CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

03-04 transcript Commissie Samenleving

commissie Samenleving 1 april 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 4 maart en 18 maart (alleen naar aanleiding van)36.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 4 maart 2021

1.

19.10 uur Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Ik hoor een echo van mezelf. Goedenavond, welkom bij de vergadering van de commissie samenleving op 4 maart 2021. Het is weer een digitale vergadering, en dat blijven we voorlopig misschien nog twee keer doen. En dan hopen we dat de avondklok eraf gaat en we weer lekker fysiek bij elkaar hier kunnen gaan vergaderen. Maar voorlopig moeten we het dan eventjes digitaal op deze manier doen. U heeft allen weer het verzoek gekregen de woordvoerders aan te geven voor de woordvoerderslijst die u toegezonden heeft gekregen. En aan de hand van deze lijst zal ik dan ook het woord geven in dezelfde volgorde. Indien u toch in reactie op andermans inbreng of tweede termijn het woord wenst, dan graag even hiervoor de chat gebruiken. Niet de handjes. Gewoon even in de chat aangeven, heel kort, interruptie of punt van de orde of anderszins. U kunt de spreektijdenklok weer vastpinnen aan uw beeld. U weet het, gewoon even op de poppetjes klikken bovenin, zodat u alle deelnemers ziet. Daar staat ook de spreektijden klok bij. En dan kunt u even op de puntjes klikken en dan kunt u hem vastmaken, zodat u hem altijd in het scherm zult zien. Dat was even dat. Gaarne ook weer de microfoon dempen als u niet het woord heeft, want dat scheelt weer een hoop achtergrondgeluiden. Berichten van verhindering.

Ik heb geen berichten van verhindering gekregen, behalve dat de VVD niet digitaal zal deelnemen aan deze vergadering. Maar we weten hun inbreng inmiddels. En voor de rest … Ja, dit was even de opening.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar het vaststellen van de agenda. En zoals u weet is de agenda aangepast in verband met digitaal vergaderen, dat is maximaal vier uur. En er is een extra vergadering van de commissie op donderdag 18 maart, dus dat is de vrije week, van 18:15 tot 19:30 uur gepland. Want we krijgen de punten niet af in deze vergadering, dus we moesten al wat doorschuiven. En waarschijnlijk komt er misschien nog wat meer bij zelfs. De agendapunten opinienota hoe gaat Haarlem om met het vrijlaten van giften binnen de participatiewet en de voortgang pilot trajectbegeleiding economisch daklozen, zijn doorgeschoven naar deze extra vergadering. Deze extra vergadering is kortom een vervolg op deze reguliere vergadering en daarom enkel nog een bespreking zijn van de daarop geplande stukken. Kunt u verder akkoord gaan met deze agenda? Oké, dank u wel.

3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan gaan we even naar de mededelingen. Graag willen wij u polsen of u interesse heeft voor een regionale raadsessie waarin het actieprogramma aanpak huiselijk geweld wordt toegelicht. En de regiovisie verbinden en versterken in de aanpak van huiselijk geweld is vorig jaar vastgesteld door de gemeenteraad. En in deze regionale raadsessie wordt het actieprogramma aanpak huiselijk geweld toegelicht. Een belangrijk onderdeel van het actieprogramma is samenwerken voor veiligheid volgens de visie gefaseerd samenwerken voor veiligheid. En in de raadsmarkt wil het college u verder informeren over deze visie op de gefaseerde ketenzorg en de daarbij behorende top drie methodiek. We horen graag of er belangstelling is voor het organiseren van deze raadsmarkt. En ja, dan zal u via de Raadzaam weer verder worden geïnformeerd. Maar ik zie al een hoop meldingen via de chat dat wel goed gaat komen. Dan hebben we nog mededelingen van de wethouders. Ik heb een mededeling, hoorde ik, van wethouder Rog over de kunstgrasvelden. Ga uw gang, wethouder Rog.

1

Wethouder Rog: Ja. Dank u wel, voorzitter. Uw raad heeft een krediet vrijgegeven voor het vervangen van een aantal toplagen van kunstgrasvelden. Dat gaan wij doen. En vlak voor die vervanging wordt er altijd de grond bemonsterd, zoals dat zo mooi heet. En daarin, bij die bemonstering, is bij het kunstgrasveld bij Olympia een verhoogde waarde van zink aangetroffen. En dit hebben wij conform de wet ook gemeld bij het bevoegd gezag. Zijn we over in gesprek dus met onze specialisten rond bodemverontreiniging. En met hen bespreken we nu ook het vervolg. Dat zal in ieder geval zijn aanvullend onderzoek, en daarna de afweging of er verder gemonitord moet worden of dat er gesaneerd moet worden. Ik dacht er goed aan te doen u dit vast mede te delen. De voorzitter: Dank u wel. En dan hebben we nog een mededeling van wethouder Botter over de ISH-ISK. Ga uw gang, wethouder Botter. Wethouder Botter: Ja. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. We hebben daar natuurlijk uitgebreid met elkaar over gesproken en van gedachten gewisseld. Er is eigenlijk geen ideale oplossing te bereiken, dat betreur ik. Ik heb ook verschillende keren gekeken naar andere mogelijkheden om tot een oplossen te komen. Dat is niet gelukt.

En wat mij betreft zullen we er als college voor zorgen dat er geen kinderen op straat komen te staan, en dat het noodzakelijk is om de verantwoordelijkheid op ons te nemen om te zorgen dat ieder kind straks op een normale manier naar school kan. Dat betekent dat wij na ampel beraad hebben besloten dat de ISK uiteindelijk naar de Schoterstraat gaat. Dat we daar met hen in gesprek gaan om te kijken of er nog aanvullende aanpassingen mogelijk zijn. Ik begrijp dat men ook later op de avond nog verder wil gaan inspreken, en dat is natuurlijk ieders goed recht. Ik denk alleen dat we ons nu zo langzamerhand moeten gaan richten op de toekomst, en gaan kijken van hoe we met elkaar van deze situatie het beste kunnen maken. We hebben inmiddels vergaande gesprekken gevoerd, ook met het ISH. Die is inmiddels bereid ook om naar de Paulus Mavo te gaan. En ik zit gewoon met handen en voeten gebonden als het gaat over de mogelijkheden die we hebben om partijen te huisvesten. Het is nogmaals niet een ideale situatie, maar het is wel op dit moment de enige situatie die we kunnen realiseren. En we gaan in de toekomst kijken hoe we de zaak verder kunnen vormgeven. Maar de tijdsdruk is dermate hoog dat we nu tot actie moeten overgaan. Ik hoop dat u begrip heeft voor de situatie. Ik vind het erg vervelend, en ik begrijp ook dat het niet is conform de wensen die u eerder heeft geuit.

Maar het college heeft besloten dat we op dit moment prioriteit moeten geven aan het verhuizen in plaats van dat we het nog langer verder uitstellen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ja, ik zie dat de heer Oomkes een reactie wil geven. De heer Oomkes, we gaan hier geen debat voeren verder. Dus ik wil u verzoeken om een hele korte reactie te geven. Want nou ja, er is al genoeg over gesproken, en de wethouder is volgens mij duidelijk. De heer Oomkes. De heer Oomkes: Even over het laatste wat u zegt, voorzitter. Ik vind het alles behalve dat er voldoende over gesproken is. Ik vind het een ernstige vorm van mismanagement op een cruciaal thema. Ik vind het ook ten aanzien van de betrokken schoolbevolkingen echt van een gedrag die verdere bespreking nodig maakt. De wethouder kan doen en laten wat hij wil, die scholen zonder enige tegemoetkoming in die gebouwen stoppen. Maar ik wil deze gang van zaken bespreken en ik wil het graag agenderen voor de volgende vergadering. De voorzitter: Dank u wel. 4.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: We gaan verder met de agenda komende vergaderingen. In de agenda trof u weer een actuele actielijst en een jaarplanning aan. En zoals u weet, heeft kunnen zien, staan er veel stukken gepland voor deze

2

agenda, zoals de toekomst zwembaden, krediet nieuwbouw turnhal, aanpassing van de GR participatiebedrijven, et cetera. Er wordt dan ook nog goed gekeken naar welke zaken er urgent zijn en prioriteit behoeven, en welke eventueel op een later moment aan de orde kunnen komen. En heeft u hier nog vragen over? Zo ja, even via de chat aangeven. Nee? Dan gaan we verder met de vraag of de commissie nog ter kennisname stukken die ze wil agenderen voor een volgende vergadering. De heer Oomkes: Voorzitter, mag ik … U bent even te snel, voorzitter. De voorzitter: U wilde wat zeggen, ga uw gang. De heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Ja, ik wilde graag … Dank u wel, voorzitter. Ik wilde graag voor de volgende vergadering agenderen de gang van zaken rond de kunstijsbaan Haarlem. We hebben met een meerderheid in de raad afspraken gemaakt ten aanzien van de openstelling, zondag openstelling. En daar is gewoon geen duidelijk antwoord op gekomen. En deze zaak wil ik besproken zien in de commissie. De voorzitter: Ik snap dat u dit wilt agenderen. Alleen de vraag was natuurlijk in welke commissie we dit gaan behandelen. Het is een stuk dat gaat met name over duurzaamheid en het gaat over vergunningen. En we moeten nog even gaan kijken welke commissie daarvoor het beste dat gepland kan worden. En ik weet niet of misschien de wethouder nog iets wil toelichten.

En anders kijken we er even verder naar. Wethouder Rog. De heer …: Nee … De voorzitter: Wethouder Rog, heeft u nog iets toe te voegen? Wethouder Rog: Nou ja, kijk, als uw commissie of een commissie daarover wil spreken, dan kan dat natuurlijk. Alleen de situatie is dus zo dat wij als college in ieder geval het gesprek zijn aangegaan met de ijsbaan en geen wettelijk instrumentarium hebben om verder in te grijpen, ondanks het feit dat wij dat nadrukkelijk wel onderzocht hebben. Dus ja, dat is de situatie. En als daar de behoefte aan is om verder het gesprek over aan te gaan dan kan dat natuurlijk. Maar ik vrees dat dat niet tot, ja, dat die mogelijkheden er niet na dat gesprek wel zullen zijn. De voorzitter: Dank u wel. Maar goed, het is geen … Ja, het gaat wel over sport. Maar de kwestie is een vergunning die verleend is. Dus … De heer Oomkes: Voorzitter? Voorzitter? De voorzitter: De heer Oomkes. De heer Oomkes: Het maakt mij niet uit waar het geagendeerd wordt. De voorzitter: Oké, we gaan het dan even uitzoeken en daarna komt het in een commissie komt het wel weer terug. Dank u wel. Ik zie al in de chat ook dat de ChristenUnie punt 1.2 wil agenderen. En dat verzoek heb ik ook al van GroenLinks gezien. Ik neem aan dat daar meerdere … Nou, ik vraag gewoon even aan u of u dit ook wilt agenderen? Het is HVO-Querido, uitkomsten vervolgonderzoek. Ja.

Oké, dan komt er een agenderingsformulier uw kant op om in te vullen. Mevrouw Booms dan in dit geval. En dan kunt u die weer terugsturen met de rede van agenderen. Zijn er nog meer stukken die u wilt gaan agenderen voor een komende vergadering? Nee.

3

5.

Transcript commissie d.d. 4 en 10 februari 2021 (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Dan gaan wij naar het volgende punt. En ik mis wel … Wacht even hoor. Ik mis het … Ja, nee, het transcript. Vijf, het transcript van de vorige commissie. En ik geloof dat mevrouw Stroo daar iets over wilde zeggen? Ja? Mevrouw Stroo, ga uw gang. Mevrouw Stroo: Ja, dat klopt. Bij het transcript van 4 februari staat op bladzijde 26 in de zesde regel van mijn bijdrage over de verhuizing van de ISH en ISK, dat de criminaliteit bestreden wordt met behulp van het kledingproject. Dat moet natuurlijk zijn, Lely-project. De voorzitter: Ja, klopt. Ja. Mevrouw Stroo: Dat wilde ik toch even rechtzetten. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dus het Lely-project in plaats van kledingproject. Goed, is er nog iemand anders die iets over het transcript van één van deze twee vergaderingen wil zeggen? Nee.

6.

Niet tijdig beantwoorde raadsvragen (procesmatig, niet inhoudelijk)

6.1 Schriftelijke vragen ex art. 38 CU m.b.t. Coronasteun vanuit de TONK regeling De voorzitter: Dan gaan we naar, even kijken, punt 6. Dat is even een melding procesmatig. Even kijken hoor. Dit betreft de artikel 38 vraag van de ChristenUnie met betrekking tot coronasteun vanuit de TONK-regeling. En de commissie is via het bij de agenda gevoegde tussenbericht geïnformeerd over het verlate moment van de beantwoording van deze artikel 38 vraag van de ChristenUnie. En de beantwoording zult u weer aantreffen bij de volgende agenda. Overige punten ter bespreking 7.

19.20 uur Verwervingsstrategie jeugdhulp vanaf 2022 (JB) De voorzitter: Gaan we naar punt 7, dat is een bespreekpunt. Dat is de verwervingsstrategie jeugdhulp vanaf 2022. Het college vraagt de commissie of zij zich kan vinden in de kaders en de uitgangspunten van de regionale verwervingsstrategie en de lokale ontwikkelingen die worden geschetst in de opinienota verwervingsstrategie jeugd. De regionale verwervingsstrategie gaat uit van een integrale opdracht ten behoeve van een select aantal strategische partners om de verbinding tussen jeugdhulp, sociale basis en het CJG te realiseren. Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de commissie samenleving, zodat de commissie input kan leveren op de regionale verwervingsstrategie jeugdhulp. En ook is nog door de participatieraad een advies op dit stuk gegeven, welke nog aan de agenda is toegevoegd. En voordat we naar de commissie gaan, wil ik eerst het woord geven aan twee insprekers die zich hebben gemeld. Dat is mevrouw Dors van de vaktherapeuten. Mevrouw Dors, u krijgt 3 minuten de tijd. En dan … Doe uw verhaal. En tegen het einde zal ik u ongeveer even een seintje geven dat de 3 minuten om zijn. Mevrouw Dors, ga uw gang. Mevrouw Dors: Ik zal even … Ik hoor op de achtergrond de andere vergadering nog aanstaan, die zal ik even gauw uitzetten. Excuus.

In 2015 werd de vrijgevestigde vaktherapie door een aangenomen motie toegelaten tot de jeugdhulp in Haarlem, en kan het worden ingezet via een Jeugdwet PGB. Het werken op Jeugdwet PGB leidt al 6 jaar tot problemen voor jeugdigen, hun ouders, verwijzende jeugdprofessionals van de jeugd gezinsbescherming, de CJG, scholen en voor ons als vaktherapeuten. Te lage tarieven, bijbetalingen door

4

ouders, lang wachten op een start van behandeling en te beperkte uren om goed met ouders, scholen en andere hulpverleners integraal te kunnen samenwerken. We wilden daarom graag meewerken in een traject samen op weg naar de beste jeugdhulp, maar werden, ondanks vel verzoeken hiertoe, niet uitgenodigd. Er werd ons gemeld dat dit gericht was op ingekochte zorg en dat vaktherapie daar niet hoort en ook niet in de toekomst. De vrijgevestigde vaktherapeuten en hun cliënten zijn duidelijk niet betrokken geweest bij dit project. En dat wordt ook duidelijk in de plannen zoals ze vandaag voorliggen. De wethouder deed de vorige vergadering de toezegging opnieuw te kijken naar de positie van vaktherapie, omdat deze niet duidelijk zou zijn. Uit de bijlagen, die we ook naar de wethouder gestuurd hebben, blijkt dat deze positie wel duidelijk is. Het is de gemeente zelf die de positie van vaktherapie niet erkend en drempels opwerpt. En het is gemakkelijk toezeggen hier nog eens naar te kijken als er plannen liggen waarin alle vrijgevestigden eigenlijk niet voorkomen. In het document regionale verwervingsstrategie worden er in paragraaf 8.3 slechts vier zinnen aan vrijgevestigden besteed. De inzet van vrijgevestigden, dus ook vaktherapeuten, past binnen de doelen van de Jeugdwet en ook in de uitgangspunten van de gemeente Haarlem. Normaliseren, laagdrempelig, in de wijk, betaalbaar.

De inzet van vrijgevestigde vaktherapeuten draagt bij aan het verminderen van wachtlijsten van de jeugd GGZ en soepele samenwerking met scholen. Vaktherapeuten richten zich ook op ouders en het gezin. En vaktherapie is door het non-verbale karakter bijzonder geschikt voor jeugdigen die nog onvoldoende taal hebben om over hun problemen te praten of niet over hun problemen willen praten. Het is daardoor ook geschikt voor jeugdigen met een migratieachtergrond die nu nog ondervertegenwoordigd zijn binnen de jeugdhulp. Moet een gemeente niet juist een gevarieerd aanbod van verbale en non-verbale therapieën hebben, zodat er voor alle jeugdigen een passende behandeling geboden kan worden? Vaktherapeuten kunnen in het speelveld jeugdhulp inzetbaar zijn in meerdere lagen van de sociale basis tot aan de gespecialiseerde jeugdhulp. De gemeente wil nu de kosten voor de jeugdhulp onder controle krijgen en legt deze opdracht bij jeugdhulpaanbieders neer. Uit het onderzoek van Berenschot blijkt echter dat 25 tot 29 procent van de kosten naar het organiseren en coördineren van zorg gaat. Wat gaat de gemeente doen om deze overheadkosten te verminderen, zodat het geld ook echt aan zorg besteed kan worden? De voorzitter: Mevrouw Dors, kunt u gaan afronden? Mevrouw Dors: Ja, ik heb nog twee zinnen ongeveer.

Het juist de gevrijgevestigden die werkend op eigen contracten weinig overheadkosten hebben en daarbij bijdragen aan betaalbare jeugdhulp. Bovendien leidt het verplicht moeten aanhaken bij een strategisch partner juist tot meer overhead, minder snelle start van hulp, minder keuzevrijheid voor laagdrempelige hulp voor jeugdigen en ouders. Vandaar ons dringende verzoek aan de commissie om erop aan te dringen bij de wethouder om behoud van zelfstandige inzet van alle vrijgevestigden in het speelveld jeugdhulp. De voorzitter: Dank u wel. Dan verzoeken we even de microfoon ook uit te zetten. En dan gaan we door naar de volgende spreekster, dat is mevrouw Damen. Mevrouw Damen krijgt ook 3 minuten de tijd. Ga uw gang. En daarna kunnen we even de commissie eventueel wat vragen laten stellen aan beiden. Ga uw gang. Mevrouw Damen, u mag gaan spreken. Mevrouw Damen: Dank u wel. Geachte commissieleden, wij spreken hier namens onze vereniging 0 tot 23. Een vereniging waarbij 45 vrijgevestigde BIG-geregistreerde psychologen, orthopedagogen en psychiaters zijn aangesloten. Bij toeval zijn wij in de afgelopen week gestuit op de stukken met betrekking tot de verwervingsstrategie jeugdhulp. Het verbaast ons dat wij als samenwerkingspartner van de gemeente niet worden geattendeerd op de publicatie van stukken in dit kader.

Temeer omdat we in de afgelopen periode regelmatig met elkaar om tafel hebben gezeten. Wij verbazen ons ook over hoe een plan met betrekking tot

5

grote reorganisatie van de jeugdzorg tot stand kan komen, terwijl onderzoek naar knelpunten ten aanzien van de huidige manier van werken niet is gedaan of nog niet is afgerond. Wij snappen de wens de jeugdzorg overzichtelijker te maken en delen jullie visie over normaliseren, zorg op maat en meer continuïteit van zorg. Wij begrijpen ook de noodzaak tot het besparen van de kosten. Wij maken ons echter zorgen over wat de gevolgen voor de zorg zullen zijn wanneer de beschreven plannen worden uitgevoerd. De organisatiestructuur die wordt beschreven, zou onder andere moeten zorgen voor verlichting van administratieve lasten bij de gemeente en besparing van de kosten, maar zouden juist kunnen zorgen voor toenemende bureaucratie, bijkomende administratieve lasten en oplopende kosten. Maar nog meer hebben we zorgen over de gevolgen voor onze cliënten die risico’s lopen op langere wachtlijsten, verminderde zorgcontinuïteit en verminderde keuzevrijheid. Als vrijgevestigden bieden we vaste gezichten, zorg op maat, dicht bij huis en werken we nauw samen met onder andere scholen, verwijzers, ketenpartners. En wij zijn allen specialistisch geschoold en bieden een specialistisch en gevarieerd behandelaanbod, terwijl de kosten veel lager zijn dan bij de grote instellingen.

Dit blijkt ook uit een pilot geleid door de gemeente in 2017, waarin naar voren kwam dat alle jeugdhulp in onze regio slechts 2,5% van de totale kosten naar de vrijgevestigde jeugd GGZ gaat, terwijl we zorg bieden aan ongeveer 25% van alle cliënten die jeugdhulp ontvangen. Deze cijfers zijn door u als gemeente aan ons gegeven. In meerdere gesprekken met de gemeente hebben wij gevraagd om actuele cijfers met betrekking tot wat de kosten zijn van ons als laagdrempelige aanbieders. We willen u vragen deze informatie alsnog te verstrekken. Wij vragen ons af, rechtvaardigen de recente cijfers een compleet nieuwe organisatiestructuur van ons als vrijgevestigden met alle kosten die dat met zich meebrengt. Zowel van onze cliënten als van huisartsen, POH-GGZ, kinderarts van JGZ, horen wij terug dat de korte lijnen met onze praktijken, een goede samenwerking en de toegankelijkheid een groot goed is. In de stukken met betrekking tot de verwervingsstrategie staat beschreven dat de gemeente het aanbod van de vrijgevestigden wil behouden, echter wel in een organisatiestructuur die we niet vinden passen bij het vrijgevestigd werken. De voorzitter: Mevrouw Damen, wilt u ook gaan afronden? Mevrouw Damen: Ja, ik ga afronden. We zien daarom een groot risico voor het verliezen van onze kracht en kwaliteit als vrijgevestigden, en maken ons zorgen over wat dit doet met onze cliënten.

We willen een appel doen op de commissieleden om zorgvuldig om te gaan met de zorg, de cliënten en degenen die zorg verlenen. We zijn bereid om in nader gesprek een uitgebreidere toelichting te geven of mee te denken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja. Ik hoor … Volgens mij luistert u ook mee, mevrouw Damen, via Notubiz. Dus het beste is om die even te dempen, het geluid, en alleen via Teams te luisteren. Ik zie een vraag, twee vragen eigenlijk, van mevrouw Stroo. Mevrouw Stroo, ga uw gang. Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja, ik heb een vraag aan mevrouw Dors over de vaktherapie. Hoe kan de vaktherapie vorm krijgen in de sociale basis? Hoe kan ik dat voor me zien? Mevrouw Dors: Nou, vaktherapeuten zijn heel breed inzetbaar. Wij zijn natuurlijk een groep die niet per se met diagnosis te maken hoeft te hebben om hulp te kunnen bieden. Dus ik weet … Wij hebben bijvoorbeeld Yvonne, beeldend therapeute, en die heeft bijvoorbeeld ook een groep als knappe koppies. Dus meer in de preventieve hoek voor hele slimme kinderen. Ik weet, we hebben speltherapeute Hedwig, en die hebben ook heel lang geleden gewerkt aan een project voor hele jongen kinderen, samen met ouders, om aan hechting bijvoorbeeld te werken. Dus ook daarin zou je, los van alleen maar kinderen individueel in therapie, kunnen we ook op dat soort plekken van alles bieden.

Juist omdat wij van lichte problematiek tot zeer complex, en van alles eigenlijk kunnen doen. Dus op die manier zijn we eigenlijk heel breed inzetbaar.

6

De voorzitter: En u had nog een vraag voor mevrouw Damen zag ik, mevrouw Stroo. Ga uw gang. Mevrouw Stroo: Even kijken hoor. Ik begrijp dat u nu samenwerkingspartner bent, maar dat u … Hoort u me? Mevrouw Damen: Ja. Mevrouw Stroo: Ja. Maar dat u in de nieuwe verwervingsstrategie niet mee bent genomen, klopt dat? Mevrouw Damen: Nou, dat moet natuurlijk nog blijken of wij daarin mee worden genomen. Er wordt wel iets gezegd over dat de vrijgevestigden, dus dat we … Dus dat het werken met een vrijgevestigde, dat ze dat willen behouden. Echter wordt een organisatiestructuur beschreven waarin een verplichte samenwerking moet worden aangegaan met een aantal strategische partners, waarvan wij nog niet weten welke dat zijn en wat hun rol precies gaat zijn. Maar dat we niet meer op de manier waarop we nu werken, kunnen werken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Een vraag die ik stel, een eenmalige vraag, maar die stel ik aan beide dames. Ik wil graag van allebei een antwoord hebben. Ik heb het gevoel dat in de verwervingsstrategie, zoals die nu staat, u een soort rol van onderaanneming moet gaan inkleuren. Waarbij u vanuit de hoofdaannemer, de organisatie die een geïntegreerd aanbod levert, kan worden uitgenodigd om in dat geïntegreerde aanbod een bijdrage te leveren.

Wat ziet u daar eigenlijk van als voor- of nadeel? Dank u, voorzitter. Mag mevrouw Dors beginnen? Mevrouw Dors: Is goed. Ik zat al naar Esther te wijzen. Ja, het voordeel of nadeel. Ja, ik zie vooral nadelen. Omdat in de praktijk blijkt eigenlijk nu dat eigenlijk weinig grote instellingen echt actief naar ons op zoek gaan en verwijzen als er iets nodig is wat zij niet kunnen bieden. Andersom ben ik een vrijgevestigde waar mensen gewoon nu zelf kunnen zoeken wat willen ze? Er is echt keuzevrijheid. Je kunt geadviseerd worden door allerlei mensen en instanties, door je scholen, over wat is een prettige plek, waar hebben we goede ervaringen. En dan kan iemand gewoon zelf hulp zoeken. En op het moment dat ik dan zeg, ik moet dat eerst via een hoofdaannemer vragen, betekent dat er tijd overheen gaat voordat die hoofdaannemer daar wat van vindt. Dan kan het natuurlijk ook nog gebeuren dat die zeggen, ja, het is heel leuk dat iemand zich bij jou in de praktijk aanmeldt, maar wij bekijken het hier in het team en wij vinden eigenlijk dat er iets heel anders moet gebeuren met die ouders. Dus die ouders die eigenlijk bewust voor je kiezen, worden in een organisatie een hele andere kant op gestuurd. Dat is wat we nu al vaak zien gebeuren als we mensen naar het CJG sturen om een PGB aan te vragen. Dan worden ze ook alle andere kanten opgestuurd.

Dus ja, wij zien vooral de keuzevrijheid voor ouders verminderen, de laagdrempeligheid voor ouders verminderen, die verplicht worden om ineens ook met een grote organisatie iets te gaan doen, waar ze expres voor kiezen om dat niet te doen. Ja, zo kan ik nog een hele lijst opnoemen. Dus ik zie nog weinig voordelen eigenlijk. En ik denk dat we het beste kunnen samenwerken met elkaar op het moment dat je niet al die schakels ertussen hebt, officieel, om het met elkaar te regelen in contracten en allerlei systemen. Ja, dus dat is één van de nadelen. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Damen. Mevrouw Damen: Ik kan me daar deels bij aansluiten. Onder andere bij het belang van de keuzevrijheid van de cliënt. Wij worden als vrijgevestigde ook vaak bewust gekozen. Dat zijn mensen die daar expliciet voor kiezen. We zijn laagdrempelig, mensen hebben direct met ons te maken. Wij komen aan de telefoon, wij doen de intake, het is zijn korte lijnen. En dat soort dingen zullen verloren gaan als er over meerdere lagen moet

7

worden bedacht wat voor de cliënt nodig is. Dat zien wij als grote nadelen. Voordelen, eerlijk gezegd kan ik daar weinig over zeggen, want die zien we niet zo gauw. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul. De heer Smit: Dank u wel. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel, mijn vraag is net beantwoord. De voorzitter: Heel mooi. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, goedenavond mevrouw Dros. Wij kennen elkaar nog uit de vorige periode, toen hebben we u vaak langs zien komen. En eigenlijk gaat mijn vraag ook daarover. Ik ben u een beetje uit het oog verloren. Ik weet eigenlijk niet wat er is gebeurd na die motie, hoe het toen is gegaan. Kunt u daar iets over vertellen hoe die samenwerking met de gemeente is gegaan? En of de inrichting, de huidige constellatie, een beetje voldoet aan wat u ervan verwachtte? Mevrouw Dros: Ja, dan zal ik het heel snel proberen te zeggen. We zijn natuurlijk toen eens geweest met de motie om aangenomen te worden. Een jaar later zijn we geweest omdat de tarieven met €20 per uur kelderden. Dus we worden nog steeds, al 5 jaar, zonder her indicering voor precies hetzelfde bedrag onderbetaald, flink. We lopen nog steeds aan dat we op PGB moeten werken, waardoor ouders eerst naar en CJG moeten. Dat kan 6 tot 8 tot 10 tot 12 weken duren voordat iemand hulp krijgt. Ouders moeten heel mondig zijn.

Er heerst een PGB ontmoedigingsbeleid, dus iedereen wordt zoveel mogelijk naar zorg in natura gecoacht. Dus ouders moeten echt zeggen, dat wil ik niet, ik wil naar deze vrijgevestigde vaktherapeut toe. Ja, dat heeft onze relatie met het CJG heel erg lang flink onder druk gezet, en dat is heel erg vervelend voor zowel ouders als voor ons. Want je begint in een intake gelijk met, u kunt bij ons terecht, maar dan zult u wel heel mondig moeten zijn bij CJG. En dat is niet hoe je met het CJG en met ouders naar het CJG wil samenwerken. Dus laten we zeggen dat we het nog steeds bijzonder moeilijk hebben in deze constructie. En we hadden gehoopt dat dat nou eens zou gaan verbeteren. De voorzitter: Dank u wel. En mevrouw Verhagen, Trots Haarlem. Mevrouw Verhagen: Ja, mijn vraag is eigenlijk ook al beantwoord door wat mijnheer Smit heeft gevraagd. De voorzitter: Nou, dat is mooi, dank u wel. Dan wil ik u beiden hartelijk bedanken voor uw inspraak. En ja, u moet wel denk ik de vergadering verlaten. En dan gaan wij door met het behandelen van het punt. Dank u wel. Mevrouw …: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Graag gedaan. 7.1 Advies participatieraad op opinienota verwervingsstrategie jeugdhulp De voorzitter: Dan gaan wij door met het punt. En dan wil ik het eerste volgens de lijst het woord geven aan de heer Sepers van de PvdA. Ga uw gang. De heer Sepers: Dank u wel, voorzitter.

Met spanning hebben we uitgekeken naar deze stukken. Want in de discussies rond de begroting was het ook, ja, werd voorgeschoteld als een soort keerpunt om te komen tot

8

een streven naar een duurzame, kwaliteitsrijke en financieel haalbare toekomst van de jeugdhulp. Nou en dat is mij nog niet meegevallen om dat in deze stukken te ontwaren. Wat mij betreft zijn deze stukken, die munten uit in een gebruik van veel te veel jargon. Vanwege de tijd zal ik dat niet toelichten met voorbeelden. Maar voor een gemiddeld gemeenteraadslid is dat toch wel vrij zwaar. Twee, wat mij ook opvalt in de stukken is dat er eigenlijk helemaal niets gezegd wordt over de groep waar het om gaat, namelijk onze jongeren in Haarlem. En dat mis ik toch wel, een analyse van onze jeugd in Haarlem en waar de jeugdhulpverlening op zou moeten inspelen. Drie, qua doelstelling en uitgangspunten bevat de notities allemaal brave formuleringen, maar het wordt veel te weinig concreet. Als voorbeeld noem ik bijvoorbeeld het ontbreken van een ‘…’beleid om preventie veel centraler te stellen. En ook de strijd tegen de perverse prikkels, zoals bijvoorbeeld op het gebied van de dyslexie, wat vaak door de wethouder als voorbeeld is genoemd, daar kom ik niks op tegen. Vier, het is opvallend dat in de stukken bijna geen cijfers genoemd worden. Alleen maar het aantal contracten die er nu zijn en wat het in de toekomst zou moeten zijn. Maar dat lijkt me toch wel heel vreemd om geen enkele cijfermatige toelichting te zien. Het volgende punt, dialooggerichte aanbesteding.

Ja, dat begrip dat vind ik in de vorm waarin het nu gebruikt wordt nogal inhoudsloos. Met alle respect dat ik heb voor oudminister-president Lubbers, vind ik dit nogal een Lubberiaans woordenspel, dus één en al wolligheid. Volgende punt, het streven om te komen tot een relatie met slechts drie strategische partners ontbeert een analyse van wat er allemaal nodig is aan reorganisatie en de organisaties binnen daarachterliggende op te bouwen netwerkorganisaties. Worden dat onderaannemersconstructies met alle problemen van ketenaansprakelijkheid, verantwoordelijk, et cetera, van dien? En hoe zit het met de kwaliteitsborging als we die weg op gaan? Er wordt ook met geen enkel woord gerept over de juridische haalbaarheid en houdbaarheid van deze zogeheten dialooggerichte aanbesteding. Ik had daar absoluut een juridische beschouwing over verwacht. Wat zijn de juridische risico’s? Waar zitten in dat hele proces inhoudelijk gezien de kritische factoren? Waar zitten in het hele proces de procesmatig kritische factoren? En onze voorlopige conclusie is dat de notities alles bij elkaar wel enig inzicht geven in het wat, maar vrijwel geen enkel beeld van het hoe. Een voorbeeld is bijvoorbeeld ook dat de bekostigingsvorm dat die volledig in het midden gelaten wordt. Er wordt van gezegd, nou ja, dat zien we werkende weg wel.

Ja, daar kan je natuurlijk alle kanten mee opgaan, en dat maakt het hele proces kwetsbaar. Wij vinden, de PvdA-fractie, vindt het op dit ogenblik onverantwoord om groen licht te geven voor het vervolg. We moeten ons niet op laten jagen. In principe kunnen we nog in de huidige constructie 1 jaar verder. Het gaat tenslotte om groot geld. Over een periode van 9 jaar gemeten over 300 miljoen euro voor alleen Haarlem al. Dat is de helft van de jaarlijkse begroting. En ja, ik … Ook als commissie heb ik er wel behoefte aan, en dat is een voorstel aan de commissie, of wij niet zouden moeten zoeken naar advisering door één of meerdere wetenschappers op het gebied van de jeugdhulp over de vraag of een dergelijke constructie zou kunnen werken en onder welke voorwaarde. Een advisering vanuit de jeugdautoriteit, en ook een advisering vanuit een andere gemeente, via bijvoorbeeld de VNG. En misschien is het goed om daar een raadsmarkt over te organiseren. Het laatste punt wat ik heb, is dat de positie van de commissie en die raad, dat die mij volstrekt onhelder is. Wat mij betreft, wat onze fractie betreft, is het zo dat het bij een dergelijk grote klus, dat de raad daar uiteindelijk een eindbeslissing over zou moeten nemen, en ook over de eventuele tussenstappen. En ik zie in de tijdschema’s helemaal niets van een eindbeslissing of een tussenbeslissing door de raad.

En daar hoop ik dat de wethouder ook enig licht op gaan geven. En ja, ik zie heel veel risico’s. En soms droom ik er dan van, zou het niet beter zijn om de jeugdhulp weer publiek te organiseren. Ik weet dat dat geen populair standpunt is. Maar ja, als je dit op je in laat werken, zou dat bijna een wens kunnen worden. Kortom, wij zijn nog absoluut niet zover dat we zeggen, dit is een goede weg en zo moet het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Stroo, Jouw Haarlem.

9

Mevrouw Stroo: Ja. Dank u, voorzitter. We praten over de verwervingsstrategie jeugdhulp vanaf 2022. Als Jouw Haarlem vinden we het belangrijk dat inwoners die hulp zoeken voor hun kind, deze hulp kunnen vinden, en dat het duidelijk is waar en voor wat je terecht kunt. Daarbij vinden we het belangrijk dat de hulp tijdig ingezet kan worden en voorhanden is. Beide aspecten lezen we terug in het stuk. We zijn verheugd te lezen dat het een onderdeel van hun strategie is om de vindplaatsen uit te breiden, bijvoorbeeld op scholen. We juichen het toe om publicaties over wat het CJG aan opvoedondersteuning kan bieden op plekken komen te hangen waar men met regelmaat komt. Zo wordt de hulp laagdrempelig. Het wijkcentrum vormt hierbij een belangrijke schakel. Zeker als men daar al is geweest voor een activiteit. In die zin zijn we er ook een voorstander van om de hulp dicht bij huis te organiseren. Maak de hulp zo gewoon mogelijk, voor het kind en voor de ouders-opvoeders. Opvoeders hebben vaak het idee dat het aan hen ligt, denken dat ze niet genoeg opvoedkwaliteiten hebben. Terwijl elk kind, een gezin, wel eens een steuntje in de rug kan gebruiken. Het inzetten van praktijkondersteuners vinden wij een goede ontwikkeling. Niet onnodig diagnosticeren, indiceren, met als voordeel dat men gelijk kan starten met het geven van hulp in de sociale basis.

In dat opzicht vindt Jouw Haarlem de acceptatieplicht van de zorgaanbieders en het weghalen van schotten, begrijpelijk en positief. Het zal hopelijk het in hokjes denken en etiketten plakken op een kind doen afnemen. Door het verdwijnen van de schotten kan de ook door ons gewenste integrale samenwerking tussen gemeente, jeugdhulp aanbieders en andere partijen tot stand worden gebracht. Eén aanspreekpunt is daarbij een voorwaarde, zodat het duidelijk is voor iedereen. Dit komt de dienstverlening ten goede. In de vorige commissie heeft de wethouder gezegd dat er zeker ook een specialistisch jeugdaanbod komt. Het volume van de specialistische hulp, maatwerkvoorziening en begeleiding, zien wij tot onze schrik veranderen van de grote van een skippybal naar de grote van een stuiterbal, schematisch weergegeven op bladzijde 11 in de opinienota. Wij vinden deze volumedaling wel heel rigoureus en denken dat het beter is om van de skippybal eerst een voetbal te maken. Bent u dit met Jouw Haarlem eens? Wordt het aanbod niet te klein? Als het nodig is moet er een garantie zijn van specialistische hulp, zodat een kind niet vastloopt in zijn ontwikkeling, waardoor er voor het kind en ouders perspectief blijft op verbetering. Maar dit bent u volgens mij wel met me eens.

Klopt dat? Jouw Haarlem vindt het prima dat de wethouder eerst met de zorgaanbieders gaat praten over deze verwervingsstrategie. Zij kunnen als geen ander deze strategie toetsen op werkbaarheid in de praktijk. We horen graag wat er uit de gesprekken komt. Dan naar aanleiding van de inspreeksters. Ik heb een aantal vragen. Kan de praktijkondersteuner het kind en de ouders doorverwijzen naar de vaktherapie en de vrijgevestigden? Zo nee, hoe kunnen we deze hulp die snel inzetbaar is, dicht bij huis, snel op- en afgeschaald kan worden, toch blijven inzetten zonder wachttijden? Wat vindt u van de mogelijke groepslessen die zij kunnen bieden in de sociale basis? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaaf ik nu het woord aan mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Dat vergt altijd enige voorbereiding. Ja, dank voor de manier waarop wij als raad worden meegenomen in dit proces van aanbesteding van de jeugdhulp. We hebben wel zorgen over de haalbaarheid van het hele proces. Er moet nog heel veel gebeuren, veel gepraat, veel afgesproken, bekostigings- en verantwoordingssystemen moeten opnieuw worden vormgegeven. En last but not least, er moet een cultuuromslag plaatsvinden, want dat is wat transformatie is. En daar is nu eenmaal tijd voor nodig voor alle partijen.

Vraag aan de wethouder, wat zijn de consequenties van het eventueel verlengen van de bestaande contracten met een jaar? En zou het geen goed idee zijn om nu die druk van die ketel te halen en hiertoe alvast te besluiten? Vooropgesteld, GroenLinks deelt de visie van het college inzake de transformatie van harte. Het uitgangspunt van de nieuwe Jeugdwet en decentralisatie was vooral dat de problemen van de jeugd zoveel mogelijk voorkomen zouden moeten worden in plaats van genezen. Preventie dus. Metaforisch gezegd, voorkomen dat het kind van de schommel valt, in plaats van het te moeten gipsen bij een gebroken

10

been. Dat was ook al het uitgangspunt in 2015 toen de gemeenten de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg kregen. In dit stuk staat, wederom metaforisch, dat we kinderen vooral moeten laten schommelen, maar we gaan het van jongs af aan leren hoe ze veilig kunnen schommelen. Als ze toch vallen, leren we ze hoe ze hun val zelf kunnen breken, en we leggen ook nog rubber tegels neer. En als het goed is, zullen we hoogstens een paar Hansaplastjes nodig hebben voor een geschaafde knie. En die pleister wordt bij voorkeur aangebracht door iemand uit het netwerk van het kind. Dat is de bedoeling in de toekomst. Preventie, normaliseren en hulp en ondersteuning dichtbij. Daarnaast streven we naar een overzichtelijk en minder versnipperd zorglandschap met minder bureaucratie. En ook dat vindt GroenLinks uiteraard een prima plan. Maar de noodzaak voor specialistische hulp is alleen maar gegroeid sinds 2015, en daarmee zijn de kosten bijna onbeheersbaar geworden. Wat gaat er mis, wat zien we over het hoofd? Gaat het steeds slechter met onze jeugd? Is ons vertrouwen op de lichte preventieve ondersteuning dicht bij huis wensdenken? Of kan het wel, de zo gewenste kanteling van zwaar naar licht? Er wordt gewerkt met dialooggerichte aanbesteding om de samenwerking tussen de verschillende partners in dit stadium zoveel mogelijk te borgen. Utrecht deed dit ook al.

En het rapport wat ik las over dit traject, stemde optimistisch. Maar zij deden vooraf wel een paar pilots met de manier van werken van waar ze naar streefden uiteindelijk, en waar zij nu ook in verder zijn gegaan. Utrecht gaat op dit moment nog een stapje verder in zijn transformatiedoelen. Zij hebben uiteindelijk twee strategische partners verworven die het grootste deel van de benodigde specialistische zorg wijkgericht aanbieden. Hun samenwerking met partners in de sociale basis, huisartsen en onderwijs, zit bijna op het niveau van de sociale wijkteams. Utrecht liet daarbij ook de jeugd zelf deel uit maken van de gesprekken tijdens de dialoogrondes, en dat heeft geleid tot een blijvende functie voor twee jeugdigen als adviseur cliëntperspectief. Ook zij zijn met een op kinderen gericht lesprogramma input gaan ophalen op basisscholen. GroenLinks vindt dit een logische beslissing. Het gaat om het kind, hoewel deze in het technische deel van de verwerving amper meer genoemd wordt.

Vraag daarom ook aan de wethouder, is buurtgerichte specialistische zorg een model waar Haarlem ook op stuurt? Zijn er in Haarlem ook jeugdigen betrokken bij dit verwervingsproces? Zo nee, is de wethouder bereid om te kijken naar het voorbeeld van Utrecht? En is er contact met de collega’s van Utrecht over de werking van de dialooggerichte aanbesteding in de praktijk? Verder, één van de negen doelstellingen van de verwerving is dat de bekostiging en verantwoording zal veranderen, zodat er minder administratieve lastendruk zal ontstaan. Er wordt tegelijkertijd gesteld dat het aantal direct gecontracteerde strategische partners zal verminderen met de nieuwe aanbesteding, maar hoogstwaarschijnlijk het aantal partijen dat daadwerkelijk uitvoert, niet veel zal schelen met de huidige situatie. Dat betekent volgens mij per saldo dat de bekostiging voor een groot deel gecentraliseerd zal worden bij een aantal strategische partners die dan vervolgens werken met onderaannemers. Nog een vraag aan de wethouder, hoe voorkomen we dat het administratief uitputtende systeem van verantwoording en bekostiging niet gewoon nu verschuift naar de verantwoordelijkheid van deze strategische partners? De contractduur zal 9 jaar zijn, dat is een hele lange periode. De stakes zijn bij een dergelijk langdurig contract wel hoger voor de partners.

En dat betekent dat een eventuele tussentijdse ontbinding grote gevolgen heeft voor de partner en ook dat het besluit waarschijnlijk aangevochten zal worden. Is de contractduur verdeeld in fases, zoals in Utrecht, waar na de eerste 3 jaar om de twee jaar wordt verlengd? En heeft de lange duur van de contracten aan de voorkant gevolgen voor de keuze van de partners? Tot slot nog twee algemene opmerkingen. Het hebben van een actief sociaal netwerk is voor elke leeftijdsgroep belangrijk en kan heel goed helpen bij de preventie van problemen. Is er een programma dat uitgerold kan worden op Haarlemse basisscholen dat met name inzet op het versterken van je eigen netwerk? En nog een vraag, ik heb hem al eerder gesteld, de jeugd heeft het als gevolg van corona zwaar. Het gebrek aan perspectief leidt vaak tot depressies en een gevoel van machteloosheid. Ik kan me voorstellen dat het beroep psychische ondersteuning zal groeien de komende tijd, en wordt hier rekening mee gehouden in de aanbesteding? Tot zover.

11

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank je wel, voorzitter. Ja, voor ons … We bespreken de verwervingsstrategie voor jeugdhulp. En we schrikken nogal, en daarbij sluiten we ons aan bij wat collega’s van de PvdA en ook GroenLinks al hebben gezegd, van de gekozen aanpak. We zien dat er niet meer specialistische hulp wordt ingekocht, maar dat er een aantal inschrijvers wordt gevraagd … Dat aanbieders wordt gevraagd om alle hulp te bieden die er nodig is. Ja, dat is dus … Dat is natuurlijk … Het is ondenkbaar dat er een partij te vinden is die alle hulp kan bieden. Dus zullen alle inschrijvers op zoek moeten naar samenwerkingspartners om die hulp te gaan bieden. En daarmee zien wij dus eigenlijk dat de opdracht, de regie die de gemeente nu heeft op het veld, verschuift naar een aantal strategische partners. Eigenlijk laten we het, zoals dat wel vaak genoemd wordt, aan de markt over. Dus een aantal marktpartijen gaan bepalen welke hulp er wel en niet geleverd kan worden. En op zichzelf is er natuurlijk wat voor te zeggen om dat aan zorgprofessionals over te laten, in plaats van aan de gemeente. Maar aan de an… ‘…’ [geluid valt uit]. De voorzitter: Oh jee. De heer Hulster? De heer Hulster: Of dat de grote strategische partners vaak moeite hebben om met kleinere partijen samen te werken.

De voorzitter: De heer Hulster? De heer Hulster: Omdat ze vinden dat de zorg die zij aanbieden de enige juiste en beste zorg is. Pardon? De voorzitter: Ja, u was even een paar seconde niet meer te horen, het beeld was bevroren. Dus misschien dat u even 10-15 seconden terug kan gaan in uw betoog. De heer Hulster: Ja. Dus nou ja, het lijkt op zich een verstandige keuze om aan vaktherapeuten of aan zorgprofessionals te laten bepalen wat de goede zorg is die er geboden wordt. Maar het nadeel daarvan is natuurlijk, en dat horen we ook al uit het relaas van de vaktherapeut, dat die strategische partners vinden dat wat de zorg die zij kunnen bieden natuurlijk de beste zorg is en er daardoor moeite mee hebben om de zorg door te spelen naar andere partijen. Dus wij hebben grote zorgen bij deze manier van werken. Wij zien hier inderdaad een stap richting marktwerking in, en dus minder controle voor de gemeente. En dan gaan we het natuurlijk ook nog eens samen met een heleboel andere gemeentes doen, waardoor de rol van de raad verder uitgehold wordt. Hebben wij straks dus nog wel controle? En hoe gaan we de 30% administratieve lastenverlichting realiseren met deze aanpak? Want grote partijen zijn tot nu toe nog niet heel efficiënt gebleken. En juist kleine aanbieders blijken heel efficiënt en hebben juist weinig administratieve kosten.

Dus er zijn een aantal voorbeelden waar juist veel meer zorg door vaktherapeuten en vrijgevestigden wordt geleverd en die juist op die manier een kostenbesparing hebben gerealiseerd. Dus we zijn eigenlijk verbaasd over deze aanpak. Want in ons gevoel leidt het helemaal niet tot een kostenverlaging, maar juist een bestendiging van de kosten en misschien wel een kostenverhoging. En dan is er nog een laatste punt. We zien inderdaad dat er gepoogd wordt om steeds meer zorg naar de sociale basis toe te duwen. Nou zit de sociale basis ook niet heel ruim meer in zijn vel, dus wij maken ons daar wel zorgen om. We zien dat er aan alle kanten nu allerlei taken naar richting de sociale basis worden geduwd, en dat lijkt ons helemaal niet verstandig. En ook het streven om zoveel mogelijk te normaliseren klinkt wel goed, maar dat is eigenlijk het grote probleem in de zorg, dat er steeds meer normale zorg wordt geleverd, dus pleisters plakken, want dat kunnen we best wel goed, terwijl dat juist de zware gevallen buiten schot blijven. En juist de regionale samenwerking, zoals de provincie dat vroeger leverde, maakte het mogelijk om voor een heel klein groepje

12

zware gevallen een specialistische zorg te leveren, waarmee je een heleboel problemen oplost. En daar zien we weer, lezen we, in dit stuk in ieder geval niks van terug. En dat is eigenlijk onze grote zorg. Want ja, de gewone zorg leveren, dat zullen we heus wel kunnen. Maar het gaat er juist om om die kleine groep mensen die nu heel veel aandacht vergen, om daar een goed zorgarrangement voor te leveren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter. Voor ons ligt de basis voor de nieuwe verwervingsstrategie jeugdhulp 2022. Ik heb een aantal zorgen en een aantal vragen. Als deze ververwervingsstrategie uitgevoerd gaat worden, heeft de gemeente straks te maken met hoofdaannemers en onderaannemers. Wie bepaalt welke onderaannemers de hoofdaannemers onder hun hoede krijgen? Tweede vraag is, is de hoofdaannemer inhoudelijk verantwoordelijk voor de zorg die de onderaannemer biedt? Wie controleert de kwaliteit van de zorg van de onderaannemer? Vraag is, hoe wordt de onderaannemer betaald? Direct door de gemeente of moet de hoofdaannemer de onderaannemer uit gaan betalen? Hoofdaannemers krijgen te maken met een grotere administratieve last. Een deel van de administratie verschuift van de gemeente naar de hoofdaannemer.

Staat daar een financiële vergoeding tegenover of moet de zorgaanbieder deze lasten en kosten zelf dragen? Wethouder, ik hoor graag uw antwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar mevrouw Verhagen, Trots Haarlem. Mevrouw Verhagen: Dank u wel, voorzitter. Complimenten toch voor deze aanzet tot een verwervingsstrategie, die onzes inziens inhoudelijk nog wel wat uitgewerkt moet worden. Wat dat betreft sluiten we ons aan bij de heer Sepers en de heer Hulster. Desalniettemin lijkt het erop dat de wildgroei aan aanbieders, en de financiën, zo toch onder controle kan worden gebracht. Waarschijnlijk ontstaat zo een beter inzicht in de werkwijze van de diverse instanties. Uit de recente brandbrief van de organisatie Scheiden zonder lijden, blijkt daarover grote ontevredenheid, bij enkele organisaties dan. De begeleiding door meerdere, soms tegelijkertijd langs elkaar heen werkende, instanties bleek zelfs tot schrijnende situaties te hebben geleid. Dat zal hopelijk met de beoogde samenwerking van jeugdhulp en de sociale basis ondervangen worden. Verder blijkt uit de bijgevoegde stukken dat Haarlem meedoet aan een vervolgonderzoek van Follow the money. Dat is mooi, want daarmee wordt het financiële reilen en zeilen meteen transparant.

En zal het voor met name kleine bureautjes moeilijker worden om te hoge winsten te maken op kosten van de gemeente, zoals bleek uit het voorafgaande onderzoek van de Follow the money. De op zich gewenste ambitie tot preventie, triggerde bij Trots toch wel enige bedenkingen. Wellicht enigszins gechargeerd. Maar wij vragen ons af hoe die vroegsignalering op de zogenaamde vindplaatsen als scholen, sport en zelfs speelplaatsen zal verlopen. Om erachter te komen of een kind in de gevarenzone komt, moeten er immers data verzameld, gecombineerd en uitgewisseld worden, aangevuld met gegevens van andere diensten. Daarbij vragen we ons ook af in hoeverre een dergelijke profilering en mogelijk stigmatisering zelfs contraproductief kan werken, een self fulfilling prophecy in werking kan stellen. Niet voor niets wordt psychotherapie bij sollicitaties en zelfs de huisarts liever niet vermeld, omdat die niet direct te diagnosticeren fysieke klachten dan al snel tussen de oren situeert. Verder vragen we ons af hoe lang gegevens bewaard zullen worden. En met wie ze mogelijk onbewust worden gedeeld.

Met andere woorden, is daar voldoende zicht op? En welke privacy garanties worden er geboden? En hoe kan de burger dat controleren? Dat de AVG wellicht door onkunde niet voor de overheid geldt, blijkt wel uit SIRI, de toeslagenaffaire en het op straat komen te liggen van coronatestdata die nog vers in het geheugen liggen. Dan moet ik even verder. Ook krijg ik als voormalig leerkracht en vertrouwenspersoon in het basisonderwijs een heel unheimisch gevoel bij de gedachte dat hulpverleners van buiten de school zomaar in de groep aanwezig zijn. Natuurlijk wordt er wel eens een leerling geobserveerd, maar dat is dan op aanvraag

13

van de leerkracht of IB ’er met een duidelijk omschreven individuele onderzoeksvraag, en niet als screening van buitenaf. Trots ziet dan ook liever zo weinig mogelijk bemoeizorg en ook geen geformaliseerde samenwerking tussen enerzijds school en vrijetijdsvoorzieningen en anderzijds de hulpververlening. Indien nodig weten die elkaar best te vinden. En daarmee is de keuzevrijheid, zoals de inspreekster ook al aangaf, tevens gewaarborgd. Verder leert even googelen dat de zo prachtig lijkende kansencirkel uit het gewraakte GIRFEC-systeem komt. De named person met beslissingsrecht is er nog net niet bij. Maar de kansencirkel plaveit wel de weg naar bevoogding volgens een staatsideologie. Het is de taak van de staat om kinderen tegen uitwassen als kindermishandeling en geweld en misbruik te beschermen. Maar het is aan de ouders om te bepalen wat zij veilig en gezond voor hun kind achten. Kinderen mogen niet gezien worden als assets van de staat. Daarbij heeft onderzoek uitgewezen dat al dat voorschoolse extra taalonderwijs aanvankelijk wel helpt, maar uiteindelijk geen enkel verschil maakt. Ook heb ik bij orthopedagogiek, mijn bijvak, geleerd dat professor Dumont ernstig waarschuwt voor vroeg ingrijpen.

Dat zou het ontwikkelingsproces alleen maar verstoren, terwijl de ouders het natuurlijke vertrouwen in hun kind verliezen en een lager zelfbeeld en zelfvertrouwen het gevolg kan zijn. Dit klinkt allemaal wat gechargeerd, maar is zeker niet ondenkbaar. Trots zou de wethouder daarom willen vragen om de grenzen tussen bevoogden en faciliteren inzichtelijk te definiëren en te formuleren hoe deze bewaakt en gecontroleerd kunnen worden. Overigens achten wij de inzet op armoedebestrijding, wonen, onderwijs, spel en sport een veel betere preventie. De Impact van het ontbreken van deze essentiële zaken op het ontstaan van psychosociale problematiek wordt door de coronamaatregelen pijnlijk duidelijk. En wij vragen ons ook af en in hoeverre dat is meegenomen in de verwervingsstrategie, zoals mevrouw Klazes ook al vroeg. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. We gaan naar de heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja. Dank je wel, voorzitter. Het college vraagt ons of wij in kunnen vinden in de kaders van de uitgangspunten van de regionale verwervingsstrategie en de lokale ontwikkelingen die worden geschetst in de opinienota verwervingsstrategie jeugd. Het valt niet mee om een antwoord te geven op deze vraag. Allereerst vind ik het niet duidelijk wat de concrete uitwerking van zo’n integrale opdracht is. Vraag aan de wethouder.

Welke selectiecriteria worden gehanteerd om tot een juist werkbaar aantal strategische partners te komen? En op welke wijze wordt de sociale basis hierbij betrokken? En hoe wordt gewaarborgd dat de sociale basis ook werkelijk invloed heeft binnen jeugdhulp en de sociale wijkteams? Ik mis in het stuk de betrokkenheid van de jongeren zelf. Daarom vraag ik hierbij aan de wethouder een groep jongeren met ervaring in de zorg, als cliënt welteverstaan, bij de plannen te betrekken. Ik vraag me af of het resultaat van een dialooggerichte aanbesteding goed zal zijn. Daarom stel ik voor om niet alleen geïnformeerd te worden, zoals in dit stuk staat. Maar wij vinden het meten van resultaten en inzicht in gebruik aan zorgkosten ook belangrijk. Wij willen graag ook hierover geïnformeerd blijven. Tegelijkertijd wil ik van het college weten of het mogelijk is om tussentijdse beëindiging van contracten op het moment dat de partners geen goed werk leveren. Zijn hiervoor criteria gemaakt waar iedereen aan moet voldoen? Voorafgaande aan de aanbesteding moet uitvoerig gesproken worden met partners in de stad, zoals huisartsen, psychologen, vaktherapeuten, onderwijs en jongeren, om van hun ervaring in de praktijk te leren. Utrecht, zoals mevrouw Klazes al zei, heeft ervoor gekozen om partners te betrekken, zoals huisartsen, buurtteams, het onderwijs, jongeren, et cetera.

In het stuk werd verder gesproken over verbinding tussen jeugdhulp, sociale basis en CJG. Wij pleiten sinds 2015 voor één gezin, één plan, één regisseur. Tot op heden lukt het het college niet om dit te realiseren. Laat staan het verbinden van de CJG, de sociale basis, de jeugdhulp. Graag een reactie van de wethouder hierover. Bij het hanteren van één gezin, één plan, één regisseur, kan voorkomen worden verschillende hulpverleners over de vloer te krijgen. Cliënten hoeven niet opnieuw hun verhaal te doen, want die zorgt voor veel stress en onbegrip bij cliënten. Tot zover, voorzitter. Dank je wel.

14

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Özogul van de SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel, voorzitter. Opgroeien en opvoeden gaan inderdaad met vallen en opstaan, lezen wij. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding. Maar als door wat voor oorzaak dan ook dit moeilijk gaat, moet er jeugdhulp beschikbaar zijn passend bij de jongere. Het is dan niet de bedoeling dat je maanden moet wachten voor je hulp krijgt. Wij krijgen signalen dat het budgetplafond nu al bij sommige zorgverleners in februari al op is, en er lange wachtlijsten zijn. Kan de wethouder uitleggen hoe dit kan en hoe de wethouder dit nu gaat oplossen, vooral nu de jeugd het door de corona het zo zwaar heeft? U wilt van zwaar naar licht afschalen, dat vinden wij een goede ontwikkeling. Maar kunnen wij ook snel van licht naar zwaar opschalen indien nodig. Wij krijgen informatie dat dit nu maanden duurt. In het stuk lees ik hier niks over. Jammer. U wilt zorg in de wijk. U wilt formele en informele zorg verbinden om de jeugdige in zijn ontwikkeling te versterken. Wordt zijn leefwereld versterkt en de regie blijft bij de jongeren en ouders. Professionals nemen het niet over, dat is goed om te lezen. Maar dan lezen wij dat jeugdhulp wordt een uitzondering. En hier schrikt de SP van.

Waarom een blokkade aan de voorkant? Hoe en of er jeugdhulp nodig is, is toch afhankelijk van de situatie? Hoe kunt u nu al zeggen dat jeugdhulp een uitzondering is. Hier is de SP het absoluut niet met u eens. Dit kan toch nooit in het belang van de jongeren zijn? Jongeren hebben toch wat ons betreft de toekomst. Ook is het de SP nog steeds niet duidelijk of de keuzevrijheid blijft. Kunnen ouders nog kiezen voor vaktherapie of een vrijgevestigde? Zij komen in dit stuk niet goed voor. De samenwerking met scholen en CJG is op dit moment goed met hen. Gaat de kennis en ervaring niet verloren? U wilt samenwerkingsverbanden. Zorgt u hierdoor juist niet voor meer overhead en bureaucratie? Gunning aan een beperkt aantal strategische partners die samenwerking organiseren met overige partners. Hoe ziet u dat voor u? Wij doen een dringend beroep op u om vaktherapie alsnog mogelijk te maken. De SP is benieuwd wat de juridische consequenties zijn en of hier extra kosten zijn. Zo ja, krijgen zij financiële middelen voor wanneer je dus hoofdaannemer en onderaannemer bent? Wij krijgen signalen dat er grote kosten zijn. Ook zijn er signalen dat uw manier van verwerving nu in Alphen aan den Rijn en Hollands Kroon problemen geeft. Weten wij hoe dit komt en kunnen wij ervan leren? Graag uitleg van de wethouder.

Bladzijde 8, 7.2, lezen wij, doelstelling van de verwerving is gericht op partnerschap en gelijkwaardigheid. Dat is heel goed en heel mooi om te lezen. Alleen hoe gaat u dit regelen als hoofdaannemers vinden dat zij de zorg ook kunnen bieden? We lezen nergens of de ouderen en jongeren hierbij betrokken zijn bij deze verwerving. Tenslotte zijn zij die straks de zorg nodig hebben. U wilt meer preventie aan de voorkant. De SP is het met u eens. Maar mocht de preventie niet voldoende zijn, dan moet de zorg nog wel beschikbaar zijn. En juist hierover heeft de SP grote zorgen. Praktijkondersteuners zijn nu al betrokken. Maar dit is kortdurende interventie en kan nooit ter vervanging van daadwerkelijke zorg zijn. En wat dat betreft vinden wij niet dat u op de juiste weg bent. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ho, stop, ik ga naar mijn tekst. OPHaarlem heeft met verbazing het traject tot heden van de verwerving c.q. verweringsstrategie jeugdzorg 2022 gevolgd, en wij herkennen de analyse van de heer Sepers. Het proces … We gaan vanaf 1 april een traject in waarbij de raad in zoverre buitenspel staat dat de commissie c.q. de raad feitelijk achteraf wordt geïnformeerd over gepasseerde delen in het verwervingstraject.

Het traject lijkt voorgebakken, en het tijdspad lijkt beoogd om de raad nu geforceerd mee te krijgen. In april worden partners gezocht die een geïntegreerd aanbod waar kunnen maken. Eventueel kan dat betekenen, maar het wordt niet toegelicht, dat aanbieders van enkelvoudige producten zich aan kunnen sluiten bij de hoofdaanbieder zonder enig gesuggereerd protocol dan wel format. Hoe die aansluiting plaats vindt, is nu nog geheel onduidelijk. Wat het geïntegreerd aanbod behelst, is OPHaarlem ook niet duidelijk. En als het wel aan de inschrijvers duidelijk is, dan zou het toch ook aan de raad gepresenteerd

15

kunnen worden. In mei vindt er een intern selectieproces plaats zonder, naar onze mening, een consultatie van de raad die er nog toe kan doen. En op 1 oktober kan de raad ja zeggen tegen het eindproduct. Een beoogde contractduur bij de start van 9 jaar vindt OPHaarlem te lang. En mevrouw Klazes refereerde er ook al aan. Als er een nieuw financierings- c.q. diensten- c.q. relatiemodel wordt vormgegeven, dan gaat OPHaarlem ervan uit dat hiermee maximaal 2 jaar wordt proefgedraaid. En vervolgens kan na evaluatie en herijking een langere contractduur worden vormgegeven. Maar naar onze mening niet in één keer 9 jaar met twee evaluatiemomenten. Het is voor OPHaarlem volstrekt onduidelijk welke productrange uit de hoge hoed gaat komen. Het lijkt er steeds meer op dat het PGB niet meer in de hoge hoed gaat, en de vrijgevestigden de vrij van vogelvrij gaan ervaren. Het contractueel uitsaneren van deze groep is de uitkomst van een traject van jaren dwarszitten. En dat is met name bij vaktherapie. Ook heeft OPHaarlem met verbazing bezien hoe de afgelopen jaren in Haarlem meer personele, waaronder ambtelijke, inzet is gepleegd om de kosten te beheersen. Eén inspraakbijdrage refereert onzes inziens daar ook terecht aan. De participatieraad legt een vinger op vele niet duidelijk of helemaal niet genoemde factoren. Het meest frappante is de cliënt, die lijkt als factor niet relevant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12271859/2