02 Bijlage A Volkshuisvestingsprogramma Haarlem 2026-2030 Samen voor een fijn (t)huis!
Tekst van het document
Aan het eind van dit hoofdstuk is de huisvestings opgave voor ouderen, vanuit Beschermd Wonen/ Beschermd Thuis, Wonen Eerst (bestrijding dakloosheid), mensen met een beperking, studenten en jongeren, woonwagenbewoners, arbeidsmigranten en statushouders samengevat in figuur 6. Daarin is ook de huisvestingsopgave uit het Actieprogramma Wonen en Zorg verwerkt. Daarbovenop komt nog de
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
23
2,10
zetting
2025
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
opgave voor onzelfstandige woningen en zelfstan-2,00 dige woonvormen met zorg uit ‘Wonen Eerst’ (zie bijlage 1). In figuur 6 maken we onderscheid tussen woningen die al in de plancapaciteit zitten, en aantallen woningen waarvoor aanvullende inzet nodig is. 2915
2014
2013
2,05
Aandachtsgroepen Ouderen Studenten Uitstromers detentie Vergunninghouders Woonwagenbewoners EU-arbeidsmigranten (BRP) Uitstroom zorg 0% Gemeente Haarlem
4%
8%
12%
16%
20%
provincie Noord-Holland
Figuur 1 Relatieve omvang aandachtsgroepen Haarlem (Bron: Monitor Huisvesting Aandachtsgroepen 2022).
2.1 Ouderen en mensen met een zorgbehoefte Huidige woningtype 62%
27%
11%
Het actieprogramma ‘Gewoon samen thuis’ richt Gewenste woningtype zich de huurtoeslag huisvestingsopgave van 48% mensen met 26% 25%een (onderop huidige zorg situatieof ondersteuningsbehoefte en op de totstandkoming van zorgzame wijken om de beweging van Gewenste woningtype 42%‘gewoon in 38%de wijk’ 20% (bij huursubsidie vaninstelling €200 wonen in een naar op kamers gv) mogelijk te maken. Dat bijvoorbeeld 0% doen 20%wij 40% 60% 80%door100% het stimuleren van collectieve woonvormen (voor met gedeelde voorzieningen diverseKamers doelgroepen) en het versterken van Eénkamerwoning gemeenschappen. Meerkamerwoning
De grootste opgave zit in het voorzien in woonruimte voor de groep ouderen, waarvan een deel van de opgave aan geclusterde woningen en zorggeschikte woningen via inzet van de bestaande voorraad kan worden ingevuld. Met zorgpartijen, welzijnsorganisatie, corporaties en ontwikkelende partijen wordt samengewerkt aan de invulling van die opgaven.
Op hoofdlijnen: de behoefte aan eengezins woningen en appartementen. Het grootste deel van de Haarlemse bewoners en woningzoekenden behoort niet tot een aandachtsgroep. Voor de totale vraag naar verschillende woningtypen kunnen we gebruik maken van de Woningbehoefteraming (zie bijlage 3, pagina 31). De woningbehoefte is vertaald naar appartementen en eengezinswoningen in de huur en de koop. In de periode 2024 – 2040 is behoefte aan 57% appartementen en 43% eengezins woningen (vooral koop). Deze verdeling kan verschuiven doordat migratiepatronen veranderen, ouderen langer in eengezinswoningen blijven wonen en gezinnen appartementen betrekken. Omdat de Haarlemse woningvoorraad voor 55% uit eengezinswoningen bestaat en 26% van de huishoudens een stel met kinderen is, en omdat we betaalbaar willen bouwen en de beschikbare ruimte zo goed mogelijk willen benutten, zullen we voornamelijk appartementen blijven toevoegen aan de woningvoorraad. Overigens kunnen (met name duurdere koop) nieuwbouwappartementen ook geschikt gemaakt worden voor gezinnen.
2.2 Studenten en jongeren
magnifying-glass-location Wat zien we? In Haarlem verblijven (peildatum 31/12/2022) bijna 7.500 studerende (mbo, hbo, wo) jongeren1. Twee derde woont bij hun ouders, 470 wonen er in studentenwoningen van corporaties en de rest woont in verschillende woonvormen. ABF Research heeft becijferd dat er voor deze doelgroep in de periode 2023/2024 en 2031/2032 300 extra woningen nodig zijn. Hierbij is rekening gehouden met de ontwikkelingen in het flexibele aanbod en trendmatige (demografische) ontwikkelingen. De in de Koepel gevestigde SHR University of Applied Sciences wil (daarnaast) groeien van 300 naar 600 (vooral internationale) studenten. Het aantal thuiswonende jongeren in de leeftijd 25 tot 29 jaar in Haarlem is de afgelopen jaren gegroeid. Het wordt voor jongeren steeds moeilijker om een woning te vinden. Het Nederlands Jeugd instituut (NJI) concludeert dat de woningnood de ontwikkeling van jongeren belemmert. In het 1 Bron: Monitor Huisvesting aandachtsgroepen/Huisvesting voor Aandachtsgroepen - Studenten - Haarlem.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
24
0% Gemeente Haarlem
onderzoek van het NJI en in gesprekken met Haarlemse woningzoekende jongeren komt naar voren dat jongeren de informatievoorziening matig vinden. Het aantal eenzame jongeren neemt toe, Uit onderzoek van Kences blijkt dat studenten op kamers met gedeelde voorzieningen aanmerkelijk gelukkiger zijn dan in een studio. Onzelfstandig wonen wordt vooral door jongeren tussen 18 en 23 jaar als een aantrekkelijke woonvorm gezien2. Wanneer de huurtoeslag-regels veranderen neemt de wens naar onzelfstandige woonruimte toe (figuur 2). Figuur 2 (Bron: Landelijke Monitor Studentenhuisvesting De bestaande Haarlemse woningvoorraad kan meer 2024)
mensen woonruimte bieden (zie bijlage 5). Binnen de plancapaciteit zien we dat er de komende jaren in de nieuwbouw ruim 1.800 grotendeels zelfstandige woningen zijn opgenomen die geschikt zijn voor jongeren die een huurwoning zoeken. Een deel hiervan is gelabeld voor studenten en jongeren, de rest heeft een grootte en huurprijs die voor jongeren aantrekkelijk is (zie bijlage 1, Hoofdstuk 2, paragraaf 2.2).
4%
8%
12%
16%
20%
provincie Noord-Holland
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Type woonruimte Huidige woningtype
62%
Gewenste woningtype (onder huidige huurtoeslag situatie Gewenste woningtype (bij huursubsidie van €200 op kamers gv)
26%
48%
42% 0%
27%
20%
11% 25%
38% 40%
60%
20% 80%
100%
Kamers met gedeelde voorzieningen Eénkamerwoning Meerkamerwoning Figuur 2 Huidige en gewenste type woonruimte in percentage (Bron: Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2024).
Voor kwetsbare jongeren is een onzelfstandige woonvorm met enige begeleiding een goede oplossing op weg naar zelfstandigheid. De inschatting (zie bijlage 1) is dat er naast het huidige aanbod van 25 plekken behoefte is aan 20 extra kamers.
Foto: gemeente Haarlem 2
Zie onderzoek woonwensen Amsterdam
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
25
bullseye-arrow
Wat willen we bereiken?
2A
Uitbreiden aantal (flexibele) studentenwoningen
We willen het aantal studentenwoningen tot 2035 uitbreiden met 300 (of maximaal 400) woningen en het flexibele aanbod (met name via hospitaverhuur) voor studenten vergroten. We vinden het belangrijk dat studenten die in Haarlem studeren ook in Haarlem kunnen wonen. We willen samen met de woningcorporaties onderzoeken hoe we daarvoor beleid kunnen ontwikkelen. De ontwikkelingen voor studenten bij de Koepel en in ontwikkelzone Zijlweg-West zullen het aanbod voor deze doelgroep verruimen. Naast de realisatie van de 300 geplande studentenwoningen is de inzet om aanvullend 100 extra studenten- of jongeren woningen toe te voegen. Hierbij is het delen van voorzieningen het uitgangspunt. Ook gaan we het flexibele aanbod voor studenten en jongeren vergroten door hospitaverhuur te stimuleren en te faciliteren (zie ook Hoofdstuk 1.4). We onderzoeken of het mogelijk en gewenst is om in ontwikkelzone Spaarneboog nog meer studentenwoningen toe te voegen.
2B
Extra woningen voor jongeren
We willen het woningaanbod voor jongeren vergroten met ruim 1.800 nieuwe woningen die gericht zijn op een jongere doelgroep en het aanbod voor specifieke jongerenwoningen vergroten met 200 woningen tot 2035. Daarnaast willen we 100 studenten- of jongerenwoningen toevoegen aan de plancapaciteit (zie ook 2A). Studenten en jongeren doen voor een deel een beroep op hetzelfde woningaanbod. We willen het aanbod voor deze groep vergroten door nieuwe woningen toe te voegen. Voor een groot deel gebeurt dit door het opleveren van bestaande plancapaciteit in de (private) sociale huur en middenhuur, ook al is die niet nadrukkelijk voor jongeren gelabeld. Omdat onzelfstandige woonvormen en wonen met gedeelde voorzieningen een positieve bijdrage leveren voor een deel van de groep jongeren, willen we via gemengd wonen of gedeeld wonen aanvullend aanbod voor deze groep creëren.
2.3 Woonwagenbewoners
magnifying-glass-location Wat zien we? Haarlem telt 95 standplaatsen, verdeeld over 11 woonwagenlocaties (figuur 3). In verband met het besluit om de locatie aan de Waarderveldweg af te bouwen, krijgen bewoners van deze locatie voorrang bij het vrijkomen van standplaatsen elders. De locatie aan de Waarderveldweg wordt momenteel afgebouwd en volgens de huisvestingsverordening worden bewoners van deze locatie als eerste een nieuwe standplaats aangeboden om de uitstroom van deze locatie te faciliteren. De vraag naar nieuwe woonwagenstandplaatsen in Haarlem is groter dan het aanbod. Op basis van een in 2019 uitgevoerd behoefteonderzoek wordt de actuele vraag ingeschat op ongeveer 45 stand plaatsen. Deze actuele vraag is opgedeeld in drie categorieën, namelijk: inwonende gezinnen, inwonende 25-plussers en voormalige woonwagen bewoners die wonen in stenen woningen (spijtoptanten). Sinds 2021 werkt de gemeente met de drie Haarlemse woningcorporaties (Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V.) en woonwagen bewoners (verenigd in Woonwagenbelangen Haarlem) aan de uitvoering van de doelstellingen uit het Actieplan 2021-2022 en Uitvoeringsprogramma Woonwagens 2023-2026. De gemeentelijke uitvoering is gericht op het realiseren van nieuwe woonwagenlocaties én de verbetering van bestaande woonwagenlocaties (met mogelijk het toevoegen van standplaatsen op de locaties).
Daarbij maken we gebruik van de kennis en kunde van de woonwagenbewoners. De verbetering van bestaande woonwagenlocaties draait om brandveiligheid, beheer en leefbaarheid. De locatie aan de Basilicumstraat is de eerste locatie waarmee wordt gestart, de geleerde lessen zullen worden toegepast bij overige locaties.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
26
LIGHTBULB-GEAR
Wat weten we?
Woonwagens
De extra standplaatsen – deels via inbreiding op bestaande locaties en deels op nieuwe locaties – vormen een realistische en uitvoerbare stap vooruit binnen de beschikbare ruimte, regelgeving en financiële kaders. We willen verkennen of en hoe we binnen de regio meer ruimte kunnen scheppen. Het draait daarbij om kwaliteit: de standplaatsen moeten veilig zijn, passen in de omgeving en bijdragen aan duurzame leefbaarheid voor bewoners en omgeving.
2D
Veilige, leefbare woonwagenlocaties
We streven naar veilige, toegankelijke en leefbare woonwagenlocaties, waarbij we met de bewoners investeren in verbeteringen van brandveiligheid, beheer en fysieke kwaliteit.
Figuur 3 11 woonwagencentra, gelegen in de gemeente Haarlem (Bron: gemeente Haarlem).
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 2C
Meer standplaatsen voor woonwagens
We streven naar een evenwichtigere verhouding tussen vraag en aanbod van standplaatsen, met oog voor culturele binding, uitvoerbaarheid en gelijke kansen op passend wonen. Net als aan woningen is er in Haarlem ook een structureel tekort aan woonwagenstandplaatsen. De ambitie is en blijft om de verhouding tussen vraag en aanbod voor woonwagenbewoners te verbeteren. Daarom gaan we verkennen hoe we de wachttijd voor een standplaats meer in lijn kunnen brengen met die voor een sociale huurwoning. Daarbij kijken we ook welke impact dit heeft op beleid, planning en uitvoerbaarheid van de realisatie van woonwagenstandplaatsen. Vooralsnog blijkt uit de haalbaarheidsstudies dat er op de korte- tot middellange termijn enkele locaties geschikt zijn voor het ontwikkelen van extra woonwagenstandplaatsen. Te beginnen met het toevoegen van 3-4 plaatsen bij de Schwannstraat. Ook de Amelandstraat lijkt een geschikte locatie om standplaatsen toe te voegen. In totaal zijn er dan mogelijkheden voor 12 tot 16 extra plaatsen, wat een goede stap vooruit is.
Door te investeren in het verbeteren van bestaande woonwagenlocaties, met aandacht voor (groen) beheer en veiligheid, wordt de positie van de Haarlemse woonwagenbewoner zo veel mogelijk net als die van iedere andere Haarlemmer. We zetten in om het beheer van de openbare ruimte op de woonwagenlocaties gelijkwaardig te zijn aan het beheer ervan buiten de locaties. We onderzoeken hoe de huisvesting van woonwagenbewoners een vast onderdeel kan worden van de gemeentelijke organisatie en planning. Daarnaast is er gestart met een overleg tussen de gemeente, de Haarlemse woonwagenbewoners en Kennemerland B.V. Daarbij gaat het niet alleen om meer en betere standplaatsen, maar ook om het verstevigen en normaliseren van de onderlinge relatie.
2.4 Statushouders
magnifying-glass-location Wat zien we? In Haarlem wonen volgens de monitor huisvesting aandachtsgroepen in 2022 ruim 1.200 statushouders (figuur 4). Het aantal te huisvesten statushouders wisselt en hangt af van situatie in de herkomstlanden. Afgelopen jaren hebben we het tekort aan huisvesting voor statushouders beperkt of voorkomen door intensieve samenwerking met de woningcorporaties. Statushouders krijgen op basis van een urgentie en hun gezinsgrootte een passende woning toegewezen. Jaarlijks wordt vijf tot tien procent van de vrijgekomen sociale huurwoningen toegewezen aan statushouders.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
27
Naast reguliere woonruimte gebruiken we een (tijdelijke) tussenvoorziening bij de Laan van Decima, plaatsten we tijdelijke woningen aan het Delftplein en treffen we kleinschalige woonvoorzieningen voor minderjarige (< 18 jaar) alleenstaande vluchtelingen (AMV’ers). Haarlem heeft een Taskforce opgezet om in samenhang in de opvang van vluchtelingen te voorzien. We zien dat besluiten over gezinshereniging langer duren, waardoor statushouders langer op een woning moeten wachten. We zien ook dat AMV’ers die uitstromen uit een kleinschalige woonvoorziening opnieuw een beroep op voorrang voor woonruimte moeten doen (waarbij deels sprake is van gezinshereniging). De tussenvoorziening blijkt een goede oplossing voor statushouders die in Haarlem nog niet direct aan een woning gekoppeld kunnen worden. De huidige tussenvoorziening is tijdelijk, maar voorziet in een structurele behoefte, we willen daarom komende jaren toewerken naar een permanente voorziening. Als het (in lijn met concept-wetgeving) niet meer mogelijk is om voorrang aan statushouders te verlenen, dan voorzien we dat statushouders gemiddeld zeven tot acht jaar moeten wachten op een woning. Vanuit het Rijk wordt gedacht dat gemeenten voor deze periode (onzelfstandige) woonruimte neerzetten, zogenoemde opstart woningen.
De kans is groot dat statushouders nog meer dan nu in woningen terechtkomen waarvoor de wachttijden het kortst zijn. En die bevinden zich vaak in kwetsbare delen van de stad of regio.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Type huishouden
Foto: gemeente Haarlem.
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 2E
Passende woonruimte voor statushouders
We zorgen voor goede, passende en zo veel mogelijk structurele/stabiele woonruimte voor statushouders, verspreid over de stad. We willen ervoor zorgen dat statushouders een goede start kunnen maken in de Haarlemse samenleving, tussen en met de andere Haarlemse inwoners. Statushouders wonen niet geconcentreerd in buurten en complexen, maar tussen andere Haarlemmers in de stad. We zorgen daarom voor meer sociale huurwoningen (voor huishoudens met recht op huurtoeslag) verspreid over de stad. We willen statushouders woonruimte bieden die vergelijkbaar is met die van andere urgente woningzoekenden in eenzelfde gezins samenstelling, leeftijd en levensfase.
Haarlem Nederland Vergunninghouders Totale populatie Vergunninghouders Totale populatie Alleenstaand
42,5%
43,9%
43,7%
39,4%
Paar zonder kinderen
8,8%
23,8%
9,4%
28,0%
Paar met kinderen
37,2%
23,9%
33,7%
24,6%
Eenoudergezin
11,5%
7,8%
11,7%
7,4%
%
0,6%
1,5%
0,7%
Overig huishouden
Figuur 4 Type huishouden in percentage (Bron: Monitor Huisvesting Aandachtsgroepen 2022).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
28
Laan van Decima, woonunits Oekrainese vluchtelingen. Foto: gemeente Haarlem
2.4a Oekraïense vluchtelingen
magnifying-glass-location Wat zien we? Sinds de start van de oorlog in 2022 vangt Haarlem Oekraïense vluchtelingen op, verspreid over diverse locaties (zoals een cruiseschip, hotels, tijdelijke woonunits en bij particulieren). Er wordt gewerkt aan langdurige opvang aan de Kruisstraat.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Het aantal Oekraïense vluchtelingen in Haarlem bestaat uit ongeveer 1.000 mensen. Op basis van eerdere ervaringen met oorlogsvluchtelingen (Bosnië, Kosovo) is de verwachting dat een groot deel (circa 80%) in Nederland zal blijven en een beroep zal doen op de Haarlemse woningvoorraad.
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 2F
Passende opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen
We willen voorzien in passende opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen en voorzien in informatie over mogelijkheden voor permanente huisvesting.
We blijven zorgen voor goede en flexibele opvang locaties en breiden deze uit met de verbouwing van een pand aan de Kruisstraat 30-32. Daarmee willen we voorkomen dat Oekraïense vluchtelingen die hier blijven, aangewezen zijn op noodopvang of voorrang op de sociale huurmarkt.
2.5 Arbeidsmigranten
magnifying-glass-location Wat zien we? In de regio Zuid-Kennemerland/IJmond verblijven naar schatting ruim 10.000 arbeidsmigranten, van wie 60% in Haarlem woont (zie bijlage 7). De jaarlijkse groei van het aantal arbeidsmigranten in de regio is naar verwachting 4-9%. Voor Haarlem betekent dit een groei van 2.600-7.000 mensen voor de periode 2022-2030. De helft van de arbeidsmigranten blijft langdurig (meer dan 3 jaar) in de stad en 20% minder dan een jaar. De mensen die langdurig hier verblijven, doen een beroep op reguliere woonruimte en tellen mee in de woningbehoefteraming. De aanvullende opgave ligt bij de groep die kort in Haarlem of de regio verblijft (mid-stay (1-3 jaar) en short-stay (0-1 jaar). Dit betekent een groei in behoefte van 1.4602.810 plekken in de periode 2022-2030 voor de gemeenten in Zuid-Kennemerland.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
29
Veel arbeidsmigranten die in Haarlem wonen, werken elders in de Metropoolregio, met name in Amsterdam. In de regio Zuid-Kennemerland/IJmond zijn vooral in de zorg en de bouw de personeels tekorten groot. We zien ook dat in Haarlem arbeidsmigranten soms in illegale situaties wonen/verblijven (bedrijfsruimte, illegale splitsing/kamergewijze verhuur) en/of de leefbaarheid in het geding is (bijvoorbeeld Zijlweg 245). Werkgevers en uitzendbureaus hebben ons de afgelopen jaren gevraagd om tijdelijke verblijfsmogelijkheden voor arbeidsmigranten. Hiervoor zagen we echter geen mogelijkheden. In het centrum van Haarlem hebben veel woningen ook een ‘short-stay’-bestemming (met name vanaf de 1e verdieping). In hoeverre arbeidsmigranten gebruik (kunnen) maken van deze mogelijkheid is onbekend. De omvang en inzet van de short-stay bestemming in het centrum wordt onderzocht omdat er strijdigheid kan zijn met andere beleidsdoelstellingen en regelgeving (waaronder parkeernormen, geluid, behoud van woonruimte, hotelbeleid). Daarnaast is er ook bij andere groepen, zoals mensen in scheiding, behoefte aan tijdelijke huurcontracten, waar huidige doelgroepcontracten niet voldoende in voorzien.
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 2G
Aanpak huisvesting arbeidsmigranten
We willen illegale en ongewenste huisvestings situaties van arbeidsmigranten tegengaan en onderzoeken of we meer of betere ruimte kunnen bieden aan woonoplossingen voor deze groep. We willen (in overleg met de regiogemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond, werkgevers en arbeidsmigranten) onderzoeken hoe we deze groep werknemers kunnen helpen bij het vinden van tijdelijk onderdak en tegelijk ongewenste situaties (zoals overbewoning of ander illegaal gebruik) zoveel mogelijk kunnen voorkomen. We willen hier in regionaal verband kaders en afspraken over maken.
De Wet goed verhuurderschap biedt de mogelijkheid om regels voor de verhuur van woonruimte aan arbeidsmigranten te formuleren en biedt gemeenten de mogelijkheid om een verhuurverordening op te stellen. De inzet van dit instrumentarium vraagt veel extra capaciteit. We onderzoeken wat hierin mogelijk en wenselijk is.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Type eigendom
EU-arb. (BRP) EU-arb. (BRP) <1 jaar verblijf 1 tot 2,5 jaar verblijf
EU-arb. (BRP) EU-arb. (BRP) EU-arbeids2,5 tot 5 jaar 5+ jaar verblijf migranten verblijf (BRP): totaal
Totale populatie
Koopwoning
11,5%
18,9%
37,1%
60,6%
41,9%
52,6%
Corporatiewoning
2,3%
0%
3,3%
8,9%
5,7%
29,4%
Private huurwoning
85,1%
77,9%
57,6%
29,8%
51,3%
17,2%
0%
0%
1,3%
0%
0,9%
0,8%
Niet-woning
Figuur 5 Type eigendom van de woning, Haarlem in percentage (Bron: monitor huisvesting aandachtsgroepen 2022).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
30
Samenvatting totale opgave aandachtsgroepen en ouderen
Bestaand aanbod 2021/2022
Aanvullende opgave 2022-2031
Aanvullende opgave 2022-2040
Opgenomen in plannen
Ouderen nultredenwoning
22.700
2030
4.720
14.256
geclusterd
1.570
508
873
413
intramuraal/zorggeschikt
1.378
234
520
520
Beschermd Wonen Intramuraal
170
0
ntb
Beschermd Thuis geclusterd
37
28
ntb
20
Beschermd Thuis gespikkeld
25
ntb
nvt
BW WLZ
ntb
24
Wonen Eerst onzelfstandige wooneenheden met begeleiding < 23 jaar
25
20
onzelfstandige wooneenheden 23+
20
ntb
geclusterd zelfstandig (gemengd wonen)
0
50
ntb
geclusterd zelfstandig met zorg nabij
25-40
ntb
6
ntb
Skaeve Huze
0
ntb 7 6
Verstandelijke beperking woonplekken
590
30
70
Lichamelijke beperking intramuraal
50
0
5
geclusterd (focus)
16
rolstoelwoningen
ntb
Jongeren zelfstandig
474
onzelfstandig
100
ntb
117
100*
ntb
96
Studenten zelfstandig
479
onzelfstandig
230
300*
ntb
95
16
30
Woonwagenstandplaatsen
200-300 12
Statushouders AMV in KWV
0
42
ntb
33
120
120
ntb
0
Onzelfstandige wooneenheden voor jonge alleenstaade statushouders
20
ntb
0
Tussenvoorziening
Arbeidsmigranten short- en midstay regio ZKL
ntb
1460-2810
ntb
0
* Er worden hier bovenop nog 100 extra studenten of jongerenwoningen toegevoegd. Figuur 6 Overzicht bestaand aanbod, opgave en plancapaciteit voor ouderen en aandachtsgroepen (Bron: gemeente Haarlem). Zie nadere duiding in bijlage 1, Hoofdstuk 2.
Doorkijk 2030-2035 Een groot deel van de realisatie van het woonaanbod voor aandachtsgroepen (waarbinnen
ouderen de grootste groep zijn) zal worden opgeleverd in de periode na 2030. Dat is in lijn met de verwachte vraag.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
31
Wat gaan we doen?
2.1
Ouderen en mensen met een zorgbehoefte
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Realisatie van het uitvoeringsprogramma van het Actieprogramma Wonen en Zorg ‘Gewoon Samen Thuis’ 2025-2031 (zoals opgenomen in bijlage 4 van het actie programma) (gestart in 2025) ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Samenwerken met partners in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond en de MRA in de realisatie van de huisvestingsopgave aandachtsgroepen (voortzetting samenwerking).
2.2
Studenten en jongeren
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Tot realisatie van 1.800 ingeplande en 100 nog in te plannen nieuwe woningen die geschikt zijn voor jongere doelgroepen (waarvan 200 gelabeld voor jongeren, 300 voor studenten en de nog in te plannen 100 voor jongeren of studenten). ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Hospitaverhuur stimuleren (gestart in 2025). STAR-CHRISTMAS 3 Prestatieafspraken maken over en realiseren van het aanbod gelabelde studentenwoningen.
STAR-CHRISTMAS 4 Zorgen voor betere informatievoorziening over wonen voor jongeren en studenten (inschrijving, aanbod, huurrecht etc.). STAR-CHRISTMAS 5 Afspraken maken met woningcorporaties over aanvullend aanbod kamers voor jongeren met onder steuningsbehoefte (gestart in 2025).
2.3
Woonwagenbewoners
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Uitvoering geven aan het Uitvoeringsprogramma Woonwagens 2023-2026, dat bijdraagt aan de ambities om de leefbaarheid op bestaande locaties te verbeteren en extra standplaatsen te creëren. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Uitvoeren van het eerste verbeterplan op de locatie Basilicumstraat (gestart in 2025). ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 3 Werken aan de voorbereiding van nieuwe standplaatsen op de locatie Schwannstraat. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 4 In lijn met de motie van de CU, PvdA, Trots, AP en CDA doorlopend verkennen van locaties, zoals de Amelandstraat. STAR-CHRISTMAS 5 Uitbreiding van de uitvoering van de verbeterplannen naar andere locaties, te beginnen met de Amelandstraat en Louis Pasteurstraat. Hierbij worden ook inbreidingsmogelijkheden verder onderzocht (gestart in 2025).
Zie Actieprogramma Wonen en Zorg
2025-2031 Woningcorporaties, Buurts, zorgaanbieders, huurders- en Cliënt organisaties
⬤⬤⬤⬤ ⬤⬤⬤
Regiogemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond, woningcorporaties
⬤⬤
Ontwikkelende partijen, 2026-2030 beleggers, woningcorporaties
2A
2B
2C
2E
2F
2G
2A
2B
⬤⬤⬤ ⬤
2D
2026-2030
Hospi-housing, Regenbooggroep
2026
Pré Wonen, Ymere, DUWO, huurders organisaties, evt. onderwijsinstellingen
2026
DUWO, afdeling communicatie, onderwijsinstellingen
2026-2027
Woningcorporaties
2026
Kennemerland B.V., Woonservice
2026-2030
2C
Bewoners, omwonenden, lokale stakeholders
2026
2C
Kennemerland B.V. en Woonwagenbelangen Haarlem
2026
Kennemerland B.V.
2026-2030
Bewoners, Woon wagenbelangen Haarlem en Kennemerland B.V.
2026-2030
2A
2B
1K
2A
⬤⬤ ⬤⬤⬤ 2A
2B
2A
2B
⬤⬤ 2C
2D
⬤ ⬤ ⬤ ⬤⬤ 2C
2C
2D
1I
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
32
STAR-CHRISTMAS 6 Verkenning van wachttijdgelijkheid met sociale huur.
STAR-CHRISTMAS 7 Werken aan structurele inbedding in de organisatie voor de uitvoering van de opgaven woonwagenstandplaatsen.
2.4
Statushouders
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 In samenwerking met woningcorporaties wordt gewerkt om passende woonruimte (grootte, huurprijs) te koppelen aan statushouders, waarbij zo goed mogelijk gekeken wordt naar de samenstelling van het huishouden/ gezin (na gezinshereniging). ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Faciliteren van een tussenoplossing voor 120 statushouders aan de Laan van Decima 3 zodat mensen uit het AZC kunnen starten met inburgering vooruitlopend op het besluit op gezinshereniging (en de bij hun gezin passende woning). Deze tussenvoorziening blijft in ieder geval tot eind 2026. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 3 Realisatie van een aantal voorzieningen voor huisvesting van AMV’ers (Asterstraat (13) en Kleverparkweg (24)). STAR-CHRISTMAS 4 Onderzoek naar mogelijkheden voor een permanente tussenvoorziening voor statushouders. STAR-CHRISTMAS 5 Onderzoek naar de mogelijkheden van gedeeld wonen voor alleenstaande statushouders (18-27 jaar), inclusief de groep AMV’ers die uitstromen uit de Kleinschalige Woonvoorzieningen.
STAR-CHRISTMAS 6 Faciliteren en ondersteuning van de realisatie van gemengde wooncomplexen ook voor de doelgroep statushouders.
2.4a Oekraïense vluchtelingen ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Realisatie van 42 woonunits voor O ekraïense vluchtelingen (Kruisstraat 30-32) (gestart in 2025). STAR-CHRISTMAS 2 Versterken informatievoorziening aan Oekraïners over de Haarlemse woningmarkt.
2.5
Arbeidsmigranten
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 In opdracht van de regiogemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond werd in 2025 in beeld gebracht hoe werkgevers invulling geven aan de huisvestingsvraag van hun werknemers naar woonruimte voor korter verblijf en mogelijke knelpunten. Op basis van dit onderzoek willen we met de regiogemeenten en de MRA vervolgafspraken maken over uitgangspunten en beleidskader voor woonvoorzieningen voor tijdelijke arbeidsmigranten
⬤ ⬤ 2C
2D
⬤ 2E
⬤ 2E
⬤ ⬤ ⬤ 2E
Woonservice, woningcorporaties, woon wagenbelangen
2026-2027
Woonwagenbelangen Haarlem en Kennemerland B.V. en andere externe partners
Voorbereiding in 2025 en 2026
Woningcorporaties, Woonservice, COA
2025-2030
Rode Kruis, COA
2025-2026
Pré Wonen, Nidos
2025
2026
2E
2E
⬤ 2E
⬤ ⬤
Woningcorporaties, COA
2026
Woningcorporaties
2027
2026
2F
2F
⬤ 2G
Oekraïense gemeenschap
2026
Regiogemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond, werkgevers, uitzendbureaus, MRA
2026-2027
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
33
STAR-CHRISTMAS 2 Onderzoek naar de voor- en nadelen van inzet van een verhuurverordening op grond van de Wet goed verhuurderschap. STAR-CHRISTMAS 3 Onderzoek naar het gebruik en de (on)wenselijkheid van short-stay-bestemming (al of niet als dubbele bestemming) in het omgevingsplan.
⬤ ⬤ 2G
Verhuurders
2026
2027
2G
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
34
Tuin van Jonker, Haarlem Zuidwest. Foto: Jurriaan Hoefsmit
Inleiding
3. 1 Funderingen
Een stad waar iedereen prettig en veilig kan wonen, begint bij een goede woning in een prettige wijk. De algemene vereisten voor een bestaande woning liggen vast in wetgeving zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Rond woningkwaliteit zijn er de komende jaren twee zaken die extra aandacht vragen: fundering en gezondheid. Vooral voor huurders kan het lastig zijn om – wanneer er gebreken aan de woning zijn, of omdat de huur te hoog is in relatie tot de kwaliteit – met de verhuurder tot overeenstemming te komen. Daarom besteden we in dit hoofdstuk aandacht aan de ondersteuning van huurders. Ook gaan we in op leefbaarheid en veerkracht van wijken, omdat mensen naast een goede woning, ook een leefbare en veilige woon omgeving nodig hebben.
magnifying-glass-location Wat zien we? Haarlem kent funderingsproblematiek, vooral bij woningen gefundeerd op grenenhouten palen. Door bacteriële aantasting neemt de draagkracht van deze houten palen geleidelijk af, wat de stabiliteit van woningen in gevaar kan brengen. Klimaatverandering (droogte en natte perioden) kan deze problematiek vergroten3. Ook dreigen ondiep gefundeerde woningen (fundering op staal) door klimaatverandering een probleem te worden. Geschat wordt dat de fundering van ongeveer 7.000 panden die op grenen houtpalen staan, hersteld moet worden. Ter ondersteuning van pandeigenaren heeft de gemeente het Haarlemse Funderingsloket ingericht. Dit loket biedt informatie over funderingsonderzoek, funderingsherstel en subsidiemogelijkheden. Sinds de oprichting in 2018 neemt het aantal contactaanvragen jaarlijks toe en zijn honderden funderings3
Zie ook Uitvoeringsprogramma grondwater 2024-2033
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
35
onderzoeken uitgevoerd en woningen hersteld. Ook is er een openbare digitale funderingskaart. De investeringen zijn doorgaans fors en woning eigenaren met onvoldoende financiën, kunnen een lening aanvragen via het fonds Duurzaam Funderingsherstel. Funderingsherstel biedt kansen om woningen meteen toekomstbestendig te maken door het aanbrengen van goede isolatie, ventilatie, en het nemen van hittebeperkende maatregelen.
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 3A
Beter inzicht in funderingsopgave
De komende jaren streven we naar een beter (onder andere gedetailleerder) inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve opgave van funderingsherstel in Haarlem. Elke vijf jaar brengen we de omvang en aard van de herstelopgave in kaart en adviseren we waar de funderingsproblematiek als eerste aangepakt kan worden. Zo kunnen we het herstel koppelen aan andere gemeentelijke doelen, zoals duurzaamheid en ondergrondverbetering. Tegelijk onderzoeken we de gevolgen voor bewoners, wat betreft kosten, woongenot en mentale gezondheid. Dit gaat ons helpen de ondersteuning en communicatie te verbeteren.
3B
Funderingsopgave beter gekoppeld
We streven naar een (betere) koppeling van de funderingsopgave aan andere opgaven in de stad. Bij de start van het funderingsloket hadden vooral pandeigenaren behoefte aan informatie. Intussen hebben ook gemeentelijke diensten en ondernemingen steeds meer behoefte aan (technische) kennis over de fundering situaties, bijvoorbeeld als ze betrokken zijn bij de duurzaamheidsopgave of het vervangen van rioleringen. De komende jaren willen we de kennis en kunde van het funderingsloket beter ontsluiten voor deze partijen.
3C
Betere ondersteuning woningeigenaren
We zetten in op een betere ondersteuning van woningeigenaren door meer samenwerking met partners. Haarlem staat niet als enige gemeente voor een herstelopgave. Mede door klimaatverandering krijgen steeds meer gemeenten te maken met funderingsproblematiek, maar er wordt nog maar op bescheiden schaal samengewerkt. De opgaven zijn bovendien dusdanig groot dat bredere ondersteuning (kennis, financieel) door het Rijk gewenst is. Daarom
willen we de komende jaren blijven investeren in samenwerking met het Rijk en andere gemeenten.
3.2 Gezondheid en bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we? Veel naoorlogse woningen kampen met vocht, tocht en gebrekkige ventilatie. Dat leidt tot schimmelgroei en een hogere kans op luchtwegaandoeningen. We zien dat schimmel- en vochtproblematiek weliswaar de belangrijkste klachten zijn vanuit Haarlem bij het meldpunt leefomgeving van de GGD Kennemerland, maar dat het in 2024 ging om slechts 25 meldingen (figuur 1). En dat is opmerkelijk, want uit menig onderzoek (huurcommissie, media, landelijk Woon-onderzoek) blijkt dat het voor veel bewoners nog een probleem is. In alle Haarlemse buurten geven huurders hun corporatiewoning een voldoende4. Toch worden in sommige buurten op deelonderwerpen onvoldoendes uitgedeeld. Het gaat dan met name over onderhoud, isolatie en gehorigheid. Vooral de Leidsebuurt, Molenwijk, Meerwijk en Europawijk scoren op deze punten onder het Haarlemse gemiddelde. In het algemeen ervaren vooral bewoners van bovenste verdiepingen in dichtbebouwde wijken regelmatig hittestress. Daarnaast kan geluidsoverlast van verkeer of installaties de nachtrust verstoren en het welzijn schaden. Landelijk is ongeveer 25% van de binnenlandse fijnstofemissies toe te schrijven aan houtstook in open haarden en kachels; naar schatting 14% van het totale levensduurverlies door luchtvervuiling hangt hiermee samen en 17% van de inwoners ervaart geur‑ of rookhinder.
De problematiek manifesteert zich vooral in dichtbebouwde wijken. In Haarlem zal dat niet veel anders zijn. Met het terugdringen van houtstook willen we dat bewoners in hun woning en gedrag iets veranderen. Nu er door verduurzaming steeds meer ventilatiesystemen in woningen komen die verse lucht van buiten halen, is het nog belangrijker dat er schone lucht in de stad is. Tegelijkertijd blijkt steeds duidelijker dat een groene, koele en stille woonomgeving zorgt voor minder sterfte tijdens hittegolven, minder depressieve klachten en minder obesitas bij kinderen. 4
Onderzoek Huurders in de Regio Amsterdam - AFWC
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
36
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Meldingen uit Haarlem bij het meldpunt leefomgeving van de GGD
Figuur 1 Meldingen uit Haarlem bij het meldpunt leefomgeving van de GGD (Bron: factsheet GGD) (zie ook bijlage 1, Hoofdstuk 3, paragraaf 3.1).
bullseye-arrow Wat willen we bereiken?
3.3 Goed verhuurderschap
3D
magnifying-glass-location Wat zien we?
Verbetering van het binnenklimaat
Haarlemmers moeten weten wat een gezond binnenklimaat inhoudt en welke rol schimmel vorming, ventilatie en daglicht daarbij spelen. We willen ook dat huurders bij hun verhuurders gehoor vinden bij het voorkomen en bestrijden van schimmel en bij andere zaken die bijdragen aan een beter binnenklimaat.
3E
Bestrijding overlast houtstook
We willen dat de fijnstofconcentratie in woonwijken in 2030 voldoet aan de strengere EU-wetgeving die dat jaar ingaat. Ook de overlast door houtstook zal dan aanmerkelijk zijn afgenomen.
In Haarlem is al langere tijd een huurderssteunpunt actief, dat door Stichting !Woon wordt bemand. Huurders kunnen hier terecht voor alle vragen over het huurrecht en kunnen meldingen doen in het kader van de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur. De meeste meldingen over ongewenst verhuurgedrag gaan over achterstallig onderhoud, de huurprijs of bijkomende kosten, en over huurcontracten of de opzegging daarvan (figuur 2). In een aantal wijken is het aantal meldingen hoger dan gemiddeld, zoals bijvoorbeeld in de Transvaalbuurt in Haarlem Noord. We registreren verder het aantal en type meldingen per stadsdeel. We zien dat beide wetten de positie van de huurder hebben versterkt en er meer van de gemeente en haar partners wordt verwacht. Het vraagt wat tijd voordat de wetten en processen die hierbij horen zijn geïmplementeerd en uitgewerkt.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
37
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Overzicht van meldingen naar type melding en wijk Stadsdeel
Onderhoud
Huurprijs of bijkomende kosten
Woning Zoeken
Huurcontract/ opzegging
Energie
Overige vragen huurrecht
43
8
10
Centrum
38
36
2
Noord
44
69
5
87
20
25
Zuidwest
38
29
2
36
8
13
Oost
31
23
4
21
6
8
Schalkwijk
31
30
5
17
7
8
Figuur 2 Meldingen naar wijk en type melding (Bron: Stichting !Woon, Haarlem 2024).
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 3F
Grotere bekendheid en betere vindbaarheid van het huurderssteunpunt
Huurders weten het huurderssteunpunt te vinden en meldingen worden adequaat opgevolgd. Huurders van particuliere en corporatiewoningen in Haarlem betalen huur volgens het woningwaarderingsstelsel (WWS) en weten waar zij ondersteuning kunnen krijgen en meldingen kunnen doen bij problemen met de huurprijs en overige problemen met hun verhuurder. De melder kan erop rekenen dat de melding binnen afzienbare tijd wordt opgepakt.
3.4 Leefbare en veerkrachtige wijken
magnifying-glass-location Wat zien we? Haarlem scoort goed op het gebied van leefbaarheid. Op bijna alle punten scoort Haarlem als stad hoger dan de MRA gemiddeld (figuur 3). Toch zijn er een aantal wijken, buurten en complexen in Haarlem waar de leefbaarheid onder druk staat, voornamelijk in Schalkwijk, Haarlem Oost, en Delftwijk in Haarlem Noord. De lagere scores op leefbaarheid hangen samen met lagere scores op veerkracht van wijken (figuur 4 en 5). Uit onderzoek naar Veerkracht komt naar voren dat in buurten waar veel mensen wonen die in een kwetsbare situatie verkeren (zoals mensen met
Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
38
lichte verstandelijke beperking, psychiatrische of lichamelijke problemen, statushouders) de leefbaarheid achteruitgaat (overlast en onveiligheid). De veerkracht geeft aan in hoeverre buurten kwetsbaarheid kunnen opvangen.
Focusgebieden Aedes
Leefbaarheid en veerkracht staan het meest onder druk in wijken met een hoog percentage sociale huurwoningen, maar ook in delen van de particuliere (met name huur-) voorraad. Via spelregels voor nieuwbouw (40-40-20, en 50-50 aan de westkant van de stad) proberen we eenzijdigheid in segmenten in de woningvoorraad te voorkomen. De afgelopen jaren is met wijkaanpakken ingezet op verbetering van veiligheid en leefbaarheid. In Meerwijk, het Rozenprieel, de Transvaalbuurt en Delftwijk worden zo meerdere opgaven tegelijk opgepakt om het woon- en leefklimaat te verbeteren. De wijkaanpakken worden komende jaren doorgezet. Ook buiten deze specifieke wijkaanpakken om, proberen we de leefbaarheid te verbeteren of op niveau te houden. Dat doen de gebiedsteams samen met woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, politie en handhaving, bewoners en ondernemers en andere organisaties.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Leefbaarheidscijfers Haarlem Tevredenheid woning
7,9 8,0
Tevredenheid buurt
7,7 7,7
Ontwikkeling buurt
7,2 7,0 6,6 6,6
Burencontact Overlast buren
7,7 7,6
Veiligheid ’s vonds
7,5 7,4
Openbaar vervoer
7,3 7,2
Winkels dagelijkse boodschappen
7,8 7,5
Haarlem
Weinig problemen, zeer weinig kwetsbaar Weinig probemen, weinig kwetsbaar Weinig problemen, veel kwetsbaar Bovengemiddeld problemen, zeer weinig kwetsbaar Bovengemiddeld probemen, weinig kwetsbaar Bovengemiddeld problemen, veel kwetsbaar Veel problemen, zeer weinig kwetsbaar Veel probemen, weinig kwetsbaar Veel problemen, veel kwetsbaar Zeer veel problemen, zeer veel kwetsbaar Figuur 4 Focusgebieden Aedes, 2022. Deze kaart toont gebieden waarvan uit maatschappelijk of bewoners perspectief meer of minder aandacht naar hoeft te gaan. Deze focusgebieden zijn geselecteerd op basis van overlast- en onveiligheidsmeldingen, en op basis van de aanwezigheid van bewoners met een kwetsbaarheid ten opzichte van het Haarlems gemiddelde. Delen van Schalkwijk, Haarlem Oost en Delftwijk kleuren rood, wat betekent dat deze gebieden meer aandacht nodig hebben (Bron: Aedes, 2022).
MRA
Figuur 3 Leefbaarheidscijfers Haarlem, WiMRA 2023. Haarlem scoort op bijna alle punten van leefbaarheid gelijk aan- of hoger dan het gemiddelde van de MRA (Bron: WiMRA 2023).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
Spullen en consumenten-
39
Veerkracht in Haarlem
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 3G
Veerkracht versterken
We willen de veerkracht in kwetsbare buurten en complexen versterken. In de wijken, buurten en complexen waar sprake is van eenzijdig aanbod van corporatiewoningen, is er een grotere kans op verminderde veerkracht en leefbaarheidsproblemen. Door alternatieve manieren van toewijzing mogelijk te maken, kunnen we bewoners met meer en minder veerkracht samen laten wonen in buurten of complexen. De leefbaarheid verbeteren we ook door samen met corporaties en welzijnsorganisaties gemeenschapsvorming en ontmoetingen in de openbare ruimte stimuleren en faciliteren (zie bijlage 1, Hoofdstuk 3, paragraaf 3.4, figuur 8).
3H
Afname kwetsbare bewoners en... ... afname problemen ... geen afname problemen Kwetsbare bewoners ongeveer gelijk Toename kwetsbare bewoners en... ... weinig veerkracht, beperkte problemen ... weinig veerkracht, vrij veel problemen ... weinig veerkracht, veel problemen ... enige veerkracht ... veerkracht Figuur 5 Veerkracht in Haarlem. Deze kaart toont gebieden die op het gebied van veerkracht meer aandacht behoeven. Veerkracht zegt iets over de mate van een gebied om een toename van bewoners in een kwetsbare positie op te vangen, zonder dat problemen toenemen. Wanneer veiligheids- en overlastproblemen toenemen, is dit een teken van een gebrek aan veerkracht. Hier kleuren ook andere gebieden rood dan de kaart met focusgebieden, zoals in het centrum, delen van Haarlem Noord en de Leidsebuurt (Bron: Aedes, 2022).
Leefbaarheid versterken door samenwerking
We willen de leefbaarheid van complexen en buurten versterken door de gebiedsgerichte samenwerking binnen de gemeente en met de partners in de stad voort te zetten en uit te breiden. Zowel fysieke als sociale factoren bepalen de leefbaarheid van wijken, en die verschillen per stadsdeel. De stedelijke opgaven worden uitgewerkt in gebiedsplannen die jaarlijks worden vastgesteld. In bijlage 1, Hoofdstuk 3, paragaraf 3.4. zijn de opgaven en de accenten per stadsdeel aangegeven. Gebiedsplannen maken we in nauwe samenwerking met bewoners, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties. Daarbij kunnen ook leefbaarheidsvraagstukken naar voren komen. De gebiedsplannen vormen de basis voor samenwerking in de stadsdelen.
Doorkijk 2030-2035 Leefbaarheid vraagt onmiddellijke acties, maar ook blijvende aandacht in wijken waar dat nodig is. De funderingsproblematiek zal na 2030-2035 aandacht blijven vragen. Via de wijkaanpakken en gebiedsgerichte samenwerking kiezen we voor een langjarige en integrale werkwijze in wijken met verminderde veerkracht en leefbaarheidsproblemen. De effecten van woningdifferentiatie zullen zichtbaar worden als de ontwikkelzones gerealiseerd zijn en het woning aanbod in Haarlemse wijken en buurten beter in balans is.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
40
Wat gaan we doen?
3.1
Funderingen
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Het voortzetten van de werkzaamheden van het funderingsloket. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Voorzetting participeren en samenwerking in landelijk netwerk over funderingsproblematiek. STAR-CHRISTMAS 3 In kaart brengen van de kwalitatieve en kwantitatieve funderingsopgave (gestart in 2025). STAR-CHRISTMAS 4 Onderzoeken waar de koppelkansen in de eigen organisatie liggen en hoe we die kunnen benutten.
3.2
Gezondheid en bestaande bouw
STAR-CHRISTMAS 1 Verkennen mogelijkheid voor een campagne ‘goed ventileren, daglicht en onderhoud’. Met woningcorporaties maken we prestatieafspraken over bestrijding hittestress, intake-termijnen klachten, expertonderzoek schimmel en samenwerking met GGD en huurdersorganisaties. STAR-CHRISTMAS 2 Uitvoeren van publiekcampagne voor stimuleren van gebruik van Stookalert, opstellen aanpak om overlast terug te dringen. onderzoek naar invoering stookverbod bij code oranje en rood, volgens stookwijzer en verbieden rookgasafvoer in nieuwbouw.
3.3
Goed verhuurderschap
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Het voortzetten van de uitvoering van het huurderssteunpunt in samenwerking met Stichting !Woon. STAR-CHRISTMAS 2 In samenwerking met het huurderssteunpunt onderzoeken of het steunpunt (na evaluatie) ook preventief kan worden ingezet voor het bestrijden van slecht verhuurgedrag.
3.4
Leefbare en veerkrachtige wijken
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Sturen op een evenwichtiger verdeling over de stad van het sociale segment, het middensegment en vrije sector in de nieuwbouwprogrammering. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Stimuleren en ondersteunen van ontmoeting ter bevordering van sociale cohesie.
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 3 Het verwezenlijken van harmonieus en eenduidig beleid voor Wonen Boven Winkels in het centrum (onder andere afstemming omgevingsplan, parkeren en huis vesting). ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 4 Advisering bij (het voortzetten en/of verdiepen van) wijkaanpakken. De huidige wijkaanpakken zijn: Wijkaanpak Transvaal (Noord), Wijkaanpak Delftwijk (Noord), Wijkaanpak Rozenprieel (Zuidwest) en Wijkaanpak Meerwijk (Schalkwijk).
⬤ ⬤ ⬤ ⬤
2026-2030
3C 3C
3A
Provincie, gemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond
2026-2030
Onderzoeksbureau
2026
2026
3B
⬤⬤
GGD, woning corporaties en huurdersorganisaties
2026-2029
GGD
2026-2029
3F
Huurderssteunpunt en woningcorporaties
2026-2035
3F
Huurderssteunpunt (Stichting !Woon)
nader te bepalen
Woningcorporaties
2026-2030
3D
3E
⬤⬤ 3D
3E
⬤ ⬤ ⬤ ⬤⬤ ⬤⬤ 1D
1E
3G
3H
3H
⬤ 3H
⬤⬤⬤ 3F
3G
3H
Zorgpartijen en zie Actieoverige maatschappe- programma lijke partners Wonen en Zorg VVE Binnenstad Haarlem
2026-2027
Diverse samen werkingspartners
2026-2030
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
41
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 5 Evalueren pilot toewijzen op motivatie en onderzoeken mogelijkheid verbreden naar kwetsbare buurten en complexen in Noord, Oost en Schalkwijk. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 6 Uitvoering van de pilot(s) voor Gemengd Wonen (o.a. aan de Athenestraat) die bijdragen aan leefbaarheid en veerkracht in de wijk, en onderzoeken of verbreding naar andere complexen mogelijk is. STAR-CHRISTMAS 7 In overleg met corporaties en bewoners onderzoeken welke mogelijkheden (en welke instrumenten) (aanvullend) ingezet kunnen worden voor het versterken van veerkracht in buurten en complexen (bijvoorbeeld middels huurdifferentiatie, andere manieren van toewijzen, inzet van intensiever sociaal beheer (zie bijlage 1, Hoofdstuk 3, figuur 7 en 8)).
⬤ ⬤ 3G
Woningcorporaties en Woonservice
2026-2027
3G
Pré Wonen, Buurts en het Leger des Heils
2026-2028
⬤
Woningcorporaties en bewoners
2027-2028
3G
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
42
Sedum-dak. Foto: gemeente Haarlem
Inleiding Woningen bieden bescherming, comfort en een thuis. Klimaatverandering, sociale ongelijkheid, schaarse grondstoffen en veranderende leefwensen kunnen daaraan afbreuk doen. Daarom moeten we nu keuzes maken die bijdragen aan een toekomstbestendige woningvoorraad.
en het realiseren van toekomstbestendige nieuwbouw. Toekomstbestendige nieuwbouw behandelen we in de 1e paragraaf. De bestaande bouw werken we in paragraaf 2 t/m 5 verder uit in vier centrale thema’s: Energie, Circulair, Klimaatadaptatie en Biodiversiteit.
Toekomstbestendig wonen betekent meer dan energiezuinigheid en aardgasvrij. Het vraagt integrale oplossingen: woningen die bestand zijn tegen hitte, droogte en wateroverlast, gebouwd en gerenoveerd met oog voor circulariteit en natuur, en ingericht op gezondheid en sociale verbondenheid. Tegelijk moeten woningen betaalbaar en toegankelijk blijven, ook voor mensen in een kwetsbare positie. In dit hoofdstuk geven we globaal aan hoe we die toekomstbestendige woningvoorraad willen aanleggen. Zo sluiten we technologische en sociaal maatschappelijke ontwikkelingen niet uit en kunnen we onze planrichting zo nodig aanscherpen. We onderscheiden daarbij twee hoofdopgaven: het toekomstbestendig maken van de bestaande bouw
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
43
6,6
4.1 Toekomstbestendige nieuwbouw
magnifying-glass-location Wat zien we? Nieuwbouw is hét moment om duurzaamheid in één keer goed te regelen. Energiezuinige woningen belasten het elektriciteitsnet minder, geven meer wooncomfort en houden de energielasten laag. Met de juiste maatregelen, zoals netbewust bouwen, is een bouwstop door beperkte netcapaciteit niet nodig. Daarbij zijn de huidige BENG‑eisen eenvoudig te halen en is aanscherping ervan nodig.
Overlast buren
7,7 7,6
Veiligheid ’s vonds
7,5 7,4
LIGHTBULB-GEAR
De Europese richtlijn voor energieprestatie gebouwen EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive) is inmiddels vastgesteld en wordt de komende jaren vertaald in Nederlandse wetgeving, wat tot verdere aanscherping van de duurzaamheidsnormen zal leiden, waaronder emissievrije nieuwbouw per 2030. Haarlem anticipeert daarop door nu al bovenwettelijke eisen te stimuleren via het Convenant Toekomstbestendig Bouwen (hierna CTB) van de MRA: één toetsingskader met een brons-zilver-goud-ladder, die naast gebiedsgerichte ook kavel- en gebouw-eisen voor energie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, mobiliteit en gezonde leefomgeving formuleert. Met dit toetsingskader is voor alle kavel- en gebouweisen een minimale ondergrens met het niveau brons (voor circulariteit zilver) vastgelegd en tegelijkertijd de mogelijkheid gegeven om middels een integrale en gebiedsgerichte aanpak de ambities per locatie gedifferentieerd te verhogen en zowel met elkaar als ook ten opzichte van snelheid en betaalbaarheid af te wegen.
7,3 7,8 7,5
Winkels dagelijkse boodschappen
In onderstaande figuur is te zien dat de bouw (en Haarlem MRA gebouwen) verantwoordelijk is (zijn) voor een groot deel van de CO2-uitstoot.
Nederlandse broeikasgasvoetafdruk Spullen en consumentengoederen Bouw- en gebouwgerealateerd (energie + materialen)
Huidige nieuwbouw is meestal nog niet Paris-proof, wat betekent dat een nieuw gebouw tijdens de bouw meer CO2 uitstoot dan volgens het Klimaatakkoord van Parijs is toegestaan. Door meer biobased en hergebruikte materialen te gebruiken, kan nieuwbouw wel voldoen aan het Klimaatakkoord. Groen‑blauwe maatregelen zoals geveltuinen, groene daken en tijdelijke waterberging komen steeds vaker voor. Zij beperken hittestress en wateroverlast en dragen aantoonbaar bij aan de gezondheid: meer stedelijk groen verlaagt hittestress sterfte met 10%, verkleint de kans op depressie bij bewoners tot 20% en vermindert obesitas bij kinderen met 25%. Klimaatadaptatie is al verankerd via de watertoets en de waterverordening van Haarlem, maar dreigende droogte en schaarste maken ook drinkwaterbesparing en ruimte‑efficiënt ontwerpen urgent.
Wat weten we?7,2
Openbaar vervoer
30%
Voeding en dranken
20%
15%
Mobiliteit en vervoer
15%
Diensten (publiek en zakelijk)
20%
Figuur 1 Nederlandse broeikasgasvoetafdruk naar consumptie (Bron: CLO, indicator NL060305 ‘Broekasgasvoetadrukken Nederland 2010-2021’).
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4A
Energie neutrale en netvriendelijke nieuwbouw
Nieuwbouw is minimaal energieneutraal en wordt netbewust gebouwd. Nieuwe woningen wekken hun eigen energie op en hebben een lage energievraag, zodat de druk op het elektriciteitsnet minimaal is. Ontwerp en installaties beperken piekbelasting (≤ 1 kW/woning), benutten lokale opslag en slimme sturing en stemmen aansluitingstijdstippen af, zodat het bouwen van woningen en gebruik mogelijk blijft.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
44
4B
Een zo laag mogelijke materiaal-impact
CO2- en milieu-impact van materiaal is zo laag mogelijk. We leggen de lat hoger voor materiaalgebruik, zodat nieuwbouw steeds minder milieubelasting veroorzaakt en circulair wordt. We werken samen met bouwpartijen en woningcorporaties om de lagere impact van materiaal haalbaar en breed toepasbaar te maken.
4C
Nieuwbouw die voor 20% houtbouw is
Gemiddeld is jaarlijks 20% van de woningbouw houtbouw volgens het Houtbouw Pact MRA 20262030. De inzet is om halverwege de periode de ambitie te verhogen van 20% naar 30% woningen met hout/ biobased materialen. De gemeente Haarlem wil dit mede stimuleren. Houtbouw verlaagt de CO2- en stikstofuitstoot drastisch (tot 80 % minder stikstof), en helpt bij het halen van klimaat- en circulariteitsdoelen. Industrieel-modulaire houtbouw versnelt de woningproductie met minder arbeid, afval en overlast, terwijl de kosten inmiddels concurrerend zijn met traditionele bouw.
4D
Klimaatbestendige en natuurvriendelijke nieuwbouw
Nieuwbouwwoningen zijn aantoonbaar klimaatbestendig, leveren een netto positieve bijdrage aan stadsnatuur (biodiversiteit) en bieden een gezonde leefomgeving. Nieuwbouw wordt zo ontworpen dat water, hitte en droogte lokaal worden opgevangen en geen overlast veroorzaken. Projecten tonen dit aan via het CTB-indicator-toetsingskader of gelijkwaardig. Ook stimuleren we dat drinkwatergebruik in nieuwbouw lager is dan 100 liter per persoon per dag. Biodiversiteit en natuurinclusiviteit wordt concreet ingevuld met nestvoorzieningen, groene gevels en groen-blauwe structuren, die aansluiten bij de uitgangspunten van het groenstructuurplan en het gemeentelijk natuurnetwerk - opgenomen in het Groen Beleidsplan 2023. Elk project levert een netto-winst op volgens de CTB-indicator natuurinclusiviteit. Gebouwen en buitenruimte garanderen een gezond binnenklimaat, beperken geluid en stimuleren beweging; dit wordt onderbouwd met de CTB- indicator gezonde leefomgeving.
Warmtepomp. Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
45
4.2 Energie bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we?
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4E
De energietransitie is ingezet via het Warmte programma en wordt behalve een stadsbrede aanpak steeds meer ook een wijkgerichte aanpak. De grote hoeveelheid woningen van vóór 2020 vormt zowel een uitdaging als een kans om te isoleren en te verduurzamen. De beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet blijft daarbij een knelpunt.
Aardgasvrije en energiezuinige woningen in 2040
In 2040 zijn alle bestaande woningen aardgasvrij en energiezuinig (zie Warmteprogramma5). We willen dat alle woningen zonder aardgas functioneren en een laag energieverbruik hebben, zodat ze bijdragen aan de klimaatdoelen en betaalbaar blijven in gebruik.
Bewoners tonen vooral belangstelling voor maat regelen die financieel aantrekkelijk zijn, direct meer comfort opleveren of noodzakelijk zijn vanwege onderhoud. De herziene Europese richtlijn EPBD IV stelt maximumdrempels voor de energievraag (kWh/m²) in bestaande gebouwen. Deze grenswaarden zullen naar verwachting via aanpassingen in het Bouwbesluit en de Omgevingswet worden verankerd, waardoor eigenaren bij ingrijpende renovaties vanaf ongeveer 2028 verplicht zijn dit niveau te halen.
4F
Van energiearmoede is sprake als een huishouden meer dan 8% van de woonlasten kwijt is aan energie. Energiearmoede wordt steeds meer structureel teruggedrongen. Woningcorporaties verbeteren hun woningen met het hoogste energieverbruik (E, F en G energie labels) voor eind 2028. Vanuit de gemeente ondersteunen we Haarlempashouders met zowel kleine als grote energiebesparende maatregelen.
We creëren draagvlak bij bewoners door hen actief te betrekken bij verduurzaming en inrichting van hun buurt (zie Warmteprogramma).
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we?
Structureel minder energiearmoede
Energiearmoede wordt structureel teruggedrongen via gerichte ondersteuning (zie Warmteprogramma). We ondersteunen kwetsbare huishoudens met kleine en grote maatregelen en advies en maken afspraken met woningcorporaties over structurele verbeteringen van het energielabel.
4G
Draagvlak bij bewoners voor verduurzaming
Samen met bewoners werken we aan uitvoeringsplannen, zodat oplossingen draagvlak krijgen en aansluiten bij hun wensen. 5 Het Warmteprogramma wordt volgens planning in dezelfde periode vastgesteld als het Volkshuisvestingsprogramma. Inhoudelijk is het Warmteprogramma leidend indien er (ook als gevolg van toekomstige updates) tegenstrijdigheden zouden ontstaan in beleidsdoelstellingen op duurzaamheidsgebied.
CO2-uitstoot in basisjaar 2017 in kiloton (kt) en in percentage van totaal Wonen Aardgasverbruik
Werken Aardgasverbruik
Mobiliteit Fossiele brandstoffen
Elektriciteit Elektriciteitsverbruik
In Kiloton CO2-uitstoot
163
87
109
249
In percentage van totaal
27%
14%
18%
41% (waarvan 13% door wonen)
Figuur 2 In bovenstaande figuur is te zien dat het aardgasverbruik door wonen 27% van de totale uitstoot in Haarlem veroorzaakt. Daarnaast is in basisjaar 2017 de uitstoot van CO2 door elektriciteitsverbruik van wonen 13% (Bron: Haarlemse routekaart Duurzaamheid).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
46
4.3 Circulaire bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we? Circulaire principes worden in de bestaande bouw vooral toegepast bij herinrichting van de openbare ruimte, maar zijn nog geen vast onderdeel van renovatieprocessen van woningen en gebouwen. Er is groeiende aandacht voor materialenpaspoorten en biobased bouwen, maar het blijft vaak bij pilots. De bouwsector is verantwoordelijk voor ongeveer 38% van de nationale broeikasgasemissies; vooral beton, staal en baksteen hebben een grote CO2‑footprint. Het Rijk heeft als tussendoel om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te verbruiken op weg naar een volledig circulaire bouweconomie in 2050.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Zie Figuur 1: Broeikasgasvoetafdruk
De ‘materiaal-piramide’ Lage milieu-impact (biobased, hernieuwbaar) Hout, stro, hennep-isolatie, mycelium Matige milieu-impact (gerecyclede-, geoptimaliseerde materialen) Hergebruikt baksteen, kalkhennep, geopolymeerbeton Hoge milieu-impact (traditionele minerale materialen) Beton, traditioneel baksteen, gips, glas Zeer hoge milieu-impact (energieintensieve of fossiele materialen) Staal, aluminium, koper, PVC, XPX, bitumen
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4H
Zoveel mogelijk circulaire renovatie
We stimuleren circulaire renovatie, met aandacht voor biobased, hergebruik en losmaakbaarheid. We bevorderen het gebruik van standaardmaterialen die herbruikbaar en duurzaam zijn, zodat er minder grondstoffen verspild worden en de CO2-uitstoot wordt beperkt. Daarnaast willen we (middels deelname aan de Circulaire Deal secundaire bouwmaterialen) circulair oogsten stimuleren. Dit houdt in dat gebouwen bij sloop of renovatie zó worden gedemonteerd dat de materialen en grondstoffen die vrijkomen, veiliggesteld worden voor hergebruik in toekomstige bouwprojecten. Het doel is om circulair slopen en hergebruik van bouwmaterialen de standaard te maken. We maken prestatieafspraken met woningcorporaties, delen kennis en stimuleren via diverse instrumenten het gebruik van circulaire en biobased materialen.
4.4 Klimaatadaptatie bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we? Klimaatadaptatie wordt bij herinrichtingen steeds vaker meegenomen, met maatregelen als groene daken, geveltuinen en waterberging – voorbeelden zijn de wadi’s in de Landenbuurt, tegelwip-acties en de subsidieregeling Groene Daken Haarlem. Toch kent Haarlem nog 40 water- en hittestress-knelpunten die versneld aangepakt moeten worden (Uitvoeringsprogramme Klimaatadaptie). In opkomst zijn buurtinitiatieven voor geveltuinen en vergroening. Hitte, piekbuien en droogte nemen merkbaar toe; het KNMI registreert al +1,6 °C sinds 1950 en intensere buien, wat de kwetsbaarheid van bestaande wijken vergroot.