04-03 Inspreekbijdrage dhr. Kramer (ZV vereniging Haarlem)
Tekst van het document
Inspreeknotitie zv Haerlem vergadering Commissie Ontwikkeling 3 april 2025 t.a.v agendapunt 7. Scenariokeuze zwembad Noord.
Geachte leden van de Commissie Ontwikkeling, In zeven jaar voorbereidend onderzoek bent u overstelpt met waardevolle informatie, cijfers en zwembadvarianten. Toch voegen wij bijgaand nog enkele snippers aan informatie toe omdat de kwaliteit van de besluitvorming vaak bepaald wordt door de aandacht voor de details en de (uit)werking in de praktijk. ZV Haerlem is de oudste (125 jaar) en grootste (> 900 leden) zwemvereniging van de stad. Meer dan 50 uur per week maken wij gebruik van zwembad De Planeet. Op ons initiatief is er tien jaar geleden door het toenmalige College begonnen met het opstellen van een accommodatienota zwembaden, waaruit de planontwikkeling voor nieuwe zwemaccommodaties is voortgekomen. Met genoegen hebben wij als zv Haerlem meegewerkt aan de plannen binnen het kader van de klankbordgroep zwembaden. Op tal van zaken hebben wij ook daadwerkelijk invloed kunnen hebben op de inhoud en kwaliteit van de plannen. Vanuit onze historie als fusievereniging – vijf Haarlemse zwemverenigingen die vanaf 1970 successievelijk samengesmolten zijn in zv Haerlem – en onze visie dat deze tendens zich in de toekomst (50 jaar levensduur van een zwembad !) nog kan doorzetten, hebben wij in het proces vaak aangegeven dat wij voorstander zijn van het zoveel mogelijk samenvoegen van (sport)water in 1 van de twee beoogde nieuwe accommodaties.
Dat zwembad behoeft wat ons betreft niet in Haarlem Noord gesitueerd te worden, een locatie in Zuid of elders is ook prima geschikt vanuit het oogpunt van 'toekomstbestendigheid’ van de kwaliteit van de sportbeoefening. Een zwemsportcentrum waarin alle Haarlemse zwemsportverenigingen kunnen profiteren van kwalitatief en kwantitatief de meest optimale voorzieningen gedurende de levensduur van de accommodatie. Alleen het eerste onderzoek (2018) kende een uitkomst waar wij als zv Haerlem ons 100% in konden vinden. Twee zwemaccommodaties waarvan 1 volledig afgestemd op het gebruik voor de zwemsport en uiteraard andere basisfuncties als zweminstructie, doelgroepen en banenzwemmen. De tweede accommodatie zou vooral gericht zijn op de (passieve) zwemrecreatie en zweminstructie/doelgroepen. Vanuit een nieuw geïntroduceerd beleidsuitgangspunt dat er een balans zou moeten zijn tussen het (sport)water in de twee gewenste zwemaccommodaties besloot het College een vervolgonderzoek in te stellen naar andere mogelijke zwembadvarianten. Een verzoek van onze kant om dan ook de variant van slechts 1 zwemaccommodatie
voor de gehele stad in het onderzoek mee te nemen – vanuit kwaliteits- en kostenaspecten - werd helaas niet gehonoreerd. De uitkomst van dit vervolgonderzoek leidde tot twee PvE's voor zwembadvarianten die kwalitatief gezien een enorme verbetering en opzichte van het bestaande (sport)aanbod betekenen. Voor ZV Haerlem zeer aanvaardbaar omdat de beoogde accommodatie in Noord in de basis voldoet aan de basisbehoeften voor ons niveau van sportbeoefening. In detail gaven wij een aantal wensen aan die de gebruiksmogelijkheden kunnen verbeteren (o.a. extra scheidingswand in bassin inclusief visuele afscheiding boven het bassin om het gelijktijdig spelen van wedstrijden mogelijk te maken alsmede het wijzigen van de afmetingen van het doelgroepenbassin). De Raad kwam aan de hand van de uitkomsten van dit vervolgonderzoek echter met het meest ingrijpende verzoek – via een motie - om een 50 meter bassin in het plan op te nemen. Het College gaf vervolgens opdracht tot een onderzoek naar de haalbaarheid van het opnemen van een 50 meter bassin. Ook de resultaten van dit tweede vervolgonderzoek zijn ter beoordeling aan ons voorgelegd en zv Haerlem heeft aangegeven dat de gepresenteerde variant B aan vrijwel al onze functionele wensen voldoet.
Maar dat wij - als deze variant niet haalbaar zou zijn - ook prima kunnen leven met het resultaat vanuit het eerste vervolgonderzoek als tenminste aan onze wensen ter verbetering van de functionaliteit tegemoet zou worden gekomen. Het valt ons nu op dat het College in haar reactie op het tweede vervolgonderzoek in het voorliggende Raadsvoorstel een aantal constateringen doet die of niet correct zijn of op zijn minst niet transparant zijn omdat er een toelichting ontbreekt. Wij doelen dan in de eerste plaats op de onterechte aanname dat de variant B niet geschikt zou zijn voor regionale zwemwedstrijden (paragraaf 4.7 Raadsvoorstel), terwijl in het ondersteunende onderzoeksrapport - van adviseur Synarchis - aangegeven wordt dat variant B wel geschikt is voor regionale zwemwedstrijden. In de tweede plaats treffen wij in de tekst van het Raadsvoorstel een aantal niet onderbouwde kwalificaties. Het betreft de zinsnede dat het 50 meterbassin alleen op een ‘suboptimale wijze ingepast zou kunnen worden waardoor het geheel minder goed functioneert’ en ‘het PvE uit balans brengt’. (paragraaf 4.8 Raadsvoostel) Wij kunnen in het beschikbaar gestelde onderzoek en andere bijlagen geen aanwijzingen vinden voor de argumentatie dat het 50 meterbassin in zwembad Noord alleen op een suboptimale wijze ingepast zou kunnen worden.
Met de kwalificatie dat een 50 meterbassin het PvE uit balans brengt bedoelt het College dat de hierdoor ontstane ongewenste overcapaciteit voorkomen kan worden door in zwembad Zuid minder water op te nemen. Maar deze oplossing past niet binnen het uitgangspunt dat er een gelijke hoeveelheid sportwater in beide varianten opgenomen moet zijn.
Uiteindelijk is de kern van de discussie of een 50 meterbassin wenselijk zou zijn gelegen in de afweging tussen het wel of niet accepteren van een ongelijk aanbod in (sport) water tussen zwembad Noord en zwembad Zuid. Waarbij bovendien geldt dat een keuze voor een 50 meter bassin (variant B) met een gelijk aanbod van zwemwater leidt tot een hogere investering en het accepteren van een ongelijk aanbod tot een investering van gelijk niveau met het voorgestelde zwembadscenario in het voorliggende Raadsvoorstel. Ter illustratie geven wij onderstaand inzicht in de mate van overcapaciteit die ontstaat bij de diverse scenario's die relevant zijn voor de besluitvorming. We drukken de zwemwatercapaciteit uit in het aantal zwembanen van 25 meter lengte en 2.5 meter breedte. Het College baseert zich in het Raadsvoorstel op de in het onderzoek berekende toekomstige benodigde capaciteit (= 24 banen). Zwembadscenario Huidige situatie Scenario College in huidig Raadsvoorstel Scenario 50 m bassin + gelijk aanbod Scenario 50 m bassin + ongelijk aanbod
Aantal zwembanen 17 24 31 26
Uit dit overzicht blijkt duidelijk dat de scenariokeuze tussen opname van een 50 meter bassin en het huidige Raadsvoorstel vooral gelegen is in het wel of niet accepteren van een ongelijk aanbod. Het College kiest voor een gelijk aanbod en het voorkomen van overcapaciteit. Vanuit het oogpunt van de belangen van zwemverenigingen kan het creëren van een (ruime) overcapaciteit bedreigend zijn omdat dit vroeg of laat kan leiden tot exploitatieproblemen die ook gevolgen kunnen hebben voor de huurtarieven. Tenslotte willen wij benadrukken dat wij ook met het voorliggende Raadsvoorstel uit de voeten kunnen, mits er nog een aantal functionele verbeteringen in het plan opgenomen worden die nodig zijn om het zwembad in Noord optimaal te kunnen gebruiken. Dit vergt mogelijk enige extra investering, maar die vallen in het niet ten opzichte van de nadelen zoals 50 jaar lang hogere huurlasten, onnodig extra bezetting van badwater ten koste van andere gebruikers en zwaardere belasting van vrijwilligers. Zonder deze aanpassingen biedt de variant 50 meter bassin B betere perspectieven om de benodigde functionele kwaliteit te waarborgen. Wij zien met belangstelling de besluitvorming in de Raad tegemoet en danken het College voor de geboden mogelijkheden om mee te denken over de planvorming tot nu toe.
Wij zijn ook gaarne bereid – onafhankelijk van welk programma daarvoor gekozen wordt - mee te werken aan en onze kennis te delen in de volgende fase van planuitwerking.