02. Bijlage Meerjaren Programmering Beheer en onderhoud 2024 2033
Tekst van het document
Meerjaren programmering beheer en onderhoud 2024-2033 Gemeente Haarlem | BBOR | februari 2023
Opgavegericht beheren en meerjarig programmeren
Samenvatting
De gemeente Haarlem wil de openbare ruimte op orde houden en tegelijkertijd toekomstbestendig inrichten voor een leefbare en duurzame stad. Dat wordt bereikt door bij onderhoudswerkzaamheden, aan bijvoorbeeld wegen en riolering, direct rekening te houden met de gevolgen van klimaatverandering en verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld door stoeptegels te vervangen door bomen of water om hitte en wateroverlast te verminderen of door aanpassingen aan wegen te doen om meer ruimte voor voetgangers en fietsers te creëren. Bij het uitvoeren van beheer en onderhoud kijken we dus breder dan enkel de technische staat van de openbare ruimte en we kijken verder vooruit in de tijd. Dit noemen we ‘opgavegericht beheren’. Opgavegericht beheer staat centraal in het vastgestelde Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2031 (SBOR). Door op het moment dat er een schop in de grond gaat ook andere opgaven mee te nemen, vermindert het aantal keer dat de gemeente in een straat of buurt moet zijn. Met als resultaat minder overlast voor omwonenden en minder onnodige kosten. Om dit voor elkaar te krijgen gaan we op tijd met onze collega’s, partners en inwoners in gesprek over welke opgaven meegenomen kunnen worden bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Om dit gesprek goed te kunnen voeren, wordt tot 10 jaar vooruit inzichtelijk gemaakt welk beheer en onderhoud in de stad uitgevoerd moet worden.
Simpel gezegd; Haarlem stelt een ‘meerjaren programmering’ voor het beheer en onderhoud op.
2
Buurtgerichte werkwijze Voor het meerjarig programmeren van het beheer en onderhoud is gekozen voor een buurtgerichte werkwijze. Een buurt is een behapbaar gebied om werkzaamheden te plannen en slim te combineren met andere opgaven die in de buurt spelen. Ook geeft het meer focus en daarmee inwoners en partners meer duidelijkheid over waar en wanneer de gemeente langskomt. Buurt voor buurt wordt de openbare ruimte aangepakt en klaargemaakt voor de toekomst. Om de objecten in de openbare ruimte goed te laten functioneren, moet de gemeente gemiddeld 3 buurten per jaar in uitvoering brengen. Welke buurt als eerste aangepakt wordt, hangt af van de technische staat van de wegen, riolering, lichtmasten, bruggen en bomen in het gebied. De beheeropgave is leidend. In de buurt die
Opgavegericht beheer staat centraal in het vastgestelde Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2031 (SBOR).
3
aan de beurt is, wordt niet alleen gewerkt aan de instandhouding van de openbare ruimte. Waar nodig en mogelijk wordt direct gewerkt aan een verbeterde inrichting en worden andere opgaven meegenomen. Naast de buurtgerichte werkwijze blijven er onderhoudswerkzaamheden elders in de stad nodig. Deze worden los van de buurtprogrammering opgepakt. Bijvoorbeeld als er op andere plekken schade ontstaat of sprake is van versleten objecten. Onveilige situaties laat de gemeente nooit ontstaan. Ook die momenten van onderhoud worden aangegrepen om een bijdrage te leveren
aan de opgaven van de stad. Tot slot blijven er in andere delen van Haarlem projecten uitgevoerd worden om de realisatie van de beleidsambities te versnellen, zoals het realiseren van een nieuwe fietsverbinding of het realiseren van ontbrekende schakels in de bomenstructuur.
De route naar buurt- en opgavegericht programmeren
Een eerste versie van de programmering
De buurt- en opgavegerichte aanpak betekent een andere manier van werken en dat kost tijd. De komende jaren bereidt de gemeentelijke organisatie zich daarop voor. In figuur 1 is dit weergegeven. De programmering voor de korte termijn, voor de periode 2024-2027, staat in principe vast en bevat concrete projecten waarin waar mogelijk beleidsopgaven worden meegenomen. Ook wordt gestart met het voorbereiden van de eerste buurtgerichte (her)inrichtingen. De programmering voor de korte termijn en de buurtprogrammering lopen geleidelijk in elkaar over. De periode 2027-2028 wordt beschouwd als overgangsperiode waarin de eerste buurten integraal worden aangepakt. Parallel worden waar nodig elders in de stad projecten uitgevoerd om onderhoudsachterstanden weg te werken. De ambitie van de gemeente is om de buurt- en opgavegerichte werkwijze in 2029 goed om stoom te hebben.
De voorliggende meerjaren programmering bestaat uit twee delen. Deel I beschrijft de buurtgerichte werkwijze en de prioriteringsmethodiek waarmee het beheer en onderhoud in de buurten in de tijd wordt uitgezet. Deel II presenteert een eerste versie van de programmering. In de periode 2024-2027 is voor 30 miljoen per jaar aan projecten geprogrammeerd. Het gaat om zowel lopende projecten als projecten die in de pijplijn zitten waarvoor nog een opdracht gegeven moet worden. Deze projecten staan in principe vast.
Figuur 1: routekaart naar buurt- en opgavegericht programmeren 4
De buurtprogrammering voor de periode 2027-2033 is indicatief en kan nog schuiven. Komend jaar wordt deze op basis van nieuwe informatie geactualiseerd en wordt de programmering steeds concreter gemaakt. Uitgaande van het opstarten van gemiddeld 3 buurten per jaar en het uitvoeren van noodzakelijk onderhoud in de rest van de stad, ligt er een totale onderhoudsopgave van gemiddeld € 62 miljoen per jaar. Om het werk dat er ligt uit te kunnen voeren, moet de uitvoeringskracht van de gemeentelijke organisatie de komende jaren groeien.
2024-2027 Korte termijn
2027-2028 Middellange termijn
Uitvoeren lopende en pijplijn projecten waarin andere opgaven zijn meegenomen + Voorbereiden buurtgerichte aanpak
Eerste buurtgerichte (her)inrichtingen + Opschalen buurtgerichte aanpak
2029 Lange termijn
Aanpak gemiddeld 3 buurten per jaar + Groot- / levensduurverlengend onderhoud in rest van stad
Overige projecten in de stad waarin gewerkt wordt aan de Haarlemse (beleids)opgaven
Inhoudsopgave Samenvatting2
Deel II Eerste versie van de programmering en begroting
26
1
Inleiding
6
1.1
Opgavegericht beheren
6
5
De programmering
27
1.2
Meerjarig buurtgericht programmeren
8
5.1
Een eerste versie
27
1.3
Leeswijzer
10
5.2
Programmering 2024-2027
28
5.3
Programmering 2027-2033
30
6
Programmabegroting
33
6.1
Verwachte kosten
33
6.2
Groeipad
35
7
Vervolgproces
37
Deel I Programmeerstrategie en prioriteringsmethodiek
11
2
Afbakening en positionering
12
2.1
Beheeractiviteiten en domeinen
12
2.2
Relatie met andere projecten
14
2.3
Samenhang planning en control cyclus
15
3
Programmeerstrategie
16
3.1
Buurtgerichte aanpak
16
3.2
Ritme van 3 buurten per jaar
17
3.3
Consequenties en afwegingen
19
3.4
Transitie naar opgave- en buurtgericht programmeren
22
4
Prioriteringsmethodiek
23
4.1
Prioriteren op basis van verschillende criteria
23
4.2
Toekennen van scores
25
5
Bijlage 1 - Overzicht grote projecten programmering 2024-2027
40
Bijlage 2 - Eerste versie buurtprogrammering 2027-2033
47
Bijlage 3 - Toelichting gebruikte informatie voor scores prioritering
49
Bijlage 4 - Onderbouwing eenheidsprijs buurtprogrammering
50
1.1 Opgavegericht beheren
1 Inleiding
6
De gemeente Haarlem staat de komende jaren voor grote opgaven in de openbare ruimte van de stad. De energietransitie doet een beroep op de schaarse ondergrondse ruimte, de groeiende stad vraagt om meer ruimte voor de fiets en voetganger en vergroening is nodig om opgewassen te zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Al deze opgaven vragen om actie in de uitvoering. Dat is niet makkelijk. Het vraagt om flinke inspanningen, investeringen en afstemming. Het betaalbaar realiseren van opgaven als vergroening en vernatting is alleen mogelijk als dit gecombineerd wordt met het reguliere beheer en onderhoud. Dat noemen we ‘opgavegericht beheren’. Deze manier van werken staat centraal in het onlangs vastgestelde Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2031 (SBOR).
Inleiding
Concreet betekent opgavegericht beheren dat de gemeente bij groot onderhoud, vervangingen en herinrichtingen telkens kijkt welke andere werkzaamheden meteen meegenomen kunnen worden. Daarmee kan een impuls gegeven worden aan enerzijds de Haarlemse beheer- en onderhoudsopgave en anderzijds de ambities voor een sociale, leefbare en groen stad uit het Coalitieakkoord 2022-2026 en de opgaven uit de Haarlemse Omgevingsvisie. Door op het moment dat er een schop in de grond gaat ook andere opgaven mee te nemen, vermindert bovendien het aantal keer dat de gemeente in een straat of buurt moet zijn. Met als resultaat minder overlast voor omwonenden en minder onnodige kosten.
7
Het betaalbaar realiseren van opgaven als vergroening en vernatting is alleen mogelijk als we dit combineren met het reguliere beheer en onderhoud. Dat noemen we ‘opgavegericht beheren.
Inleiding
1.2 Meerjarig buurtgericht programmeren De strategie vanuit het SBOR is het opgavegericht beheren van de openbare ruimte. Een belangrijke pijler daarin is meerjarig programmeren. Het stelt de gemeente in staat om in het beheer en onderhoud vroegtijdig te anticiperen op de beleidsopgaven uit de Haarlemse Omgevingsvisie en werkzaamheden te combineren. Een meerjaren programmering gebruikt de gemeente daar als instrument voor. Het geeft meerdere jaren vooruit inzicht in het benodigde beheer en onderhoud in de stad. Op basis daarvan kunnen we eerder binnen de gemeentelijke organisatie en met partners het gesprek voeren over het meenemen van andere opgaven en het beheer en onderhoud beter afstemmen op andere ontwikkelingen in de stad. Verder geeft een meerjaren programmering de mogelijkheid om tijdig capaciteit vrij te maken voor het werk dat eraan komt.
Figuur 2: meerjaren programmering in de cyclus van beheer en onderhoud
In figuur 2 is de meerjarige programmering weergegeven in de cyclus van beheer en onderhoud, zoals opgenomen in het SBOR. De programmering is een belangrijke schakel tussen het beleid en de uitvoering van projecten. Voorheen werkte de gemeente nog met een korte termijn programmering tot maximaal 4 jaar vooruit in de vorm van het Programma OnderhoudsWerken (POW).
8
Dit programma was echter hoofdzakelijk ingestoken vanuit de directe technische onderhoudsbehoefte op de korte termijn. Ook bestond die uit relatief veel kleine losse sectorale projecten versnipperd over de stad. Met als gevolg dat kansen om slimme combinaties te maken met andere opgaven en werkzaamheden gemist worden.
Inleiding
De meerjaren programmering heeft als scope de komende 10 jaar, dus de periode 2024-2033. De basis vormt een buurtgerichte werkwijze. Daarmee maakt de gemeente een ontwikkeling door naar een andere manier van werken. Een buurt wordt zo integraal mogelijk aangepakt waarbij beheer leidend is en waar het kan andere (beleids)opgaven en ambities worden meegenomen. Dit wordt voor het gemak de ´buurtgerichte beheertrein’ genoemd. Het is een trein die op basis van de technische onderhoudsbehoefte in een buurt langs-
9
komt en waarop beleid kan instappen op het moment dat de buurt aan de beurt is. Het programmeren van het beheer en onderhoud op buurtniveau moet leiden tot meer focus en kansen om opgaven en budgetten aan elkaar te verknopen. Ook neemt de voorspelbaarheid van de werkvoorraad toe, waarop de gemeentelijke organisatie kan worden ingericht.
De basis vormt een buurtgerichte werkwijze. Daarmee maakt de gemeente een ontwikkeling door naar een andere manier van werken.
Inleiding
1.3 Leeswijzer De meerjaren programmering die voor ligt, bestaat uit twee delen. Deel I beschrijft de buurt- en opgavegerichte programmeerstrategie en de prioriteringsmethodiek waarmee het beheer en onderhoud in de buurten in de tijd wordt uitgezet. Deel II presenteert een eerste versie van de programmering van projecten en buurten voor de periode 2024-2033. Het is een eerste versie, omdat de transitie naar buurtgericht programmeren niet van de één op de andere dag gemaakt is. Bovendien is programmeren niet iets eenmaligs waarbij de programmering wordt vastgeklikt voor de komende 10 jaar. Het is een continu proces. Gedurende het jaar wordt de programmering verder geactualiseerd. Bijvoorbeeld op basis van informatie van partners (zoals nutspartijen), signalen uit de stad, nieuwe inspectiegegevens en beleidsplannen zoals het klimaat- en waterplan (Verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan, VGRP) en Actieplan Fiets.
Deel I bestaat uit de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 2 gaat in op de scope van de meerjaren programmering door de verschillende beheeractiviteiten die daaronder vallen toe te lichten. Ook beschrijft het hoofdstuk de relatie met andere projecten in de openbare ruimte en de positionering binnen de jaarlijkse planning en control cyclus. • Hoofdstuk 3 geeft een verdere toelichting op de transitie die de gemeente inzet naar opgave- en buurtgericht programmeren en beschrijft de programmeerstrategie die daarbij hoort. • Hoofdstuk 4 gaat in op de prioriteringsmethodiek voor het prioriteren van projecten en buurten in de tijd.
Deel II is opgebouwd uit de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 5 geeft een samenvatting van de voorlopige meerjaren programmering voor de periode 2024-2033. • Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de totale programmabegroting en bekostiging. • Hoofdstuk 7 beschrijft tot slot het vervolgproces voor de verdere doorontwikkeling van de programmering.
Het programma voor 2023 is bij de programmabegroting in 2022 al vastgesteld.
10
Inleiding
Deel I Programmeerstrategie en prioriteringsmethodiek
11
Inleiding
2.1 Beheeractiviteiten en domeinen
2 Afbakening en positionering
De scope van voorliggende meerjaren programmering is groot onderhoud, vervanging en herinrichting van gemeentelijke objecten in de openbare ruimte. Dit zijn grote, vaak éénmalige projecten. In het onderstaande kader zijn deze verschillende beheeractiviteiten toegelicht. Het betreft het beheer van objecten binnen de beheerdomeinen verhardingen, riolering, groen en bomen, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties (VRI), bruggen, kademuren en oevers. Met de buurtgerichte werkwijze wordt ingezet op het realiseren van beleidsopgaven bij vervanging en herinrichting, waarbij de technische opgave en het ritme van beheer in de planning leidend is. Bij einde levensduur van bijvoorbeeld verhardingen en riolering wordt de openbare ruimte in de buurt gelijk klaar gemaakt voor de toekomst. Buiten de geprogrammeerde buurten vindt waar nodig groot onderhoud plaats. In beginsel wordt daar gekeken of het mogelijk is om levensduurverlengend onderhoud uit te voeren: onderhoud om het functioneren van een asset nog een aantal jaar te ‘rekken’ tot wanneer de buurt aan de beurt is (zie verdere toelichting hoofdstuk 3).
12
Afbakening en positionering
De verschillende beheeractiviteiten uit deze meerjaren programmering toegelicht (bron: SBOR, 2022):
Groot onderhoud
Vervanging
Herinrichting (vanuit technische kwaliteit)
is gericht op het in standhouden van een object en betreft maatregelen, waarvan we weten dat ze eens in de zoveel tijd moeten worden uitgevoerd om de beoogde levensduur van een object te kunnen halen. Voorbeelden zijn het vervangen van asfaltlagen, schilderwerk, inboeten van groen, etc.
Hierbij gaat het om het totaal vervangen van een object aan het einde van de technische levensduur. Hierbij verandert primair de inrichting en de functie van het object niet. Materiaal en constructie worden wel vernieuwd (1 op 1 vervanging).
Hierbij krijgt een object, of een deel van de openbare ruimte, een andere functie door de inrichting te veranderen. De aanleiding komt vanuit vervanging (en in sommige gevallen bij groot onderhoud) van een object in de openbare ruimte.
Het dagelijks onderhoud programmeert de gemeente niet en maakt onderdeel uit van contracten met partners. Het gaat hierbij om planmatig, preventief onderhoud dat frequent wordt uitgevoerd (periodiek terugkerend) of betrekking heeft op ingrepen op een klein gedeelte van een object.
13
Afbakening en positionering
Beheer en onderhoud is slechts een deel van de totale werkzaamheden in de openbare ruimte waarin de gemeente werkt aan de opgaven van de stad. Vanuit andere sporen blijven er projecten lopen naast de geprogrammeerde buurten, bijvoorbeeld vanuit beleid voor klimaatadaptatie, de warmtetransitie en gebiedsontwikkelingen (zie figuur 3). Het gaat daarbij veelal over de aanleg van nieuwe objecten en dus niet over instandhouding. Een voorbeeld zijn de projecten die volgen uit de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR), de aanleg van warmtenetten en ontwikkelprojecten in de ontwikkelzones. Met die projecten versnellen we de realisatie van beleidsambities in
Beheer
2.2 Relatie met andere projecten Buurtgerichte (her)inrichting Groot / levensduurverlengend onderhoud
Beleid (SOR, klimaatadaptatie etc)
Ontwikkeling
Figuur 3: verschillende sporen die een bijdrage leveren aan de opgaven van Haarlem
andere delen van de stad, buiten de buurten die op dat moment aan de beurt zijn. Het gaat dan veelal over grotere ingrepen die niet direct meegenomen kunnen worden met het beheer en onderhoud, bijvoorbeeld een fietsenstalling bij Station Spaarnwoude. De buurtprogrammering wordt op deze en andere projecten en ontwikkelingen afgestemd. En omgekeerd kunnen deze waar mogelijk op de beheeractiviteiten in de buurten aansluiten. In de kadernota in
14
Opgaven van de stad
Warmtetransitie
het voorjaar en de programmabegroting in het najaar resulteert dit in één programmering van alle gemeentelijke projecten in de openbare ruimte.
Afbakening en positionering
2.3 Samenhang planning en control cyclus De actualisering van de meerjaren programming loopt mee in de jaarlijkse planning en control cyclus (P&C-cyclus) van de gemeente. Met deze cyclus maakt de gemeente inzichtelijk in hoeverre de doelstellingen bereikt worden en welke (financiële) middelen daarvoor nodig zijn. Twee belangrijke momenten voor het actualiseren van de programmering zijn de kadernota in het voorjaar en de programmabegroting in het najaar. In de aanloop daarnaar toe vindt ook afstemming plaats met de andere projecten in de openbare ruimte. Figuur 4 geeft de samenloop van de meerjaren programmering in de P&C-cyclus weer en de stappen die jaarlijks doorlopen worden. • Verzamelen van gegevens over de beheer en onderhoudsopgave en gegevens over de beleidsopgave; • Combineren van de verschillende opgaven en vertalen in de buurtprogrammering; • Prioriteren van de buurten in de tijd op basis van de prioriteringsmethodiek in hoofdstuk 4;
15
•
•
Finetunen van de programmering voor de kadernota in samenhang met andere projecten die daar een plek in krijgen; Concept meerjaren programma vaststellen bij de kadernota in het voorjaar gelijktijdig met het meerjaren gebiedsprogramma;
Strategisch beheerplan openbare ruimte
Programma begroting 2024-2027
•
Beheer- en beleidsopgave
Definitief meerjaren programma vaststellen bij de programmabegroting in het najaar, waarbij door de raad een besluit genomen wordt over het beschikbaar stellen van de benodigde middelen voor het eerstvolgende uitvoeringsjaar.
Verzamelen en combineren
P&C cyclus
Definitief meerjaren programma
Concept meerjaren programma
Prioriteren
Finetunen
Kadernota 2024-2027
Figuur 4: meerjaren programmering in P&C-cyclus
Afbakening en positionering
3.1 Buurtgerichte aanpak
3 Programmeer strategie
Voor de meerjaren programmering kiezen we voor een programmeerstrategie op buurtniveau waarbij de focus ligt op een toekomstbestendige (her)inrichting van de openbare ruimte van een buurt. Het herinrichten van de openbare ruimte biedt grote kansen om andere maatregelen mee te nemen. Een straat kan direct veiliger, groener en beweegvriendelijker worden ingericht. Dit is niet nieuw voor de gemeente. De aanpak van de openbare ruimte in Zuiderhout is daar al een voorbeeld van. Per buurt wordt het noodzakelijke beheer en onderhoud integraal aangepakt én wordt de verbinding gelegd met andere opgaven, zoals vergroening, klimaatadaptatie, woningbouw en de mobiliteitstransitie. Telkens wordt gekeken wat nodig is om de buurt voor een aantal decennia op orde te brengen. De buurtgerichte aanpak is een middel om invulling te geven aan opgavegericht werken. Objecten functioneren immers niet op zichzelf, maar doen dat in samenhang met de omgeving waarin zij zich bevinden. Het programmeren op buurtniveau biedt kansen om naar de functies van een gebied te kijken en de objecten in de openbare ruimte daar in samenhang mee te bezien. De ‘CBSindeling’ van de Haarlemse buurten wordt gehanteerd. Het schaalniveau daarvan is groot genoeg voor een integrale aanpak en klein genoeg om tempo te kunnen maken.
Verder sluit de buurtgerichte aanpak aan op de werkwijze in de bestaande wijkaanpakken van de gemeente Haarlem. Daarin wordt al gebieds- en opgavegericht gewerkt. En ook in de omgevingsprogramma’s wordt toegewerkt naar een buurtgerichte systematiek.
16
Programmeer strategie
Het ritme en de opgave van de ‘beheertrein’ is in beginsel leidend in de buurtgerichte aanpak. Dit ligt in lijn met het SBOR; herinrichtingen vinden in de basis plaats vanuit technische kwaliteit. Door de beheeropgave leidend te laten zijn, wordt zoveel mogelijk voorkomen dat goede functioneerde objecten worden afgeschreven voordat de geplande vervangingsdatum is bereikt (afschrijvingstermijn).
3.2 Ritme van 3 buurten per jaar Haarlem telt in totaal 112 buurten. Uitgaande van een gemiddelde functionele afschrijvingstermijn van 40 jaar voor de gemeentelijke objecten betekent dat de gemeente gemiddeld 3 buurten per jaar in uitvoering moet brengen, zodat de objecten blijven functioneren aan de dan geldende uitgangspunten voor de fysieke leefomgeving (vastgelegd in visies en beleid). Vanuit praktijkervaringen moet blijken of de gehanteerde gemiddelde functionele afschrijvingstermijn realistisch is. Wat hierbij meespeelt is dat verhardingen en riolering over het algemeen een langere technische levensduur dan 40 jaar hebben (zie figuur 5). Daarentegen zijn er andere objecten
met een kortere levensduur, zoals openbare verlichting en speelvoorzieningen. De 3 buurten per jaar is theoretisch bepaald en kan in werkelijkheid meer of minder zijn, ook afhankelijk van de grootte en complexiteit van de buurt. Per buurt wordt bekeken welke functionele en technische opgaven er liggen en worden passende ingrepen vastgesteld. Het kan bij een herinrichting bijvoorbeeld voorkomen dat vervanging van het riool niet nodig is en groot onderhoud (bijvoorbeeld door deze te ‘relinen’) voldoende is om het object weer 40 jaar mee te kunnen laten gaan. In een andere buurt kan het wel nodig zijn om het gehele rioolstelsel op te waarderen, vanwege het afkoppelen van hemelwaterafvoer of beheersen van grondwaterstanden als gevolg van droge zomers en natte winters.
Gemiddelde levensduren
Wegen
VRI
OVL
Techn. Installaties
Spelen
60-80 jaar
30-40 jaar
30-40 jaar
15-30 jaar
15 jaar
Groen
Bomen
Riolering
Verkeersobjecten
30-50 jaar
50-70 jaar
60-80 jaar
Civiele kunstwerken 40-80 jaar
15-30 jaar
Figuur 5: gemiddelde levensduren beheerobjecten
17
Programmeerstrategie
De uitvoering van een buurtgerichte (her) inrichting duurt gemiddeld 2 tot 3 jaar, met eenzelfde periode aan voorbereidingstijd. In de praktijk betekent dit dat de gemeente na verloop van tijd in meer dan 3 buurten tegelijkertijd aan de slag is (in ongeveer 9 buurten uitgaande van een uitvoeringsperiode van gemiddeld 3 jaar). Het aanpakken van gemiddeld 3 nieuwe buurten per jaar creëert een vaste en behapbare vervangingsopgave per jaar en daarmee een vaste stroom van werk waar de gemeentelijk organisatie op in kan worden gericht. Ook zorgt het voor een efficiëntieslag in het werk, doordat het werk meer gebundeld voorbereid en uitgevoerd kan worden. De buurtgerichte aanpak betekent niet dat de gemeente 40 jaar lang niet meer in een bepaalde buurt komt. Ook buiten de geprogrammeerde buurten blijft beheer en onderhoud nodig. Bijvoorbeeld als er buiten de geprogrammeerde buurten schade ontstaat of sprake is van versleten objecten. Dit wordt los van de buurtprogrammering opgepakt. Onveilige situaties laten we nooit ontstaan. Daarvoor blijft de gemeente dagelijks beheer en regulier groot – of levensduurverlengend onderhoud uitvoeren. Het 'relinen' van bestaande diepriolen moet bijvoorbeeld worden voortgezet. Ook deze momenten van groot onderhoud grijpen we als kans aan om met 18
kleine ingrepen tot een kwaliteitsverbetering te komen. Bijvoorbeeld het verbeteren van de verkeersveiligheid of het creëren van meer ruimte voor groen. Maar in de basis doet de gemeente buiten de programmeerde buurten niet aan vervanging totdat de buurt aan de beurt is, tenzij het niet anders kan en vervanging technisch eerder noodzakelijk is. Overigens zal dat voorlopig ook nog wel nodig zijn om achterstanden weg te werken. De gemeente streeft ernaar om het grootste deel van de werkvoorraad uiteindelijk te laten bestaan uit onderhoudswerkzaamheden in de buurten die in aan de beurt zijn.
Ook buiten de geprogrammeerde buurten blijft beheer en onderhoud nodig.
Programmeerstrategie
3.3 Consequenties en afwegingen Investeringen om Haarlemse opgaven te realiseren De verwachting is dat niet alle gemeentelijke objecten in een buurt meekunnen op het moment dat de 'beheertrein' langskomt. Bijvoorbeeld door een gebrek aan homogeniteit van de onderhoudsopgave. De gemeente kan er dan voor kiezen om een deel van het areaal in een buurt niet te vervangen en na een aantal jaar terug te komen voor de resterende vervangingen. De gemeente streeft naar minimale kapitaalvernietiging. Tegelijkertijd kan dit niet in zijn geheel worden uitgesloten. Een buurtgerichte aanpak en de opgaven waar Haarlem voor staat kan soms betekenen dat een object moet worden vervangen zonder dat deze aan het einde van de levensduur is. Voordeel is dat de buurt in één keer integraal wordt aangepakt, met minder overlast voor de buurt en de realisatie van andere opgaven. Daarnaast heeft bundeling van werkzaamheden ook een kostenvoordeel.
19
Programmeerstrategie
Zoals eerder aangegeven, kan het voorkomen dat sommige objecten langer meegaan dan de theoretische levensduur. Dit is ‘winst’ waarmee enige vorm van kapitaalvernietiging zich uitmiddelt. En in het kader van circulariteit wordt niet weggegooid wat nog goed is en waar mogelijk hergebruikt op andere plekken.
Levensduurverlengend onderhoud Bij het uitvoeren van groot onderhoud buiten de geprogrammeerde buurten wordt telkens bekeken of levensduurverlengend onderhoud een optie is om voorlopig de risico's te beperken en pas tot vervanging of herinrichting over te gaan als de buurt aan de beurt is. Ook deze momenten van onderhoud benut de gemeente gelijk als kans om kleine functionele wijzigingen door te voeren. Denk aan ingrepen zoals ontstenen of vergroenen.
Omgaan met direct noodzakelijk onderhoud Er zijn werkzaamheden die geen uitstel dulden, bijvoorbeeld vanwege calamiteiten, direct gevaar of hinderlijke beperkingen voor gebruikers, of verplichtingen die aangegaan zijn met derden. Bovendien is er sprake van een onderhoudsachterstand. Urgente werkzaamheden kunnen los van de geprogrammeerde buurten uitgevoerd worden, zodat de gemeente aan haar zorgplicht blijft voldoen. Ook daarbij wordt de afweging gemaakt of levensduurverlengend onderhoud een optie is in het licht van de buurtprogrammering. Dat is wenselijk als de buurt op korte termijn geprogrammeerd staat voor een integrale herinrichting.
In het kader van circulariteit wordt niet weggegooid wat nog goed is en waar mogelijk hergebruikt op andere plekken.
20
Programmeerstrategie
Realiseren van de beleidsopgaven De projecten uit de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) gebruikt de gemeente om de beleidsopgaven versneld te realiseren buiten de buurten die aan de beurt zijn. Dat is ook nodig, bijvoorbeeld om Haarlem in 2050 klimaatbestendig te laten zijn. Of om een fietsverbinding tijdig te realiseren, nog voordat de gemeente in de beurt langs komt voor beheer en onderhoud. De budgetten uit de SOR worden ook ingezet om de realisatie van opgaven bij herinrichtingen in de buurten te dekken.
logisch zijn om een rioolsysteem breder op te pakken. Zo kan er alleen afgekoppeld worden als de route richting open water wordt meegenomen. Waar dat mogelijk en wenselijk is probeert de gemeente de hoofdstructuren, die grenzen aan de buurt die aan de beurt is, mee te programmeren. De beleidsopgaven die op de hoofdstructuren liggen, zijn bovendien meegewogen in de prioritering van de buurten.
Complexiteit en omvang van buurten en opgaven Buurten zoals Waarderpolder, Stationsbuurt en de Binnenstad zijn te groot of kennen meerdere complexe opgaven om in één keer integraal aan te pakken. Deze buurten worden opgeknipt in logische kleinere eenheden die aansluiten bij de fysieke structuur van de buurt. Het beheer en onderhoud in deze buurten zal dan ook gefaseerd worden uitgevoerd over een langere periode.
Omgaan met hoofdstructuren Bepaalde opgaven houden niet op bij de grens van een buurt, zoals een doorfietsroute of ecologische verbindingszone. Deze liggen over het algemeen op een hoofdstructuur, doorkruisen meerdere buurten en lenen zich minder voor een buurtgerichte aanpak. Het is logisch om deze gebiedsoverstijgend op te pakken. Hetzelfde geldt voor vervanging van verharding op een hoofdstructuur of winkelstraat, die een andere gebruiksintensiteit kennen en dus vaak/veelal een kortere afschrijvingstermijn. Een voorbeeld is de Rijksstraatweg, die nu al over meerdere buurten wordt opgepakt. Ook kan het
21
Programmeerstrategie
3.4 Transitie naar opgaveen buurtgericht programmeren De stap naar buurtgericht programmeren is niet van de een op de andere dag gemaakt, en ook de effecten zijn pas over een aantal jaar te zien. Het kost tijd om in de cyclische werkwijze - het ritme van de 'beheertrein' - te komen. Er kan immers niet opeens worden afgezien van de projecten die op dit moment in voorbereiding zijn en bovendien technisch noodzakelijk zijn.
•
•
Korte termijn | Uitvoeren van lopende projecten en projecten die in de ‘pijplijn’ zitten (projecten waar nog officieel opdracht voor gegeven moet worden). Waar mogelijk worden gelijk andere opgaven meegenomen in de scope. Parallel wordt gestart met de voorbereiding van de buurtgerichte aanpak. Middellange termijn | Dit wordt beschouwd als de overgangsfase. De eerste buurtaanpakken starten volgens het ritme van de 'beheertrein'. Er wordt 'klein' begonnen, met de buurten waar al veel loopt of waar de afgelopen jaar
•
al een deel van de openbare ruimte is aangepakt. Losse projecten blijven nodig om achterstanden elders in de stad weg te werken. Lange termijn | De ambitie is dat vanaf 2029 de buurtgerichte werkwijze goed op stoom is, waarbij gemiddeld 3 buurten per jaar integraal worden aangepakt.
Elk jaar monitoren we of we op de goede weg zijn en of het gewenste tempo in elke fase waargemaakt kan worden. Waar nodig sturen we bij en worden ambities bijgesteld.
We staan nu aan het begin van de transitie. Een transitie van versnipperd, vaak ad-hoc en kleinschalig door stad te werk gaan, naar een buurt- en opgavegerichte aanpak. De komende jaren gebruikt de gemeente om de ‘beheertrein’ rijdend te krijgen en de organisatie daarop voor te bereiden. In figuur 6 is de transitie naar de buurtgerichte werkwijze schematisch weergegeven. Grofweg doorloopt de gemeente drie fasen:
Figuur 6: routekaart naar buurt- en opgavegericht programmeren
22
Programmeerstrategie
4 Prioriterings methodiek
4.1 Prioriteren op basis van verschillende criteria De programmering voor de periode 2027-2033 bestaat uit in totaal 21 buurten, uitgaande van 3 op te starten buurten per jaar. De selectie van deze buurten vindt plaats op basis van technische kwaliteit en levensduur van het areaal in de buurt, dus waar de beheeropgave het grootst is. De meeste synergie zit namelijk in buurten waar sowieso ingrepen moeten plaatsvinden. De buurten die vanuit riolering en verhardingen een grote opgave kennen, worden twee keer zo zwaar gewogen. Over het algemeen zijn deze domeinen leidend in het beheer en onderhoud. Voor het rangschikken van de 21 buurten in de tijd, maakt de gemeente gebruik van de prioriteringsmethodiek in figuur 7. Door de buurten op de genoemde criteria te scoren ontstaat een prioritering. De methodiek geeft argumenten om bepaalde buurten eerder in de tijd aan te pakken en maakt deze transparant en herleidbaar. Onacceptabele risico’s of beleidsambities kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn om een buurt bovenaan in de prioritering te zetten.
De prioriteringsmethodiek geeft argumenten om bepaalde buurten eerder in de tijd aan te pakken en maakt deze transparant en herleidbaar.
23
Prioriterings methodiek
Criteria
Toelichting
Beheer en onderhoud
Aanpak van de buurt is noodzakelijk voor het technisch functioneren (gebruik en veiligheid) van de volgende beheerdomeinen en om de onderhoudskosten daarvan niet te laten stijgen: 1) Verhardingen, 2) Riolering, 3) Groen, 4) Technische installaties, 5) Kunstwerken en kademuren.
Vergroening & ecologie
Waardering
Toelichting criteria
0
1
2
4
Aanpak van de buurt is noodzakelijk voor vergroening en ecologie.
0
1
2
4
Klimaatadaptatie
Aanpak van de buurt is noodzakelijk voor klimaatadaptatie.
0
1
2
4
Mobiliteitstransitie
Aanpak van de buurt is noodzakelijk voor de mobiliteitstransitie (fiets, OV, verkeersveiligheid, gereguleerd parkeren).
0
1
2
4
Energietransitie
Aanpak van de buurt is noodzakelijk voor de energietransitie (aanleg van warmtenetten).
0
1
2
4
Ontwikkelopgaven
Aanpak van de buurt is noodzakelijk voor de realisatie van ontwikkelprojecten, bijvoorbeeld in de ontwikkelzones of (bovenwijkse) investeringen die daarmee samenhangen.
0
1
2
4
Omgeving
Aanpak van de buurt is noodzakelijk voor de beleving van bewoners of projecten van derden (bijvoorbeeld nutspartijen).
0
1
2
4
Figuur 7: prioriteringsmethodiek meerjaren programmering beheer en onderhoud
24
De gehanteerde prioriteringsmethodiek is een actualisatie van het afwegingskader uit de Visie Beheer en Onderhoud uit 2013, die prioriteiten stelde op basis van 1) technische noodzaak, 2) afspraken of verplichtingen met derden, en 3) het bijdragen aan de bestuurlijke ambities, de beleidsopgaven en de mate van integraliteit. De methodiek stelt prioriteiten binnen de bestaande kaders. De criteria zijn daarmee beleidsneutraal. Als de kaders veranderen, denk aan de beleidsambities verandert ook de programmering. De methodiek levert een balans tussen technische noodzaak en beleid. Dit bevordert een opgavegerichte aanpak. Door beleidsopgaven mee te wegen, zijn ook de politieke prioriteiten geborgd. De beleidsopgaven (mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, vergroening en ecologie en energietransitie) waarop de projecten gescoord zijn, zijn een logische vertaling van de strategische ambities uit de Omgevingsvisie naar het werkveld van beheer en onderhoud. De vergroeningsopgave en de wijken die overgaan naar gereguleerd parkeren zijn bijvoorbeeld meegenomen in scores en daarmee de prioritering.
Prioriteringsmethodiek
4.2 Toekennen van scores Het toekennen van scores werkt als volgt: • Beheerders, beleidsadviseurs, opdrachtgevers en andere interne stakeholders kennen per criterium een score van 0,1, 2 of 4 toe aan elk van de 21 geselecteerde buurten. Hoe hoger de waardering hoe urgenter de aanpak van de buurt is. Bijlage 3 laat zien waarop de toekenning van een 0, 1, 2 of 4 per criterium wordt gebaseerd. • Het criterium ‘beheer en onderhoud’ bestaat uit meerdere domeinen die afzonderlijk van elkaar zijn gescoord. De hoogste score per criterium is maatgevend, zodat het meest kritieke pad wordt gevolgd. Hetzelfde geldt voor het criterium ‘mobiliteitstransitie’ waarvoor de volgende beleidsopgaven zijn
25
•
meegewogen: gereguleerd parkeren, fiets, verkeersveiligheid en openbaar vervoer. De scores voor elke buurt zijn bij elkaar opgeteld. De buurt met de hoogste score krijgt prioriteit.
noodzakelijk om eerst in een andere buurt in te grijpen. Bijvoorbeeld voor het realiseren van extra wateropvang, zodat een andere buurt kan worden afgekoppeld. In dat kader kan het ook wenselijk zijn om meerdere buurten die dichtbij elkaar liggen achter elkaar aan te pakken.
Gestart wordt met de buurten waar de onderhoudsopgave het grootst is en tegelijkertijd de meeste kansen vanuit beleid liggen. Hoe hoger een buurt bijvoorbeeld scoort op kansen voor vergroening, hoe hoger deze in de prioritering komt. Een hoge score wil nog niet per definitie zeggen dat de buurt als eerste opgestart wordt. Het toekennen van scores is een hulpmiddel en geeft houvast voor het maken van een onderbouwde keuze. Het onderlinge gesprek daarover bepaalt de uiteindelijke prioritering. Soms is het bijvoorbeeld
Prioriteringsmethodiek
Deel II Eerste versie van de programmering en begroting
26
Deel II
5.1 Een eerste versie
5 De
programmering
Dit hoofdstuk bevat een eerste versie van de meerjaren programmering van projecten en buurten voor 2024-2033. Het is gebaseerd op de informatie die nu beschikbaar is. Dit deel van de meerjaren programmering wordt in aanloop naar de kadernota in het voorjaar en de programmabegroting in het najaar verfijnt. Hetzelfde geldt voor de programmabegroting in hoofdstuk 6. SBOR, de buurt- en opgavegerichte programmeerstrategie en de al geprogrammeerde projecten uit het bestaande Programma Onderhoudswerken (POW) bieden het fundament voor de verdere verfijning. De programmering bestaat uit twee onderdelen: een programmering voor de periode 2024-2027 en een programmering voor 2027-2033. De twee lopen deels in elkaar over. 1 Voor de programmering voor de korte termijn (20242027) vormen de projecten uit het bestaande POW het uitgangspunt. Het POW is geactualiseerd en de projecten zijn waar mogelijk verrijkt met interventies om invulling te geven aan de beleidsopgaven. 2 Voor de periode daarna (2027-2033) bestaat de programmering uit buurten. Een buurt wordt zo integraal mogelijk aangepakt waarbij beheer leidend is en waar het kan andere (beleids)opgaven en ambities worden meegenomen. Dit deel van de programmering is indicatief. Hoe verder in de tijd, hoe minder nauwkeurig en concreet de beheeropgave te voorspellen is.
Naarmate de uitvoeringsperiode van de buurt dichterbij komt, is er meer zicht op de werkelijke kansen en opgaven in de buurt en kunnen de kosten beter worden onderbouwd. Ook is het dan steeds beter mogelijk
27
De programmering
om prestaties, risico’s en kosten met elkaar af te wegen. De onderhoudsbehoefte, en daarmee de programmering, wordt steeds een slag concreter gemaakt. Door deze opbouw te hanteren, ontstaat een lange termijn programmering (2027-2033) met mogelijkheden om te schuiven en een korte termijn programmering (2024-2027) die in principe vaststaat. De laatste wordt jaarlijks aangevuld met projecten voor groot onderhoud buiten de buurten.
De pijplijn-projecten zijn waar mogelijk verrijkt met beleidsinterventies zoals het toevoegen van bomen of ander groen’.
28
5.2 Programmering 2024-2027 De programmering voor de korte termijn betreft voornamelijk groot onderhoud en vervangingsprojecten gebaseerd op de technische onderhoudsbehoefte. Het bestaat uit lopende projecten en pijplijnprojecten. ‘Pijplijn’ wil zeggen dat een project nog in de pre-initiatieffase zit en de opdracht voor het project nog moet worden opgesteld.
Alle projecten bestaan uit (losse) beheeringrepen die geclusterd zijn. De pijplijnprojecten zijn waar mogelijk verrijkt met beleidsinterventies zoals het toevoegen van bomen of ander groen. Een deel van deze projecten wordt opgevoerd als investeringsproject (IP) in het investeringsplan bij de kadernota en krijgt daarmee de dekking IP-Overig. Eventuele knelpunten worden met een inpassingsvoorstel opgelost. IP-projecten die betrekking hebben op beheer en onderhoud zitten daarmee in deze programmering.
De programmering
Kosten en doorkijk projecten De jaarlijks investeringen voor de geprogrammeerde projecten voor 2024-2027 bedragen € 30 miljoen in 2023 en 2024 en 40 miljoen in 2025 en 2026. Deze bedragen zijn gelimiteerd aan de huidige uitvoeringskracht van de organisatie. In 2027 gaat de programmering geleidelijk over naar de buurtgerichte werkwijze en betreft de investering € 50 miljoen per jaar. In bijlage 1 is een overzicht en kaart opgenomen van de grotere projecten van > € 1 miljoen die geprogrammeerd zijn voor de periode 2024-2027. Het betreft een uitsnede van de herinrichtingen en de projecten groot onderhoud en is dus maar een deel van de totale projecten die uitgevoerd
29
worden. Stadsbrede en kleinere projecten maken bijvoorbeeld geen onderdeel uit van deze uitsnede. Per project is het verwachte uitvoeringsjaar opgenomen, een korte beschrijving van de beheer- en beleidsingrepen en een prognose van de kosten. De projecten kunnen nog wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten door inspecties of afstemming die nog moet plaatsvinden op projecten vanuit bijvoorbeeld de SOR of ontwikkelgebieden. De effecten daarvan worden meegenomen bij de kadernota en bij de programmabegroting wordt de definitieve programmering vastgesteld. Hoofdstuk 7 geeft inzicht in dit vervolgproces.
'Overprogrammering' De raming van de kosten van de projecten is globaal en ontwikkelt die zich tot een goed onderbouwde raming op basis van een definitief ontwerp. Het komt dan ook geregeld voor dat het bedrag van de raming fluctueert in de tijd. Het gaat hierbij dus niet per definitie om onder- of overschrijdingen, enige mate van onzekerheid is immers inherent aan het proces. Hiervoor zijn er diverse beheersmaatregelen: kiezen het project niet uit te voeren, de scope aanpassen of er kan via de reguliere weg van de jaarlijkse planning en control cyclus aanvullende dekking worden aangevraagd.
De programmering
Na de start van het project is er wel sprake van onder- of overschrijdingen bij een financiële afwijking. Er valt immers weinig meer te kiezen. Om dit te beheersen wordt ‘overprogrammering’ gebruikt. Dit is een lijst van reserveprojecten om te zorgen dat vertragingen bij projecten niet direct tot onderuitputting leiden en alle jaarlijks beschikbaar gestelde middelen toch zo volledig mogelijk op rechtmatige en doelmatige wijze kunnen worden besteed. Dit betekent dat met name voor de eerste helft van de programmering er extra ingrepen/ projecten aan de programmering zijn toegevoegd. De gemeente hanteert een overprogrammering van circa 30%.
ning van de civiele investeringsprojecten die samenhangen met de ontwikkelzones. Het meewegen van het criterium ‘Omgeving’ vraagt een breder afstemmingsproces in de organisatie en met partners dat meer tijd in beslag neemt.
5.3 Programmering 2027-2033
Kosten programmering
Een eerste indicatieve versie van de geprogrammeerde buurten voor de periode 2027-2033 is opgenomen in bijlage 2. Dit is waar de gemeente met de huidige wetenschap op uitkomt en is niet in beton gegoten. Voor het uitvoeringsjaar is een bandbreedte opgenomen. De technische beheeropgave en de toegekende scores per criterium vormen de basis van de programmering. De criteria ‘Omgeving’ en ‘Ontwikkelprojecten’ zijn nog niet meegewogen. Het is nog te vroeg om de buurten daarop te scoren, omdat er nog veel onzekerheden zijn in de plan30
de gehanteerde gemiddelde eenheidsprijs. Naast het beheer en onderhoud in de buurten wordt het groot onderhoud en vervanging in de rest van de stad geschat op € 25 miljoen per jaar.
De totale scores per buurt (zie ook bijlage 2) liggen dicht bij elkaar. Elke buurt kent wel meerdere grote opgaven. De kaart in de bijlage laat zien dat er een grote onderhoudsbehoefte is in het centrum en de buurten daar omheen. Dat is ook logisch aangezien dit de oudere wijken zijn en in de rest van de stad al veel gebeurt of op planning staat.
Samengevat staat er jaarlijks voor gemiddeld 250.000 m2 aan vervanging geprogrammeerd, gebaseerd op gemiddeld 3 buurten per jaar waar gestart wordt met een integrale aanpak van de openbare ruimte. De totale kosten per jaar bedragen gemiddeld € 37 miljoen. Dit is gebaseerd op een gemiddelde eenheidsprijs voor herinrichting van € 150 per m2, exclusief 20% VAT-kosten (kosten voor engineering, het toezicht en projectmanagement). Dit percentage is gebaseerd op gemiddelde VAT-kosten bij investeringsprojecten de afgelopen 2 jaar. Kosten voor beleidsingrepen zitten bij de gemiddelde eenheidsprijs in. Bijlage 4 geeft een onderbouwing van De programmering
Afwegingen in de prioritering Een hogere score betekent niet automatisch dat een buurt hoger op de lijst komt. De volgende nadere afwegingen zijn gemaakt in een brede sessie met beheerders, beleidsadviseurs en opdrachtgevers: • In buurten waar op korte termijn (20242027) al herinrichtingen plaatsvinden, ligt het voor de hand daar meteen op door te pakken en aansluitend de buurt breder aan te pakken. Dit zijn onder andere de Vijfhoek, Nieuw-Guineabuurt, Koninginnebuurt, Hasselaersbuurt en Zuiderpolder-Noord (koppelen aan grootschalige herinrichting Zuiderpolder-Zuid). Deze buurten vormen de programmering voor de overgangsfase in 2027 en 2028. Nader onderzoek dient nog plaats te vinden of uitbreiding van de scope van al geprogrammeerde projecten mogelijk is. • Buurten die al op korte termijn als integrale herinrichting zijn geprogrammeerd, maken geen onderdeel uit van deze lijst. Dit zijn de Landenbuurt en Zuiderpolder-Zuid. Daar gaat de gemeente op korte termijn al aan de slag met een buurtgerichte aanpak van het beheer en onderhoud. • Buurten waar de afgelopen jaren al een groot deel van de openbare ruimte is aangepakt, zijn ook eerder in de tijd
31
•
•
•
geprioriteerd, zodat de buurt ‘afgemaakt’ kan worden. Dit betreft de buurten Kleverpark-Noord, Burgwal en de buurten in het gebied Meerwijk waarin het project Ivorim ligt. Buurten die veel afhankelijkheden kennen zijn in dezelfde jaren geprioriteerd. Dit zijn Rozenprieel-Noord en -Zuid en Leidsebuurt-Oost en -West. In de Generaalsbuurt en De Goede Hoop ligt een grote vergroeningsopgave en kan voortgeborduurd worden op de wijkaanpak Transvaalwijk. Fysiek wordt vanuit die aanpak al gekeken naar hoe de buurt, groener, klimaatadaptiever en aantrekkelijker kan worden. De buurten Waarderpolder en de Binnenstad worden opgeknipt in kleinere gebieden en vergen een langere uitvoeringsperiode.
Samengevat gaat de gemeente in de eerste jaren van de buurtgerichte programmering voornamelijk aan de slag in buurten waar al veel is gerealiseerd, al bezig is of al gepland staat. Daar is een buurtgerichte aanpak al snel kansrijk en wordt ruimte gecreëerd om onze achterstanden in andere delen van de stad weg te werken.
De programmering
Nadere uitwerking programmering per buurt In 2027 staat de eerste buurt geprogrammeerd. Uitgaande van een voorbereidingstijd van 2 tot 3 jaar betekent dat in 2023 gestart moet worden met het opstellen van de procesopdrachten (pre-initiatieffase), zodat de eerste buurten in 2024 in voorbereiding kunnen. In een procesopdracht wordt de programmering binnen de buurt nader uitgewerkt. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met onder andere beleidsadviseurs, beheerders, gebiedsmanagers, opdrachtgevers, technisch adviseurs en projectmanagers. Afgewogen wordt wat wel en niet meegaat met de herinrichting (gewenste werkzaamheden voor groot onderhoud en vervanging) en wat de consequenties zijn en welke andere opgaven realiseerbaar zijn. Gezien de ruimtedruk in bepaalde buurten kan niet in iedere buurt of straat alle opgaven voor groen, klimaat of energie volledig worden opgepakt. Het afwegingskader uit de Omgevingsvisie wordt gebruikt om binnen de buurt te prioriteren.
32
2023
Visie en opgave
Buurtprogrammering Onderzoek en scope bepalen - opstellen procesopdracht
Bijstellen
Definitie, ontwerp en voorbereiding Uitvoering buurtgerichte herinrichting
2027
Figuur 8: werkwijze van grof naar fijn
In de nadere uitwerking werkt de gemeente van grof naar fijn. In figuur 8 is dit schematisch weergegeven voor een buurt die in het jaar 2027 geprogrammeerd staat. Hoe verder in de tijd en dus dichter bij het moment van uitvoering, hoe beter zicht is op de scope en activiteiten en hoe nauwkeuriger er geraamd kan worden. De eerste ramingen zijn grof, gebaseerd op een gemiddeld bedrag per m2 voor een complete herinrichting van de openbare
ruimte. De buurtprogrammering wordt komend jaar verder verfijnd (zie vervolgproces in hoofdstuk 7). Onder andere op basis van nieuwe inspectiegegevens, het water- en klimaatplan (VGRP) en de SOR.
De programmering
6.1 Verwachte kosten
6 Programma begroting
In tabel 1 is een uitwerking van het financieel kader uit het SBOR weergegeven en bevat de verwachte uitgaven voor het beheer en onderhoud voor de jaren 2023-2031. De uitgaven vallen in de eerste jaren lager uit dan in het SBOR begroot, doordat het werk dat de gemeentelijke organisatie kan uitvoeren voor de jaren 2023 en 2024 is gelimiteerd op € 30 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op de uitgevoerde projecten en de capaciteit die daarvoor nodig was in de afgelopen jaren. De lagere uitgaven in de eerste jaren, worden in de latere jaren ingelopen wanneer de buurtgerichte aanpak tot uitvoering komt. In de tabel is dan ook een opbouw te zien van € 30 miljoen in 2023 naar een investeringsprogrammering van € 62 miljoen. Het totale bedrag over de jaren komt overeen met het totale geraamde bedrag uit het SBOR vermeerderd met indexatie. De benodigde middelen uit het SBOR zijn reeds verwerkt in de Programmabegroting 2023.
33
Programma begroting
Budgetten beheer en onderhoud
prijspeil 2022
indexatie prijspeil 2023
Dagelijks onderhoud WSP,WKO en OVL/VRI (SBOR 2022)
5.8
3.5%
6.0
Onderhoud Groen en Spelen (SBOR 2022)
10.0
3.5%
10.4
Riolering (DBO 2023)
3.4
Totaal jaarlijkse exploitatie
15.8
Groot Onderhoud en vervanging WSP,WKO en OVL/VRI (SBOR22)
41.1
19.8 9%
44.8
Groot Onderhoud en vervanging Riolering/Klimaatadaptatie (gemiddeld IP 2023-2027)
10.9
Totaal jaarlijks investeringskader Groot Onderhoud en vervanging
41.1
55.7
Begroting investeringen meerjarenprogrammering beheer en onderhoud
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Groot onderhoud en vervanging
€ 30.0
€ 30.0
€ 40.0
€ 40.0
€ 30.0
€ 30.0
€ 25.0
€ 25.0
€ 25.0
€ 20.0
€ 20.0
€ 37.0
€ 37.0
€ 37.0
Buurtprogrammering Totaal investeringen
€ 30.0
€ 30.0
€ 40.0
€ 40.0
€ 50.0
€ 50.0
€ 62.0
€ 62.0
€ 62.0
Ingroei en inhaal investeringstempo
-€ 25.7
-€ 25.7
-€ 15.7
-€ 15.7
-€ 5.7
-€ 5.7
€ 6.3
€ 6.3
€ 6.3
Tabel 1: verwachte kosten meerjaren programmering beheer en onderhoud (bedragen x miljoen euro)
Het jaar 2023 is als prijspeil aangehouden, zoals dat in de periode na vaststelling van het SBOR is geïndexeerd. Weliswaar zijn in 2022 stevige prijsverhogingen en oplopende levertijden opgetreden, toch is ervoor gekozen om de prijsrisico’s niet volgens CBS-indexatie af te dekken, maar met een indexatie van 9%. Door bij aanbestedingen goed te monitoren waar de echte kostendrijvers zitten en het gesprek aan te gaan met aannemers kunnen risico’s goed 34
worden verdeeld en voor beide partijen werkbare oplossingen worden gezocht. Eventuele extra verhogingen van de projecten zijn dan goed uitlegbaar.
en gebiedsontwikkeling. De kadernota zal inzicht geven in de totale dekking van de kosten.
In de genoemde bedragen zit ruimte om beleidsopgaven mee te nemen. Dit is echter niet bedoeld voor grote beleidsingrepen en aanleg van nieuw areaal, zoals een fietsenstalling of fietsverbinding. Dit dient gefinancierd te worden uit de gelden voor de SOR Programmabegroting
6.2 Groeipad Om uiteindelijk 3 buurten per jaar in uitvoering te brengen en daarmee te voldoen aan de onderhoudsbehoefte van de stad, moet de uitvoeringskracht van de gemeentelijke organisatie fors groeien. De komende jaren gaan we ervoor zorgen dat de organisatie daartoe in staat is. De ontwikkeling van de eigen organisatie is een voorwaarde voor succes. In figuur 9 is het groeipad dat de gemeente voor ogen heeft grafisch weergeven. De productie wordt geleidelijk opgebouwd en ondertussen wordt de organisatie voorbereid op de buurtgerichte werkwijze. Tegelijkertijd wordt het hoogstnoodzakelijke onderhoud uitgevoerd. In 2027 wordt gestart met de eerste buurten, om vervolgens in 2029 volledig buurtgericht te werken.
Vergroten van de uitvoeringskracht De vergroting van de uitvoeringskracht vindt in eerste instantie plaats binnen de kaders van het SBOR en de middelen en capaciteit die daarin zijn vrijgemaakt. De afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte (BBOR) heeft er onlangs 6 FTE bijgekregen, onder andere om op strategisch en tactisch niveau opgaven te verbinden.
35
Figuur 9: groeipad beheer en onderhoud
Programmabegroting
De buurtgerichte manier van werken zal de gemeente gaan helpen bij het vergroten van de uitvoeringskracht. Het zorgt voor een efficiëntieslag in het werk, doordat het beheer en onderhoud gestructureerder per buurt wordt opgepakt, werkzaamheden worden gebundeld en dus in minder kleine projecten worden voorbereid en uitgevoerd. De verwachting is dat daarmee de uitvoeringskracht gaandeweg groeit. Dit is een flinke uitdaging voor de organisatie. Er is een ontwikkeling nodig van de huidige formatie naar een buurt- en opgave gerichte manier van werken. Dit vraagt tijd en de hele gemeentelijke organisatie moet meebewegen om dit waar te maken.
De precieze consequenties voor de ambtelijke organisatie worden in een bredere context in 2023-2024 in beeld gebracht, zodat tijdig duidelijkheid ontstaat over hoe de organisatie de vergroting van de benodigde uitvoeringskracht waar kan maken en wat zij daarvoor nodig heeft. Mogelijk is er op termijn uitbreiding van de capaciteit in de uitvoering nodig om de opgaven die in stad spelen te realiseren, bijvoorbeeld ten aanzien van water, klimaat en mobiliteit. Gezien de huidige arbeidsmarkt, met een beperkt aanbod aan goede arbeidskrachten in het fysieke domein, is vergroting van de capaciteit in de uitvoe-
ring een uitdaging. Eerst zet de gemeente in op het verhogen van de efficiëntie. De komende jaren wordt telkens gemonitord of de gemeente op de goede weg is en of het nodig is het groeipad bij te stellen.
Inlopen onderhoudsachterstanden De op korte termijn beschikbare uitvoeringskracht zal nog niet voldoende zijn om de theoretische achterstand (gebaseerd op levensduren en inspecties) volledig weg te werken. De verwachting is dat deze, voornamelijk in de eerste jaren, zelfs oploopt. In die periode focust de gemeente het beheer en het onderhoud op het beperken van de risico’s en het voorkomen van onveilige situaties. Op het moment dat de buurtprogrammering volledig loopt in 2029 kan de gemeente versnellen om de jaren daarop de achterstand in te lopen. De in het SBOR geraamde achterstanden worden per domein nog nader gespecificeerd en weggezet in tijd en geld. Verder is het goed mogelijk dat er na verloop van tijd minder geld nodig is voor het dagelijks beheer. De buurtgerichte werkwijze moet zorgen voor een kwaliteitsslag. Met als gevolg minder meldingen uit de buurt en dus ook minder inspanningen in het dagelijks beheer.
36
Programmabegroting
7 Vervolgproces
In de tijdlijn in figuur 10 is het vervolgproces tot en met de start van de uitvoering van de eerste buurten in 2027 weergegeven. Het laat de stappen zien die gezet worden voor de verdere doorontwikkeling van de buurtprogrammering en de voorbereiding van de eerste buurten. Hieronder zijn de stappen in het proces toegelicht.
Kadernota en programmabegroting (P&C-cyclus) Het bijstellen van de programmering loopt mee in de jaarlijkse P&C-cyclus (zie hoofdstuk 2.3). Op dit moment bevindt de meerjaren programmering zich in de fase van 'finetunen'. Afstemming vindt plaats met de andere trajecten, zoals de SOR, ontwikkelprojecten en IP-projecten buiten het cluster beheer en onderhoud. De consequenties worden dit voorjaar meegenomen in de kadernota. In de programmabegroting in het najaar wordt de meerjaren programmering voor de periode 20242027 definitief vastgesteld. Dan wordt ook door de raad een besluit genomen over het beschikbaar stellen van de benodigde middelen voor het uitvoeringsjaar 2024. In de tussentijd, tussen kadernota en programmabegroting, wordt de programmering waar nodig geactualiseerd. Nieuw beschikbare gegevens, zoals het nieuwe Water- en klimaatplan worden gecombineerd met de informatie die er al ligt. Met de programmabegroting moet ook definitief duidelijk zijn welke buurten de gemeente in 2027 buurtgericht gaat aanpakken, zodat de voorbereiding kan starten.
37
Vervolgproces
Figuur 10: vervolgproces meerjaren programmering beheer en onderhoud
Inzicht in beheer- en beleidsopgave Gaandeweg komt er nieuwe data en informatie beschikbaar die de gemeente beter inzicht geeft in de beleids- en beheeropgave in de buurten. Hoe nauwkeuriger er zicht is op de onderhoudsbehoeften en de opgaven die spelen, hoe beter kan worden geprogrammeerd. Komend jaar worden resultaten uit inspecties verwacht. Ook werkt de gemeente via het traject ‘Data op orde’ aan betere registratie en ontsluiting van beheerdata. In het kader daarvan wordt in Q1 2023 gestart met het project ‘Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte’ 38
(IMBOR). Dit biedt een open standaard voor het uniformeren van de dataregistratie van beheergegevens, zodat data beter uitgewisseld kunnen worden in het beheerproces.
Programmeren in periodieke programmeersessies De buurtgerichte werkwijze vraagt een programmeerproces waarin de belangrijkste afdelingen bij elkaar komen. Periodiek zal er een programmeersessie plaatsvinden waar de verschillende afdelingen en teams aan tafel zitten. In die sessies wordt bekeken
of het nodig is de programmering en prioritering aan te passen op basis van nieuwe informatie. Verder worden de sessies benut om de buurten te scoren op de criteria ‘Omgeving’ en ‘Ontwikkelprojecten’ die nog niet zijn meegenomen in de prioritering en de hoofdstructuren een plek in de buurtprogrammering. Tot slot gaat de gemeente met partners in gesprek over de programmering. De programmering wordt met hen gedeeld, zodat zij hun werkzaamheden daarop af kunnen stellen.
Vervolgproces
Voorbereiding en uitvoering eerste buurten In 2027 start de realisatie van de eerste buurgerichte (her)inrichtingen. Dat betekent dat al in 2023 gestart moet worden met de pre-initiatieffase uit het Haarlemse Civiel Planproces (HCCP). In deze fase wordt de scope van de programmering binnen de buurt bepaald, dus de straten en objecten die uiteindelijk meegaan in de buurgerichte aanpak. Dit is een gezamenlijk proces van
39
beheerders, beleidsadviseurs, opdrachtgevers, gebiedsmanagers en regisseurs openbare ruimte. Resultaat is een procesopdracht op basis waarvan de voorbereiding van het project en vervolgens de uitvoering kan starten. Daarin worden ook de kosten en ingrepen inzichtelijk gemaakt.
gemaakt. Het is mogelijk dat mutaties in de projectvoorbereiding consequenties heeft voor de rangschikking van de buurt in de programmering. In 2027 moet de eerste buurgerichte herinrichting in uitvoering zijn.
De projectvoorbereiding neemt gemiddeld 2 tot 3 jaar in beslag. Daarin wordt het project verder gedefinieerd en het ontwerp
Vervolgproces
Bijlage 1 Overzicht grote projecten programmering 2024-2027 Onderstaand overzicht betreft een uitsnede van de grotere projecten van > € 1 miljoen die geprogrammeerd zijn voor de periode 2024-2027. Het betreft herinrichtingen en
groot onderhoud. Stadsbrede en kleine onderhoudsprojecten maken bijvoorbeeld geen onderdeel uit van deze uitsnede. Dat geldt ook voor de SOR-projecten.
Letter
Projectnaam
2023
2024
2025
2026
A
Vervangen openbare ruimte Burgwal
€ 82,826
€ 82,826
€ 598,041
€ 598,041
B
Aanpak riolering Grote Markt en omgeving
€ 136,391
€ 136,391
40
2027 en verder
€ 1,613,219
Project prognose totaal
Beleid
Korte omschrijving
€ 1,361,735
Afkoppelen, groeiplaatsverbetering bomen, verplaatsen 2 ondergronse afvalcontainers
De rijbaan wordt vernieuwd, regenwaterriolering en drainage aangelegd en enkele bruggen worden opgeknapt. Gelijktijdig wordt de groenstructuur en de groeiplaatsen van bomen verbeter. Ook worden voertuigen lager dan 7 meter geweerd (bewonersinitiatief) en worden de locaties van twee ondergrondse afvalcontainers heroverwogen overeenkomstig het afvalbakkenplan.
€ 1,886,000
Koppeling met SOR project
Hier wordt onder andere waterstresslocatie opgeheven. Daarnaast worden mogelijke (verticale) vergroeningsmaatregelen genomen en ingestoken op uitbreiding van het aantal bomen.
Bijlage 1 - Overzicht grote projecten programmering 2024-2027
Letter
Projectnaam
2023
2024
2025
C
Herinrichting Wilhelminastraat
€ 674,087
€ 3,642,725
€ 3,642,725
D
Snelfietsroute Haarlem-Velsen
€ 183,000
€ 2,084,000
E
Vervangen openbare ruimte Floresstraat
F
Herprofilering Generaal Cronjestraat