04-15 Transcript Commissie Bestuur
Tekst van het document
Gaat uw gang. De heer Rog: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is een heel proces geweest wat natuurlijk is ingezet ver voordat ik op deze plek mocht zitten. En waar de raad natuurlijk zelf aan het roer heeft gestaan. En dat is iets wat ik ook toch nadrukkelijk in de richting van de Actiepartij wil zeggen. Want in alle commissies is er denk ik echt heel inhoudelijk gesproken en afgewogen hoe er met de indicatoren omgegaan moet worden. Welke indicatoren moeten worden toegevoegd. Of, nou ja, met een knipoog naar meneer Rutten, welke weggenomen kunnen worden. En dat is toch echt iets waar ik, denk ik, een bescheiden rol moet spelen als wethouder. Want dit is iets wat de raad wil, waar de raad keuzes maakt en waar wij naar eer en geweten die hebben beschreven naar de wens van de meerderheid van de raad. En dat maakt ook dat mijn opmerking of mijn antwoord op mevrouw Van der Windt zou zijn: ja, dat het mij natuurlijk. Dat het mij niet past om een oordeel te vellen over het aantal indicatoren. Maar ik begrijp die discussie. Ik laat het ook echt bij de raad of er uiteindelijk een keuze gemaakt wordt om toch verder te trechteren, verder te verminderen of dat er, zoals de Actiepartij nu voorstelt, toch op een aantal elementen weer indicatoren worden toegevoegd.
En ik zou dus ook tegen meneer Trompetter willen zeggen: op de verschillende beleidsvelden waar hij nu met suggesties komt wil ik echt gewoon, ga ik nu niet na het hele proces zaken toezeggen, toe te voegen, tenzij ik zeker weet dat daar een meerderheid voor is. Dus in die zin is er gewoon een mogelijkheid om inderdaad te amenderen of, en dat is dan aan meneer Trompetter, mij ervan te overtuigen dat er nu een meerderheid in de commissie is. Wel wil ik, voorzitter, ingaan op 2 punten. Dat ene is het rapportcijfer over die klanttevredenheid van de dienstverlening. In de discussie die er was over verminderen is daar één rapportcijfer uitgevallen. Als de wens in de raad is om die toe te voegen, geen enkel probleem. En voor wat betreft beleidsveld 3 mag ik aangeven dat bij inkomen en schulden in medio mei er in de commissie samenleving nog over gesproken wordt en daar een aantal zaken worden toegevoegd. Dus meneer Trompetter is voor wat betreft beleidsonderdeel 3 wordt die bediend in de commissie samenleving. En voor het overige gaan de indicatoren door dus naar de raad ter vaststelling en kunnen eventueel nog toevoegingen plaatsvinden.
18
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat ons ook is opgevallen. Dat een aantal adviezen van de Duivelsberg tussen haakjes ‘…’ niet waren overgenomen. Dus we gaan het even terugnemen naar de fractie. Dank u. De voorzitter: Goed. De wethouder heeft gezegd. De heer Rog: Voorzitter, als u mij toestaat wil ik daar graag even op reageren. Want meneer Trompetter heeft daar namelijk ook een technische vraag over gesteld. En het is denk ik ook goed om aan te geven. Want dat ging over beleidsveld 7.3, over het apart inzichtelijk maken van de kosten van Haarlem en Zandvoort. Dat is wel degelijk aangepast. Dus wat u hier aantreft zijn ook daadwerkelijk de kosten van Haarlem. In Zandvoort treft u aan de kosten van Zandvoort. Dus als ik u goed begrijp, meneer Trompetter, is dat punt dus wel degelijk aangepast in het stuk wat we nu behandelen. De voorzitter: Ja, dank u wel, mijnheer Rog. Wethouder, sorry. Dit stuk gaat dus per definitie door als bespreekpunt. Er is een aantal amendementen aangekondigd door de Actiepartij en door GroenLinks, dus dit gaat als bespreekpunt naar de raad. Dan is het nu 13 minuten over 6. Ik stel voor dat we toch zo ongeveer, nou laten we zeggen: ik geef u nog 2 minuten extra. Dus dat wij dan om 2 minuten over half 7 beginnen met de rest van de vergadering.
En in die zin kunnen de insprekers ook op tijd aanschuiven en kunnen wij verder. Dus ik wens u smakelijk eten en tot 2 minuten over half 7. Welkom terug bij deze commissie bestuur. 7.1. iZoof Car sharing: Afweging mate van betrokkenheid (FR) De voorzitter: Wij gaan over naar het volgende onderwerp en dat gaat over iZoof car sharing: afweging mate van betrokkenheid. Voor dit onderwerp heeft zich een aantal insprekers gemeld. We hebben ook een aantal schriftelijke bijdragen ontvangen, 6 in getal. Die heeft u kunnen lezen inmiddels, want die zijn gekoppeld aan deze agenda. De insprekers, 4 in getal, krijgen allemaal 3 minuten de tijd om in te spreken. Mocht ik de indruk krijgen dat u nog veel langer wil spreken dan 3 minuten, dan ga ik na 2,5 minuut hinderlijk ingrijpen. Dan ga ik u waarschuwen dat u moet afronden. Wij hebben een sprekersvolgorde. De eerste is meneer Heijstek, maar ik heb begrepen dat meneer Heijstek nog niet aanwezig is in deze vergadering. Dus ik begin graag met meneer Bloemendal. Is hij aanwezig? Kunt u? De heer Bloemendal: Ja, ik ben aanwezig, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Ja, nu zie ik het ook, mijnheer Bloemendal. Ik geef u graag het woord, dus gaat uw gang. U heeft 3 minuten. De heer Bloemendal: Dank u wel. Geachte leden van de commissie. Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Mijn naam is Albert Bloemendal en ik ben bewoners van Haarlem, Haarlem-Noord, en al 2 jaar een zeer tevreden deelnemer aan het elektrische autodeelproject iZoof. En ik wil u zo meteen oproepen voor scenario 2 te kiezen zodat iZoof kan blijven bestaan. Wij zijn een gezin van 4, 2 pubers en een hond, en ik heb geen auto. Ik ben overigens een echte autoliefhebber. Ik heb in de loop van der jaren van alles gereden. Mooi, lelijk, snel. Laat ik samenvatten: van alles. Dus er zit voor u absoluut geen autohater of een fietsactivist. Voor u zit overigens wel een zeer bezorgde burger die zich zorgen maakt over de leefruimte in onze stad. En de leefruimte boet enorm aan kwaliteit in. En ik maak me vooral zorgen over de kinderen die ik elke dag voor mijn huis zie spelen. En ik zal u nu een voorbeeld geven hoe dat eruit ziet. 2 meisjes van een jaar of 10 staan te
19
stoepranden voor mijn deur. U kent het wel. Je gooit een bal naar de andere kant en als die de stoeprand raakt springt die terug en mag je een stapje naar voren. De kinderen hadden bij toeval een plekje gevonden. Aan allebei de kanten stond geen auto, dus die hadden het hartstikke naar hun zin. Na een kwartiertje spelen komt er een auto aanrijden en die wil parkeren uitgerekend waar de meisjes willen spelen. Wat denkt u dat er gebeurd? De meisjes maken een excuserend gebaar. Sorry mevrouw, dat wij hier stonden hoor. En vervolgens druipen ze af met de bal onder hun arm. En dat is de situatie van elke dag bij mij in de buurt. Onze leefomgeving wordt gedomineerd door auto’s en het vanzelfsprekende recht op een parkeerplekje bepaald grotendeels onze omgeving. Een stoeptegel is 30 centimeter bij 30 centimeter en de meeste stoepen hier in de buurt zijn ongeveer 5 à 6 stoeptegels breed. Nagenoeg overal nemen geparkeerde auto’s 1 tot 2 tegels in beslag. Dat komt neer op bijna 10 vierkante meter leefruimte per geparkeerde auto. In mijn stukje straat waar ik woon is dat 120 vierkante meter aan 1 kant. Als ik met mijn hond een rondje ga lopen, dan is mij al gauw bijna een voetbalveld, en ik heb het precies nagerekend vanmiddag, wordt mij bijna een voetbalveld aan ruimte ontnomen door geparkeerde auto’s.
U begrijpt: geparkeerde auto’s is volgens mij echt één van de grootste problemen die we hebben in Haarlem en zeker in Haarlem-Noord. En dat is de reden dat ik iZoof rij. Minder auto’s op straat en de ruimte weer teruggeven aan de bewoner. De ruimte weer teruggeven aan de mensen die in die wijken wonen. Die daar hun hele leven proberen in te richten en nu leven op een soort parkeerterrein. iZoof heeft inmiddels 41 auto’s van de straat gehaald. Het is al gelukt om 41 auto’s minder op de straat te hebben. En ik wil u eigenlijk, als u zo meteen besluit om toch de stekker uit iZoof te trekken, dan nodig ik u van harte uit om hier bij mij in de buurt aan die 2 meisjes die met die bal onder hun arm lopen komen uit te leggen wat er dan echt iets anders zo veel belangrijker is dan dat. Dus ik zou zeggen: stem op optie 2 en hou iZoof rijdende. Dank u wel. Beslis wijs. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bloemendal. Ik begon al door te krijgen dat u precies op tijd klaar zou zijn. Dat heeft u ook gered. Precies 3 minuten. Dank u wel daarvoor. Meneer Heijstek is wel aanwezig alleen onder een andere naam ingelogd. Mijnheer Heijstek, u krijgt van mij het woord. U heeft 3 minuten de tijd. Gaat uw gang. Uw microfoon staat nog dicht. De heer Heijstek: Ja, nu wel. Hoort u mij nu? De voorzitter: Zeker, gaat uw gang. De heer Heijstek: Ja, fijn. Nou, met veel vijven en zessen.
Goedenavond, mijn naam is Geert Jan Heijstek en ik ben inwoner van het Ramplaankwartier. En nu heb ik vernomen dat veel mensen denken dat het auto deelinitiatief veel geld vraagt van de gemeente. Of zelfs überhaupt geld vraagt van de gemeente en of een investering van Spaarnelanden. Maar dat is helemaal niet waar. Dat klopt helemaal niet. Het pilotproject iZoof car sharing wordt namelijk voortgezet in een zelfstandig coöperatief bedrijf waarvan Spaarnelanden dan mede-eigenaar zou zijn. En dat coöperatieve bedrijf dat zoekt financiering bij investeerders en zoekt partnerships met leasemaatschappijen en verzekeraars en het vraagt uitdrukkelijk geen investeringen van Spaarnelanden noch gemeentesubsidie. De deelname van een grote partij als Spaarnelanden geeft natuurlijk wel allerlei partijen het vertrouwen om met het initiatief te willen samenwerken en dat is dus een voorwaarde om het initiatief te laten slagen. Als de commissie besluit om de betrokkenheid van Spaarnelanden bij het initiatief te verhinderen dan zal dit waarde gedreven initiatief in Haarlem niet van de grond kunnen komen. Ik verzoek de commissie dan ook om zich positief uit te laten ten aanzien van de opinienota die ter tafel ligt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Heijstek. Mijnheer Lampe, hartelijk welkom. Gaat uw gang.
20
De heer Lampe: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Goedenavond. Even een noot vooraf. Ik had jarenlang mede voor mijn werk een auto, maar toen het auto deelinitiatief in het Ramplaankwartier beschikbaar kwam heb ik mijn auto onmiddellijk weggedaan. En sinds die tijd maak ik tot volle tevredenheid gebruik van het iZoof car sharing concept in combinatie met meer openbaar vervoer. Mijn benzineslurper is in ieder geval de wijk en de stad uit. Ik wil beginnen met wat context. Haarlem staat jaar na jaar in de top 3 van filesteden. De luchtvervuiling zit hier net 1 microgram onder de norm van de WAO waarboven schade aan de gezondheid ontstaat. En uit de open data van TomTom kunt u lezen dat Haarlemse forensen in 2019 in totaal elk meer dan 4 dagen van hun tijd in de file hebben gestaan. Tot 2030 moeten er nog eens 10.000 nieuwe huishoudens bij komen in Haarlem en daar bovenop groeit autobezit in Nederland volgens de voorspelling tot 2030 met 3%. En dan is er nog het door Covid-19 minder toegankelijke openbaar vervoer waarvoor de eventuele consequenties van nieuwe virusmutaties de komende jaren nog onduidelijk blijven. Desondanks zegt het nieuwe mobiliteitsbeleid van Haarlem dat momenteel ter inspraak ligt dat bewoners een mobiliteitstransitie zullen doormaken van autovervoer naar andere modaliteiten.
En het impliceert de visie dat er heel wat ruimte moet worden gecreëerd voor deze modaliteiten en voor alle voorgenomen stadsverbeteringen. In de voorliggende opinienota van het college ligt nu een voorstel besloten dat een positieve bijdrage zou leveren aan de ambities die de stad Haarlem heeft. Als bewoners tonen wij met dit auto deelinitiatief zelf actief te willen bijdragen aan het oplossen van de mobiliteitsproblematiek. Waarom pakt de stad dat niet dankbaar op? Ik roep nog even in herinnering dat we ruim een jaar geleden een hele mooie informatieve bijeenkomst hadden. Daar was ook een hoge ambtenaar uit Den Haag bij aanwezig die zich bezig houdt met de mobiliteit. Die was ontzettend enthousiast over waar wij nu mee bezig zijn, juist omdat het van onderaf komt. Juist omdat het een bewonersinitiatief is. Het initiatief vraagt niet om geld van de gemeente. Ook Spaarnelanden hoeft nauwelijks te investeren in het voorgenomen coöperatief bedrijf. Uitbreiding van de capaciteit van het auto deelconcept gaat vraag gestuurd waardoor ondernemingsrisico’s beperkt blijven. Haarlem heeft weinig te verliezen en alles te winnen bij dit Haarlemse auto deelinitiatief. Ik verzoek de commissie om het initiatief een kans te geven door zich positief uit te spreken over de voorliggende opinienota van het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lampe.
Ook u bleef prima onder de 3 minuten. Dan geef ik als laatste het woord aan mijnheer Hovinga. Gaat uw gang. De heer Hovinga: Dank u wel. Bedankt, voorzitter. Geachte leden van de commissie bestuur. Mijn naam is Richard Hovinga. Ik ben inwoner van het Ramplaankwartier en ik ben lid van iZoof, maar ook van de initiatiefnemers destijds. Ik wil even in herinnering roepen dat in 2015 in Parijs het klimaatakkoord is afgesloten om de opwarming van de aarde tegen te gaan. En Nederland heeft het akkoord ondertekend namens ons allen en we hebben daar zelf ook een nationaal klimaatakkoord om het te realiseren. Ook de stad Haarlem heeft de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. En daar moet echt een heleboel voor gebeuren. En daar zullen ook burgers, bedrijven en de gemeente zelf heel veel voor moeten doen. Een kwart van die CO2 uitstoot in Nederland wordt veroorzaakt door transport. Het elektrisch auto deelinitiatief, iZoof, probeert hier een bijdrage aan te leveren. En meer dan 130 bewoners hebben in de afgelopen 3 jaar in dit samenwerkingsproject meegewerkt om dat te realiseren. Mensen die hebben echt fysiek een bijdrage geleverd. Sommige mensen hebben zelfs hun eigen auto weggedaan. Nou ja, Jaap Lampe is daar een voorbeeld van. En daardoor zijn in de stad in die 2 wijken 41 parkeerplaatsen vrijgespeeld. Er zijn ook andere buurten die graag willen aansluiten.
Al enkele jaren hebben we contact met mensen uit de Leidse buurt, de Vijfhoek, Molenwijk, Kleverpark, Haarlem-Noord, Zuidwest. Ze willen allemaal meedoen. Dus we hebben iets moois te pakken denk ik. En elektrisch auto delen draagt echt bij aan CO2 reductie. Het helpt ook op andere vlakken zoals het verminderen van parkeerdruk, schonere lucht, sociale cohesie. Ik heb heel veel leuke mensen leren kennen door het auto deelinitiatief. En we delen het in een warme kring. Het zorgt er ook voor
21
dat mensen met een kleine portemonnee kunnen meedoen en zorgeloos in een schone auto kunnen rijden net zoals een heleboel andere mensen dat wel kunnen. Het aantal auto’s in Haarlem groeit nog elk jaar en laten we samen die groei afremmen en auto’s gaan delen en zo schonere lucht en meer ruimte creëren in de stad. Daar heeft elke bewoner van Haarlem voordeel van. Minder parkeerdruk, schonere lucht, minder files. Daarmee een leefbare en bereikbare stad. Een stad waar je fijn kunt wonen en fijn kunt leven. En niet iedereen hoeft mee te doen met auto delen. Het is niet verplicht. Het is een initiatief dat er voor zorgt dat de mensen die het wel willen, die bereid zijn afscheid te nemen van hun eigen fossiele auto, een goed en betaalbaar en schoon alternatief hebben waar ze vanop aan kunnen. Dat ze niet misgrijpen. Eigenlijk zoals je gewend bent met je eigen auto, maar dan met elkaar. Uit de evaluatie van de pilot blijkt dat we een succesvol concept hebben bedacht. Maar de vraag is: hoe brengen we dit verder? Hoe zorgen we dat andere wijken kunnen meedoen en we meer impact maken? Ik denk dat we dat in gezamenlijkheid moeten doen. Bewoners, gemeente, bedrijfsleven. Iedereen doet waar hij of zij goed in is richting dat gezamenlijke doel. Bottom up vanuit de wijken, top down vanuit de gemeente. Dit kun je niet alleen overlaten aan de markt, zoals sommige denken.
Door het in coöperatief verband te organiseren kunnen de opbrengsten ook terug vloeien naar de bewoners van Haarlem in plaats van naar een anonieme aandeelhouder van een commercieel bedrijf. We mogen er echt. Sorry. We mogen er echt trots op zijn dat deze 130 bewoners en de gemeente dit voor elkaar hebben gekregen. Andere gemeente huren hier externe bureaus of projectleiders voor in en kijken jaloers naar deze pilot in Haarlem waar burgers zelf het initiatief nemen. Het initiatief is dit jaar niet voor niks in de duurzame top 100 van Trouw gekomen op een eervolle 41ste plek. Dus mijn oproep aan de commissie en de raad en naar iedereen hier aanwezig: verdiep je erin. Gemeente, neem de regie. Stel eisen, maar faciliteer het vooral ook en pak door. Samen kunnen we alles. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hovinga, voor deze prachtige woorden. Welkom mevrouw Lampe, ik zie u nu in beeld. Ik geef nu de mogelijkheid aan deze commissie om vragen te stellen aan u allen. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Van der Windt, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel. Dank u wel voor uw heldere bijdragen. Wat mij erg aanspreekt is dat jullie allemaal heel erg trots zijn op het feit dat dit een bewonersinitiatief is en dat jullie dat zo samen hebben weten uit te rollen.
Wat ik mij afvroeg: had dit, zeg maar, ook gekund als jullie met de groep mensen met wie jullie dat wilde doen bijvoorbeeld naar één van de andere aanbieders van car sharing waren gegaan? Of had het in dat geval niet gelukt? De voorzitter: Aan wie stelt u die vraag, mevrouw Van der Windt? Kies er maar eentje. Mevrouw Van der Windt: Dat maakt eigenlijk niet uit. Ik zou zeggen wie zich geroepen voelt om te beantwoorden. De voorzitter: Wie voelt zich geroepen om antwoord te geven? Als u even uw hand op steekt. Ja, mijnheer Hovinga. U was als eerste. Gaat uw gang. De heer Hovinga: Ik ben één van de initiatiefnemers. In het begin, en dan praat ik over 3 jaar geleden, hebben we verschillende aanbieders ook benaderd. Die konden allemaal wel iets aanbieden, maar niet op deze schaal zeg maar. Die willen best een Greenwheels autootje neerzetten in de wijk, maar wij willen met een heleboel mensen een heleboel auto’s delen. Dit is niet iets waar een commercieel bedrijf. Die wil liever 100 auto’s in Amsterdam zetten en dan free floating. Terwijl wij willen ook een warme kring. Wij willen dat we het zeg maar als gezamenlijke auto’s van ons allen behandelen. Commerciële partijen die moeten dan de wijk in. Dat is iets wat ze niet gewent zijn.
22
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hovinga. Mijnheer Bloemendal, u wilde ook wat zeggen? Gaat uw gang. De heer Bloemendal: Nou, ja. Ik had het niet gedaan als het door een commerciële aanbieder was aangeboden. Ik ben gewoon gevraagd door mijn buren. Die zeiden: wij gaan dit doen. Doe je mee? En wij hebben heel lang getwijfeld en onze auto ging gelukkig kapot. Toen hebben we hem weg gedaan en zijn we hierin gestapt. Maar ik was er echt niet ingestapt als het een commerciële organisatie was geweest. Er staat hier bij mij een Greenwheels auto voor de deur. Ja, die zwerft rond. Daar kijkt niemand naar om. Er komt één keer in de zoveel tijd een mannetje dat ding schoonmaken. Zit geen enkele beleving in die auto. Die auto’s waar wij mee rijden die wordt door iemand uit de groep wordt die schoongemaakt, onderhouden. We hebben een WhatsAppgroep waarin we elkaar waarschuwen voor mensen die ons plekje bezetten omdat ze daar niet mogen staan. Dus het is echt wel een buurtding. Het geeft ook enorme buurtkennis. Je kent ineens allerlei mensen uit de buurt die ik daarvoor helemaal niet kende. Dus antwoord op uw vraag: als het door een commerciële aanbieder was geweest had ik het niet gedaan. Had ik weer gewoon een nieuwe auto gekocht. En dat is echt het verschil. Dat je het echt met elkaar doet en het voelt ook echt met elkaar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bloemendal.
Wil nog één van de insprekers hier nog iets aan toevoegen? Het was een vrij algemene vraag van mevrouw Van der Windt. Nee? Dan geef ik nu graag het woord aan meneer Smit. Gaat uw gang. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik vat even mijn vragen samen. Meneer Heijstek, klopt het dat u eerder in een commissie heeft ingesproken en toen heeft uitgelegd dat u voor iZoof Spaarnelanden werkt? En aan de heren Lampe en Hovinga vraag ik, want ik heb het van meneer Bloemendal al begrepen, heeft u nu geen eigen andere auto meer? Dank u. De voorzitter: Meneer Heijstek, ik geef u graag als eerste het woord. De heer Heijstek: Ja, dat klopt. Ja hoor, dat kan ik bevestigen. Ja. De voorzitter: En nu had u nog een vraag aan meneer Bloemendal. Klopt dat? Diezelfde vraag? Nee. De heer Hovinga. De heer Hovinga: Ja, de vraag was of ik mijn eigen auto weg heb gedaan. Daar hebben we hele moeilijke gesprekken over gehad, maar onze oudste zoon heeft net zijn rijbewijs gehaald. Hij is 18. En helaas, de verzekering van iZoof op dit moment eist dat mensen, deelnemers, ouder dan 23 zijn. Dus wij hebben toch met heel veel pijn in ons hart besloten om een eigen auto te houden om hem de kans te geven om zijn rijvaardigheid te houden. Maar anders, als dat niet zo was geweest, waren wij zeker overgestapt en onze auto weggedaan. De voorzitter: Volgens mij was er ook nog een vraag aan meneer Lampe.
Klopt dat, mijnheer Smit? De heer Smit: Ja. De voorzitter: Mijnheer Lampe, gaat uw gang. De heer Lampe: Klopt. Wij hebben geen auto meer. En wij gebruiken 80-90% van de tijd de deelauto’s, de elektrische deelauto’s. En als je dan wat langer op vakantie wil bijvoorbeeld, dan kunnen we ook via iZoof heel
23
makkelijk een auto huren voor een langere periode. Maar ik heb dus geen eigen auto meer en het werkt heel goed. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan meneer Trompetter. Gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is maar net wie de vraag wil beantwoorden. Maar ik heb ook begrepen uit de inspraakbijdragen, dank daarvoor trouwen, dat het plaatsen van een laadpaal niet gelijk oploopt met het aantal auto’s. Kunt u aangeven of er voldoende laadpalen zijn en of dat zeg maar samen oploopt met de uitrol van het project? Dank u. De voorzitter: Wie voelt zich geroepen om hierop antwoord te geven? Ik zie meneer Bloemendal schudden/knikken. De heer Heijstek: Ja, ik denk dat ik daar iets over kan zeggen. De voorzitter: Ja, gaat uw gang, mijnheer Heijstek. De heer Heijstek: Omdat ik dichter bij het stuur zit. Mag dat? De voorzitter: Uiteraard. De heer Heijstek: Nou, het aantal laadpalen dat blijft inderdaad behoorlijk achter bij de behoefte en dat is echt een groot probleem. Dus, ja. Ik weet niet wat verder uw achterliggende vraag daar weer aan is. De voorzitter: Heeft u nog een aanvullende vraag, mijnheer Trompetter? De heer Trompetter: Op zich niet, maar ik ga zo meteen in mijn bijdrage wel daar iets over vragen. Want het is natuurlijk wel van belang, lijkt mij, dat de uitrol gelijk loopt met het aantal laadpalen.
Dat het in ieder geval daardoor niet vertraging oploopt. De heer Heijstek: Ben ik het helemaal mee eens. Ik kan het alleen maar bevestigen. Ja. De voorzitter: Ik zie nog 2 insprekers die hierop willen reageren. Meneer Hovinga en meneer Lampe. Mijnheer Hovinga, gaat uw gang. De heer Hovinga: Ja, dat is wel echt een zorg die wij hebben als we zo meteen verder willen. Onze eerste laadpaal in het Ramplaan kwartier heeft er geloof ik 60 weken over gedaan. En de tweede laadpaal is nu ook al in behandeling in week 50 plus. Dus als je een plek hebt met een laadpunt, dan kunnen mensen ook intensief gebruik maken van de auto. Als je daar niet op kan rekenen, dan moet je toch iets met snoeren of kabels over de stoep. Dat is allemaal gewoon niet praktisch en niet handig. Dus het is een zeer belangrijk punt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hovinga. Mijnheer Lampe, u wilt nog iets toevoegen? Gaat uw gang. De heer Lampe: Ja, ik wilde even toevoegen dat we ook hierin weer als bewoners initiatief genomen hebben. Want er was behoefte aan meer auto’s en dus ook meer laadplekken. En er zijn een paar bewoners geweest die zelf geïnvesteerd hebben in een laadplek zodat we in ieder geval met de uitrol door konden gaan. Dus op die manier hebben we dat nu opgelost. Maar het moet wel zo zijn dat inderdaad de laadpalen meegroeien met het aantal auto’s.
24
De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw De Raadt. Gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik had ook nog een vraag. Ik denk aan meneer Bloemendal. Die gaf namelijk net aan dat hij niet in het project was gestapt als het een commerciële aanbieder betrof. Wat ik me daarbij afvroeg was: de gemeente Haarlem of in ieder geval Spaarnelanden, dus indirect de gemeente Haarlem, heeft natuurlijk 300.000 euro aan subsidie in dit project gestopt waardoor dus ook de tarieven op die manier kunstmatig gedrukt konden worden. Dus ik vroeg me eigenlijk af: is dat niet ook een grote reden geweest waarom dit voor een aantal mensen een aantrekkelijk initiatief was? En dan vervolgens komt vraag 2. Want als ik dus lees in de businesscase, dan staat er dat er dus wel straks marktconforme tarieven worden gehanteerd of gaan worden. En wat verwacht u dan? Wat dat voor invloed heeft op hoeveel mensen er mee willen doen. De heer Heijstek: Ik kan daar wel even iets van zeggen. Mag dat? De voorzitter: Ja, gaat uw gang, mijnheer Heijstek. De heer Heijstek: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is zo dat inderdaad de tarieven straks omhoog zullen gaan. Zeker. Maar uit onderzoek blijkt ook dat we daarmee sowieso in de lagere tarieven blijven. Dat kan. Dat is uitgerekend. Dus in die zin blijven we zeg maar aantrekkelijk voor mensen om deel te nemen.
En dan nog afgezien van alle sociale aspecten die al eerder genoemd zijn natuurlijk. Maar als u kijkt naar de tarieven, inderdaad die gaan iets omhoog. Maar nogmaals, het blijft aan de onderkant. We blijven scherp aan de windzijde zeg maar. Mevrouw De Raadt: Oké. Wat er dan gezegd wordt, dat er dan gestreefd gaat worden naar marktconforme tarieven, dat klopt dus niet? U blijft daar echt onder zitten begrijp ik. De heer Heijstek: We blijven aan de onderkant. Ja, we blijven aan de onderkant. Ja. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy, gaat uw gang. Even, één moment. Eén klein punt van orde. Ik hoor dat er nijging bestaat om te quoten uit een stuk dat geheim is. U weet ongetwijfeld waar dat over gaat. Ik wil graag in herinnering roepen dat u dat beter niet kan doen. Mijnheer IJsbrandy, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Voorzitter, wat ik net heb aangegeven, dat staat in de openbare stukken. De voorzitter: Prima. Dank u wel, mevrouw De Raadt. Mijnheer IJsbrandy, gaat uw gang. De heer IJsbrandy: Ja, ik zal ook niet uit de school klappen. Waar het mij eigenlijk om gaat is de vraag, eigenlijk een beetje een combinatie van een aantal vragen die al gesteld zijn, maar dan op een iets andere manier. Stel nou dat de gemeente zou zorgen voor parkeerplaatsen en laadpalen. Want dat vindt Hart voor Haarlem bij uitstek wel een gemeentetaak eerlijk gezegd.
Zodat er inderdaad een aanbesteding zou kunnen volgen naar dienstverleners en autoverhuurconceptaanbieders die inmiddels zich natuurlijk ook de afgelopen jaren doorontwikkeld hebben. Waarbij de gemeente zou zeggen van: kijk, we hebben hier in al die wijken hebben we prachtige parkeerplaatsen voor jullie met laadpalen. Doen jullie nou eens een aanbieding hoe we zeg maar met één partij een heel stuk automobiliteit via deelauto’s zouden kunnen invullen. Zodat verder Haarlem of Spaarnelanden zich niet bezig hoeft te houden met alle andere aspecten die daar natuurlijk bij komen kijken. Want in feiten wat jullie voorstellen is dat we nu opeens een soort publiek privaat coöperatief autobezit in Nederland gaan creëren. Nou, ik vind dat een interessante gedachte. Maar ik bedoel als je het je grootschalig
25
gaat voorstellen, dan roept het toch wel een hoop vragen op. En zeker vragen die ook in de richting gaan van: zijn dit überhaupt wel overheidstaken eigenlijk waar we het hier over hebben. Maar, goed. Laat ik deze hypothese eens even voorleggen aan jullie en kijken hoe jullie daar naar kijken. De voorzitter: Is de concrete vraag begrepen door de insprekers en is er iemand die zich geroepen voelt om hierop antwoord te geven? Mijnheer IJsbrandy, zou u de vraag willen concretiseren? De heer IJsbrandy: Nou, het is dus een hypothetische situatie. Haarlem zorgt voor parkeerplaatsen en laadpalen voor elektrische auto’s en doet haar aanbesteding richting de Greenwheels van deze wereld van: kunnen jullie een concept aanbieden waarbij we dus op al die plekken een autootje neer kunnen zetten. Want we willen ook niet in de stad dat allerlei aanbieders op die schaarse plekken gaan concurreren. Dat hebben we natuurlijk met fietsen en allerlei andere zaken al gezien dat dat dan ook weer uit de hand loopt. Dus je doet gewoon een aanbieding of een aanbesteding richting dat soort partijen om te zeggen van: biedt maar aan en laat maar zien wat je kan om op dat punt dus die automobiliteit. De voorzitter: Maar mijnheer IJsbrandy, wat is precies uw vraag? Dit is een voorstel, lijkt me.
Vraagt u aan de insprekers: ziet u dit voor zich en zou u dat willen vragen aan deze eventuele aanbieders? Wat is precies uw vraag. De heer IJsbrandy: Nou, mijn vraag is om die hypothetische situatie te leggen naast het initiatief wat er nu ligt en dan daar eens op te reflecteren. De voorzitter: Is niet echt een vraag, maar toch gaat meneer Hovinga reageren. Mijnheer Hovinga, gaat uw gang. De heer IJsbrandy: Ja, een beetje creatief. De heer Hovinga: Ik denk dat het zeker belangrijk is voor auto deelinitiatieven die met elektrische auto’s aan de slag willen dat je een parkeerplek met een laadpunt hebt. Dat is hartstikke belangrijk. Maar ik denk dat het initiatief ook verschillend is. Wij hebben echt als doel om de leefomgeving te verbeteren. En een commerciële partij wil gewoon zoveel mogelijk ritjes verkopen om zeg maar commercieel gezien uit te kunnen. Dus ik denk dat het initiatief komt vanuit die bewoners. Die zeg maar meer ruimte in de wijk willen. Minder parkeerdruk. En ja, af willen van hun oude vervuilende auto. Dus, ja. Ik begrijp uw vraag niet helemaal. Maar ik denk dat de insteek van dit initiatief echt compleet anders is en dat de wijk dus, de bewoners in de wijk, ook veel meer inspraak hebben dan bij een commerciële partij. Zoals bijvoorbeeld in Amsterdam heb je van die deelauto’s.
Dan is er gewoon een bedrijf die in overleg met de gemeente gewoon besluit van: we zetten er nu gewoon 100 in de stad neer ergens. Maar wij willen juist in samenspraak met de wijk van: hoeveel auto’s zouden jullie willen en welk type is in deze wijk aan de orde. Moeten dat nieuwe of kunnen dat ook tweedehands zijn. Dus het is veel meer van ons samen in plaats van een commerciële partij die denkt: daar kunnen we lekker verdienen. We zetten er vooral veel in de regio waar de mensen het veel gebruiken en goed kunnen betalen tegen een hoog tarief. Ik denk dat een coöperatieve insteek veel meer voor een stad kan opbrengen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hovinga. Ik geef zo meteen het woord aan de heer Smit. Maar voordat ik dat doe, fijn dat u zoveel vragen heeft en ook fijn van de insprekers dat ze zoveel antwoorden hebben. We zijn wel een beetje gebonden aan tijd vanavond, want hierna vindt een andere vergadering plaats. Dus ik wilde vragen om uw vragen, maar ook uw antwoorden, enigszins beknopt weer te geven. Dank u wel. Mijnheer Smit, gaat uw gang.
26
De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Mijnheer Heijstek, nog een vraag aan u. U refereerde volgens mij uit de businesscase toen u zei dat de prijs per uur nauwelijks gaat stijgen of ietsje gaat stijgen. Als dat niet zo is, dan vraag ik me af hoe u weet dat de prijs straks ongeveer hetzelfde blijft. En bent u nou eigenlijk hier in de rol van adviseur van de wethouder of bent u hier in de rol van inspreker? Want u moet mij even toelichten hoe u het inspreker schap combineert met het werkzaam zijn voor iZoof Spaarnelanden. Dank u wel. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Heijstek. De heer Heijstek: Ja, sorry, mevrouw de voorzitter. Ik begrijp eindelijk de vraag van meneer Smit. De insinuatie die hij net deed. Ik zit hier niet namens iZoof. Ik zit hier namens het Ramplaankwartier. Maar ik heb wat extra informatie natuurlijk. Kennis van hoe het er in de praktijk aan toegaat. Vandaar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Heijstek. De heer Heijstek: Zijn tweede deel van de vraag ging over de tarieven. Ik heb niet gezegd dat de tarieven hetzelfde blijven. Dan heeft u niet goed geluisterd naar mijn antwoord daarnet. De tarieven gaan wel degelijk stijgen, maar ze zullen aan de onderkant van de commerciële tarieven blijven. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Heijstek. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Wie spreekt hier? De heer Smit: Frans Smit.
De voorzitter: Maar mijnheer Smit, we hebben afgesproken dat als u wilt spreken dat u dat dan even via de chat aangeeft. De heer Smit: Probeer ik ook. De voorzitter: Voor straf ga ik nu even mevrouw Van der Windt eerst het woord geven. Gaat uw gang, mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ik zal het heel kort houden, voorzitter. Maar ik heb eigenlijk een aanvulling op de vraag die meneer IJsbrandy net stelde. U zegt van: ja, dit werkt omdat wij een coöperatie zijn. En iZoof stapt daar in en dat levert iets extra’s. Voor mij ben ik nog steeds op zoek naar de vraag: wat doet iZoof, wat doet Spaarnelanden dan in dit geval, voor extra’s waarvan je zegt: dat krijgen we nooit voor elkaar bij een andere partij. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven hierover? Wie voelt zich geroepen om antwoord te geven? Mijnheer Bloemendal, u bent heel stil. Is dit wat voor u? De heer Bloemendal: Nou, ik wil deze wel beantwoorden hoor. De voorzitter: Gaat uw gang.
27
De heer Bloemendal: Nou ja, ik ben een echte gebruiker. Ik heb voor de rest geen enkel belang in iZoof. 0,0. Maar wat ik al eerder zei: het gaat om het gevoel wat ik hier bij heb. Ik ben gevraagd door mensen bij mij in de straat. Die zeiden: je hebt een auto, wil je hier niet instappen? En dat is nog steeds wat ik heel erg belangrijk hieraan vind. We hebben een WhatsAppgroepje waarin we mekaar op de hoogte houden. Iemand uit de WhatsAppgroep maakt die auto schoon en zorgt ervoor dat de bandjes op spanning zijn en dat soort dingen. Dus de hele beleving bij deze auto is gewoon dat we echt met elkaar 2, we hadden er eerst 3. Dat we nu echt 2 auto’s met elkaar hebben. Mevrouw Van der Windt: Maar dan zit het dus meer in de mensen met wie u het samen doet dan met de externe partij die die auto’s ter beschikking stelt. Klopt dat? De heer Bloemendal: Nou, er werd net ook gevraagd naar de prijs. Kijk, ik bedoel. Ik ben kapitaal krachtig genoeg om het voor de prijs wel of niet te laten. Dus ik zit hier in omdat ik auto’s van de straat wil hebben, geen CO2 wil uitstoten en die kinderen hier bij mij in de buurt zie spelen. Dat is waarom ik hierin zit en daarom vind ik het ook heel erg belangrijk. En ik zeg ook altijd tegen iedereen: ik wens echt iedereen, ik wens jullie allen toe: doe je auto weg. Je verlost jezelf van zoveel sores. Ik meen het serieus.
Op het moment dat ik mijn auto weg deed. Ja, het klinkt echt wel prediken. Maar ik voelde me echt bevrijd. Nooit meer naar de garage. Nooit meer gezeik over winterbanden. Nooit meer gedoe over lekkende olie op de stoep. Gewoon alles is gewoon weg. Nou, dat. En dan vervolgens nog eens een keer leuke buren waarmee ik nu contact heb. Waarmee ik langsloop. Waarmee je over de auto kunt praten. Waarbij je kan zeggen: potverdikkie, hij was bijna leeg. Ik wil hem hebben. Hoe lossen we dit op? Gewoon dat. En dat kun je met een commerciële partij krijg je dat echt gewoon nooit. Dus dit is veel meer dan alleen maar. Dit is een echt burgerinitiatief. Dit is echt sociale cohesie. Dat is voor mij waar dit over gaat. En het dan platslaan van: ja, er zijn ook commerciële aanbieders en het kan allemaal beter. Dan sla je het plat en dan ontdoe je het van de waarde die het echt heeft. Namelijk gewoon mensen die met elkaar de verantwoordelijkheid op zich nemen, met elkaar als burgers de verantwoordelijkheid op zich nemen, om iets te doen aan de leefbaarheid van hun eigen omgeving. Dan vind ik het eigenlijk bijna een belediging naar mezelf om dan te zeggen: dan nemen we wel één of andere commerciële jongen die 100 auto’s in de stad zet. Nou ja, ik denk dat ik het dan niet doe. Dan ga ik wel weer fietsen ofzo. Dan koop ik wel een auto. Dat is echt het verschil voor mij. Dat meen ik echt serieus.
Ik hoop dat het een antwoord was op uw vraag, mevrouw Van der Windt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bloemendal. Mijnheer Hovinga, ik zag net een handje en ik zag ook een gilhandje. Is dat nog steeds van toepassing? Wilt u nog wat zeggen? De heer Hovinga: Nou, ik heb hier eigenlijk niks meer aan toe te voegen. De voorzitter: Nee, het was een vlammend betoog. Mijnheer Smit, ik geef u nog even het woord. Gaat uw gang. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dat geldt voor uiteraard meneer Heijstek. Ik heb geen insinuerende opmerking gemaakt. Maar ik constateer dat u weet dat de prijs per uur wel gaat stijgen, dus dat u refereert uit de businesscase. En dat geeft uw betrokkenheid met iZoof Spaarnelanden aan. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, gaat uw gang.
28
De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter. Iedereen bedankt dat ze hier zijn. Ik ben toen ook wezen kijken. Het is natuurlijk eigenlijk wel schandalig dat als het in 2016 een burgerinitiatief is dat we dan in 2021 pas einde pilot hebben. Dat had natuurlijk allemaal veel eerder moeten gebeuren. Maar ik heb 2 vragen. Er wordt gezegd. Er wordt natuurlijk als rol van gemeenteraadslid word ik daar natuurlijk heel blij van. Dat gaat de gemeente allemaal niks kosten. Maar die tarieven zijn dan ook lager als de commerciële. Maar komt dat omdat er dan tweedehands auto’s worden gebruikt? Dat is vraag 1. En dat het de gemeente niks gaat kosten. Als dit succesvol moet worden, dan moet er natuurlijk inderdaad overal laadpalen geplaatst worden. Wie gaat dat dan betalen? De voorzitter: Ik denk dat meneer Heijstek daar misschien de aangewezen persoon voor is om daar antwoord op te geven. Gaat uw gang. De heer Heijstek: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het is inderdaad waar. Die laadpalen, die moeten er natuurlijk wel komen. Dat is waar. Dat kost een investering. Dat is zeker zo. Ja. Dus dat zal inderdaad uit gemeenschappelijk budget moeten komen. Zeker. Tweedehands auto’s, die heb ik niet zo op mijn netvlies staan. De heer Van den Raadt: Ik had dat geopperd, maar dat was een idee zeg maar wat misschien in coöperatief verband besloten zou kunnen worden. Zo heb ik het benoemd.
Ik weet niet of die plannen er daadwerkelijk zijn. De heer Heijstek: Niet concreet, nee. Wordt wel over gesproken. Dat wel. De voorzitter: Geef ik nu graag het woord aan mevrouw De Raadt. Gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nog één vraag hoor. Want ik sloeg even aan op het betoog van meneer Bloemendal. Het was een heel plannenbetoog, dus niks daarvan af doen. Alleen u eindigde met de stelling van: ja, als iZoof er straks niet meer is en ik kan alleen nog maar naar een commerciële, dan ga ik wel liever fietsen. Maar is dat dan niet eigenlijk nog veel beter voor die leefbaarheid van onze stad? En daar op volgend. In hoeverre is er eigenlijk onderzoek naar gedaan. Want jullie zeggen wel van: ja, het heeft een aantal auto’s van de straat gehaald. Nou, als je dan kijkt naar de CBS cijfers dan is daar wel het één en ander over te discussiëren, valt er wel wat over te discussiëren. Maar is er ook gekeken naar hoeveel mensen dit project van de fiets haalt en uit het OV? De voorzitter: Lijkt mij een beetje een technische vraag. Mijnheer Lampe, ik geef u graag het woord. Gaat uw gang. De heer Lampe: Ja, wat ik daarbij wilde zeggen, want dat is iets wat wel al onderzocht is. Dat op het moment dat je aan het autodelen mee gaat doen, ga je ook meer openbaar vervoer gebruiken.
De auto gebruik je voor die hele onhandige dingetjes waar je met het openbaar vervoer moeilijk kunt komen. Zodra je het goed kunt doen met het openbaar vervoer ga je het openbaar vervoer gebruiken. Ik ben daar zelf gewoon een voorbeeld van. Vroeger stapte ik voor alles in de auto. Nu stap ik alleen in de auto als dat een reden heeft dat ik een auto nodig heb omdat ik iets groots moet vervoeren of meerdere mensen of naar een ingewikkelde plek moet en de rest doe ik met het openbaar vervoer. En dat is iets wat al onderzocht is op andere plekken ook. Autodelen leidt ook tot meer openbaar vervoer gebruik. Dus het mes snijdt aan 2 kanten. Mevrouw De Raadt: Maar tot minder fiets gebruik zegt uw collega, meneer Bloemendal, net.
29
De heer Bloemendal: Dat heb ik niet gezegd. Nee. De voorzitter: Mijnheer Bloemendal, u wilde nog wat zeggen? Meneer Hovinga wil in ieder geval wat zeggen. Gaat uw gang. De heer Hovinga: Ja, sorry, ja. Nou, ik heb in ieder geval meneer Bloemendal horen zeggen of fietsen of misschien koop ik wel weer een nieuwe auto. En ik denk als alle deelnemers. Ik weet dat een heleboel mensen deelnemen aan iZoof ook omdat het elektrische deelauto’s zijn. Als al die mensen een elektrische auto zouden kopen, dan zou je dus 41 extra auto’s hebben. Dan is de gemeente ook eigenlijk verplicht om te zorgen dat er laadpalen bij komen. Dus op het moment dat de bezetting van laadpalen toeneemt zal de gemeente ook daar palen plaatsen. Dat is landelijk afgesproken met de nationale agenda laadinfrastructuur. Dus op zich, ik denk dat we blij mogen zijn als mensen afscheid willen nemen van hun auto. Het levert ruimte op. Mensen gaan minder rijden. Dat is ook aangetoond door een onderzoek. 20% minder autokilometers als je gaat autodelen, als je overstapt van een eigen auto, gemiddeld gezien. Dus, nou ja. Bij Jaap is het misschien wat meer. Bij iemand anders ietsje minder. Maar gemiddeld uit een landelijk onderzoek is 20% minder autokilometers als je overstapt op autodelen. De voorzitter: Ja, oké. Goed.
Ik denk er zijn volgens mij geen vragen meer van deze raadsleden en wij moeten ook echt door met deze vergadering. Dus ik wil de insprekers van harte bedanken voor hun digitale komst hier naar deze vergadering. Dank u wel voor uw bijdragen. Ik moet u nu vriendelijk verzoeken om in ieder geval op deze manier de vergadering te verlaten. U mag natuurlijk wel meekijken via de stream. Heel erg bedankt. Fijne avond en kijk vooral verder op het scherm. Dag. Dan gaan wij nu door met de inhoudelijke behandeling van dit onderwerp. Ik zeg het nog één keer. Wij moeten om 8 uur echt klaar zijn met deze vergadering. Hou daar rekening mee bij uw bijdrage. Ik zal ook scherp zijn op de spreektijden. Een aantal van u zit al een beetje op het randje. Dat is nou eenmaal zo. Goed, dus wij gaan snel door. Door het college zijn 4 scenario’s onderzocht voor het eventueel vervolg van de pilot iZoof car sharing. De vraagt die voorligt is welke rol de gemeente en Spaarnelanden NV moet of wenst te spelen ten aanzien van dit bewonersinitiatief. Het tweede scenario heeft de voorkeur van het college. Dit legt het college voor aan de commissie en vraagt de commissie om zijn opinie te geven. Volgens de lijst van woordvoering krijgt als eerste het woord Wouter Rutten. Gaat uw gang. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel.
Scenario 2 is de voorkeursscenario van het college en u kunt zich er alles bij voorstellen dat dat niet het scenario is waar de VVD voor kiest. De VVD kiest voor scenario 4. Afbouwen en loslaten. Spaarnelanden heeft een hoofdtaak: afvalinzameling en onderhoud van de stad. Daar zijn ze voor. Daar hebben ze hun handen aan vol en dat blijkt ook wel uit de aanhoudende stroom klachten over volle afvalcontainers en papierbakken. Belastinggeld uitgeven aan het iZoof project waar slechts een kleine groep Haarlemmers van profiteert moet wat ons betreft zo snel mogelijk ophouden voordat de schade financieel nog groter wordt. En laten we wel wezen, er bestaan genoeg commerciële autodeelbedrijven zoals Greenwheels om deze service aan te bieden aan Haarlemmers die dat wel graag willen. En er zijn ook initiatieven op de markt waarbij je met een aantal mensen voor 500 euro een auto kunt leasen en je die dan met 10 mensen kunt delen. De voorzitter: Mijnheer Rutten, u heeft een interruptie van de heer Van den Doel. Gaat uw gang. De heer Van den Doel: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijnheer Rutten, u weet toch dat het met een aparte BV gaat komen, dus dat het niet de NV daarmee belast? De voorzitter: Mijnheer Rutten.
30
De heer Rutten: Ja, maar nog steeds blijft het voor ons bovenaan staan dat daar geen enkele reden is om Spaarnelanden en of de gemeente daar op wat voor manier dan ook in te betrekken. Het is niet voor niks een scenario dat wordt voorgelegd. U kiest waarschijnlijk voor een ander scenario. Maar scenario 4 afbouwen en loslaten is wat ons betreft een heel reëel scenario en ook het scenario waar we voor kiezen. We zetten het even kort op een rijtje. Het project draait nu 3 jaar sinds 2018. In die tijd heeft Spaarnelanden dat het iZoof deelauto project onder zijn hoeden heeft en financieel verantwoordelijk is daar 3 à 3,5 ton euro belastinggeld aan uitgegeven. En dan zien we ook nog dat dat gaat om een heel aantal, laag aantal, deelnemers in die 3 jaar. In februari 2019 wordt de evaluatie iZoof car sharing gepresenteerd. Er zijn dan na 1 jaar 73 actieve deelnemers. Uit de factsheet uit oktober 2020 gaat het om 128 deelnemers. Dus na het eerste proefjaar zijn er in 2 jaar tijd 55 deelnemers bijgekomen. En totaal kom je dus op 128. Spaarnelanden heeft dan per iZoof deelnemer 2735 euro uitgegeven om een deelnemer in een deelauto te laten rijden. De voorzitter: Mijnheer Rutten, u heeft weer een interruptie van meneer Van den Doel. Gaat uw gang.
De heer Van den Doel: Mijnheer Rutten, u bent er toch mee bekend, hoop ik, dat iZoof totaal geen enkele acquisitie heeft gedaan omdat de pilot als afgerond beschouwd werd en dat met name aan de kant van de gemeente en de politiek door uitstelgedrag wij het zoveel later pas dit behandelen? Dus vandaar dat er ook verder geen groei is omdat het niet kon, omdat het de pilot zou overstijgen. Dus dat is een beetje een spagaat waar iZoof in zat, waar wij ook voor gezorgd hebben. Dus ik hoop dat u dat snapt en dat uw berekening daardoor niet helemaal klopt. Op zich klopt het wel qua aantallen, maar hij klopt niet qua tijdsinsteek en ook niet om de prestatie die iZoof heeft geleverd. Dat is namelijk geen acquisitie. De voorzitter: Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Als het zo’n ongelofelijk wondermiddel was, dan gaat de kosten voor de baat uit en hoef je ook geen acquisitie te plegen en gaan de mensen met bosjes naar iZoof zelf toe, meneer. We hebben dus 3,5 ton meebetaald aan een zeer kleine selecte groep om in die deelauto’s rond te laten rijden. En het grootste probleem daarbij is dat het dan gaat om die sterk gereduceerde pilottarieven die niet kostendekkend zijn. Net bij de insprekers werd er ook al op gehint en ook vragen over gesteld. En wij vragen ons serieus af wat er gebeurt met het aantal deelnemers als die tarieven wel kostendekkend zijn en marktconform worden.
Die lopen dan nog verder terug of zullen in ieder geval niet die gewenste aantallen of de nodige aantallen bereiken. Laat dit in vredesnaam aan de markt over en hou op met bemoeienis vanuit de overheid om deze wensdroom uit te laten komen. Als het dan gaat over die markt heb ik daar nog een vraag bij aan de wethouder. Uit de beantwoording van de technische vragen, ingediend door mijn collega Boer, daar is onder andere gevraagd naar het spreken met marktpartijen die daar over in geïnteresseerd zouden zijn om interesse te hebben in het overnemen van iZoof of het initiatief. Het antwoord daarbij is nogal cryptisch. Er wordt gesproken dat er geen serieus aanbod is geweest. Kan de wethouder vertellen wat dan serieus is in zijn beleving? Ik kan met geen aanbod uit de voeten. Ik kan met een aanbod uit de voeten. Maar met een serieus aanbod kan ik niet uit de voeten. En ik wil eigenlijk van de wethouder weten of er gesproken is over overname van iZoof car sharing en welke mogelijke consequenties daar ook zijn besproken. En we willen graag inzicht krijgen in dat aanbod en de digitale correspondentie die daarover is geweest. Dat mag ook vertrouwelijk, maar we willen daar wel graag meer over weten dan uw opvatting dat het geen serieus aanbod was. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rutten. Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Ja, dank u wel, voorzitter.
Auto delen is zeker waar het gaat om elektrische auto’s een goede zaak. En het is ook mooi om te zien dat bij de iZoof pilot sprake was van een initiatief vanuit de bewoners. En
31
zoals net ook al in de inspraakfase aan de orde kwam, nog beter is natuurlijk uiteraard de substitutie van de auto door het OV inclusief de fiets. Maar het structureel maken van autodelen als commerciële activiteit op basis van een businessplan met zeer aanvechtbare uitgangspunten door een overheid NV als Spaarnelanden kan onze instemming echter niet krijgen. Immers uiteindelijk zullen financiële risico’s terecht komen bij NV Spaarnelanden, wat weer kan leiden tot de noodzaak dat tarieven afvalstoffenheffing te verhogen waardoor de rekening uiteindelijk zal komen te liggen bij de Haarlemse burger. Ik zou tegen Spaarnelanden willen zeggen: schoenmaker, hou je bij je leest. Afval en beheer van openbare ruimte zijn je kernactiviteit. Luidt dit standpunt dan het einde in van de buurt en wijkgerichte initiatieven om te komen tot vormen van autodelen? Driewerf nee. Wat dat betreft willen wij dan ook spreken van een aangepast scenario 4. Hetgeen je zou kunnen omschrijven als een warme afbouw. En wat betekent dat? Wat ons betreft gaat de bestaande collectiviteiten van bewoners in het Ramplaankwartier en de Planetenbuurt rechtstreeks in gesprek met de gemeente om te bezien hoe de voor hen bestaande situatie in een andere vorm en met een andere rol voor de gemeente kan voortbestaan.
En wanneer er in andere delen van de stad, en dat blijkt ook uit de inspraak, collectiviteiten van bewoners, bijvoorbeeld in de vorm van coöperaties, opstaan om vergelijkbare initiatieven te realiseren dient de gemeente zich stimulerend en faciliterend op te stellen. En daarmee moet natuurlijk ook altijd gekeken worden wat er intussen op de markt aan aanbod zich ontwikkeld. De voorzitter: Mijnheer Sepers, u heeft een interruptie van meneer Van den Doel De heer Van den Doel: Ja, dat kon die verwachten natuurlijk, meneer Sepers. Hier komt die dan. De heer Sepers: Ja, ik zat er op te wachten. De heer Van den Doel: Ja, hier komt die dan. Nee maar, de coöperatie op een andere manier oplossen en niet met de NV Spaarnelanden. Nou, het komt in de BV, dus het financiële risico is zeer beperkt voor de NV. Maar u zegt dat de gemeente dus energie en tijd en dus ook geld moet steken in samenwerking met die coöperaties. Ik probeer het te volgen, maar het lukt me niet helemaal. Maar het kost ook geld. Het kost de gemeente ook geld. Dus waar u bang voor bent dat plaats u dan daar heen. En op zich vind ik het een sympathieke gedachte, maar ik snap hem nog niet helemaal. Dus ik hoop dat u er nog iets meer kunt zeggen. De voorzitter: Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, of het de gemeente geld kost.
Het kost de gemeente in ieder geval inzet van capaciteit om die contacten met die coöperaties aan te gaan. Nou, ik vind dat eerlijk gezegd prima. Want als wij, als u, van GroenLinks het belangrijk vindt dat dit soort maatschappelijke initiatieven een kans krijgen, dan is het ook logisch om daar collectief geld aan te besteden. Hoeveel dat zou moeten zijn, ik weet het allemaal niet. Maar het is een andere denkrichting dan via een commerciële activiteit van Spaarnelanden. De voorzitter: Mijnheer Sepers, u heeft nog even een aanvullende vraag van meneer Van den Doel. Gaat uw gang. De heer Van den Doel: Sorry, mijnheer Sepers, dat ik u weer onderbreek. Nee, maar ik bedoel, ik heb niet gezegd dat … Natuurlijk vinden wij dat, wij dragen het een warm hart toe, iZoof, en we willen daar ook geld aan besteden. Dus dat klopt, dus dat ben ik helemaal met u eens. En u roept iets nieuws op, dus ik ben daar gewoon heel nieuwsgierig naar.
32
De voorzitter: Mijnheer Sepers, gaat u verder. De heer Sepers: Maar ik begrijp, mijnheer Van den Doel, dat u het eens bent met onze vraag aan het college om te kijken of via die weg tot een oplossing gekomen kan worden voor mensen in de stad die auto willen delen, in wat voor vorm dan ook, liefst via de coöperatieve gedachte. Want dat is, een van de insprekers zei ook: het gaat om die beleving, het gaat om die samenwerking in de buurt en de wijk. Dat is natuurlijk een groot goed. U zult kunnen begrijpen vanuit de sociaaldemocratie dat wij de coöperatieve gedachte een warm hart toedragen en wij vinden gewoon alleen dat dat in rechtstreeks contact met de gemeente verder vormgegeven moet worden en dat Spaarnelanden daar helemaal niets te zoeken heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Sepers. Mevrouw Eckhard. Mevrouw Eckhard, bent u daar? Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Het CDA heeft net als de voorgaande sprekers wel moeite met dit voorstel. Dat is niet omdat wij tegen autodelen zijn, integendeel. Dat is niet omdat de juridische basis erg wankel is, of omdat de businesscase heel veel vragen oproept. Nee, daar hadden we allemaal misschien nog wel uit kunnen komen. Ons grootste probleem is echter dat er nooit een marktonderzoek is gedaan.
Vooralsnog gaat dit college er namelijk blind van uit dat 20.000 Haarlemse huishoudens aan iZoof willen meedoen. 1400 deelauto’s moeten worden toegevoegd aan de stad en pas bij 700 deelauto’s, dus 10.000 huishoudens, spelen we quitte. En tot die tijd blijft dit project ons geld kosten. Ik mag er niet uit citeren, maar dat laat de businesscase heel duidelijk zien. Dat is ook logisch, want deze vorm van deelmobiliteit is niet gratis. En ja, hoewel ik aanvankelijk dus zelf ook erg enthousiast was, bleken de kosten vooral het grootste obstakel. Maar niet eens het ‘…’ obstakel. De voorzitter: Mevrouw De Raadt, u heeft een interruptie van de heer Van den Doel. Gaat uw gang, mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, ik zit er lekker in. Mevrouw De Raadt, sorry. U zegt: het blijft ons geld kosten. Dat snap ik niet. Het zit in een bv, dat heeft een eigen geld vanuit zijn eigen geldstromen. Het zoekt externe financiering, dus ik snap niet wat u bedoelt met dat het geld moet gaan kosten. Volgens mij kost het ons namelijk helemaal geen geld. Sorry, ik ben buiten adem. De voorzitter: Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ja, dat komt waarschijnlijk van al die interrupties. Ja, nee, ik denk dat wij hier echt anders naar kijken.
Het feit dat iets in een bv zit en dat het al dan niet – want dat is nog niet eens duidelijk, hè, die bv wordt al dan niet onder de nv gehangen, dan wel ernaast, dat weten we nog niet, dat is die juridische wankelheid ook van het hele verhaal. Maar ik denk dat wij ook gewoon de risico’s die daarmee gepaard gaan heel anders inschatten. Volgens mij is dat voldoende. Want het gaat ook over die risico’s en het gaat ook over het geld. Maar, zoals ik daarnet al zei, het geld is niet het grootste obstakel, in ieder geval niet het enige obstakel. Want als ik naar mezelf kijk, dan zou ik eigenlijk best een goede kandidaat zijn voor deze deelmobiliteit. En ik heb het ook wel met mijn partner erover gehad, hoor: als onze auto kapotgaat, moeten wij dan niet gewoon aan autodelen gaan doen? Want ik kan het betalen en ik gebruik mijn auto maar twee keer per week. Alleen, als ik dan naar dit model kijk, ik ben wel twee keer per week een hele avond weg en dat betekent dat ik dus twee keer per week het dagtarief moet gaan aftikken. En heb je bijvoorbeeld je auto nodig voor je werk, dan is dit hele project gewoon compleet onbetaalbaar. En daarnaast, naast dat dagtarief dat je moet betalen als je wat langer wegblijft, je moet ook abonnementskosten, je moet een kapitaalinleg doen en
33
je moet een contract aangaan voor maar liefst drie jaar. En dan zijn we er dus nog niet, want er wordt ook nog verwacht dat je elke week twee uur vrijwilligerswerk gaat doen. Daarom is het voor het CDA zo lastig te begrijpen dat het college niet eerst aan de Haarlemse huishoudens heeft gevraagd of ze dit ook echt willen. Onafhankelijk marktonderzoek had ons drie jaar geleden waarschijnlijk al kunnen behoeden voor een teleurstelling die waarschijnlijk gaat komen. En ik heb ook technische vragen gesteld, hè, waarom is er geen marktonderzoek gedaan? Alleen, deze vraag is nooit beantwoord. Het CDA gaat er dan ook van uit dat het niet beantwoorden van deze vraag ons alles vertelt wat we moeten weten. Richting Spaarnelanden zou ik nog willen aangeven: prima dat jullie jezelf een innovatiebudget hebben gegeven. Onthoud, dit is wel gemeenschapsgeld en ik zou jullie dan ook in de toekomst willen uitdagen om dichter bij jezelf te blijven. Wat is de expertise van Spaarnelanden? Nou, dat is in ieder geval niet taxibedrijven aankopen, dat is niet apps ontwikkelen of elektrische wagenparken aanleggen. Maar doe waar je goed in bent, namelijk afval verzamelen en groenbeheer, en ga daar vervolgens een koppeling maken naar dat innovatiebudget. Denk dan bijvoorbeeld aan mobiliteit, als jullie dat graag willen, denk dan aan mobiliteit, samenwerking met de ov.
We hebben er al twee, maar ga voor mijn part alle bushokjes in Haarlem voorzien van groene sedumdaken, hè? Ook dat is goed voor de luchtkwaliteit en ik denk dat dat Haarlem vergroent op een manier waar alle Haarlemmers wat aan hebben, ook de Haarlemmers die geen honderden euro’s te besteden hebben aan elektrische BMW’s, of het zich kunnen veroorloven om elke week vrijwilligerswerk te doen. Voorzitter, het CDA kiest voor scenario 4. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. De heer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Het particuliere autobezit is een groot probleem in dit land en ik denk ook dat het zijn langste tijd gehad heeft, behalve voor mensen die een auto moeten hebben, ik ben daar zelf bijvoorbeeld één van. Maar zowel dus voor de verkeersdrukte als voor het geparkeerde blik op straat. De fractie van Actiepartij is blij met de verhelderende Raadsmarkt die wij over dit onderwerp hebben gehad en ook blij met de insprekers van deze avond. Mijn fractie kan zich vinden in de businesscase. De omvang valt binnen de marge van de commerciële activiteiten die Spaarnelanden zelf kan ontplooien. Het verwachte rendement lijkt goed onderbouwd. Daarbij is er geen marktpartij die dit op deze wijze aanbiedt, dat is al heel veel uitgevraagd. Er zijn risico’s, maar die zijn wat Actiepartij betreft aanvaardbaar.
Nu is er dus één wijk waar die pilot loopt en die bewoners zijn tevreden en er verdwijnen particuliere auto’s uit het straatbeeld. Nu zijn er nog vijf wijken die ook graag mee willen doen. Om deze pilot te continueren en daarmee de uitstoot en het particuliere autobezit terug te dringen, is mijn fractie voorstander van dit project. Actiepartij heeft nog wel een vraag: kan de wethouder bevestigen dat het aanleggen van de infrastructuur zoals laadpalen gelijk op loopt met het uitrollen van iZoof? Want blijkbaar ‘…’ … De voorzitter: Mijnheer Trompetter, ik ga u even interrumperen, want mijnheer Rutten heeft een interruptie. Gaat uw gang. De heer Rutten: Een korte interruptie. Mijnheer Trompetter, u geeft aan voorstander te zijn. Dat mag u wat mij betreft vinden en u geeft aan dat het een belangrijke bijdrage levert aan de reductie van CO2. Heeft u gekeken naar de tabellen die we hebben gekregen, de effectinschatting door het PBL van het voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord, dat autodelen een geraamd effect heeft van 0,01 tot 0,04 procent op de reductie van de CO2-uitstoot? Er is nagenoeg geen invloed op de CO2-uitstoot door autodelen. De voorzitter: Mijnheer Trompetter.