03-03 transcript commissie Samenleving
Tekst van het document
Uiteraard, mevrouw Klazes, als u zegt van: we moeten nog eens een keertje goed praten over de thema’s, de onderdelen en de ontwerpen die in zo een prestatieplan staan genoemd, kan ik me dat heel goed voorstellen, al was het alleen maar uit gewoon u goed op een goede manier te informeren, maar ik zou ervoor willen waken dat u echt op detail- of microniveau zou willen gaan sturen als raadslid, want dan is het einde zoek ben ik bang. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog vragen? De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ik heb geen antwoord op mijn vraag. Voorzitter, wie betaalt bepaalt dat. Wij subsidiëren het CJG. Als het CJG haar werk niet volledig of niet goed doet, dan moeten wij hier toch iets van vinden? En in dit geval heb ik de vraag gesteld over interculturele hulpverlening bij het CJG en daar heb ik geen antwoord van u gekregen. Ik zou graag willen weten of de cliënten, alle cliënten bij het CJG een aanbod kunnen krijgen zodat zij het gevoel hebben dat zij goed geholpen worden. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Botter: Ik begrijp uw vraag en ik heb het volgens mij wel degelijk beantwoord in mijn eerste termijn. Volgens mij is mij de garantie gegeven dat de hulpverlening op een goede manier doorgaat, dat ze monitoren en op het moment dat dat niet goed gaat dan grijpen we ook daadwerkelijk in.
Het is te simpel om te stellen van: wie betaalt bepaalt, want als dat zo zou zijn, dan hadden we ook een heleboel andere problematiek in de jeugdhulp niet gehad. Het heeft te maken met de weerbarstige vormen van samenwerking tussen verschillende partijen maar ook met de problematiek die speelt en het punt van: iedereen moet een hulpaanbod krijgen. Dat ben ik helemaal met u eens. Dat is nu ook bijna in alle gevallen het geval en wij proberen ook zo goed mogelijk naar de desbetreffende achtergrond van de cliënt te kijken, maar wij hebben niet een intercultureel aanbod omdat dat nooit, en dat denk ik wel dat dat belangrijk is dat u dat met de volgende raad eens goed gaat bespreken, want ik heb mij wel eens verbaasd over de tijd dat we nu met corona zitten en dat er dan in allerlei talen het wel mogelijk is om informatie en voorlichting te geven terwijl op het terrein van een aantal andere onderwerpen als het gaat over niet gebruiken of over uitkeringen en of over andere zaken we dan toch zoals we dat in ons land hebben afgesproken allemaal in het Nederlands doen
52
en je kan dat ter discussie stellen. Maar volgens mij is het aanbod wat nu geboden wordt vanuit het CJG voor eenieder toegankelijk. In ieder geval, daar heb ik nog geen signalen van gekregen, ook niet eerder vanuit uw commissie dat dat het geval is, maar dat dat misschien beter kan, dat ben ik wel meteen met u eens, maar dat is een andere discussie dan die we nu voeren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, ik wil allereerst de wethouder deels gelijk geven. Het is natuurlijk niet onze taak als raadsleden om echt op microniveau alles overal een oordeel over te hebben. Dat ben ik volledig met u eens. Dat doen we misschien in deze raad iets te vaak. Tegelijkertijd is het ook onze taak als raadsleden om wel ervoor te zorgen dat de taken die we hebben gekregen, namelijk goede zorg voor jeugd en voor jongeren om daar bovenop te zitten. U weet, het is mij net zo dierbaar als het u is of vergelijkbaar denk ik. En je hoort dan dat een werkend concept dat werkt voor deze jongeren, voor deze probleemjongeren die met heel veel problemen worstelen. Er is een werkend concept, namelijk een jongerenteam dat bewezen effectief is. U was er zelf getuige van. En dat wordt dan opgeheven. Dan vind ik wel dat wij daar in dit specifieke geval wat van mogen vinden omdat dat ten koste gaat van de goede jeugd voor jeugd en de jongeren.
Dus u zegt nu: we gaan monitoren, daar kunt u van op aan dat wij de komende tijd in de gaten houden hoe deze nieuwe samenstelling werkt op het moment dat er een team uit elkaar is getrokken. Ik geloof heel erg dat het iets meer dan de som der delen is. Twee werknemers die anderhalve FTE vertegenwoordigen en niet gezamenlijk optrekken maar allebei hun eigen aparte functie hebben, het kan maar zo zijn dat zij minder krachtig kunnen optreden dan het team dat elkaar ook nog eens versterkt ook al zijn het maar twee mensen, dus ik ben heel erg benieuwd naar de uitkomsten als u dat echt belooft te monitoren en misschien is het mogelijk dat wij volgend jaar, ik denk dat het nu te laat is en het een gepasseerd station is, alleen ik hoop wel dat wij een open mind houden en de mogelijkheid overwegen tegen de tijd dat het volgend jaar is en er komt een nieuw prestatieplan om dan echt een serieus te gaan kijken naar: wat is er gebeurd? Heeft dat inderdaad net zo goed gefunctioneerd als het team samenhangt of gaan we dat opnieuw optuigen? Dat die mogelijkheid wel blijft bestaan voor een eventueel werkend concept van een jongerenteam in de volgende prestatie-overeenkomst. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Botter: Ja, kijk, u doet net of er een tegenstelling tussen uw opvatting bestaat dan wel een opvatting die er is in de raad en mij en niets is minder waar. Ik ben net zo overvallen als u.
Ik ben er ook mee geconfronteerd dat het team is opgeheven en daar heb ik mijn ongenoegen over uitgesproken, maar tegelijkertijd heb ik me er wel van laten overtuigen dat ik niet degene ben die de professional is en dat we ook met elkaar hebben afgesproken: het is aan de professional om ervoor te zorgen dat er juiste en adequate hulp wordt geboden en als dan vervolgens blijkt dat na een toezegging richting mijn kant wordt gezegd van: het blijkt toch niet te lukken, het werkt niet of het pak niet goed uit, nou, dan zal ik de eerste zijn om daar tegen in verweer te treden. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij hebben we dit punt voldoende besproken. Dit gaat niet door naar de raad, dus we sluiten het hierbij af. Jammer. We gaan snel door. Nee, ik zie hier mensen kijken die het misschien in de raad gehad willen hebben om er nog even over te praten, maar nee. 9. Jaarverslag 2020-2021 GR Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten De voorzitter: We gaan terug naar agendapunt negen en dat was het punt dat we om tien over zeven zouden behandelen. Het is nu al negen uur, dus we lopen toch nog steeds iets achter. Dat is het jaarverslag 2020 2021
53
gemeenschappelijke regeling schoolverzuim en voortijdig school verlaten van de regio Zuid-Kennemerland en IJmond. Op verzoek van OP Haarlem die ik nu niet meer in de zaal zie zitten is dit geagendeerd en ik zou graag het woord willen geven aan de heer Smit, maar die is er niet. De heer El Aichi: Vijf minuten pauze, voorzitter. De voorzitter: Ja, maar wacht even. Even stil graag. Zo meteen hebben we nog een pauze. Ik zou graag wel nu door willen gaan, want we lopen al zover achter. Nou, dat slaan we dit punt over. Dan ga ik naar punt tien, dat is, gelukkig is het dezelfde wethouder, dat is plan van aanpak stagediscriminatie MBO. Op verzoek van de SP, die is wel aanwezig, gelukkig, is dit punt geagendeerd en ik wil graag het woord geven aan mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul- Özen: Ja, ik heb het inderdaad geagendeerd omdat ik gelezen heb dat er afspraken zijn met het MBO antidiscriminatiebureau en dat we het willen aanpakken. Dat lijkt me heel goed, maar tegelijkertijd lees ik eigenlijk dat er heel weinig meldingen zijn bij het antidiscriminatiebureau en ook scholen hebben wat ik eruit lees ook niet echt een zicht op om hoeveel kinderen het gaat.
Ik vroeg mij af, en dan spreek ik iedereen hier aan, hoe kunnen we ervoor zorgen dat we iedereen in beeld hebben bij wie dat speelt? En hoe zorgen we dat er bekendheid komt waar deze jongeren zich melden? En hoe kunnen we ervoor zorgen als Haarlem dat discriminatie op stageplekken, uitval door die discriminatie of uitval doordat een kind zijn diploma niet kan halen omdat de stageplek aan de eisen niet kan voldoen, dat we dat in ieder geval voorkomen? Ik maak me zorgen en ik weet zeker dat iedereen discriminatie niet goed vindt, maar mijn vraag is: wat kunnen wij als gemeente Haarlem nog meer doen, en dan kijk ik ook de wethouder even aan, om hier hard tegen op te treden? Want ik zie niks over sancties op het moment dat we ze in beeld hebben. Ja, ze worden uit het stage nog wat beleid gegooid, maar wat moet ik me erbij voorstellen? Ik heb daar geen beeld bij. En wat doen we dan ook voor de betreffende leerling? Hoe vangen we die op? Dus ik zou graag met de raad of de commissie in discussie willen daarover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank voorzitter. Goed dat dit plan van aanpak er ligt als antwoord op onze motie discriminatie of discrimineren mogen we nooit accepteren. Dit is het erkennen van dit serieuze en hardnekkige probleem, dus dat is al een, dat je het erkent dat het er is en ermee aan de slag gaan.
Het MBO Nova heeft hier een aantal acties op gezet. Er is aandacht voor en het is bespreekbaar, dus dat is door trainingen en workshops die gegeven worden door experts zoals Bureau Discriminatiezaken Kennemerland. We zijn blij dat de uitvoering wordt gemonitord en indien nodig wordt aangepast. Ook de uitspraak dat afscheid wordt genomen van werkgevers, de SP noemde het al, die discrimineren, vinden we een duidelijke stellingname. We blijven betrokken bij dit probleem dat naar verwachting blijvende aandacht nodig zal hebben, maar ik denk dat een eerste stap is in ieder geval erkenning en dat erover gesproken kan worden en dat er aandacht voor is. Dat is een eerste stap. De voorzitter: Dank u wel. Interruptie mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul- Özen: Maar we lezen ook dat we nu echt niet in beeld hebben. Er staat ook: bij het antidiscriminatiebureau komen geen meldingen. Betekent het dan dat het niet meer gebeurt? En ook school, tenminste, uit die brief van dat schoolbestuur heb ik niet kunnen achterhalen of ze echt zicht hebben van: om hoeveel leerlingen gaat het?
54
Mevrouw Stroo: Ja, maar daarvoor zijn juist die gesprekken en die cursussen ook van: mocht er gediscrimineerd worden, hoe ga je er dan mee om? Dat kan je bespreken op school, dus dan zal wel meer bekend worden verwacht ik. De voorzitter: De heer Yerden. De heer Yerden: Dank u wel voorzitter. Ik wilde even een punt van orde. Ik denk dat mijnheer Oomkes en ik spreken op dezelfde tijd, dus we hebben geen tijd, maar er is een fout. Hoe kunnen we dat herstellen? Nee, mevrouw Vera heeft dertien minuten. Nee, kijk, mevrouw, dat is niet mijn probleem. De voorzitter: De heer Oomkes. De heer Oomkes: Dank u wel voorzitter. De voorzitter: De tijd is op. De heer Oomkes: Het is de laatste vergadering toch als voorzitter. De voorzitter: Nee, u mag een momentje even voor het punt van orde. De heer Oomkes: Heel kort. De voorzitter: Wacht even. Er zit een kern van waarheid in. De heer Oomkes: Dat klopt. De voorzitter: Dus dat betekent dat de heer Oomkes … We moeten even kijken hoe we dat gaan corrigeren, want de spreektijd van de heer Oomkes is door de heer Yerden opgesnoept. De heer Yerden: Nee, ik heb nu een ‘…’. De voorzitter: Dus we gaan even kijken … We gaan gewoon de heer Oomkes … De heer Yerden: Nou, ik heb een praktisch probleem. Als de heer Oomkes tien minuten krijgt en ik ook, dan heeft u het opgelost. Dank u wel. De voorzitter: Nee, wacht even.
We geen even de PvdA er vijf minuten bij geven en ik verzoek dan dat we hier toch wel de klok van mevrouw Verhagen … Anders dan gaat het echt helemaal door elkaar lopen, want daar zat nog wel een minuut of tien op ofzo. Ja? Dan gaan we het zo doen. Dus ik ga nu eerst even naar de heer Oomkes. Dan gaan we verder met het onderwerp. Als het goed is heeft u nu vijf minuten. De heer Oomkes: Dank u wel voorzitter. Ik ben blij dat de SP dit punt agendeert, maar ik moet wel iets kwijt dat het voorzien is van de weinig toegankelijke nota van het Nova College waarin discriminatie van leerlingen zou worden geïnventariseerd, maar in feite gebeurt dat dat deze trend wordt voorzien zonder dat deze trend wordt voorzien van feitelijke gegevens anders dan het verschijnsel dat leerlingen op niveau 2 er vaker mee geconfronteerd worden dan die op niveau vier. Tellingen, een overzicht van hoe discriminatie aan het licht komt wordt niet gegeven. De samenwerking met het SBB, Samenwerkingsorganisatie Beroepsvereniging Bedrijfsleven verloopt wel gladjes, maar ook hier zien we geen casuïstiek van enige betekenis, dus we kunnen
55
in het algemeen zeggen dat stagepraktijken altijd in is voor verbetering en dat er nu gouden kansen zijn nu bedrijven wel moeten investeren in toekomstige employees gezien de sterk gekrompen arbeidsmarkt, maar eigenlijk staan we hier op het punt dat we de wethouder moeten vragen om een dossier van aanpak, want de nota is tekortschietend. De voorzitter: Dank u wel. De heer Yerden, u heeft nu wel de goede knop. De heer Yerden: Ja, dank u wel. De voorzitter: Nee, u moet even die van mevrouw Verhagen gebruiken. Dan heeft u weer een paar seconden gepikt. De heer Yerden: Nou, dank u wel voorzitter en het gaat om plan van aanpak stagediscriminatie MBO. Volgens de fractie Trots Haarlem is de informatienota geen antwoord op de aangenomen motie van juli 2021 bij de kadernota. De nota’s van het Nova College en van het bureau van discriminatiezaken, wel is daar een plan van aanpak, maar over het feitelijke voorkomen van de stagediscriminatie worden geen gegevens gepresenteerd. Hoe dat komt dat? Dat weet ik ook niet. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Timmer-Aukes, GroenLinks. Mevrouw Timmer-Aukes: Dank u wel voorzitter. Ja, discrimineren mogen we nooit accepteren en dat is ook precies ook waarom we het er nu over hebben. De nota, het plan ligt er. Het heeft goede punten. Het is denk ik ook een begin om dit gesprek aan te gaan met zijn allen.
Ja, er staan geen precieze cijfers in, maar ik denk ook wel dat we ons daarop niet moeten stukkijken omdat er soms ook niet altijd cijfers zijn. Je komt er niet altijd voor uit dat je gediscrimineerd bent op je stageplek en ik denk dat we gewoon moeten kijken naar: oké, dit zijn de punten die erin staan, gaan die helpen om dus verder te kijken? Want we moeten met elkaar in gesprek en dit is gewoon een punt … En nu ben ik mijn hele draad kwijt, maar dat maakt niet uit. De voorzitter: Zullen we anders eerst even de interruptie van de heer Oomkes doen? De heer Oomkes: Dank u wel voorzitter. Hoe komt het dan dat er hier in Haarlem een antidiscriminatiebureau rondvaart al denk ik enkele tientallen jaren die die cijfers wel heeft alleen niet geëxtrapoleerd naar de vorm van de opleiding die die leerlingen genieten maar waarin tot op detailniveau deze vorm van discriminatie worden zichtbaar gemaakt? Mevrouw Timmer-Aukes: Ik denk dat u dat dan aan dat bureau moet vragen, ja. De voorzitter: Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul- Özen: Ja, is het niet zo dat de cijfers eigenlijk wel heel belangrijk zijn? Dan weten we in ieder geval om hoeveel jongeren het gaat, waar we het over hebben, want je kan wel in gesprek gaan en je kan wel cursussen geven wat ik overigens heel goed vind, maar we moeten toch wel weten waar we het over hebben? En die cijfers hebben we niet.
Dus ik heb liever een onderzoek ergens van: om wie gaat het? Waar hebben we het over? De voorzitter: Mevrouw Timmer-Aukes.
56
Mevrouw Timmer-Aukes: Ik zeg ook niet dat die cijfers niet belangrijk zijn. Ik zeg alleen van: laten we tegelijkertijd ook verdergaan en niet ons stukkijken op alleen die cijfers, want anders blijven we hier maar een gesprek hebben over: we hebben de cijfers wel of niet, maar we moeten tegelijkertijd ook verdergaan en niet alleen maar kijken van: om hoeveel mensen gaat het? En alleen maar daarop richten. We moeten ook verder en doorgaan om discriminatie ook aan te pakken. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul- Özen: Ik heb niet gezegd dat we niet verder moeten gaan. Ik heb alleen gezegd dat ik ook de cijfers erbij nodig heb. Als ik verder wil gaan, heb ik ook nodig om wie het gaat, waar we het over hebben zodat we ook die kinderen gericht kunnen helpen daarbij, maar nu is het alleen maar praten, cursussen, allemaal hartstikke goed, maar hoe zorgen we dat we die jongeren nu gaan helpen? Nu? Want het is al heftig genoeg. Mevrouw Timmer-Aukes: Volgens mij staat de hoe voor een groot gedeelte in het plan en dat is dus ook wat ik zeg. Volgens mij zijn we het gewoon hartstikke met elkaar eens, alleen wil ik gewoon benadrukken dat we niet alleen naar de cijfers moeten kijken en ook gewoon tegelijkertijd naar het plan en daarnaar moeten kijken omdat we nu alweer een paar minuten praten alleen maar over de cijfers en dat is een van de punten die ik wil maken.
Zijn er nog andere … Nee? Dan wil ik nog een … Ik heb ook gelijk gekeken of de gemeente Haarlem in de stagebank staat. Ik denk: nou, dat gaan we gelijk kijken. Dat doet het gelukkig meerdere keren. Ze staan alleen wel nog op dat er geen plekken beschikbaar zijn, dus ik hoop dat dat actueel is en voorderest, ja, ben ik ook blij dat wij als gemeente ons ook goed inzetten om dus ook stageplekken te bieden waar dat nodig is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel. Ja, Actiepartij is eigenlijk ook heel blij met de aanpak en ja, hoewel het natuurlijk echt fijn zal zijn als je wat meer cijfers of meer gevoel erbij zou hebben, denk ik dat dat echt heel moeilijk is omdat als je gediscrimineerd wordt, is het vaak zo een overdonderende ervaring dat het je misschien niet als eerste bij je opkomt om het te gaan melden, dus ik denk dat dat inderdaad lastig is. Maar goed, het is echt wel iets waar we volgens mij aan moeten gaan werken dat we daar meer gegevens over krijgen. Overigens ben ik het echt wel eens met de aanpak hoor, want er wordt wel gezegd: ja, het is echt geen sanctie om bedrijven die blijken te discrimineren uit te sluiten van toegang tot stagiaires van MBO, maar ik denk dat dat voor bedrijven echt heel vervelend is.
Dus als je een goede samenwerking opbouwt als school met een aantal betrouwbare partners en ook daar een cultuur opbouwt van: nee, het maakt helemaal niet uit wat voor achternaam iemand heeft of voornaam iemand heeft of wat dan ook, het gaat uiteindelijk om wat hij kan leren en brengen in jouw organisatie. Dat is natuurlijk heel veel waard en ik denk dat dat ook de manier is waarop we echt stappen kunnen gaan zetten en hopelijk zeker onder de huidige druk op de arbeidsmarkt zullen er meer bedrijven zijn die daarin willen gaan investeren. Ik denk dat dat toch een cultuur van vertrouwen en wederzijds respect is waarmee we verder komen en op een andere manier zal dat helaas niet gaan. De voorzitter: Dank u wel. Is er verder nog iemand op dat punt? Nee? Dan ga ik naar de wethouder. Wethouder Botter. Wethouder Botter: Nou, ik vond eigenlijk de opening van mevrouw Özogul vond ik wel heel erg boeiend door te zeggen van: ik wil eigenlijk in debat met deze commissie om te kijken hoe wij een aantal maatregelen kunnen gaan nemen om ervoor te zorgen dat die gegevens wel boven tafel komen en dat we met elkaar dit onderwerp meer bespreekbaar gaan maken. Dan moet ik toch behoudens een enkeling constateren dat het
57
wel gaat over het aanvallen van de wethouder als het gaat over het niet beschikbaar hebben van gegevens en dat is natuurlijk bij iets als dit wat zo een heikel onderwerp is en zo persoonlijk heel erg ingewikkeld ook is, want het moet degene zijn die het overkomt die uit de schulp moet komen door echt expliciet zelf ergens naartoe te gaan om daar melding van te maken en in dat opzicht is het zo dat we ook daar bij DB waar we natuurlijk overleg bij hebben gehad, die cijfers gewoon niet heeft. Die heeft wel informatie van de enkeling die dat wel durft te doen en die wel hiervan melding durft te maken, maar in den brede is dat er niet. Dat is een kwestie denk ik van tijd, een kwestie ook van waar de wal het schip zal keren. Ik denk dat dusdanig onderwijs en arbeidsmarkt terechtkomen dat geen zichzelf respecterend bedrijf zich meer kan verschuilen achter discriminatie om mensen met een andere naam of andere kleur niet aan te nemen als stagiair. Dat kunnen ze op een gegeven moment zich niet permitteren en tot die tijd moeten we harde sancties plegen en moeten we partijen die niet bereid zijn om met ons in zee te gaan of met ons willen werken of ons stageplekken willen geven gewoon ervoor zorgen dat die ervan overtuigd worden dat dat niet de weg is, dat dat ook niet hetgeen is wat je kan doen.
Voorderest hebben we in het actieprogramma een groot aantal punten benoemd waar we mee hopen in ieder geval het debat of het bespreekbaar maken ook in deze regio op de agenda te zetten en ja, ik denk persoonlijk zelfs dat met de documenten die er liggen en dat ben ik echt ook met GroenLinks eens, dat hetgeen wat er nu ligt zou moeten worden gebruikt om te kijken of je daarmee in gesprek kunt gaan met andere werkgevers. Ik ben bijvoorbeeld zelf ambassadeur voor het thema medewerkers die ook mantelzorg verrichten. Dat heb ik de afgelopen vier jaar gedaan. Ik heb met heel veel bedrijven gesproken om ze te overtuigen hoe belangrijk het is dat ook hun medewerkers in de toekomst iets met mantelzorg doen, want ik denk twintig procent van de medewerkers die verricht mantelzorg, maar je zou natuurlijk de komende vier jaar een specifieke wethouder kunnen benoemen of aanstellen door te zeggen van: misschien is het goed om de komende vier jaar op het terrein van antidiscriminatie dat soort gesprekken te voeren met werkgevers om die ervan te overtuigen. Dat is nu iets wat ik ter plekke verzin naar aanleiding van de discussie, maar überhaupt zo een discussie die mevrouw Özogul zou willen aanzwengelen door met elkaar het gesprek te voeren van: hoe zorgen we dat dat op de agenda wordt geplaatst? Dat is eigenlijk een hele belangrijke.
En voorderest is dit hetgeen wat ik u kan bieden en ik dat er genoeg aanknopingspunten inzitten om hier ook mee aan de slag te gaan en je zou dat verder nog kunnen uitbreiden. Dat heeft eenieder die dat denkt ook gelijk in. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul- Özen: Ik zit zelf nog natuurlijk ook mee te denken, maar is het nu mogelijk als we toch met ze in gesprek gaan als scholen cursussen krijgen dat het dan ook een beetje bijgehouden wordt van hoeveel leerlingen zijn er? En zijn er, wat ik nog belangrijker vind, is: zijn er leerlingen die daardoor school verlaten? Want ik heb jongeren gesproken die dan stagelopen maar halverwege zich gediscrimineerd voelen, stoppen, daardoor dat de verplichting stage niet behalen en niet meer verder kunnen met de opleiding en dat vind ik nogal wat. Wethouder Botter: Dat is iets wat ik zou kunnen gaan bespreken met onze afdeling leerplicht op het leerplein om te kijken of we daar gegevens nog over hebben en wanneer we dat niet hebben of we daar iets mee zouden kunnen doen nog. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes, bent u er nog? De heer Oomkes: Ik hoef niet gelijk te hebben, maar ik heb hier het jaarverslag 2020 voor me liggen van Bureau Discriminatie Kennemerland. Daar komen 368 klachten binnen over ongelijke behandeling, belediging, uitsluiting en andere uitingen van discriminatie Kennemerland.
Dat is een stijging van 64 procent in
58
vergelijking met het jaar daarvoor. Volgens mij kunnen we die cijfers opvragen, gaan praten met de professionals die daar werken en horen waar het precies aan ligt. Wethouder Botter: Maar u gaat nu toch niet heel Kennemerland vergelijken met de leerlingen die stage doen? Dat is toch het vergelijken van appels en peren? Ik wil met alle plezier wil ik daar het gesprek opnieuw over aangaan hoor, want we hebben dat gesprek al gevoerd. Dat heb ik u net al gezegd. We zijn naar het antidiscriminatiebureau gegaan om met hun te praten over dit specifieke thema, want dat was ook het verzoek van Jouw Haarlem toen ze met deze motie kwamen, maar ik wil met alle plezier nagaan of we dit over het hoofd hebben gezien. De heer Oomkes: Nee, het gaat niet over appels of peren. In beide gevallen is het fruit, maar in ieder geval hebben we hier een organisatie die beslist heel veel casusrapporten van mensen kan leveren aan uw afdeling. Wethouder Botter: Dat doen ze al sowieso niet vanuit privacyoverwegingen, maar we kunnen vragen of ze iets kunnen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Özogul.
Mevrouw Özogul- Özen: En ik vroeg me ook af hoe de begeleiding is van deze leerlingen, dus dat vind ik eigenlijk nog belangrijker inderdaad dan de cijfers, maar worden deze leerlingen door school begeleid of is er een plek waar ze doorgestuurd kunnen worden om daarmee geholpen te worden? Wethouder Botter: Maar u zegt: deze leerlingen. Wat u bedoelt u met deze leerlingen? Mevrouw Özogul- Özen: Op het moment dat er leerlingen zijn die gediscrimineerd voelen, weg moeten op een stageplek, opleiding niet kunnen afmaken of juist een stageplek niet kunnen vinden, dat heeft toch impact voor de opleiding maar ook voor je gemoedsrust. Is er ergens een plek waar deze jongeren zich dan kunnen melden behalve dan antidiscriminatiebureau waar ze ook begeleiding of hulp indien nodig kunnen krijgen? Wethouder Botter: Kijk, wat ik hoop, is dat er een veilige schoolomgeving is waar die scholieren de vrijheid voelen om dat inderdaad te melden, maar volgens mij, dat heeft u ook zelf aangegeven in uw openingswoorden, is hetgeen van wat het zo moeilijk maakt, is dat niemand meldt, dus op het moment dat niemand zich meldt als zijnde: ik word gediscrimineerd vanwege mijn kleur of mijn naam of wat dan ook, dan kan er ook niet wat worden gedaan met de begeleiding en dan kan er ook niet worden opgetreden tegen degene die het doet en dat is de vicieuze cirkel waarin we zitten.
Mevrouw Özogul- Özen: En als ze zich wel melden, waar kunnen ze dan terecht? Hebben we dat in beeld en promoten we dat? Wethouder Botter: Met de vertrouwenspersoon op school. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik heb het idee dat ik het voldoende besproken heb. Er zijn twee toezeggingen, wethouder. Nee, u zei u gaat even bespreken met de afdeling leerplicht of daar cijfers bekend zijn en ook misschien even vragen bij bureau discriminatie of zij cijfers omtrent … Precies. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan wij door met spreken van belangstellenden. Ik zie geen belangstellenden meer. We gaan heel snel door naar het volgende punt. Dank u wel wethouder Botter. Ja, ik ga niet wachten. Uitnodiging tot inschrijving … Dank u wel wethouder Botter. Het is nou al de tweede keer, de heer Smit, dat we op u zitten
59
te wachten. Ik hoop dat u het heel snel gaat doen, want het was echt bijna te laat. Dan gaan we heel snel maar weer toch terug naar negen. Ik heb het al voorgelezen het jaarverslag 2020-2021 schoolverzuim. Dat is op het verzoek van OP Haarlem geagendeerd. De heer Smit, gaat uw gang. De heer Smit: Eerst het geluid even aanzetten. Jaarlijks behandelen wij het overzicht schoolverzuim voortijdig schoolverlaten omdat we er als gemeente echt bovenop zitten, die ervaring heb ik inmiddels na acht jaar. Ik vind het zonde om juist in deze moeilijke periode van de lockdowns dit punt te laten passeren en de wethouder niet te vragen toe te lichten hoe hij naar de situatie 2020-2021 kijkt en naar de huidige situatie, want we hebben ambities, daar werken we aan en we worden dan ineens exogeen letterlijk aangevallen door de Covid en dan moet je toch maar proberen als gemeente hier koers te houden en proberen de schoolverlating te beperken. Daarom heb ik het op de agenda geplaatst om even van de wethouder te horen hoe hij denkt dat op dit moment de situatie in de regio en in Haarlem is. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Botter. Wethouder Botter: Een soort stand van de zaak van de wereld ofzo. Een soort stand-van-zaken-van-de-wereldvraag is dit.
Wat ik volgens mij anderhalf jaar geleden heb gezegd toen we met de cijfers van dat moment bezig waren, is: het zal lang duren voordat we weer uit kunnen gaan van een normale reeks. Er is sprake natuurlijk van op het moment dat je verzuim gaat controleren in een situatie dat iedereen thuiswerkt en dan kijken we of wel of niet iedereen volledig meedoet, dan is het een lastige situatie. Wat we gezien hebben in het afgelopen jaar is dat je een terugloop had van het schoolverzuim, dus ogenschijnlijk klinkt dat heel erg mooi. En de cijfers over het jaar van het is dan 2021 die komen binnen een paar weken of een paar maanden. Ja, wat je tegelijkertijd ziet, is dat tussen verzuim en resultaten wel een groot verschil zit. De resultaten van heel veel kinderen die zijn in bepaalde opzichten achteruit gegaan en of ze dat weer in kunnen halen daar worden allerlei maatregelen en middelen voor ingezet, maar als ik kijk sec naar de cijfers zoals die door het leerplein zijn opgesteld, dan lijkt het goed te zijn gegaan. Sterker nog, dan is er ten opzichte van het jaar daarvoor in het jaar daarvoor zelfs ook beter is gegaan. En of dat in de praktijk nou wel of niet werkt, ja, ik sta niet naast de inspecteur. Ik sta niet naast de leerling.
Maar het is denk ik wel voor iedereen duidelijk dat de problematiek van de leerlingen en hun prestaties en hun sociaal welbevinden een enorme, maar dan ook enorme deuk heeft opgelopen en daar zullen we de komende jaren wel degelijk nog de consequenties nog van ondervinden. En hoe het uitpakt op leerprestaties, de uitval in de toekomst en dergelijke, daar kan ik u geen zinnig woord over zeggen. De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: Nee, terecht, mijnheer de wethouder, dat kunt u niet. Is er zicht op de mate waarin leerlingen, misschien ook wel probleemleerlingen teruggekomen zijn in de klas na de lockdowns, bijvoorbeeld ook na de laatste lockdown? Want wat er in de lockdownperiode gebeurt aan het volgen van het onderwijs, dat kun je niet goed zien, maar is het zichtbaar of de leerlingen dan ook terugkomen in de klas nadat de lockdown is beëindigd? Wethouder Botter: Vrijwel alle kinderen zijn weer teruggekomen, in ieder geval van het basisonderwijs en ook alle leerlingen in het voortgezet onderwijs voor zover ik weet. Wat je wel ziet, is dat uit de toetsen blijkt van de kinderen van het basisonderwijs is dat ze een achterstand hebben opgelopen grosso modo.
Sommigen niet, want als je het nou hebt over de gelijke kansen van onderwijs, sommige kinderen hebben gewoon ik wil niet zeggen privéonderwijs gehad, maar daar hebben ouders gewoon mensen in huis genomen die de kinderen geholpen hebben met hun schoolwerk omdat ze dat op dat moment zelf niet konden of omdat ze zelf ook hun
60
werkzaamheden wilden doen en een groot genoeg huis hadden. Dus in die zin merk je gewoon dat daar ook een vorm van tweedeling is ontstaan waar we ons lange tijd hard voor hebben gemaakt om te zorgen dat die er niet zou zijn en dat we die aan het terugdringen waren, maar dat is wel de realiteit. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog anderen in de commissie? Ja, mevrouw Verhagen. U moet wel inloggen denk ik. Mevrouw Verhagen: Dan moet ik hem nu aanzetten. Ja, oké. Dank u wel voorzitter. Hoewel we uit het jaarverslag kunnen afleiden dat juist door Corona er minder ongeoorloofd schoolverzuim was, is Trots toch benieuwd naar de algehele trend over bijvoorbeeld de laatste vijf jaar, dat kunnen we daar niet uit af leiden, zodat we ook kunnen zien of de inspanningen van bijvoorbeeld de GR succesvol zijn geweest. Ook wenst Trots meer inzicht in de oorzaken van langdurig schoolverzuim, oorzaken die buiten hulpverleningsproblematiek of kwetsbaarheid bij het kind liggen, maar misschien wel bij het aanbod van onderwijs. Een paar bij mij bekende voorbeelden: een kind werd ziek van de Wifi-straling van de iPad en het digibord in de klas, ging maanden niet naar school en verhuisde uiteindelijk om de leerplichtambtenaar en dreigende uithuisplaatsing te voorkomen naar het buitenland.
Vraag: zijn dergelijke situaties bekend bij het RMC en zo ja, hoe wordt daarmee omgegaan? Nog een, ouders die willen dat hun kinderen opgevoed worden tot vrije en kritische denkers en niet volgens de VN sustainable development ideologie die tegenwoordig verplichte kost is in het onderwijs evenals de coronamaatregelen met mondkapjes, testen, verkapte vaccinatiedwang waardoor sommige kinderen met steun van hun ouders, en dat heb ik echt hier gehoord, met steun van hun ouders niet meer naar school willen. Is er zicht op dit soort situaties in onze regio? En zo ja, hoe wordt daarmee omgegaan? Op dit moment worden er te lande overigens veel nieuwe scholen opgericht waarin wel recht wordt gedaan aan de opvoedings- en levensbeschouwelijke principes van de ouders. Trots vindt deze ontwikkeling begrijpelijk, maar met betrekking tot vooral het openbaar onderwijs waar toch alle kinderen samen naar school zouden moeten kunnen gaan ook wel zorgelijk. Het zou in zekere zin zelfs ongeoorloofd schoolverzuim kunnen maskeren. In plaats van thuis te zitten, gaat het kind naar een aparte school, misschien wel mijlenver van huis. Is er zicht op dit soort ontwikkelingen in onze regio? En ik kan me voorstellen dat u ze misschien niet kent. Ik ken er zelf een heel aantal. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand? Nee? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Botter.
Wethouder Botter: Ja, ik wil het zo aardig mogelijk proberen te zeggen, maar dit zijn toch echt vragen die je van tevoren moet indienen schriftelijk. Dit zijn toch echt hele technische vragen waar ik nu niet het antwoord op weet. U kent ze eigenlijk allemaal denk ik die in Haarlem voorkomen, maar voor mij is het echt nieuw en ik zou vragen: stuur ze in als technische vraag en dan gaan we ons best doen om te kijken of we daar een antwoord op kunnen formuleren. Ik kan u in ieder geval wel zeggen dat op de problematiek, want zo heb ik u ook 4,5, vijf jaar geleden leren kennen, toen ging het over straling in het kader van de WMO en alles en nog wat, daar verschillen we gewoon heel erg nadrukkelijk van mening van welke consequenties dat voor mensen dat wel of niet kan hebben. Ik ben wel degelijk ervan overtuigd dat sommige mensen last kunnen hebben van straling die uit bepaalde apparaten of door Wifi of wat dan ook wordt gerealiseerd. De voorzitter: Volgens mij gaat dat een beetje buiten dit onderwerp. Wethouder Botter: Nou, Wifi is ook een straling, dus dat is ook mijn portefeuille. Maar dit is in ieder geval een onderwerp wat u denk ik ook maar gewoon in de vraag die u aan ons stelt moet stellen, maar inderdaad, de voorzitter heeft gelijk, het voert allemaal een beetje te ver voor nu in deze commissiebehandeling denk ik.
61
De voorzitter: Ja, dank u wel. Volgens mij hebben we dit ook genoeg besproken. Dan gaan we snel door. Dank voor uw bijdragen. Dank, wethouder Botter, nogmaals. 13. Uitnodiging tot inschrijving Gewoon in de Wijk De voorzitter: Dan gaan we door, even kijken hoor, waar waren we gebleven? Hier. Agendapunt dertien, uitnodiging tot inschrijving Gewoon in de Wijk. Ja, dat is een belangrijke deze. De uitnodiging tot inschrijving is het sluitstuk van de dialoog gerichte aanbesteding Gewoon in de Wijk en op grond van dit besluit wordt de opdracht Gewoon in de Wijk aan een samenwerkingsverband gegund. Het betreft een integrale opdracht met een budget om ondersteuning te bieden aan alle inwoners bij redzaam zijn in het dagelijks leven en meedoen in de samenleving. Het college stuurt dit besluit ter bespreking naar de commissie samenleving conform de toezegging die de wethouder heeft gedaan bij de bespreking van het selectiedocument. Er zitten ook toezeggingen bij. Daar komen we zo meteen op. Wie kan ik hier het woord op geven? Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, voorzitter, dank u wel. D66 is blij te lezen, en ook te horen uit het veld overigens, dat de gesprekken in de dialoogfase uitdagend, productief en vooral ook positief zijn verlopen. Tegelijkertijd heb ik uiteraard nog wel een paar vragen aan de wethouder.
In de oplegnota wordt aangegeven dat er wordt gekeken naar tussen haakjes “verantwoord kostenefficiency”. Wat moet ik hieronder verstaan? Betekent dat bijvoorbeeld dat als een samenwerkingsverband niet als goedkoopste uit de bus komt maar uiteraard binnen de door de gemeente gestelde kaders blijft alsnog de gunning kan krijgen vanuit het tussen haakjes “verantwoord” aspect? Graag een toelichting. Dan over de opdracht zelf, het is als eerste mooi wat ons betreft dat het samenwerkingsverband dat de opdracht krijgt 8,5 jaar de tijd heeft om de samenwerking te perfectioneren en verder te bouwen aan de opdracht voor al onze Haarlemmers. Het is wel een hele grote opdracht met drie overkoepelende elementen: de sociale basis, de sociale wijkteams en aanvullende voorzieningen. Maar ik lees ook in het stuk, en daar heb ik eerder in alle eerlijkheid ook overheen gelezen, dat de overname van Werkdag bv, een buurtbedrijf, er verplicht onder valt in deze opdracht. Dit betreft twee verlieslijdende bv’s met achttien medewerkers en om en nabij 300 cliënten die zacht moeten landen door het samenwerkingsverband. Dat is een dossier waar de gemeente al tijden zelf ook mee worstelt en nu blijkbaar, oneerbiedig gezegd, over de schutting wordt gegooid in deze opdracht.
Het samenwerkingsverband die de opdracht krijgt, moet wel wat ons betreft de tijd krijgen en misschien ook begeleiding vanuit de gemeente om dit zorgvuldig te kunnen doen. Dat verdienen de mensen van Werkdag ook. Klopt het dat het samenwerkingsverband na de gunning binnen vier weken tijd een oplossing voor Werkdag moet hebben? Waarom heeft de wethouder op dit punt zo een haast? En waarom kan dit niet in een wat meer reguliere cyclus worden meegenomen door het samenwerkingsverband? Tot slot, hoe verloopt de communicatie vanuit de gemeente richting de en dan met name de kleinere partijen die nu niet in het samenwerkingsverband zitten maar op korte termijn wel dat gesprek met hen moeten aangaan? Op welke wijze ondersteunt de gemeente in dat proces? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. Nou ja, ik zag je hand, ik denk … De heer Van Kessel: Nee, prima, ja. Nou, dit is eigenlijk wel een bijzonder moment om als gemeenteraad in te breken in een proces waar niet de gemeenteraad maar eigenlijk gewoon het college nog steeds aan zet is, maar het is wel begrijpelijk dat we het erover hebben, want de belangen zijn enorm. Financieel gaat de gemeente voor een kwart miljard aan afspraken maken en belangrijker nog, de gemeente Haarlem gaat een grote stap zetten in de wijze waarop we de zorg voor Haarlemmers gaan regelen.
We brengen de zorg naar de wijken, zorg zo dicht mogelijk bij de inwoners en we stoppen met het doolhof aan aanbieders. We zorgen voor een snelle inzet van de ondersteuning voor bewoners en de ogen van zorgend Nederland zijn gericht op wat
62
wij hier in Haarlem aan het doen zijn. De signalen die ik opvang in het veld is dat deze dialooggerichte aanbesteding wordt ervaring als een positief en integer proces. De betrokken partijen zijn bezig met het welzijn van de Haarlemmers en kijken echt naar hoe ze die toekomst kunnen vormgeven. Deze instelling kennen wij ook allemaal van de zorgverleners in Nederland, dus wat dat betreft is de VVD gewoon positief en heeft deze wethouder en de ambtelijke ondersteuning het goed gedaan. Dan kom ik bij de hamvraag: is de gemeente Haarlem er zelf wel klaar voor? Dus mijn vraag aan de wethouder: op welke wijze heeft deze wethouder de ambtelijke organisatie aangepast? Is ze zelf al begonnen met ontschotten? En hoe gaat de wethouder zicht houden op de uitvoering? Op pagina 31 van bijlage drie gaat u daar al op in, maar mijn vraag is eigenlijk: hoe is het toezicht vanuit de gemeente geregeld op die juistheid van de aangeleverde informatie vanuit de organisatie, de samenwerkende organisaties? Zij leveren informatie aan aan de gemeente en de vraag is: hoe toetst u of die informatie juist is? Ook zag ik in die bijlage aan informatie die de organisaties gaan aanleveren aan de gemeente geen informatie om wachtlijsten te registreren, dus kunt u aangeven op welke wijze u zicht gaat houden of er wel of niet wachtlijsten ontstaan in de zorgverlening? En dan de rol van de gemeenteraad, welke rol
vindt u passend of vindt de wethouder passend, voorzitter, voor de gemeenteraad? Ik meen dat wij de wethouder vooral zullen aanspreken op de beleidskaders die wij in de begroting afspreken, maar anderen hier in deze zaal zullen de wethouder misschien ook strak willen meekijken op het contract en de naleving daarvan. Dat lijkt mij geen goede ontwikkeling, maar kan de wethouder aangeven op welke wijze zij de gemeenteraad de komende acht jaar wil betrekken bij de informatie over Gewoon in de Wijk? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Yerden van Trots Haarlem. De heer Yerden: Dank u wel voorzitter. Ik zal sommige vragen niet herhalen en collega Van Kessel heeft het wel goed geformuleerd. Er ligt nu een carré vragen met stukken en het wordt niet duidelijk wat nu precies de stand van zaken is. Duidelijk is wel dat er nog een groot aantal juridische hobbels worden genomen. Op dit moment leek het de fractie Trots Haarlem niet zinvol om in te stemmen met dit besluit. Nou ja, dat ondersteunen wij eigenlijk als de vragen niet helemaal antwoord geven, dan is het besloten. De voorzitter: We gaan verder niet besluiten. Wie nog meer? Mevrouw Klazes nog? Ja? Mevrouw Klazes: Ja. Ja, het is best een belangrijk moment inderdaad. We gaan de volgende fase in van een best ingewikkeld aanbestedingstraject.
Mijnheer Van Kessel die zei het al dat op zich is de dialooggerichte aanbesteding de next best thing. Ik geloof niet dat hij het zo zei, maar ik twijfel er nog steeds over of het verstandig is om dit soort sociale zaken op deze vorm aan te besteden. Misschien hadden we er toch beter aan gedaan om met de thematafels te blijven zitten. Maar goed, dat is allemaal mosterd na de maaltijd, water onder de brug, dus ik heb dit gewoon niet gezegd en toch ook weer wel. Hoe dan ook, er zijn als ik het goed begrepen heb nu twee samenwerkingsverbanden geselecteerd en een van deze twee samenwerkingsverbanden gaat de komende negen jaar of 8,5 inmiddels het welzijnswerk sociale baat voor ons uitvoeren. Superbelangrijk, heel veel geld mee gemoeid, moet goed gebeuren. Ik kan me voorstellen dat deze twee samenwerkingsverbanden een ander karakter hebben. Je hebt het ene samenwerkingsverband dat eigenlijk supergoed is denk ik, het zou zo maar kunnen in de verantwoordingsprotocollen, in de uitdraai van wat ze allemaal doen en dan op tijd zeggen wat ze hebben gedaan, wat mijnheer Van Kessel net zegt heel belangrijk te vinden: hoe gaan we controleren? Ik denk dat een van die beide partijen best goed is in het uitspugen van deze informatie waar wij ook op zitten te wachten.
De vraag is dan: gaat het ten koste van die inhoudelijkheid van het werk dat we moeten doen? Gaat het ten koste van de lokale kracht die wij ook zo belangrijk vinden? Dan kan het zijn dat je dat andere samenwerkingsverband hebt dat misschien die
63
verantwoording wat minder strak op orde heeft maar wel inhoudelijk wel weet wat er speelt in de stad en die lokale poot in die stad heeft in de Haarlemse klei. De vraag is uiteindelijk: wat gaat de wethouder dan, want uiteindelijk is het de wethouder die een keuze gaat maken tussen deze twee samenwerkingsverbanden en ik zou willen dat ik daar een leuke analogie voor had, maar dat heb ik gewoon, het zijn gewoon twee samenwerkingsverbanden met verschillende karakters. Voor welk karakter kiest deze wethouder? En is het karakter het allerbelangrijkste of zijn de kosten belangrijker? Ik ben razend benieuwd naar waar de nadruk en het speerpunt van de wethouder straks komt te liggen en misschien kan ze daar wat helderheid over verschaffen. We hebben de keuringscriteria meegegeven. Wat mij betreft had het criterium van, ik heb nog even, van lokale borging hier in die stad had best groter mogen zijn dan die twintig procent die het nu heeft gekregen. Ik heb daar meerdere malen op gedrukt en dat heb ik er niet doorgekregen. Er zijn vijf grote criteria met een gelijke weging, maar ik ben gewoon heel benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt en wat wat haar betreft uiteindelijk de doorslag geeft voor welke partij het gaat worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja, dank u wel voorzitter.
Door gewoon in de wijk verminderde administratieve lasten, de ondersteuning van de inwoners zal meer in samenhang en zonder schorten beschikbaar zijn. Al met al een hoop positieve elementen, maar ik maak me toch zorgen om al die kleine organisaties, want gisteravond hebben wij een debat in de ‘…’ Al diezelfde organisaties die weten nog niet waar ze aan toe zijn. Deze vraag hebben zij aan alle ambtenaren gesteld en ze hebben tot nu toe geen duidelijke antwoorden gekregen. Er is wel is waar een budget van drie ton gereserveerd voor deze kleine organisaties, maar tot nu toe weten zij niet precies hoe zij daar subsidie van kunnen krijgen. Graag wil ik van de wethouder weten of zij een duidelijk antwoord kan geven aan deze organisaties zodat zij weten precies wat zij precies moeten doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, dank u wel. Nou, de gemeente staat weer op een stapje verder naar het aangaan van een grote verplichting, dus ik ga ervan uit dat dit het moment is dat wij wensen en bedenkingen kunnen meegeven. Wat ons betreft zijn er nogal wat bedenkingen op dit stuk aan te voeren. In de eerste plaats gaan we kijken uit twee samenwerkingsverbanden. Nou, we hebben natuurlijk eerder het geval meegemaakt dat er in Haarlem een welzijnsorganisatie omviel en toen hadden we geen welzijnswerk meer in de stad.
We hangen ons eigenlijk nu weer op aan een partij. Er wordt wel gezegd: ja, het is een samenwerkingsverband dus als een steentje daaruit wegvalt dan kunnen de anderen dat natuurlijk overnemen, maar ik vind het echt een zorgpunt. Ik vind het een zorgpunt dat de sociale wijkteams hierbij zijn ondergebracht en dat die een taakverzwaring hebben gekregen om ook de statushouders op te vangen. Ik vind het een zorgpunt dat in dit stuk onduidelijkheid is over hoe we aan monitoring gaan doen waar dit hele proces, waar mevrouw Klazes ook net naar verwees, over gegaan is steeds. We willen als raad dat er gemonitord wordt. In dit stuk staat: we willen dat de partijen gaan monitoren, maar we begrijpen wel dat we daar niet al te zware eisen aan gaan stellen, want het moet niet een administratieve druk zijn en we hebben nu eenmaal met wettelijke kaders te maken. Dat klinkt bijna als: nou, u hoeft niet echt te gaan monitoren. Wij hebben echt een bedenking bij dat er staat dat er welzijnsorganisaties vastgoed moeten gaan regelen. Weet u nog de discussies hier over dat er een school ergens moest worden gezocht? Dat was toch geen probleem, even wat ruimte vinden? Dat is echt geen probleem hier in de stad. Dat moeten ze echt gaan doen. Wij hebben een bedenking bij dat Werkpas en Paswerk moet worden overgenomen. Het is zo een gigantisch pakket.
Waar nemen we een besluit over als raad? Het is ongelooflijk dat we dit met droge ogen doen en we denken: we laten ons met een simpele technische sessie waar een ambtenaar … Overal op zei hij: ja hoor, maakt u zich geen zorgen, dat is allemaal
64
geregeld, dat komt helemaal goed, laten we ons nu vertellen dat dit helemaal prima is. We gaan het gewoon doen. Geen probleem. Maakt u zich geen zorgen. Slaapt u rustig verder. Wij hebben hier grote bezwaren tegen. De voorzitter: Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank, wethouder, voor het toesturen van deze informatie, maar tijdens het lezen ervan raakte ik teleurgesteld. Heel veel over wat? En wat niet? Maar nog steeds niet over wie. Of heb ik er overheen gelezen? Is er wel genoeg lokale kracht en kennis aanwezig bij de aanbieder? Is de hoofdaannemer straks een soort coördinator werkgever? Houden we de instelling met een paar professionals en heel veel vrijwilligers zoals Stem in de Stad en Humanitas? Waar komen de activiteiten? Komen er buurthuizen bij? Ik zie het nog niet helemaal duidelijk voor me. Gewoon in de wijk mag nu toch wel een keer ingekleurd worden of zie ik dat verkeerd? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Nou, mijnheer Hulster zei een aantal dingen waar ik het volledig mee eens ben. Ik zat ook bij de sessie en ik heb toen ook mijn zorgen geuit. Mevrouw Klazes vroeg net: is dit de juiste manier van aanbesteden? Wij vragen ons dat niet af. Je moet dat gewoon niet doen.
Wat zijn de zorgpunten? Dat is bijvoorbeeld wat als inderdaad de lokale partners over een aantal jaar eruit gegooid worden? Welke instrumenten hebben wij dan juridisch of wat dan ook om dit toch niet te laten gebeuren? Hoe kunnen wij opvangen wanneer inderdaad zoals mijnheer Hulster zegt een welzijnsorganisaties omvalt? Hoe zorgen we ervoor dat het gecontinueerd wordt? Dat de medewerkers overgenomen worden? Hoe zorgen we ervoor dat de kwaliteit goed gewaarborgd wordt? Hoe controleren wij dat? Ook bijvoorbeeld hoe zorgen wij bijvoorbeeld als de een wegvalt en er moet personeel overgenomen worden? Hoe gaat dat? Hoe zorgen we ervoor dat bijvoorbeeld in de thuiszorg op een gegeven moment werd toch de cao niet nageleefd en de lonen moesten omlaag, mensen werden via de voordeur eruit gegooid, via de achterdeur koop erin, hoe zorgen wij dat dit hier niet gebeurt? En gaan wij dan ook achterover leunen als toen en zeggen dat dit iets tussen werkgever en werknemer is? Hoe zorgen we dus eigenlijk voor de continuïteit? Ik heb geen antwoorden op die vragen gekregen, ook niet bij de sessie behalve dan dat we met elkaar in gesprek gaan en helemaal aan het einde misschien dat het dan nog wel wat is wat we kunnen, maar voor ons is dat in ieder geval niet voldoende om nu hiermee instemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes PvdA. De heer Oomkes: Ja, een korte vraag daarover.
Dan ben ik eigenlijk wel getriggerd. Wat zijn dan de eisen die de SP stelt waarmee het wel voldoende zou zijn om hiermee te kunnen instemmen? Mevrouw Özogul-Özen: Een ding, dit soort zaken moeten we niet aanbesteden, dat is een. En als tweede moeten we waarborgen … We moeten in ieder geval punten inbrengen in het hele proces. Dat we afspraken maken dat bijvoorbeeld loondumping waar ik het over heb dat dat niet gebeurt en wanneer het wel gebeurt dat we ook harde afspraken hebben wat de consequenties daarvan zijn. Het is mij in ieder geval tijdens de sessie niet duidelijk geworden dat dat ingebouwd is en vervolgens, ik maak me ook bijvoorbeeld zorgen een hoofdaannemer, alle verantwoordelijkheid, alle administratie op het bordje terwijl we niet weten of die aannemer het aankan terwijl we niet weten wat de gevolgen daarvan zijn. Ik weet in ieder geval niet wat we precies nog kunnen doen, maar ik maak me zorgen en ik heb daar geen vertrouwen in.
65
De heer Oomkes: Nou, dat vind ik hele terechte punten. Op het moment dat je de vraag stelt aan de wethouder: loondumping, hoe ga je daarmee om? En hoe ga je om met die bureaucratie en heeft u er vertrouwen in dat een van de twee hoofdaannemers dat ze het aankunnen. Dat vind ik goede vragen. Dat u het systeem weer in twijfel trekt dat vind ik eigenlijk ook niet netjes binnen deze setting, maar laat u zich toch verrassen door deze wethouder qua antwoorden en kom dan tot een conclusie, maar volgens mij staat uw standpunt nu al vast of heb ik dit verkeerd begrepen? De voorzitter: Let ook op de tijd. En ook nog even de interruptie van mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, mevrouw Özogul, ik deel uw zorgen over een aantal punten, maar we zitten in het proces en dit stuk ligt voor ter bespreking. Het college gaat gewoon door op de ingezette route en ik denk dat dat ook verstandig is. Als ze terug willen, dan gaat dat ons miljoenen kosten, want dat kan niet zomaar. Dat is allemaal juridisch dichtgetimmerd, dus ik denk dat we het beste eruit moeten halen. De voorzitter: Hou de interruptie kort alstublieft. Mevrouw Klazes: Oké.
Zou het ook kunnen zijn dat u betreft loondumping, die andere zorgen die u heeft, normale SP punten overigens, prima, dat is terecht, dat u dat in een motie vervalt en dat u daar een motie over indient? Want ik denk dat we dit proces op dit moment ook niet moeten willen onderbreken. Mevrouw Özogul-Özen: Ik ben me ervan bewust inderdaad dat we die punten niet kunnen terugdraaien, maar ik maak wel mijn punt dat wij het er niet mee eens waren dat dit aan besteed wordt, maar ik wil inderdaad van de wethouder horen hoe dat zit met loondumping en dat soort dingen. Tijdens de sessie heb ik daar geen antwoord op gekregen. Ik heb ook niet goed antwoord gekregen welke juridische punten we hebben om dit te voorkomen. Dus ja, ik ben benieuwd, maar zoals het er nu uitziet, vind ik het niet correct. De voorzitter: En de antwoorden op de vragen van de VVD? De heer Van Kessel: Misschien nog een reactie daarop. Ik vind het gewoon niet chique dat je allerlei eisen stelt en allerlei dingen neerlegt en uiteindelijk toch gewoon niet gaat instemmen. Dan moet je gewoon zeggen: ik stem niet in en dan ben je klaar met het debat. Bent u dat met mij eens? Mevrouw Özogul-Özen: Nee, ik ben het niet met u eens. De voorzitter: Goed. De heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Het is wat het is.
Op basis van nieuw geformuleerde basisdocumenten over uitgangsposities adviseert deze commissie over de wijze waarop organisaties worden uitgenodigd zich in te schrijven voor de uitvoering van Gewoon in de Wijk. De bijbehorende nota is algemeen waar het beleidsdoelen en afspraken betreft zo geformuleerd dat geen mens het er echt mee oneens kan zijn. Kwaliteitscriteria, de meetlat waarlangs de prestaties van de enige hoofdondernemer worden gelegd ontbreken in feitelijk opzicht. Als jullie mij de vergelijking toestaan, het is alsof je de uitschrijving voor een nieuw Schiphol afrondt voordat je vaststelt of en hoe er voldoende vliegtuigen kunnen landen op het nieuwe ‘…’ en je niet afvraagt wat deze aanleg betekent voor luchtvervuiling, omgevingshinder en de feitelijke kosten van bereikbaarheid, maar dit is maar slechts een vergelijking. We kunnen gezien de stand van zaken, we hebben hier jaren over gepraat, niet anders dan akkoord gaan met deze uitnodiging, maar het gehele traject, ondanks de uitstekende sessie van vorige
66
week, verdient geen schoonheidsprijs. Ik voorspel grote fricties tussen de praktijk en deze theoretische insteek. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Is er verder nog iemand? Nee? De heer Smit, OP Haarlem. De heer Smit: Dank u voorzitter. Ik kan de woorden van de heer Hulster volledig onderschrijven. De zorgen van mijnheer El Aichi over de kleine organisaties die in een onderaannemersrol moeten gaan zitten terwijl die gewoon aan de gemeente vastgeplakt hadden kunnen worden in een op een relatie en dan mevrouw Özogul terecht haar zorgen uit. OP Haarlem is vanaf het begin van dit traject tegen de aanbesteding geweest. We hebben geen enkel voordeel van de aanbesteding kunnen horen en ik word vooral eigenlijk alleen maar diep en diep treuriger van dit traject, dus voor ons is het heel simpel: aanbesteden van dit soort zorg kan in onze ogen niet. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, mijnheer Smit, ik ben nu toch een beetje in verwarring, maar misschien vergis ik me hoor. Hoe was het ook alweer? Toen wij een plan hadden met thematafels, dat was geen aanbesteding, dat was een subsidie.
Wat vond u daar ook alweer van? Heeft u daar toen mee ingestemd of: nee, wethouder, ga maar terug naar de tekentafel, doe het maar opnieuw en kwam er toen een aanbesteding uit? Hoe was het ook alweer? De heer Smit: Toen hebben wij gezegd dat die tafels de organisaties in een spagaat zetten en dat daar in een situatie ontstond die onwerkbaar dreigde te worden voor de organisaties. Dat heb ik toen gezegd. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: En hoe zij de situatie willen noemen waar de partijen nu in zitten en niet zeker weten of ze straks door kunnen, is dat ook een spagaat of is dat allemaal helemaal prima? De heer Smit: Hoe bedoelt u, niet door kunnen? Mevrouw Klazes: Nou, er zijn twee samenwerkingsverbanden waarvan de een lokaal is samengesteld van lokale partijen die nog maar moeten afwachten of ze straks aan de bak kunnen en of ze niet overruled worden door een landelijk opererende partij, dus dat is ongeveer hoe het er nu voorstaat en de kans is aanwezig dat de partijen die destijds aan de thematafel wilden aanschuiven nu niet in aanmerking komen voor het voortzetten van hun contracten. Dat lijkt me ook een spagaat. De heer Smit: Nou, als het u dat ook lijkt, dan lijkt het mij ook. De voorzitter: Mevrouw Özogul.
Mevrouw Özogul-Özen: Ik heb even, mevrouw Klazes, ik weet dat u een fan was van de thematafel als en ik ben ook een van degenen geweest die daar toen tegengestemd heeft, maar wel met reden en die reden was dat kleine partijen … De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ja?
67
De voorzitter: De heer Smit was aan het woord. Ik weet niet wie u interrumpeert nu. De heer Smit: Ik was niet meer aan het woord hoor. Ik had afgerond. De voorzitter: Het was een interruptie op uw bijdrage nog. We kunnen dit zo meteen in de tweede termijn nog even doen. Is er nog iemand? Nee? Dan alleen de heer Visser nog, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel voorzitter. Drie punten, allereerst wil ik mij aansluiten bij GroenLinks ook van: waar gaat de wethouder nou op toetsen? Want we hebben die gunningscriteria gezien en die zijn op zich goed, alleen je kan er toch nog wel meerdere kanten mee op en het precieze punt dat mevrouw Klazes van GroenLinks noemt mis ik, dat is die lokale kracht. Weeg die ook mee van hoeveel kennis wordt er over Haarlem meegenomen? Dus daar ben ik wel benieuwd naar, want het andere punt van monitoring dat staat er wel een beetje in, maar daar kan je in groeien. Van lokale kracht kan je vooral in verliezen. Daar kan je daarna ook wel weer groeien, maar een beetje eerst heel veel verloren, dus daar zit wel mijn grote zorg. En natuurlijk moet er objectief gekeken worden naar de verschillende aanbiedingen en er spelen allerlei dingen mee, maar mijn zorg is wel dat we straks een risico lopen dat we iets weggooien waar we later spijt van hebben, want het proces voor de rest is goed.
Daar hoor ik echt enthousiaste geluiden over en ik denk dat er echt een transformatie gaat komen, een vernieuwing. En ik zie sowieso dat de clubs samenwerken, dus daar ben ik echt enthousiast over. Toch hou ik mijn hart vast nog steeds en hopelijk kan de wethouder die zorg wat wegnemen met name wat betreft die lokale kracht. Ik sluit me ook aan bij het echt goede verhaal vond ik van de VVD. De VVD stelde ook een terechte vraag en dat is de rol van de gemeenteraad en ik las daar wat over in het stuk en wat mij wel aansprak, ik heb hier in een vorig debat hierover gezegd, heb ik een beetje een vergelijking gemaakt met de verkeervervoersector met de concessie van de NS die ook tien jaar duurt, maar waar NS elk jaar een vervoerplan indient en toen heb ik hier in de raad gezegd van: eigenlijk zou dit samenwerkingsverband ook jaarlijks een jaarplan moeten indienen. Nou, dat heeft de wethouder keurig overgenomen, complimenten.
Ik zag het in paragraaf 5.1, maar ik had er ook aan gekoppeld de betrokkenheid van de raad en in paragraaf 5.1 staat wel dat de voortgangsrapportage naar de raad gaat, maar niet het raadsplan terwijl ik dat eens een spannende en een goede zou vinden, want dan gaan we het over de hoofdlijnen hebben dat wij dat jaarplan dat we dat juist bespreken in de raad en misschien juist op een moment dat het nog niet stevig is vastgesteld maar dat er een concept ligt precies zoals bij NS gebeurt, een vervoerplan, er ligt een concept. De consumentenorganisaties gaan er inspraak op leveren en NS zet nog wat punten op de i, in dit geval het samenwerkingsverband in overleg met en de wethouder zet wat punten op de i. Ik denk dat we dan het goede gesprek hebben dat dan elke keer terugkomt. We bespreken de voortgang en we bespreken de plannen voor het komende jaar. Graag een toezegging van de wethouder. En tenslotte het goede verhaal van D66 en de Actiepartij, want ik heb het gevoel dat ik daar ook wat gemist heb. Nu ben ik niet bij die technische briefing geweest, dus daar zal het ongetwijfeld over gegaan zijn, maar het vorige stuk dat we hierover bespraken vorige keer kan ik niet herinneren dat dat er in heeft gestaan, dat verhaal van Werkpas.