CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

03-23 Transcript commissie Ontwikkeling

commissie Ontwikkeling 23 maart 2023, gemeente Haarlem27.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maar de grotere ontwikkelaars, dan staat de gemeente ineens tegen een batterij advocaten. Dus waar kiest de gemeente telkens voor? En dat vind ik jammer. En het feit dat daar die gebied in beweging is snap ik. En gelukkig zijn ze nu zover dat het af is en hopelijk kan ik nu met de gemeente in gesprek van jongens, kijk nou eens met me mee wat we al die jaren hebben gedaan. Ben ik daar alleen de verzekeringsmaatschappij geweest van de gemeente om alles wat de gemeente aan de voorzijde tegenkomt bij mij op te lossen? En omdat je heel graag wil, laten ze je achter met een schadepost. Los je hem op, doe je mee. Los je hem niet op. Ik zat tweeëneenhalf jaar op één afspraak te wachten. Ik weet dat de gemeente het druk heeft, maar tweeëneenhalf jaar op één afspraak? De voorzitter: Helder betoog. Dank voor uw antwoord. Zijn er nog andere vragen voor de heer Kahraman? Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja kort, want het is een … u geeft zelf al aan: het loopt al heel lang, het is een enorme hoeveelheid papieren, documenten, brieven et cetera. En dat is voor ons als commissie ook moeilijk om dat te overzien. Zou het wat zijn als een, ik noem maar wat, een onafhankelijk persoon of organisatie als een soort mediator aan de gang zou gaan om te kijken of dit project snel en met wederzijdse tevredenheid aan de gang kan gaan? De heer Kahraman: Dank u wel. Ik snap wat u bedoelt.

De supervisor in dit geheel heeft een hele belangrijke rol. Het is jammer dat die zijn eigen werk afkeurt, maar ik denk dat de supervisor in deze een oplossing zou kunnen zijn op het moment dat de supervisor met onze architect in gesprek gaat treden en twee varianten uitwerkt die door de gemeente als door ons acceptabel is, dan zouden we er stukken sneller uit zijn. Want mediator, ik heb geen mediator nodig, ik heb de welwillendheid van de gemeente nodig. Waarin ze na vijftien jaar alleen niet nog eens gaan ontkennen en dat ze me wegdrukken in de lasten die wij ook dragen. Want de lasten die hier nu door mij zijn gedragen, daarvan is afgesproken dat we een eerlijke verdeling over zouden hebben omdat de gemeente kwalitatieve eisen heeft aan de foodhal die wij moeten financieren. Er zijn restricties opgenomen die wij hebben geaccepteerd. Alleen wij hebben nooit de afspraak van de gemeente met de gemeente gemaakt dat wij als verzekeringsmaatschappij constant alles moesten betalen en dat trekt schuin. Het enige wat ik wil, dat is een reële mogelijkheid om dit nota bene te kunnen overleven.

17

De voorzitter: Helder. Dank u wel. Ik zag dan nog een vraag van mevrouw Timmerman, GroenLinks. Mevrouw Timmerman: Ja, dank u wel. Ja nee, dank u wel voor uw bijdrage en ik begrijp ook de emotie. En ik vroeg me af: wat zou voor u de ideale oplossing zijn hè, niet de minimale maar de ideale oplossing. De heer Kahraman: De ideale oplossing voor mij zou zijn dat ik de stad deze mooie foodhal kan realiseren, maar waarbij het ook voor mij leuk is om daar werkzaam te zijn. Momenteel is de schade dusdanig opgelopen. Ik zal hem maar noemen dat ik bijna twee ton extra moet gaan lenen om alleen de gat deel te dichten. En het kan toch nooit de bedoeling zijn, zo zijn we niet met de gemeente van start gegaan. Wij zijn met de gemeente van start gegaan dat er een financieel haalbaar plaatje was en daarin wil ik wel gezegd hebben, want dat zit me nog steeds enigszins dwars. Wij hebben bij de residuele berekening afgesproken: ik lever de berekende kosten door een rekenkundig bouwbureau. Die lever ik in en wat doet de gemeente? Die neemt het over en gaat daar een aanname op maken en dat is niet de bedoeling. Zo ben je aan het sturen op de inhoud. En ook dat heb ik geaccepteerd hè, om maar verder te kunnen. En dat was ook niet genoeg. Wanneer is het dan wel genoeg? De voorzitter: Helder. Andere vragen nog voor de heer Kahraman. Niemand.

Dank u wel, mijnheer Kahraman voor uw inspreekbijdrage en het beantwoorden van de vragen van de commissieleden. De commissie gaat nu praten over het onderwerp, over de agendering van uw brief en uw stukken. Is geagendeerd door de VVD en de PvdA. Ik zie dat de heer Heinis van de PvdA als eerste gaat beginnen. Gaat uw gang. De heer Heinis: Dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie is nog steeds heel enthousiast over de foodhal. Het heeft alles in zich om één van de smaakmakers te worden van het vernieuwde centrum Schalkwijk. Daarom waren we heel erg teleurgesteld om te lezen over de moeizame voortgang van het project in de brief die we ontvingen. We gingen in gesprek en we stelden vragen en daaruit blijkt een lastige situatie waar initiatiefnemer en de gemeente op meerdere punten met elkaar van mening verschillen. En we willen graag echt komen tot oplossingen nu en dat de voortgang gewoon weer in het project terugkomt. We stellen daarom voor dat we weer snel aan tafel gaan met de initiatiefnemer en dat we dat ook doen in de aanwezigheid van een onafhankelijke partij die erop toeziet dat we echt voortgang gaan maken. En voor ons kan het echt niet, gewoon niet waar zijn dat dit project gaat stuklopen op een transformatorhuisje. Dat kan ons toch niet gebeuren? En speciale aandacht nog eventjes voor dat ontwerp hè, die vijf ontwerpen die er langs zijn gekomen.

Ja, dat dat nog steeds niet goed is, dat is toch wel, ja dat is toch wel echt onwijs balen. Het gaat in ieder geval om die twistpunten hè. Want gaat het transformatorhuisje nou binnen of buiten het gebouw? Ja, als we nou snel daarover een oplossing kunnen vinden dan kunnen we ook snel het ontwerp afronden en dan kunnen we echt gaan zorgen voor de realisatie, dat hopen wij heel erg. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anderen. Mijnheer Krouwels. Excuus mijnheer Krouwels, eerst de heer Bruch inderdaad, mede-indiener van de brief, mede-agendeerder van de brief. Excuus. Gaat uw gang. De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. Ja, ook voor ons is het de vraag: hoe komen we tot de situatie dat de uitvoering van dit project zo snel mogelijk weer op gang komt? Want ook wij waren in het verleden enthousiast en we zijn dat nog steeds. Het zou echt een verrijking voor Schalkwijk zijn. Dus ja, en ik hoop dat ook nog mee te maken dus ik sluit me helemaal aan bij wat mijn collega van de Partij van de Arbeid heeft gezegd. Ga in gesprek, eventueel met een onafhankelijk iemand erbij. En het kan inderdaad niet zo zijn dat na vijftien jaar zo'n enorm project op het transformatorhuisje blijft hangen.

18

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Nu wel naar de heer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Ja, dank u wel voorzitter. Dit was een paar jaar geleden, dit was een van mijn eerste dossiers die ik het woord mocht voeren namens D66 in de commissie Ontwikkeling, toen gewoon nog in de raadzaal, en toen werd er al gezegd: wat duurt dit lang. En volgens mij was de Raad bijna unaniem eens. Ik was één van de weinige commissieleden nog voor mkb'ers werkt, in dit initiatief spat ondernemersdrift uit. Wat we graag willen zien. En ik heb de tijdlijn gezien en dat raakt D66 ook. Dit is echt voor iets waar de Raad zo unaniem eens was kan dit niet de gang van zaken zijn. Wachten op een gesprek in de dubbele maanden cijfers, daar moeten we ons echt een klein beetje voor schamen. Ik hoor de inspreker zeggen: het is mijn taak om uitvoering te geven aan de wensen van de gemeenteraad. Volgens mij is dat de taak van de gemeente, van onze organisatie. Dus die oproep zou ik ook willen doen. Tot slot zei mijnheer Kahraman ook: zoek samen met ons naar een oplossing. Dat willen we heel graag op het hart drukken van het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Krouwels. Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, we hebben eigenlijk net, ja een zeer emotionele man gehoord die zijn laatste, ja zijn laatste toevluchtsoord bij ons hoopt te vinden.

En ik vind dat eerlijk gezegd echt beschamend. Dat iemand die in die jaren, beginjaren van inspiratie eigenlijk op deze manier tot frustratie is gedwongen. Ik vind dat we daar ons als gemeente echt voor moeten schamen. En hoe raak je zo een fantastische Haarlemse ondernemer die bereid is echt iets toe te voegen aan de stad, hoe raak je die kwijt, hoe maak je hem kapot? Nou, door elke keer weer iets nieuws te vragen. Het lijkt, nou ik word zelf ook een beetje … weet je, dit is nou echt de paarse krokodil op zijn best. Dit gun je niemand. Maar goed, we zitten hier ook om mensen hoop te bieden en kansen. We hebben tijdens de coronacrisis ook laten zien dat we dingen snel kunnen regelen, dat we ook echt in staat zijn om samen de schouders eronder te zetten, zowel de gemeente als de politiek als de stad. Nou, laten we dat alsjeblieft dan ook nu inzetten. En mijnheer Kahraman vanavond, ja toch hoopvol naar huis laten gaan. Wat dit kan denk ik echt niemand accepteren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Aynan. Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel. Ik schrik er natuurlijk ook van en ik denk dat het meest pijnlijke is dat de heer Kahraman zegt: ja, ik voel het alsof ik de verzekeraar voor de gemeente ben geweest al die jaren om problemen op te lossen die in het proces zijn gekomen, dat vind ik een pijnlijke constatering.

Ik merk overigens op dat ik dat in andere projecten buiten Haarlem ook zie in mijn werk, dus ik herken het wel een beetje. Ik denk dat de heer Kahraman gelijk heeft als hij zegt: ik zoek eigenlijk vooral een oplossing bij de gemeente, en dat zou de supervisor zijn. Maar omdat die emotie erin is geslopen denk ik dat het voorstel wat de heren aan de overkant doen om te kijken van: moet daar niet gewoon een mediator komen, iemand die gewoon onafhankelijk, nuchter kijkt: wat zijn de stappen om dit project zo snel mogelijk verder te krijgen? En ik hoop dat daar de handen voor op elkaar komen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel voorzitter. Ik heb de heer Kahraman al eerder gesproken en ook toen was de emotie heel duidelijk voelbaar. Met het CDA besproken en het CDA geeft ook aan heel duidelijk: wij zijn altijd voor dit plan geweest, wij zijn altijd enthousiast geweest. Deze man is een bevlogen man. We willen heel graag dat hij zo snel mogelijk door kan gaan. Dus de oplossing lijkt mij echt wel door naar een onafhankelijke partij

19

te kijken. Dus PvdA en VVD, dank jullie wel voor de voorzet. Dit is gewoon denk ik de beste oplossing om zo snel mogelijk verder te kunnen zodat mijnheer Kahraman inderdaad de hoop erin kan houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Timmerman, GroenLinks. Mevrouw Timmerman: Ja, dank u wel. Ja, bij ons leefde dezelfde emotie in de fractie. Ook wel echt de teleurstelling dat na vijftien jaar dit nog steeds speelt. En we hopen dan ook snel dat er een oplossing komt. En het enige waar ik bij twijfel bij mediation is of het dan niet weer heel lang gaat duren. Eigenlijk zouden wij vooral heel graag voor de zomer gewoon weer een oplossing in de commissie terug willen zien zodat we inderdaad de heer Kahraman hoopvol naar huis kunnen sturen. En daar wil ik toch wel graag op aandringen. De voorzitter: Helder. De heer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, ik loop al jaren mee in het hele plan en het is dus ook eigenlijk een schande wat hier gebeurt. Laten we dat maar eventjes zeggen.

Het is natuurlijk een ondernemer die … de lust gaat natuurlijk weg en ik hoor natuurlijk zeggen: ja, er moet iemand intermediair hebben, maar laten we nou gewoon spoed doen binnen een maand en niet gaan zeggen: we gaan dus weer maanden laten betijen en de wethouder zal ook misschien eventjes iets moeten gaan doen dat de ondernemer zegt: ja, ik ga toch maar eens weer verder praten. Kijk, praten komen we er altijd uit, maar je moet wel ook de gelegenheid krijgen om het te overleggen en dat mis ik en dat is jammer dat het zo lang gaat duren. Dus ik hoop voor mijnheer Kahraman dat het heel snel voor elkaar komt. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Gaat uw gang. Mevrouw Van den Broek: Ja, nou ik kan me wel aansluiten bij wat het voorgaande is gezegd. Maar alvorens naar mediation te gaan tussen deze twee partijen zou ik liever ook nog even reflectie winnen wat er nou intern tussen de supervisor en de welstand mis is gegaan dat het zo uit de klauwen is gelopen. Dus ik zou daar ook nog even reflectie over willen voordat we naar mediation gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ja nou, ik ken weinig ondernemers die zo de harten heeft gestolen van de Haarlemse gemeenteraad. Jaar in jaar uit.

En het is natuurlijk wonderbaarlijk dat mijnheer hier nog steeds zit en dat dat ding er nog steeds niet is, die foodhal. Ik vraag me wel af. Kijk, mijnheer Kahraman heeft de weg naar de gemeentepolitiek fantastisch gevonden. Heel veel mensen lukt dat niet. Dus het is toch ontluisterend hè. Want je vraagt je natuurlijk af: wat speelt zich hier nog verder af in Haarlem als mijnheer Kahraman het al niet lukt om zijn zaak tot een succes te brengen hier na vijftien jaar, dan heb ik toch echt diep medelijden met de mensen die we gewoon nooit hier zien en diep in stilte lijden. En daar zou je wel eens een overzicht van willen hebben van wat gebeurt hier eigenlijk? De voorzitter: Anderen nog. Mijnheer Procee, OPHaarlem. De heer Procee: Dank u wel voorzitter. Ja, we zien hier een man die het gevoel heeft gemangeld te worden door de gemeente. En daar lijkt hij ook gewoon gelijk in te hebben. Maar net als de partij voor de dieren ben ik benieuwd naar de reactie van het college. Ook ik maak mij zorgen. Ja, wat … is dit het topje van de ijsberg en wat vindt er nog meer plaats? Maar daar hoeven we het vanavond misschien niet over te hebben. En daarna moeten we inderdaad een stap voorwaarts maken en gelukkig is de heer Kahraman nog steeds zit er nog

20

zoveel moed in hem, nog zoveel enthousiasme, nog zoveel ondernemerszin dat hij die stap voorwaarts wil maken en ik denk dat dat het belangrijkste is op dit moment en dat we dan ook die stap voorwaarts moeten maken. Mediation kan een oplossing zijn. Ik weet het niet, ik voel meer voor wat GroenLinks zegt: we gaan gewoon de manier zoeken die nodig is en dit moet geregeld worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Procee. Dan gaan we naar wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, om ook maar even te benadrukken. Kijk, we vinden het ook als gemeente ontzettend van belang dat de foodhal in Schalkwijk er komt. Dat kan ook een hele waardevolle toevoeging zijn, hebben we altijd eerder met elkaar besproken, voor juist de revitalisatie van het winkelcentrum, voor die belangrijke plek van het marktplein ook. En we hebben de afgelopen, tijd afgelopen jaren ook heel veel ambtelijke capaciteit en inzet gezet om juist ook de initiatiefnemer, waarvan we ook realiseren dat dat niet een standaard ontwikkelaar is die dit overal doet, om die te helpen om ook zijn plan uiteindelijk verder te ontwikkelen. Dus er zijn ook vaak contacten geweest met de organisatie, met Ark, hè dus de door de Ark gemandateerde supervisor, nou et cetera. U heeft ook technische vragen beantwoord gekregen, daar ziet u ook een deel van het verslag van.

Nou ja, het perspectief ook daarin van de gemeente hoe het proces is gelopen. Voor ons belangrijk dat de plek, het is een belangrijke plek in het winkelcentrum Schalkwijk hè, dus centrale plek, markt op het plein, dus dat moet een mooi alzijdig gebouw worden in het vernieuwde centrum. Nou ja, om ook met die al die kwaliteitsambitie die we daar hebben ook te realiseren. Nou, daar hebben we plannen voor vastgesteld. Er is uiteindelijk ook een bestemmingsplan door u vastgesteld. Er is een koopovereenkomst gekomen. En nou, volgens mij is de heer Kahraman zelfs gekomen dat er uiteindelijk een voorlopig ontwerp lag met nog wel een aantal opgaven wat ook goedgekeurd is door de supervisor. En we zitten nu eigenlijk, nou ik … het zou heel mooi zijn als we de laatste stap, mijnheer Kahraman ook de laatste stap kan zetten om tot een definitief ontwerp te komen en dat we uiteindelijk ook zo snel mogelijk die vergunning kunnen gaan verlenen want dat willen we heel graag. Er worden eigenlijk in de brief van de heer Kahraman een aantal punten aangekaart hè, dat gaat over de ondergrondse containers, dat gaat over het transformatiehuisje en ook de kosten van het ontwerptraject. Nou, van alle drie de punten zijn dat eigenlijk zaken die bij de ontwikkelaar horen hè, dus bij de initiatiefnemer, bij de ontwikkelaar horen.

Hè dus alle drie de zaken zijn niet zaken die de gemeente hoeft op te lossen maar waarvan we de verantwoordelijkheid altijd leggen bij de initiatiefnemer. Nou, ten aanzien van die ondergrondse containers, daar is ook contact over geweest met de ambtenaren. Nou, hebben we ook verschillende lezingen over wie die verantwoordelijkheid zou moeten nemen. Maar we hebben weer goed naar mijnheer Kahraman geluisterd en gezegd: nou, laten wij dan nu de toezegging doen dat wij het ondergrondse containerverhaal van u overnemen. Hè dus dat wij kijken of dat, of dat ook in openbare ruimte kan. Wel liefst dat u dan ook snel die vergunning aanvraagt hè, dus dat we zeggen: nou ja, in principe denken wij niet dat wij dat zouden moeten doen maar we willen u tegemoetkomen en laten we kijken of we die containers ook in de openbare ruimte kunnen doen. Dus dat is de ruimte die er was voor mij en die … nou ja, die ik ook de ambtenaren heb gegeven uiteindelijk om te zeggen: nou, probeer tot een afronding te komen. De andere twee punten hè, want ik hoor u zeggen: ja transformatorhuisje kan het niet op stuklopen. Ja, dat is echt wel een ingewikkelde. Dat zit gewoon in de verkoopovereenkomst die u ook heeft vastgesteld hè, of goedgekeurd. Dat is altijd een zienswijzeprocedure. Ik heb geen ruimte of mandaat om daar te zeggen: nou, die transformatorhuisjes dat doe ik even zelf.

Nee, wij hebben ons beleid en onze verkoop zit erop dat transformatorhuisjes de verantwoordelijkheid zijn van de ontwikkelaar, de initiatiefnemer op eigen terrein inpandig. Dus dat zijn zaken waarin ik niet zomaar kan zeggen: nou, ik doe het wel en ik doe hem ergens anders. En dat is denk ik goed om ook even in breder beleidskader te schetsen. Kijk, dit is een stad die behoorlijk moet gaan verduurzamen. De stroomnet zal behoorlijk verzwaard moeten worden de komende jaren. We hebben als stad gewoon niet de

21

ruimte om in onze openbare ruimte nog even een paar honderd transformatorhuisjes te gaan plaatsen de komende jaren. En over die aantallen hebben we het echt met elkaar. Vandaar dat we dan ook juist heel erg zeggen: nee, als iemand voor zijn nieuwe verbouwing een transformatiehuisje nodig heeft, hangt ook van de functie van het pand af, ja dan verwachten we ook dat dat inpandig en zelfstandig wordt gerealiseerd. Dus dat is uiteindelijk ook de afspraak die we met elkaar gemaakt hebben. En ik … kijk als dat gaat een super of een mediator ook niet oplossen. Want dat is gewoon een contract wat we maar even met elkaar hebben afgesloten. Kijk ik wil best nog een keer teruggaan en ook even nog intern ook iemand laten kijken van hé, de uitleg die wij geven aan dat contract, klopt dat hè. Zijn we inderdaad, zijn wij niet onredelijk, hebben wij dingen als gemeente over het hoofd gezien? Ja, die wil ik echt wel terugnemen om te kijken of onze juridische afdeling, desnoods onze stadsadvocaat of iemand anders daar nog een keer naar kan kijken van: zijn wij als gemeente niet onredelijk? Maar dat is wel het standpunt waar we staan en waar ik ook, ja niet op zomaar bewegingsruimte heb om daar dan ook stappen te zetten. Misschien dat dat wel een belangrijk punt is. Nou, hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de ontwikkelkosten.

Dus dat maakt hem wel ook even taai om hè, u verwacht van mij nu niet een kant en klare oplossing, want die kan ik dus ook niet zo maar bieden binnen de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Ja kijk, u zegt dat u hoopt dat mijnheer Kahraman de laatste stap kan zetten richting de realisatie van de foodhal. En u heeft dat elke keer over ambtenaren, ambtelijke capaciteit, de inzet daarvan, maar bent u zelf niet bereid een stap te zetten richting mijnheer Kahraman om er samen uit te komen? Want dat is ook wat hij net zei hè, hij is bereid om er samen uit te komen. En volgens mij voorzitter, en dat is denk ik wel breed gedeeld hier, we zijn de ambtelijke capaciteit en inzet en iemand anders ernaar laten kijken, dat stadium zijn we denk ik wel voorbij. Deelt u dat met ons? De voorzitter: Zullen we eerst even inventariseren want ik zag meerdere interrupties. Ik zag ook de heer Bruch? Nee niet meer. Mijnheer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Ja, nogmaals voorzitter, ik ben eigenlijk bang dat het weer een hele slepende juridische procedure gaat worden. En dat wil ik, dat is mijn vraag aan de wethouder: los het nou spoedig op dat die ondernemer tevreden is, want zo meteen … De voorzitter: Mijnheer Amand, wat is uw vraag, want u herhaalt wat u eerder heeft gezegd.

De heer Amand: Nee, ik wil even verder vragen aan de wethouder: wethouder, los het nou op met de ondernemer en doe nou spoed, want het duurt te lang. De voorzitter: Dank u wel, dat had u net ook gezegd. Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Ja, ik wil toch even vragen aan de wethouder, want ik hoor best wel veel techniek, contracten en goed, want daar moeten we ons ook aan houden. Maar de inspreker hebben we heel erg gehoord over het proces, hoe lang dat is geweest en daar vinden wij ook wat van. Wil de wethouder daar nog wat over kwijt aan ons als commissie? De voorzitter: Helder verzoek. Dank u wel. Toch de heer Bruch, VVD.

22

De heer Bruch: Ja, ik heb toch nog even een vraag, want ik begrijp dat er is een supervisor bij betrokken om de zaak sneller te laten lopen, maar wat de supervisor suggereert dat blijkt dan achteraf niet te kunnen. Die indruk kreeg ik. Wat, hoe ziet de wethouder dat? De voorzitter: Helder. Oké. Mevrouw Timmerman, GroenLinks. Mevrouw Timmerman: Ja dank u wel. Kijk, ik begrijp ook dat de wethouder niet gelijk een oplossing paraat heeft hè. Ook al is het misschien al, speelt het al zo'n tijd. Maar we zouden dus wel graag die toezegging willen hebben dat er voor de zomer een oplossing weer terugkomt in de commissie en daar zou ik nog graag een uitspraak over willen van de wethouder. De voorzitter: Helder verzoek. Mijnheer Procee, OPHaarlem. De heer Procee: Dank. Ja, de inspreker heeft in zijn stukken duidelijk proberen te maken en duidelijk gemaakt denk ik ook dat de vertraging, de wijzigingen stuk voor stuk op het conto te schrijven zijn van wijzigingen die vanuit de gemeente kwamen. Wie weet dat de wethouder daar ook een toelichting op kan geven? De voorzitter: Wie weet. Anderen nog voor deze, nou mini tweede termijn? Dan gaan we terug naar de heer Roduner. Wethouder Roduner: Ja. Nee, ons beeld is niet dat alle wijzigingen op conto van de gemeente zijn.

We hebben een keer gesprek gehad ook over het verplaatsen hè, dus het iets anders dimensioneren of iets anders op de locatie zetten van de foodhal, daar hebben we nog een gesprek over gehad. Maar ik heb niet het idee dat sindsdien er allemaal wijzigingen zijn op conto van de gemeente, dus dat is mijn beeld niet. Dus nogmaals, als u uw technische vragen goed leest, dan zult u dat ook niet herkennen. Het proces heeft lang geduurd. Nou, wat ik zeg in het, ergens in het eerste traject ergens tot eind 2019 had de heer Kahraman nog een andere architect. Daar is ook een voorlopig ontwerp tot stand gekomen en sindsdien ja, is uiteindelijk niet bij ons een nieuw DO gekomen wat wij, voor zover ik weet, echt hebben kunnen beoordelen en ja of nee op hebben kunnen zetten. Dus daarmee ligt het dan ook denk ik even niet bij ons. We hebben een supervisor. Die is gemandateerd hè, die staat eigenlijk boven de Ark. Dat is altijd hoe supervisoren werken in de gemeente Haarlem hè, dus zij nemen die bevoegdheid van de Ark over op dat punt. Dus ik denk dat we echt, nou ja het is wel volgens mij heel veel gesprekken geweest over nieuwe ontwerpen maar het is nooit geleid tot, ja een DO wat wij nu uiteindelijk kunnen beoordelen en uiteindelijk ook van een vergunning kunnen voorzien. Dus dat is denk ik wel even de zoektocht.

En ik, kijk een stap zetten, ik heb net u gezegd, ik heb, er waren drie punten en ik heb gezegd: één punt heb ik opgelost. Eén punt heeft de gemeente, meer dan ikzelf vond, helemaal overgenomen. En op de andere twee punten, heb ik u net proberen uit te leggen, kan ik geen stap zetten omdat we een koopcontract met elkaar hebben afgesproken wat u als gemeenteraad heeft goedgekeurd. Dus ik ben dan ook heel nieuwsgierig van, want ik hoor hier iemand zeggen: los het op, kom met een oplossing voor de zomer, zet die stap. Wat is dan de stap die u verwacht dat deze gemeente moet gaan zetten? Want dat is denk ik wel de principiële vraag die we moeten stellen met elkaar. De voorzitter: Nee, zonder dat we nu in discussie komen tussen de wethouder en de commissie. Maar interessant wel om even te inventariseren wat de commissie voor zich ziet. Mijnheer Aynan heeft daar een beeld bij. De heer Aynan: Nou, volgens mij is een commissievergadering daarvoor bedoeld om juist het gesprek met de wethouder aan te gaan.

23

De voorzitter: Gesprek inderdaad, maar geen discussie over welles nietes, dit wel niet. De heer Aynan: Anders hebben we u als uitstekende voorzitter. Kijk, ik zou eigenlijk de wethouder willen vragen, dat is wat ik bedoel met stap: we hebben net te horen gekregen dat mijnheer 2,5 jaar wacht op een afspraak. Nou ik denk: u heeft het over een supervisor. Ja, dat is blijkbaar dus niet de oplossing. Daarom zit mijnheer hier in te spreken. Is wethouder Roduner bereid om die stap te zetten om dus dat gesprek aan te gaan? Want het zou zomaar kunnen zijn dat er hele andere oplossingen voor de hand liggen die u niet ziet maar dat u daar dus in samenspraak uit kunt komen. Dat is wat ik bedoel. De voorzitter: Helder verwoord, mijnheer Aynan. Als ik even ook uw discussie aanhoor dan hoor ik eigenlijk een brede oproep vanuit u als gemeenteraad: wethouder, ga zelf dan wel laat het ambtelijk apparaat met supervisor, met de ondernemer in gesprek gaan met zijn architect en eventueel een jurist erbij om te zoeken naar een oplossing en om juist die stap voorwaarts te zetten zodat het richting realisatie kan gaan. Bent u daartoe bereid? Wethouder Roduner: Er zijn al hè, om elk misverstand te voorkomen. Er zijn al heel veel gesprekken geweest. Ik heb gesprekken gehad met ambtenaren, hebben we gesprekken gehad over wat zou de oplossingsrichtingen kunnen zijn.

Zij hebben mandaat gekregen van mij om stappen te zetten. Een gesprek met mij, ook niet met mij gaat daar niks aan toevoegen. Er zijn dus al heel veel op constructieve wijze gesprekken geweest van de ambtenaren, van de hoogste ambtenaren die we in deze zone hebben en wat ik u zeg, de stap die ik kan zetten heb ik maximaal gezet. Dus dat is wat ik u zeg. Dus ik denk dat het te makkelijk is dat we zeggen: los het op met een kopje koffie. Ik hoor dan ook graag van de heer Aynan: wat is de concrete, u heeft de problemen gehoord van de heer Kahraman. U heeft mijn verhaal gehoord, u heeft een uitgebreid technisch verslag gehoord. Wat is dan de stap die u verwacht dat de gemeente gaat zetten om dit op te lossen? En een creatief gesprek is niet meer in deze fase van mijn beleving de oplossing. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Gesprek is altijd goed. Mijnheer Kahraman hebben we net gehoord van dat die welwillend is. Kijk je kunt gesprekken blijven voeren, maar als je in impasse blijft zitten, dan heeft dat blijkbaar geen zin. En als je stappen blijft zetten in de verkeerde richting dan kom je nog verder van een oplossing. Wat ik zeg is: ga inderdaad dat kopje koffie drinken. Neem een uurtje de tijd voor elkaar en kijk waar de echte pijnpunten liggen. Want het kan wel eens zijn dat het niet eens technisch is, maar meer emotie en toon wat dat betreft uw beste kant.

U staat geloof ik bekend als de verleider. Ja. Joh, laat zien dat u dat met Kahraman ook kan doen. De voorzitter: Ik zag … Ja, u mag daar even op reageren. Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Nou, de gemeente heeft zich, want de gemeente en ook de ambtenaren hebben zich maximaal welwillend getoond. Er is ook veel, er is gesprek geweest, heeft ook veel emotie in gezeten. Dus die gesprekken zijn er geweest. Daar hebben we ook een goede ambtelijke organisatie voor die daar volledig voor gemandateerd en te vertrouwen is. Dat zijn degenen die we vragen als organisatie om dit op te lossen. En wat ik u zeg, die welwillendheid die heeft zich ook uitbetaald want wij hebben die … wij hebben een stap gezet. Wij hebben van die drie punten één stap volledig ons bereid getoond om dat voor u te regelen. Sterker nog, ik moest daar nog wel even over nadenken want ik dacht joh: ik heb een afspraak met de gemeenteraad, we hebben afspraken. Ik ga hier toch iets doen waarvan ik denk: nou, hier ik mandaat voor. Ik heb het gevoel dat ik hier het mandaat voor heb. Maar goed, ik doe iets meer dan ik misschien voor een andere ontwikkelaar zou

24

doen. Maar op een gegeven moment houdt het ook op en op een gegeven moment je ook duidelijk zijn als gemeente van ja, dit is de stap die ik kan zetten. Tot hier waren we komen. Wij zijn creatief meegedacht, van alle kanten is de zaak bekeken maar op een gegeven moment houdt het ook op en dan zoek je ook van ja, dan gaat een gesprek om nog een gesprek, nog een gesprek, of nog gesprek gaat ook niet meer de oplossing zijn dus daarom vraag ik ook echt concreter aan u van ja, wat is dan de stap die u denkt dat de gemeente zou moeten zetten? De voorzitter: Dat roept wederom meerdere interrupties dan wel vragen op. We gaan het rijtje even af, mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, mijn vraag is: probeer samen het pad af te bakenen dat bewandeld moet worden. Want ik hoor u zeggen: ik heb geen DO gezien. Nou zeg dan: ik wil een DO hebben en als daar het transformatorhuisje in zit dan kan je wat mij betreft gaan bouwen. Baken samen af wat er nodig is, zodat mijnheer Kahraman weet aan welke eisen die moet voldoen om dit project eindelijk aan de gang te krijgen. De voorzitter: Eens. Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel voorzitter.

Ik zou toch nog terug willen komen op die mediation aangezien de wethouder duidelijk nu aangeeft van ja weet je, een gesprek dat heeft hier niets aan toe te voegen want die heb ik al gehad en we hebben al een stap voorwaarts gedaan. Misschien dat het alleen al om de welwillendheid nogmaals te tonen het toch wel goed is om dat met een derde partij te doen. Hoe ziet de wethouder dat? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Timmerman, GroenLinks. Mevrouw Timmerman: Ja, een gesprek is goed hè. Heldere communicatie is nog beter en ik zie hier wel duidelijk verwarring. Communicatie gebeurt ook aan twee kanten, aan een zender en aan een ontvanger hè. Dus ik zou, ja toch op aan willen dringen om een helder gesprek te hebben. En inderdaad, die afbakening te doen waarnaar de heer Bruch naar verwijst. En daarnaast ben ik ook wel gewoon heel nieuwsgierig om van de wethouder te horen: oké, hoe ziet u dan de weg voorwaarts hè? Niet alleen van wat is er tot nu toe gebeurd, maar hoe ziet u de weg voorwaarts vanaf nu? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja heel kort, ik ben het eens met de heer Bruch en ik zou dat af willen bakenen ook in een helder tijdspad voor beide partijen. De voorzitter: Ja ik zou bijna willen zeggen, zelfde conclusie naar een nieuw rondje.

Kijken wat ze … Wethouder Roduner: Nou, ik denk dat de heer Bruch op zich een, sorry voorzitter ik neem even het woord, de heer Bruch heeft volgens mij, geeft een goed punt aan hè dus, in mijn beleving is het tijdspa… of de weg voorwaarts, waar GroenLinks ook naar vraagt is: nou, dat de heer Kahraman tot een DO komt, dat wij dat kunnen toetsen, beoordelen door de supervisor en dat we uiteindelijk op basis van dat DO en dat ontwerp ook tot vergunningverlening over kunnen gaan. Dat is denk ik de meest geëigende weg. En ik denk dat de heer Bruch goed zegt van ja, is het dan wel helder? Hebben wij duidelijk neergelegd wat wij in ieder geval verwachten uiteindelijk aan het eind van die rit, te verwachten? Nou, ik denk dat het goed is dat wij daar …

25

laten we die schoenen, handschoenen pak ik op. Ik denk dat verstandig is. Daar kunnen we dat tijdspad van de Actiepartij aan toevoegen. Ik denk dat het goed is dat wij aan de voorkant even gaan nadenken van nou, wat zijn dan de openstaande punten die van de gemeente verwacht worden dat dat nog opgelost wordt en dan kunnen we dat uiteindelijk op papier stellen aan de voorkant en ik denk dat we dan vervolgens ook een gesprek doen met de ambtenaren die hier het zonemanagement doen. Vragen we ook om de supervisor daarbij te betrekken en dan hebben we een, kan een driegesprek worden georganiseerd waarin ook heel duidelijk nog even toelichting kan zijn op van nou, dit zijn de dingen die we verwachten en als u dit en dit en dit doet, dan kunt u snel uw vergunning ook aanvragen en erop vertrouwen dat die ook goed wordt goedgekeurd. Dus ik denk dat dat op zich een goeie suggestie is van de heer Bruch. De voorzitter: Mijnheer Aynan, toch nog een keer. U heeft geen tijd meer, maar dat … u bent net verleid door de wethouder om uw tijd op te maken. Dus ik gun u even één vraag. De heer Aynan: Nou, dat is heel welwillend van u. Dank u wel. Voorzitter, de handschoen wordt opgepakt. Nou, dat is een mooi begin. Maar ook richting de commissie een helder tijdspad. Wat gaat u doen en u had het over een driegesprek. Bent u daarbij zelf aanwezig? Wethouder Roduner: Nee.

Daar hebben we gewoon, nogmaals daar hebben we gewoon hele goeie ambtenaren voor. Daar zullen we de supervisor voor vragen. Ik weet ook niet zoveel van ruimtelijke kwaliteit dus u moet mij daar ook echt niet bij hebben. Maar wat ik u in ieder geval kan mee, wat ik in ieder geval zorgen dat u ook zult krijgen als commissie is dat wij hè, we gaan dus even aan de voorkant nog even helder op schrift stellen wat de openstaande punten zijn, wat wij verwachten in het DO, wat dat dan een eventueel tijdspad zou kunnen zijn. Nou, dat zullen we aan de heer Kahraman sturen maar ik denk dat het verstandig is dat ik dat u ook even laat zien. Dat u in ieder geval een beeld heeft van hé, dit is vanuit een gemeentelijk perspectief de stappen die nog gezet moeten worden en dan kunt u daarnaar ook kijken. De voorzitter: Volgens mij een heldere conclusie, een heldere toezegging van de wethouder. Toch het gesprek, toch vanuit verschillende partijen om tafel gefundeerd vanuit een weg van: wat vereist de gemeente dan nog van de ontwikkelaar? En hoe kwam men verder richting een, nou een definitief ontwerp en daarmee ook richting vergunningverlening zodat … Mijnheer Amand, kunt u alstublieft even ophouden met zwaaien, ik ben niet … ik heb niks aan mijn ogen. Mijnheer Amand, ik probeer even conclusie te trekken en daarna kom ik bij u.

Goed nogmaals, het komen tot een definitief ontwerp, definitieve ontwerp richting vergunning te krijgen en daarin met de teams ook te concluderen hoe verder in deze zaak. Die toezegging is genoteerd. En tijds… hebben we niet benoemd. Dat gaat redelijk vlot hoor ik hier. Dan zal, vraag ik de wethouder om contact op te nemen met de ontwikkelaar of vertelt u vanuit de ambtelijk apparaat contact op wordt genomen met de ontwikkelaar zodat er vanuit die zijde ook, nou op korte termijn een afspraak komt om juist dat proces in gang te zetten. Helder? Mijnheer Amand, u had een vraag. U viel niet op hoor, maar ja dat … Nou kijk, het is inmiddels vooraan. Dank. 9.

21.40 uur Vaststellen nota Parkeernormen (FR) De voorzitter: Dan gaan we snel door richting het volgende agenda-onderwerp. Maar er is eerst een changer in de zaal, één moment. Dames heren, we gaan snel verder met de vergadering. Wij hebben het volgende … mevrouw Van Zetten, we gaan verder met de vergadering over het vaststellen van de nota parkeernormen waarbij het beoogde resultaat is de nota parkeernormen, het vormen van een beleidskader voor de ambitie van de stad zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie, Mobiliteitsbeleid en het coalitieakkoord. Dus. Daarbij stelt het college de Raad voor de nota van beantwoorden met de reacties op de ingebrachte zienswijze vast te

26

stellen, de nota Parkeernormen vast te stellen, de beleidsregels Parkeernormen 2015 in te trekken en de commissie wordt verzocht advies te geven aan de Raad over dit collegevoorstel en de wijze van agendering van het raadscircuit in de raadsvergadering. Maar eerst hebben we nog een inspreker: de heer Lei van advocatenkantoor Dentons. Welkom de heer Lei, u mag plaatsnemen. Wellicht heeft het net ook gezien. U krijgt drie minuten tijd van mij om uw inspreekbijdrage te doen. Via de rechterknop op het kastje voor u krijgt u drie minuten. Dank, gaat uw gang. De heer Lei: Dank voor de mogelijkheid om hier in te spreken. Dat doe ik namens mijn client Plaza Residents, bezig op het Plaza West terrein aan de Westergracht met hun woningbouwontwikkeling van 75 woningen die helaas door de gemeente is geweigerd. Daar loopt een procedure tegen en één van de aspecten die daar speelt is parkeren. Daar hebben we het vanavond over. En nou ja, hoewel de nota eigenlijk heel erg positief uit kan pakken voor Plaza Residence zijn er toch een aantal punten die ik u mee wil geven om die nota te verbeteren en ook daadwerkelijk de kracht te laten hebben die, nou ja die eraan hoort te zitten als je de ambitie van de gemeente ziet in het kader van de woningbouw. Ik heb vijf punten waarvan ik denk dat er verbetering mogelijk is.

Het eerste punt is het overgangsrecht, dat is naar aanleiding van inspraak beperkt tot aanvragen die nog niet gedaan zijn of aanvragen die pas net gedaan zijn. En ik denk dat als je kijkt naar de woningbouwopgave en als je kijkt naar het doel en ook de onderzoeken die er kennelijk aan ten grondslag liggen dat je veel beter zou moeten zeggen in die nota: we doen dit niet alleen op nieuwe initiatieven, maar we doen dit ook op initiatieven waar nog een procedure over loopt. Waarom? Omdat als je nu een nieuwe aanvraag indient je alsnog toetst aan die nota en waarom zou je een nieuwe aanvraag moeten indienen als je in bezwaar ook kan toetsen aan deze nota en daarmee het parkeerprobleem wegneemt of als er een uitspraak van de rechter komt, toetst aan deze nota en dan opeens ziet dat er helemaal geen parkeerissue en dus een weigeringsgrond is, mijnheer de wethouder. Tweede punt is de koppeling tussen de nota en het bestemmingsplan paraplu of, parkeren. Je hebt individuele bestemmingsplannen en je hebt het paraplu bestemmingsplan. En als je kijkt naar dat bestemmingplan en de formulering daarin, dan wordt er gezegd dat je alleen maar kan toetsen aan de beleidsnota 2015 of wijzigingen daarop. En hier is geen wijziging aan de orde, hier is gewoon een nieuwe nota aan de orde en sterker nog: de beleidsregel uit 2015 wordt ingetrokken.

Kortom, die regel uit het bestemmingsplan geldt niet meer als u vaststelt wat u nu voorgelegd krijgt. Deze nota had moeten worden voorgesteld als een wijziging op die beleidsregel. Die had niet moeten worden ingetrokken maar moeten worden gewijzigd, integraal, om daarmee aan te sluiten bij die regel. En anders had je in het beleid, of in het paraplu bestemmingsplan de regel moeten aanpassen zodat die verwijst naar het vigerende parkeerbeleid. Door dat niet te doen kan je eigenlijk niet toetsen aan deze nota straks. Derde punt: de verdiscontering van het overgangsrecht in het stappenplan wat in de nota staat. Nergens blijkt uit of dat overgangsrecht nu onderdeel uitmaakt van dat stappenplan of dat dat erbuiten zit en moet worden gezien als een soort afwijking van de nota en daarmee ook een afwijking van het bestemmingsplan, even los van het voorgaande punt. En ik denk dat dat iets is waar ook nog even naar gekeken moet worden. Temeer nu het over, ja ik rond af, temeer nu het overgangsrecht ook een collegebevoegdheid wordt en niet een automatisch toepasbaar recht, wat het normaal gesproken is bij overgangsrecht. Nog twee hele korte punten.

Strijd mobiliteitsplan en beleidsregel, of nota, parkeernota hoe je het wil noemen, daarin wordt niks juridisch bindends over afgesproken in deze nota en als je wil dat het mobiliteitsplan of het masterplan voorgaat, zul je dat hard moeten regelen in deze nota en dat is niet gebeurd. En het laatste punt en dat is eigenlijk meer een vraag is: er wordt gesteld door het college dat er geen hardheidsclausule nodig is omdat de AWB die wel tackelt. Ik denk dat juist als je een hardheidsclausule opneemt in het parkeerbeleid, je laat zien dat je bereid bent om in onverwachte, rare situaties wel gebruik te kunnen maken van die bevoegdheid en daarmee maatwerk te kunnen leveren wat alleen maar kan bijdragen aan de woningbouw, allemaal punten ter verbetering, want in de basis is deze nota natuurlijk fantastisch. Lagere normen, meer ruimte om met andere

27

mobiliteitsoplossingen woningbouw mogelijk te maken, en dat is waar ontwikkelaars, de gemeente, de burger, iedereen behoefte aan heeft. Dus stel hem zo snel mogelijk vast, maar wel met inachtneming van deze vijf punten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lei, voor uw inspreekbijdrage. Zijn er vanuit de commissie vragen voor de heer Lei? Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, meer eigenlijk een soort van … bedankt voor het inspreken overigens, u was waarschijnlijk ook degene die uw zienswijze heeft meegegeven die bijgevoegd is, dat is dezelfde partij. Dan begrijp ik het goed. Wat ik niet zo goed begrijp is dat u nu hier zit, u bent jurist, u vindt dat u in uw recht staat, u vindt dat de gemeente een fout maakt. Waarom moet dat uitgevochten worden bij de gemeenteraad, waarom gaat u niet de gebruikelijke weg van gemeentelijke juristen naar juristen van de partij? De vraag is eigenlijk: waarom zit u hier, wat verwacht u van ons? De heer Lei: Nou, dat lijkt me overduidelijk. U bent volgens mij het voorportaal van de Raad die deze nota gaat vaststellen en u bent volgens mij de partij die nog tegen het college kan zeggen: uw voorstel volstaat nog niet, uw voorstel kan nog op bepaalde punten worden aangepast of aangescherpt of verbeterd. En dat kan ik alleen maar doen via u, via uw commissie of via de Raad.

En ik wil u niet passeren omdat u het voorportaal bent, u in principe de mogelijkheid geeft om met mij de dialoog aan te gaan, mij vragen te stellen waarom ik dat vind. En als ik nu de lands… of de stadsadvocaat bel dan zal die zeggen: ja dat is leuk, dat kan ik tegen het college zeggen, maar als die niet bereid is het voor te leggen dan weet u het niet, dus ik … de enige mogelijkheid om deze punten te adresseren is bij u en u moet ermee doen wat u ermee wilt doen, maar ik geef u als suggestie om ze mee te nemen bij de volgende vaststelling. De voorzitter: Vervolgvraag van mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, want dan heb ik het waarschijnlijk niet goed begrepen. Wat ik begrepen heb is dat er in het verleden een beslissing is genomen waar u tegenaan loopt, waardoor u niet een volledige ontwikkeling kunt doen. De reden daarvoor is een parkeer, dat is de parkeernorm, dat het aantal parkeerplaatsen wat… Nou dat ligt nu. Dan vervolgens komt er een nota waarin de parkeernormen worden aangepast die dan waarschijnlijk beter passen bij dat plan wat u wilt, want ik probeer het alleen maar te begrijpen hè. Zo vaak krijgen we namelijk niet een jurist die hier inspreekt, want dat gaat meestal via andere kanalen. Vandaar dat ik even wil begrijpen waarom voor deze ‘…’ u heeft gekozen.

Dus die parkeernormen bieden voor u mogelijk met enige aanpassing een mogelijkheid om dan toch die woningen te bouwen, moet ik dat zo zien? De heer Lei: Twee dingen. Er loopt nu een procedure tegen een weigering van een omgevingsvergunning. Daarvoor zit ik hier niet. Het enige waarom ik die aanhaalde is wel dat één van de punten waarop die vergunning is geweigerd het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein is. Of je daar wel of niet aan voldoet et cetera. Die discussie vecht ik met liefde uit met de wethouder en zijn advocaten in de rechtbank. Wat ik niet wil is dat ik gedwongen wordt om namens cliënt een nieuwe aanvraag in te gaan dienen de dag nadat u deze nota vaststelt, om dan daarmee één weer allerlei leges te moeten betalen en eigenlijk te constateren dat dan opeens het parkeren geen weigeringsgrond meer is. Want dat is eigenlijk wat hiervoor ligt. De nota, die gaat naar een lager aantal parkeerplaatsen toe voor deze ontwikkeling, maar ook voor heel veel andere ontwikkelingen. Over die ontwikkeling loopt nog een proces. En stel nou dat de rechtbank zegt: gemeente, u heeft het niet goed gedaan. Dan zou de wethouder kunnen zeggen: ja, maar ik heb in mijn beleid of in het door u vastgestelde beleid gezegd: het gaat alleen maar over nieuwe aanvragen, dus dat nemen we niet mee.

Kan hij weer weigeren op basis van iets wat eigenlijk achterhaald is gelet op het feit dat u nu nieuwe

28

parkeernormen vaststelt. Dat is één. En het tweede is dat als ik de dag na vaststelling van deze nota een nieuwe aanvraag indien ik me afvraag en dat is dus dat tweede wat meer juridische punt, of de koppeling tussen het paraplu bestemmingsplan parkeren en deze nota zodanig is dat als die aanvraag getoetst wordt, die wel getoetst wordt aan deze nota of dat hij helemaal nergens aan getoetst kan worden. En als ik al overweeg mijn cliënt te adviseren een nieuwe aanvraag in te dienen met alle dingen die daarbij horen, dan wil ik natuurlijk zeker weten dat deze normen daarop van toepassing zijn. En dat vraag ik me af als ik kijk naar de redactie van de bestemmingsplanregels in relatie tot wat er nu voorligt namelijk: geen wijziging van de beleidsregel, maar volledig … een vaststelling van een volledig nieuwe beleidsregel en de intrekking van degenen waarnaar verwezen wordt in de regels. Dus dat zijn de twee redenen waarom ik hier zit. De voorzitter: Heldere uiteenzetting, dank u wel mijnheer Lei. Overigens is het niet de wethouder die alles hoogstpersoonlijk doet. Doet hij dat namens het college van Burgemeester en Wethouders, ondersteund door het ambtelijk apparaat. Dat. Zijn er verder nog vragen voor de heer Lei. Niemand? Dan dank ik u nogmaals voor uw uitleg en de beantwoording van de vragen. Gaan we als commissie spreken over deze, over het vaststellen van deze nota.

Wie mag ik daarover het woord geven? Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Yes, dank u wel voorzitter. Voorzitter, twee weken geleden bij de behandeling van de duurzaamheidsbegroting in commissie Beheer werd duidelijk dat we nog zes kiloton CO2 te bezuinigen hebben op mobiliteit. Om die opgaven aan te pakken ontkomen we er niet aan om het aantal auto's en autokilometers in Haarlem te reduceren of in ieder geval niet te laten groeien. Staand beleid van de coalitie. Toch, ik benoemde net al even, is ons parkeerbeleid dat het aantal woningen bepaalt dat we kunnen bouwen en niet andersom. Heel veel partijen in deze Raad willen sociale middeldure woningen bouwen. Maar ondertussen laten we ons beperken door dit systeem en slibt de stad dicht. Een systeem dat niet goed rijmt, ook niet voor ontwikkelaars lijkt me, want om al die parkeergarages te financieren achten ze het vaak nodig om ook duurdere woningen toe te voegen. Het voorgestelde model lijkt ons wat star. Het minimum staat vast, maar meer parkeerplaatsen realiseren mag dan wel weer zonder dat daar een grens aan zit. Want we laatst uit de beantwoording van de technische vragen van D66 dat de maximumnorm is losgelaten. Voorzitter, dit staat toch haaks op wat we willen bereiken.

Daarom de vraag: is er overwogen om naar Amsterdams voorbeeld, bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten zowel een minimum en een maximumnorm per categorie toe te passen, waarbij deze voor een groot aantal categorieën op nul zou kunnen staan. Staat de wethouder hiervoor open, dat zou ruimte en flexibiliteit bieden om meer maatwerk toe te passen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Broek. Anderen? De heer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja dank u wel, voorzitter. Nou goed nieuws dat er een nota parkeernormen ligt. Heel erg goed zelfs. Waarin we naast de autoparkeren ook het fietsparkeren gaan normeren. Dat is een lang gekoesterde wens van Actiepartij, dat weet u. Zonder de normen ter discussie te willen stellen, valt ons wel een aantal getallen op, met name bij de fiets bijvoorbeeld de parkeernorm kantoren bezoekers per balie acht. Dat lijkt ons best een theoretisch getal. Wie heeft überhaupt nog een balie in 2023? Parkeernorm voor een apotheek, 17 stuks. Best veel als ik gewoon een centrale apotheek bekijk, dan kan ik me niet voorstellen dat daar 17 fietsen tegelijkertijd voor de deur staan. Waarom is er een verschil tussen een parkeernorm theater en bioscoop? Dat is een technische vraag, realiseer ik me nu. Maar dat is toch, dat valt ons dan op. Verder stellen we wel vragen. Pagina 11, de parkeernorm is een minimum.

Het lijkt ons echter onwenselijk dat meer parkeerplaatsen kunnen worden gemaakt dan noodzakelijk, tenzij het is om de hele parkeerdiscussie lucht te geven, om parkeren uit de wijken weg te halen. Als dat het is, ben ik er hartstikke voorstander van, maar

29

anders snap ik hem niet. En ik mis bij de initiatiefnemers van ruimtelijke plannen de corporaties. Die worden helemaal niet genoemd terwijl me dat toch een hele belangrijke speler lijkt om ook op het parkeren het één en ander te doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja, dank u wel voorzitter. Haarlem kiest voor verlaging van haar autoparkeernormen. Heel Haarlem? Nee. Een aantal Haarlemmers en een bekende liberale fractie blijft moedig weerstand bieden aan dit inperken van de eigen keuze van vervoer. Want ik heb het al eerder aangehaald: het openbaar vervoer, het gaat minder rijden, het gaat minder vaak rijden, het verliest routes. Mensen kiezen na corona liever voor een eigen auto in plaats van het openbaar vervoer. Jongeren hebben tegenwoordig eerder een baan en een auto van de zaak dan een zelfstandige woning. Bij de hoorzitting vorige week hebben we er nog een voorbeeld van gehoord van een mevrouw die zegt: mijn zoon staat acht jaar ingeschreven, heeft nog steeds geen woning, maar wel een auto die hij voor zijn werk nodig heeft. Dus wat dat betreft kunnen we niet aan voorbijgaan dat er gewoon ook behoefte is aan parkeerplaatsen. Is natuurlijk prima als je zegt: ik wil de auto van de straat hebben. Daar is niemand tegen, maar zoek dan een alternatief.

En ik kan me ook voorstellen er worden gebouwen tegenwoordig getransformeerd, helaas lukt het niet altijd, maar van kantoorruimte naar woningen. Als daar een grote parkeerkelder onder zit en daar is veel ruimte voor auto's zou het natuurlijk te gek zijn om te zeggen: sorry, je mag daar maar de helft van gebruiken. Dus wat dat betreft zou een, misschien een hardheidsclausule ook niet zo'n gek idee zijn. Dat brengt me er trouwens op dat ik het wel fijn zou vinden als wij een brief zouden krijgen met een kleine toelichting op de zaken die de inspreker heeft gesteld. Want dat is juridisch zit het aan de grens wat ik in één keer kan bevatten, dus ik zou daar graag een schriftelijke toelichting van het college op hebben wat de juristen van de gemeente daarover denken. En ik ben een beetje bang van de overgangsfase. Je ziet al projecten, ik noem bijvoorbeeld de Koepel waar de aanvraag van de parkeergarage is ingetrokken nadat de bewoners via een procedure hadden afgedwongen dat er meer parkeerplaatsen zouden komen. Je kunt op je vingers natellen dat gewacht wordt op de nieuwe nota en dan komt er een nieuwe aanvraag voor een kleinere parkeergarage en dat zou weer kunnen leiden tot een grotere parkeerdruk in de omgeving.

Dus het is een overgang die ik ook, ja van ik zeg: het is niet duidelijk wat de mogelijkheden zijn, wat … je zou eigenlijk kunnen zeggen: misschien dat als vergunningen eerder zijn aangevraagd dat die gewoon via de oude methode worden afgehandeld, ook als iemand ze intrekt en weer aanvraagt. Daar zal de inspreken niet blij mee zijn, maar dat zou mijn voorkeur hebben. Is er dan helemaal niets goed aan de nota? Ja natuurlijk wel. De fietsparkeernorm is absoluut een verbetering. Want voetgangers en vooral mensen met rollators, rolstoel, die zullen net zo vaak last hebben van wildgeparkeerde fietsen als van foutgeparkeerde auto's. En ook goed wat ons betreft is dat de parkeernorm gewijzigd is naar een minimum in plaats van een maximum. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Mevrouw Linder, ChristenUnie. Mevrouw Linder: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De ChristenUnie steunt de aanscherping van de parkeernormen. Wij willen twee jaar aanpassingen maken. De fietsparkeernormen voor bezoekers. Het kan niet zo zijn dat wij voor strenge autonormen gaan en voor strenge fietsnormen. Het college ziet een balans, maar die zie ik niet. Een strenge autonorm vraagt een ruime fietsnorm. Daarom komt ook ChristenUnie met een amendement: verhoog de fietsnorm van 0,5 naar 0,75. Dat is in het midden. Dan de autoparkeernorm voor bezoekers.

Het college wil bij nieuwbouw bezoekersparkeren altijd op het eigen terrein. Dat een recept voor burenruzies bij gelijktijdige feestjes. Op het wijkniveau kan het prima. De kans dat alle inwoners in de wijk tegelijkertijd een feestje hebben is nul. Inderdaad, natuurlijk mag de parkeerdruk niet toenemen door

30

bezoekersparkeren. De ChristenUnie heeft daarvoor een oplossing. Ga niet alle beschikbare parkeerplekken in de openbare ruimtes salderen. Als je dat doet, dan moeten projectontwikkelaars meer parkeerplekken op eigen terrein realiseren voor bewoners en dan kunnen bezoekers in de openbare ruimte. We wisselen die twee groepen dus gewoon om. Zelfs mensen in de binnenstad hebben een bezoekersregeling. Ik kan niet verkopen dat bewoners van een nieuwbouwcomplex elders in de stad dat niet kunnen hebben. Een bezoekersregeling moeten we gewoon elke Haarlemmer gunnen. Daarom kwamen wij hiervoor met een amendement. Dank u wel. De voorzitter: Helder, dank u wel mevrouw Linder. U had de interruptie al van mevrouw Verhoeff staan. U heeft alleen spreektijd meer, mevrouw Linder maar ik gun u deze interruptie. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Linder doet een voorstel om de fietsnorm te vergroten. Op zich klinkt dat wel positief, maar kunt u aangeven, en ik hoor het anders wel later hoor, als u het niet à la minute kunt, waarom die van 0,5 naar 0,75 zeg maar een door uw geconstateerd probleem zou oplossen of als ik dan luisterde net naar de Actiepartij, is die soms niet ook juist wel groot, de norm? Eigenlijk ontgaat mij even de kern van het probleem.

U zegt ruim, dat kan ik me in vinden, maar is hij niet ruim genoeg en waar toetst u dat op, hoe komt u tot uw norm? Mevrouw Linder: Er is nooit te veel plek voor fietsers, want dan gaan juist meer mensen fietsen en niet met de auto. Dus als er meer plekken zijn voor fietsers, dan gaan mensen dus ook meer fietsen omdat er meer plek is. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Ja, dank u wel voorzitter. Vanavond is in de commissie Beheer gesproken over het reguleren van parkeren en de nota parkeernormen die wij hier vanavond bespreken laat zien wat dat oplevert. De mogelijkheid om 10.000 woningen te bouwen binnen de grens van de stad waarvan het merendeel betaalbaar is, omdat we primair bouwen voor mensen en niet voor auto's. D66 is dus blij dat we deze nota bespreken. We zijn ook heel blij met een aanpassing die gedaan is op basis van de inspraak en op basis van de eerdere inbreng vanuit deze commissie. De mobiliteitscorrectie, oftewel de parkeerplaatskorting rondom het HOV is opgerekt. Maar toch had dat wat D66 betreft best wat ambitieuzer gemogen. Als je op tien minuten fietsen van Haarlem station woont, dan suggereert deze nota dat dat niet uitmaakt voor hun mobiliteitsgedrag.

Het is bijvoorbeeld maar acht minuten of 1,9 kilometer fietsen van het station naar de sauna van Egmond, en D66 denkt dat veel Haarlemmers in deze buurten zijn gaan wonen, omdat je dan niet per se een auto nodig hebt, want je kunt lekker naar het station fietsen, ook naar de sauna. Ik zie u daar graag trouwens, gezellig. Maar dat zien we niet terug in dit beleid en we horen graag van de wethouder of hij nog ruimte ziet om die mobiliteitscorrectie rondom Haarlem station, waar de meeste treinen komen, op te rekken naar twee kilometer, oftewel tien minuten fietsen. Ten tweede een wijziging naar aanleiding van de inspraak waar wij veel minder gelukkig mee zijn. Namelijk de parkeernorm niet langer als een maximum hanteren, maar uitsluitend als een minimum. In het coalitieakkoord hebben we afgesproken dat de stad groeit, maar het aantal auto's niet en we horen graag van de wethouder of hij dat nog waar kan maken als je dit beleid loslaat. En we sluiten ons op dit punt uiteraard aan bij de vragen van de Partij voor de Dieren en de Actiepartij. En tot slot een klein maar heel belangrijk puntje en dat gaat over de deelauto's. Er viel mij op, er staat indien deelauto's elektrisch zijn, moet er een laadpaal zijn.

Dat lijkt me logisch, maar we vragen de wethouder: waarom eisen we niet gewoon dat als er nieuw gebouwd wordt dat we dan ook moderne auto's hebben en elektrische auto's? Goed voorbeeld doet immers goed volgen. Dank u wel.

31

De voorzitter: Interruptie van de heer Van den Raadt op mevrouw Oudshoorn. De heer Van den Raadt: Ja. Bent u dan ook nieuwsgierig hoeveel elektrische auto's we nog in Haarlem kunnen hebben voordat het net uit elkaar klapt? De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Oudshoorn: Ik ben daar zeker nieuwsgierig voor, dus als u dat weet dan hoor ik dat heel graag. De voorzitter: Ik hoor een technisch vraag, maar die gaan we nu niet beantwoorden. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wat ons betreft is de verlaging van de parkeernorm een goede zaak zoals het nu voorligt en ook een logische stap richting de vijftien-minuten stad waar we uiteindelijk volgens mij naartoe willen. Ook zijn we in dat kader blij met de fietsparkeernorm en het meenemen van de afwijkende mate van de huidige fietsen bij parkeren. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik word regelmatig voor mij schokken gereden op het fietspad door Fatbikes en bakfietsen. Dus als die ergens rustig kunnen staan, is het mij een lief ding. Nou.

De heer Bruch van de liberale partij, u zei het net zelf: we zijn het niet zo heel vaak eens als het gaat over auto's en over parkeren, maar op één punt moet ik u wel gelijk geven: dat op moment dat je echt toewerkt naar zo'n vijftien minuten stad en je wil dat iedereen, dat die stad goed bereikbaar is binnen vijftien minuten, alle voorzieningen in ieder geval. Dan moet je ook zorgen dat je fijnmazig openbaar vervoer ook op orde is voor de mensen die niet kunnen wandelen en niet kunnen fietsen. Dus dat is een belangrijk aandachtspunt waarvan ik zeker weet dat de wethouder daar al heel druk mee is, daar twijfel ik niet aan maar ik wil het toch nog een keertje zeggen. Nou volgens mij, verder heb ik … De voorzitter: Mevrouw Klazes, u heeft een interruptie van mijnheer Van den Raadt, Trots. Mevrouw Klazes: Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, want waarom twijfelt u daar niet aan? Bij de laatste vergadering van de provincie Noord-Holland kwam klip en klaar duidelijk dat ze zo weinig geld hebben dat ze echt niet meer een bushalte of een buslijn ergens nog kunnen realiseren. Tenminste tot 2027, dus dat kan nog een tijd duren. Mevrouw Klazes: Ja, dat kan. Ik was niet bij die vergadering, maar ik ken u als een eerlijk man dus u heeft ongetwijfeld gelijk als u dat zegt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12687341/1