CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 1 Ontwikkelvisie Oostpoort

commissie Ontwikkeling 22 januari 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.35 uur Ter inzage leggen van het ontwerp Masterplan Hart voor Oostpoort (inclusief Programma van Eisen voor de Leefomgeving) (FR)21.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Talud Stationsplein Voetgangersdek Langzaamverkeer routes Herbestemming van bouwvlak gemengd naar groen Duurzame stedelijke ontwikkeling Ontwikkelveld Zoekgebied functiemenging Zoekgebied hotel/congres/sport/natuur Zoekgebied intensiveren bestaande functies Binnenhof Informele verbinding voetganger Voorzieningen Publieksfuncties in ‘plint’ Bestaande bedrijven

Respect voor bestaande bedrijfsbelangen Belangrijke randvoorwaarden komen voort uit het bestaande bedrijventerrein Waarderpolder aan de noordzijde van het spoor. Hier liggen belangrijke ruimtelijk-economische belangen van bestaande bedrijven, die perspectief willen houden op hun bedrijfsontwikkeling. De Waarderpolder is immers één van de grootse en belangrijkste bedrijventerrein binnen de metropoolregio Amsterdam, met het meeste aantal arbeidsplaatsen per hectare. In Haarlem Oostpoort werken we aan goede en haalbare combinaties van woonen werkfuncties, waarbij ook het bedrijfsleven nieuw perspectief kan krijgen in en om het knooppunt Oostpoort. Vooral voor bedrijven met een relatief hoog aantal werknemers of bezoekers, of bedrijven die zichzelf meer ‘in de etalage’ willen zetten van de nieuwe stadsentree. Beperkingen door eigendom en milieucontouren Praktische randvoorwaarden zijn er ook vanwege de eigendomsverhoudingen tussen privaat en publiek. De gemeente is niet overal privaatrechtelijk eigenaar van de gronden, en zal voor de lange termijn afhankelijk zijn van de medewerking van omringende private eigenaren en bedrijven. Met deze Ontwikkelvisie willen we ons goed verhouden tot grote bedrijven in de omgeving, zoals IKEA en Joh. Enschedé. Hetzelfde geldt voor de bestaande milieuhinderlijke bedrijven in de wijdere omgeving, die

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

41

Selectie van door de Alliantiepartners gekozen kwaliteitsbeelden voor het thema mobiliteit

42

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

STRATEGISCHE VISIE

3. VISIE OP HOOFDLIJNEN via juridisch vastgelegde milieucontouren restricties opleggen aan de gebiedsontwikkeling. In de praktijk zullen we naar maatwerkoplossingen zoeken om tot een goede integratie van woon- en werkfuncties. Vaak blijkt er meer mogelijk dan vermoed, zonder dat belangen geschaad worden.

daarna voor OV-mobiliteit en shared deelsystemen, en dan pas de auto aan bod. Deze basisprincipes bieden goede mogelijkheden om stedelijke ontwikkelingen te bundelen en te concentreren rond het station. Hierdoor wordt het knooppunt optimaal benut en ontstaat een aantrekkelijk stedelijk gebied rondom het station.

Dit alles doet niets af aan de breed gedragen ambities die basis zijn voor deze Ontwikkelvisie. Deze visie is géén luchtkasteel of utopisch vergezicht. Integendeel, in de visie zetten we een ambitieus vergezicht neer voor de komende jaren, als basis voor duurzame gebiedsontwikkeling, met een gezond realisme voor de belangen en randvoorwaarden van de bestaande functies in het gebied.

Casco van groen en landschap Het tweede raamwerk of casco bestaat uit het netwerk van landschappelijke en groenstructuren. Dit vormt de basis voor de kwaliteit en verduurzaming van het gebied. Primair gaat het om het ‘naar binnen trekken’ van het waterrijke Liedelandschap en de ruimtelijke en functionele verbinding met het buitengebied van Veerplas en Spaarnwoude. Ook aan de zuidzijde van het spoor zijn er kansen om het landschap naar binnen te halen en te verbinden met de bestaande groenstructuren. Dit robuuste casco van groen en landschap biedt een ruimtelijk kader voor stedelijke ontwikkeling en voor divers ‘langzaam’ gebruik. De directe relatie tussen bebouwing en water, groen en landschap maakt recreatief gebruik mogelijk, biedt kansen voor verduurzaming en versterkt de aantrekkelijkheid als woonomgeving. De principes van ecologische systemen voor biodiversiteit (door eisen aan biotopen voor bepaalde fauna als gidssoorten) en principes van watersystemen (eerst vasthouden, dan bergen, tenslotte afvoeren) zijn leidend om tot een robuust casco van groen en landschap te komen.

3.2 Robuuste raamwerken en flexibele invulling Flexibele visie die een tijd meekan Deze ontwikkelingsvisie is gericht op duurzame gebiedsontwikkeling voor de lange termijn 2030. Als we kijken naar de snelheid waarop maatschappelijke, technologische en culturele ontwikkelingen zich voltrekken, is het zaak om een robuuste visie te ontwikkelen. Een strategische visie die een behoorlijke tijd meekan als richtinggevend kompas. Dit houdt in dat we in deze ontwikkelvisie niet alles gedetailleerd kunnen en willen vastleggen. Integendeel, de inzet van de visie is om de robuuste structuren te schetsen die dragend zijn voor de verdere stedelijke ontwikkeling.

3.3 Essenties van deze visie Raamwerk voor mobiliteit Deze Ontwikkelvisie vertrekt vanuit de basisgedachte om twee stevige raamwerken te ontwikkelen als drager voor verschillende stedelijke ontwikkelingen. Ten eerste gaan we uit van het raamwerk van mobiliteit en infrastructuur. Belangrijke verbindende lijnen in weg-, spoor- en fietsinfrastructuur vormen het raamwerk voor het ‘snelle’ gebruik in termen van mobiliteit en reizen. Dit raamwerk voor mobiliteit is de basis voor een flexibele en gefaseerde invulling van stedelijke ontwikkeling van verschillende bouwkavels in het gebied. De principes van transit oriented development (TOD) zijn leidend voor dit raamwerk: eerst ruimte voor voetgangers en fietsers,

Uitgaande van de beide ruimtelijke raamwerken, enerzijds voor mobiliteit en anderzijds voor groen en landschap, ontstaat een stevige drager voor de duurzame stedelijke ontwikkeling van Haarlem Oostpoort. In aanloop naar het opstellen van deze visie heeft een uitgebreide dialoog met alle Alliantiepartners en met de omringende buurten plaatsgevonden over de koers en kernpunten van de visie. Dit leidt tot een aantal basale essenties van deze visies, die breed gedragen wordt.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

43

Selectie van door de Alliantiepartners gekozen kwaliteitsbeelden voor het thema groen en landschap

44

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

STRATEGISCHE VISIE

3. VISIE OP HOOFDLIJNEN Hieronder volgt een korte opsomming van de essentiële kwaliteiten van deze visie. Gegroepeerd naar de beide ruimtelijke raamwerken en de stedelijke ontwikkeling als invulling hiervan. In de navolgende hoofdstukken worden de raamwerken en de stedelijke ontwikkeling meer in detail uitgewerkt en beargumenteerd. Essenties in overzicht:

6.

Autoluw maken van het directe stationsgebied; auto eerder opvangen in parkeervoorzieningen. Zo mogelijk ook bestaande IKEA-parkeergarage verhogen en uitbreiden. Voetgangers en fietsers hebben het primaat in de directe woonomgeving.

7.

Parkeren clusteren en zo mogelijk integreren, dubbel ruimtegebruik. Flexibel te transformeren naar woonof werkfuncties. Een passend parkeerregime is nodig om het parkeren voor reizigers (P+R), parkeren voor bewoners, en parkeren voor bezoekers (m.n. IKEA) goed te organiseren.

Over het raamwerk voor mobiliteit (zie hoofdstuk 4): 1.

Station westwaarts verplaatsen door ‘omklappen’ c.q. verlengen van de perrons; hierdoor ontstaat een meer centrale ligging (catchment area) van het station, met een nieuwe primaire toegang en kleinschalige voorzieningen.

2.

Goede integratie van wandel- en fietsroutes met OV-voorzieningen (bus en P+R) in combinatie met een brede traverse voor langzaam verkeer. Sterk verbeteren van de wayfinding.

3.

Betere langzaam verkeersverbindingen in noordzuidrichting voor de omringende wijken om station en Waarderpolder te bereiken. Versterken van de regionale snelfietsroutes tussen Hoofddorp en IJmuiden (noord-zuid) en tussen Haarlem en Amsterdam (oost-west).

4.

5.

Integratie van de huidige verspreide bushalten en reizigersvoorzieningen rond het station. Op Oostpoort meer ruimte geven voor het halteren en bufferen van bussen in plaats van op het busstation van stationsplein van Haarlem. Optimaliseren van het regionale busvervoer in noord-zuid richting tussen Waarderpolder, Parkwijk en Schalkwijk vanaf Oostpoort. Versterkt de knoopwaarde. Meer ruimte geven aan voetganger en fietser, en derhalve auto efficiënter inpassen. Ruimtebeslag van autoinfrastructuur beperken en optimaliseren: bijvoorbeeld door het Kegge-Stastokviaduct te versmallen en het profiel van de Amsterdamsevaart te herprofileren met minder rijbanen en een slanke oprit naar het viaduct.

Over het casco van groen en landschap (zie hoofdstuk 5): 1.

Robuuste, landschappelijke scheg vanuit Veerplas naar station Spaarnwoude, met het doorbreken van het talud van de Oudeweg. Het Liedelandschap binnen halen. En behoud van de groenzones direct langs het spoor als waardevolle ecologische route de stad in.

2.

Integratie van waterberging in de nieuwe ontwikkeling, zo mogelijk in combinatie met de ontwikkeling van de landschappelijke scheg. Afgraven van de eerdere ophoging van het terrein van de scheg voor vernatting en versterken van ecologische waarden. Natuurcompensatie.

3.

Verbeteren van de waterhuishouding en –berging worden in relatie tot de Veerplas. Koppelen aan een goed peilbeheer voor verbeteren van de waterkwaliteit. Het watersysteem binnen de gebiedsontwikkeling inrichten op het vasthouden en bergen van water.

4.

Minimaliseren van verharding in en om de groene zone, en inzet op natuurinclusief bouwen. Inzet op groene ‘steppingstones’ naar het groen. Rainproof maken van de bebouwing.

5.

Profileren van de kwaliteiten van de ‘Buitenpoort Spaarnwoude’ op en rond het station, met informatie, educatie en zichtlijnen naar het landschap.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

45

Selectie van door de Alliantiepartners gekozen kwaliteitsbeelden voor het thema duurzame stedelijke ontwikkeling

46

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

STRATEGISCHE VISIE

3. VISIE OP HOOFDLIJNEN 6.

7.

Benutten van de cultuurhistorische en archeologische waarden in het gebied, met name de ontginningslijnen, de historische waterstructuren en de forten van de Stelling van Amsterdam.

kleinschalige menging in ‘plinten’ (voorgevel begane grond) van gebouwen. 5.

Integratie van bestaande en nieuwe werkfuncties in de gebiedsontwikkeling door slimme woonwerkcombinaties, en integratie van kleinschalige werkfuncties op de eerste verdiepingen, in de directe omgeving van het station. Mogelijk hervestiging van bestaande bedrijven van plekken elders in de Waarderpolder. Vrijkomende plekken herbenutten voor nieuwe bedrijven.

6.

Circulaire en natuurinclusieve bouw, met kansen voor groen op daken en aan gevels, met bijzondere aandacht voor duurzaam waterbeheer en energie. Klimaatadaptatie is nodig in directe omgeving voor bestrijden van hittestress, en versterken van gezondheid, ontmoeten en spelen.

7.

Integratie van maatschappelijke voorzieningen in de stedelijke ontwikkeling, zoals een dakpark, kleinschalige horeca of zorg- en sportvoorzieningen, voor versterking van de relatie met bewoners van omringende buurten en werknemers van bedrijven.

Betere verbindingen met de Veerplas en het omringende buitengebied ten behoeve van de recreatie. Terughoudend met grootschalige evenementen.

Over duurzame stedelijke ontwikkeling (zie hoofdstuk 6): 1.

Inzet op compacte, stedelijke bebouwing, meer verdicht bij het station maar altijd met goede overgangen en aansluiting op de omringende bebouwing.

2.

Stedelijke ontwikkeling primair aan de noorden zuidzijde van het spoor, waarbij de zuidzijde zich goed leent voor wonen aansluitend op de omringende woonwijken. Vernieuwende werk- of leerwerkcombinaties zijn denkbaar in Joh. Enschedé, met op termijn ook woonfuncties.

3.

4.

Niet één enkel iconische landmark door een markant gebouw, maar door een ensemble of cluster van gemengde hoogbouw, met bijzondere functies (hotel?) of bijzondere architectuur. Bouwhoogte is maximaal circa 40 meter, vergelijkbaar met het gebouw Oostpoort Centre. Dit is de maximaal toegestane bouwhoogte in relatie tot het vliegverkeer van Schiphol. Sterke menging van wonen met werkfuncties en voorzieningen. Levendigheid langs routes met

In de volgende hoofdstukken werken we deze voorgaande essenties uit voor achtereenvolgens het raamwerk voor mobiliteit (hoofdstuk 4), het casco voor groen en landschap (hoofdstuk 5) en de duurzame stedelijke ontwikkeling (hoofdstuk 6). De raamwerken en de stedelijke ontwikkeling kunnen feitelijk niet los van elkaar gezien worden. Het is de samenhang en wisselwerking tussen raamwerk en stedelijke invulling die de omgevingskwaliteit en de beleving van de gebiedsontwikkeling bepaalt.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

47

g ewe

Oud

P

IKEA

IKEA

P+R

knoop

K+R sstation

reservering bu

BUS

S BUS

evaart

Meers

poorp a

d

Amsterdams

48

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

K+R

P

IKEA e Cam ra Ob weg scura recreatie

S P+R

buurt

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

49

50

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

4. RAAMWERK VOOR MOBILITEIT Het raamwerk voor mobiliteit sluit als vanzelfsprekend aan op lange lijnen in de directe omgeving en op de infrastructuur van stad en regio. Het gebied komt hiermee uit zijn isolement en wordt volwaardig onderdeel van de stad. Het samenhangende raamwerk voor mobiliteit zorgt voor een uitstekende bereikbaarheid en legt de basis voor de duurzame gebiedsontwikkeling van Oostpoort.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

51

eweg

Oud

P

IKEA

P

IKEA

bs era O

Cam weg

cura

IKEA

P+R

knoop

K+R reservering

busstation

BUS

S BUS

evaart

Amsterdams

K+R

P+R

Meers poorpa d

buurt

Ontwikkelvisie - raamwerk voor mobiliteit

52

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

INFRASTRUCTUUR

4. RAAMWERK VOOR MOBILITEIT In het gebied rondom het station wordt prioriteit gegeven aan het toevoegen en verknopen van een aantal lange fietsroutes met bestaande en nieuwe OV-verbindingen. (Deel)auto’s worden op slimme plekken gestald en zijn te gast in het stationsgebied. Hiermee kan het gebied een bijdrage leveren aan de mobiliteitstransitie. Het raamwerk en het mobiliteitsprogramma zullen gefaseerd worden aangelegd. Hiermee wordt flexibiliteit gecreëerd en is ruimte voor onvoorziene ontwikkelingen in de toekomst. Het raamwerk voor mobiliteit bestaat uit de volgende onderdelen: 4.1 Langzaam verkeer De voetganger centraal In de directe stationsomgeving staat de voetganger centraal. Deze wordt zo soepel en veilig mogelijk gefaciliteerd naar de gewenste bestemming (woning, kantoor, bedrijf, winkel of station). Hierdoor is men minder geneigd de auto te nemen voor de kortere afstanden. Voor de noordzuid-verbinding tussen Zuiderpolder en Oostpoort kan men gebruik maken van de bestaande traverse. Nu deze door ProRail wordt voorzien van liften ontstaat hier een aantrekkelijke en toegankelijke verbinding. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden om deze te verbreden en vergroenen. Daarnaast wordt een nieuwe verbinding voor langzaam verkeer (wandelen en fietsen) gerealiseerd in de vorm van een brug of tunnel tussen het Meerspoorpad en de nieuwe stationsentree.

Het noordelijke ontvangsdomein zal gaan werken als Buitenpoort waarbij men op het perron het buitengebied al ‘voelt’. Door middel van wayfinding zijn alle routes goed gemarkeerd en vormt de groene scheg een vanzelfsprekende route naar het buitengebied. Er zijn volop mogelijkheden voor een ontspannende 10.000 stappen-route, een hardlooprondje of een wandeling met de hond. Ook wordt onderzocht of een nieuwe NSwandeling kan worden gemaakt tussen de stations Spaarnwoude en Halfweg, zodat deze aansluit op de bestaande wandeling vanaf Sloterdijk. De groene inrichting van de scheg nodigt uit tot verblijven, spelen, lopen en fietsen.

Aantrekkelijke fietsroutes Bestaande en nieuwe routes worden met elkaar verknoopt tot een logisch en efficiënt netwerk dat aansluit op de verbindingen naar de stad en het buitengebied. De hierboven genoemde brug of tunnel vormt een essentieel onderdeel van het raamwerk voor infrastructuur . Deze nieuwe noord-zuidverbinding tussen het Meerspoorpad en de Jan van Krimpenweg vormt een functionele verbinding tussen de verschillende wijken. Bewoners uit de Zuiderpolder kunnen makkelijk een boodschap doen in Oostpoort of bewoners van de Oostpoort brengen op een veilige manier hun kinderen naar school in de Zuiderpolder. Daarnaast vormt het de ontbrekende schakel in de regionale snelfietsroute tussen de Haarlemmermeer en Haarlem-Noord, richting IJmuiden. Hierdoor wordt het voor werknemers uit Schalkwijk aantrekkelijker om de fiets te nemen naar hun bedrijf in de Waarderpolder. Nader onderzoek moet uitwijzen welk type verbinding het best voldoet: een brug of een tunnel. Verbindingen oost-west Ook de Jan van Krimpenweg krijgt meer betekenis als fietsroute tussen de stad en het buitengebied. De weg zelf aantrekkelijker ingericht voor de fietser en als fietspad doorgetrokken door de groene scheg. Hiermee ontstaat een directe relatie tussen de Oostpoort met het recreatiegebied Spaarnwoude en sluit het logisch aan op de verbinding naar Amsterdam.

Het huidige fietspad langs het spoor wordt hiermee vervangen door een groene route langs voorkanten van woningen en voorzieningen. Ook de groene scheg aan de zuidkant van het spoor kan een vergelijkbare rol spelen in de snelfietsverbinding tussen Haarlem en Amsterdam. Fietsparkeren De verstedelijking in de Oostpoort, het toenemende gebruik van het station en het verknopen van de fietsroutes leidt tot een toenemende vraag voor stallingsplekken voor de fiets. Door een uitbreiding van het aantal fietsparkeerplekken krijgt station Spaarnwoude steeds meer een knoopfunctie. Hierdoor worden mensen

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

53

fietsverbinding oost-west

OPTIE 1 fiets/ voetgangers brug doorstroming oudeweg

fietsverbinding oost-west

autoluw gebied reservering P+R voetgangerstraverse

P+R

stationsvoorzieningen

verschuiven perron

fietsverbinding noord-zuid

bushaltes

zicht op traverse

Roald van Splunter, Marjolein Peters

OPTIE 2 fiets/ voetgangers tunnel

Impressie: het Liedelandschap in de scheggen begeleidt de fietser en voetganger het recreatiegebied in

54

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

INFRASTRUCTUUR

4. RAAMWERK VOOR MOBILITEIT verleid te kiezen voor de fiets en het openbaar vervoer boven de auto. Aan beide zijden van het station wordt – gekoppeld aan de hoofdfietsroutes - gezocht naar een uitbreiding van het aantal fietsenstallingen tot totaal circa 1.000 fietsplekken (door toevoeging van ca. 750800 plekken). Ook wordt er ruimte gereserveerd voor deelfietsen en OV-fietsen.

Herpositionering van busvervoer Haarlem Voor het busnetwerk biedt de Oostpoort kansen voor een belangrijkere positie in het regionale lijnennetwerk en het ontlasten van de historische binnenstad. Dit alles in samenhang met het busvervoer rond het station van Haarlem, evenals met de verdere uitwerking van het OVtoekomstbeeld.

4.2 Openbaar vervoer

Het streven is dat regionale bussen (naar Haarlem-Zuid en Schiphol) van de nabijgelegen remise gaan rijden via de in/uitgang van het station Oostpoort. Aan de Jan van Krimpenweg is ruimte voor haltes en oplaadpunten. Hier kunnen reizigers worden opgepikt die Haarlem centrum of de zuidelijke regio als bestemming hebben. Dit versterkt de waarde van het station Oostpoort als stedelijk en mogelijk regionaal knooppunt van trein, bus en fiets. Voor buslijn 2 aan de zuidzijde wordt bekeken of de halte hiervan kan worden gekoppeld aan de nieuwe fietstunnel, zodat er een directe verbinding met het station ontstaat.

Functie en ontwikkeling van het station Op dit moment ligt het NS-station decentraal in het gebied; het voedingsgebied van circa 1200 meter valt voor een groot gedeelte over het recreatiegebied. Door verlenging van de perrons in westelijke richting en de aansluiting op de nieuwe fietsbrug of -tunnel krijgt het station een centrale positie in het stedelijk gebied. Vanaf een nieuw plein zijn de perrons bereikbaar. Hier ontstaat een ontvangstdomein waar alle routes samenkomen en aanleiding ontstaat voor een stedelijk cluster met verblijfsplekken, kleinschalige horeca en winkels. Ook is het nodig dat er reizigersvoorzieningen komen, zoals fietsenstallingen, duurzame deelauto’s, een P+R en oplaadplekken voor elektrisch vervoer. Deze ‘slimme’ mobiliteitsvoorzieningen zijn van meerwaarde voor de bedrijven en werknemers in de Waarderpolder en kunnen een bijdrage leveren aan de gewenste mobiliteitsshift. Hierbij wordt aangehaakt op het project ‘beter op weg’ in de Waarderpolder. Hier worden mensen gestimuleerd de spits te mijden, de auto te laten staan en met de fiets of het ov naar het werk te gaan. Werknemers in de Waarderpolder kunnen wellicht gericht worden verleid om lopend naar hun werk te gaan, aangezien een groot deel van de Waarderpolder op loopafstand van het station ligt. Hetzelfde geldt voor de nieuwe en bestaande woningen ten zuiden van het spoor.

Ten slotte is het wenselijk dat de Zuiderpolder via de bus beter wordt verbonden met Schalkwijk en de Waarderpolder. Er wordt hierbij gedacht aan doorgaande lijnen in plaats van lijnen die eindigen bij station Spaarnwoude. Ook de voorziene fietsbrug- of tunnel kan hierin eventueel een rol spelen. De haalbaarheid van deze verbinding is echter onzeker, mede door de samenhang met de uitwerking van het busvervoer rond het station van Haarlem en de verdere uitwerking van het OVtoekomstbeeld. De eventuele routering binnen Schalkwijk zal moeten worden uitgewerkt in samenhang met de ontwikkelzone Europaweg. Voor de langere termijn is een reservering voor een HOVlijn (eventueel lightrail) tussen IJmuiden en Schiphol denkbaar. 4.3 Weginfrastructuur en ontsluiting

Aan de noordkant van het spoor wordt ruimte gereserveerd voor een eventuele verdubbeling van de sporen. Dit wordt in samenhang bekeken met de verdere uitwerking van het OV-Toekomstbeeld.

Doorstroming van de Oudeweg De Oudeweg is en blijft de belangrijke entree voor autoverkeer richting de stad en de Waarderpolder. Het aantal kruispunten en stoplichten zorgt echter voor belemmeringen in de doorstroming. Een goede

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

55

Verschillende ruimtelijke oplossingen voor gestapeld parkeren

56

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

INFRASTRUCTUUR

4. RAAMWERK VOOR MOBILITEIT doorstroming is hier noodzakelijk om andere delen van de (binnen)stad te kunnen ontlasten van autoverkeer. Daarmee maken we de stad als geheel meer leefbaar. Om de doorstroming te verbeteren, wordt onderzocht of het mogelijk is om de Hulswitweg af te sluiten richting het noorden, zodat hier alleen bestemmingsverkeer voor enkele bedrijven mogelijk is. Hetzelfde geldt voor de A. Hofmanweg; insteek is deze af te sluiten ten noorden van de aansluiting Penningsveer. Hierdoor ontstaat er minder druk op deze kruispunten en wordt de doorstroming op de Oudeweg verbeterd. Het ontwikkelgebied van de Oostpoort zal vooralsnog worden ontsloten vanaf de Oudeweg via het kruispunt Bohnweg en Busweg. Dit alles vergt nader onderzoek en uitwerking. Autoluw maken van ontwikkelgebied In het centrale gebied van de Oostpoort is de auto te gast, hierdoor ontstaat een aantrekkelijk woon- en werkgebied. Ten zuiden van IKEA wordt de Laan van Decima afgesloten, dit betekent dat deze weg eindigt ter plaatse van de nieuwe bebouwing. H et doorlopende lokale circuit via de Busweg en de Jan van Krimpenweg blijft bestaan, hieraan worden ook de buslijnen en de P+R gekoppeld. Daarnaast worden de commerciële voorzieningen vanaf hier bevoorraad.

Herprofilering van de Amsterdamsevaart Aan de zuidzijde van het spoor streven we naar een afwaardering van de Amsterdamsevaart (N200), zoals al is gerealiseerd ten westen van de Bernhardlaan. Door het aantal rijstroken terug te brengen tot een 2x1structuur neemt de geluidsbelasting af en kan een prettig stedelijk milieu ontstaan. Ook ontstaat ruimte voor de verbreding van het water in de vaart en de realisatie van een stadsstraat. Deze herprofilering kan ook eerst in een tijdelijke vorm. Binnen het profiel van de Amsterdamsevaart wordt gekeken naar een efficiëntere vormgeving van het KeggeStastokviaduct. Een ranke op- en afrit binnen het huidige profiel biedt ruimte voor een goede aansluiting van de woonwijk op het station. In nadere uitwerking moet blijken hoeveel rijstroken de nieuwe op- en afrit nodig heeft en met welke bochtstraal de verbinding naar de

Waarderpolder goed afgewikkeld kan worden. Vanaf de Zuiderpolder kan men met de auto naar de Waarderpolder via de Amnesty Internationalweg, de Vrijheidsweg en de Bernhardlaan, of via de Amsterdamsevaart en de Gedempte Oostersingelgracht. Omdat het hier gaat om een beperkt aantal autobewegingen per etmaal zal dit slechts een beperkt effect hebben op de drukte op deze wegen. De Zuiderpolder wordt door middel van een T-kruising aangesloten op de N200. Voor het vrachtverkeer van en naar het PolanenPark wordt gezocht naar een oplossing, zodat de overlast hiervan in de Zuiderpolder afneemt. 4.4 Parkeren Rondom het station ontstaat een autoluw gebied. Met minder auto’s op straat en minder parkeerdruk ontstaat ruimte voor water en groen en ruimtelijke kwaliteit in de zone. We realiseren een pakket aan maatregelen dat gereguleerd parkeren mogelijk maakt en waarbij de belangen van de voetganger, fiets en openbaar vervoer voorrang krijgen boven de auto. Hiermee wordt invulling gegeven aan de hoofdkeuzes van de Structuurvisie Openbare Ruimte. Het maatregelenpakket bestaat uit het invoeren van gereguleerd parkeren binnen deze zone, de uitbreiding van de P+R als transferium, het verlagen van de parkeernorm, en het investeren in bijvoorbeeld loop- en fietsroutes. Hiermee bevorderen we de mobiliteitstransitie.

Invoeren van gereguleerd parkeren in een nader te bepalen zone rondom het station De invoering van gereguleerd parkeren binnen deze zone is één van de maatregelen. Hiermee wordt het oneigenlijk parkeergebruik in het gebied tegengegaan, bijvoorbeeld door het ‘stallen’ van vrachtwagens of campers, maar ook het parkeren van kantoormedewerkers en -bezoekers in de woonwijk. Ook door het verlagen van de parkeernorm in combinatie met investeren in bijvoorbeeld loop- en fietsroutes en flankerend beleid als mobiliteitshubs bevorderen we de mobiliteitstransitie.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

57

Plein met glooiende overgang naar fietstunnel

Lightrail door groenstrook

Toegankelijke en aantrekkelijke passerelle

Parkeergebouw met voorzieningen in de plint

Demontabel P+R-gebouw

REFERENTIES

Busstation met groene aankleding

58

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

INFRASTRUCTUUR

4. RAAMWERK VOOR MOBILITEIT Uitbreiden van het transferium Op de huidige P+R zijn er circa 150 parkeerplekken. Het is noodzakelijk om dit aantal uit te breiden, om ruimte te bieden aan forenzen en bezoekers van Haarlem. Hierdoor is men eerder geneigd met de trein te gaan en de auto te laten staan. Er wordt in eerste instantie uitgegaan van een forse uitbreiding naar 400 parkeerplaatsen in een gestapeld en demontabel parkeergebouw ten zuiden van IKEA. Ook wordt gezocht naar slimme combinatiemogelijkheden met parkeerplaatsen van andere gebruikers en eigenaren in het gebied. Wanneer de uiteindelijke behoefte groter blijkt te zijn (800 plekken of zelfs meer) wordt er in een latere fase aan de zuidkant van het station nog ruimte gereserveerd voor verdere uitbreiding, gekoppeld aan het nieuwe T-kruispunt van de N200. Hierdoor ondervindt de buurt geen overlast door extra verkeersbewegingen door de buurt. Om de realisatie van de gebouwde P+R mogelijk te maken wordt ervan uitgegaan dat gebruikers hiervoor een vergoeding moeten betalen. In de nadere uitwerking van de visie wordt het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de P+R nader onderzocht.

Hanteren van een verlaging van de parkeernorm voor bewoners en gebruikers in het gebied Vanwege de goede HOV-bereikbaarheid, de mogelijkheden voor andere mobiliteitsvormen en de keuze voor bepaalde doelgroepen wordt ervan uitgegaan dat het autobezit van de nieuwe bewoners lager is dan elders in de stad. Deze kenmerken en uitgangspunten maken de Oostpoort dé ideale plek om te experimenteren met een aanzienlijk lagere parkeernorm, ten behoeve van werkgelegenheid en waar mogelijk ook voorzieningen. Dat vraagt om flankerend beleid, zoals invoering van gereguleerd parkeren in de zone en mogelijk ook in de gebieden er omheen om afwenteling te voorkomen.

Afspraken met de eigenaren van kantoren aan de zuidzijde van het spoor over het gebruik van hun parkeerterreinen Een lager aandeel parkeren is op termijn ook goed denkbaar voor de kantooreigenaren en -gebruikers aan de zuidzijde van het spoor. Deels door verschuiving van de modalshift van werknemers naar fiets en OV, en voor een andere deel door een bredere clustering van parkeren op collectieve parkeerplekken in het gebied. Dat zou de directe omgeving rond de kantoren ‘blikvrij’ kunnen maken, hetgeen de aantrekkelijkheid van het gebied sterk zou vergroten. Om de parkeeropgave te kunnen realiseren wordt gekozen voor een serie van verschillende fysieke oplossingen. Gezien de verdichtingsopgave is het stapelen van parkeeroplossingen een vereiste. Dit geldt voor de nieuwe parkeerbehoefte maar ook voor de bestaande parkeerplaatsen: door dubbelgebruik en slimme combinaties binnen een gebouw kan ruimte worden vrijgespeeld voor andere functies. Voor het bewonersparkeren wordt per bouwblok gekeken wat de beste ontsluitingsmogelijkheid en parkeeroplossing is. Hierbij wordt in principe uitgegaan van ondergrondse parkeerruimte op eigen terrein, maar zijn er ook kansen voor garages op maaiveld, bijvoorbeeld achter de plinten aan de binnenkant van een bouwblok of in enkele lagen tegen het talud van de flyover. Het autoluw maken van het gebied vraagt om een verlaging van de parkeernormen.

Dit alles betekent dat niet alle bewoners kunnen beschikken over een eigen parkeerplaats. Ook zullen er één of meerdere blokken komen die zich vanwege hun ligging niet lenen voor een auto-ontsluiting en parkeren in of onder het gebouw.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

59

60

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

5. CASCO VAN GROEN, WATER EN LANDSCHAP Een robuuste groene verbinding fungeert zowel in het gebied ten noorden als ten zuiden van het spoor als drager voor de duurzame gebiedsontwikkeling. Deze structuur met groene ‘scheggen’ hechten het gebied aan het buitengebied: het Liedelandschap, Spaarnwoude en de Stelling van Amsterdam. Het voorziet de Oostpoort van een krachtige identiteit en de karakteristieke landschappelijke sfeer vormt een sterke basis voor een aantrekkelijk woon- en werkmilieu.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

61

eweg

Oud

bs era O

Cam weg

cura

IKEA

recreatie

knoop

reservering

busstation

S

evaart

Amsterdams

Meers poorpa d

buurt

Ontwikkelvisie - casco van groen, water en landschap

62

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

GROENSTRUCTUUR

5. CASCO VAN GROEN, WATER EN LANDSCHAP 5.1 Groene verbindingen met veenweidegebied Verbinden buitengebied aan de stadswijk: twee groene scheggen In het deel van de Oostpoort ten noorden van het spoor wordt een ruime doorbraak gerealiseerd in het talud van de fly-over. Hierdoor ontstaat een landschappelijke scheg met een breed vizier naar het Liedelandschap. Door dit grote gebaar stroomt het landschap als het ware de Oostpoort in en kan men het buitengebied al ervaren vanaf het station. Door deze verbinding krijgt het station een sterke betekenis als buitenpoort (zie 5.3). Het ontvangstdomein van het knooppunt wordt ontworpen als een pleinruimte. Deze wordt zo gesitueerd dat er een visuele en functionele relatie met het buitengebied ontstaat. De groene scheg aan de noordzijde krijgt een ruime maat en nodigt uit tot een wandeling of fietstocht naar het buitengebied. Het vizier onder het talud geeft zicht op het groen en de weidsheid. De doorgang krijgt de vorm van een ‘groene passage’ met een breedte uitlopend van 25 m tot circa 40 m, om de doorgang aangenaam te doorkruisen. De groene scheg maakt het landschap op deze plek weer leesbaar. Door de beide verschillende richtingen van zowel het oude veenlandschap als de Waarderpolder te benadrukken ontstaat een ruim vizier op het buitengebied.

Aan de westkant sluit de groene scheg via het stationsplein aan op de brede groene zoom langs het spoor en de Jan van Krimpenweg. Deze groene zoom richting stad kan aantrekkelijker worden en gebruikt voor looprondjes vanuit Oostpoort. De groene scheg aan de zuidzijde wordt ook royaal en heeft een ongestoorde ecologische en recreatieve verbinding van het weidse buitengebied tot aan het Meerspoorpad en het Vaartpark. Door dit als één geheel te ontwerpen, uitgaande van bestaande waarden als het talud van de voormalige spoorlijn en de Joodse begraafplaats, komt er een betere aansluiting op de omgeving.

Vervlechten groen en water De groene ruimte wordt landschappelijk ingericht met natuurlijke beplanting zodat hier een ecologische verbinding kan ontstaan. In de scheg wordt de opgehoogde grond deels afgegraven, waardoor vernatting kan plaatsvinden, regenwater wordt doorgevoerd en diverse mogelijkheden zijn voor waterberging. De landschapsontwikkeling gaat hand in hand met het verbeteren van het watersysteem. Een ander peilbeheer en meer doorstroming dragen bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit van de Veerplas. Dit vergroot de mogelijkheden voor zwemmen en waterrecreatie. Begrenzing bebouwd gebied Het brede vizier naar buiten fungeert tevens als comfortabele (snel)fietsverbinding en als sterke ruggengraat van de wijk. De groene scheg wordt begeleid door bebouwing aan weerszijden. Bij de uitloop van de groene scheg richting het groengebied is een bijzonder ontworpen gebouw wenselijk. De functie van het gebouw moet in gebruik en beeld een versterking vormen van het recreatiegebied en deze overgang van stad naar land sociaal veiliger maken. Hierbij wordt gedacht aan een speciale voorziening (mogelijk hotel) met publieke functies voor recreatie en natuureducatie. Dit stelt hoge eisen aan de verschijningsvorm.

Het gebouw schermt deze nu wat onduidelijke hoek van het recreatiegebied af van een deel van de verkeersdruk op de fly-over en vormt tevens een duidelijke grens (geen verdere bebouwing) ter bescherming van dit landschap. In het nieuwe bestemmingsplan worden geen andere bouwmogelijkheden opgenomen in deze groenstrook. Er dient een planologische toets plaats te vinden, vanwege verschillende beschermingsregimes door gemeente en provincie. Een belangrijk aandachtspunt is dat het gebied deel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam, waarvoor als UNESCO-werelderfgoed bijzondere juridische bepalingen gelden. Hierover meer in hoofdstuk 7.2.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

63

vervlechten groen & water

overgang traverse & groene scheg

verbinden buitengebied & recreatie

bijzonder gebouw met link naar landschap

groene scheg als poldersysteem

overgang plein-veenweide Oostpoort “rainproof”

groene scheg als eco- verbinding natuurinclusief bouwen

verbinden boezemsysteem

vaarroute Amsterdamse vaart

Roald van Splunter, Marjolein Peters

ecologische strook langs spoor

groene scheg zuid

Impressie: het natte Liedelandschap stroomt door het nieuwe viaduct de Oostpoort in en kent een hoge recreatieve én ecologische waarde

64

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

GROENSTRUCTUUR

5. CASCO VAN GROEN, WATER EN LANDSCHAP Waaierstructuur De verkavelingsrichting van de oorspronkelijke waaierstructuur van het landschap verdween onder een laag zand bij de ontwikkeling van de Waarderpolder. Deze wordt deels weer teruggebracht bij de Oostpoort. De oorspronkelijke richting van het landschap zoals ook bij de Veerplas nog goed herkenbaar (bijvoorbeeld in de beplantingsstroken of ‘vingers’ die de Veerplas in prikken) draagt bij aan de nieuwe identiteit voor het gebied. Het veenweide- en Liede-landschap heeft een fraaie en landelijke uitstraling, zeker in contrast met de stad. Het dijklichaam van de randweg is momenteel een barrière tussen stad en buitengebied, maakt het landschap niet beleefbaar vanaf het station en min of meer onzichtbaar. Verbinden met buitengebied In een voorstudie zijn de kwaliteiten en potenties van Oostpoort en omgeving onderzocht (Smartland, 2018). Dit is beschreven aan de hand van een aantal thema’s: identiteit en kwaliteit; relatie stad-buitengebied; klimaatbestendige stad en natuurinclusieve stad. De drie schetsen op de volgende bladzijde tonen de kansen voor verbondenheid van de Oostpoort in alle richtingen. Dat is precies wat wenselijk is: het ontwerpen van een verbindend netwerk van groenstructuur en watersysteem in relatie tot de omliggende gebieden.

De bedoeling is daarmee winst te behalen voor toevoegen van wateroppervlak, verbeteringen afwatering (klimaatadaptatie), voor ontwikkelingen van flora en fauna (routes, stapstenen) en voor belevingswaarde voor bewoners, werknemers en bezoekers. Aanhaken op visie Spaarnwoude Park 2040 In hoofdstuk 2 is aangehaald dat de conceptvisies voor Oostpoort en Spaarnwoude Park 2040 (recreatieschap) in elkaar grijpen. Met de nieuwe verbinding aan Oostpoort groeit de Veerplas door naar het niveau van een stadspark waar het buitenleven voelbaar is, met ruimere mogelijkheden voor horeca, verblijfsplekken, buitensportmogelijkheden, evenementen en festivals. Het groen nodigt uit tot bewegen en ontmoeten. De nu nog harde grens tussen de gebieden wordt verzacht en een hoogwaardige (hard)loop- en fietsroute gaat vanuit Oostpoort naar de Veerplas of verder het landschap in.

Een wandelrondje rond de Veerplas wordt aangelegd. Om de recreatieve routes in dit uitloopgebied van de wijken te vervolmaken wordt aanbevolen op termijn toe te werken naar de aanleg van een fietstunnel naar het historische Liewegje. Dit vormt een extra bijdrage aan de nu zwakke verbinding van de gebieden ten zuiden en noorden van de N200. 5.2 Water en ecologie Bodem, watersysteem en ecologie Bij de ontwikkeling van een groenblauwe structuur zijn bodemtype, watersysteem en ecologische mogelijkheden sterk bepalend voor het ontwerp van de openbare ruimte. Hierbij is van belang dat het gebied van de Oostpoort is opgespoten met 1,8 tot 3 meter zand en de hoogte van grondwater varieert tussen 1,2 tot 1,8 meter. Er is een rapport met grondboringen beschikbaar. Boezemwater en polderwater In het noordelijk deel van het gebied moeten oplossingen komen voor 3 verschillende waterpeilen: boezemniveau en twee polderniveaus. De polderpeilen doen zich voor in de Waarderpolder en in het Veerplasgebied; de laatste ligt circa 20 cm hoger. Het verschil met het boezempeil is ongeveer 1 meter (zomerpeil). In het zuidelijk deel gelden 2 polderpeilen: binnen het plangebied hetzelfde peil als in het Veerplasgebied en in de wijk Zuiderpolder een lager peil. Het noordelijk deel van de Oostpoort kan voor zowel het poldersysteem als het boezemsysteem een verbindende rol spelen.

Het boezemniveau betreft het verbinden van de nieuw watergang langs de Waarderweg met de spoorsloot in het buitengebied. Een deel van de poldersloot kan dan verwijderd worden (ter hoogte van de perrons). Het poldersysteem betreft de mogelijkheid om hemelwater in de Oostpoort toe te leiden naar de groene scheg dat een permanente verbinding krijgt met de Veerplas en in tijden van regenval als wadi dienstdoet. Het zichtbaar en beleefbaar maken van watersystemen (hemelwaterafvoer, berging en waterzuivering) verhoogt de verblijfskwaliteit voor bewoners en gebruikers van het

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

65

Smartland Smartland

Zichtbaar landschap in en onderweg naar Oostpoort

Oostpoort als natuurinclusieve stad

66

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

GROENSTRUCTUUR

5. CASCO VAN GROEN, WATER EN LANDSCHAP gebied. Daarmee is water een belangrijke (identiteits) drager en sfeerbepalende factor in het gebied. Water kan daarnaast dienen als versterker van het karakter van verschillende plekken (bijvoorbeeld stedelijk versus landschappelijk), helpen bij klimaatadaptatie, zorgen voor verkoeling, ecologische waarden bevatten en dienen als speelaanleiding voor kinderen. De voorwaarden waaronder het watersysteem binnen het plangebied zou kunnen aansluiten op het systeem Veerplas zal met Rijnland verder onderzocht moeten worden. Vanwege de robuustheid van het waterstelsel wil Rijnland zo veel mogelijk systemen op boezempeil en bij voorkeur geen nieuwe polderpeilen. Amsterdamsevaart Aan de zuidzijde van het spoor kan het herstellen van de Amsterdamsevaart bijdragen aan een sterke ruimtelijke waterstructuur tussen Amsterdam en Haarlem. Het terugbrengen van de vaart (boezempeil) dient tenminste vier belangen: herstel van een historische structuur, gebruiken als stedelijke kwaliteit en bijdrage aan de leefomgeving, recreatieve vaarroute en als bijdrage in compensatie oppervlaktewater. Dat laatste is van belang bij de hele (kwantitatieve) wateropgave waar Haarlem voor staat, in het bijzonder als tegenhanger voor de verdichting in de Waarderpolder.

Ecologische kwaliteit In zowel bestaande als aan te leggen openbare ruimte worden ecologische waarden geïntegreerd. Hierbij gaat het om het verminderen van de verharding en het aansluiten van groen en water op elkaar, in ruimte en in type vegetatie. Hierdoor wordt de leefruimte voor insecten vergroot: een belangrijke basis om biodiversiteit te bereiken. Diversiteit in vegetatie zorgt voor diversiteit in insecten en andere diersoorten, zoals vogels en kleine zoogdieren. In het plan wordt ook rekening gehouden met voldoende onverharde, groene delen (ook tegen hittestress en wateroverlast), met een inheemse variatie in lage beplanting, struiken en bomen. Extensief beheer is daarbij uitgangspunt. Bij het aanleggen van water wordt beschoeiing zo veel mogelijk vermeden en ontworpen met natuurlijke oevers met een flauw hellingshoek.

Waar het veenweidelandschap naar binnen wordt getrokken is een vergelijkbare vegetatie van belang. Zo vergroot de ecologische habitat in aansluiting op het gebied direct buiten de stad. Het groen langs het spoor vormt een ecologische verbindingszone die benoemd is in het gemeentelijk ecologisch beleidsplan. Dit is een waardevolle verbinding omdat het groen direct langs het spoor nauwelijks wordt betreden. Deze zone dient behouden te worden. De westelijke gemeentekavel in Oostpoort is een ecologische hotspot, bestaande uit kunstmatig duingrasland. Hier komen zeldzame (beschermde) planten diersoorten voor. Er zal te zijner tijd een nieuwe locatie gecreëerd moeten worden met een vergelijkbaar habitat. Wellicht is dit op een van de daken mogelijk of elders rondom de stad. Overigens is door de ophoging de bodem bijna overal zandig, hetgeen een goede basis is voor spontane begroeiing, die als vanzelf divers en waardevol is. 5.3 Natuurinclusief bouwen De groene en ecologische sfeer komt ook terug in de bebouwing. Natuurinclusief bouwen wordt toegepast met daktuinen, groene gevels, geveltuinen en nestelgelegenheid voor vogels, vleermuizen en insecten. De gebouwen fungeren hierbij als stepping stones in ecologische verbindingen. Hierbij wordt een relatie gelegd met reeds aanwezige flora en fauna in het nabijgelegen landschap.

Er is een gemeentelijke ‘inspiratiegids’ voor natuurinclusieve maatregelen aan en rondom gebouwen en in infrastructuur. Belangrijk is dat er goede beheerafspraken gelden om een langdurig functioneren en verzorgd beeld te borgen. Vanuit het nieuwe omgevingsbeleid is uitgangspunt bij nieuwbouwontwikkeling geen drainage toe te passen. Hemelwaterafvoer moet binnen het project opgelost worden (48 uur kunnen vasthouden). Oostpoort kan een rainproof woongebied worden, dat zorgt voor vertraagde afvoer van regenwater, ook van incidentele grote waterafgiften, waardoor het riool niet wordt overbelast. Tevens wordt schoon (regen)water in het

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

67

Groen-stedelijke voetgangersroute

Recreatieve en ecologische waarde van vernatting

Recreatieve waarde van vernatting in stedelijke setting

Informeel, semi-openbaar groen binnenterrein

Stedelijk, functioneel binnenterrein met verblijfskwaliteit

REFERENTIES

Stedelijke aansluiting gebouwen op water in scheg

68

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

GROENSTRUCTUUR

5. CASCO VAN GROEN, WATER EN LANDSCHAP natuurlijk systeem opgenomen en niet afgepompt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. In de praktijk kunnen dakoppervlakken veel van de vertraging voor hun rekening nemen. 5.4 Station als buitenpoort Openbare ruimte De openbare ruimte wordt uitnodigend en verbindt bestaand aan nieuw, door middel van heldere structuren voor langzaam verkeer, met in het centrale deel een autovrije inrichting. In de scheggen zijn natuur en buitenleven voelbaar en het buitengebied binnen handbereik. De zuidelijke scheg krijgt een groene parkachtige inrichting, als groenzone voor bewoners en werknemers. Richting buitengebied wordt de inrichting landschappelijker. In de noordelijke scheg is de openbare ruimte tevens de groene loper voor het project buitenpoort, een directe loop- en fietsverbinding tussen station en buitengebied voor de bewoners van Oostpoort en voor bezoekers uit de regio. Vanaf het stationsplein zal de inrichting stapsgewijs natuurlijker worden. Het deel bij het station is een shared space, het ontvangstdomein van de Oostpoort, met

voorzieningen rondom en een bundeling van meerdere verkeersstromen. Het is een plek waar beweging en (kort) verblijf samenkomen, waar mensen kunnen zitten of op hun trein te wachten en waar dingen kunnen gebeuren, bijvoorbeeld een kleine markt, straatmuziek, openluchtbioscoop. Centraal op het plein kan een kiosk komen, met een zitje bij de door het gebied lopende watergeul. Het deel ten oosten van het plein is parkachtig, een ruimte die uitnodigt tot spel en ontmoeting. Er komen zit- en speelplekken voor diverse leeftijden. De Stelling van Amsterdam wordt voelbaar gemaakt door bijvoorbeeld in het plaveisel in de groene scheg de grenslijnen te verwerken van de schootcirkels van de twee forten. Het derde deel van de scheg, naar het buitengebied toe wordt nat-landschappelijk. Het afgraven van de zandlaag kan ook trapsgewijs meebewegen met deze drie sferen, waardoor er verschillende niveaus bestaan in het groen. De verschillende referentiefoto’s geven een beeld van de mogelijke sferen van de groene scheg. In het gebied komen er bomen bij om de ontbrekende structuren aan te helen (structuurvisie openbare ruimte). Dit geeft een heldere lanenstructuur, naar buiten doorlopend. Vooral langs de Amsterdamsevaart zijn enkele ontbrekende schakels die nadere aandacht behoeven.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

69

70

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

6. DUURZAME STEDELIJKE ONTWIKKELING In de Oostpoort presenteert Haarlem zich op een vernieuwende manier door een hoge dichtheid en een interessante mix van functies. Naast wonen wordt hier ruimte geboden aan een gemengd programma met bedrijven, kantoren, winkels en andere voorzieningen. Intensief ruimtegebruik en slimme functiecombinaties gelden als voorwaarde voor een hoge kwaliteit in gebiedsontwikkeling.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

71

eweg

Oud

P

IKEA

P

IKEA

bs era O

Cam weg

cura

IKEA

recreatie

knoop

reservering

busstation

S

evaart

Amsterdams

Meers poorpa d

buurt

Ontwikkelvisie - duurzame stedelijke ontwikkeling

72

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR

6. DUURZAME STEDELIJKE ONTWIKKELING 6.1 Stedelijke structuur Als stationslocatie is de Oostpoort een logische plek om te verdichten en een nieuwe ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Vanwege de ligging, met grote bedrijfsbebouwing rondom, en grenzend aan een groot recreatiegebied, zijn hier kansen voor een stedelijk milieu dat zich qua functiemix en verschijning onderscheidt ten opzichte van de bebouwing verderop in de historische stad. Met het creëren van een eigen identiteit voegt de Oostpoort een nieuwe typologie aan het scala aan stedelijke milieus dat Haarlem biedt. De nieuwe bebouwing in de Oostpoort vormt daarmee een contrast met de huidige bebouwing in de Zuiderpolder en de Waarderpolder. Dichtheden en bouwhoogtes In de Oostpoort vindt een stevige verdichting plaats. Door intensief te bouwen bij knooppunten van openbaar vervoer neemt de verkeersdruk op het stedelijke en regionale wegennet niet verder toe. Om zo snel mogelijk een aantrekkelijk stedelijk milieu te realiseren met voldoende kritische massa voor woningbouw èn het gewenste aanvullende programma, is stapeling een must. Er ontstaat een stevig cluster aan gebouwen waarin ook hoogbouw een plek krijgt. De bouwhoogte zal variëren van 4 tot 13 bouwlagen. Als maximale bouwhoogte wordt de bestaande hoogbouw van Oostpoort Centre (41 meter) aangehouden.

Dit komt overeen met de toetshoogte vanwege het vliegverkeer van Schiphol. Door onder deze hoogte te blijven is toetsing vanuit het Rijk niet noodzakelijk. Daarnaast zorgt deze maximale bouwhoogte ervoor dat de verschillende gebouwen geen onderlinge concurrentie met elkaar aangaan. Het is vooral het ensemble van gelijkwaardige gebouwen die in samenhang met elkaar de kwaliteit en beleving van Oostpoort bepalen. Niet afhankelijk maken van één enkel hoog gebouw. Op termijn kan het echter wenselijk zijn om incidenteel een hogere bouwhoogte toe te staan, hetgeen meer flexibiliteit zou bieden. Om de benodigde verdichting te kunnen realiseren worden echter

ook minimale bouwhoogtes en dichtheden aangehouden. Vanuit de hogere gebouwen heeft men een prachtig uitzicht op het omliggende landschap. We kiezen voor gebouwen met een samenhang in hoogte en typologie, die zich als een compositie presenteren aan de omgeving. Hierbij vormen niet de afzonderlijke gebouwen een icoon, maar wordt de stadsentree gevormd door het nieuwe ensemble tussen station en landschap. Nieuwe bouwblokken kunnen schuin op- of aflopende gevels krijgen, waardoor zichtlijnen tussen en vanaf de gebouwen worden gewaarborgd. Ook kunnen de gebouwen hierdoor optimaal inspelen op zon en geluid en ontstaat ruimte voor groene daktuinen en dakterrassen. De bouwblokken hebben duidelijke randen grenzend aan de openbare ruimte, met in de basis van de gebouwen entrees van de woningen of werkfuncties. Er zijn geen private buitenruimtes zoals tuinen of terrassen aan de openbare ruimte. Binnenin de blokken is ruimte voor binnentuinen met groene en luwe ontmoetingsplekken voor bewoners en gebruikers van het gebied. Functiemenging; integratie van wonen en werken Door de ligging naast het station leent de Oostpoort zich uitstekend voor een functiemix. Gemengd, toekomstbestendig en flexibel bouwen is uitgangspunt voor alle bebouwing in het gebied.

Dit betekent dat er bij de maatvoering en indeling van de gebouwen wordt gelet op mogelijke functieverandering in de toekomst en dat wonen en werken op meerdere manieren kan worden gecombineerd. Zo kan er bijvoorbeeld werkprogramma in een plint komen, dat op termijn kan worden gekoppeld met woningen erboven. Ook kunnen er vrij indeelbare appartementen worden gerealiseerd waarbij een gedeelte van de woning als werkplek of atelier kan worden gebruikt. Een functiemix geeft ook kansen voor een maximale uitwisseling van het parkeren. Op kavelen gebouwniveau zal bepaald moeten worden waar woonfuncties en waar werkfuncties tot hun recht kunnen komen, mede vanuit de complexe akoestische situatie van spoor- en weggeluid.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

73

wonen/werken & open plinten bijzonder recreatie/ hotel programma integratie wonen & werken

max. 41m

integratie wonen & werken overgang naar zuiderpolder leefbaar & veilig hoge dichtheden open plinten voorzieningen

leer-werk combinaties sociale veiligheid

overgang naar bestaande hoogbouw

Roald van Splunter, Marjolein Peters

dakterrassen

Impressie: het stationsplein als levendig nieuw ontvangstdomein, met voorzieningen en verblijfskwaliteit

74

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR

6. DUURZAME STEDELIJKE ONTWIKKELING 6.2 Programmatische invulling Woningen, type en doelgroep Vanuit de Haarlemse ontwikkelzones is een opgave gesteld voor minimaal 1.000 woningen in de Oostpoort. Het huidige aantal woningen van 3.000 in ParkwijkZuiderpolder wordt hiermee met een derde uitgebreid. Voor de nieuwe woningen geldt een verdeling van veertig procent sociale huur, veertig procent middeldure huur of koop en twintig procent vrije sector. In Oostpoort worden kansen gezien voor doelgroepen die specifiek kiezen voor en optimaal kunnen profiteren van de aanwezigheid van het station en het recreatiegebied. Hierbij wordt gedacht aan studenten, starters en stellen. Vaak ook doelgroepen met een laag autobezit. Daarnaast zijn ouderen een interessante doelgroep, in de Zuiderpolder is momenteel 20% ouder dan 65 jaar. Door ouderen uit de wijk te verleiden om naar een andere, geschikte woning te verhuizen, komen elders woningen vrij voor gezinnen. Woningtypen en woonkwaliteiten In een divers aanbod aan woningtypen kunnen de verschillende doelgroepen worden gehuisvest. Aangezien er in een hoge dichtheid wordt gebouwd, zal er binnen het aanbod van appartementen een rijk scala aan woningen kunnen worden aangeboden.

Hierbij kan worden gedacht aan het realiseren van mini-appartementen of eenheden voor studenten, appartementen over meerdere lagen voor starters, ruime gelijkvloerse appartementen voor senioren en grondgebonden stadswoningen in de onderste lagen van grotere bouwblokken. Werkgelegenheid De woon-werkbalans in Haarlem is scheef, circa 0,4 baan per inwoner. Dat is relatief laag vergeleken binnen de provincie Noord-Holland. De gemeente wil meer werkgelegenheid creëren, met als maatstaf dat voor elke woning die gebouwd wordt er ook een baan bij komt (studie groeipotentie, 2009). In Haarlem zijn zakelijke dienstverlening, zorg en toerisme kansrijke sectoren. In MRA-verband zijn er afspraken om in Haarlem ruimte te bieden voor circa 40.000 m2 arbeidsintensieve

werkgelegenheid. De uitstekende bereikbaarheid van de Oostpoort en uitlopend de Oudeweg is een motief om daar een deel van die vraag te accommoderen. Binnen de beoogde functiemix in de Oostpoort zijn kansen als intensieve werkzone, die passen bij de actuele vraag naar nieuwe werkconcepten (geen ‘klassieke’ kantorenbouw). Vanwege de ligging bij het station is de Oostpoort een kansrijk gebied voor verdichting op arbeidsplaatsen en bovendien de beste plek in Haarlem om acquisitie te plegen op vestigingen van nationale allure, als onderdeel van het hoogwaardig netwerk in de MRA. Daarmee stijgt de vervoerswaarde voor een nieuwe sterke HOV-as tussen Haarlem Oost en Amsterdam Zuid. Door het aanpassen van de milieuzone van de Waarderpolder ontstaat ruimte voor woningbouw in een gemengd stedelijk gebied, waar de werkgelegenheid een belangrijke rol zal blijven spelen. Voor het nieuwe programma wordt aansluiting gezocht bij de goede OV-bereikbaarheid en de aanvullende mobiliteitsvoorzieningen. Hierdoor kan de Oostpoort zich ontwikkelen tot zone met stapelbare’ werkfuncties. Er wordt ruimte geboden ‘voor de meer arbeidsintensieve bedrijven van de Waarderpolder en bedrijven/ kantoren uit de regio. Hiermee kan de Waarderpolder, waar zich momenteel 20% van het aantal Haarlemse arbeidsplaatsen bevindt, worden versterkt.

Niet alleen de gemeentelijke kavels maar ook de bestaande bedrijfspanden kunnen een bijdrage leveren aan het gewenste programma en stedelijke milieu. Zo bieden de bestaande kantoorpanden ten zuiden van de Amsterdamsevaart kansen in het verdichten of transformeren door nieuwe functies in de plinten, aanvullende werkfuncties of woningbouw. Door de gebouwen op te nemen in de nieuwe stedenbouwkundige structuur wordt de relatie tussen de Zuiderpolder en de woonwijk zowel ruimtelijk als functioneel versterkt. Een van de belangrijkste bedrijfspanden is het enorme, grotendeels leegstaande complex van drukkerij Johan Enschedé. Dit nu nog afgesloten terrein kan zich openen

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

75

Verschillende ruimtelijke oplossingen voor functiemenging

Stedenbouwkundig ensemble als ontwerpprincipe voor bouwblokken

76

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR

6. DUURZAME STEDELIJKE ONTWIKKELING naar het gebied. Letterlijk door het openen van het terrein (hekken weg) maar ook functioneel door het realiseren van nieuw programma. Vanwege de omvang van het complex zijn hier allerlei gemengde (tijdelijk) nieuwe functies denkbaar zoals bedrijven, leer-werkconcepten, evenementen en congressen, culturele functies, langlopende theaterproducties, voorzieningen, zaalsport, onderwijsinstellingen et cetera. Ook het bestaande parkeerterrein van Ikea biedt kansen voor transformatie naar wonen en werken. Dit vraagt om maatwerkoplossingen voor meer gestapeld parkeren voor Ikea. Het werkprogramma wordt gerealiseerd in flexibele, duurzame en toekomstbestendige gebouwen met meerdere huurders. Gebouwen met slechts één huurder zijn bespreekbaar mits er een levendige plint wordt gerealiseerd. In combinatie met de aantrekkelijke openbare ruimte ontstaat als het ware een etalage van de werkgelegenheid binnen de Waarderpolder. Hier worden informele ontmoetingen gestimuleerd. Bijzonder hotel in combinatie met groen en recreatie Naast een goede uitwisseling met bedrijven in de Waarderpolder kan de nieuwe werkgelegenheid ook een rol spelen in de regionale behoefte aan hotels. De Oostpoort is aangemerkt als kansrijke zone voor de ontwikkeling van een (congres)hotel in de MRA.

Hier is de bereikbaarheid via station en uitvalswegen uitstekend, maar biedt ook de aanwezigheid van groen, water en recreatie grote kansen. Hiervoor worden met name kansen gezien op de kavel ten oosten van fly-over, waar een hotelfunctie zou kunnen worden gecombineerd met recreatie en natuureducatie. Hierdoor wordt een directe functionele koppeling gelegd tussen het recreatiegebied en de Oostpoort. Hier dient eerst een plantoets en een onderzoek naar de impact op de Stelling van Amsterdam te worden gedaan, om te onderzoeken wat er mogelijk is op deze plek. Een breed pakket aan kleinschalige voorzieningen Een geclusterd voorzieningenprogramma kan een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een levendig

en gemengd stuk stad. De werknemers, bezoekers, reizigers en bewoners hebben behoefte aan verschillende voorzieningen waar zij gebruik van kunnen maken op weg naar werk, school of huis. In de blokken rondom het station wordt gedacht aan voorzieningen zoals een gemakswinkel, kinderopvang, (para)medisch-centrum, fitness, sport en horeca. Deze kunnen een plek krijgen in de plinten of juist de hogere verdiepingen van de gebouwen. De combinatie van dergelijke voorzieningen met een nieuwe, aantrekkelijke openbare ruimte stimuleert informele ontmoetingen. De voorzieningen in de Oostpoort kunnen gefaseerd meegroeien met het aantal woningen. Ook zijn er mogelijkheden voor grotere onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld op de locatie van Joh. Enschede. Daarnaast kunnen de extra inwoners en werknemers in Oostpoort gebruik maken van de huidige voorzieningen in Haarlem Oost, zoals een aantal basisscholen (Zuidwester en MLK / Hildebrand), sportvoorzieningen (voetbalvereniging DSK en Fitness Fitfabriek), het winkelcentrum Beatrixplein de bibliotheek Zuiderpolder en het zorgcentrum Reinaldahuis. De nieuwe ontwikkeling leidt tot een toename van het draagvlak voor deze voorzieningen. Supermarkt als buurtvoorziening In de Zuiderpolder zijn er op dit moment geen winkels. Vanuit de buurt is er een sterke behoefte aan een supermarkt.

In de Oostpoort wordt ruimte geboden aan een nieuwe supermarkt die een rol kan vervullen. Hij dient niet alleen voor de nieuwe bewoners maar ook voor de bewoners uit de Zuiderpolder, de gebruikers van het station en de werknemers uit de Waarderpolder. De grootte van de supermarkt moet worden afgestemd op het aanbod elders in de stad, met name aan het Beatrixplein. Uitgangspunt voor de supermarkt is dat deze wordt gestapeld en gecombineerd met ander programma zoals woningen. Grotere retailvoorzieningen of Perifere Detailhandel Locaties (PDV) stroken vanwege het sterke autoverkeer aantrekkende karakter niet met de uitgangspunten voor de Oostpoort, waarbij de focus ligt op het langzaam verkeer en het openbaar vervoer.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

77

Glooiende blokken met open uitstraling

Gebruik van de daken, bijvoorbeeld met dakakker

Groene terrassen met wijds uitzicht

Levendige mix woningen en werkplekken

Gebouw met recreatieve functie ingepast in landschap

REFERENTIES

Stevige blokken vormen speelse skyline

78

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR

6. DUURZAME STEDELIJKE ONTWIKKELING 6.3 Leefbaarheid en openbare ruimte

6.4 Duurzaamheid

Sociale veiligheid Door het toevoegen van functies en bebouwing verandert Oostpoort van een bedrijven- en parkeerterrein in een gemengd stedelijk gebied. Door meer dynamiek rondom het station zal de veiligheid toenemen. Daarnaast worden de stromen van de voetganger zoveel mogelijk geconcentreerd en lopen zij langs de voorkanten en entrees van de nieuwe blokken. De nieuwe blokken liggen op zichtafstand van elkaar en hebben lange gevels met voordeuren erin. Hierdoor worden de voetganger en de fietser begeleid in hun routes en zijn er altijd ogen op de straat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16463494/1