03 Bijlage A1 Analyse en achtergrondinformatie, 2025
Tekst van het document
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030
Bijlage 1 Analyse & achtergrondinformatie
Inhoud Leeswijzer3 1 Beschikbaar en betaalbaar
2
4
1.2 Betaalbaarheid en de kwalitatieve woningbouwopgave – een gedifferentieerd woningbouwprogramma
4
1.3
5
Collectieve woonvormen
1.4 Slimmer gebruik van de bestaande voorraad
5
Aandachtsgroepen en ouderen
6
2.2 Studenten en jongeren
8
2.4 Statushouders
9
3 Woningkwaliteit en leefbaarheid 3.1
11
Funderingen
11
3.2 Gezondheid en bestaande bouw
13
3.4 Leefbare en veerkrachtige wijken
14
4 Duurzaam en toekomstbestendig
17
4.1 Toekomstbestendige nieuwbouw
17
4.2 Energie bestaande bouw
22
4.3 Circulair bestaande bouw
23
4.4 Klimaatadaptatie bestaande bouw
23
4.5 Biodiversiteit bestaand bouw
23
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Inhoud
2
Leeswijzer Deze bijlage hoort bij het Volkshuisvestings programma 2026-2030 ‘Samen voor een fijn (t)huis!’. Omwille van de leesbaarheid delen we in het Volks huisvestingsprogramma alleen de belangrijkste inzichten en conclusies. Sommige keuzes bij deel onderwerpen vragen om een nadere toelichting, die later eenvoudig terug te vinden moet zijn. Die toelichting geven we hier. Niet van elk (deel)onderwerp van het Volkshuisves tingsprogramma is in deze bijlage extra informatie opgenomen. In het Volkshuisvestingsprogramma verwijzen we soms naar deze bijlage (bijlage 1) of naar een rapport (bijlage 2 t/m 10). Voor incidentele bronnen gebruiken we linkjes naar websites, wet- en regelgeving en openbaar onderzoek.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
3
1 Beschikbaar en betaalbaar 1.2 Betaalbaarheid en de kwalitatieve woningbouw opgave – een gedifferentieerd woningbouwprogramma Toelichting nader te onderzoeken routes bij ambitie 1G ‘Vergroten aanbod voor (lage) middeninkomens’: Uit Opinienota ‘Kaders voor de uitwerking van het Volkshuisvestingsprogramma Haarlem 2026–2030’, pagina 8: “Er zijn op hoofdlijnen vier routes om meer aanbod te creëren voor lage middeninkomens tot 1,5 keer de DAEB-norm: • Meer gereguleerde middenhuur: Middels de verankering van de spelregels voor woningbouw in anterieure overeenkomsten (en de verankering van de bestemming in het omgevingsplan) en de komst van de Wet betaalbare huur is het mogelijk om middeldure huurwoningen voor langere tijd op een betaalbaar prijsniveau te houden, zodat deze behouden blijft voor de doelgroep. Ondanks dat de woonbehoefte van middeninkomens grotendeels in het koopsegment ligt, kan meer gereguleerde middenhuur een passend alternatief zijn. Middenhuur wordt wellicht makkelijker te realiseren wanneer Rijksoverheid, gemeente en corporaties ervoor kiezen hier een grotere rol voor corporaties te creëren. Corporaties geven aan dat hier mogelijk een rol voor hen is weggelegd. Dit kan nader worden onderzocht.
• Meer marktconforme (lage) middeldure koop woningen realiseren voor de middeninkomens: Met de huidige woningmarktontwikkelingen staan de spelregels voor woningbouw en de kwaliteitseisen voor het middensegment woningen onder druk. Met ontwikkelaars en beleggers kan worden onderzocht onder welke voorwaarden en condities marktconform bouwen het gewenste aanbod in het middensegment kan vergroten en of dit woonproducten kan opleveren die aansluiten bij de behoefte van verschillende huishoudens met een middeninkomen. In deze verkenning kan worden gekeken naar de huidige Haarlemse spelregels voor woningbouw,
waaronder de vereiste vierkante meters GBO in het middeldure segment (minimaal 50 m2 en de helft minimaal 60m2). Ook kan worden gekeken naar bijzondere woonconcepten, slimmer ontwerpen en plattegronden en in hoeverre gemeenschappelijke voorzieningen compacte woningen toelaten. In deze verkenning kan de haalbaarheid van woningbouwplannen inzichtelijk worden gemaakt en de impact van verschillende ambities en eisen. • Verkoop met bijzondere constructies en/of voorwaarden: Voor koopwoningen is het langdurig betaalbaar houden in tijden van aanhoudende grote vraagdruk alleen mogelijk wanneer daar een bijzondere constructie en/of voorwaarden aan wordt gekoppeld. Om die reden kan het interessant zijn om met bijzondere constructies en/of voorwaarden te verkopen. Bijvoorbeeld met Koopgarant, Koopstart, Erfpacht, wooncoöperaties, starterslening etc. Mogelijke inzet van deze instrumenten kan nader worden onderzocht met corporaties, marktpartijen en institutionele beleggers. • Inzet vanuit de bestaande voorraad: Binnen de bestaande voorraad zijn er verschillende mogelijkheden om door de inzet van woningcorporaties meer aanbod te creëren voor middeninkomens. Nader onderzocht kan worden of deze kansrijk zijn, en welke (negatieve of positieve) impact dit kan hebben op andere beleidsdoelstellingen.
Deze variëren tussen inzet op meer middeldure huur door corporaties, of inzet op meer middeldure koopwoningen (door verkoop van corporatiebezit).” Deze nader te onderzoeken route is volgens de eerste versterker zoals beschreven in het Initiatiefvoorstel ‘Versterkers middeldure koop’ , d.d. april 2025
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
4
1.3 Collectieve woonvormen
stadswijken nam het aantal aanvragen toe in de periode 2015-2019. Rond dit jaartal stelde de gemeente regels in om schaarse woningen te behouden en de leefbaarheid te waarborgen, bijvoorbeeld door minimale oppervlaktes te stellen per woning als er gesplitst wordt, en beperkingen in specifieke wijken (vergunningstop). Sinds 2020 is het aantal vergunningen voor splitsing afgenomen, mede door aangescherpt beleid en zorgen over het verlies van schaarse woonruimte (vooroorlogse woningvoorraad) en druk op de openbare ruimte. De tabel hier onder geeft weer hoe het aantal woningsplitsingen zich heeft ontwikkeld in de periode 2020-2023. Cijfers over 2024 zijn nog niet beschikbaar.
Collectieve wooninitiatieven zijn er in diverse vormen, afgestemd op de specifieke behoeften van de initiatiefnemers. Collectief wonen kan op verschil lende manieren: van koop tot huur, van nieuwbouw tot transformatie en van kleine tot grotere groepen initiatiefnemers/bewoners. Collectieve woonvormen kunnen oplossingen bieden voor diverse maatschap pelijke uitdagingen, zoals woningnood en eenzaam heid. Ze bevorderen betaalbaarheid doordat bewoners voorzieningen delen en vaak zonder winstoogmerk wonen. Sociale cohesie wordt versterkt doordat bewoners samenwerken en voor elkaar zorgen. Collectief wonen stimuleert duurzaam ruimtegebruik, vergroting van een divers wonin gaanbod en het bieden van alternatieven voor ‘reguliere’ koop of sociale huur. Bewoners zijn actief betrokken bij het beheer, wat burgerparticipatie en eigenaarschap versterkt.
Woningsplitsing 2020 Overige toevoegingen: Fysieke toevoeging door woningsplitsing
Geraadpleegde bronnen: Werkboek collectieve woonvormen, Provincie Gelderland, 2024 Publicatie ‘Collectieve woonvormen’, TU Delft Research Group Real Estate Management, 2024 Publicatie ‘De behoefte aan wooncoöperaties’, Platform31, 2022
95
2021 2022 2023 45
45
35
Figuur 1 Overige toevoegingen en correcties door woningsplitsing 2020-2023 (Bron: CBS).
1.4.2 W oningbezetting in Haarlem De gemiddelde woningbezetting in Haarlem fluctu eert. Woonden er in 2003 nog gemiddeld ruim 2,2 personen in één woning, in 2025 ligt dat cijfer rond de 2,09. Tussendoor was er ook een lichte stijging. De daling in 2025 betekent dat er per woning minder mensen wonen, bijvoorbeeld door de groei van het aantal één- en tweepersoonshuishou dens. Tegelijkertijd groeit het totale aantal inwoners, terwijl de woningvoorraad minder snel toeneemt. Dit zet de woningmarkt onder druk en benadrukt de noodzaak van meer (en diverse) woningbouw.
1.4 Slimmer gebruik van de bestaande voorraad 1.4.1 Gemeentelijk beleid woningsplitsen (omzetten en woningvormen) Door de toenemende druk op de woningmarkt en de groei van het aantal kleine huishoudens is het aantrekkelijk geworden om grotere woningen op te splitsen in kleinere eenheden. Vooral in de bestaande
Woningbezetting Haarlem 2003-2025 200.000
2,25
150.000
2,20 2,15
100.000
2,10
50.000
2,05 2025
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2915
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
0
2,00
Woningen Totaal inwoners Woningbezetting Figuur 2 Woningbezetting Haarlem 2003-2025 (Bron: Gemeente Haarlem).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
5
2 Aandachtsgroepen en ouderen Aanvullende woonvormen (waaronder onzelfstandige woonruimte) vanuit doelgroep Wonen Eerst. In het Actieprogramma Wonen en Zorg is de opgave geformuleerd aan zelfstandige woningen vanuit de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en vanuit de beweging van opvang naar Wonen Eerst. Daarbij is de inzet om via gemengde woonprojecten aanvullend aanbod te creëren voor deze doelgroepen. Daarnaast zijn aanvullende woonvormen nodig, waarvan een deel onzelfstandig, en een deel in een geclusterde woonvorm met zorg nabij. Hieronder is uiteengezet hoe de behoeftebepaling voor deze woonvormen tot stand is gekomen.
Behoefte onzelfstandige verhuur jongvolwassenen (18-23 jaar) Ongeveer 10% van de inwoners die zich melden bij de Brede Centrale Toegang (BCT) zijn tussen de 18 en 23 jaar. Een klein deel van deze groep heeft een lichte ondersteuningsvraag. Zij zijn geholpen met huisvesting en minimale ondersteuning. We zien een stijging in de vraag onder deze groep. Jaarlijks gaat het om ongeveer tien (nieuwe) jongeren voor wie dit aanbod passend is. Wanneer wordt uitgegaan van een gemiddelde woonduur van 3 jaar bij kamerge wijze verhuur zijn 20 extra kamers nodig. (Bron: Onderzoek voorwaarden huisvesting aandachtsgroepen, ministerie van BZK, 2 juni 2024)
Behoefte onzelfstandige verhuur volwassen alleenstaanden (23+) Het grootste deel van de inwoners die tijdelijk in de maatschappelijke opvang verblijft, stroomt uit naar zelfstandige of begeleide woonruimte. Op dit moment gaat het veelal om uitstroom naar zelfstan dige woonruimte via het Pact voor Uitstroom, regu liere verhuur of met een sociaal-medische urgentie. Een enkeling lukt het zonder hulp zelfstandige woonruimte te vinden. Bijvoorbeeld buiten de regio of als er voldoende zoekduur is opgebouwd. Voorheen waren er in Haarlem meerdere pensions en kamerverhuurders waar inwoners laagdrempelig een betaalbare kamer konden huren. Er werd veel gebruik van gemaakt door inwoners die in de
Maatschappelijke Opvang (MO) verbleven. Met het verdwijnen van deze pensions en de toegenomen krapte op de woningmarkt, is dit aanbod niet meer toegankelijk voor mensen die in de MO verblijven. De behoefte aan kamergewijze verhuur is echter nog steeds aanwezig. Het betreft meestal inwoners met een lichte onder steuningsvraag die in huisvesting met lichte begelei ding stabiel kunnen wonen. Ook gaat het om inwoners die het prettig vinden om te wonen via kamergewijze verhuur, omdat zij de aanwezigheid van anderen en de omvang van de woning prettig vinden. Op dit moment zijn er meerdere doorstroom voorzieningen waar inwoners tijdelijk op een kamer verblijven (zoals Anton Pieckhofje en de Frans Hals-panden). Dit zijn echter tijdelijke opvangvoor zieningen. Deze behoefte is er ook ten aanzien van wonen. Het betreft deels inwoners met een Wmo- indicatie en deels redelijk zelfstandige inwoners. Voor sommige inwoners kan kamergewijze verhuur voorkomen dat ze dakloos worden. Op basis van de cijfers uit de rapportages van de BCT (zie hieronder) is de schatting dat de behoefte ongeveer 15 inwoners per jaar betreft voor Haarlem, ongeveer 7,5% van het totaal aantal Haarlemmers die ‘een traject hebben’ bij de MO of GGD. Dat er een grote behoefte is aan kamergewijze verhuur blijkt ook uit het stijgende aantal aanmeldingen bij Onder de pannen.
Vanuit deze inschatting en gebaseerd op dezelfde methode als voor onzelfstan dige woningen voor jongvolwassenen is de raming dat er een aanvullende behoefte is om voor de komende 5 jaar 32 onzelfstandige eenheden toe te voegen voor deze doelgroep.
Behoefte geclusterd zelfstandig met zorg nabij In het Regionaal Actieplan Dakloosheid zijn afspraken gemaakt over de uitbreiding van woon variatie, zoals gemengd wonen en woning delen. Bij de voortgang van de beweging naar ‘Wonen eerst’ wordt duidelijk dat er behoefte bestaat aan de uitbreiding van woonruimte in nabijheid van zorg. De stap naar een zelfstandige woonruimte in de wijk is voor deze inwoners op dat moment in hun leven nog te groot, terwijl er ook niet altijd een hulpvraag
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
6
is die past bij beschermd wonen. Het gaat dus om inwoners die zelfstandig willen wonen, maar voor wie de nabijheid van zorg kan bijdragen aan het verkrijgen en behouden van stabiliteit. De inschatting is dat het voor de komende vijf jaar gaat om 25 tot 40 personen/woningen voor Haarlem.
Aantal unieke personen dat gebruik maakt van de nachtopvang Gemeente van herkomst
2021
2022
2023
2024
Beverwijk
23
24
20
23
Bloemendaal
4
2
3
7
Haarlem
175
150
158
129
Cijfers Brede Centrale Toegang
Haarlemmermeer
49
49
43
32
Heemskerk
12
12
10
7
Aantal nieuwe trajecten per gemeente
Heemstede
3
3
5
4
Velsen
27
24
24
31
Gemeente
2023
2024
Beverwijk
19
31
Bloemendaal
4
4
Haarlem
215
190
Haarlemmermeer
52
63
Heemskerk
15
12
Heemstede
6
4
Velsen
37
50
Zandvoort
19
14
Zandvoort 14 Buitenregionaal
53
Bloemendaal 4 51
Totaal
420 Beverwijk
419
31
Buitenregionaal
51
Zandvoort
12
12
15
9
Buitenregionaal
38
37
28
25
Totaal
343
313
306
267
Figuur 2 Aantal unieke personen dat gebruik maakt van de nachtopvang (Bron: GGD-monitor 2024).
Leeftijdscategorie nieuwe trajecten 60 55 50 50% 45 40 35 30 33% 25 20 15 50% 10 11% 5 6% 33% 0
Gemeente van herkomst nieuwe trajecten 2024 Zandvoort 14
Bloemendaal 4
Velsen Buitenregionaal
50
51
Beverwijk
31
Haarlem
190
Velsen
Haarlemmermeer 50
63
Haarlem
190
60 55 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
61%
33%
33% 5%
< 23 jaar
37%
32% 0%
Zorgcoördinatie
23 t/m 40 jaar
6%
5%
32%
61%
25%
Loket BCT 25% 11%
37%
7%
Hygiënisch woning toezicht
41 t/m 60 jaar 0%
> 60 jaar
7%
FiguurLoket 3 Leeftijdscategorie nieuwe trajecten BCT Zorgcoördinatie Hygiënisch (Bron: GGD-monitor 2024). woning toezicht
Haarlemmermeer
< 23 jaar
Heemskerk 1263
23 t/m 40 jaar
41 t/m 60 jaar
> 60 jaar
600
Heemstede 4
Uitstroom eerste half jaar van 2025 500 Uitstroom totaal
74
100%
40
54%
20
27%
500Verblijf 300 in eigen netwerk
7
9%
Onbekend 400 200 kliniek Opname
6
8%
1
1%
kg CO-eq per m vleeroppe/m2
Heemskerk 12
Wonen met of zonder begeleiding 400 600 Beschermd wonen
Figuur 1 Aantal nieuwe trajecten per gemeente in percentage (Bron: GGD-monitor 2024).
kg CO-eq per m vleeroppe/m2
Heemstede 4
300Detentie
0 0% 100 Figuur 4 Eerste half jaar van 2025 ter indicatie (regionaal) 200 (Bron:0 Brede Centrale Toegang (BCT). 100
Beton
Hout
0 Beton
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
Hout
7
Aanmeldingen onder de pannen (regionaal) 2021
2022
2023
2024
51
66
84
148 (!)
Aanmelding verhuurder 29
29
35
42
Aantal koppelingen
17
20
27
Aanmelding huurder
11
Figuur 5 Aanmeldingen onder de pannen (regionaal) (Bron: Regenbooggroep).
2.2 Studenten en jongeren Huidig aanbod gelabelde jongeren en studentenwoningen Corporatie
Jongerenwoningen
Studenten woningen
Wv Zelfstandig
Wv Onzelfstandig
Ymere
269 woningen voor jongeren tot 23 jaar 95 woningen voor jongeren van 23-28 jaar
319
154
165
Elan Wonen
110
Geen
110
Geen
Pré Wonen
Geen
125
0
125
DUWO
Geen
265
200
65
709
464
355
Totaal
Figuur 6 Huidig aanbod gelabelde jongeren en studentenwoningen (Bron: Informatie woningcorporaties).
In de huidige plancapaciteit staan de volgende ontwikkelingen voor studenten, jongeren en starters opgenomen:
Geplande toevoegingen voor studenten en jongeren Project
Doelgroep
Aantallen
Oplevering
Athenestraat (Pré Wonen)
Jongeren
24 (waarvan 7 woningen voor uitstroom maatschappelijke opvang)
2026
Koepel (DUWO)
Studenten (campuscontract voor het 125 eerste jaar aan University College)
2028
Koepel (Elan Wonen)
Jongeren
96
2028
Campus Zijlweg-West
Jongeren of studenten
200-300
2029-2030
Spaarnepoort (Being)
Jongeren en starters (starters op de arbeidsmarkt)
625 woningen (waarvan 325 sociale huurwoningen, studio’s)
2026-2028
Schonevaert (New Cheese)
Jongeren en starters (via Woonservice)
823 woningen (waarvan 280 sociale huurwoningen, maatwerk over opper vlakten).
2028
Gelabeld
Ongelabeld
Figuur 7 Geplande toevoegingen voor studenten en jongeren (Bron: Monitor plancapaciteit).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
8
Aandeel internationale studenten
2.4 Statushouders
Internationale studenten maken ongeveer 17% uit van de gehele studentenpopulatie van Nederland. Ongeveer 80% van de internationale studenten woont in de stad waar ze studeren. In Haarlem zal het percentage internationale studenten lager zijn dan het landelijk gemiddelde, aangezien Haarlem geen grote universiteit heeft. Met de komst van de SRH Haarlem University of Applied Sciences zal het aantal internationale studenten in Haarlem toege nomen zijn en in de toekomst ook verder toenemen. Op dit moment studeren er 300 studenten aan de SRH, waarvan 90% internationaal is. De verwachting is dat deze groep uitgroeit tot 600 studenten in 2026. Er worden momenteel 82 woningen verhuurd aan studenten van de SRH. Dit aanbod zal uitbreiden tot 250 in 2028. De woningen die door DUWO zijn gerealiseerd en die nog in de planning zitten bij de Koepel, worden in het eerste jaar verhuurd aan studenten van de University College. Hierna worden ze verhuurd aan de volgende lichting studenten van de University College. De SRH schat in dat een derde na het eerste jaar woonruimte vindt in Haarlem en dat de rest uitwijkt naar regiogemeenten.
Jaarlijks wordt door Woonservice in de trendmonitor gerapporteerd hoe de vrijkomende sociale huurwo ningen zijn toegewezen (verhuringen) aan verschil lende groepen woningzoekenden. Onderscheid wordt gemaakt tussen verhuringen die via het aanbodmodel worden toegewezen waarbij de groep woningzoekende zelf reageert op een vrijkomende woning. En verhuringen die via bemid deling tot stand komen. Bij een bemiddeling biedt de corporatie (doorgaans éénmalig) een woning aan de woningzoekende. Bij sommige woningen wordt voorrang gegeven aan een bepaalde woningzoekende groep, bijvoorbeeld omdat deze woning een specifiek kenmerk heeft wat deze geschikt maakt (bijvoorbeeld wel/geen lift). Bij toewijzingen aan urgente woningzoekenden is er sprake van een algemene voorrangssituatie (los van specifieke woningkenmerken). De meeste woningzoekenden met urgentie kunnen zelf op zoek naar een woning via het aanbodmodel. Een ander deel krijgt via bemiddeling een woning aangeboden, zoals statushouders en mensen die uitstromen uit een intramurale instelling (Pact voor Uitstroom). Daarnaast vinden er verhuringen plaats via bemiddeling vanwege andere redenen, bijvoor beeld omdat er afspraken zijn in kader van woon groepen, met een zorgaanbieder, of omdat er specifieke omstandigheden zijn waardoor verhuizen gewenst/noodzakelijk is.
In figuur 8 hieronder wordt zichtbaar wat het percentage woningen is dat afgelopen jaren via voorrang, urgentie en bemidde ling zijn toegewezen.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
9
Verhuringen regionaal in percentages, 2020 – 2024 Toewijzingen
2020 %
2021 %
2022 %
2023 %
2024 %
2024 Aantal
57%
62%
62%
59%
63%
1.869
- Regulier met WMO/zorgindicatie/zorgwoning
1%
1%
1%
1%
1%
41
- Regulier met voorrang ouder worden en prettig wonen
1%
1%
1%
3%
3%
104
Aanbodmodel - Regulier via inschrijfduur
- Regulier met voorrang binding Bloemendaal - Regulier met voorrang passend wonen Zandvoort
0%
0%
0%
2
0%
1%
16
1%
19
- Regulier met voorrang middeninkomens Mix & Match Velsen - Urgentie: medisch
3%
4%
4%
4%
2%
69
- Urgentie: sociaal
1%
1%
1%
1%
0%
12
- Urgentie: mantelzorg
0%
0%
0%
0%
4
- Urgentie: uitstroom instelling huiselijk geweld
0%
0%
0%
0%
1%
20
- Urgentie: stadsvernieuwing (zonder hulp)
1%
2%
2%
1%
1%
37
0%
4
65%
71%
71%
69%
74%
2.197
- Beheersproblematiek
0%
0%
0%
0%
0%
9
- Klantwensen
7%
6%
5%
5%
4%
120
- Urgentie: beroep Subtotaal Bemiddeling
- Senioren
2%
1%
0%
0%
0%
5
- Zorg/WMO/rolstoel
5%
4%
2%
2%
2%
59
- Tijdelijke huisvesting
2%
1%
2%
1%
0%
5
- Divers
4%
3%
3%
3%
3%
96
- Urgentie: Beverwijk en Heemskerk
1%
1%
1%
1%
0%
14
- Urgentie: stadsvernieuwing (met hulp)
5%
2%
3%
3%
4%
117
- Urgentie: pact voor uitstroom
5%
5%
4%
4%
4%
131
- Urgentie: statushouders
3%
6%
9%
11%
7%
219 775
35%
29%
29%
31%
26%
Totaal %
Subtotaal
100%
100%
100%
100%
100%
Totaal aantal
2.432
2.454
2.302
2.288
2.972
Figuur 8 Verhuringen regionaal in percentages, 2020- 2024 (Bron: Woonservice). In deze tabel zijn de voorrangen, urgenties en bemiddelingen opgenomen die verzilverd zijn dan wel met deze reden zijn geregistreerd.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
10
3 Woningkwaliteit en leefbaarheid Aantal vragen per onderwerp 2018 t/m 2025
3.1 Funderingen
Spreekuur
Haarlemse situatie: De gemeente Haarlem kampt sinds de jaren tachtig met funderingsproblematiek. Sindsdien worden in verschillende delen van de stad herstel werkzaamheden uitgevoerd, waarmee wordt bijgedragen aan het behoud van een veilige en leefbare woonomgeving. In 2018 is een gemeentelijk funderingsloket opge richt om bewoners te ondersteunen bij vragen over de staat van hun fundering en mogelijke herstelmaatregelen. Het loket is gestart in de wijk het Rozenprieel en heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een centraal aanspreekpunt voor funderings kwesties. Jaarlijks ontvangt het loket ongeveer 1.000 vragen van bewoners. Op basis van beschikbare gegevens zien we dat in bepaalde wijken in Haarlem het risico op funde ringsproblemen klein is (in gebieden waar woningen zijn gefundeerd op betonnen palen).
Aantal unieke contactaanvragen funderingsloket 2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
half 2025
35
105
352
428
502
596
1.024
447
Figuur 1 Aantal unieke contactaanvragen funderingsloket (Bron: Funderingsloket).
Info Huis bezoek eenheid
Onderzoek
Taxaties
175
310
388
113
95
Financiering
SVN Lening
Overig
Aankoop
Verkoop
8
13
659
1.285
380
Offerte beoordeling 95 Figuur 2 Aantal vragen per onderwerp 2018 t/m half 2025 (Bron: Funderingsloket).
In Haarlem bevinden zich ongeveer 7.500 panden die zijn gefundeerd op houten (voornamelijk grenen) palen. Deze panden bevinden zich met name in wijken waar funderingsproblematiek het meest voorkomt. Op basis van bouwdossiers en technische inspecties is de verwachting dat de funderingen van deze panden, voor zover nog niet hersteld, de komende decennia verder zullen verzwakken, waardoor funderingsherstel op termijn noodzakelijk zal zijn. De funderingsproblematiek bij grenenhouten palen wordt in belangrijke mate veroorzaakt door bacteriële aantasting. In tegenstelling tot funde ringen die gevoelig zijn voor schimmels, heeft het verhogen of verlagen van de grondwaterstand slechts een beperkte invloed op het proces van deze aantasting. Funderingsherstel is een aanzienlijke opgave, zowel technisch als financieel. De gemiddelde kosten bedragen tussen de €1.500 en €1.800 per vierkante meter. Daarnaast kan het herstelproces ingrijpend zijn voor bewoners: soms is tijdelijke verhuizing noodzakelijk.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
11
Overzicht van de herstelde panden
Overzicht van de houtenpaal funderingen
Figuur 3 Overzicht van de herstelde panden (Bron: gemeente Haarlem).
Figuur 4 Overzicht van de houtenpaal funderingen (Bron: gemeente Haarlem).
Landelijke ontwikkelingen:
openbare datavoorzieningen en het versterken van de landelijke samenwerking.
In 2024 heeft de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) een grootschalig landelijk onder zoek uitgevoerd naar de funderingsopgave waar Nederland de komende decennia voor staat. Uit dit rapport blijkt dat naar schatting ongeveer 425.000 woningen in Nederland funderingsherstel behoeven. Dit vormt een aanzienlijke maatschappelijke en financiële opgave.
Per 1 juli 2025 is er landelijke financiering mogelijk vanuit het fonds duurzaam funderingsherstel van de SVn. Dit is alleen voor particulieren woningeigenaren die niet in aanmerking komen voor een marktcon forme financiering.
Naar aanleiding van het RLI-rapport heeft het kabinet een beleidsreactie geformuleerd in de vorm van een Kamerbrief. In deze brief is aangekondigd dat de Rijksoverheid momenteel twee verdiepende onderzoeken uitvoert: naar de randvoorwaarden voor een landelijk programma en naar haar regierol bij de aanpak van funderingsproblematiek. Ter ondersteuning van deze landelijke aanpak heeft het kabinet een bedrag van €56 miljoen gereser veerd voor de periode van vier jaar. Deze middelen zijn bestemd voor de ontwikkeling van centrale,
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
12
3.2 Gezondheid en bestaande bouw Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Duurzaamheid wordt breder gezien dan alleen techniek: het gaat ook over sociale structuren, leefomgeving en collectiviteit (verslag stake holdersbijeenkomst, p. 17; verslag bewoners bijeenkomst, p. 6).
Beleid Haarlem: • Gezondheidsaspecten als schaduw, ventilatie, drinkwaterpunten en veilige routes worden integraal meegenomen in ontwerp. Voorlichting over risico’s van houtstook wordt versterkt in samenwerking met de GGD. (Bron: Omgevings visie Haarlem 2045)
• Ventilatieproblematiek en schimmelvorming worden steeds vaker gekoppeld aan energiearmoede en slechte bouwkwaliteit. Houtstook is een belang rijke bron van fijnstof en veroorzaakt gezondheids problemen, vooral in dichtbebouwde wijken.
Gezond binnenmilieu in één oogopslag Aspect
Richtwaarde (internationaal)
Dominante gezondheidseffecten
Luchtkwaliteit (PM2.5)
≤ 5 µg/m³ jaargemiddelde (WHO AQG 2021) (Wereldgezondheidsorganisatie)
Astma, COPD, hart- en vaatziekten
Geluid (nacht, slaapkamer)
≤ 30 dB(A) LAeq (WHO Community Noise) (Wereldgezondheidsorganisatie)
Slaapverstoring, hypertensie, stress
Thermisch comfort (zomer)
≤ 26 °C in ≤ 3 % van bezette uren (CIBSE TM59) (inklingllp.com)
Hitte-gerelateerde uitputting, verhoogd sterfterisico
Figuur 5 Gezond binnenmilieu in één oogopslag. Interpretatie Deze grenswaarden worden algemeen beschouwd als minimale voorwaarden voor een gezond binnenmilieu. Wanneer één of meerdere drempels structureel worden overschreden, stijgt het risico op chronische gezondheidsproblemen aanzienlijk
Sleutelstatistieken houtstook in Nederland Indicator
Waarde
Bron
Aandeel houtstook in Fijnstof (PM2.5)-emissies (2021)
≈ 25 % van alle binnen landse bronnen
RIVM-factsheet Effect van houtstook 2023 (RIVM)
Bijdrage consumentensector (hout stoken) aan levensduurverlies door luchtvervuiling
≈ 14 % (1/7)
idem (RIVM)
Nederlanders die geur- of rookhinder ervaren van open haard/houtkachel (2021)
≈ 17 %
OBW-enquête, RIVM 2022 (RIVM)
Figuur 6 Sleutelstatistieken houtstook in Nederland.
Link naar: Publicaties en rapporten | RIVM
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
13
3.4 Leefbare en veerkrachtige wijken Alternatieve manieren van toewijzen Toewijzing
Wijze
Huurprijsbeleid
Door in complexen of buurten af te wijken van het huurprijsbeleid (bijvoorbeeld door middel van het tweehurenbeleid1) hebben bewoners met een lager inkomen ook de mogelijkheid om zich te vestigen in buurten met een woningaanbod in een andere huurprijsklasse.
Toewijzen op motivatie
In Gemengd Wonen complexen of in wijken waar de leefbaarheid onder druk staat, kunnen enkele woningen aangeboden worden waarvoor een motivatie ingediend moet worden. Hierbij wordt dan niet enkel geselecteerd op inschrijftijd, maar ook op basis van competenties van een potentiële bewoner. Die worden beoordeeld op basis van een ingediende motivatie, door de corporatie. Bij Gemengd Wonen complexen wordt per definitie ook verwacht dat deze bewoners een bijdrage leveren aan het vormen van een gemeenschap.
Figuur 7 Alternatieve manieren van toewijzen (Bron: Platform 31 publicatie ‘evaluatie passend toewijzen’, en het Actieprogramma Wonen en Zorg.)
Inzet op gemeenschapsvorming en sociaal beheer De zorgzame wijk
Toelichting
Bouwsteen 1: Sociale cohesie: gemeenschapsgevoel in een diverse wijk
Sociale cohesie betekent dat er ruimte is voor persoonlijke verschillen, en tegelijkertijd gemeenschappelijkheid wordt gestimuleerd. Daarvoor is nodig dat zowel het bevorderen van cohesie gebaseerd op gemeenschappelijke kenmerken en eigenschappen van inwoners aandacht heeft, als ook het bevorderen van ‘overbruggende’ ontmoeting. Dit kan worden bereikt door eigenaarschap van en verantwoordelijkheid voor de directe woon- en werkomgeving te bevorderen, zowel op fysiek als sociaal gebied. Gemeen schappelijke ruimten, middelen en besluitvorming zijn hierin van groot belang. Daarbij moet goed gekeken worden naar verschillende schaal niveaus en samenwerkingsverbanden met organisaties en partijen in de directe omgeving. Door buurtactiviteiten (ook online), nieuwe verbindingen binnen het verenigingsleven, vrijwilligerswerk en ondersteuning van gemeen schapsopbouw kunnen verbindingen tussen verschillende bewoners worden versterkt.
Bouwsteen 2: Toegankelijke openbare ruimte en gebouwen
Zorgzame wijken dienen sociaal en fysiek toegankelijk te zijn voor iedereen. Dit omvat toegankelijke openbare ruimtes, zoals brede trottoirs zonder obstakels, veilige oversteekplaatsen en duidelijke looproutes. Een ander aandachtspunt is het drempelvrij zijn van gebouwen en deze voorzien van toegankelijke ingangen en liften.
Bouwsteen 3: Openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen
Zorgzame wijken moeten ook uitnodigen tot ontmoeten en bewegen. Open bare zitplaatsen, schaduwrijke plekken en goede verlichting zijn essentieel om een veilige en comfortabele omgeving te creëren voor ouderen, jongeren, mensen met een beperking en andere kwetsbare groepen. De fysieke omgeving draagt daarmee direct bij aan het welzijn, de gezondheid en de betrokkenheid van bewoners.
Bouwsteen 4: Nabijheid van voorzieningen
Nabijheid van voorzieningen maakt het prettiger en makkelijker om zelf standig te blijven wonen, zeker voor mensen die minder mobiel zijn. Daarbij gaat het om voorzieningen op het gebied van zorg en ondersteuning (wijkcentrum, huisarts, fysiotherapeut etc.), maar bijvoorbeeld ook een supermarkt of openbaar vervoer.
Figuur 8 Inzet op gemeenschapsvorming en sociaal beheer (Bron: Actieprogramma Wonen en Zorg.)
1
Maatwerk-bij-woningtoewijzing.pdf
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
14
Gebiedsgerichte opgaven Centrum Het historische centrum van Haarlem is als beschermd stadsgezicht van grote waarde. Het centrum combineert wonen, werken, recreëren en toerisme op een klein oppervlak. De monumentale gebouwen en hofjes maken het gebied aantrekkelijk om te wonen, vooral voor kleinere huishoudens. De voorzieningen sluiten grotendeels aan op deze doelgroepen. Tegelijkertijd kent het centrum ook uitdagingen. Woningleegstand boven winkels in de binnenstad is een blijvend verschijnsel, wat de noodzaak benadrukt om het programma Wonen Boven Winkels voort te zetten. Binnen dit programma wordt samengewerkt met ondernemers in de binnenstad en is nadrukkelijke aandacht voor inpandige fietsenstallingen, om de druk op de openbare ruimte te beperken. Daarnaast zal nader onderzocht worden wat de impact van de (dubbele) bestemming is van panden met wonen en short-stay dan wel Horeca 4 bestemming. De bestemming short-stay biedt verblijfsmogelijkheden voor sommige groepen maar kan op gespannen voet staan met de wens tot meer woonruimte, behoud/ versterken van de leefbaarheid en het hotelbeleid. Een heroverweging van het omgevingsplan lijkt wenselijk om de balans tussen wonen, werken en andere functies te waarborgen. De grootschalige gebiedsontwikkeling met woning bouw in het Centrum is het Stationsgebied (zie bijlage 2).
Haarlem Noord Haarlem Noord is het grootste stadsdeel met ruim 56.000 inwoners en een diverse bevolking. Het gebied biedt een aantrekkelijke mix van woonwijken en uiteenlopende voorzieningen. Het westelijke deel is ruim en groen opgezet. In het oosten zijn de wijken dichter bebouwd en meer versteend. De woning voorraad is gevarieerd en bestaat grotendeels uit particulier bezit. Meer dan twee derde van de woningen dateert van vóór 1945. Er is een relatief groot aandeel eengezinswoningen, vaak bewoond door ouderen die lang(er) thuis blijven wonen. Delftweide en Schoterhof zijn woonzorgcentra waaromheen de komende jaren ontwikkelingen zullen plaatsvinden. Er wordt gewerkt naar verbete ring van dementievriendelijke inrichting in de wijken Sinneveld en Vondelkwartier. In Delftwijk is een wijkaanpak gestart vanwege veiligheidsproblemen en overlast, waarbij door de instroom van kwetsbare bewoners de veerkracht onder druk staat. Ook in de
Transvaalbuurt loopt al sinds enkele jaren een wijkaanpak gericht op bestrijding van illegale situaties en ondermijning. We zien dat in de Trans vaalbuurt er meer dan gemiddeld arbeidsmigranten zijn gehuisvest. De grootschalige gebiedsontwikkelingen met woningbouw in Noord zijn Spaarndamseweg, Orionweg/Planetenlaan en Delftplein.
Haarlem Zuidwest Haarlem Zuidwest kent een grote variatie aan buurten, met overwegend oude en ruime woningen. De wijk wordt gekenmerkt door een dubbele demo grafische druk: een groot aandeel jongeren onder de 20 jaar en ouderen van boven de 65 jaar. In buurten grenzend aan het centrum, zoals de Leidse buurt, Koninginnebuurt en het Rozenprieel, is de druk op de openbare ruimte groot. Het Rozenprieel kampt als jaren met funderingsproblematiek, verstening en ondermijning. Sinds 2016 loopt hier de succesvolle wijkaanpak Rozenprieel, die in 2023 is voortgezet. De grootschalige gebiedsontwikkelingen met woningbouw zijn Zijlweg en Zuidwest.
Haarlem Oost Haarlem Oost is een dynamisch stadsdeel met een mix van voor- en naoorlogse woonwijken en het bedrijventerrein Waarderpolder. Het gebied kent duidelijke contrasten: waar Parkwijk en de Slacht huisbuurt sterk op wonen zijn gericht, is de Amster damsebuurt meer stedelijk van karakter. In de Waarderpolder wordt wonen niet toegestaan. Dankzij stedelijke vernieuwingsprojecten is het woningaanbod meer divers geworden. Hoewel deze veranderingen positief hebben bijgedragen aan de leefbaarheid, ontstaan er spanningen tussen oude en nieuwe bewoners, met druk op voorzieningen en de openbare ruimte. De buurtaanpak richt zich dan ook op het actief betrekken van bewoners bij het verbeteren van de leefomgeving. In Parkwijk is het aandeel sociale huur hoog, met als gevolg verhoogde instroom van kwetsbare bewoners. Ook in deze wijk zijn enkele kwetsbare complexen aanwezig. In het woningbouwproject Hof van Leijh aan de Schipholweg wordt geëxperimenteerd met toewijzing op basis van motivatie; in 2026 wordt bekeken of dit breder toepasbaar is in de stad. De grootschalige gebiedsontwikkelingen met woningbouw in Oost zijn Beatrixplein en Oostpoort.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
15
Schalkwijk Schalkwijk, gelegen in het zuidoosten van Haarlem, heeft een eigen karakter. Het stadsdeel werd gebouwd in de jaren ‘60 en ‘70 en bestaat uit een mix van hoogbouwflats en eengezinswoningen. De wijken binnen Schalkwijk verschillen sterk in sociale en fysieke kwaliteit. Veel wijken zijn groen en ruim opgezet, met een gevarieerde en deels vergrijsde bevolking. Tegelijkertijd zijn er duidelijke opgaven Schalkwijk is een wijk in ontwikkeling, waar volks huisvesting een sleutelrol speelt bij het bouwen aan een toekomstbestendige, inclusieve en duurzame leefomgeving. Schalkwijk is het stadsdeel in Haarlem waar de meeste woningbouw worden toegevoegd. In delen van Schalkwijk stapelen sociale uitdagingen zich op, wat de leefbaarheid en de kwaliteit van de woonomgeving onder druk zet. Er is veel corporatie bezit in Schalkwijk waar veel kwetsbare bewoners naar toe verhuizen. Door experimenten bij
woningtoewijzing, pilots met gemengd wonen projecten, en actief beheer wordt geprobeerd hier een andere mix van bewoners te verkrijgen. Ook wordt ingezet op het langer zelfstandig en prettig in de wijk blijven wonen van ouderen. Bij de Zwemmerslaan wordt ingezet op gemeenschapszin door het realiseren van onder andere woningen voor een woon coöperatie. Blijvende aandacht voor leefbaarheid in Schalkwijk als geheel is van belang. Momenteel wordt een onderzoek uitgevoerd naar de veerkracht in Schalkwijk en voor Meerwijk (wijkaanpak) in het bijzonder op welke wijze de verschillende ruimtelijke en sociale opgaven tegelijk opgepakt kunnen worden. De grootschalige gebiedsontwikkelingen met woningbouw in Schalkwijk zijn de Europawegzone (met onder andere Schalkwijk centrum), Haarlem Nieuw-Zuid en Molenwijk-Noord (zie bijlage 2).
Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
16
Veiligheid ’s vonds
7,5 7,4
Openbaar vervoer
7,3 7,2
Winkels dagelijkse boodschappen
7,8 7,5
4 Duurzaam en toekomstbestendig Haarlem
MRA
Feiten en cijfers energie
4.1 Toekomstbestendige nieuwbouw
Nederlandse broekasgasvoetafdruk (consumptie 2020)
Energie Europese regelgeving: • EPBD IV schrijft voor dat alle nieuwe gebouwen in 2030 emissievrij moeten zijn. Deze richtlijn bevat ook eisen voor het gebruik van hernieuwbare energie en monitoring van energieprestaties (Bron: EPBD IV). Nederlandse regelgeving: • De BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) stellen al eisen aan isolatie, warmte levering en hernieuwbare energieopwekking.
Spullen en consumentengoederen Bouw- en gebouwgerealateerd (energie + materialen)
30%
Voeding en dranken
Andere gemeenten: • Smart grids en wijkbatterijen worden verkend als oplossing voor netcongestie. Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Er is zorgen over overregulering: te veel aanvul lende eisen maken woningbouw duurder en langzamer (verslag stakeholdersbijeenkomst, p. 8). • Corporaties zien structuur en houvast in regels als belangrijk, maar vragen om prioritering en helderheid in plaats van beleid op alle fronten (Stakeholderbijeenkomst kwaliteit nieuwbouw). • Toegenomen aandacht voor zelfvoorzienend wonen en energiepositieve ontwerpen. • Hoewel de BENG-eisen momenteel relatief eenvoudig te behalen zijn, bieden aangescherpte normen voordelen voor bewoners. Huurders of toekomstige bewoners profiteren dan van een hoger wooncomfort en lagere energielasten. Bovendien leidt energiezuinig bouwen tot een aanzienlijk lagere belasting van de netcapaciteit voor elektriciteit, wat steeds belangrijker wordt in verband met netcongestie. Beleid Haarlem: • Brons is ondergrens; Zilver (NOM) en Goud (energiepositief) zijn ambities. Voorkeur voor publieke warmtenetexploitanten (Bron: Conve nant Toekomstbestendig Bouwen 2022).
20%
15%
Mobiliteit en vervoer
15%
Diensten (publiek en zakelijk)
20%
Figuur 1 Nederlandse broeikasgasvoetafdruk naar consumptie. In bovenstaande figuur is te zien dat Bouw en gebouw gerealteerde concumptie zorgt voor een grote CO2- uitstoot (Bron: CLO, indicator NL060305 ‘Broekas gasvoetadrukken Nederland 2010-2021’).
Circulair Europese regelgeving: • Materialen moeten traceerbaar en losmaakbaar zijn; verplichte CO2-informatie volgt (Bron: RVO). Nederlandse regelgeving (geactualiseerd): • De eerder aangekondigde aanscherping van de MPG-eisen naar 0,45 in 2025 wordt voorlopig niet doorgevoerd. De Rijksoverheid heeft besloten deze aanscherping uit te stellen. Wel blijft de ambitie richting een lagere milieubelasting van nieuwbouw overeind, en wordt sectorbreed gewerkt aan andere manieren om circulair bouwen te stimuleren. Er is toenemende druk op de sector om CO2-reductie doelstellingen versneld te halen. Bouw is op dit moment niet ‘Paris-proof’, wat betekent dat de CO2-uitstoot te hoog ligt voor een emissieloos 2050.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
17
0
5%
0%
Zorgcoördinatie
Hygiënisch woning toezicht
Loket BCT
Haarlemmermeer
Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Stakeholders stellen voor een open rekentool te ontwikkelen om samenhang tussen ambities en financiële haalbaarheid inzichtelijk te maken. Dit geldt voor alle thema’s (verslag stakeholders bijeenkomst, p. 10; Stakeholderbijeenkomst kwaliteit nieuwbouw). • Houtbouw wint terrein: zowel vanwege duurzaam heidsoverwegingen (zoals CO2-opslag en biobased materiaalgebruik) als esthetiek. Dit wordt onderbouwd door beleidsdocumenten zoals de Green Deal Houtbouw MRA, waarin houtbouw wordt gestimuleerd en als voorbeeldprojecten worden onder meer ‘Houtwerk’ in Amsterdam en ‘Houtwal’ in Utrecht genoemd (Bron: De circulaire Bouweconomie).
< 23 jaar
23 t/m 40 jaar
Feiten en cijfers circulair
41 t/m 60 jaar
> 60 jaar
CO2-uitstoot over de gehele levenscyclus: hout versus beton 600 kg CO-eq per m vleeroppe/m2
63 Andere gemeenten: • Amsterdamse wijk ‘Schoonschip’ geldt als voor beeldproject voor circulaire, modulaire woningbouw. Heemskerk 12 • Ook aan de verlenging van het Convenant - het Heemstede 4 Pact MRA 2026-2030 - neemt de Houtbouw gemeente Haarlem deel. De inzet hiervoor zal zijn om een ophoging van de ambities van 20% naar 30% woningen met hout/ biobased materialen mede te stimuleren.
500 400 300 200 100 0 Beton
Hout
Figuur 2 Hier is het impactdiagram dat laat zien hoe betonbouw (rode kolom) over de hele levenscyclus ruim vier- tot vijfmaal méér CO2-eq. per m² vloeroppervlak uitstoot dan houtbouw (groene kolom), die dankzij kool stofopslag zelfs (netto) onder nul kan uitkomen. Het beeld is gebaseerd op Figuur 1 uit het MRA-convenant Green Deal Houtbouw, waarin de IBU-studie (2018) is samen gevat (Bron: MRA Convenant Houtbouw).
Beleid Haarlem: • Minimaal niveau Zilver uit het Convenant Toekomstbestendig Bouwen wordt gehanteerd. Dit betekent een strengere MPG eis, non-virgin materiaal eisen en CO2 impact grenzen. 20% houtbouw volgens Green Deal MRA (Bron: Actie programma Circulaire Economie en Conve nant Toekomstbestendig Bouwen 2024).
Zonnepanelen. Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
18
De ‘materiaal-piramide’
Klimaatadaptatie
Lage milieu-impact (biobased, hernieuwbaar) Hout, stro, hennep-isolatie, mycelium Matige milieu-impact (gerecyclede-, geoptimaliseerde materialen) Hergebruikt baksteen, kalkhennep, geopolymeerbeton Hoge milieu-impact (traditionele minerale materialen) Beton, traditioneel baksteen, gips, glas
Europese regelgeving: • Klimaatadaptatie is kernonderdeel van de ruim telijke strategieën van de EU. Dit betekent dat lidstaten bij ruimtelijke ontwikkeling standaard rekening moeten houden met hitte, droogte en wateroverlast (Bron: Communication from the Commission ‘Forging a climate-resilient Europe – the new EU Strategy on Adaptation to Climate Change’ (COM/2021/82 final, 24 februari 2021). Nederlandse regelgeving: • Klimaatadaptatie s verplicht binnen vergunnings procedures via waterverordening en watertoets. Deze verplichting is vastgelegd in de Omge vingswet, waarin staat dat waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkeling structureel moeten worden meegewogen (Bron: Omgevingswet). Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Stakeholders vragen expliciet om de publieke buitenruimte als onderdeel van de duurzaam heidsopgave te beschouwen (verslag stake holdersbijeenkomst, p. 10).
Zeer hoge milieu-impact (energieintensieve of fossiele materialen) Staal, aluminium, koper, PVC, XPX, bitumen
• Integratie van groen en water verbetert leef kwaliteit en sociale cohesie. De beschikbaarheid van drinkwater komt daarnaast steeds meer onder druk te staan door droogte, bevolkings groei en klimaatverandering.
Figuur 3
De ‘materiaal-piramide’ laat zien welke bouwmate rialen het best wél en (liever) niet toepast wordt vanuit milieuperspectief. De lagen (van boven naar beneden) geven de relatieve milieu-impact aan – groen is het gunstigst, rood het meest belastend: 1 Lage milieu-impact Hout, stro, hennep-isolatie, mycelium e.d. 2 Matige milieu-impact Hergebruikt baksteen, kalk-hennep, geopolymeerbeton. 3 Hoge milieu-impact Beton, traditioneel baksteen, gips, glas. 4 Zéér hoge milieu-impact Staal, aluminium, koper, PVC, XPS-isolatie, bitumen. (Bron: www.materialepyramiden.dk)
Beleid Haarlem: • Verplichte waterberging, wadi’s en ondergrondse buffers. Beperking verharding, toepassing groen standaard. In het Convenant Toekomstbestendig Bouwen 2.0 (oktober 2024) is opgenomen dat nieuwbouwprojecten drinkwaterbesparing moeten meenemen in het ontwerp, bijvoorbeeld via hergebruik van grijswater of waterbespa rende installaties (Bron: Watertoets en Water verordening Haarlem 2023/Convenant Toekomstbestendig Bouwen 2.0).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
19
Feiten en cijfers bij Klimaatadaptatie
in het hoge uitstootscenario. Binnenlands Bestuur. → Meer hitte = grotere kans op gezondheidspro blemen, oververhitte woningen en productiviteits verlies. → Nieuwbouw moet dus hittestress voorkomen (oriëntatie, zonwering, koelte-groen) en bestaande woningen moeten worden aangepast (groendaken, ventilatie, isolatie tegen warmteinfiltratie). • Extreme uurneerslag-intensiteit neemt ± 40 % toe. Waddenacademie. → Grotere piekbuien leiden tot wateroverlast, infiltratieschade en hogere verzekeringslasten. → Klimaatadaptief (her)ontwerp wordt noodzaak: waterbergende daken, wadi’s, robuuste riolering en ruimte voor water op perceel- en straatniveau. • Droogtestress – het maximale neerslagtekort (KNMI’23, Hd-scenario) stijgt met +79 % ten opzichte van 1991-2020. KNMI. → Hogere verdroging leidt tot verdicht bodem structuur, minder grondwateraanvulling en extra zettingsrisico’s voor funderingen. Waarom zowel nieuwbouw als bestaande bouw?
0,0 – 0,2 °C 0,2 – 0,4 °C 0,4 – 0,6 °C 0,6 – 0,8 °C
0,8 – 1,0 °C 1,0 – 1,2 °C 1,2 – 1,4 °C 1,4 – 1,6 °C
1,6 – 1,8 °C 1,8 – 2,0 °C > 2,0 °C
Figuur 4 Het stedelijk hitte-eiland effect (Urban Heat Island, UHI) is het verschijnsel dat de temperatuur in dichtbebouwde stedelijke gebieden merkbaar (typisch 1 – 7 °C, soms meer) hoger ligt dan in het omliggende landelijke gebied, vooral tijdens windstille, heldere nachten in de zomer. In het rode gebied op de kaart zijn extra klimaatadaptieve maatregelen nodig om hittestress te verminderen (Bron: gemeente Haarlem).
Hoe de risico’s voor Haarlem oplopen Indicator
1 Preventief bij nieuwbouw – integraal ontwerp voorkomt later kostbare retrofits. 2 Correctief bij bestaande bouw – gerichte upgrades (groen-blauwe daken, regenpijpen afkoppelen, isoleren tegen hitte). Dit vermindert snel de kwetsbaarheid.
Drinkwaterbesparing in beeld Jaar/Doel
Huidig (1991-2020)
2050 (hoge uitstoot)
5
13
Extreme uurneerslag intensiteit (index)
100
140
Max. neerslagtekort april-sept (index)
100
179
Tropische dagen (>30 °C)
Nieuwe woningen die nu fout ontworpen worden, staan in 2050 al in de gevarenzone; het bestaande bezit vormt het grootste volume en bepaalt dus het grootste deel van de toekomstige schadelast. Klimaatadaptatie moet daarom:
Drinkwater (L/p/d)
Huidig verbruik (2021)
129
Doel 2035 Nationaal Plan
100
Figuur 6 Drinkwaterbesparing in beeld (Bron – CBS).
Figuur 5 Hierboven is in een oogopslag zichtbaar,
hoe de risico’s voor Haarlem oplopen:
• Tropische dagen (> 30 °C) verdubbelen ruim: van gemiddeld 5 nu naar 13 dagen per jaar rond 2050
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
20
Huidig verbruik • Gemiddeld 129 Liter/persoon/dag (Bron: CBS, verbruiksonderzoek 2021). Doel 2035 – Nationaal Plan • 100 L/persoon/dag (Bron: Algemene Rekenkamer Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing, mei 2025). De tabel laat de vereiste reductie van ≈ 23 % zien. Dit benadrukt het belang van waterbesparende maat regelen in nieuwbouw (regen- en grijswatersys temen, waterefficiënte toestellen) én renovaties (waterbesparende douche- en toiletarmaturen, bewustwording).
Biodiversiteit Europese regelgeving: • De Biodiversiteitsstrategie verplicht tot stedelijke vergroening, o.a. via groene daken en herstel van ecosystemen. Lidstaten moeten groene infra structuur integreren in nieuwe projecten en bijdragen aan het herstel van ten minste 30% van de gedegradeerde ecosystemen tegen 2030. Voor Haarlem betekent dit dat vergroening onderdeel moet zijn van gebiedsontwikkeling, met nadruk op ecologische verbindingen, groene daken en biodiversiteitsmaatregelen. Nederlandse regelgeving (verwacht): • Aansluiting op ecologische netwerken wordt onderdeel van toetsingskaders binnen de Omgevingsvisie. Andere gemeenten: • Onder andere Tilburg en Nijmegen eisen nest kasten en groene verbindingen in nieuwbouw. Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Collectieve woonvormen zoals Knarrenhofjes en wooncoöperaties worden als duurzaam gezien door gedeeld gebruik van voorzieningen en versterking van sociale netwerken (verslag stakeholdersbijeenkomst, p. 17; verslag bewoners bijeenkomst, p. 6). Beleid Haarlem: • Natuurinclusief bouwen verplicht in ontwikkel zones: nestkasten, groene gevels, aansluiting op ecologische structuren (Bron: Omgevingsvisie Haarlem 2045).
Gezondheid Europese regelgeving: • Luchtkwaliteit en akoestiek staan centraal in EPBD IV. Deze herziene richtlijn benadrukt het belang van een gezond binnenmilieu door eisen te stellen aan ventilatievoorzieningen, monitoring van luchtkwaliteit en beperking van geluids hinder. Dit betreft onder meer de verplichting tot installatie van systemen voor luchtverversing en sensoren voor luchtkwaliteit in nieuwe gebouwen, evenals specifieke maatregelen ter beperking van geluidsbelasting in stedelijke gebieden (Bron: Eu-lex). Nederlandse regelgeving: • Gezondheid wordt meegenomen in het instru ment gezondheidstoets bij nieuwe ruimtelijke plannen. Deze toets is gebaseerd op een lande lijke handreiking en geen wettelijk verplicht instrument, maar wordt sterk aanbevolen binnen het kader van de Omgevingswet. Het instrument toetst o.a. op luchtkwaliteit, geluid, hittestress, groen en sociale interactie (Bron: GGD GHOR Nederland, Handreiking Gezondheid in Omge vingsvisies en -plannen, 2022). Andere gemeenten: • Utrecht en Zwolle gebruiken ‘Healthy Urban Living’ als uitgangspunt bij wijkontwikkeling. Dit concept richt zich op het bevorderen van een gezonde leefstijl en welzijn door een integrale benadering van wonen, bewegen, luchtkwaliteit, geluid, toegang tot groen en sociale interactie binnen de stedelijke ruimte.
Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Duurzaamheid wordt breder gezien dan alleen techniek: het gaat ook over sociale structuren, leefomgeving en collectiviteit (verslag stakehol dersbijeenkomst, p. 17; verslag bewonersbijeen komst, p. 6). • Bewustwording over belang van ventilatie, daglicht en comfort in woningontwerp neemt toe. Beleid Haarlem: • Nieuwbouw moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving: rust, luchtkwaliteit, beweging en toegankelijkheid zijn expliciete ontwerpeisen. Dit is vastgelegd in het Convenant Toekomstbesten dig Bouwen 2022 en sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie Haarlem 2045. Ook wordt aansluiting gezocht bij landelijke programma’s zoals ‘Ruimte voor Gezondheid’ en inzichten van de GGD.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
21
4.2 Energie bestaande bouw
Capaciteitskaart
Europese regelgeving: • EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive) verplicht emissievrije gebouwen vanaf 2030 (overheidspanden vanaf 2028). Deze richtlijn beoogt het terugdringen van CO2-uitstoot door strengere eisen aan energieprestaties van gebouwen. Nederlandse regelgeving (verwacht): • Nederland moet EPBD IV uiterlijk in 2026 imple menteren. Dit houdt onder andere in: drempel waarden voor energieverbruik vaststellen en nationale renovatieplannen opstellen. Andere gemeenten: • Warmtenetten en isolatieprojecten worden versneld uitgerold, mede door subsidies en woondeals. Voorbeeld: Utrecht en Rotterdam zetten actief in op aardgasvrije wijken.
Figuur 7 Beschikbaarheid afname.
Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Veel bewoners vinden verduurzaming pas rele vant als het echt nodig is (zoals bij enkel glas), maar er is ook interesse in zonnepanelen, energiebesparing en collectieve systemen (verslag bewonersbijeenkomst, p. 7). • De uitvoering van verduurzaming bij sociale huurwoningen blijft achter, vooral vanwege trage uitvoering door corporaties (verslag bewoners bijeenkomst, p. 7). • Er is groeiende bereidheid tot verduurzaming, mits betaalbaar. Uit onderzoek van Motivaction (2023) blijkt dat 72% van de Nederlanders wil bijdragen aan de energietransitie, mits deze betaalbaar blijft (Bron: NVDE/Motivaction, Consument en Energietransitie 2023). Beleid Haarlem: • Warmteprogramma Haarlem beoogt een aard gasvrije stad in 2040. Er is nadruk op energie armoede, met specifieke ondersteuning voor kwetsbare groepen (Bron: Warmteprogramma Haarlem 2022).
Figuur 8 Beschikbaarheid teruglevering. Beschikbaar Beperkt beschikbaar Niet beschikbaar, onderzoek wordt uitgevoerd Niet beschikbaar
Figuur 7, 8 In bovenstaande Capaciteitskaart van Liander/Tennet op 23-5-2025 is te zien dat de afname capaciteit niet beschikbaar is. Dit betekent dat er geen groot- en kleinverbruiksaansluitingen bij kunnen komen, tenzij kleinverbruik voor nieuwbouwwoningen al is aangemeld bij Liander. De teruglevering van energie door zonnepanelen kent nog geen capaciteitsproblemen in Haarlem (Bron: Liander/Tennet).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
22
4.3 Circulair bestaande bouw Europese regelgeving: • De herziening van de Construction Products Regulation verplicht fabrikanten tot het leveren van informatie over herbruikbaarheid en CO2-impact van materialen. (Bron: RVO.nl). Nederlandse regelgeving (verwacht): • Het Rijksprogramma Circulaire Economie mikt op 50% minder primaire grondstoffen in 2030 en volledig circulair in 2050. Er is ook erkenning dat de bouwsector momenteel niet ‘Paris-proof’ is, gezien de grote CO2-uitstoot – deze sector is verantwoordelijk voor ongeveer 38% van de nationale broeikasgasemissies (Bron: Circular Buildings: constructing a sustainable future). Andere gemeenten: • Gemeenten als Amsterdam en Almere experi menteren met circulaire woonwijken zoals Buik sloterham en Oosterwold. In Buiksloterham stelt Amsterdam eisen aan losmaakbaar bouwen, hergebruik en energiekringlopen. Almere vereist in Oosterwold dat bewoners zelfvoorzienend zijn op het gebied van energie, water en afvalverwerking. Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • De vraag naar biobased en hergebruikte bouw materialen neemt toe. Materialenpaspoorten worden gezien als belangrijk instrument voor transparantie. Dit blijkt uit de toegenomen toepassing bij aanbestedingen en pilots, zoals beschreven in de publicatie ‘Paspoorten voor de bouw’ van Platform CB’23.
Beleid Haarlem: • Haarlem zet in op circulair verbouwen via advies loketten en stimuleert hergebruik met lokale initiatieven zoals het Ambachtsnetwerk. (Bron: Actieprogramma Circulaire Economie Haarlem 2022).
4.4 Klimaatadaptatie bestaande bouw Europese regelgeving:
• De EU-strategie vraagt lidstaten om klimaat risico’s structureel mee te nemen in bouw beleid. (Bron: Communication from the Commission ‘Forging a climate-resilient Europe – the new EU Strategy on Adaptation to Climate Change’ (COM/2021/82 final, 24 februari 2021))
Nederlandse regelgeving (verwacht): • De ‘maatlat klimaatadaptief bouwen’ bevat concrete richtlijnen voor waterberging, groen en hittebestrijding. Er wordt gewerkt aan juridische borging, die naar verwachting rond 2025–2026 plaatsvindt in samenhang met de actualisatie van omgevingsplannen. Andere gemeenten: • Gemeenten als Den Haag en Zwolle nemen klimaatadaptatie standaard op in herinrichtingsplannen. Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Stakeholders benadrukken het belang van een basisniveau aan duurzaamheidsregels om toekomstige problemen (zoals hittestress) te voorkomen (verslag stakeholdersbijeenkomst, p. 9; Stakeholderbijeenkomst kwaliteit nieuwbouw). • Buurtinitiatieven zoals geveltuinen en groene daken worden steeds populairder, mede dankzij gemeentelijke subsidieprogramma’s. Beleid Haarlem: • Actie op 40 risicolocaties (onder andere hittestress) en verplichting tot klimaatadaptieve maatregelen bij renovatie en herinrichting openbare ruimte. Bij werkzaamheden aan de openbare ruimte, zoals rioleringsvervanging, wordt ook gekeken naar mogelijkheden om de omgeving rondom bestaande woningen klimaat bestendiger te maken (Bron: Plan Stedelijk Water 2024–2033. Bron: Klimaatadaptatiestrategie Haarlem 2021).
4.5 Biodiversiteit bestaand bouw Europese regelgeving: • De Biodiversiteitsstrategie verplicht tot stedelijke vergroening, onder andere via groene daken en herstel van ecosystemen. Lidstaten moeten groene infrastructuur integreren in nieuwe projecten en bijdragen aan het herstel van ten minste 30% van de gedegradeerde ecosystemen tegen 2030. Voor Haarlem betekent dit dat vergroening onderdeel moet zijn van gebiedsont wikkeling, met nadruk op ecologische verbin dingen, groene daken en biodiversiteitsmaatregelen (Bron: EU-lex.nl). Nederlandse regelgeving (verwacht): • Amsterdam en Utrecht nemen het voortouw; landelijke richtlijnen volgen mogelijk binnen de Omgevingswet. Verwachting is dat deze richt lijnen rond 2025–2026 worden uitgewerkt en verankerd in omgevingsplannen.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
23
Andere gemeenten: • Gemeenten stimuleren biodiversiteit via subsidie regelingen voor vergroening van tuinen en gevels. Stakeholders- en bewonersbijeenkomsten plus ontwikkelingen samenleving: • Zowel bewoners als stakeholders pleiten voor vergroening van de openbare ruimte en een autoluwe stad met betere fietsvoorzieningen (verslag bewonersbijeenkomst, p. 7–8).
Beleid Haarlem: • Haarlem ondersteunt vergroening via subsidies, wedstrijden (zoals NK Tegelwippen) en extra inzet in kwetsbare buurten (Bron: Meerjaren programma Groen en Biodiversiteit 2022–2026).
• Groen heeft bewezen gezondheidsvoordelen: het vermindert sterfte door hittegolven met ongeveer 10%, verlaagt de kans op depressieve klachten met tot 20%, verkleint de kans op obesitas bij kinderen met ruim 25%, en leidt tot minder medicijngebruik bij mensen die nabij natuur wonen (Bronnen: WHO Europe 2016, RIVM 2020, Gezondheidsraad 2017, Universiteit Helsinki 2022).
Feiten en cijfers bij Biodiversiteit en groen Positieve effecten op gezondheid Effect
%-verandering
Bronnen
Hittestressgerelateerde sterfte
-10 %
WHO (2016) – Urban green spaces and health (Wereldgezondheids organisatie), meta-analyse LSHTM 2024 (The Guardian)
Kans op depressie
-20 %
RIVM-overzicht geestelijke-gezondheid & groen (2023) (PMC)
Obesitas bij kinderen
-25 %
Systematic review Green space & childhood obesity (NIH) 2020 (ecoevorxiv.org)
Figuur 9 Positieve effecten op gezondheid als biodiversiteit en groen wordt vergroot.
Effect op mens en ecosysteem Functie
Mens
Dier/ecosysteem
Koelt & filtert de lucht
Minder hittestress, fijnstof ↓
Meer insectendiversiteit
Beweegt & verbindt
Ruimte om te spelen, bewegen
Ecologische corridors
Dempt waterpieken
Minder wateroverlast
Nattere biotopen (amfibieën)
Verbetert mentaal welzijn
Stress ↓, sociaal contact ↑
Gezonde, veerkrachtige habitats
Figuur 10 Effect biodiversiteit en groen op mens en ecosysteem (Bron figuur 9 en 10: Biodiversiteit - Ecosystemen — Europees Milieuagentschap en Waarom is biodiversiteit belangrijk voor ecosystemen en mensen? | S ustainable Footprint)
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | Bijlage 1
24