CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

03-03 transcript commissie Samenleving

commissie Samenleving 3 maart 2022, gemeente Haarlem50.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

12 alinea's met “samenwerkingsverbanden”: 271 274 275 288 298 299 302 303 307 312 314 315

Hoe taxeert de wethouder dat? En is dat niet inderdaad een enorm risico met name wat betreft de tijdsdruk? Want kennelijk wordt daar ook een transformatie verlangt, maar er moet wel binnen vier weken wat gebeuren, dus hoe zit dat? Waarom is daar niet voor een overgangstermijn gekozen zoals bijvoorbeeld bij het sociaal wijkteam ook is gedaan? Dus ik was daar nogal verbaasd over, dus kan de wethouder daar ook op ingaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? Wethouder Meijs, gaat uw gang. Wethouder Meijs: Ja, dank u wel. Ik proef ook vooral wat onzekerheid hier aan de overkant en het is natuurlijk heel spannend als je zo een megatransformatie instapt hoe dat uitpakt. Dat kan een vette tien worden en het

68

kan een dikke min zes worden. Nou, ik hoop natuurlijk op de vette tien en niet dat we hier over een tijdje krokodillentranen moeten huilen omdat het een traject is waar we ontevreden over zijn, dus ik voel met u mee als u zegt van: konden we maar even in die glazen bol kijken om te zien hoe het uit gaat pakken. We hebben wel alles met u gedeeld, de voorwaarden, we hebben voorwaarden toegevoegd, we hebben in die gunningscriteria nog het een en ander toegevoegd, we hebben duidelijk voor dit traject uiteindelijk met elkaar gekozen. Niet iedereen was het daarmee eens, dat heb ik ook goed begrepen. De kritische woorden van de Actiepartij zijn zeer consistent daarin, dus dat heb ik ook begrepen, maar we hebben wel met elkaar uiteindelijk de vorige ronde met de thematafels, ik zal er niet al te lang bij stilstaan, niet gehonoreerd en toen hebben we wel uiteindelijk voor dit traject gekozen. Maar dat we iets anders wilden, dat was ook duidelijk en dat dat spannend is, ja, dat ben ik geheel met u eens en dat erken ik ook. Dat zal ik ook niet ontkrachten, maar we hebben wel alles gedaan om de randvoorwaarden goed in beeld te krijgen en ook ons goed voorbereid door een lange dialoogsessie ingedeeld te hebben en ook steeds terug te koppelen aan waar we stonden, wat de hiccups waren, waar we nog onzeker over waren en waar we nog met elkaar over in gesprek waren.

Nu staan we voor een belangrijk punt. De heer Van Kessel schetst het al, een kwart miljard, geen klein bier, grote bier en toch afhankelijk van alle kleine radertjes in het geheel. Als eerste dan de vraag naar het CDA: zijn de kleine organisaties wel voldoende betrokken? Ze zijn zeker al een paar keer meegenomen. Ik zie u meteen al schudden. Ik kan nog niet eens antwoorden of u schudt al nee. Ze zijn een paar keer meegenomen. Ze zijn ook een paar keer bij de hand genomen om uit te leggen hoe het traject zou verlopen. We hebben ook duidelijk geld vrijgemaakt, extra geld vrijgemaakt om ze te borgen in deze grote molen van verandering binnen het welzijnswerk. We hebben extra benadrukt dat niet alleen dezelfde organisaties, maar ook burgerinitiatieven, bewonersinitiatieven, andere kleinere organisaties ook onderdeel zouden zijn van deze hele grote transitie en er ligt ook een duidelijke rol voor ze weggelegd. En gelooft u mij of niet, ook als schudt u dan heel hard van nee, zij zijn van wezenlijk belang, alle organisaties, alle kleinere organisaties, wereldkeukens die hier aan tafel hebben gezeten, alle organisaties zijn van belang om het te doen slagen. Welk samenwerkingsverband het ook zal gegund worden zal afhankelijk zijn van al die mensen die op dit moment aan het werk zijn, van al die kennis die daar is.

Sommigen zullen inderdaad buiten de boot vallen en sommigen zullen in het bootje stappen. Er zal goed gekeken worden ook door de nieuwe of niet nieuwe samenwerkingsverbanden die wel of niet al de lokale uitvoering doen, zal heel goed gekeken worden welke partijen zij zullen betrekken in hun onderaannemerschap. En dat ze dat allemaal niet zelf kunnen daar is volgens mij iedereen van overtuigd. Daar hebben ze ook in de dialoogfase al meerdere keren met elkaar over gesproken. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen. Wethouder Meijs: Oh, ik dacht eerst … De voorzitter: D66. Mevrouw Çimen: Ja, nog een vraag op dit punt hoor, want ik heb ondertussen ook begrepen dat de meer middelgrote organisaties die ook eerder zijn ingegaan spreken hier, de Stem in de Stad en de Humanitassen van de wereld dat die inmiddels heel goed contact hebben ook met beide samenwerkingsverbanden overigens, dus dat wordt in ieder geval ervaren als dat gaat wel geborgd worden.

Tegelijkertijd hoor ik zelf ook wel geluiden van de partijen die in die samenwerkingsverbanden zitten, nou, die kleintjes die weten eigenlijk nog steeds niet echt heel erg goed wat nu op hun pad af aan het komen is, dus dat is gewoon een signaal dat ik dan ook toch wel wil meegeven en ook echt vanuit de gemeente misschien na de gunning ook om dat gesprek in ieder geval beter te bevorderen dat daar toch misschien echt op gelet moet gaan worden, want het is toch een signaal dat ik heb gekregen.

69

Wethouder Meijs: Ik zal het niet ontkennen natuurlijk. Als u dat signaal heeft ontvangen dan nemen we ons dat ter harte, maar er is wel vanaf het begin gesproken dat het in fases zal gaan en er is ook hele duidelijke uitleg gegeven, ook aan kleinere organisaties en er is ook een website waar ook kleinere organisaties vanaf het begin in meegenomen zijn en informatie hebben kunnen vinden. Het maakt hun wel afhankelijker. Doordat je niet aan die tafel hebt gezeten, ben je natuurlijk wel afhankelijker van de gunfactor die ze dadelijk ook zullen ontvangen bij het samenwerkingsverband, dus dat daar een risico aan zit of dat daar onzekerheden aan zitten dat zal ik niet ontkennen, maar dat we er geen oog voor hebben gehad in de dialoog dat zal ik willen ontkennen. U vroeg, ik ga maar even alle vragen af die gesteld zijn, u vroeg over: wat is dat verantwoord kostenefficiency? Ja, het budget staat vast, dus het is niet zo dat er onderhandeld gaat worden straks over de prijs of dat dit een beetje meer of minder kost, daar gaat geen beoordeling op plaatsvinden, dus het budget dat we hebben dat heeft u kunnen lezen, dat is een vaste zaak. Er is ook gesproken met Werkdag … De voorzitter: U heeft toch alweer een interruptie. Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Nog een verhelderende vraag en dan hou ik hierover op.

De reden dat ik dit vraag is ik vermoed dat een van de samenwerkingsverbanden toch nog efficiënter uit de bus kan komen omdat het gewoon ook een grotere organisatie is en ik wilde er toch ook even voor waken dat dat in ieder geval niet een element is waardoor dan wordt gezegd van: nou, dit trekt het net over de streep, daarom pakken we dit samenwerkingsverband, maar dat we echt gewoon werken vanuit het kader en het vaste budget dat we hebben. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Meijs: Ik neem het me ter harte, maar het is een heel plan van randvoorwaarden waaraan ze moeten voldoen en het zal ergens op een gegeven moment de doorslag geven. Stel dat er twee partijen uitrollen die close finishen, dan zou je toch uiteindelijk ergens op je beoordeling doen. Ik kan nu niet zeggen dat zal daarop of dat zal daarop zijn, maar ik heb nu gezegd: het budget staat vast, die prijs is niet de hoofdbeoordelingskwestie, maar ik wil niet ontkennen dat er natuurlijk wel gekeken wordt ernaar. Net zoals het ook van een huis of een fiets, soms ga je net voor iets meer of net voor iets minder. Dat zit hem vaak in het gevoel dat je dan krijgt en je kijkt naar het geheel. Werkbedrijf is daar al eerder over gesproken. We hebben al eerder, ook als antwoord naar de heer Visser, we hebben al eerder bij u laten weten dat wij hun betrekken daarbij.

We hebben ook … De beide samenwerkingsverbanden hebben ook al mensen gesproken, dus zij hebben daar ook al de ins en outs van geweten. Zij weten dat er wel bepaalde overgangsproblematiek in zouden kunnen spelen en daar worden ze ook op tijd in gegund. Als die vier weken te kort zijn, wordt dat ook wel opgelegd. Dat is niet zo dat dat een go, no go is, maar er moet daar wel iets gebeuren, dus daar worden nu ook scenario’s al voor voorbereid die worden meegenomen in de overdrachten naar voren. De vraag van de VVD: is de gemeente er zelf al klaar voor? Dit is een transitie die niet alleen binnen het welzijnswerk is, maar is de gemeente zelf ook aan het ontschotten? Ja, de gemeente zelf is ook aan het ontschotten. Dat kan niet anders. Je kan niet aan de buitenwereld vragen: doet u het eens anders en dan vervolgens zelf in diezelfde stramien blijven werken. Ik word zo een beetje elke staf is misschien overdreven, maar toch wel vrij regelmatig bijgepraat door de drie meest betrokken ambtenaren en zij doen dan verslag aan de wethouder. Ik heb ze al eens gekscherend de Kwik, Kwek en Kwak genoemd. Dat zijn drie verschillende portefeuilles die dan melding doen.

Dat zijn dezelfde mensen die u in de technische sessie waarschijnlijk heeft gezien, maar dat zijn wel drie mensen met verschillende brillen op en ook vanuit die verschillende brillen zie je daar nu al een crossover dat die hele afdelingen daarachter ook samenwerken. Dat is uiteraard … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Visser.

70

Wethouder Meijs: Kwik, Kwek en Kwak is geen diskwalificatie. De voorzitter: Ik vraag toch wel om iets meer tempo te maken, want we zijn al vijf over tien en we hebben nog een heleboel onderwerpen op de agenda en volgens mij gaan we het meeste doorschuiven zo meteen. Nee, maar ik zie ook heel veel interrupties en ik zou graag willen ook dat de commissie even de wethouder uit laat praten zodat we misschien even wat meer korter kunnen blijven. Ja, mijnheer Visser. De heer Visser: Voorzitter, als Kwik, Kwek en Kwak worden genoemd, dan word ik gelijk alert. Ik ben een grote Donald Duck fan, maar dan wil ik de wethouder toch oproepen om ook Juultje en Babetje en de derde ben ik eventjes de naam kwijt. Daar bedoel ik de interactie met de aanbestedingen die op het moment lopen en ook de aanbesteding voor de jeugd onder andere, dus kan de wethouder daar ook nog op ingaan? Speelt het ook in de gunningcriteria een rol in hoeverre die samenhang goed wordt gepakt? Wethouder Meijs: Ja, dat kun je daar niet los van zien. Bij de afdelingsmanagers opereren we daar ook gelijktijdig in, dus alle lessons learned van beide trajecten worden over en weer meegenomen, dus ontschotting is op vele fronten bezig. Hetzelfde wat u vraagt, vraagt de VVD: wat wordt de rol de komende jaren van de raad? Die heeft u volgens mij zelf ook besproken.

U heeft gevraagd om elke drie jaar een strakke monitoring te hebben en een evaluatie. Nou, daarin wordt u echt wel meegenomen. We hebben een keer hier in de raad het gehad over een soort state of the union om een soort raadsmarkt te organiseren om partijen die het uiteindelijk gegund zijn dan na een jaar een soort markt te laten presenteren om te laten zien waar ze nu mee bezig zijn. Ik zou daar een groot voorstander van zijn, dus dat zou ik in ieder geval als toezegging doen dat we dat gaan organiseren, maar dat kunnen ze niet in de eerste week doen. Daar moeten ze echt even wat body hebben en een jaar op weg zijn. De wachtlijsten waar u over sprak, ja, daar zijn zij verplicht ons natuurlijk meldingen van te doen net zoals we dat nu doen en daar zullen we ook u natuurlijk in betrekken als dat mogelijk tot hiccups gaat leiden. Trots vraagt over: welke juridische vragen zijn er nog? We doen natuurlijk niets zonder dat het juridisch zou mogen of dat het getoetst wordt. Het wordt zowel vanuit de samenwerkingsverbanden natuurlijk op juridische juistheid getoetst en we leggen het natuurlijk zelf ook steeds langs de juridische toets. GroenLinks vraagt nog eens over: hoe borgen we nou echt de lokale kennis? Dat is meegenomen op uitdrukkelijk verzoek van de raad in de gunningsfactor of gunningscriteria. Ja, meer dan dat kan ik niet zeggen.

Ik bedoel, zij zullen straks als zij gaan beschrijven hoe zij hun werk gaan doen zullen wij natuurlijk moeten kunnen proeven of zij de kennis hebben van de verschillende wijken en van de verschillende noden en noodzakelijkheden die er ook zijn in de buurten, dus ook daarvan zullen wij natuurlijk een toets hebben om te kijken welke keuze wij maken. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, een korte interruptie hoor, want je hoort wel eens wat dat er dan partijen zijn die zeggen: nou, we zijn enorm met de poten in onze klei en na twee jaar worden de mensen die daadwerkelijk betrokken zijn, partijen die betrokken zijn bij het lokale werkveld die gaan er dan uit en die worden vervangen door mensen van uitzendbureaus die wat goedkoper zijn en de vraag is: is er op een of andere manier een garantie opgenomen straks in het uiteindelijke contract dat dat niet gaat gebeuren? Dus als er op een gegeven moment een belofte wordt gedaan om samen te werken met bepaalde partijen dat die belofte dan ook is opgenomen dat ze daar niet zomaar vanaf komen na twee jaar? De voorzitter: Wethouder.

71

Wethouder Meijs: Ja, er zullen natuurlijk allerlei gesprekken plaatsvinden bij de gunning aan wie dan ook of dat A of B zal worden en die borging zoals u vraagt eigenlijk van: worden ze dan niet gedumpt? Stel dat het een nieuwe partij wordt, dan zullen zij ook daarmee weer arbeidsvoorwaardegesprekken moeten hebben. Die gaan gewoon volgens een bepaalde cao. We hebben voor de sociale wijkteams een borging gedaan van in ieder geval twee jaar om ze sowieso bij ons in dienst te houden, om te borgen dat dat een soort veiligheid is en te kunnen garanderen dat alle problematieken die daar op tafel komen in ieder geval wat ons betreft geborgd zijn. Maar ook zij zullen zich moeten houden aan elke cao natuurlijk, dat als antwoord op de SP van de loondumping, als antwoord op u van: kunnen we dan garanderen dat ze niet partij X of partij Y de deur uit zullen zetten? Dat zullen ze natuurlijk heel goed moeten onderbouwen. Op het moment dat ze ergens vanaf willen, moeten zijn natuurlijk onderbouwen waarom zij daarvan af willen, want dat hangt niet samen aan de partij, dat hangt samen … U wil al een vraag stellen. Ik stop maar meteen. Mevrouw Klazes: Nee, want ik geloof u echt heel erg. De voorzitter: Wacht even. U heeft anderhalve minuut ook nog maar. Mevrouw Klazes: Wat zegt hij? Ja, maar dat geeft helemaal niet. Meer heb ik niet nodig.

Ik geloof uw oordeel als u dat zegt, alleen het is wel gebleken dat het soms niet geborgd kan worden, dat je een contract niet voor langer dan een bepaalde periode kan borgen en je hoort wel eens verhalen. Ik ben er gewoon een beetje bang voor. Ik wil dat echt op een of andere manier dat als daar een belofte ligt om met lokale partijen in zee te gaan dat dat een belofte is die niet geldt voor twee jaar omdat er nou eenmaal niet langer contracten mogelijk zijn met deze partijen, maar dat het een belofte is die echt standhoudt over die hele periode van negen jaar. Dat is het enige. En ik ben niet helemaal gerustgesteld door de contractduur. Wethouder Meijs: Ja, ik heb dezelfde vraag ook in de voorbereiding gesteld en toen was het antwoord eigenlijk … De voorzitter: Wethouder, er is weer iemand. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, de wethouder zegt: ze moeten zich aan de cao houden, maar we hebben natuurlijk wel vaker gezien dat organisaties besluiten dat iedereen ZZP’er wordt en dan heb je gewoon geen cao meer, dus dan kun je ineens wel veel lager … Heeft u daar ook aan gedacht? Is dat juridisch überhaupt tegen te gaan eigenlijk? De voorzitter: Wethouder.

Wethouder Meijs: Ja, waar er op dit moment als ZZP’ers zijn kan je dat natuurlijk ook niet ombuigen, want op dit moment wordt er al met ZZP’ers gewerkt, maar die hebben alleen stelling en ook niet bij alle ondernemingen, dus daar waar het is zal het ook op die manier overgenomen worden. En natuurlijk zullen we daarvoor waken en zullen we kijken, maar ook daarin zitten we natuurlijk aan bepaalde juridische afspraken vast. Ik wil ervoor waken om als een soort gaat u maar rustig slapen en het komt allemaal goed, dat hoort u mij niet zeggen. Sommige dingen zijn best onzeker. Dat erken ik ook wel. Dat is precies het gevoel dat we hier allemaal hebben. We gaan voor die tien, maar het kan ook zomaar een min zes worden, maar we hebben wel allerlei afspraken met elkaar afgestemd om te zeggen: dit zijn de voorwaarden waaronder het moet gebeuren. Met het huidige personeel dat er op dit moment is wordt goed samengewerkt, wordt fijn samengewerkt met het personeel van de beide samenwerkingsverbanden waar we mee spreken, dus ik heb helemaal geen signalen gekregen dat men daar voor een dubbeltje op de eerste rang zal zitten en dan na twee jaar zal

72

zeggen: klaar, nu kunnen we de hele bende omgooien en nu gaan we het op een andere manier doen. Ze zullen altijd moeten voldoen aan de lijnen en het beleid dat we met elkaar hebben afgesproken. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Yerden, Trots Haarlem. De heer Yerden: Ja, dank u wel voorzitter. De fractie van Trots Haarlem wil graag weten wat de juridische afspraken zijn. De voorzitter: Dat is wel redelijk technisch. Wethouder Meijs: Het is een vrij algemene vraag, mijnheer Yerden. Daar kan ik ook geen antwoord op geven behalve dat alle juridische vragen die vastliggen via de cao gerespecteerd zullen worden. Misschien is het voor u wel een geruststelling om te weten dat de OR van de gemeenteraad als wel alle OR’s van de betrokken samenwerkingsverbanden hebben ingestemd met het voorlopige plan dat hier ligt. De voorzitter: Wilt u nog verder gaan? Alle vragen …? Wethouder Meijs: Sorry, de ChristenUnie vragen heb ik nog niet beantwoord. Dat was: gooien we onze oude schoenen nog niet weg voordat we weten wat voor nieuwe schoenen we gaan hebben? Dat is eigenlijk hetzelfde antwoord als naar mevrouw Klazes. Natuurlijk, een aantal organisaties die zijn zo vrij uniek, die zijn zo uniek voor Haarlem, ik denk dat die onder beide samenwerkingsverbanden zo mee zullen gaan, maar dat is een wishful thinking aan deze kant van de zaak.

Dat weten we natuurlijk pas op het moment dat er gegund gaat worden en dat de samenwerkingsverbanden ook echt gaan samenwerken en gaan vertellen met welke andere onderaannemers zijn gaan samenwerken, maar we hoeven geen namen te noemen. U en ik kennen natuurlijk een aantal organisaties die zo ontzettend bepalend zijn in het Haarlemse, daar zullen zij ook niet zonder kunnen. Welke partij er ook komt, die heeft niet een heel blik aan personeel in de achterzak van: zo, nu gaan we het allemaal even anders doen. Die zullen ook gedwongen worden door de krapte op de arbeidsmarkt om bepaalde partijen mee te nemen en de kennis die die partijen hebben ook mee te nemen. Dat als laatste op: hoe kunnen we de lokale kracht borgen? De voorzitter: De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, ik had allemaal bedenkingen geuit, dus dan hoeft u daar geen antwoord op te geven blijkbaar, maar misschien toch even over dat vastgoed. Er staat echt letterlijk in de tekst dat de organisaties verantwoordelijk worden voor het vastgoed. Ja, dat lijkt mij eigenlijk een onmogelijke situatie, want de vastgoedprijzen zijn echt ongelooflijk. Dat betekent echter dat zij op de vastgoedmarkt op zoek moeten gaan straks naar ruimte als zij dus ik neem aan uitbreiding willen.

Of moeten ze überhaupt op zoek gaan naar ruimte? Wethouder Meijs: Ja, over die vastgoedcomponent hebben ze ook met elkaar ook gesproken, want sommige zijn eigendom en sommige worden gehuurd van derden en sommige worden gehuurd van ons, maar dus er zal ook per vastgoedonderdeel gekeken moeten worden hoe dat meegaat naar welk samenwerkingsverband dan ook, maar dat kan natuurlijk pas een uitwerking krijgen als je een keuze hebt gemaakt van welk samenwerkingsverband dat wordt. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ja? Een persoon, twee. Akkoord. Dan ga ik eerst naar de heer Van Kessel.

73

De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb kort de tijd, dus ik dacht: ik doe het gewoon in de tweede termijn. Twee vragen eigenlijk aan de wethouder. Over die ambtelijke organisatie die aangepast wordt, is mijn vraag: is er sprake bij de omschotting van de gemeente sprake van een reorganisatie? En kunt u dat organisatie veranderplan aan de raad sturen ter kennisname? Ik had geen antwoord op de vraag gekregen hoe het toezicht op de juistheid van de aangeleverde informatie door u wordt gecontroleerd of daartoe wordt op wordt toegezien. En dan een laatste verzoek is de toezegging dat er een state of the union komt en ik eens in de drie jaar een monitoringsrapport veel te mager vind. En ik vraag niet om een antwoord nu, maar graag zou ik gewoon een brief willen krijgen met daarin een goed uitgewerkt voorstel hoe die informatiepositie van de gemeenteraad is geborgd voordat er ingestemd wordt met deze gunning zodat wij gewoon weten hoe de gemeenteraad de komende periode, de komende negen jaar geïnformeerd wordt en betrokken wordt op dit dossier. Alstublieft. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Özogul, SP.

Mevrouw Özogul- Özen: De wethouder zei net met een cao, ja, ze moeten zich houden aan de cao, maar bij de thuiszorg moesten ze zich ook houden aan de cao en toch ging het mis, maar ik heb niet gehoord van de wethouder wat je daar tegen kan doen en wat er in de aanbesteding of er iets in staat om dit te waarborgen. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Ja, volgens mij is mijn vraag over de bespreking van het jaarplan in de raad nog niet beantwoord en met name ook een conceptjaarplan. De voorzitter: De heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Bij de sessie die we hebben gehouden met drie van uw ambtenaren schiepen zij een beeld van een bijna paradijselijke samenwerking waarin ze schetsen hoe ze samenwerkten met de mensen in dat voortraject tot gunning van het contract en ze vertelden daarbij dat er eigenlijk gewoon geen werkgeverwerknemer relatie was tussen beide of opdrachtgever en opdrachtnemer, maar bijna een soort broederlijk optrekken in dit domein. Maar als het nou fout gaat in het domein, zelfs maar op kleine onderdelen, heeft de gemeente dan nog iets van een werkgeverspositie over? Kunnen we dan zeggen: dit accepteren we niet, we kunnen hier op acteren? De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? De heer Hulster, Actiepartij.

De heer Hulster: Ja, ik ben toch even benieuwd, de heer Van Kessel zei net: we willen eerst dit zien voordat we het besluit nemen, maar is dit een collegebevoegdheid? Komt dit nog terug naar de commissie en gaan we er inderdaad nog een besluit over nemen? De voorzitter: Het is een collegebesluit, maar de heer Van Kessel mag nog iets eraan toevoegen. De heer Van Kessel: Ja, omdat ik word aangesproken erop. Ik zou graag zal ik maar zeggen dat willen zien voordat het college een besluit neemt over welk van de twee het is. Dat was mijn verzoek, want er is een collegebesluit, maar wel zou ik het fijn vinden als de raad vooraf weet hoe wij in de rest van dit traject geïnformeerd worden, want die informatie is er niet en dat vind ik rijkelijk laat in het geheel. De voorzitter: De heer Hulster, Actiepartij.

74

De heer Hulster: Dan denk ik dat hier sprake was van een Freudian slip dat u hier sprak als ‘we’ als in dat u na 16 maart de verwachting had het besluit te kunnen nemen, maar ik begrijp dat u dat toch anders bedoelde. De voorzitter: Ja? Niemand meer? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Nou, deze laatste begreep ik niet helemaal. Tenminste, ik denk dat ik hem begrijp, maar laten we hopen dat na 16 maart niet de hele wereld er anders uit gaat zien en allerlei besluiten genomen in goed overleg met elkaar dat die teruggedraaid gaan worden. Ik bedoel, dat zou toch vrij jammerlijk zijn denk ik ook van al het vele werk dat we hier met elkaar gedaan hebben. En nee, als eerste er is geen reorganisatie aan het plaatsvinden. Er is een herschikking aan het plaatsvinden, ontschotting aan het plaatsvinden dat is echt iets anders dan een reorganisatie. Maar als je op een andere manier je welzijnswerk aanbesteed en je op een andere manier inricht kan je niet anders dan dat je je organisatie daar ook op aanpast. Dat is ook hetgeen ik gezegd heb. Dus nee, er ligt niet een reorganisatieplan onder. Het toezicht van de vraag van u, toezicht op de juistheid, nou, dat vind ik een technische vraag bijna. Ik zal het meenemen in de vraag hoe wij dat toetsen, maar wat is juistheid? Als mensen A zeggen dan moeten ze A doen en dan kunnen ze geen B doen.

Als je vraagt om bepaalde prestaties te leveren en daar maak je een afspraak met elkaar over, dan zal dat getoetst worden. Op dat feit word je getoetst. Ik weet niet precies wat u dan bedoelt. Toezicht op de juistheid van hetgeen ze aanleveren, ja, daar worden ze op afgerekend. Dan worden ze afgerekend op hun prestaties. Dat gaan we monitoren. We hebben jaarlijks een monitoring in de stad. We vragen aan de mensen of ze zich gelukkig voelen, of ze voldoende sociale contacten hebben. We vragen naar hun ervaringen. We zullen bij afsluiting van de geleverde prestaties vragen of er klachten waren, wat er gebeurd is met die klachten, of er gemonitord is, of er gesprekken zijn geweest. We zullen ervaringsdeskundigen aan tafel vragen. We zullen natuurlijk doorvragen bij herschikking van personeel hoe dat verlopen is. Dus er zijn denk ik wel vier of vijf kanalen waarop we dit zullen monitoren. Het leveren van jaarplannen, nou moet ik eerlijk zeggen dat ik daar niet zo op zit te wachten.

Ik denk dat je deze prestaties die we gaan zien en op basis waarvan wij uiteraard zullen gunnen, die plannen zullen ook weer naar u gaan om te laten zien wat er voor tegenprestaties geleverd worden, met elkaar afgesproken, en volgens mij hebben we dat ook al vastgelegd dat hier over drie jaar in ieder geval een evaluatie met elkaar zullen hebben, maar uiteraard zullen wij per jaar gaan kijken wat de prestaties zijn en of ze geleverd zijn, maar echt uitvoering op een niveau van jaarplannen daar ben ik geen voorstander van. Ik ben er een voorstander van, dat heb ik u toegezegd en volgens mij is die toezegging ook al genotuleerd, om hier na een jaar een soort state of the union te hebben om te kijken van: zijn we op de goede weg? Maar om nou daar nog een laag in te bouwen als randvoorwaarde van: nu gaan we ook nog even vragen om jaarlijkse plannen in te dienen, ja dat is een beetje de bijstelling van spelregels tussentijds. De heer Visser: Voorzitter. De wethouder: En de heer Visser is daar natuurlijk wel een voorstander van. De heer Visser: Ik zeg: dat plan dat komt er al. Dat heeft de wethouder zelf opgeschreven.

Het gaat er alleen omdat we daarmee de wensen vanuit de raad kunnen kanaliseren, want anders krijg je allerlei incidenten door het jaar heen en door dat plan aan de raad voor te leggen heb je een keer per jaar een moment dat wij onze wensen en bedenkingen in feite kunnen inbrengen. Wat de wethouder ermee doet dat is alweer vers twee, want het contract ligt er gewoon, maar dat vind ik wat anders dan evalueren hoe we ervoor staan wat je inderdaad een keer in de drie, vier jaar doet, maar het voorkomt denk ik heel veel incidenten in de raad als we een moment in het jaar hebben dat we kunnen zeggen: nou, wethouder, we horen in het veld dit en dit, kunt u daar eens naar kijken in het jaarplan? Volgens mij voorkomt het ook heel veel gedoe in deze commissie.

75

De voorzitter: De heer Van Kessel, interruptie. De heer Van Kessel: Ja, ik wil er geen derde termijn van maken, maar op mijn drie vragen heb ik nog geen antwoord. Ik wilde weten of we dan het memo kunnen krijgen over het stuk dat eronder ligt wat gewoon de aanpassingen in de ambtelijke organisatie behelst omdat ik daar gewoon in geïnteresseerd ben om te zien hoe dat gaat. Twee, mijn vraag is wie dus toezicht houdt op de juistheid van de informatie die het samenwerkingsverband aanlevert. Er staat een hele lijst met punten die zij moeten aanleveren op pagina 31 in bijlage drie. Mijn vraag is gewoon: is dat de accountant die dat controleert of is dat iemand anders? Dat mag wat mij betreft technisch een keer beantwoord worden. Dat hoeft niet nu. En het derde wat ik vroeg, was of wij gewoon een uitgewerkt voorstel kunnen krijgen van hoe bij deze plannen de gemeenteraad hier wordt geïnformeerd de komende tijd? Want we zitten nu bijna op het punt dat het is afgelopen, dus dat we een opdracht gaan verlenen en ik wil gewoon voordat de opdracht verleend wordt wil ik weten hoe wij geïnformeerd worden en of wij nog iets in die opdracht moeten verwerken al dan niet ten aanzien van onze informatiepositie.

Dus mijn verzoek is gewoon niet om dat nu beantwoord te krijgen, maar gewoon om in een of twee maanden nog een uitgewerkt voorstel te krijgen over hoe de gemeenteraad, waar wij aan toe zijn en dat we daar nog wat van kunnen vinden. En nogmaals, daar wachten we al een tijdje op. Mevrouw Özogul- Özen: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul- Özen: Ik had ook een vraag gesteld: wat als ze zich er niet aan houden? Ik zou graag daar antwoord op willen en eventueel dan een motie of iets bij de volgende raad willen indienen. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Meijs: Nou, volgens mij had ik al op alle drie de antwoorden aan de VVD of de vragen een antwoord gegeven. Nee, er is geen reorganisatie gaande. Er ligt ook geen memo onder. Ik heb gezegd dat de ambtelijke organisatie zich aanpast en heeft aangepast. De voorzitter: Het gaat om het toezicht. Het gaat onder andere om het toezicht. Wethouder Meijs: Dat was de tweede vraag. De tweede vraag was van de VVD op toezicht van de juistheid en dat geeft u aan: kunt u daar een juridisch of een technisch antwoord op geven op de juistheid van de aangeleverde zaken? Uiteraard zullen wij dat volgen en zullen we toeleveren als dat tot onjuistheden of wanprestaties leidt. Dat is natuurlijk de vraag die de SP heeft. En nog even op de plannen zoals … Ik vind het vervelend dat ik mijn zinnen niet af mag maken, voorzitter.

De voorzitter: Wethouder, ik kan eerlijk gezegd ook het antwoord niet helemaal volgen. Ik probeer mee te schrijven wat nou het antwoord is op de vraag van hoe het met het toezicht hoe dat geregeld wordt. Wethouder Meijs: Ik heb u toegezegd, en volgens mij is dat ook al wat in het stuk staat pagina 31 in bijlage drie, dat we een aantal gunningscriteria hebben gesteld en dat we aan de hand van die prestaties die het samenwerkingsverband zal leveren wij dat zullen monitoren. Natuurlijk zullen wij dat als dat misgaat, natuurlijk zullen wij dat met u delen. De vraag van de ChristenUnie over die jaarplannen, ik hield daar een beetje de boot in af. Ik krijg nu een seintje van: die liggen er, dus die kunnen zo gedeeld worden als u daar om

76

vraagt. Als wij die afspraken maken met het samenwerkingsverband en de jaarplannen zijn klaar, dan kunnen we die aan u toesturen, dus dan kunt u het volgen wat de plannen en activiteiten zijn. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Kijk, ik kan mij niet voorstellen dat een organisatie zich vanuit het niks zelf aanpast, dus er moet ergens gewoon een stuk zijn binnen de gemeente Haarlem waarin het voorstel is gedaan: we gaan een transformatie tegemoet, dus wij als ambtelijke organisatie gaan ons ook anders aanpassen. Dat zal een ambtelijk stuk zijn en ik zou graag … Mijn vraag is: kan ik dat krijgen? En ik kan dat ook technisch uit vragen als u dat niet wil toezeggen, dat is prima. De andere vraag die ik had was of u gewoon met een uitgewerkt voorstel kunt komen over de informatiepositie van de gemeenteraad. Ik heb het nu denk ik vijf keer gevraagd en ook dat kan ik technisch uitvragen, maar als het gewoon twee keer ja en over een maand heb ik het, dan is iedereen blij, ook de voorzitter. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Wethouder Meijs: Maar volgens mij is dat ook al beschreven. Volgens mij hebben we ook al in globale kaders met deze stukken beschreven hoe we de terugkoppeling zullen doen, hoe wij met u in gesprek zullen gaan, hoe we de evaluatie zullen gaan doen en hoe we wij zullen gaan sturen.

Ik zal u toezeggen dat we dat op papier zullen zetten hoe we dat zullen gaan doen, hoe de monitoring zal plaatsvinden, en dat zijn helemaal geen idiote vragen, dat zeg ik helemaal niet, maar u doet voorkomen alsof we daar nog helemaal niets op hebben opgenomen. We hebben gesproken over borging via de gunfactoren. We hebben gesproken over prestatieafspraken. We zullen het monitoren. We houden jaarlijks monitoring in Haarlem. We hebben gezegd dat we ervaringscijfers zullen opvragen voor de geleverde prestaties. Dat zal gaan over aantallen, maar dat zal ook over beleving gaan. Dat zal over klachten gaan en ik heb u toegezegd dat we dat via de state of the union zullen doen zodat we kunnen zien hoe het een het ander heeft uitgewerkt. Dat komt allemaal naar u toe uiteraard, maar er is geen reorganisatie gaande, dus er is niet een memo. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul- Özen: Ik heb mijn antwoord niet en hierbij wil ik in ieder geval aangeven dat ik een motie vreemd ga indienen. De voorzitter: De heer Oomkes. De heer Oomkes: Dank u wel voorzitter. Ik had ook een vraag ingediend naar aanleiding van dat ‘…’ gedoe tijdens onze sessie waarbij drie ambtenaren ons voorlichtten over de procesgang tot nu toe en zo een paradijselijke sfeer schetsten.

Die zeiden: jongens, dit gaat eigenlijk allemaal vanuit de samenwerking en ik vroeg mij dus aan de hand van dat beeld dat daar gegeven werd af of er nog iets van een werkgeverwerknemer relatie overbleef. Is het nou nog zo dat wij als gemeente kunnen zeggen van: wij willen dit en al doe je het niet … Wethouder Meijs: Uiteindelijk, ik ben er niet bij geweest bij die technische sessie, dus die sfeer kan ik niet overnemen van u, maar ik geloof u direct. Dat komt ook door die twee lange dialoogsessies. We hebben natuurlijk alles met elkaar doorgezaagd en doorgejakkerd en doorgesproken, dus dan ontstaat er ook een soort werkrelatie die niet meer vanuit een werkgever-werknemerssfeer kan, maar ik kan u verzekeren dat in de gesprekken die ze dan met de directie of met deze wethouder voeren dat er wel duidelijk een regiefunctie

77

hier aan deze kant van de tafel zit. Wij als gemeente zijn verantwoordelijk voor het besteden van het overheidsgeld. Dat is allemaal overheidsgeld dat daar … De heer Van Kessel heeft dat al een paar keer genoemd, dat is een vrij fors bedrag, dus wij blijven de regie houden. Wij zijn uiteindelijk de opdrachtgever. De voorzitter: Ja? Dank u wel. Nou, volgens mij hebben we het vandaag voldoende besproken. Er zal nog veel over gesproken worden en de wethouder gaat ons dan alles toesturen. Ik ben helemaal de draad kwijt wat het is, maar het is in ieder geval een monitoring en dat soort dingen. Een jaarplan krijgen we ook op verzoek waar de heer Visser naar vroeg en er komt een soort stat of the union, ja. Ik weet even geen ander woord daarvoor, maar een soort verklaring. Oké, we zijn al heel laat, maar we kunnen nog … Ja, de heer Visser. De heer Visser: We krijgen nog zestien, punt zestien RegioRijder. Dat is de hele tijd uitgesteld door de agenda. Nu zitten we in de fase van ongeveer het proces van, nu moet ik het goed zeggen, de besluitvorming over de werkingsstrategie.

Als ik nou de enige ben die op dit moment dit punt nog actueel wil behandelen en iedereen zegt van: ik wacht af wat dat wordt, want er zijn aanbevelingen door de raadsleden ingebracht en we wachten dat af en daarna gaan we in discussie, dan ga ik nu niet proberen te forceren om dit punt in mijn eentje te bespreken en dat iedereen dat als een soort tijdspassering wil laten gebeuren, dus ik wil even dat rondje maken met u of ik dat nu nog vanwege het uitstel dat geweest is we nog actueel moet bespreken met elkaar. Wethouder Meijs: Als ik het mag beantwoorden, voorzitter, dat was inderdaad oktober en dat is door omstandigheden van de agenda steeds maar uitgesteld, dus dat is geen actuele informatie meer. Dat klopt. De heer Visser: De informatie is de informatie en daar kun je het over hebben, maar omdat we voor een nieuw besluitvormingsproces staan, vraag ik me af of we daar niet eerst de start vanaf moeten wachten en dan in dialoog moeten gaan, het nu maar even moeten laten en daar kijk ik de commissieleden voor aan. Dan wordt het afgevoerd, maar als ik hier iemand nu het woord probeer te ontnemen die juist zich heeft voorbereid op dit agendapunt, daarom breng ik het in. Als iedereen zegt: laat het nu zitten, dan gaat het van de agenda. De voorzitter: Is er iemand die hier per se over wil spreken? Hand omhoog. Nee, oké. Dan voeren we deze al af. 14.

Afbouw tijdelijke maatschappelijke opvang Covid 19 De voorzitter: Dan gaan we snel door, want we kunnen wel wat doen. We hebben nog agendapunt veertien volgens mij of hebben jullie behoefte aan een kopje koffie op dit moment? Want die zouden we eigenlijk al om tien voor hebben of zullen we deze twee punten nog even afmaken? De twee punten even afmaken? Ja hoor. Wat mij betreft wel. Oké, veertien, afbouw tijdelijke maatschappelijke opvang Covid 19, geagendeerd door Hart voor Haarlem, dus ik ga snel het woord geven aan mevrouw Zoon. Gaat uw gang. Mevrouw Zoon: Dank u wel voorzitter. Ja, maatschappelijke opvang, we hebben veel te kort onderkomens voor allerlei Haarlemmers of mensen die Haarlemmers willen worden en u gaat dat afschalen. U heeft het over Covid, maar er zijn veel meer aanleidingen om de maatschappelijke opvang juist uit te breiden. We praten zowat iedere vergadering over maatschappelijke opvang en waar het moet komen en waar we asielzoekers, vluchtelingen, misschien wel oorlogsslachtoffers moeten gaan huisvesten. Tekort, tekort, tekort aan dit soort voorzieningen, dus waarom dit besluit? De voorzitter: Ja, er zijn in de tussentijd dat u dit agendeerde nog heel wat andere dingen weer gebeurt ook, maar dat geeft niet. Een goede vraag. Mevrouw Özogul, SP.

78

Mevrouw Özogul- Özen: Heel kort, ik zou dan graag de stand van zaken willen weten, ook natuurlijk omdat we nu besloten hebben dat het Anton Pieckhofje niet 36, maar minder … En in het stuk staat toch nog steeds 36. De voorzitter: Ja, verder nog iemand? Mevrouw Verhagen, Trots Haarlem. Mevrouw Verhagen: Nou, Trots vindt ook dat afbouwen van de opvang in strijd is met de nog steeds groeiende toestroom dak- en thuislozen. Er zou juist net zo creatief als in coronatijd gezocht moeten worden naar meer opvangmogelijkheden. Dat lukte toen ook, zelfs zo goed dat 24 uursopvang de onder vuur liggende kwaliteit van de opvang verbeterde. En het label Covid is er dan wel af met helaas ook het bijbehorende budget uit Den Haag, maar de urgentie is er niet minder om. Is de wethouder bereid om te zoeken naar middelen om de opvang minimaal op het huidige niveau te handhaven? Nood breekt immers nog steeds wet. Hoe gaat het overigens met het project Onder de Pannen? Volgens Trots zou dat een enorme vlucht kunnen nemen en dat is maar een ideetje, als de bewoners van huizen met platte daken subsidiëren wij het maken van een dakopbouw op voorwaarde dat daar voor bijvoorbeeld vijf jaar een dakloze opgevangen wordt. Dat zou voor heel wat eigenaren tevens een rechtvaardige compensatie zijn voor derving van zonne-energie.

Door de schaduw van de … De voorzitter: U gaat nu wel van het ene naar het andere onderwerp. Mevrouw Verhagen: Ja, als het niemand interesseert … De voorzitter: Ja, nou ja, maar probeer een beetje bij dit onderwerp te blijven. Het gaat om de afbouw tijdelijke maatschappelijke opvang. Mevrouw Verhagen: Ja, ook dit, maar een ideetje eventueel om er iets mee te doen, maar goed. De voorzitter: Het is uw tijd. De heer Zohri, GroenLinks. De heer Zohri: Ja, ik weet dat het heel laat wordt, maar even een korte vraag aan de wethouder over het Anton Pieckhofje en de stand van zaken. De voorzitter: Nou ja, ja … Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Meijs: Nee, als eerste was het een artikel of een riep volgens mij of een node uit oktober 2021, dus dat is inderdaad al van een half jaar geleden, dus de situatie is totaal anders. Toen gingen we een nieuwe lockdown in, dus we zijn echt wel wijs geworden. De term afbouw sloeg toen op de tijdelijke afbouw van de Aurora in het hotel en dat we in de terminologie het hebben gehad over afbouw dat hadden we nooit zo moeten noemen. Dat hadden we eigenlijk ombouw of verplaatsing moeten noemen. We hebben hier te maken niet met het afbouwen van het aantal dak- en thuislozen zoals u suggereert.

We hebben hier te maken met de motie die ooit raadsbreed is aangenomen: niemand slaapt op straat tenzij hij dat zelf wil zal ik maar zeggen, maar we hebben echt een opdracht daar in, dus daar voldoen we ook ruim aan en de vraag van GroenLinks: hoe is het met het Anton Pieckhofje? Het loopt. Ik heb morgen weer een tweede maandelijkse bijeenkomst met de bewonersinitiatieven en de bewonersgroep en ik kan u nog niks nieuws melden. Ik bedoel, het gaat goed. Er zijn niet heel veel klachten. Er wordt redelijk accuraat gereageerd als er een klacht is en de laatste klacht die ik heb gehoord is een lekkende vuilniszak op een trap die niet meteen was opgeruimd. Dat is vervelend. Dat moet niet, want daar gaan mensen overheen lopen, maar dan denk ik: nou, dan valt het mee. Maar dat is ergerlijk genoeg voor de mensen die daar wonen. Morgen hebben we weer een overleg, dus

79

we hebben met elkaar afgesproken dat we hier niet te vaak incidenteel op terug zouden komen, want we waren ook een beetje zat om daarover te spreken, dus op het moment dat ik wat kan melden, kom ik uiteraard bij de commissie terug. En over de voortgang van de afbouw zoals we dat noemden, maar we zijn nog steeds zoekende voor tijdelijke opvang, want zoals net al genoemd werd, we zitten nu in een totaal nieuwe crisis, dus we zijn samen met de burgemeester ook aan het zoeken voor nieuwe opvangplekken voor de Oekraïners die uit een oorlogssituatie komen, dus het woord afbouwen is hier echt helemaal niet op zijn plaats. De voorzitter: Nee, niet op dit punt meer gelukkig. Dat zou nooit doorgaan. Het is hard nodig. Zo goed? Ja? Nou, we hebben nog een onderwerp. Mevrouw Zoon: Nee, dat is helder, maar het ging ons er inderdaad om voor het afbouwen, dus dank u wel dat dat het foute woord is geweest. 15. Toenemend aantal Wmo-meldingen met langere afhandelingsduur De voorzitter: Dank u wel. We hebben nog agendapunt vijftien, het toenemend aantal Wmo-meldingen met lange afhandeling duur. Dat is ook al een tijdje terug. Op verzoek van de PvdA is dit geagendeerd. Ik weet niet of u dat nog wil bespreken? Die heeft u gekregen. Die heeft u in februari gekregen. Wethouder Meijs: Nee, over de afhandeling van de Wmo-meldingen dat was ook steeds doorgeschoven.

Dat waren in eerste instantie de riep of de meldingen uit oktober. Even in uw herinnering, we zouden overgaan tot halfjaarlijkse meldingen. We zijn toen eerder in de lucht gekomen omdat er een achterstand was. Daar kregen we toen nog van de heer Van Kessel een compliment over dat dat zo moest gebeuren. Dat was in oktober. Inmiddels hebben we volgens mij vorige week of twee weken geleden, nou, ik ben het even kwijt, hebben we u de actuele cijfers gegeven en zodra we weer iets moeten melden, komen we natuurlijk weer bij u terug, maar we zijn overgegaan ook op andersoortige meldingen. We gaan dat niet meer melden van: zoveel achterstand is er. We melden hoeveel tijd er is geweest bij het begin van de melding en het afhandelen van de melding, want dan kun je veel beter zien of iets te lang in behandeling is geweest of niet en of dat dan onze schuld is of een andere schuld, dat kunnen we dan ook nog laten zien. De voorzitter: Even uw microfoon. Wethouder Meijs: Wat is de trend? Nou, in oktober liepen we echt achter. We zien in januari weer een kentering en we hopen dat die kentering ook weer doorzet, dus dat het weer afneemt. We hebben op dit moment echt wel, we hadden twee vacatures op die case managers, die zijn ingevuld. We hebben nu ook acht mensen extra daar weer op zitten, dus dan zie je ook weer gelijk die termijnen weer afnemen.

Dus in totaal zitten er zes extra geloof ik, ik ben even de getallen kwijt, acht of zes, dus die trend zien we ook weer omlaag gaan. En kijk, dat het fluctueert dat is in de loop der jaren en dat zien we en ik denk dat die toename van die meldingen in oktober echt een corona-effect waren dat mensen in het heetst van de strijd liever iemand buiten de deur hielden dan binnenhaalden, maar we zien gelukkig weer een kentering en ik hoop dat dat natuurlijk doorzet nu we die extra mensen erop hebben zitten. De voorzitter: Ja, dank u wel. We zijn nu wel zo een beetje aan het einde gekomen. Ik moet alleen nog even … Ik ben wat vergeten te vragen aan u en dat gaat even over twee afdoeningen, maar het moet even officieel gebeuren. Het was eventjes bij agendapunt tien was de, even kijken, of we de motie kunnen afdoen bij stagediscriminatie. Ja, dat hebben we gedaan.

80

Mevrouw Özogul- Özen: Voorzitter, ik zou nog wat gegevens van de wethouder krijgen, dus je kan hem afdoen, maar die heeft twee beloftes gedaan. De voorzitter: Maar de motie is gedaan, maar dat is gewoon een nieuwe toezegging ook. Bij agendapunt dertien hadden we ook nog een toezegging van wethouder Meijs over het betrekken van de commissie samenleving bij de definitieve uitslag Gewoon in de Wijk. Maar goed, u bent erbij betrokken, dus die kunnen we ook afdoen. De heer El Aichi: Maar mijnheer de voorzitter, we hebben nog een agendapunt gaan we overslaan, agendapunt vijftien. De voorzitter: Ja, dat was al besloten om die niet te doen. De heer El Aichi: Dat kon ik niet volgen, maar misschien was ik bezig met iets anders. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, ik heb een punt van orde, voorzitter. Sterker nog, ik heb een punt van uw orde. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Klazes: Ja, ik ga het toch maar even zeggen en ik heb nog 24 seconden maar ik heb daar niet genoeg aan. Het is namelijk zo dat dit is uw laatste commissie die u voorzit en dat is niet omdat wij dit zo leuk vinden maar gewoon omdat het de laatste commissie samenleving is en u die nou eenmaal voorzit. Ik heb even een rondje gedaan langs de commissieleden wat wij nu eigenlijk van u vinden, voorzitter, en niets dan hulde, lof en fijne woorden en daar is geen woord van gelogen.

Er was een iemand die zei: het wordt af en toe wel een beetje laat, maar voor de rest was het alleen maar hulde, dus ik wil namens de commissie hebben we bedacht dat we het wel leuk zouden vinden om u even in een bloemetje te zetten, dus wij hebben een bloemetje voor u aangeschaft en die krijgt u nu van ons. Staat hij daar? Ik kom eraan. Ik kom naar u toe. De voorzitter: Dit had ik echt niet verwacht jongens. Voor deze periode, dit is de laatste commissie. Nee jongens, de voorzitter wil nog even wat zeggen. Dank u wel. Nee, ik vind het hartstikke leuk dat jullie dit voor mij gedaan hebben. Het was een hele bijzondere tijd voor mij. Ik ben ook natuurlijk maar gevraagd in het begin van: wil je het doen? Ik zeg: nee, waarom? Ik kan het helemaal niet. En ik heb daar wel een beetje van bijgeleerd. Of ik het kan, weet ik nog steeds niet, maar dat is natuurlijk aan u ook om dat te beoordelen. We hebben nog drie minuten, dan is het precies op tijd een keer klaar deze vergadering, dus het gaat steeds beter. Mevrouw …: Dus wie was het die dat zei? De voorzitter: Ik wil u nogmaals hartelijk danken en ook voor straks een goede campagne wensen voor degenen die eraan meedoen en voor degenen die er niet aan meedoen, dank voor de samenwerking en wellicht zien we elkaar zeker natuurlijk wel ergens in de stad, het is net een dorp. Dank u wel. De heer El Aichi: Ik heb nog 4,5 minuten.

81

17. Sluiting De voorzitter: En ik sluit hierbij de vergadering. Dank u wel. Maar voordat ik wegga, want het is ook de laatste keer dat ik nu even met deze commissie hier zit, Melanie, ik wil even een bloemetje. Wel thuis.

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267187/1