat democratischer en wil ik eigenlijk ook niet zelf die verantwoordelijkheid nemen, om de stukken dus aankomende raadsvergadering door te geleiden naar de gemeenteraad, die dan vervolgens kan beslissen om wel/niet de geheimhouding per document – dat zeg ik er heel duidelijk bij – te bekrachtigen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Maar nog even terugkomend op mijn vraag, want wat u zegt, daar heeft u een punt. Op zich zie ik geen probleem om dat inderdaad geheimhouding door te sluizen naar de raadsvergadering. Alleen is de vraag: is dit punt voldoende behandeld zo meteen? Het is nu … Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Smit: Nee, mevrouw de voorzitter.

De heer Rutten: Nee, ik … De voorzitter: Maar mag ik dan een ordevoorstel doen aan deze commissie? Namelijk dat wij deze eerste termijn van de wethouder afmaken in mei, dat we dit onderwerp vervolgen in de commissievergadering van mei en dan vervolgens ook nog een eventuele tweede termijn kunnen doen daar dan. De heer Rutten: Volgens mij bestaat er helemaal niet zoveel behoefte aan verdere discussie en is, zoals ik de commissie hoor, is er weinig bijval voor scenario 2, gaat het vooral over scenario 4 en zie ik in de chat nog iets verschijnen over scenario 5, verkopen aan een commerciële partij. Dat brengt mij ook nog op de vraag die ik aan de wethouder heb gesteld over de gesprekken die er gevoerd zijn met commerciële partijen die interesse hebben getoond, maar die klaarblijkelijk niet een serieus aanbod hadden. Dus dat kan ik ook een artikel 38vraag van maken, maar de keuze voor scenario ‘…’ … De voorzitter: Ja, eigenlijk houdt u nu een pleidooi voor een voortzetting van deze vergadering, mijnheer Rutten, of hoor ik dat verkeerd? De heer Smit: En, mevrouw de voorzitter, … De heer Rutten: Ik stel voor dat we het per artikel 38-vragen gaan doen. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: Ik heb nog vijf seconden. Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag, maar ik maakte maar een constatering.

De gemeenteraad heeft geen inzicht in de deelnemingen van Spaarnelanden en daar gaat straks iZoof onder vallen. We zien het niet, we weten het niet, geen inzicht, geen … De voorzitter: Maar mijnheer Smit, mijnheer Smit, dat is allemaal vreselijk interessant, maar die … De heer Smit: Nee, maar ik geef het even mee voor ‘…’ …

43

De voorzitter: Ja, maar die vraag … Maar mijnheer Smit. De heer Smit: ‘…’. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Smit, wat probeert u nu te doen? Probeert u nu nog even uw punt te drukken voordat we deze vergadering afsluiten, waar slaat dit op? Gaan wij in mei verder met dit onderwerp, of gaan wij nu stoppen met dit onderwerp en is dit onderwerp afgesloten? Dat is mijn vraag aan u en niet om nog even terug te komen op een punt wat u eerder probeerde te maken. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, de wethouder heeft heel slim één belangrijke vraag niet beantwoord en dat vind ik … De voorzitter: Omdat de wethouder daar geen tijd voor heeft gekregen, omdat we om vijf minuten over acht zitten. Als de wethouder behoefte heeft om nu nog binnen één minuut die vraag te beantwoorden, be my guest. Het lijkt mij een overhaaste beslissing om dat nu te vragen aan deze wethouder. Het zou mijn voorstel zijn om dit onderwerp netjes af te ronden en daarmee ook recht te doen aan de partijen die hierbij betrokken zijn, inclusief de insprekers van vanavond en deze vergadering van dit onderwerp in mei voort te zetten. Als daar geen steun voor is, prima, u gaat over uw eigen agenda, maar dit zou mijn ordevoorstel zijn en dan wil ik graag nu in de chat van u horen of u daarmee akkoord gaat of niet. Dank u wel.

Mevrouw De Raadt: Voorzitter, bij mij is de chat gesloten, klopt dat? De voorzitter: We gaan even ‘…’. Volgens ons niet. Mevrouw De Raadt: Ik kan in ieder geval niet meer chatten, dus dan geef ik even mondeling aan dat wat het CDA betreft dit onderwerp voldoende behandeld is. De voorzitter: Het CDA, voldoende behandeld. De heer Sepers: Dat geldt voor de Partij van de Arbeid ook. De heer Rutten: VVD ook. De heer IJsbrandy: Hart voor Haarlem ook. De heer Smit: OPHaarlem ook. De voorzitter: Dan is er een meerderheid om dit onderwerp nu af te sluiten. Het spijt mij enorm, wethouder, u heeft uw totale verhaal helaas niet kunnen houden. Vind ik persoonlijk als voorzitter heel erg vervelend, want ik vind het niet netjes afgesloten zo. Er is niets aan te doen, deze commissie heeft gesproken, gaat over zijn eigen agenda, hoewel ik het er niet mee eens ben. Goed, dan is deze vergadering op dit moment afgesloten … De heer Rutten: Voorzitter, ik vind dat nou niet zo gepast, want het vervolg is: als de opinienota is besproken, wordt de eventuele input verwerkt en de nota aangeboden aan de raad. Ik kan mij voorstellen dat de wethouder voldoende informatie heeft om zijn nota te maken. De voorzitter: Waarvan akte.

44

10. 20.00 uur Sluiting De voorzitter: Deze vergadering is beëindigd. Wij moeten er echt vandoor helaas. Dat betekent dat het onderwerp wat wij nu niet hebben kunnen behandelen, namelijk over het referendum, dat dat doorgeschoven zal worden naar de agenda van mei, deze commissie Bestuur in mei. Dus als u verder niets meer te melden heeft, dan wens ik u een hele plezierige, fijne afsluiting van deze avond en tot de volgende keer.

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272543/1