04-08 Commissie Bestuur
Tekst van het document
Want wij hopen dat de ondernemers die het heel zwaar hebben, zo snel mogelijk weer die extra bezoekers krijgen om weer zich op te kunnen richten. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ja, ik was aan het multitasken want ik wilde mijnheer Rijbroek vragen of hij even kon wachten tot u klaar was met uw bijdrage, want hij had nog een vraag. Mijnheer Rijbroek, gaat uw gang.
De heer Rijbroek: Burgemeester, ik had nog een vraag, is het op korte termijn mogelijk om de bestemming van hotels aan te passen op wat voor activiteiten daar plaatsvinden? Dan bedoel ik bijvoorbeeld prikacties, zelfstandige ondernemers, waardoor die bezettingsgraad van die hotels omhooggaat. Kunnen ze dat zo zonder meer zelf doen of moet daar een aanpassing komen in het bestemmingsplan en in de functie van hotels? Hoe zit dat precies? Burgemeester Wienen: Als ondernemers ideeën hebben, dan staan wij daarvoor open om te kijken van, wat zijn de mogelijkheden en ze eventueel daarbij te helpen. Ik weet dat als het gaat om vaccinatielocaties, voor de GGD is de locatie bekend. En de huisartsen, die hebben wel aan de gemeente gevraagd van, zijn er mogelijkheden want wij hebben eigenlijk in onze praktijk vaak te weinig ruimte om dat goed te kunnen doen, en om daar ook tempo in te maken. Tot nog toe heb ik de mogelijkheid van hotels op dat punt nog niet als vraag gezien. Maar daar waar ondernemers met ideeën komen, kijken wij wat er mogelijk is en proberen te helpen en te faciliteren. Overigens, wat bijvoorbeeld kan, en wat sommige ondernemers ook doen, dat is hun hotelruimte voor short stay gebruiken. Dus dat betekent dat mensen die woonruimte nodig hebben maar geen woning kunnen vinden, dat die tijdelijk tegen een wat ander tarief in een hotel terechtkomen.
Maar veel hotels voelen er ook niet zo heel veel voor om dat te doen want het vraagt toch van hen ook weer een andere expertise. En ze hopen dat ze zo snel mogelijk weer hun gewone gasten krijgen want dat levert gewoon meer op. De heer Rijbroek: Oké. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Botter, er is ook een aantal vragen gesteld die betrekking hebben op de jeugd. Wilt u daar nog wat over zeggen? Wethouder Botter: Heel graag, mevrouw de voorzitter. In de eerste plaats even over die vaccinaties, sneltesten bedoel ik, rondom de scholen. U zult ongetwijfeld gehoord hebben dat op dit moment de toelevering van de zelftest op dit moment wel een probleem is als het gaat over het hbo en universiteiten. Daar zit wat vertraging in de levering. Datzelfde geldt voor het onderwijs. Als het gaat over de sneltesten voor het onderwijs, hebben in ieder geval de schoolbesturen wel hun beklag gedaan dat ze nog niet daarvoor echt snel terechtkunnen bij de GGD, terwijl daar wel een maatregel is dat ze sneller geholpen zouden kunnen worden of moeten worden. En daarom zijn er een groot aantal scholen in Haarlem die uitwijken naar meer commerciële testbureaus en waar ze hun sneltesten laten plaatsvinden en waarin ze ook zeg maar andere vormen van testen laten doen. Als het gaat over de achteruitgang van de problematiek van jongeren, die gaat gewoon heel snel.
We zaten natuurlijk al best wel op een hoog niveau van jongeren die hulp nodig hadden in onze regio, en waar we in de commissie Samenleving regelmatig met u over spraken. Ik wil niet zeggen dat er enorme wachtlijsten waren, maar het toch wel eens zo dat er fricties waren, en die zijn versterkt. Die zijn versterkt op het terrein van anorexie en de zware GGZ-problematiek. De burgemeester gaf al aan, er is een bepaalde capaciteit en die capaciteit die kan je niet in één keer zeg maar laten toenemen. Toch meen ik in ieder geval te kunnen zeggen dat voor de echte noodlijdende gevallen en de zwaarste problematiek, altijd omwegen te vinden zijn, die waren er in het verleden ook en die zijn er nu ook. Dus zodra mensen echt hulp hebben of suïcidale problematiek speelt, dan wordt er wel degelijk heel snel ingegrepen. Als het gaat over ook de studieplekken in aanvulling op wat de burgemeester heeft gezegd, Triple ThreaT die heeft studiebegeleidingsplekken met daarbij ook begeleiding. Je ziet dat er ook een groot aantal scholen toch ook langer openblijft en de mogelijkheid biedt voor scholieren om buiten de lessen zeg maar daar te verblijven om hun eventueel huiswerk te doen en hun studie. Maar we kunnen pas met zekerheid zeggen of er extra capaciteit is die wordt uitgebreid via de bibliotheek, als we gewoon een aantal zaken beter onder orde
hebben. Ik gaf het al aan, de psychische problematiek neemt toe, en toch is daar een wisselend beeld voor. Dat is ook een vraag geweest aan het eind van de bijdrage, van uw commissie. Van, hoe kan het nou dat de problemen niet altijd goed kunnen worden ingeschat? Nou, en dat heeft gewoon alles ermee te maken, en wellicht heeft u het artikel in het Haarlems Dagblad van een week of anderhalve week geleden van mevrouw Wianne Brandt, de directeur van Veilig Thuis ook gelezen, en zij ziet gewoon dat er een afname is van de meldingen. En dat heeft dan weer alles te maken met het voorspelde stuwmeer dat zou komen. En dat stuwmeer, dat blijkt iedere keer maar voor ons uitgestuwd te worden. We hebben gedacht na een maand of drie van, nu komen de echte problematiek of nu komt er meer problematiek, toen dachten we, dat komt na een half jaar, en tot op heden blijft dat uit. En je ziet dat als het gaat over dat soort zaken, maken wij ons ernstige zorgen. Terwijl je het ook niet goed meer kunt inschatten omdat we van de scholen horen, die toch regelmatig met de kinderen contact hebben, de leerkrachten, dat het over het algemeen, voor wat zij kunnen waarnemen, goed gaat. Dus, nou ja, dat zijn hele tegenstrijdige berichten. Ook even aangevuld op wat de burgemeester zei over de schuldhulpverlening.
De wethouders sociaal domein hebben vorige week een gezamenlijke bijeenkomst gehad waarbij we zijn voorgelicht over de nieuwe schuldhulpverleningsproblematiek zoals we die in Haarlem willen gaan vormgeven, die is geformuleerd onder verantwoordelijkheid van de heer Roduner. Die zal dat op korte termijn met u bespreken en misschien is het dan ook goed om in dat verband met elkaar te kijken hoe het model van Utrecht daarbij wel of niet aansluit. Er is een aanpak geformuleerd die op een aantal terreinen heel goed vorm heeft gekregen, en ook zijn er verschillende convenanten gesloten daarover. Dan nog eventjes specifiek ingaan op de motie die is aangenomen, en allerlei activiteiten die zijn aangegeven. Het leek misschien die avond niet zo dat ik niet zat te wachten op een ondersteuning via die motie, want ik ben erg blij met die stimulans en toch ook die stok achter de deur die u mij heeft meegegeven om te zorgen dat ik vaart maak met die jeugdactiviteiten. Waar ik gewoon een beetje tegenaan zat te hikken die avond was het feit van dat het net leek alsof er helemaal nog niks was gebeurd. En die indruk is denk ik verkeerd. Ik denk dat er heel hard gewerkt is, dat er op heel veel verschillende plekken, zowel in de samenleving als bedrijf, andere onvermoede partners, maar het kan natuurlijk altijd meer en kan beter.
En, nou ja, ik heb wat suggesties gekregen vanuit uw commissie rondom verschillende andere projecten. En, of niet vanuit uw commissie, vanuit de commissie Samenleving, en daarmee ben ik aan de slag gegaan. Dat zijn we nu aan het uitwerken, dat komt onder andere neer dat we bezig zijn met de Hogeschool Inholland om te kijken of we daar activiteiten kunnen doen op het terrein van de combinatie van stagiairs die met sport, spel en cultuuractiviteiten aan de slag gaan, daarvoor kunnen worden ingezet. En aan de andere kant zijn we bezig of er culturele activiteiten zouden kunnen worden ingezet van de Stookkamer. En wat we tegelijkertijd aan het doen zijn, dat heeft de burgemeester ook al verteld, er wellicht dat er op afzienbare termijn ook extra geld komt vanuit de provincie waarmee we onze middelen kunnen matchen die we van het Rijk hebben gekregen, en dan zouden we wat meer substantieel ook een aantal projecten kunnen laten plaatsvinden. En ik hoop u binnen nu en anderhalve week, twee weken, van die projecten verder allemaal ook u op de hoogte te stellen. Maar weet, maar en dat heb ik ook heel erg goed in mijn oren geknoopt, de communicatie over wat we doen en over wat er beschikbaar is, en juist ook voor bredere groepen, daar gaan we echt mee aan de slag.
Want je kunt wel voor de bühne nu zeggen tegen u van, het is zo, er zijn heel veel activiteiten en gaat u maar rustig slapen. Maar ik vind dat we aan onze staats, ons verplicht zijn om te zorgen dat we ook op de moderne communicatiekanalen die de jeugd op dit moment gebruikt, ervoor zorgen dat die over het voetlicht worden gebracht. Deels gebeurt dat al, maar dat kan nog wel een tandje meer. En ik hoop u daarover heel snel te kunnen informeren. En volgens mij heb ik daarmee ook de openstaande vragen nog beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Zijn er nog vragen vanuit de commissie aan hetzij de burgemeester, hetzij de wethouder? En zo ja, wie kan ik het woord geven? Alles is volstrekt duidelijk? Ik weet niet of alle
vragen inderdaad beantwoord zijn of dat er nog wat vragen zijn blijven liggen? Ja. Dan zouden die vragen eventueel nog technisch ingediend kunnen worden, mocht dat nodig zijn. Ja? Oké. Nou, volgens mij zijn alle vragen beantwoord, dat is mooi. Dan gaan wij nu even pauzeren. Eens even kijken, het is nu half negen, ik stel voor tot kwart voor negen even een wat uitgebreidere koffiepauze te nemen, en dan zie ik u graag om kwart voor negen weer terug op het scherm. En volgens mij is de burgemeester klaar voor vanavond, dus dan rest mij weinig anders dan u echt een fantastische dag toe te wensen morgen, heel veel plezier. Zet hem op, wordt vast prachtig. Ik hoop dat de zon schijnt en veel plezier. Burgemeester Wienen: Hartelijk bedankt. De heer …: Veel plezier. De heer …: Goede dag gewenst. Burgemeester Wienen: Dank u wel. De heer …: Gefeliciteerd. De heer …: Mooie dag morgen. De voorzitter: En voor de rest geldt, tot kwart voor negen. Tot zo. De voorzitter: Ja, we zijn weer terug, hartelijk welkom terug bij deze bestuursvergadering vergaderd door commissie Bestuur. Wij hebben voor het volgende … O nee, nog niet. 10. Strategisch Inkoopbeleid 2021 (JB) 10.1 2019568037 Motie 39BIS Besteed lokaal aan De voorzitter: Onderwerp 10: strategisch inkoopbeleid. Neem me niet kwalijk, ik was al een sprongetje vooruit aan het nemen. Op verzoek van het college is dit geagendeerd.
In het coalitieprogramma Duurzaam Doen wordt inkoop als strategisch middel voor het behalen van de gestelde doelen benoemd. Vanwege ook de aandacht in de raad voor de inzet van inkoop stelt het college de commissie Bestuur in de gelegenheid dit strategisch inkoopbeleid te bespreken voordat het college beleid vaststelt. De vraag is of de commissie akkoord gaat met de wijze van afdoening van motie 39BIS Besteed lokaal aan. Dan wil ik nu graag het woord geven als eerste aan … Oh, dan pak ik mijn lijst er weer even bij. Voor dit onderwerp is als eerste aan het woord Rutten van de VVD. Gaat uw gang. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. Als ik naar het stuk kijk, focus ik even op punt 5: de risico’s en de kanttekeningen. Daar wordt het mij niet helemaal duidelijk, en de VVD niet helemaal duidelijk, waar die risico’s dan toe gaan leiden. Ik hoop dat de wethouder ook aan kan geven dat hij dat straks in het implementatieplan verder kan duiden. Er bestaat dan de indruk dat er gematigd ambitieus kan worden ingezet op het verwezenlijken van de inkoopdoelstellingen. Lijkt mij dat dat veel concreter zou kunnen, en de toereikendheid van de budgetten dat vind ik een hele vage. Dat de budgetten moeten toereikend zijn voor de geformuleerde ambities; dat lijkt mij vrij logisch, dat je ambities hebt en dat je budgetten dan ook daarbij moeten passen.
De vraag die ik daarbij heb, als daar ook staat dat de huidige budgetten nog niet zijn ingesteld op het meenemen van de inkoopdoelstelling in de aanbestedingen, of dat dan een stuwend effect heeft op de budgetten. Betekent dat dat die budgetten omhoog worden? Welke conclusie mag ik daar dan aan verbinden
ten aanzien van de prioriteit? Is de prioriteit de financiële huishouding, dus gaan we er nog steeds vanuit dat we zo goedkoop mogelijk inkopen, of is de prioriteit van dit college dat de geformuleerde ambities gerealiseerd gaan worden, en tegen welke prijs is dat dan? dat was het voor dit moment. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rutten. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Gün. De heer Gün: Ja. Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we het vanavond over het inkoopbeleid kunnen hebben, want dat inkoopbeleid is een middel om een bijdrage te kunnen leveren aan beleidsdoelen die we in Haarlem stellen. Laat ik beginnen met het goede nieuws dat het winnen van de Procura Awards 2020 natuurlijk een hele mooie prestatie is, eentje waar we trots op mogen zijn, en dat dit het resultaat is van aandacht en focus op het belang van goed beleid en diepere samenwerking. Dit is een positieve ontwikkeling en die moeten we proberen vast te houden. Voorzitter, na bestudering van het stuk heb ik nog wel de volgende vijf vragen aan de wethouder: beste wethouder, hoe wordt er nu verankerd dat de succescriteria en de lessons learned van de prijswinnende aanbesteding worden meegenomen in nieuwe aanbestedingen bij andere beleidsafdelingen? Graag uw reactie daarop.
Mijn tweede vraag is, en dat is ook meer een opmerking waar een vraag uit volgt: het voorliggend stuk is gebaseerd op onderliggende stukken uit 2012 en 2013 en dat loopt dan op zeg maar naar een jaar of twee geleden. Mijn vraag is: wanneer deze stukken worden geactualiseerd, en meer in het verlengde daarvan, en ook meer in algemene zin, kunnen we afspreken dat elk beleidsstuk binnen de gemeente uiterlijk elke vier jaar wordt geijkt dan wel geactualiseerd? Ik ben gewoon even benieuwd hoe u hier tegenaan kijkt, omdat we dan altijd met recente stukken kunnen werken en, tussen aanhalingstekens, vers beleid. Nou, het is goed om te lezen dat er bij aanbestedingen aandacht is voor de lokale economie en ook de opdrachten waar mogelijk overigens terechtkomen bij lokale ondernemers. Heeft u hier voorbeeld van, wethouder? Want ik ben wel even benieuwd of dit echt tot successen heeft geleid. Een vraag van andere orde, mijn een na laatste vraag, dat is dat Zandvoort de wens heeft uitgesproken om het inkoopbeleid op elkaar af te stemmen.
Nu vernemen we steeds vaker uit Zandvoort en ook uit de media dat er nogal wat verontrustende berichten over houding, gedrag en het niet mee willen betalen met betrekking tot de ambtelijke samentrekking; hoe kijkt u aan tegen de Haarlemse investering en tijd en/of geld om dat beleid af te stemmen en te uniformeren? Want het gaat niet alleen om beleid, het gaat ook om de onderliggende processen. Als laatste, de heer Rutten benoemde het al, die hebben te maken ook met de risico’s op pagina 7 dat de huidige budgetten grotendeels niet ingesteld zijn om de inkoopdoelstellingen mee te kunnen nemen in aanbestedingen komt nogal vreemd over, omdat het college honderd procent eigenaar is van dit risico. Daarmee denk ik dat zij ook honderd procent verantwoordelijkheid kan nemen voor deze mitigerende maatregel. Dus als er gewoon meer budget nodig is, dan kan dat ertoe leiden en dan ontvangen wij daar graag een voorstel van. Een andere is, die heeft betrekking op de doorlooptijd bij innovatieve aanbestedingsprocedures: logisch, het is innovatief. Er wordt niet geijkt en gestandaardiseerd, dus die kunnen wat langer duren, maar dit lijkt mij wel planbaar en daardoor ook meer beheersbaar. Hoe kijkt u daar tegenaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gün. De heer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter.
Het is goed om te zien dat Haarlem nu in zijn geheel werk maakt van de aangenomen Actiepartij-motie Duurzame inkoop uit 2019. Dus zo lang zijn we eigenlijk al bezig, met name ook op het punt van zo lokaal mogelijk inkopen. Toch heeft mijn fractie nog wat vragen, zeven stuks in totaal. Is het de bedoeling dat de duurzame inkoop ook wordt opgenomen in de financiële verordening en in de kredietaanvragen van de raad, komt daar een passage over? Vraag 2: is het budgetrecht van de raad nog gewaarborgd in de uitvoering, die voornamelijk bij het college ligt? Wordt de raad geïnformeerd over de
resultaten van het inkoopbeleid en op welke wijze? Is er bijvoorbeeld een KPI die inzichtelijk maakt wat het percentage duurzame inkoop is? Betekent het dat het uitgangspunt van de sociale component van het inkoopbeleid ook de eerder nationale IAO-standaarden behelst? Bijvoorbeeld als het gaat om inkopen van bouwmaterialen zoals hardsteen. Dat hebben we met het stationsplein gezien en nu blijkt dus recent dat ook zonnepanelen mogelijk dat mensen zijn vervaardigd om omstandigheden die doen denken aan de slavernij, althans dat is het mediabericht daarover. Dan: zijn de pallets voor de gemeentelijke warmtevoorziening nog steeds duurzaam, en waar blijkt dat uit? Dan de afstemming met Zandvoort: onderschrijft Zandvoort inmiddels dit beleid? Want in het stuk staat dat er nog over gesproken wordt. Dan over het test model. Dat heeft de PvdA ook al gevraagd en GroenLinks ook: zijn de budgetten toereikend en in overeenstemming met ambities? En wordt het inkoopplan SMART opgesteld? Tot zover, dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van der Windt. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, D66 vindt het heel positief dat de gemeente strategisch inkoopbeleid met de uitgangspunten die het college heeft opgeschreven heeft vastgesteld of heeft opgesteld.
Ik had een aantal vragen, maar als ik het mij goed beluister, zijn die vragen ook al door de heer Trompetter en de heer Gün gesteld, dus ik ga ze niet herhalen. Ik wacht de antwoorden op die vragen af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, Hart voor Haarlem vindt het ook kwalitatief een mooi verhaal. Haarlem is goed bezig, ook op Europees niveau. Ja, wat wij eigenlijk missen in de strategie is een kwantitatieve onderbouwing van een en ander. Meestal voordat je strategie formuleert dan zet je toch eens even uiteen hoe het kwantitatief allemaal in elkaar steekt, dat heet de Dispend map met een duur woord in inkoopland, want nu krijgen we wel in de bijlage een overzicht van de categorieën, de inkoopcategorieën waarin Haarlem dan producten en diensten verdeeld die zij inkoopt, maar daar staan geen getallen bij, dus we hebben eigenlijk geen idee om welke volumen het dan gaat. Dan zien wij ook natuurlijk niet in de tijd hoe die zich ontwikkelen, hoe volume en prijs zich ontwikkelen, dus je hebt eigenlijk heel weinig gevoel bij. Je krijgt 27 pagina’s beleidsproza voor je neus, maar ja, wat we daar precies aan het doen zijn is eigenlijk volstrekt onduidelijk, dus dat vinden we toch wel eigenlijk jammer.
Dat is ook al genoemd: er worden kwalitatieve doelen genoemd rond alle belangrijk thema’s, maar hoe zich die kwantitatief vertalen in doelstellingen, budgetten en KPI’s is volstrekt onduidelijk. Daardoor wordt de uitvoering van deze strategie voor de raad volledig oncontroleerbaar. Onze vraag is dan ook om deze kwantitatieve onderbouwing te leveren zodat deze in toekomstige effectrapportages meegenomen kan worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer IJsbrandy. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Wij doen als Haarlem natuurlijk al een tijdje mee met het MRAprogramma Duurzame inkoop en bij de Urban Agenda zijn er nu ook successen. We zijn er blij mee dat de ambities uit het coalitieakkoord om duurzaam, lokaal en sociaal in te kopen nu ook echt vastliggen in een beleidsstuk, maar wij hadden ook de vraag die GroenLinks al stelde of er nu dan ook na drie jaar, ook al is het beleidsstuk dus nu eigenlijk pas gereed, of er wel concrete voorbeelden zijn van die lokale, duurzame en sociale inkoop door de gemeente tot nu toe of concrete plannen voor dit laatste jaar misschien. We sluiten ons ook aan bij wat er gezegd is over de kanttekeningen: horen wij nu eigenlijk dat deze ambities tot niet heel
erg veel meer kunnen leiden, omdat er gewoon te weinig ambtelijke capaciteit en budget is of in welke brandbreedte van mogelijkheden moeten we de ambities nu eigenlijk zien? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wisse. Dan geef ik nu het woord aan de heer Linder. Gaat uw gang. De heer Linder: Bedankt, mevrouw de voorzitter. Ja, ook wij zijn blij met dat stuk en ook blij met de ambities die de gemeente hier stelt en dat daar werk van gemaakt wordt. Voor de rest zijn in principe al mijn vragen al gesteld voor mijn collega’s daarvoor, dus laat ik gewoon gauw de wethouder antwoorden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Linder. Dan hebben wij nog twee sprekers die later zijn toegevoegd. Dat zijn … Eens even kijken hoor. Mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt, bent u daar? Ja. Mevrouw De Raadt: Ja, voorzitter. Excuus. Ik … Teams en mijn computer werken niet heel goed samen, merk ik. Ik hoop dat iedereen ij zo kan horen. Goed. Vanwege de tijd en alle goede dingen die al gezegd zijn, ga ik mij beperken tot het hoofdstuk lokale economie. De PvdA die zei het al: in het coalitieakkoord staat, en ik citeer, bij inkoop gaan we voor duurzaam sociale ondernemingen en voor lokaal. Nou, het is misschien niet heel moeilijk om te bedenken welke partijen welke dingen hebben ingebracht.
Wij hebben drie jaar geleden, dat is nog voor de vaststelling van het coalitieakkoord, heb ik ook namens het CDA voor het eerst vragen gesteld over het lokaal aanbesteden. In een antwoord op deze artikel 38-vragen gaf het college aan dat het inkoopbeleid binnenkort zou worden herzien. Nou, nu weten we dus dat binnenkort in gemeenteland drie jaar is. Of is het zelfs nog wat langer, want ook over de inkoopkalender werd gezegd, drie jaar geleden al, dat deze binnenkort zou worden gepubliceerd en binnenkort zal worden geprofessionaliseerd. Nu staat er wel iets op de website, maar dat is helemaal geen echte inkoopkalender, dus kan de wethouder aangeven in deze context hoeveel jaar binnenkort is? Want het is echt een belangrijk instrument voor Haarlemse ondernemers en in het nieuwe inkoopbeleid wordt dat hele instrument überhaupt niet genoemd. Dus dat als eerste vraag. Dan nog belangrijker, ja het CDA is wel enigszins teleurgesteld dat er eigenlijk in dit nieuwe inkoopbeleid wederom, en dat was ook al antwoord op mijn artikel 38-vragen, veel te kort door de bocht gesteld wordt dat lokaal aanbesteden juridisch niet is toegestaan. Ja, dit klopt gewoon niet helemaal en dat zeg ik niet alleen, dat zegt het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Lokaal aanbesteden kan onder voorwaarden wel degelijk. Die juridische ruimte die is er, die bestaat, alleen we moeten heb actief opzoeken.
Het CDA is dan ook wel teleurgesteld dat … Nou, er wordt zelfs geen begin gemaakt met het opzoeken van die juridische ruimte om het te proberen onderzoeken waar die juridische ruimte nou ligt. Ik heb ook al eerder gewezen en in dit kader wijs ik er nog een keertje op dat de actieagenda Beter aanbesteden en het bijbehorende juridisch leaflet Maatschappelijk aanbesteden, zoals gezegd allebei opgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken … Ik zou de wethouder toch echt wel op willen roepen om hier kennis van te nemen en goed kennis van te nemen, want hierin schrijft het ministerie heel duidelijk op dat het juist heel slim is voor gemeenten om wanneer mogelijk juist wel de eis te stellen dat kennis en ervaring van de lokale markt een vereiste is. Dat kan dus niet altijd, dat geef ik toe, bij aanbesteding van werken. Juridische werken zoals bruggen, scholen, et cetera zal dat lastig worden. Dat zal snel gaan botsen met het discriminatiebeginsel, maar bij het aanbesteden van diensten kan het juist heel vaak dus weer wel. Het ministerie geeft dus in die documenten die ik net noemde ook meerdere specifieke voorbeelden wanneer het dus wel mag, en toch doet Haarlem het nooit.
Haarlem doet het dus nooit en dat blijkt dus ook weer uit dit nieuwe beleidsstuk, omdat het college dus ten onrechte in de veronderstelling is dat kennis en ervaring van de lokale markt dat dat niet als eis zou mogen worden gesteld. Dat mag dus. Het is echter ook heel makkelijk, u kunt die documenten opzoeken die ik net noemde, maar u kunt ook gewoon even op Tendernet kijken en dan ziet u ook dat heel veel gemeenten deze eis gewoon stellen en dus ook mogen stellen. Vandaar dat het CDA de wethouder dan ook vraagt, nogmaals vraagt om
eindelijk kennis te gaan nemen van de actieagenda Beter aanbesteden en de juridische handleiding Maatschappelijke aanbesteding en daarna ook zijn standpunten voor wat betreft lokaal aanbesteden te heroverwegen en ook aan te passen. Dan als laatste en derde punt, het inkoopbeleid besteedt ook maar één zin aan het gunnen van onderhandse of meervoudige onderhandse aanbestedingen aan lokale ondernemers. Ook dat ziet het CDA echt als een gemiste kans. Ja, slechts één zin dat daarnaar gekeken zou worden, maar dat is niet voldoende. Het CDA vraagt zich dan ook af, en dat is de derde vraag, een hele belangrijke vraag, waarom is er bij dit inkoopbeleid niet ook een uitnodigingsbeleid vastgesteld? Graag een reactie daarop. Concluderend, voorzitter … De voorzitter: Ja, ik ga u even interrumperen. U heeft interruptie van de heer Gün. Mevrouw De Raadt: Ja. De voorzitter: Voordat u gaat concluderen. Mijnheer Gün, gaat uw gang. De heer Gün: Ja. Dank u wel, voorzitter. Dat was bij uw vorige punt, mevrouw De Raadt. U heeft het inderdaad eerder ingebracht. We hebben er toen ook over gesproken.
De aanleiding van de vraag die ik daarover stelde die zitten met name op pagina 6 uit mijn hoofd bij het Prestonmodel, want daar zie ik wel iets opgenomen over de mogelijkheid dat de gemeente lokale en regionale markten wil ondersteunen door lokaal aan te besteden en daar ook actief op gaat inzetten om juist, ja, die inkoop en alle voordelen voor de lokale economie, nou ja, te kunne benutten. Dus ik vroeg even naar: joh, heeft u dan concrete voorbeelden? Maar u zet hem wat scherper neer in … Heeft u het idee dat dat Prestonmodel zoals die nu is omschreven in ieder geval niet of onvoldoende nu uitgenut gaat worden op basis van dit stuk? De voorzitter: Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Dat heb ik inderdaad. Er wordt inderdaad wel wat gezegd over het Presentonmodel, maar als ik dan vervolgens naar het ga dat gaat over lokaal inkoop dan wordt dat veder helemaal niet uitgewerkt, dus er wordt helemaal niet gezegd hoe we dat dan gaan doen, terwijl bijvoorbeeld een uitnodigingsbeleid, ja, dat is echt een goed instrumentarium om dat lokale MKB erbij te betrekken. Ook wat ik eerder zei: maak die inkoopkalender, zet het op de website, houd het bij, niet met één woord, maar echt dat mensen er ook echt wat aan hebben. Dus dat het college weet dat het Prestonmodel bestaat dat vind ik leuk, maar ik zou graag willen zien dat ze het dan ook vervolgens in de praktijk gaan brengen.
Ik denk dat dat nog eventjes als verdere uitleg, ik heb toch nog wat bespreektijd, dat we dus ook gewoon echt die drie dingen uit elkaar moet houden. Dus we hebben enkelvoudige aanbestedingen, we hebben meervoudige onderhandse aanbestedingen en we hebben dus die nationale en Europese aanbestedingen. Van die laatste groep daarvan zegt het college echt: dat kan niet, dat kan juridisch niet. Nou, dan zeg ik op mijn beurt: het Ministerie van Binnenlandse Zaken die zegt heel wat anders. Dan ben ik toch wel geneigd om die eerder te vertrouwen, dus dat punt zou ik echt aangepast willen zien. Wat betreft die enkelvoudige en die meervoudige onderhandse aanbestedingen, dat is dan dat Prestonmodel, nou daar zou ik ook graag inderdaad … Ik zou graag wat voorbeelden willen zien, waar u al naar vroeg, maar ik zou ook gewoon meer uitwerking willen zien. Dat kan dan in het kader van zo’n inkoopkalender en wat ik net zei zo’n uitnodigingsbeleid is daar heel belangrijk. Ik hoop zo voldoende uw vraag te hebben beantwoord en misschien zelfs nog wat meer, dus. Dank u wel. Ja, concluderend, voorzitter … U zei al, daar ging ik naartoe. Ja, het CDA ziet in ieder geval voor wat betreft het hoofdstuk Lokaal aanbesteden echt als een gemiste kans en toch ook wel een gemiste kans waarmee het college het Haarlemse MKB tekort doet. Ik kan het niet anders formuleren. Tot zover, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Dan gaan we nu naar de laatste bijdrage van de heer Rijbroek. Gaat uw gang. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Nou, als ik dat allemaal hoor, laten we de stier bij de horens vatten: het is coronatijd, betrek de lokale economie. We hebben te maken met grootschalige inkopen. Dat heeft voor de gemeente ook inkoopvoordelen, dat scheelt ook weer. Als je de lokale economie wil betrekken, dan zal je het in stukjes moeten opknippen. Dat heeft weer nadeel ten opzien van je marge. Als je dan kijkt lokaal de betrokkenheid van de ondernemers te willen hebben, dan zie ik toch nog wel bepaalde uitdagingen waar ik vandaan kom, uit de bouwinstallatiewereld, dat je ook te maken hebt met aanbestedingsregels, keten aansprakelijkheid. Je moet een zekere financiële borgstelling hebben om die grote hap, die grote projecten te kunnen financieren mocht het misgaan bij een van de partners. Dus dat zie ik wel als kanttekening, maar is de gemeente bereid om de lokale economie wat meer hierbij te betrekken? Want dat is in het kader van coronaeconomie toch wel gevraagd vooral de regio te stimuleren. Tweede punt dat is de transitie willen we eigenlijk hebben als ambitie naar honderd procent circulair. Door dat in stapjes te doen in 2022 naar tien procent en in 2025 oplopend naar vijftig procent.
Dan ben ik nieuwsgierig: hoever is dat? Hoe gaan we dat invullen of komen we daar nog op terug? Zover, dank. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dat waren de bijdragen. Geef ik nu graag het woord aan de heer Botter. Gaat uw gang. Wethouder Botter: Ja. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Een heleboel vragen en ik ben erg blij dat we dit gesprek met elkaar hebben, al wat het alleen maar om het verwachtingspatroon naar elkaar duidelijk uit te spreken. Wij hebben geprobeerd om hier een inkijkje te geven in hoe wij de strategische benadering willen vormgeven vanuit het inkoopbeleid, vrij hoog over. Eigenlijk zijn dit een aantal principes waarvan we hopen van u feedback te krijgen of we daarin wel of niet zijn geslaagd. Er wordt van verschillende kanten aangegeven dat er sprake is van de kanttekening en de risico’s die wij noemen en wat dat nou precies betekent. Dat heeft er eigenlijk alles mee te maken inderdaad: tot hoe ver wil je gaan? Tot hoe ver wil je binnen je aanbesteding ook rekening houden met de maatregelen die je zelf neemt? Het is een markt op dit moment waarin prijsstijgingen van tussen de 15 en 20 procent per jaar geen uitzondering zijn.
Als je daar ook nog eens bovenop bij een aantal partijen, want we zijn nog niet zover dat 100 procent circulair betekent dat iedereen dat doet, dus er zijn bedrijven die zich daarin onderscheiden en de bedrijven die extra duurzaam zijn of het gebruik maken of hergebruik maken van de grondstoffen, SROI doen, inderdaad lokaal … Als je alles bij elkaar op elkaar stapelt, dan zit daar een bepaald prijskaartje aan en dat hebben wij willen duidelijk maken met het feit dat daar wel degelijk risico’s zijn als je die stapeling op elkaar legt. Een ander punt is het dat wij ook blij zijn natuurlijk met die Europese prijs die we hebben gewonnen en we hopen ook in de toekomst, omdat we daar zeker aanzien mee hebben gekregen ook de komende periode daarvan het een en ander terug te zien als het gaat over subsidies en dergelijke wat we krijgen en in die zin is het goed dat we aan dat project hebben bijgedragen en ook meedoen, maar als ik dan gewoon echt heel erg sec naar de opmerking moet kijken die is gemaakt als een beetje een soort speldenprik: hoelang is nou drie jaar? Is dat nou redelijk? Of daar hebben we drie jaar op moeten wachten. Ja, het klopt gewoon. We hebben onlangs met elkaar gesproken over de capaciteit inzet die wij hebben voor verschillende onderdelen.
Hoewel dit een vrij cruciaal thema is mogen wij blij zijn op dit terrein als we met de capaciteit gewoon de reguliere dingen blijven doen. Dat is ook de reden waarom het als het gaat over voorliggende stukken uit 2013 en misschien nog wel verder teruggaan tot het nu zodat niet elke keer aanpassen elke vier jaar dat is gewoon daarin gelegen, maar daar zijn we ook heel eerlijk in: als het niet nodig is, als je niet het onderliggende beleid hoeft aan te passen, maar dat je gewoon de strategische visie aanpast en dan vervolgens in een uitwerkingsprogramma voor gaat zorgen dat je die nieuwe
manier doet, dan hoef ik in ieder geval ook niet bij u terug te komen voor extra capaciteit. Als het gaat over de aandacht voor de lokale successen: ja, ik denk dat voorbeelden duidelijk zijn als het gaat over de catering van uw eigen cateraar die we gebruiken bij de raadsvergadering en de commissievergaderingen doorgaans, maar ook als het gaat over de inkoop van mondkapjes dat we dat doen bij het nieuwe mondkapjesbedrijf wat in de Waardepolder zit, dat we goed kijken naar de energie die we inkopen en nou ja, dat zijn enkele voorbeelden, maar als u er meer wilt hebben, dan zal ik kijken of ik dat voor u verder kan achterhalen, maar dat zijn degene die mij zo te binnen schieten. Dan heeft een aantal van u het gehad over Zandvoort. We hebben wat dit dossier betreft waren we hier al mee bezig, ook voordat Zandvoort als ambtelijke organisatie met ons werd gefuseerd. Als je kijkt naar het beleid gaat Zandvoort naar alle waarschijnlijk het dus gewoon op dezelfde manier ook overnemen en hebben ook de ambtenaren die door Zandvoort worden betaald hier gewoon aan meegewerkt, dus in die zin is dat ook helemaal niet verkeerd. Als het gaat over de vraag of bij dat innovatieve aanbesteden de vraag wel of niet betekent of het wel of niet planbaar is: ja, dat is voor een deel planbaar en dat zullen we ook zoveel mogelijk proberen mee te nemen.
Dan had mijnheer Trompetter nog de vraag: in hoeverre wordt het opgenomen in het krediet en zijn wij als raad nog wel de baas? Ja, dit past gewoon binnen alle kaders die we met elkaar hebben afgesproken van het mandaat van de gemeenteraad. Dat doet daar geen afbreuk aan. De opmerking over de sociale component van ILO ‘…’, zonnepanelen en dergelijke, ja, dat heb ik geprobeerd te tackelen al. Wij vinden dat er in die zin, en dat doen we ook bijvoorbeeld met de hardware aanschaf die wij doen voor onze computervervanging. Dat is echt volledig op een manier dat dat volledig voldoet aan allerlei internationale maatstaven en daar open we echt in voorop en daar hebben we ook in Nederland bij andere gemeenten echt ook ons zeer in de kaart gespeeld, de manier hoe we dat aanpakken en de manier hoe we die aanbesteding hebben gedaan. De vraag of de budgetten wel of niet toereikend zijn daar hebben we het over gehad. Ik ben het wel met mijnheer Sybrandy … IJsbrandy, sorry. IJsbrandy eens dat het belangrijk is om bij het uitwerken en in het uitvoeringsprogramma te zorgen dat de data en de kwantitatieve en de kwalitatieve doelstellingen beter worden beschreven, maar dat is echt iets wat we van plan waren om te doen bij de verdere uitwerking nadat deze consultatie plaats heeft gevonden en ik denk dat dat wel heel erg goed … Dat we goed daar naar moeten kijken.
Ja, eigenlijk ben ik toch een klein beetje … Ik heb al een paar keer aangegeven dat de speldenprikjes en zo van het CDA … Ik heb eerder met mevrouw De Raadt het gesprek gevoerd en eigenlijk iedere keer bij elke stap aangegeven: zorg nou dat die lokale inkoop, die lokale aanbesteding er goed in zit, want ik weet zeker dat zij daar heel nadrukkelijk naar zal kijken. Nou, ik heb in ieder geval die voorspellende waarde daar heb ik het bij het rechte eind van gehad. Ik vind het jammer dat u eigenlijk nog net niet helemaal tevreden bent. Ik ben wel weer blij met de opmerking ook die u heeft gemaakt en we gaan ook zeker die stukken van BZK erbij halen, maar ik was er zelf van overtuigd dat die er op een voldoende mate in zaten, maar kennelijk is dat niet zo. Bij de uitwerking zullen we daar zeker ons revancheren om te zorgen dat daar beter ook in komt. Ik vind ook dat het belangrijk is, en we hebben nu wel op onze website die verkorte inkoopkalender staat, maar die zou misschien wat uitgebreider kunnen, maar die staat wel op onze site. Maar als ik kijk naar, ja, een aantal van de dingen die ook door mijnheer Gün is aangegeven: dit is een, ja toch vrij hoog over verhaal, en die uitwerking ook waar u het over heeft die moet echt ook bij die uitwerking daadwerkelijk terugkomen. Ik beloof u ook dat dat daadwerkelijk gaat gebeuren.
De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van de heer Trompetter. Wethouder Botter: Ja? De heer Trompetter: Ja, het mag ook een tweede termijn zijn, maar het gaat eigenlijk om de vragen die nog open staan.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. We gaan sowieso een tweede termijn doen. De heer Trompetter: Ja. De voorzitter: Dan stel ik voor dat die vraag in de tweede termijn wordt gesteld. Ja? Wethouder Botter, was u klaar met uw betoog? Wethouder Botter: Ja. De voorzitter: Voor de eerste termijn? Dan wie mag ik het woord geven voor de tweede termijn? Eens even kijken, wie vroeg daar het eerste om? Mijnheer Gün, gaat uw gang. De heer Gün: Ja, voorzitter, dank u wel voor het woord. Wethouder, bedankt dat u een groot aantal van mijn vragen in ieder geval naar mijn tevredenheid hebt beantwoord. De eerste vraag echter, hoe het borgen van die succescriteria en de lessons learned bij andere afdelingen zodat we nog succesvoller kunnen zijn in de aanbestedingen, daar bent u mij nog een antwoord op schuldig. Dus u daar nog even op wil reageren? Voor wat betreft het lokaal aanbesteden: fijn en goed dat u ook een aantal voorbeelden noemt.
Wellicht kunnen we hem nog ietsje doortrekken, want ook als het gaat om bedrijven waar Haarlem aandeelhouder van is, bijvoorbeeld Spaarnelanden, als het gaat om bedrijfskleding en dergelijke, hoe hebben we dat geregeld? Doen wij dat vanuit opdrachtgeverschap en vanuit de invloed die wij hebben als aandeelhouder sturen wij dan ook op het duurzaam inkopen … Of het inkopen van duurzaam textiel? Want daar ligt echt een gigantische markt die, nou ja, makkelijk bereikbaar is. Er zijn vele bedrijven, misschien ook wel regionaal, die zich daarvoor inzetten, dus graag uw reactie daar nog even op. Ik wil u inderdaad bedanken voor de goede beantwoording van de vragen die ik heb gesteld. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gün. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Trompetter. Gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de wethouder voor de antwoorden. Ik heb nog een paar vragen waar ik het antwoord misschien nog niet geheel op heb gekregen naar mijn mening.
Is het de bedoeling dat de duurzame inkoop en de doelstellingen ook worden opgenomen in de financiële verordening en in de kredietaanvragen aan de raad? Komt er een kritische prestatie-indicator waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat het percentage duurzame inkoop is zodat we het ook kunnen volgen? Ik had nog een vraag over de pallets voor de kachel van het gemeentehuis of die duurzaam zijn en waaruit blijkt dat dan? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Dan geef ik nog graag het woord aan de heer Rutten. Gaat uw gang. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. Het betoog van de wethouder is helder. Ik hoor ook wel een wat ik dan weer even een winstwaarschuwing noem en ik vraag mij af of die interpretatie correct is. Het gaat dan om het scenario budgetten misschien niet omhoog, het scenario de formatie doet zijn best, maar binnen deze formatie, dus dan blijven we dus nog steeds: ja, zijn de ambities haalbaar of niet? Stel nou dat we zeggen: het is wat het is en het blijft wat het blijft en we gaan op deze voet verder en we moeten het met deze budgetten doen. Dus we nemen genoegen met een wat lagere ambitie of het niet realiseren van de uiteindelijke ambities dan komt er nog wel een andere keuze die zich opdringt en ik ben ook wel benieuwd hoe de commissie daarover denkt, want dan heb je nog de keuze tussen duurzaam en lokaal.
Vinden we dan het belang van het stimuleren van de economie … Dat is heel duidelijk. We hebben ook als VVD gezegd: we moeten ons uit de
crisis investeren, we moeten de gemeente uit de crisis investeren. Natuurlijk is dat ook bedoeld om de lokale ondernemer zo veel mogelijk te laten profiteren. Als je de keuze moet maken tussen een lokale ondernemer of volledig deze duurzame inkoopstrategie, wat gaan we dan doen? Gaan we dan de lokale ondernemer prioriteit geven of gaan we die duurzame leverancier prioriteit geven? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rutten. U heeft een interruptie van de heer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, zoals mijnheer Rutten het stelt is het net alsof het op elk inkoopdossier een tegenstelling is, dat je of óf zou moeten doen, maar als je natuurlijk de inkoopportefeuille zou afpellen en je kijkt wat je in feite überhaupt waar kan inkopen, dan zal je zien dat maar op een heel klein deel waarschijnlijk deze keuze überhaupt van toepassing is. Want als we het over ICT hebben, ik heb het gehad over hardware: ja, we gaan niet in Haarlem hardware kopen neem ik aan, want er is gewoon geen bedrijf in Haarlem te vinden dat dat produceert. Dan hetzelfde geldt voor allerlei diensten, ga zo maar door.
Dus je zal, zoals ‘…’ zei, de wethouder zei: we gaan in het einde, in de uitvoering gaan we pas naar de kwantiteiten kijken, maar het is natuurlijk lastig om een concrete strategie te formuleren als je de kwantiteiten van tevoren niet bekijkt, want dan schrijf je nu allemaal hele mooie, wollige doelstellingen op, maar je hebt eigenlijk geen idee op welk onderdeel van je inkoop het daadwerkelijk van toepassing is. Dit geldt voor allerlei doelstellingen die natuurlijk voor sommige stukjes inkoop, maar voor andere stukjes helemaal niet van toepassing zijn. Dus als je dat niet uit elkaar haalt en niet concreet maakt per inkoopcategorie, dan zitten we hier redelijk vaag met elkaar te praten en dan schieten we ook niet heel veel op, vrees ik. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rutten: Spannende interruptie. Ik heb er nota van genomen. De voorzitter: Maar ‘…’. Prima. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw De Raadt. Gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou, als eerste ik ben blij dat de wethouder mijn zorgen of zorgen van het CDA omtrent lokaal aanbesteden begrijpt, wat hij net inderdaad goed gehoord heeft en dat hij, want dat heb ik ook goed gehoord, kennis gaat nemen van de stukken van BZK die ik mijn eerste termijn heb genoemd. Daar ben ik erg blij mee. Ja, dan voor wat betreft die speldenprik.
Kijk, het strategische inkoopbeleid zelf daar hebben we drie jaar op gewacht. Tuurlijk, allemaal kwestie van prioritering, begrijp ik helemaal. Maar het ging mij even om die inkoopkalender specifiek die drie jaar op dat inkoopbeleid daar hebben we nu op gewacht, alleen gaat het dan nog een keer drie jaar duren voor die inkoopkalender? Dat bedoelde ik daarmee. Dat hoop ik niet, want volgens mij heb ik u weer goed gehoord dat u ook dat gaat uitbreiden. Dan ook zou ik willen vragen om ook vooral aan te vullen voor wat betreft 2021, want er staan eigenlijk maar een paar dingetjes op en dat lijkt mij niet volledig. Ja, dan als laatste, volgens mij heeft hij mij dus inderdaad goed gehoord over die stukken. Hij gaat daar ook naar kijken heeft hij gezegd. Dan mijn laatste vraag om het toch heel scherp te krijgen: als nu ook blijkt ... U kijkt straks naar die stukken, het is inderdaad zo dat er juridisch meer ruimte is dan eerder gedacht, gaat u dit stuk dan ook aanpassen op dit punt? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Dan geef ik nu het woord aan de wethouder. Gaat uw gang. Wethouder Botter: Ja, dank u wel. Nou, om bij de laatste vraag te beginnen: mevrouw De Raadt, ik zou geen snot voor de neus waard zijn, is een goed oud Hollands gezegde, als ik geen rekening zou houden met de stukken.
Als daar staat in stukken van het ministerie van BZK dat er meer ruimte in zit dan hetgeen we nu in onze stukken hebben geformuleerd, dan zullen de stukken daarop worden aangepast. Sterker nog, ik zal het u
per mail persoonlijk aan u laten weten in cc naar de rest van de commissie. Dan wat betreft de inkoopkalender: dat gaan we ook regelen met elkaar. Als het gaat over waar mijnheer IJsbrandy het over had: ja, u doet nou net of bij elke aanbesteding niet heel nadrukkelijk een programma van eisen wordt genoemd waarin we heel specifiek per punt gaan kijken wat we wel of niet in die desbetreffende aanbesteding ook belangrijk vinden. Dus in die zin, en ik zou dat voor u moeten nakijken, want als ik het ene raadslid natuurlijk heel erg tegemoet kom, dan kan ik voor een ander duo commissielid niet achterblijven, dus ik wil voor u een poging wagen om te kijken, in beeld te brengen van hoe in bij wijze van spreken de laatste vier, vijf grote aanbestedingen die verhoudingen hebben gelegen. Dat dat ook de richting zou kunnen zijn om in het uitwerkingsprogramma verder als basis te nemen van hoe we criteria gaan formuleren, want ik ben het met u eens: we worden steeds meer data en informatiegericht gestuurd en ik vind dat u gewoon recht heeft op het feit van hoe we inzichtelijk kunnen maken van of we voortgang boeken of niet, want als dat niet zo is, dan kunnen we net zo goed stoppen met ook al die indicatoren die we met elkaar recentelijk hebben vastgesteld met al die smileys en dergelijke die we doen.
Dus ik ga mijn best doen om ook te kijken of we hier iets kunnen realiseren als het gaat over het formuleren van doelstellingen en criteria. De VVD heeft het gewoon heel erg bij het rechte eind: het is voor een deel een winstwaarschuwing, het heeft te maken voor een deel met die ambities en ook de formatie waarbinnen het allemaal past. Ik denk dat we nu door herschikking en door de wijze zoals we het nu georganiseerd hebben dat we redelijk op orde zijn, maar dat het natuurlijk wel afhankelijk is van, ja, ook als je alles op één hoop wil gooien en alles wil, dan kan het wel eens zo zijn dat inderdaad zo’n vraag die u heel nadrukkelijk stelt en in die zin is die door de commissie vind ik nog onvoldoende beantwoord, maar wie ben ik? Ik ben alleen maar te gast bij u, maar dat daar het wel goed voor is om een antwoord op te krijgen: weegt het ene nou zwaarder dan het ander? Want dat is best wel een punt waar ook wij mee zitten. Op het moment dat je keuzes moet maken, is het natuurlijk voor ons, en ook daarvoor is deze bijeenkomst, is het belangrijk om te weten: welke keuze weegt wel of niet het zwaarst? Als ik inderdaad goed geluisterd heb naar mevrouw De Raadt dan is het zo dat er echt veel meer mogelijk is met lokaal aanbesteden en dan moet je dus gaan kijken: wat gaat wel of niet prefereren? Maar dat is iets wat onderling aan u is en niet zozeer aan mij.
De voorzitter: Ja, wethouder, ik wacht op punt, maar die kwam maar niet. U heeft een interruptie en een nabrander. De nabrander komt van mevrouw De Raadt, maar ik weet niet of die nog steeds nodig is, en dan heeft u vervolgens een interruptie van mijnheer Rutten. Gaat uw gang, mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik was nog één vraag vergeten in mijn tweede termijn, want die was in de eerste termijn blijven liggen. Het is een hele belangrijke vraag namelijk ook of het college of de wethouder ook bereid is om een uitnodigingsbeleid op te stellen? Dat kunnen we dan ook … Dat is vooral heel handig als het gaat over die onderhandse aanbestedingen, dus echt gewoon die kleine Haarlemse ondernemers om die het een en ander te gunnen, daarvoor hebben ze een uitnodigingsbeleid nodig. Bent u dan bereid op dat op stellen? Wethouder Botter: Daar wil ik ook inderdaad mijn uiterste best voor doen, maar voor mij was dat allemaal in hetzelfde pakketje als bij die stukken waar ik naar moet kijken bij Binnenlandse Zaken. Ik neem aan dat daarin ook iets staat die kleine projecten en dat uitnodigingenbeleid, maar als het niet daarin staat, dan gaan we dat ergens anders proberen te achterhalen. Kunnen we het niet vinden, dan komen we bij u terug, want u moet ongetwijfeld daar de nodige informatie over hebben.
Mevrouw De Raadt: Ja. Als ik hem dan meteen af mag maken, voorzitter? Ik ben heel erg blij met deze toezeggingen en dat uitnodigingsbeleid dat staat inderdaad niet in die stukken die ik net genoemd heb, maar dat kunt u wel vinden op Tendernet. Wethouder Botter: Oké, goed. Mevrouw De Raadt: Er is daar het een en ander uitgebreid over geschreven. Dank u wel. Wethouder Botter: Prima. De voorzitter: Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Ja. Voorzitter. dank u wel. Het is misschien niet zo zeer een interruptie op de wethouder, alhoewel hij het wel aandraagt. Ik ben het van harte met hem eens dat het ook aan de commissie is van de raad om ook die kaders te stellen. Misschien dat we daar op een ander moment nog over te spreken komen, want ik denk niet dat deze vergadering zich daar nu nog voor leent, maar ik wil in ieder geval meegeven, en ik hoor mevrouw De Raadt ook die kant op denken, als ik even daar naar interpreteer, dat de primaat moet liggen bij lokaal, dat is in ieder geval voor de VVD heel duidelijk, en secundair alle inclusie duurzaamheid, leefbaarheid die daarbij genoemd wordt. Maar wat mij betreft, en de VVD betreft ligt het ondersteunen van die lokale ondernemers en het binnenhouden van de geldstromen voor de aanbestedingen en inderdaad ook op uitnodiging primair bij lokale ondernemers. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rutten.
Zoals verwacht leidt dat tot twee nieuwe interrupties en wel van de heer Trompetter en van mijnheer Gün. Mijnheer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, wat Actiepartij betreft ligt dat toch een beetje anders. Het hoeft ook niet per se een tegenstelling wat ons betreft, maar bij ons weegt duurzaamheid zwaar. Je kan ook wel gewoon kijken wie het meest duurzaam aanbiedt binnen de lokale regio, dat is dan wat ons betreft allemaal prima, maar daar komen we nog later over te spreken heb ik begrepen. De voorzitter: Mijnheer Gün. De heer Gün: Ja. Dank u wel, voorzitter. Net het verlengde van wat de heer IJsbrandy ook al zei: ik zie hier ook geen tegenstelling in. Ik kan me ook vinden in het pleidooi van de heer Rutten, maar ik zit volledig op de lijn van de heer Trompetter, namelijk dat je ook lokaal kan kijken naar de meest duurzame partij, want dat weegt voor ons zoals u begrijpt ook zwaar. Maar we gaan er hopelijk nog over in debat met elkaar en ik denk echt dat we niet ver uit elkaar liggen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Botter: Oké, ik heb nog een vijftal vragen openstaan, volgens mij. Dat zijn de vragen over de pallets: de pallet voldoen aan de hoogste kwaliteit duurzaamheid. Ze worden in Nederland verzaagd.
Pallets als zodanig zijn natuurlijk helemaal niet meer duurzaam, dat weten we met z’n allen, maar om nu te stoppen met deze techniek en de investering die we hebben gedaan in de verbrandingsoven van voor de pallet dan zou dat ook kapitaalvernietiging zijn en ook niet duurzaam, want hij is nog niet afgeschreven. Dus, maar de pallets die er in gaan om te stoken die zijn in ieder geval duurzaam. Ik kan u nog eventueel later als u dat wilt precies vertellen waar ze vandaan komen. Die kritische prestatie-indicator daar ben ik eigenlijk denk ik ook wat
betreft mijnheer IJsbrandy op ingegaan en hetzelfde geldt dus ook voor u, mijnheer Trompetter: we gaan kijken hoe we meer duidelijke presentatie-indicatoren verder vorm kunnen geven en ik denk dat het inderdaad heel erg belangrijk om binnen de kredietaanvragen het onderdeel als daar een uitbesteding, een uitnodiging of een onderhandse aanbesteding bij past, dat we dat als paragraaf opnemen. Dus dat lijkt me in ieder geval een goede suggestie. Dan de bedrijven waarvan de successen bij de aanbesteding bekend zijn en of we die dan ook delen met andere afdelingen en andere aanbestedingen die we weer gaan doen, daar is het antwoord op: volmondig ja. Elke aanbesteding wordt geëvalueerd en vervolgens kijken we naar de kritische succesfactoren en wat daarin beter kan en dat wordt meegenomen. Ook als het een keer heel erg goed gegaan is, dan kijken we naar: hoe kunnen we zorgen dat we dat vasthouden en dat we dat ook bij andere aanbestedingen weer terug laten komen? Dan blijft over bedrijven waarmee Haarlem zaken doet en relatie heeft dan wel aandeelhouder is: dat is bijvoorbeeld Spaarnelanden werd genoemd.
Nou is Spaarnelanden uit zichzelf ook heel erg duurzaam bedrijf die heel druk bezig is met hoe textiel wordt aangeschaft en hoe je daar op een goede manier mee om kunt gaan, maar daar wordt zeker in de aandeelhoudersvergaderingen en in het bedrijf ook over gesproken, over verduurzaming en ook over social return on investment; dat moet sowieso bij alle bedrijven. Dus dat is wel degelijk het geval, maar ik weet bijvoorbeeld dat waar het faliekant misgegaan is, is bij onszelf, bij de bodendienst. Daar zijn bijvoorbeeld de kostuums niet lokaal aanbesteed, maar op een volgens mij Europese markt. Ik geloof zelfs het koffiezetapparaat dat de bodes gebruiken voor ons als college ook. Dat soort dingen daarmee zou je echt wel een aantal problemen kunnen ondervangen, want dat moest iedere keer teruggestuurd worden, paste weer niet, deugde niet, de textielkwaliteit was niet goed. Dus dat zijn echt dingen waar we serieus iedere keer nu bij moeten gaan stilstaan: hoe doen we dat op een goede manier? Daar heeft u van mij drie goede voorbeelden gehoord en dan ook één verkeerd voorbeeld, en u ziet dat we ook weer daarvan leren. Mevrouw de voorzitter, volgens mij hebben we alles doorgenomen. Tenminste, heb ik alles behandeld wat ik op mijn lijstje had staan en ik had de laatste keer heel goed meegeschreven.
De voorzitter: Nou, ik ben benieuwd of de commissie daar net zo over denkt, want die is uiteindelijk heeft het laatste woord hierover. Commissie, heeft de wethouder goed en kundig antwoord gegeven? Zijn alle vragen beantwoord? Ja, ik heb geen klachten, wethouder. Goed gedaan. Dus dan volgens mij is dit onderwerp dan nu voldoende behandeld. Waar dan? Is er nog één opmerking van Chris IJsbrand, klopt dat? De heer IJsbrandy: Ja, ik wil nog één opmerking maken, omdat er even net ook een discussie ontstond over lokaal versus duurzaam en veel partijen groot pleidooi houden voor lokaal. Ik wil daar toch één klein woord … Natuurlijk, wij steunen uiteraard ook onze lokale ondernemers, maar willen toch even in de herinnering roepen dat in Limburg dat soort dingen ook wel eens heel erg fout gaan. Laat ik zeggen de banden tussen lokale politiek en lokale ondernemers die kunnen soms ook wel eens wat te hecht worden en dat is natuurlijk ook iets waar we wel attent op moeten zijn. Dat is ook niet de reden dat we dat soort aanbestedingsprocedures hebben natuurlijk. Wethouder Botter: Nee, maar wij zullen er zorg voor dragen, mevrouw de voorzitter, als ik nog één zin mag zeggen. Ja, is het goed? Oké. Wij zullen in ieder geval ook een mooie uitgebreide duurzaamheidsparagraaf maken. Dat zal ik samen met de heer Berkhout doen in het uitvoeringsprogramma.
Dan wordt misschien ook duidelijk van hoe die twee dingen hoe die zich het beste tot elkaar verhouden, want in sommige gevallen is lokaal ook juist duurzaam. De voorzitter: Vanwege de mindere transportbewegingen hè, wethouder? Zo, hè? Mijnheer IJsbrandy, dat was natuurlijk wel Limburg. Dat is toch een andere wereld, maar goed, ik kan me voorstellen dat de wethouder
daar toch in de geldcirkel moet zijn. Wij gaan door, als de ‘…’ weer voortgaat, naar het volgende onderwerp. Dat is … De heer IJsbrandy: We hebben in Haarlem ook wel eens wat geintjes gehad, volgens mij. De voorzitter: Dit moet kunnen, mijnheer IJsbrandy. We gaan door naar onderwerp nummer 11. De heer Gün: Voorzitter? De voorzitter: Oh, mijnheer Gün. Daarom … Ik dacht dat u weg ging, maar u zat te zwaaien omdat u aandacht … De heer Gün: Nee, ik wilde even uw aandacht, want ik had het in de chat gezet, over de vraag: hoe verder? Want het college legt eigenlijk twee besluitpunten voor. Ik wilde daar even op reageren en misschien vat ik het daarmee ook goed samen en misschien ook niet, maar dat is aan u. Want het eerste is het strategische inkoopbeleid vast te stellen. Ik heb de wethouder een aantal toezeggingen horen doen, dus ik denk dat we daar nog even op moeten wachten voordat we hem kunnen vaststellen. Het tweede punt, namelijk het inkoopbeleid en aanbestedingsbeleid van gemeente Haarlem van 2011 tot ’14 over die in te trekken. Ik denk dat de huidige versie die dan in concept voorligt dat oude plan al wel kan vervangen in lijn met het pleidooi wat ik vanavond heb gehouden, maar dat we nog even moeten wachten met het vaststellen totdat de aanvullingen zijn gedaan.
Heb ik daar de meerderheid van de commissie ook op mijn hand en kan de wethouder zich daarin vinden met de voorzitter? De voorzitter: Nou, mijnheer Gün … De heer Rutten: Nee, dit hoort als ter bespreking. De voorzitter: Ja, dit ligt een beetje anders. Dit ligt ter bespreking voor en het is geen adviespunt. Het is een collegebesluit. Ik heb wel de wethouder horen zeggen en volgens mij ook de meerderheid van deze commissie dat het nog een keer besproken gaat worden. Ik zou willen voorstellen om dat te doen op een termijn van ongeveer een halfjaar als we wat verder zijn misschien, dat er misschien wat andere voorbeelden nog zijn waar we van geleerd hebben. Maar het is maar mijn voorstel. Wat vindt u daarvan? Wethouder Botter: Nou, kijk, wat de intentie was is om u vandaag te horen van hoe u er tegenaan kijkt op hoofdlijnen, dat wij vervolgens, en ik heb een aantal toezeggingen gedaan die we zullen meenemen in de verdere uitwerking van het verhaal. Dan wordt dat definitief in het college vastgesteld en wat wordt weer naar u toegestuurd natuurlijk ter kennisname. Als u dan denkt: nou ja, het is het nog waard om daar met elkaar een gesprek over te voeren, dan doe ik dat met alle plezier. Maar dat was een beetje de routing die wij voor ogen hadden toen wij vanavond hieraan begonnen vanuit het college. De heer Gün: Ja, voorzitter, mag ik dan … De voorzitter: Ja. De heer Gün: Ja.
Dat is precies de reden dat ik ga herhalen wat ik net heb gezegd, namelijk dat tweede punt waarvan het college zegt: joh, als het niet tot een wijziging leidt, dan willen wij dit als volgt vaststellen. Daarvan zeg ik: nou ja, namens GroenLinks dat tweede besluitpunt helemaal prima. Ik vraag eigenlijk de wethouder dat eerste besluitpunt nog even aan te houden tot de volgend bespreking, maar ga wel alvast door
met huidige beleid, want het is op veel onderdelen een verbetering ten opzichte van het vorige, maar we moeten het dan nog wel een keer formeel vaststellen. De heer Rutten: Nou, 23 maart heeft het college een besluit genomen. Ik begrijp niet zo goed wat u nu wilt, mijnheer Gün. Wethouder Botter: Het is een collegebevoegdheid, hè. Als het gaat over het vaststellen van het definitieve verhaal … Kijk, ik kan me voorstellen dat ik erg op mijn falie krijg op het moment dat u het stuk weer voorbij ziet komen nadat het in het college is geweest en er is geen bal gedaan met de opmerkingen die u heeft gedaan. De heer Gün: Ja. Wethouder Botter: Dat … En ik wil u ook met mijn hand op mijn hart beloven dat we gaan zorgen dat alles gewoon wordt meegenomen, want ik heb geen dingen gehoord die heel erg vreemd zijn. De heer Gün: Ja. Wethouder Botter: Dus wij zorgen gewoon voor een goed stuk en als u er dan nog behoefte aan heeft, en ik denk dat een halfjaar termijn een geschikt moment is, dat we het er dan nog over kunnen hebben. Maar ik zou wel graag gewoon voortgang willen boeken en hiermee aan de slag willen gaan. De heer Gün: Ja, nou, goed. Dat heeft u mij ook horen zeggen, denk ik, want ik reageer alleen even op het laatste zinnetje onder het besluitpunt en dat is: beide onder voorwaarden dat de bespreking in de commissie Bestuur niet tot wijzigingen van dit besluit leidt.