03-31 Transcript gecombineerde cie Ontwikkeling en Samenleving
Tekst van het document
Nou, we kunnen nog niet eens drie betogers in een vak houden bij een abortuskliniek zonder daar een handhaver op te zetten, maar we gaan hier wel 24/7 voor vijftien jaar een beheerplan uit de hoed toveren zonder geld. Dus wij zeggen, de vier locaties, nee en Schoteroog, ja. De gemeente wil, en dat zeggen ze, sinds 2016 een goede opvang …
70
De voorzitter: Nog een interruptie van mijnheer Van Leeuwen. De heer Van den Raadt: Daar hebben we geen tijd meer voor. De heer Van Leeuwen: Heeft u geen beheerplan nodig op Schoteroog dan? De heer Van den Raadt: De gemeente wil goede opvang voor deze mensen sinds 2016, dat zeggen ze. Maar dan heb je een goede locatie Schoteroog, dus dan hoop ik niet dat ze daar een windmolen gaan neerzetten maar deze mensen een plek geven. En we hebben ook een plan nodig voor Schoteroog, maar er wonen veel minder mensen dus dan is dat makkelijker. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, keurig binnen de tijd. Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie is een voorstander van het vinden van een locatie voor Domus Plus en Skaeve Huse. Deze opvang is beter voor de doelgroep en beperkt de overlast die deze groep nu geeft. Wij begrijpen wel de zorg van de omwonenden als je ineens hoort dat er zo’n voorziening mogelijk bij jou in de buurt komt. Ik ben zelf ook omwonende in concreet van de Vergierdeweg, en toch steun ik het voorstel van het college. Want er zijn ook goede ervaringen in het land met dit soort voorzieningen, en een randvoorwaarde is daarvoor wel een goed beheerplan. In oktober heeft de ChristenUnie samen met de Actiepartij voorgesteld om nog een vijfde locatie te onderzoeken, en dat had twee redenen.
Ten eerste … De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Ja, nee, interruptie, meer een punt … De voorzitter: U heeft geen tijd meer, sorry, dit kan niet. De heer Blokpoel: Nee, weet ik. Maar meer een punt van de orde. De voorzitter: Nee. Een punt van de orde? De heer Blokpoel: Nou ja, mijnheer Visser, ik hoor u zeggen, ik ben omwonende, ik woon daar in de buurt. U moet zelf weten welk betoog u houdt, maar ik vraag me af of u niet belanghebbend bent in deze? De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Visser: Als u goed luistert naar mijn stellingname zeg ik juist dat ik erachter sta, dus ik ga daarmee zelfs in tegen een aantal bewoners uit mijn eigen wijk. Dus volgens mij ben ik hier volkomen transparant. Voorzitter … De voorzitter: U heeft nog een interruptie. De heer Visser: De Waarderpolder. De voorzitter: U heeft nog een interruptie, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, u zei goede voorbeelden maar de Tafelberg werd ook genoemd door Henk De Bruijn en dat waren hele slechte voorbeelden bij de bewoners. Wat vindt u daar dan van?
71
De heer Visser: Ik was net over de Waarderpolder begonnen, de Schoteroog locatie. Die hebben Actiepartij en ChristenUnie eerder voorgesteld en dat deden we om twee redenen. Ten eerste, omdat er steeds werd gezegd, we willen maar één locatie in Oost, dus er moet ook een locatie … Of één locatie in Haarlem Oost, dat betekent eigenlijk dat daar automatisch de Vergierdeweg uit zou komen. En wij vonden het gewoon eerlijk tegenover de bewoners dat er een alternatief was voor die bewoners, vandaar de Waarderpolder. Ten tweede, omdat wij de argumenten die bij de Waarderpolder werden ingebracht niet geldig vonden. Ten eerste is Schoteroog geen onderdeel van het bedrijventerrein, geen onderdeel van de convenantlocatie, en is volgens ons daar ook milieusanering niet een probleem. Mogelijk is wel die windmolen een probleem, dus ik ben benieuwd naar uw reactie van het college erop? Hier was toen geen steun voor, we zijn blij dat er nu kennelijk wel steun is om die locatie te onderzoeken maar we betreuren het wel dat daarmee tijd verloren is gegaan. Want D66 wil dat nu heel snel onderzoeken, wij vinden wel dat het zorgvuldig moet worden gedaan, juist om de participatie van bewoners recht te doen.
We zijn ook een beetje verbaasd over het pleidooi van het CDA over Robertus Nurksweg, niet zozeer over die locatie maar wel dat het CDA bepleit daar juist Domus Plus te doen, daar lijkt de locatie toch echt te klein voor. En wij zijn wel redelijk overtuigd van de argumenten in het stuk dat de Nieuweweg en de Vergierdeweg beter zijn dan de Nurksweg en, welke locatie vergeet ik nou, en Boerhaave. Ja, sorry, excuus. De voorzitter: Dat is een moment, u heeft een interruptie van mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, u zegt dat Schoteroog zorgvuldig moet gebeuren. Maar volgens mij is er al een uitgebreid onderzoek geweest en is alleen de plek aan de andere kant van de weg neergezet, dus dat hoeft niet echt qua tijd zoveel te kosten volgens mij om toch zorgvuldig te zijn. Bent u dat met me eens? De heer Visser: Ik wacht het antwoord van het college af. Ik ga snel verder, voorzitter. Wij vinden wel dat de financiële onderbouwing, daar zijn natuurlijk nog heel veel PM-posten. Ik snap dat die er nog niet allemaal zijn maar het moet wel … Ik ben benieuwd wanneer het college daar meer helderheid over kan geven? Wat betreft het beheerplan, we vonden het opmerkelijk dat er wordt gezegd, vanaf 2022 zullen locaties prioriteit krijgen in het handhavingsplan. Nou zie ik dan de klachten die er zijn, met name in het park, daar moet gewoon nu meer gehandhaafd worden.
En wij willen ook het college vragen om concreet doelen te stellen ten aanzien van de overlastbeperking. De beveiliger hebben we nog wel een vraag over, er wordt namelijk gezegd van dat de beveiliger op kosten van de gemeente is. Maar elders in een ander deel van het stuk, in het participatieverslag staat van, ja, die beveiliging, dat is niet voor de politie, niet voor handhaving, dat moet de zorgverlener zelf regelen. Ja, wat is het nou? Wie zorgt er voor de beveiliging en wie betaalt dat? En als het dan naar de Wet langdurige zorg gaat, blijft dan nog steeds de gemeente die beveiliging betalen of moet dan ook die beveiliging uit de Wet langdurige zorg worden bekostigd? Dat lijkt ons eigenlijk reëler. Kan de wethouder daarop antwoorden? De voorzitter: U bent door uw tijd heen. De heer Visser: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik het woord nog geven? Hebben we alle fracties inmiddels gehad? Ja. Even kijken, dan is het half tien, dan hebben we nog een kwartier voor een korte eerste reactie vanuit het college. Ja hoor, dat lijkt me, ik denk ook dat de mensen thuis daar wel op zitten te wachten. En dan zoeken we verder naar een volgende datum. Wie mag ik het woord geven vanuit het college? Mevrouw Meijs.
72
Wethouder Meijs: Dank u wel, voorzitter. Ik zal de vragen voor rekening nemen die geen betrekking hebben op de locatie, dat zal de heer Roduner doen. Ik zal vooral ingaan op de vraag rondom de doelgroep en over de beheersmatigheid en de veiligheid. Maar als eerste moet me in ieder geval wel van het hart dat ook wij goed geluisterd hebben naar alle inspraak van vanavond, en de mitsen en de maren gehoord hebben. Maar dat ook mij de woorden van mevrouw Nelemaat en de heer Stavenuiter, mij ook wel ondersteunen in het gevoel dat ik hier steeds bij gehad heb. Dat we het hebben over mensen, mensen met een bijzondere zorg, mensen met extra zorgnoden. Maar ik zal het niet onder stoelen of banken steken, dat we hier te maken hebben met een lastig probleem. Ik heb zo al eerder in de pers gezegd, niemand hangt de vlag uit, maar laten we hopen dat we een goede locatie kunnen vinden voor deze mensen die dat ook verdienen, zij zijn ook Haarlemmers. En we staan hier volgens mij allemaal, ook u als gemeenteraad, voor een inclusieve maatschappij. De voorzitter: Dank u wel. Dan steekt mijnheer Van den Raadt zijn hand op. U moet het heel snel doen, u heeft vier seconden.
De heer Van den Raadt: Wethouder, u heeft het over twee insprekers maar die andere 34 waren tegen, er zijn duizenden handtekeningen tegen ingediend, doet dat ook nog wat met u in de locatiekeuze of is dat gewoon ter kennisgeving? De voorzitter: Nou, dank voor de snelheid. Mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Nee hoor, dat doet zeker ook wat met me en dat herken ik ook. Ik bedoel, de weerstand en de onzekerheid die boven zulke moeilijke beslissingen hangen, zal ik niet ontkennen. Ik bedoel, dat is natuurlijk, je wil zo snel mogelijk uitsluitsel hebben over hoe de zaken geregeld moeten gaan worden. Dat is ook de vraag die ik hier steeds hoor, men heeft behoefte aan duidelijkheid, hoe gaat zo’n beheerplan eruitzien, hoe gaan we het op de locaties inpassen, kunnen de veiligheidsdiensten er goed bij komen, hoeveel veiligheidsmaatregelen moeten we nemen, hoeveel zorg? Nou, er zijn, ik denk, ik heb ze niet allemaal geïnventariseerd maar ik denk dat er sowieso wel twintig vragen over heel het beheerplan zijn. Dat ligt er inderdaad nog niet. Er is wel een voorbeeld van het beheerplan, maar dat heb ik ook in de vorige bespreking gezegd, we kunnen niet voor zestig locaties een beheerplan maken, ook niet voor die vier.
Daar hebben we de mensen voor nodig, daar hebben we de inwoners voor nodig, daar hebben we de ketenpartners voor nodig, daar hebben we onszelf voor nodig als gemeente om het goed vorm te geven. Daarom liggen die er nog niet. Maar ik heb u wel een voorbeeld volgens mij doen toekomen, van hoe zo’n beheerplan eruitziet. De voorzitter: U heeft een interruptie, mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik zal … Want ik heb eigenlijk wel dan behoefte aan wat zelfreflectie, want u gaat nou wel even over oplossing en uitvoering praten, maar ik heb toch 35 mensen gehoord die toch behoorlijk kritisch waren op het proces dat verlopen is, en dan ben ik nog mild. Maar misschien kunt u daar nog wat over zeggen voordat u begint bij mevrouw Nelemaat. Wethouder Meijs: Volgens mij begon ik met dat ik mijn oren echt wel goed open gehad heb en dat ik begrijp dat er weerstand is en dat er zorgen zijn. En volgens mij heeft dat alles te maken met de angst en de onbekendheid met de groep. Ik zal in sneltreinvaart de vragen beantwoorden die op mijn terrein gesteld zijn. Dat was als eerste de PvdA die vroeg van, kan zo’n beheerplan niet naar voren gehaald worden? Dat zou kunnen maar dan moeten we wel weten voor welke locatie we dat gaan doen. Dus wat mij betreft zouden we al eerder met elkaar, ook met de inwoners, aan zo’n beheerplan kunnen gaan werken.
Dat creëert volgens mij ook, als antwoord op u, mevrouw van Zetten, dat er dan ook meer draagvlak zou komen en ook meer minder
73
onzekerheden zouden komen. We hebben die beheerplannen, net zoals bij de Velserpoort en bij de Wilhelminastraat, ook samen met de omwonenden gemaakt. Tot op de dag van vandaag zit ik nog steeds elke acht weken, of, nou deze periode natuurlijk digitaal, bij de omwonenden overleggen van de Wilhelminastraat, met alle betrokken partijen. Dus dat is een heel goed voorbeeld om straks ook bij deze twee locaties te gaan uitvoeren. D66, nou, die vraag … O, pardon, die gaat mijn collega doen, vroeg ook over het koppelen van het veiligheidsplan aan, of dat vooruit kon gaan aan de startnotitie. Dat is eigenlijk dezelfde vraag die de PvdA stelde. Kijk, we kunnen de heleboel wel naar voren halen maar we moeten wel een in principe uitspraak doen over die locatie. Want het is ondoenlijk om voor al die locaties veiligheidsplannen of beheerplannen te maken, want we hebben daar ook de ketenpartners voor nodig en alle omwonenden. En precies zoals mevrouw de Roos, een van de insprekers, al zei, wij kunnen niet meepraten als we niet zeker weten dat het op deze locatie is. Als er niet meegepraat wordt, kan er geen beheerplan gemaakt worden met de omwoners. Dus daar hebben we wel een in principe uitspraak voor nodig. GroenLinks worstelt, het is een moeilijke keuze. Ik kan u zeggen, ik heb er ook lang mee geworsteld want ik vind het ook een moeilijke keuze.
Maar ik ben gesteund, en ik spreek nu recht vanuit mijn hart, toen ik mijn inwerkprogramma als wethouder deed, ben ik alle locaties, samen met iemand van de gemeente langsgegaan, naar alle locaties van de dak- en thuislozenzorg en ook van het beschermd wonen. Ik heb toen met twee mensen gesproken die nu bij Huis en Haard zitten, bij het Leger des Heils, die woonden daar toen zeven jaar, die wonen er dus nu inmiddels tien jaar. En een van die mannen die zei, ik wacht op een Domus Plus voorziening. En die woont in een gang, met een heel klein kamertje, ik denk, nou, 3 bij 3, hooguit, inclusief een klein keukentje, inclusief een klein wc’tje, een douche en een bed. En hij kijkt uit op een blinde muur. Daar zit die man al tien jaar. Ik denk, voor die man doe ik het. Dat is de man die ik voor ogen heb. Maar daarachter zitten natuurlijk nog 24 mensen en nog 6 mensen. Ik ken ze niet allemaal persoonlijk, maar ik kan u garanderen dat als u ze kent, u vanavond ook in principe een besluit zou durven nemen. De heer Aynan: Dus hij leeft niet op straat? De voorzitter: Nee, mijnheer Aynan, zo gaan we het niet doen. Mevrouw Meijs, ik zou u willen vragen toch af te ronden en een keuze te maken zodat ook mijnheer Roduner kort nog een bijdrage kan leveren.
Wethouder Meijs: Een vervolgvraag, een volgende vraag was van de Actiepartij, heeft u met de cliënten gesproken, met de doelgroep gesproken? Wij spreken zeker met de doelgroep, maar wij spreken ook met de ketenpartners. En ook met de ketenpartners zullen we zeker in gesprek gaan als we het hebben over de vervolgperiode, hoe we die beheerplannen moeten gaan uitvoeren. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Hulster. De heer Hulster: Wethouder, de vraag was ook met name, gaat u bij de beheerplannen ook de cliëntenraad meenemen en betrekken in het reguliere overleg over de voortgang, en de problemen en beelden die er leven bij de omwonenden? Wethouder Meijs: Nou, het is een beetje ingewikkeld, als we nog niet die locaties hebben, hebben we natuurlijk nog niet de cliënten van die locaties. Die zijn nog niet verenigd, die zijn nu verspreid over de stad. Maar ik zal zeker toezeggen dat wij die zullen betrekken bij de plannen. Maar of zij ook echt daadwerkelijk bij met instemming die beheerplannen of veiligheidsplannen moeten maken, in hoeverre dat is, dat weet ik niet. Maar het lijkt me duidelijk dat die wel betrokken worden, en zeker de cliëntenraden. De voorzitter: Mijnheer Hulster.
74
De heer Hulster: Nee, het gaat vooral om dat overleg waar u net ook aan refereerde, dat acht wekelijkse overleg waar u bij zit, dat daar ook een afvaardiging van de cliëntenraad aanwezig is. Wethouder Meijs: Nou, het lijkt me wel. De voorzitter: Mevrouw Meijs, kunt u afronden? Nog één zin. Wethouder Meijs: Ja. Goed, het gaat veel te snel. Volgens mij heb ik nog meer vragen over, even kijken hoor, de Skaeve Huse, of die in meerdere gemeentes zijn, dat was een vraag van de OPH. Ja, de Domus Plus, die, dat heb ik volgens mij vorige keer ook al uitgelegd, die wordt voor de hele regio ingericht. Maar dat wil niet zeggen dat er geen Haarlemmers zitten. Volgens mij hebben we wel eens eerder met u gedeeld dat minstens 80, 90 procent van de bewoners van de Domus Plus uit Haarlem afkomstig is. En er zijn volgens mij nu twee of drie gemeentes die al een voorziening hebben à la Skaeve Huse. En de vraag was van OPH of de risicoanalyses gedeeld kon worden, of de studies daarnaar? Nou, dat zal ik kunnen vragen of ze dat met u kunnen delen, dat lijkt me inzichtelijk. En verder was er een vraag over het naar voren halen, o, die heb ik ook al gehad, over de veiligheidsplannen en de noodzakelijke voorzieningen die er nu al zijn op het gebied van de veiligheid en de gevoelens daaromheen.
Ik denk dat we dat zeker met elkaar kunnen bespreken om te kijken of we dat vooraf aan de plaatsing al kunnen regelen. De voorzitter: Dank u wel. Er komt nog een vergadering hoor, dan kunt u de rest van de vragen beantwoorden ‘…’. Mijnheer Roduner, u heeft vijf minuten. Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter. Ja, Haarlem is een prachtige stad, maar Haarlem is ook een stad met, dat weten we allemaal, heel weinig vrije ruimte, laat ik het zo zeggen. Ruimte waar nog geen functie, geen goede functie voor gevonden is. Dat hebben we ervaren toen we zochten naar extra woningen voor statushouders, dat hebben we ervaren toen we zochten op verzoek van de raad naar locaties voor tijdelijke woningbouw, dat hebben we ervaren bij de zoektocht naar een Domus Plus en dat gaan we denk ik ook wel weer ervaren als we straks in mijn tijd alweer het vierde locatieonderzoek gaan doen, namelijk op zoek naar locaties voor woonwagenuitbreidingen. Dus elke keer komen we dan vaak wel weer op dezelfde locaties uit want de ruimte is in Haarlem heel schaars. U kunt dat ervaren als u gaat fietsen, zoals de heer De Groot heeft gedaan met zijn collega, dan kunt u naar de locaties gaan, dan kunt u door de stad fietsen. En wij hebben ook gelukkig onze ruimtelijke plannen goed online staan.
Op ruimtelijkeplannen.nl kunt u alles zien over wat daar de geldende regimes zijn, en ook de omgevingsvisie, of de omgevingsverordening van de provincie staat online. Dus op zich, alles is openbaar maar ik zal op twee locaties even specifiek ingaan want daar is naar gevraagd. De Schoteroog, is ongeveer locatie 38 die uit dat locatieonderzoek van 60 is gekomen en beoordeeld. Hier wordt weer gezegd, hij zou misschien wat kunnen opschuiven maar hij is extra lastig op drie punten. Alle locaties zijn lastig, alle locaties hebben een wijziging van bestemmingsplan vragen, alle locaties liggen in het provinciaal natuurgebied. Nee, dat moet ik anders zeggen, in het MRA, ik hoop dat ik het goed zeg, natuurgebied. Het is niet echt formeel natuur maar het is wel groen gebied, dus als wij de groene zoom in Haarlem ook zo hebben bestempeld, dus dat zal allemaal een extra gesprek met de provincie vergen. We hebben allemaal rekening moeten houden met de Stelling van Amsterdam ook. Maar Schoteroog is op drie punten extra ingewikkeld. Het ligt binnen de geluidscontour van de Waarderpolder, het ligt binnen het gebied waarin bedrijven in de Waarderpolder de ruimte hebben om geluid te produceren om hun bedrijfsvoering goed te doen. Dat is obstakel één.
Daar kan je een aanpassing aan doen, daar zijn we dan ook zelf bij als gemeente, maar daar hebben we wel rekening mee te houden met de bedrijven die er nu zijn, denk aan sloopbedrijf Bottelier. Probleem twee is dat de locaties die genoemd worden, liggen vaak op de afvalberg van Afvalzorg, en daar mogen we niet op bouwen. Er mag niet de afvalberg mogen we doorprikken met andere
75
dingen, daar mag je volgens mij zelfs geen container op zetten, dus dat maakt hem heel lastig. Het derde punt is dat het NNN-gebied is. In het vorige verslag stond dat als, NNN, maar het zijn twee hoofdletter Nico’s, en dat betekent dat het een natuurgebied is, een beschermd natuurgebied. En dat natuurgebied, daar mag je ook niet zomaar in bouwen, daar moet je ook extra maatregelen voor nemen, moet je afspraken maken met de provincie, en moet je ook zorgen voor natuurcompensatie. Als je die drie plaatjes op elkaar overlegd, dan zijn met name die afvalberg is natuurlijk een hele belangrijke belemmering, ook het natuurgebied is een hele belangrijke belemmering. De voorzitter: U heeft een interruptie. Wethouder Roduner: Als je die al op elkaar legt dan kom je ongeveer uit naast de zeilschool, waar nog een plekje is. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Wethouder Roduner: En … Mevrouw Van Zetten: Ik … Sorry, wethouder, dat ik u onderbreek. Ik denk dat toch wel even behoefte is om even te kijken wat er nu wel kan, een reactie op al die inspraak die er is geweest, wat hier gezegd in de commissie, en niet op waarom het allemaal niet zou kunnen want daar zit ik eerlijk gezegd op dit moment niet op te wachten.
En als het heeft over de geluidsnormen, we hebben ook de Waarderhaven, die ligt er ook aan de rand dus uiteindelijk kunt u met een beetje goede wil heus wel iets bedenken en dan schrijft u het maar in een brief. De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Nou, kijk, u doet denk ik het proces tekort wat we hier met elkaar hebben gehad. We hebben 60 locaties besproken, de Waarderpolder is in de vorige ronde ook aan de orde geweest, zijn vragen over gesteld. En volgens mij toen locatie 38 was een blok, stond een streepje rood ook omdat het een NNNgebied was. Dus nu te zeggen van, ja, het zal allemaal wel kunnen. Ik denk dat we onszelf en u als raad u zelf ook echt tekortdoet. Ik ben … Mevrouw Van Zetten: ‘…’. Wethouder Roduner: Ik ben van harte bereid om u een brief te schrijven. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten? Wethouder Roduner: Dus ik ben van harte … De voorzitter: Ho, ik hoor wat stemmen erdoorheen van mensen die geen spreektijd meer hebben. Mevrouw Van Zetten: Ik denk dat u ons … Ik ben begonnen, ik zeg dat we een bijzonder proces achter de rug hebben, dat we in beslotenheid locaties hebben besproken, dat we nu pas 35 insprekers hebben gehad en wel meer. De voorzitter: Ook uw tijd is om.
76
Mevrouw Van Zetten: En dat er nu de behoefte … Ja, ik … Ja, maar zo ga je wel door je tijd heen, maar de wethouder heeft ook haast geen tijd en u kunt beter even duidelijker reageren op de vragen die hier zijn gesteld. De voorzitter: Mijnheer Roduner, gaat u verder. Wethouder Roduner: Nou, ook wat we volgens mij in beslotenheid met elkaar bespreken heeft evenveel waarde als het in openbaarheid is, dus daarmee is het niet inhoudelijk minder relevant. ‘…’ dus deze plek hebben we vorige keer eigenlijk gezegd met elkaar van, nou, dat is eigenlijk geen geschikte plek. Ik ben van harte bereid om zo snel mogelijk een raadsinformatiebrief te sturen om dat nog een keertje op papier te zetten. We kunnen daar ook het advies van de politie nog wel bij betrekken. Ik kan me ook goed voorstellen dat we nog even navraag doen bij relevante partijen, zoals de jachthaven, de zeilvereniging, de ondernemer die daar zit met een horecatent, de industriekring, misschien ook nog wel de scouting die op de weg daarheen ligt. Dat u in ieder geval een beeld heeft van, nou, hoe kijken die partijen dan aan tegen die locatie? Maar ik waarschuw alvast, het regime daar gaat ontzettend belemmerend zijn en gaat in ieder geval niet zorgen voor een snelle realisatie. Dat is in ieder geval mijn beeld. De voorzitter: Dank u wel. Kunt u tot een afronding komen voor vanavond? Ah, mijnheer De Groot.
De heer De Groot: Ja, dank u. Ik heb ook niet heel lang mee hoor. Ik wil maar de wethouder danken voor zijn duidelijke voorbereiding op dit onderwerp, want dat is echt te zien, dus dat is heel prettig. Heel kort, Waarderpolder zou minimaal 500 meter van deze locatie liggen, dat heb ik in ieder geval uit het technisch antwoord begrepen. De afvalberg is de vraag of dat overal het geval is, dus ik ben inderdaad ook benieuwd of dat op alle plekken van toepassing is. En voor het natuurgebied, de parkeerplaats van 3000 vierkante meter die naast de jachthaven ligt, is in ieder geval geen natuurnetwerk. Dus ik wil u vooral vragen, ik ben heel blij met de brief maar geef daar wel voldoende informatie in. Want ik zou het jammer vinden als we op basis van die brief meer vragen overhouden dan antwoorden krijgen. Wethouder Roduner: Nou, we gaan ons best doen om een zo duidelijk mogelijke brief te schrijven. Maar de parkeerplaats die u benoemt, ja, die ligt dus op de afvalberg. Dus dat is nou dat vrije stukje in het NNN-gebied, maar die ligt op de afvalberg. Er is nog een vrij stukje maar dan zit je naast de zeilschool ongeveer. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner: Dus ik denk dat dat ook niet een … De voorzitter: Ik heb in ieder geval een duidelijke toezegging gehoord voor een raadsinformatiebrief. Helaas moeten we de avond nu al vervroegd afronden.
Maar wordt er, nogmaals, zeg ik u toe … De heer Klaver: voorzitter? De voorzitter: Er wordt gezocht naar een extra datum, dus u bent nog niet klaar. De heer Klaver: De wethouder wilde nog ingaan op een tweede locatie. De voorzitter: Ja, maar dat gaat niet meer, het is kwart voor tien, hebben we afgesproken, dus ik sluit nu de vergadering. En er komt een nieuwe vergadering waarin de wethouders verder kunnen met hun termijn. Dank u wel. Ik zie allemaal aanleidende punten van orde maar dan bent u niet op tijd thuis. Mijnheer Amand.
77
De heer Amand: Mevrouw de voorzitter, ik maak toch wel bezwaar dat u dit eigenlijk, een belang van alle Haarlemmers, ons zo in de kou laat staan. Dat wou ik u even meedelen. Dank u. De voorzitter: Ja, mijnheer Amand, dit accepteer ik niet van u, dit is wat wij met elkaar van tevoren hebben afgesproken en u mag mij dankbaar zijn dat ik om kwart voor tien afrond. Mijnheer Klaver, heel kort. De heer Klaver: Ja, voorzitter, dan wil ik graag vragen of de wethouder ook op die tweede locatie schriftelijk kan terugkomen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner: Zal ik doen. 5. Sluiting De voorzitter: En ik sluit de vergadering. En ik wens u wel thuis. Mevrouw Van Zetten: En ook nog over de …
78