CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

04-15 Transcript cie Ontwikkeling

commissie Ontwikkeling 15 april 2021, gemeente Haarlem28.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het lijkt er inderdaad op dat u het voor zich uit schuift, dat u ergens eind van het jaar met scenario’s, met hernieuwde samenwerking komt. Oké, fijn, laat wij daar vaart mee maken, want wij wachten al te lang, maar dat depot, ja, daar moet toch ook een idee voor komen. Wanneer bent u dat dan van plan? Ja, dat zijn een aantal zorgen die wij hebben en een aantal frustraties van: het duurt al zo lang en dan is dit het antwoord en uit de stukken blijkt inderdaad ook wel dat het museum eigenlijk jarenlang is uitgehold, jarenlang is er iets beknibbeld, jarenlang kon het net niet en de gemeente bleef vasthouden aan kaders die al heel lang gebruikt werden. Er was geen overzicht, geen instrument, de ambitie die u eerder uitsprak, wethouder, ja, u gaf eigenlijk vorige keer aan: ja, ik heb een groot hart voor het museum, ik spreek ze vaak, maar het blijkt niet uit uw stuk. Het blijkt niet hoe u hier staat en vecht voor het museum en ook hoe u de raad mee wil nemen in de opbouw of de wederopbouw van het museum. Dus nou, ook daar een vraag van: hoe gaat u dit regelen? Hoe kijkt u dan naar dat beheer, hoe kijkt u naar dat depot? Hoe kijkt u naar de huidige situatie in het museum met dat onderhoud wat zo achter de feiten aanloopt? Het bureau, dat onderzocht heeft, is glashelder: de gemeente faalt, in opslag, in exploitatie, in controle over het personeel en in de financiën.

En dan hebben wij het nog geeneens over de onderhoudsplanning, helemaal, want die deugt ook niet. Wethouder, wanneer gaan wij dit nou eens definitief oplossen? De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mijnheer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, voorzitter, wij zijn veel rapporten verder en nog hebben wij geen goed beeld. De informatie is fragmentarisch. Was het niet beter geweest als de onderzoeken naar huisvesting en collectiebeheer eerst waren uitgevoerd, dan het museum de scenario’s had uitgewerkt en tenslotte Berenschot de second opinion had opgesteld? Berenschot was nu niet in staat om een advies uit te brengen, welk scenario te volgen. De volgorde lijkt verkeerd. Al met al duurt het wel erg lang. Gelukkig komt het Frans Hals Museum tot dusver in financieel opzicht goed door de coronacrisis heen, waardoor wij nog een beetje tijd hebben. Eén ding is wel duidelijk: willen wij het collectiebeheer en de huisvesting op orde brengen, dan moet er veel geld bij. CDA kan zich vinden in de vervolgstappen, die het college nu wil zetten. Wij steunen het voorstel om de opdracht van de gemeente aan het museum opnieuw te formuleren. Het museum gaat vervolgens aan de slag met een nieuw beleidsplan en een meerjarenbegroting. Dan kan alle fragmentarische informatie alsnog bij elkaar worden geharkt en de koers worden uitgezet.

Die koers moet, wat het CDA betreft, gericht zijn op een vitaal museum, waar Haarlemmers trots op kunnen zijn en zich mee verbonden voelen. Verder, voorzitter, nog een paar opmerkingen. Berenschot is zeer kritisch op de uitgewerkte scenario’s van het museum. Extra subsidies leveren geen extra bezoekers op, externe fondsen zijn niet bereid meer bij te dragen. Het museum is aan de inkomstenkant zeer voorzichtig geweest in de uitwerking van de scenario’s. Berenschot stelt: het Frans Hals Museum legt de bal alleen bij de gemeente neer. In het beleidsplan verwachten wij ook van het Frans Hals,

33

Museum meer. Dat, een tweede opmerking, dat de 3 miljoen investeringsruimte ingezet wordt voor een gemeenschappelijk depot, vindt het CDA een interessante gedachte. En tenslotte, voorzitter, locatie Hal is eigenlijk een blok aan het been voor het museum. Het belang van een plek voor wisseltentoonstellingen en hedendaagse kunst is duidelijk aangegeven. Voorzitter, is er een alternatief voor locatie Hal? De voorzitter: Dat was het einde van uw termijn? De heer Klaver: Ja. De voorzitter: Dan mijnheer Rijbroek, Trots. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Ja, het Frans Hals Museum, het zoekt, als je dit nou een beetje hoort, ook de inspraakbijdrage van mevrouw De Meester, naar een reddingsboei. Ik ben met een aantal sprekers eens, dat, het is bij mij het gevoel dat de richting één kant opgaat, er is een second opinion geweest van Berenschot en ook ik moet toegeven van: wat is nou wat het Frans Hals zelf wil? Wat is haar beleid? Wat is haar visie en heeft ze daar een marktonderzoek op losgelaten? Of zoals de heer Klaver … De voorzitter: Mijnheer Rijbroek, u heeft nog 20 seconden. De heer Rijbroek: Oh, oké. Nou, wij hebben subsidie 2021 – 2024 elk jaar gemiddeld 3 miljoen, dan kom je tekort, ver tekort dan 3,5 ton of 350.000 euro te verstrekken en op dit moment zal het totaal tekort zijn volgens de bestaande situatie op totaal 2021 tot en met 2024, ruim 3,5 miljoen.

En de uitspraak van De Meester over het ontbreken van gegevens voor juiste inschatting van de scenario’s en je wilt toch voor november 2021 duidelijkheid hebben, dan moeten wij zo gauw mogelijk de juiste cijfers hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Heel fijn, mijnheer De Groot, D66. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Wij hebben de afgelopen maanden meer commissies Ontwikkeling gehad dan ik mij kan heugen en ik draai toch al wel even mee en toch lukt het niet om scenario’s, die klaar waren in september 2020 te bespreken voor half april 2021. En eerlijk gezegd vind ik dat schandalig. Wethouder, we hebben alle rapporten, die we nodig hebben, we hebben de scenario’s, die we nodig hebben. Wat ons betreft, is het echt tijd om keuzes te gaan maken. En u doet daar ook een voorstel in. U geeft aan van: nou, wij willen opnieuw naar een opdracht gaan kijken en ik ben daar een groot voorstander van, alleen mevrouw De Meester gaf het ook al aan, het is nu wel, de tijd begint te dringen.

De begroting dit jaar in november is, denk ik, ongeveer het laatste moment dat wij als raad echt nog inhoudelijke stukken doorgaan, want daarna gaat de campagne wel zo’n beetje los, dus: wethouder, lukt het u om met die te formuleren opdracht, uiterlijk in de commissie van september een concreet voorstel te doen? En ik stel mij voor dat dat voorstel in ieder geval behelst de taken die ook door het museum genoemd zijn, namelijk de zes kerntaken voor het gemak: behoud en beheer, documentatie, onderzoek, verwerving, presentatie en de breed maatschappelijke taak, allemaal genoemd in de scenario’s. Is het mogelijk om in september ons voor te leggen hoe dat plan van aanpak eruitziet, hoe die opdracht eruitziet en hoe uiteindelijk die stip op de horizon eruitziet? En dan verwijs ik nogmaals: het wordt echt tijd om keuzes te maken. Het wordt tijd om die stip op de horizon te schetsen en die keuzes, die kunnen stevig zijn. En dan noem ik bijvoorbeeld: wellicht moeten wij de Hal gewoon verkopen. Misschien moeten we echt werk maken van het terugbrengen van de grootte van de collectie. Wellicht moeten wij kiezen voor een depot, inderdaad in samenwerking met een aantal anderen, maar daar dan ook een concreet moment voor gaan kiezen en kijken hoe wij deze kosten in bijvoorbeeld ook een IP kunnen laden. Dat die opdracht groot zal zijn, staat buiten kijf en dat zien wij ook in alle rapporten

34

terug. Alleen wij moeten op een gegeven moment wel die knoop door gaan hakken. En ik ben eigenlijk, mijn kernvraag aan het college is: gaat het lukken om op basis van hetgeen wat er nu ligt, dat voor elkaar te krijgen? En een korte vraag daarbij is: wij gaan naar de formulering van die opdracht. Er wordt gesuggereerd in de stukken om daar een derde partij bij aan te laten sluiten. Mijn idee daarbij zou zijn om dat nou niet weer een onderzoeksbureau te laten zijn, maar zorg nou dat daar een wijze uit de culturele sector bij aansluit. Wij zoeken een soort Tjeenk Willink. Die heeft op het moment iets anders te doen, maar iemand met gezag binnen de culturele sector om het museum en de gemeente samen aan de hand te nemen en snel stappen te zetten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben eigenlijk dezelfde vragen als mijn voorgangers van D66, de VVD, want OPH Haarlem heeft zich ook de principiële vraag allereerst gesteld: welk Frans Hals Museum willen wij? Wij zijn ook zeer teleurgesteld in wat er nu voorligt. De scenario’s, de kosten, het is nog allemaal niet duidelijk. Ondanks de naam van het museum in het buitenland, lijkt het ons dat het museum de afgelopen jaren niet het profiel heeft bereikt, dat geambieerd werd.

Is dat het gevoel van het tekort aan gemeentelijk subsidie en het werven van andere inkomstenbronnen, aan het aantal bezoekers, aan het pand zelf of aan de omvang ervan, de kosten en het beheer van de depots of ook daar de opvang ervan en/of aan de programmering en/of de kosten ervan, mede in samenhang met het gebruik van de Vleeshal? Of mogelijk nog relevanter. Het niet zijn van een Rijksmuseum, zoals het Teylers Museum. Het zal altijd wel een mix van variabelen zijn. Per thema hebben wij een paar opmerkingen. De scenario’s. Ook eigenlijk al door mevrouw De Meester aangegeven: veel te veel goedbedoelde variabelen. Je maakt als Haarlem en als museum eerst een profielkeuze en die ga je financieel en qua ontwikkelprogramma onderbouwen. Daarin zit dan uiteraard een bandbreedte door de verschillende weging van elementen. Maar deze gepresenteerde wolk gaat naar onze mening niet goed helpen om via die wolk tot een uitkomst te komen. Over het ontzamelen had ik een vraag gesteld, ja, dan nog blijven er 1000 stukken over. Ja, die niet ontzameld zijn, wat wij toch wel veel vinden. Er is een uitleg voor, maar ja, het is toch een opmerking die wij wilden maken. OP Haarlem gaat nu niet concluderen, daarvoor is het veel te vroeg. Wij plaatsen wat opmerkingen. Wij constateren dat het niet erkend zijn als Rijksmuseum, ambities nadrukkelijk kan inperken.

Creativiteit kan hopelijk compenserend werken. In de komende periode zal toch echt de profilering erop gericht moeten zijn om het product Frans Hals Museum zodanig neer te zetten, dat de Raad voor Cultuur, vanaf 2024 over de status van het Frans Hals Museum, als Rijksmuseum, positief kan adviseren aan de minister. Als dat niet kan of lukt, dan is er heel wat eerder een grens aan onze ambities. Ook moeten basisafspraken en kostentoedelingen over huur en onderhoud herbezien worden. Daar is de notitie van Toornend wel voldoende duidelijk over. Niet primair discussie over een bedrag of een structureel tekort, maar de discussie over het Frans Hals Museum. Een mooi museum, behouden voor Haarlem, dat is ons uitgangspunt. Welk ambitieniveau voor de komende jaren wij willen neerzetten, met daarbij een slim en goed aangestuurde bedrijfsvoering, daar zijn wij nu nog niet uit, de scenario’s zijn nog te diffuus en wij zetten daarom nu nog geen piketpaaltjes, maar we willen dit wel op zeer korte termijn van de wethouder ontvangen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ja, dank u, voorzitter.

Ja, laat ik beginnen, ik wil eigenlijk een voorstel doen en dat is namelijk hier in de Fabriciuskamer hangt een enorm portret van de vrouwen van Haarlem met Kenau in het midden, zwaar vervuild door de zware shag die indertijd de Partij van de Arbeid onder het schilderij heeft gerookt. Over twee jaar hebben wij 550 jaar viering van het Beleg van Haarlem, dat is ook een herdenking,

35

maar er zijn ontzettend veel Haarlemmers daar omgekomen, heel belangrijke gebeurtenis geweest in de geschiedenis en ik vraag mij af of er geen actie gestart kan worden om tenminste dit schilderij schoon te laten maken. Daar wil ik mee beginnen. Wat betreft de stukken, die hier voorliggen, ja, het is een goede nota, waar alle problemen op een rijtje, worden gezet. Zelf wil ik jullie eraan herinneren dat Hart voor Haarlem in 2018 al een voorstel deed om de problemen in het museum en met het museum op te lossen, door tenminste de Verweyhal, het gedeelte waar het museum nog in zit, te verkopen aan de heer Raiola, daar een flink bedrag voor te vragen en op die manier toch op zijn minst naar een nieuwe tentoonstellingsruimte voor de moderne kunst te kunnen kijken en de depotproblemen liefst ook op te lossen. Ja, er zijn indertijd keuzes gemaakt voor Teylers en de bibliotheek. Daar kan ik nog steeds achter staan. Wat ik wel echt zuur vind, is dat wij gaandeweg in de afgelopen jaren een keuze hebben ook gemaakt voor het Dolhuys, daar is 6,6 miljoen in gaan zitten en dat is dus niet naar het museum van ons, ons eigen museum het Frans Hals gegaan. Wat betreft het depot, ja, daar zijn, iedereen heeft het al gezegd, het is eigenlijk totaal niet duidelijk wat het college nu na al die jaren wil.

Ik vind dat ontzettend vervelend voor mevrouw De Meester, dat zij in die onzekerheid moet verkeren en voor de verkiezingen zie ik het echt niet opgelost worden. Wat ons betreft, gaat dat Baars, ja, die hebben nog geen eens een idee waar de spullen naartoe zouden komen. Ik heb ook inderdaad een paar jaar geleden gezegd: laten wij in godsnaam gaan ontzamelen, ook al zijn er problemen, want er zit ongelooflijk veel troep, BKR-troep, weet ik veel wat er in die containers zit en daar zal je toch even iets aan moeten doen. Ik laat het hierbij, ik heb nog 42 seconden. Dank u wel, veel succes verder. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. ChristenUnie is helemaal eens met het CDA dat er een verkeerde volgorde is gedaan. Eerst had huisvesting uitgezocht moeten worden en dan pas de scenario’s. Wij zijn het ook eens met D66 dat het treurig is dat we nu pas na een half jaar alles bespreken. Waarom heeft die second opinion zo lang geduurd? En Berenschot is kritisch over de opgestelde scenario’s van het museum, vooral wat betreft het uitgangspunt van de daling van de externe fondsen, maar Berenschot toont wel aan dat er meer subsidie nodig is. Maar uiteindelijk hebben wij nu nog geen scenario’s waarop wij besluiten kunnen nemen. Die moeten nu wel snel komen.

Ik lees nu dat er eerst een nieuwe koers moet komen en dat het museum dan op basis daarvan de meerjarenbegroting moet maken, maar dat is allemaal wel, is dat allemaal wel dit najaar klaar? Als wij pas dit najaar die koers bespreken en het museum daarna nog de meerbegroting moet maken. Wat betreft ChristenUnie, is het belangrijkste dat het vastgoedprobleem nu echt wordt opgelost en dat er integraal wordt gekeken naar verduurzaming, klimaatbeheersing en toegankelijkheid. De voorzitter: Mijnheer Visser, uw tijd is op. Wilt u afronden? De heer Visser: Ik heb nog een vraag, ja. Voorzitter, hoe staat het met de plannen voor de Egelantier, want daar willen wij toch ook iets met cultuur doen. Wanneer wordt er nou eindelijk een besluit genomen over de ontwikkeling? De voorzitter: Dank u wel. Dan heeft iedereen het woord kunnen voeren en dan is het woord aan wethouder Meijs. Mevrouw Otten: Voorzitter, ik heb een termijn gevraagd. De voorzitter: Mevrouw Otten, Liberaal Haarlem. Mevrouw Otten? Mevrouw Otten: Ja, ik had een termijn gevraagd.

36

De voorzitter: Ja, die heb ik u net gegeven. Mevrouw Otten: Ja, sorry, mijn geluid stond uit, dus dat heb ik niet gehoord. Ja, een beetje een gevoel van wederom met de rug tegen de muur te staan. Ernstig dat wij dit nu pas bespreken, dat had natuurlijk veel eerder gemoeten. Ja, ik koester sympathieke gevoelens naar het museum uiteraard, maar het is totaal onduidelijk hoe de wethouder het ziet. En daarnaast hebben wij een ingewikkelde situatie over welke invloed de coronacrisis heeft op de financiële situatie. Hoe gaan wij dat uitsplitsen? En wethouder, hoe gaat u ook een inschatting maken, wat de toekomst is in post-coronatijd? De financiële toekomst bedoel ik daar vooral mee. Welke keuzes gaat u maken? Dus ik ben heel erg benieuwd naar uw antwoord zo meteen. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dan gaan we nu naar wethouder Meijs. Gaat uw gang. Mevrouw Meijs? Wethouder Meijs: Dank u wel. Ja, ik had problemen om mijn microfoon aan te zetten. Dank u wel, voorzitter, voor het woord. Allereerst, het is een omvangrijk iets, wat hiervoor ligt, omvangrijk in de beslissingen en omvangrijk qua aantallen onderzoeken. Ik herinner mij nog levendig, dat wij de laatste keer met elkaar spraken en dat men zei: we hebben eigenlijk behoefte aan een keuze en dan komt er een wethouder met toch weer nieuwe onderzoeken en ook een second opinion.

Dat geeft alleen maar aan hoe ingewikkeld deze casuïstiek is en hoe ingewikkeld dit dossier is. Als eerste denk ik toch, dat ik even moet terughalen wat er in het verleden is gebeurd. Want de pijlen worden nu wel heel erg gericht op de huidige situatie, zoals die nu is gekomen, maar het heeft toch echt ook wel te maken met het historisch probleem, zoals we dat hebben gedaan vlak na de verzelfstandiging in 2008, toen er nationaal een crisis uitbrak en ook op het cultureel vlak veel bezuinigd werd. En ook hier in Haarlem is er eigenlijk jarenlang, wat dat betreft, weinig bij geplust, maar altijd afgehaald, dus wat dat betreft, hebben we hier te maken gehad met bezuinigingen en het ontbreken van een goede bruidsschat, toen dit museum zelfstandig verder moest. Wat is er gebeurd? Als eerste, wij hebben vorig jaar al geconstateerd, dat het museum inteerde en zo langzamerhand het vet op de botten kwijt was en toen is er gevraagd om scenario’s. Dat hebben we aangepakt en gaandeweg kwamen we erachter, dat er onduidelijkheid was over het beheer, over wie waarvoor verantwoordelijk was. Daarvoor hebben wij toen een nieuw onderzoek erbij gehaald voor het vastgoed, dat is het Toornend-onderzoek en vervolgens hebben wij ook gaandeweg ontdekt, dat was ook de aanbeveling van BMC, om het collectiebeheer te onderzoeken en dat is het Helicon-project geweest of het Helicon-onderzoek.

Dat is een inspectie geweest en die heeft ertoe geleid dat er nog geen financiële rekensom bijzit, dus dat klopt, als u zegt, dat ontbreekt, die heb ik ook nog niet gezien. Dat gaat nog komen, maar dat het complex is en dat het veel is, kan ik alleen maar beamen. Maar wat dat er wel voorligt, is een opinie van Berenschot, die wel een aantal aanbevelingen neemt, geeft en adviseert en die het college overneemt. En dat zijn een drietal zaken, die keuzes die ook voorliggen. Dat is, A, het nul-scenario is geen optie. Als wij er niets bij doen, dan hebben wij te maken met een museum wat binnen no-time failliet zal gaan en om zal vallen. Binnen dat nul-scenario is ook geschetst: als we terugkeren naar alleen het historische deel, het Hof en de Hal afstoten of de mogelijkheid om moderne, naast het historische tentoon te stellen, is ook geen overlevingskans. En zowel BMC als Berenschot zeggen: er moet minimaal 3 ton, BMC had het zelfs over 350, 3 ton aan exploitatie, om minimaal een gezond museum te hebben en te houden, waardoor je in ieder geval een gezonde museale functie kunt houden en twee of drie zegt Berenschot: doe wat aan de depots, want dat ziet er armtierig uit. Ben ik geheel met u eens. Wij zijn vorig jaar wezen kijken, dat is ook geïnventariseerd en er lag ook een oude belofte aan het museum om daar verbeteringen aan te brengen.

Dus dat zijn drie hoofdpunten, die uit het Berenschot-advies zijn overgenomen door het college en voorliggen nu. Dus het verwijt, dat er geen keuzes gemaakt zouden zijn, volgens mij liggen die wel voor u. Ik ga even in stappen de vragen af. Ik zal wat tempo maken, ik zie dat ik nog maar twee minuten heb, maar de eerste stap die, of het eerste verwijt wat er lag van de Actiepartij: vind hier niet een verkokering plaats? Nee,

37

juist door een integrale aanpak op alle vlakken zowel te kijken naar het vastgoed, het beheer en het onderhoud en wie daarvoor verantwoordelijk is, zowel te kijken naar de exploitatie, als zowel te kijken naar het collectiebeheer, zie ik mij gesteund in deze onderzoeken en dat het complex is, dat zal ik niet ontkennen. Wij zullen zeker ook kijken naar de duurzaamheid, als wij het hebben over het onderhoud van het gebouw. Wij zijn het eens met de PvdA, dat wij een gezond museum wensen en dat gezonde museum zul je in eerste instantie iets moeten doen aan gewone dagelijkse portemonnee, dat is het exploitatietekort wat er is. Toornend geeft een doorkijkje voor het behoud van het onderhoud van de gebouwen voor 40 jaar, dus wat dat betreft, kan ik alleen maar zeggen dat de gemeente of het college op dit moment wel van doorpakken heeft geweten en het dus allemaal integraal heeft onderzocht en het niet heeft weggeschoven voor zichzelf, maar graag met u wil kijken naar een langdurig, duurzaam museum en Toornend is één van de onderzoeken die dat doorkijkje gaat geven. Dat daar weer geld bij zou moeten, dat moet uitgezocht worden, daarom ligt er dat onderzoek nu nog niet als een besluitvorming voor.

Dat gaat zeker nog komen en dat daar een herverdeling moet plaatsvinden van wat voor de huurder en wat voor de verhuurder op de rekening is, dat moet ook helder worden, want daarover is in het verleden ook onvoldoende helderheid geweest. GroenLinks zegt: pak het goed aan, zorg dat u weer een gezond en duurzame toekomst heeft en beziet dat deze eerste stap pleisterplakken is. Ik denk dat het een goede stap is richting een gezond museum. Ik ben er retetrots op dit museum, ik heb er jarenlang naast gewoond en ik kan van harte ondersteunen, dat het ook mondiaal een zeer bekend museum is, dus het gaat mij echt aan mijn hart, als wij nu geen keuzes maken om daar structureel wat geld bij te doen. En niet alleen voor de exploitatie, maar ook goed te kijken naar de depotvorming en het vastgoed en het collegebeheer. En dat erbij zit, zoals u al zegt, dat er historisch gezien bij de verzelfstandiging onvoldoende aandacht is geweest voor het goed afstemmen van een opdracht. Ik denk dat dat door iedereen beaamd wordt en ik neem de suggestie over om daar wellicht iemand voor te benoemen, om die herformulering goed te doen, zodat we ook weten, dat wij dan voor de eerstkomende jaren, tientallen jaren, grondig te werk kunnen gaan en een goed museum neerzetten. De voorzitter: Mevrouw Meijs, u heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten.

Mevrouw Van Zetten: Ja, u heeft het nu weer, we hebben natuurlijk allemaal rapporten gehad, u heeft het over een persoon benoemen, die er nog eens naar moet gaan kijken: hoeveel geld heeft u daar dan voor over? En kunnen wij dat geld dan niet beter stoppen in een praktische oplossing, namelijk iets te doen met zeecontainers met Baars? Wethouder Meijs: Ook daarvoor zit in het stuk een voorstel, mevrouw Van Zetten, u heeft kunnen zien dat in het voorstel genoemd wordt om het te verplaatsen naar een daarvoor toegeëigend bedrijf… Mevrouw Van Zetten: Ja, interessant, welk bedrijf is dat dan? Wethouder Meijs: Dat weet ik nog niet. Dat wordt onderzocht. Mevrouw Van Zetten: Nee, dat bedoel ik maar, dat is dus een …. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, laat u mevrouw Meijs even uitspreken. Wethouder Meijs: Daar is ook een vraag voorliggend in het stuk. Het CDA en de ChristenUnie zijn van mening dat de volgorde verkeerd is geweest. Dat er eerst deze onderzoeken hadden moeten liggen en daarna de scenario’s. Daar kun je veel over zeggen, maar ik denk dat mijn enige repliek op dat geheel is: wij zijn begonnen toentertijd om de exploitatie door het museum, wat jarenlang ingeteerd heeft, de opdracht

38

gegeven om scenario’s te maken en al doende kwamen wij erachter dat het eigenlijk rammelde aan alle kanten. Zowel over de afspraken over de verhuur, over het onderhoud, over het ontbreken van meerjarenscenario’s. Nou, u heeft het allemaal kunnen lezen. Is geen verwijt naar geen enkele partij, maar er is bij de afspraak, toen het museum verzelfstandigd werd, onvoldoende rekening gehouden met de langere termijn. En natuurlijk kun je achteraf de koe in de kont kijken en denken: u had eerst dit, u had eerst dat, ik denk dat je een heleboel kunt zeggen van de situatie waar wij op dit moment zitten, maar we pakken het grondig aan, wij pakken het zorgvuldig gaan en met respect voor het bezit, wat eigenlijk van u en van mij is, van de hele stad en ook met respect voor de professionaliteit van het museum, wat sinds jaar en dag, eigenlijk al gewoon probeert hier een vermaard museum omhoog te houden. Ik denk dat, het depotonderzoek, daar zijn we mee gestart. We hebben een eerste Quickscan gedaan en ik kan u inderdaad zeggen dat, dat zal niet vandaag of morgen meteen tot definitieve oplossingen leiden, want daar zijn, denk ik, die 3 miljoen ook niet voldoende voor, maar ik kan daar nog geen enkel zinnig antwoord op geven.

Wat er wel aan de hand is en dat is een constatering, die ook gedaan werd door één van de onderzoeken, dat het huidige depot bij Baars als eerste eruit rolde, dat dat aangepakt moest worden en daarvoor doen wij ook een voorstel om tegelijk met het verplaatsen van Baars ook te beginnen met een inventarisatie, want die is ook nooit gebeurd. Er is wel een opdracht geweest, maar er is nooit geld bij gegeven. En dat kan niet voor niets plaatsvinden. Dan D66, die vraagt van: ligt er niet een keuze voor en is één van de keuzes niet om gewoon de Hal te verkopen en daarmee een probleem op te lossen? Dat heeft u ook kunnen zien, dat zowel BMC als Berenschot, dat alternatief, als het verkopen van één van de delen, als een penny wise pound foolish-optie aangeeft en daarmee eigenlijk het museum ook onthoofdt. Zij trekken vooral hun publiek doordat publiek terugkomt en ook door grote tentoonstellingen, die zij in het verleden ook samen hebben gedaan, bijvoorbeeld met het Teylers Museum en allerlei blockbusters aan grote trekkers hebben gehad. En het huidige museum of het oude museum, moet ik zeggen, het Hof, heeft onvoldoende ruimte, omdat soort grote tentoonstellingen ook te kunnen plaatsen, dus dat zou een penny wise pound foolish-besluit zijn, om de Hal te verkopen en dat wordt onderschreven door beide onderzoeken.

U verwijt mij dat het schandalig is dat ik het al die tijd heb laten liggen op de planken. Ik heb in september inderdaad kennisgenomen van de scenario’s en ik heb u in oktober gemeld dat ik een second opinion zou doen. Ik weet niet of u er zich bewust van bent, maar dat, ik heb niets op de plank laten liggen. Volgens mij heb ik zeer gedegen en zeer zorgvuldig gehandeld en ben ik inderdaad niet over één nacht ijs gegaan, maar wat er nu voorligt, dat is wel de eerste stap in het herformuleren en een toekomstgericht duurzaam museum voor ogen te hebben. De voorzitter: Mevrouw Meijs, u heeft een tweetal interrupties. Mevrouw Van Zetten heeft nog een vraag. Mevrouw Van Zetten: Nou, ik vind eerlijk gezegd, als mevrouw Meijs praat over penny wise pound foolish om de Verweijhal aan de heer Raiola voor een fiks bedrag te verkopen, vind ik, ja, dat vind ik heel weinig onderbouwd, want het was natuurlijk niet de bedoeling dat dan de tentoonstellingsruimte zou worden opgeheven.

Nee, daarvoor in de plaats zouden wij een andere tentoonstellingsruimte krijgen en onder andere werd er gedacht aan een gedeelte van de Egelantier, tegenover het museum, prachtige ruimtes, maar ja, tot op heden hebben wij al jaren niets meer van de verkoop van dat gebouw gehoord en dat verwijt ik ook het college, dat u tot helemaal niets komt, behalve rapporten op vraag en advies en daar komt echt, werkelijk pakt helemaal niets uit. De voorzitter: Ja, dank u wel, uw tijd is op. U heeft er flink wat secondes ook nog bij gekregen. Dan mijnheer Klaver, CDA.

39

De heer Klaver: Ja, ik wil ook reageren op de opmerking over de Hal. Dat penny wise pound foolish, dat is vanuit de optiek van het museum, omdat tegenover de kosten van het museum, de huur, staat de huursubsidie. Als wij het in zijn geheel bekijken, museum plus gemeente, dus vanuit gemeentelijke optiek, zou een alternatief voor de Hal wel eens helemaal geen verkeerde keuze hoeven te zijn. Vandaar mijn vraag: ziet u een alternatief voor de Hal? De voorzitter: Mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Nou, wij hebben volgens mij op dit moment de verkoop van de Egelantier, is die nog onder handen, dus daar kan ik gewoon niets van zeggen, omdat ik daar gewoon ook niets van weet, dus daar kan ik echt geen zinnig woord over zeggen. Wij hebben al eens eerder gekeken en dat heeft mevrouw De Meester, volgens mij ook al eens eerder met u gedeeld, dat wij naar opties, naar de V&D. Er is, denk ik, geen betere locatie te verzinnen in Haarlem, als de locatie op de Grote Markt.

Als wij het nou hebben over een internationale trekpleister, dan denk ik dat wij ons gelukkig mogen prijzen met zo’n prachtig, prachtig, historische Markt, waar dan ook nog ons eigen museum een tentoonstellingsruimte heeft, dus het moment dat we dat zouden gaan verkopen, nou, het is niet het eerste wat ik zeg, maar als daar collectief door de hele raad wel zo over gedacht wordt, zullen wij als college dat natuurlijk volgen, maar ik zou het echt de meest oenige zet vinden, van alles. Net zoals ik de onderste zet heb gevonden om de onderverdieping door het toenmalig college te verkopen. Dat was ook uit een soort geldgebrek en ik denk, als we dat nu weer zouden gaan doen, nou, volgens mij snijden wij onszelf in het vlees en zitten wij over 10 jaar weer op dezelfde blaren te puffen. Ik denk, wat dat betreft, dat er meer heil te vinden is om op dit moment, op een goede manier te kijken naar: hoe kunnen wij de subsidie op een zinnige en waardevolle manier met een herformulering van de opdracht aan het museum vormgeven? Waarbij de trots en dat meen ik serieus en oprecht, waar wij bij de trots, die we allemaal kunnen hebben op dit museum, weer kunnen doen glanzen. En ik zou het niet … De voorzitter: Mevrouw Meijs, ik wil u niet opjagen hoor, maar gezien de tijd, kunt u tot een afronding komen? Wethouder Meijs: Ja. Ik ben bijna klaar.

Ik zou het niet het rupsje Nooitgenoeg willen noemen, maar een vlinder, die fladdert tegen het raam en de vrijheid wil hebben om haar creativiteit ten volle te kunnen benutten, want ik denk dat wij daar een schat aan producten hebben hangen en ook een schat hebben in de toekomst, als wij daar voldoende ook een oor voor hebben. Dan zijn er twee praktische vragen gesteld over het ontzamelen. Volgens mij heeft mevrouw De Meester u al toegezegd, dat ze daar u over zal informeren, want dat is nou echt typisch iets van professionaliteit, die wij, als college, niet hebben. Evenals de vraag van mevrouw Van Zetten over het schoonmaken van een schilderij. Ik zal vragen of zij daar eens naar wil kijken en of dat tot één van onze bezittingen is, die schoongemaakt zou kunnen worden. Het CDA verweet mij ook dat de volgorde niet goed was geweest. Nou, volgens mij heb ik uitgelegd hoe ik het proces heb gezien en dat ik, wat dat betreft, de handschoen heb opgepakt en daar zeer gedegen en zorgvuldig ben mee omgegaan en ja, om daar maar mee af te sluiten: wij zullen in de komende periode nog vaker met elkaar moeten kijken, wat wij over hebben om dit museum te doen glanzen. Omdat met de eenmalige, nu verhoging van de exploitatie voor duurzaam, voor 3 ton extra.

Daar zijn wij er nog niet mee, maar ik zal u beloven, dat ik u voldoende mee zal nemen om elke stap gedegen en ook zorgvuldig te kunnen maken, want het is een omvangrijk dossier en er zit een omvangrijke opgave, die wij niet lichtvaardig nemen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, ik dacht dat ik mijnheer De Groot zag typen. Nee, mevrouw Kok heeft nog een vraag.

40

Mevrouw Kok: Ja. Ik denk dat iedereen met u eens is, dat wij allemaal het Frans Hals Museum een warm hart toedragen en het is een ontzettend lang verhaal. Maar wat gaat u nu concreet doen en u belooft van alles, maar zit er ook een soort planning aan? De voorzitter: Mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Zeker, zoals in het stuk al staat, zijn er twee vragen die ik u voorleg en die zal ik ook bij de kadernota weer herhalen. Dat is één, verhoog structureel de exploitatie van het museum met 3 ton om een minimaal gezond museum te hebben en maak eenmalig, nu, voor dit moment 250.000 vrij om een goede registratie te doen van die depot, daarmee ook een verplaatsing van het depot mogelijk te maken en op de langere termijn, zullen wij met elkaar, dat zal pas na de zomervakantie komen, want ik heb, die onderzoeken zijn wel klaar, maar we hebben nog lang niet alles in beeld, zowel op het vastgoed, als op het collectiebeheer, als op de herformulering van de opdracht van het museum, zullen wij zeker in dit najaar weer met elkaar verder moeten. Maar dit zijn de eerste stappen, die genomen moet worden. De voorzitter: Dank u wel. U heeft een vraag van mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. En dank u, wethouder voor de beantwoording van de vragen.

Het sluit mooi aan bij wat u als laatste zegt, wij zullen inderdaad nog met elkaar in discussie gaan, maar gaat dat lukken in september, oktober? Durft u nu toe te zeggen, dat wij de opdracht, hergeformuleerd, in september of oktober met elkaar gaan bespreken? De voorzitter: Mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Ik hoop het. Kijk, er is mij alles aan gelegen, dat wij dit op tijd met elkaar rond hebben, want dan hebben wij in het najaar, hebben wij weer de najaarsbespreking, de begrotingen voor de komende jaren en wat er nu ligt, is wat ik u al zegt, het is omvangrijk, dus ik hoop dat wij de opdracht eind van het jaar voor de begroting met elkaar in beeld hebben en zo niet, ja, ik wil vooral voorkomen dat ik een belofte doe om snelheid te maken, als wij in een tijd zitten, waar je je aan de ene kant taakstelling en bezuinigingen hebt en aan de andere kant een nooddruftig museum, wat gewoon smacht om op een goede manier zijn exploitatie rond te krijgen. Dus voor nu vraag ik u deze beslissing te nemen. Die zullen wij bij de kadernota u ook nog voorleggen en ja, ik ga mijn uiterste best doen om dat voor de begroting van het eind van het jaar in beeld te hebben en het u weer voor te leggen. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil graag naar een afronding toe. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Nou ja, korte vervolgvraag, want ik snap wat de wethouder zegt.

Het zou mij heel wat waard zijn, als wij in staat zouden zijn om in september of oktober, wellicht zonder financiële uitwerking, met elkaar te kunnen besluiten over hoe die opdracht eruitziet, zodat wij niet stilstaan en daadwerkelijk verder kunnen met een breed gedragen opdracht, richting het museum, om dan vervolgens de financiële consequenties, die gaan wij dan nog zien. Maar ik zou het vervelend vinden dat, u wil inderdaad het allemaal tegelijkertijd oppakken en integraal oppakken en dat waardeer ik, maar tegelijkertijd zou ik het heel jammer vinden als wij pas over een jaar of anderhalf jaar uiteindelijk weer tot keuzes komen, want er is echt meer urgentie dan dat. Dus wat er mogelijk is om in september en oktober bij ons terug te brengen, zou erg fijn zijn. De voorzitter: Mevrouw Meijs.

41

Wethouder Meijs: Dat is een belofte. Die zal ik doen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, punt van de orde. Mevrouw Van Zetten: Nou, ik wil wel graag dat u, als voorzitter, een paar duidelijke afspraken maakt met de wethouder, van wanneer wij dan inderdaad iets concreets tegemoet kunnen zien, want nu gaat het er uit zien dat wij tweeëneenhalve ton gaan geven om een voortijdige oplossing voor Baars te vinden, dan moet u toch al van de zomer weten waar u dan die spullen gaat opslaan? En waar die tweeëneenhalve ton of dat ook genoeg zal zijn of dat … De voorzitter: Helder, dank u wel. De wethouder, misschien verstandig als u zelf heel kort uw toezeggingen kunt samenvatten en herhalen, dan kunnen wij dit punt afronden. Voor de kadernota en september. Wethouder Meijs: Ik heb als eerste beloofd, dat wij, voor de kadernota van u, hopen dat u in kunt stemmen met de 3 ton extra voor de exploitatie van het museum. Dat zal dan voorgelegd worden. Het tweede belofte die ik net aan de heer De Groot heb gedaan, is dat wij in het najaar terug zullen komen om de integrale opdracht, die wij gaan herformuleren voor het museum, met u zullen bespreken. Dat daar hopelijk, als we dat financieel allemaal in kaart hebben, erbij kunnen doen, zo niet in ieder geval met de opdrachtformulering terugkomen bij u.

En de belofte van, aan de commissie: op het moment dat wij de depot bij Baars zullen gaan verplaatsen, dat wij uiteraard u zullen informeren, waar dat dan naar toe gaat en wat dat voor kosten met zich meebrengt, dat ik voor die herplaatsing ook geld nodig heb om direct de slag te maken om te kunnen inventariseren, dat lijkt mij dan wel duidelijk en daar zal ik ook bij de kadernota die 250.000 eenmalig budget aanvragen om de slag te maken vanuit het Baars verplaatsen. De voorzitter: Ja, en u heeft toegezegd met mevrouw De Meester, naar het Kenau-schilderij te gaan kijken. Wethouder Meijs: Klopt. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Ik hoop van niet, dan kunnen wij dit agendapunt afronden. 9.

Vaststellen Definitief Ontwerp openbare ruimte Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6 t/m 8 e.o. (FR) De voorzitter: Dan hebben wij nog maar slechts een paar minuten. Ik zie de, ik wacht even af wat in de chat gebeurt, maar ik wil een voorstel voorleggen aan de commissie. Wij hebben nog maar een paar minuten voor het vaststellen definitief ontwerp openbare ruimte Slachthuisbuurt Zuidstrook, geagendeerd door de Partij van de Arbeid, al één keer uitgesteld. Onze volgende vergadering is pas op 12 mei, dus of wij behandelen het vanavond niet, dan komt het op 12 mei terug of wij doen nog eventjes heel snel ons best en wij behandelen het nu. Mijn voorkeur zou hebben om het nu kort te behandelen. Graag uw instemming. Nu, nu, nu. Oké, dan gaan wij snel aan de gang en dan geef ik het woord aan mevrouw Verhoeff, PvdA. U heeft nog één minuut. Mevrouw Verhoeff: Dus wordt het een kort woordje. Ik ga niet nog een keer herhalen, dat hebben wij al een paar keer gehad, dat dit eigenlijk geagendeerd zou moeten zijn en worden in de commissie Beheer. In principe zitten daar de buitenruimte-experts en los van wie betaalt, wordt de openbare ruimte onderdeel van het gemeentelijk areaal en als eigenaar wil je weten wat je krijgt en hoe dat aansluit op de omgeving. Ik denk aan inrichting, gebruik, kwaliteit, onderhoud, onderhoudbaarheid, zeg maar en de jaarlijkse kosten.

Daar staan gelukkig wel een aantal zaken in. Zijn wij negatief over dit plan? Nee, zeker weten niet. De buitenruimte ziet er

42

echt heel erg vriendelijk uit en ik hoop dat die echt zo groen wordt als in de verbeelding. En het is op zich een pluspunt dat je ziet, dat daar al een, tenminste in de tekst kan lezen, moet ik eigenlijk zeggen, dat daar behoorlijk wat bomen aan toegevoegd worden. Daar kunnen wij eerlijk gezegd nooit genoeg voor zijn. Wij willen ook een pluim geven voor de uitwerking en als dan ook de volgende keer nog in Beheer wordt geagendeerd en niet bij Ontwikkeling, dan zeggen wij hiertegen: prima en de functies die nodig zijn, zitten erin en het zit er goed verwerkt in, dus wij zijn ook akkoord met de financiële verwerking via de Berop naar de raad en ik hoop dat ik nu nog net binnen de tijd ben gebleven. Nou, ik kan nog steeds nog zeggen: dank u wel, dit was het. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch, VVD. Heel kort. De heer Bruch: Ja, dank u wel, voorzitter. Inderdaad heel kort, wij hebben één opmerking, want er staat dat er ieder appartementengebouwen plaats komt voor parkeerplaats voor 4 gewone fietsen. Dat lijkt ons nogal weinig, vooral omdat een bakfiets al de plaats van vier fietsen inneemt. Verder is het natuurlijk een collegebevoegdheid en het is ter kennisgeving aan de commissie. Welke commissie doet er, wat ons betreft, dan niet zo gek veel toe. Wij gaan over onze eigen agenda, maar niet over die van de commissie Beheer, dus ik laat het graag aan het presidium over.

Verder vinden wij het er best aardig uit zien. Het is geen park, maar er is, wat groen betreft, het maximaal haalbare, dus wat ons betreft: gewoon doorgaan. De voorzitter: Mijnheer De Groot, D66. De heer De Groot: Geen termijn, voorzitter. Mevrouw Verhoeff: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Verhoeff, u heeft geen tijd meer. Mevrouw Verhoeff: Nog 8 seconden. De voorzitter: Mijnheer De Groot, geen termijn, mijnheer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: 10 seconden. De heer Hulster: Ja, ik weet het. Nou, wij zien dat er straatparkeren inzit op het groen, en waar wij ons echt zorgen over maken, is dat het straatparkeren eenrichtingsverkeer wordt en niet rechtstreeks op de Merovingenstraat uitmondt, zodat het verkeer dwars door de Slachthuisbuurt wordt geleid en ja, dat baart ons grote zorgen. Hier ligt juist de kans om de wijk De Slachthuisbuurt niet verder te belasten met extra verkeer en er komen straks ook nog parkeergarages bij, onder wat nu het Bruynzeel-gebouw is en wij verwachten dat daar dan nog meer auto’s bijkomen, die ook allemaal door de wijk gaan rijden. Dus ja, wij maken ons echt zorgen over dit ontwerp en wij hopen dat daar aandacht aan besteed wordt. De voorzitter: Ja, mijnheer Hulster, u heeft 30 seconden extra gehad van mij, maar nu is uw tijd echt op. Mijnheer Drost, GroenLinks. De heer Drost: Ja, dank u, voorzitter.

Ik denk, het punt, wat mevrouw Verhoeff wilde maken, die wil ik wel even maken, want ik denk dat zij wilde refereren aan het initiatiefvoorstel Visie op positie raad bij

43

herinrichtingsplannen. Die hebben we ingediend met PvdA en de Actiepartij om gewoon even goed te kijken: wanneer willen wij nou als raad betrokken worden of in ieder geval dit plan dat ter advisering naar de raad wordt gestuurd, nou, of dit nou zo’n plan is waarvan je direct zegt van: hé, nou, hier hadden we echt op willen bijsturen. Dat weet ik niet direct, maar het zal een, nou ja, goed om binnenkort daar het gesprek over met elkaar te voeren, maar dat gaan wij doen op basis van het initiatiefvoorstel. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Amand zie ik in beeld verschijnen, maar Trots Haarlem heeft geen tijd meer. Wij gaan naar mijnheer Klaver van het CDA. De heer Amand: Niet een paar minuten, voorzitter? De voorzitter: Een paar minuten zeker niet. Mijnheer Klaver. De heer Amand: Een paar seconden ook niet? Nou, dan vind ik het stuk niet behandelrijp, voorzitter. De voorzitter: Dat was het dan. Mijnheer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, voorzitter, ik kan mij volledig vinden in het betoog van de Partij van de Arbeid en het punt wat GroenLinks heeft gemaakt, ik heb daar niets aan toe te voegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan heel kort, gaan wij naar mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Ja, geen vragen volgens mij.

Mooi ontwerp waarin ook zorgvuldig is gekeken naar het groen dichter bij de woningen brengen en het feit dat er geen ontsluiting is in de Merovingenstraat, in ieder geval aan de voorkant, is omdat het te dicht bij het kruispunt zit, dus dat zit wel aan de achterkant, maar dat zit te dicht bij het kruispunt met de Schipholweg. De voorzitter: Is er nog behoefte aan een tweede termijn of extra vragen voor degenen die nog tijd hebben? Anders beschouw ik dit agendapunt hiermee als voldoende behandeld. 10. Sluiting De voorzitter: En zijn wij aan het einde van deze vergadering gekomen en dan kunnen wij elkaar toch allemaal digitaal aankijken en zeggen dat wij veel vergaderd hebben met elkaar in 2020 en dat wij nu volgende week nog raad en dan een welverdiend reces. De volgende vergadering is op 12 mei en dan spreken we elkaar weer. Ik wens u een fijne avond. Ik sluit de vergadering.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272105/1