04-15 inspreekbijdrage - schriftelijk - dhr D Walbrecht mbt iZoof Car Sharing
Tekst van het document
Geachte leden van de commissie Bestuur, Het College schrijft in haar notitie dat de proef met iZoof is geslaagd, maar dit is maar zeer de vraag; De auto’s van iZoof hebben namelijk niet gezorgd voor een afname van het autobezit in de pilot-wijken. Integendeel; het autobezit in deze wijken is juist gegroeid, zoals blijkt uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De auto’s van iZoof worden bovendien weinig gebruikt. De bezettingsgraad van iZoof, te berekenen uit de antwoorden op art. 38 vragen, is ondanks het zeer lage ‘introductietarief’ bedroevend laag. Het laat zich dan ook raden waarom Spaarnelanden het introductietarief nooit heeft verhoogd tot een marktconform tarief. De combinatie van een lage bezettingsgraad en een zeer laag uurtarief zorgt dan ook voor een uiterst verlieslatende bedrijfsvoering. Daarnaast is autodelen in theorie dan wel duurzaam, maar in de praktijk trekt het met name reizigers uit het OV en de fiets. Autodelen zorgt dus helemaal niet voor minder autokilometers in de stad, maar juist voor meer en dat zorgt dus uiteindelijk voor meer CO2 uitstoot in onze stad. Autodeeldiensten worden in onze stad al meer dan 15 jaar aangeboden. GreenWheels en MyWheels beheren zo’n 60 deelauto’s in Haarlem en deze zijn goed beschikbaar en vragen hiervoor een marktconform tarief.
Naast deze aanbieders van deelauto’s kunnen de inwoners van Haarlem kiezen uit zeer veel alternatieve mobiliteitsvormen zoals de fiets, OV, taxi en ride-sharing services, autodeel-apps zoals SnappCar and WeGo en zijn in Haarlem deelfietsen en deelscooters beschikbaar. Kortom; er is geen enkele aanwijzing dat er sprake zou zijn van ‘marktfalen’, zoals het College beweerd. Het is daarom geheel onduidelijk voor welk probleem iZoof nu precies een oplossing is en waarom uitgerekend Spaarnelanden, de vuilnisophaaldienst van Haarlem, zichzelf ziet als de aangewezen partij om het expertise-centrum voor een dergelijk groot automotive-project te worden. Net zo onduidelijk is waar de markt voor 1.400 deelauto’s, die Spaarnelanden in Haarlem voorziet, vandaan zou moeten komen. Helemaal zorgwekkend zijn de enorme financiële risico’s die Spaarnelanden aangaat met een dergelijk project; risico’s die uiteindelijk door de burgers van Haarlem gedragen zullen moeten worden. Ook blijkt, uit het aantal bewoners en ondernemers dat een bezwaarschrift heeft ingediend, dat het iZoof-project weinig geliefd is in de buurt. Onduidelijk is wanneer en onder welke voorwaarden dit soort partijen beslag mogen leggen op de openbare ruimte in onze stad. Spaarnelanden moet dan ook zo snel mogelijk stoppen met dit project en zich concentreren op haar kerntaken. Dennis Walbrecht