CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage 1 Masterplan Centrum Schalkwijk- oktober 2024

commissie Ontwikkeling 4 december 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Ter inzage leggen ontwerp-masterplan Centrum Schalkwijk (FR)40.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Accentmaterialen

Criteria 1. Accentmaterialen worden subtiel (niet-overheersend) toegepast en geven een extra verfijning en (kleur)accent aan het gebouw.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

85

6.3.3 Gevelopeningen, kozijnen en negges

De plaatsing en uitdrukking van gevelopeningen reageert op de stedenbouwkundige context. Gevelopeningen versterken de dieptewerking in de gevel en geven een levendige schaduwwerking gedurende de dag.

Gevelopeningen

Criteria 1. Gevelopeningen zijn een uitdrukking van het achterliggende programma. Waar in de torens meer een gridstructuur mag worden gezocht, is de plaatsing van gevelopeningen in de lagere delen van het plan vrijer en verrassender. 2. Ramen liggen verdiept in de gevel, met een neggediepte van minimaal 190mm. Deze mag ook stapsgewijs worden opgezocht. Uitzonderingen hierop zijn als incident mogelijk en kunnen juist de afwisseling in de gevel versterken.

Kozijnen

Criteria 3. In de plint worden houten kozijnen toegepast met een warme uitstraling. 4. In woonplinten en op hoger gelegen verdiepingen wordt hout of aluminium gebruikt.

Gevelopeningen met verschillende dieptes.

Zonwering

Criteria 1 Zonwering wordt geintegreerd in de architectuur van de woonblokken en wordt ontworpen in overleg met de supervisor. Zie ook paragraaf 5.5.4 waarin gesteld wordt dat voor kozijnen in de zuid- en westgevel standaard buitenzonwering wordt aangebracht. Het kozijn mag een accentmateriaal/kleur zijn.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

86

6.3.4 De plint

De plint toont zich in zowel de architectuur als de invulling als meest gedetailleerde en levendige gedeelte van het gebouw. De plint biedt een continue verrijking en menselijke maat voor de straat.

Architectonische plint

Criteria 1. Een begane grondverdieping heeft een vrije hoogte van 4 tot 5m van vloer tot plafond (of van vloer tot vloer). Woningen zijn hierop een uitzondering, hier geldt een vrije hoogte op de begane grond van tussen de 3 en 4m. 2. Gebouwen met niet-woonprogramma op de begane grond hebben een architectonische plint die de begane grond- en eerste verdieping beslaat, met een totale hoogte van tussen de 7 en 8m. Deze architectonische plint is onderscheidend van de hoofdmassa in detaillering en ritmiek. Hoewel op de eerste verdieping onder andere wordt gewoond, doet deze mee met de vormgeving van de plint als geheel element. 3. Gebouwen met woningen op de begane grond kennen een enkellaagse plint. 4. Tussen de verschillende panden onderling en met de torens verspringt de plint (optisch) licht van hoogte, met een minimum van 10cm.

De architectonische plint is tussen de 7 en 8m hoog (twee lagen) en verspringt per pand iets in hoogte.

Markiezen geven menselijke schaal aan de plint. Houten kozijnen in de winkelplint.

Dichte of half-dichte delen van de plint beslaan maximaal 6 (dicht) tot 12m (halfdicht) en liggen ver uit elkaar.

Levendigheid aan de straat

Criteria 1. Dichte delen van de plint zijn maximaal 6m lang. Functionele delen die niet dicht zijn, maar minder bijdragen aan de levendigheid, zoals fietsenstallingen, zijn maximaal 12m lang. 2. In de winkelstraten liggen minimaal zeven entrees per 100m per zijde. Daarbuiten liggen minimaal vier entrees per 100m per zijde. 3. Op hoeken en in lange zichtlijnen wordt altijd een levendig programma gesitueerd. Luwere functies liggen zoveel mogelijk in de straat en tegenover een levendige invulling aan de overzijde van de straat.

Een tweelaagse 'architectonische plint'.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Markiezen en terrassen, eenvoudige bedrukking.

87

Detaillering en materialisering Criteria 1. De detaillering van de architectonische plint is rijk en verfijnd; een bezoeker van het gebied kan zich aan de schaal relateren en er valt veel te zien. De plint is een essentieel onderdeel in de schaalsprong naar de menselijke maat. 2. Kozijnen in de plint zijn van hout en hebben een warme uitstraling. 3. Plinten van winkels, diensten en ander levendig, stedelijk programma hebben een zo transparant mogelijke uitstraling, zonder dat de gebouwen gaan ‘zweven’. Dat wordt als volgt bewerkstelligd: a Er valt schaduw op het glas door een neggediepte van minimaal 190mm bij grotere etalageramen. Uitzonderingen kunnen incidenteel voorkomen; een enkele etalage kan ook eens vlak in de gevel liggen. b Transparante delen van de plint dienen transparant te blijven. Het is niet toegestaan deze met met folies af te plakken en/of stellingkasten, magazijnruimten, etc. achter de begane grond puien te plaatsen. c Er valt ook schaduw op het glas door het toepassen van uitklapmarkiezen over de volle breedte van de gevelopening. Er wordt één type per winkel toegestaan, passend in het straatbeeld en het kleurenpalet van de zachte stad. Bedrukking van markiezen met typografie is toegestaan, mits niet overheersend en na goedkeuring van de supervisor. d Winkeletalages gelegen op het zuiden krijgen anti-reflecterend glas. 4.

Winkelplinten kunnen tegen een stootje. Dat wordt als volgt bewerkstelligd: a Etalageramen komen niet tegen de grond, maar liggen iets hoger in de gevel. Een natuurstenen rand van minimaal 30cm hieronder biedt bescherming (bijv. voor de veegwagen). De penanten hebben een minimale breedte van 30cm en krijgen een natuurstenen ‘sokje’. b De materialisering van de plint is stevig en kan tegen een stootje. c Er wordt een anti-graffitilaag op de plint aangebracht en hoeken en randjes waar afval zich kan verzamelen worden vermeden. 5. Plinten van woningen aan het maaiveld hoeven niet zo transparant te zijn en worden vormgegeven met (deels) een hogere borstwering. Het dichtzetten van plinten met gordijnen of lamellen door de bewoners of het in het zicht staan van spullen wordt door goed ontwerp voorkomen. 6. Woningen aan het maaiveld hebben woonkamer of keuken (geen slaapkamers) aan de straat en maken contact met de openbare ruimte.

Plinten zijn transparant, maar het gebouw 'landt' wel op straat; bovenliggend gebouw lijkt niet te zweven boven een glasvlak.

Een natuurstenen sokje beschermt de plint.

Een natuurstenen sokje beschermt de plint.

4.

De plint is transparant, maar toch landt het gebouw op de straat.

Houten kozijnen en markiezen.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Ook woonplinten zijn mooi gedetailleerd.

88

6.3.5 Woonentrees

Centrum Schalkwijk is een gemengd centrumgebied; een voorzieningenmilieu én een woonmilieu. Het wonen gebeurt niet ‘ergens boven’. Het landt zichtbaar in de plint, en bewoners hebben het gevoel dat ze aan de straat wonen. Daarom zijn woonentrees royaal in maat en transparant vormgegeven, waarbij de relatie binnen/buiten wordt benadrukt. Entrees zijn verdeeld over het openbaar gebied, en bieden ook in de avond een levendige en verlichte plek die bijdraagt aan de sociale veiligheid.

Positionering

Criteria 1. Entrees worden op een logische plek aansluitend op het openbare gebied gesitueerd, zodanig dat over en weer zicht is op de entree respectievelijk het openbaar gebied. 2. Entrees van appartementen aan de Europaweg liggen aan de Europaweg, entrees van appartementen aan de Aziëweg liggen aan de Aziëweg. 3. Entrees in- en rondom het winkelgebied liggen ofwel aan de winkelstraat ofwel net ‘om de hoek’, goed zichtbaar vanuit de winkelstraat.

Er zijn royale en transparante woonentrees verdeeld over het centrumgebied. 3.

Aan de gebiedsranden worden dubbelhoge entrees toegepast.

Maatvoering en uitstraling

Criteria 1. De entrees aan de Europaweg en Aziëweg zijn dubbelhoog, evenals de entrees in alle torens. 2. Een entreehal is in maat royaal, en zichtbaar verbonden met een grotere collectieve ruimte en/of biedt doorzicht richting de collectieve binnentuin vanaf de straat, zie ook paragraaf 5.9.3. 3. Entrees liggen ca 1m verdiept in de gevel, waarbij rekening wordt gehouden met sociale veiligheid (bijvoorbeeld met afgeschuinde zijvlakken). 4. Postbussen en beltableaus belemmeren niet het zicht op de entreehal. Bij grotere woongebouwen worden postbussen in de entreehal of een separate ruimte opgelost. Postbussen mogen ook in de gevel zijn opgenomen, integraal mee-ontworpen met de architectuur. 5. Entrees worden goed verlicht, enerzijds ten behoeve van de herkenbaarheid, anderszijds voor de sociale veiligheid. 6. De entree is transparant over de volle gevelbreedte. 7. Er wordt zorg besteed aan een hoogwaardige afwerking en extra kwaliteit van de entreehal, gezien de zichtbaarheid vanuit de straat.

Doorzicht naar de binnentuin (daktuin). Postbussen zijn bij grotere woongebouwen binnen opgelost.

Aan de gebiedsranden worden dubbelhoge entrees toegepast.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Entreepartij als informele, collectieve woonkamer.

89

6.3.6 Galerijen

De vorm van de gebouwen wordt verlevendigd en verzacht met het gebruik van veelal omlijste galerijen en setbacks als onderdeel van de architectuurtaal.

Positie en maatvoering

Criteria 1. Galerijen bevinden zich niet aan de publieke ruimte, maar zijn gesitueerd aan de binnenzijde van het bouwblok. 2. De binnenzijde van de samengestelde bouwblokken bestaat niet enkel uit galerijen, maar kent een samenspel van galerijen, balkons, loggia's, etc. 3. Galerijen zijn niet ‘aangehangen’, maar zijn een integraal en mee-ontworpen onderdeel van het gebouw. 4. Wanneer de galerij aan de zonzijde van de woning ligt, wordt een leefgalerij toegepast met private buitenruimte in de zon.

Materialisering en detaillering

Criteria 1. Er wordt diversiteit en verzachting in het gevelbeeld gezocht door te spelen met het gebouwvolume op de galerijlijn. 2. De galerij en diens constructie/omlijsting is rank gedetailleerd. In de regel is daarmee de draagconstructie van de galerij niet in baksteen of natuursteen uitgevoerd, maar eerder in dun staal, hout of beton. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk wanneer passend in het stedelijk ensemble. 3. De constructie rondom de galerij is een kleur- en/of materiaalaccent in de architectuur. 4. De materialisering en detaillering is hoogwaardig en veroudert mooi. Wanneer betonnen platen worden toegepast, is de afwerking kwalitatief. 5. Lichtbronnen, lichtintensiteit en kleur worden meegenomen in het ontwerp van de galerijen. Harde beeldbepalende lichtbronnen moeten voorkomen worden.

Spelen met bouwvolume op galerijlijn en kleuraccent. ‘Zachte’ materialisering en detaillering.

Mee-ontworpen van groen aan de galerij.

De galerij als verblijfs- en ontmoetingsruimte

Criteria 1. Een galerij is meer dan een ontsluiting, maar creëert ook ruimte voor ontmoeting en vergroening (semi-privaat). 2. Bij leefgalerijen, waar de buitenruimte aan de galerij gesitueerd is, is de overgang tussen het private en het collectieve gedeelte mee-ontworpen, bijvoorbeeld met geïntegreerde plantenbakken.

Een verzachting van het hoofdvolume.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Nette detaillering van de buitenontsluiting.

90

6.3.7 Balkons en loggia’s

In het plan zijn meerdere soorten private buitenruimtes op hoogte toegestaan: een loggia, een deels inpandig balkon, een aangehangen balkon, een leefgalerij. Daarnaast zijn er woningen met een Frans balkon. Balkons en overige buitenruimtes zijn integraal onderdeel van de architectuur, en het toegepaste type is afhankelijk van de stedenbouwkundige context. Het behouden van licht, zon, levendigheid en een prettig beeld vanuit de openbare ruimte is essentieel.

Positionering buitenruimtes Criteria 1. De plaatsing van balkons, loggia's en andere buitenruimtes wordt in de ontwerpfase van de blokken met de supervisor en het Q-team afgestemd. 2. In de regel worden in de binnenstraten loggia’s, Franse balkons of halfinpandige balkons toegepast, die maximaal 0,5m buiten de gevellijn uitsteken. Aan de randen van het gebied en aan torens kunnen balkons tot 1m uitsteken. In uitzonderingsgevallen kan dit tot maximaal 1,8m buiten de gevellijn, na afstemming met de supervisor. 3. Buitenruimtes aan torens dragen bij aan aan de rankheid van het torensilhouet. 4. De totale lengte van de balkons op een gevelvlak beslaat niet meer dan de helft van de breedte van dat gevelvlak aan de straat. 5. Geluidsbelaste buitenruimtes zijn een integraal mee-ontworpen onderdeel van de architectuur. Waar mogelijk hebben woningen een niet-geluidsbelaste buitenruimte, zoals een leefgalerij aan de binnenzijde van het blok. 6. Het windklimaat op balkons en andere private buitenruimtes moet prettig zijn, zie ook de eisen m.b.t. windhinder in paragraaf 5.6.2.

Architectuur, materialisering en detaillering

Het balkon half binnen-half buiten.

Criteria 1. Balkons dienen een onderdeel van (het concept van) het gebouw te zijn. 2. Vormgeving, materiaal- en kleurgebruik van de balkons inclusief balustraden is passend bij het beoogde architectonische beeld. 3. Balkons zijn elegant en rank gedetailleerd. Er is aandacht voor de vormgeving van de onderzijde van de balkons. 4. De materialisering en detaillering van balkons en loggia's is hoogwaardig en veroudert mooi. Wanneer betonnen platen worden toegepast, is de afwerking en de aansluiting van de balustrade op de vloerplaat kwalitatief. Zie ook 6.2.1. 5. Bij privacy-gevoelige plekken wordt een dicht balkon- of loggiahek aangeraden om een wildgroei aan privacy-afscherming te voorkomen. 6. Groen op balkons, wordt waar mogelijk en wenselijk gestimuleerd, bijvoorbeeld door middel van het integreren van bloembakken in de balustraden.

Zorgvuldige detaillering van Franse balkons in een accentkleur.

5.

Mee-ontworpen groen aan balkons.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

91

6.3.8 Daken

Centrum Schalkwijk fase 3 e.v. kent drie type daken binnen ‘de zachte stad’; de lagere collectieve gebruiksdaken, de panddaken en de torendaken.

Algemeen

Het dak wordt gezien als vijfde gevel en is een integraal onderdeel van het gebouwontwerp. Criteria 1. Alle daken hebben natuurwaarde, zie eisen paragraaf 5.5.1. Collectieve daken zijn robuust en weelderig groen ingericht, panddaken hebben genoeg gronddekking voor een diversiteit aan inheemse plantensoorten, en torendaken worden minimaal uitgevoerd als bruin dak. 2. Alle daken dragen bij aan hemelwaterbuffering, zie paragraaf 5.5.3 in het gebied als geheel.

Collectieve daktuinen

Daktuin met voldoende privacy voor de woningen.

De collectieve daktuinen zijn groen ingericht, gericht op maximale biodiversiteit, verblijfskwaliteit en zicht op groen voor de bewoners van de omliggende panden. Criteria 1. De collectieve daktuinen hebben natuurwaarde. Ze zijn robuust en weelderig groen ingericht, met heesters, hoge grassen en vaste planten, en 3e orde (meerstamminge) bomen. De gronddekking is minimaal 100cm op constructief sterkere delen, zoals boven kolommen, en minimaal 40cm op overige dakdelen. 2. Op de daktuinen zijn collectieve verblijfs-, speel-, en ontmoetingsplekken. 3. De daktuinen zijn bereikbaar vanuit de ontsluitingskernen van de woningen, met waar mogelijk een zichtlijn op het dakgroen door de entreehal vanaf de publieke ruimte. Er worden extra toegangen vanuit hoger gelegen woningen naar de daktuin gemaakt, zoals via een opgewaardeerde vluchtroute. 4. Installaties worden niet op de collectieve daktuinen geplaatst, maar op de hogere pand- en torendaken. Mocht het om goed onderbouwde redenen toch noodzakelijk zijn hier installaties te plaatsen dan worden deze zo compact mogelijk gegroepeerd, omkaderd en overkapt met een (ventilerend) materiaal dat past in de beeldkwaliteit, zoals strekmetaal, geperforeerd plaatmateriaal of een natuurlijk materiaal in kleurstellingen passend bij onderliggende gebouwen. Dit element wordt met groen ingepast in het ontwerp van de daktuin.

Ook elementen ten behoeve van natuurlijke ventilatie worden passend gematerialiseerd en mee-ontworpen. 5. Woningen aan de daken hebben directe toegang tot het groendak. Aan deze woningen mag een priveterras van maximaal 3m diepte worden aangelegd (soms deels onder de galerij). Tussen de terrassen zijn plantvakken,

Daktuin met voldoende privacy.

Collectieve daktuinen met verblijfskwaliteit.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Verschillende panden zichbaar vanuit de daktuin.

92

plantenbakken of schermen met klimplanten als privacy-afscherming meeontworpen met het geheel. Door bewoners geplaatste schuttingen of hekken zijn niet toegestaan, de noodzaak hiertoe wordt door goed ontwerp voorkomen. en het verbod op schermen wordt vastgelegd in het koop- en huurcontract. 6. Het dak is in blok 1, 2, 4a en 6b zichtbaar vanuit de straat, door een hap in de bebouwing. Door juist op deze plek een (verlichte) ontmoetingsruimte te situeren, wordt de sociale veiligheid op straat extra versterkt en vice versa.

Panddaken

Panddaken zijn groen ingericht en zijn een prettig uitzicht voor omliggende woningen. In het groen kunnen diverse functies aan het dak worden gegeven, zoals een energiedak of een extra collectieve buitenruimte. Criteria 1. De panddaken hebben natuurwaarde. Ze worden uitgevoerd als groen dak met een gronddekking van minimaal 15cm waar een ruim assortiment aan inheemse plantsoorten kan groeien. Het dak biedt een groen uitzicht vanuit belendende panden dat het hele jaar aantrekkelijk blijft. 2. Wanneer een panddak bereikbaar is vanuit een aanliggende woning van dat pand onstaat een dakterras, en wordt een extra collectieve of private buitenruimte gecreëerd die een connectie legt met de straat. 3. Installaties op het dak worden door een verhoogde dakrand aan het zicht onttrokken of worden verwerkt in de architectonische signatuur van het gebouw (bijvoorbeeld liftopbouwen). Deze worden zo compact mogelijk gegroepeerd, omkaderd met een (ventilerend) materiaal dat past in de beeldkwaliteit, zoals strekmetaal, geperforeerd plaatmateriaal of een natuurlijk materiaal in kleurstellingen passend bij onderliggend gebouw. 4. De bovenzijde van PV-panelen ligt onder de opstaande dakrand.

3.

Verblijfsruimte op de panddaken.

Torendaken

Mee-ontwerpen installaties op daken

Torendaken hebben natuurwaarde en worden minimaal uitgevoerd als bruin dak. Criteria 1. Installaties en techniek zijn weggewerkt met een omkadering van materiaal dat past in de beeldkwaliteit, zoals strekmetaal, geperforeerd plaatmateriaal of een natuurlijk materiaal in kleurstellingen passend bij omliggende gebouwen. 2. De bovenzijde van PV-panelen ligt onder de opstaande dakrand.

Zonnepanelen en groen op de panddaken.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

93

6.3.9 Groen bij en op de gebouwen

Groen is op meerdere schaalniveaus aanwezig in het plan; van park tot daktuin tot gevelgroen. Er zijn altijd verschillende type groen ervaarbaar vanaf maaiveld. Het belangrijkste groen van Centrum Schalkwijk ligt in de openbare ruimte in de volle grond. Het gebouwgebonden groen is aanvullend. Gevelgroen en groene daken verrijken het groenbeeld op ooghoogte, vervriendelijken de plint en ‘verzachten’ de architectuur. Criteria 1. Tegen de gebouwen in het winkelgebied wordt op passende plekken gevelgroen geplaatst. Hiervoor wordt een ruimte van 25 - 50cm voor het gebouw gebruikt. 2. Gevelgroen kan in de grond staan, van de bestrating afgescheiden door een opsluitbandje, of in lage plantenbakken. Klimplanten tegen de gebouwen aan worden wanneer nodig ondersteund met een dunne constructie zoals een rvsdraad of net. Dit element is niet overheersend in het gevelbeeld en maakt deel uit van de architectuur. 3. Groene daken zijn zichtbaar vanaf de straat. 4. Door de woonentrees zijn collectieve binnentuinen zichtbaar vanuit de (winkel) straat (zie paragraaf 6.3.5) 5. Setbacks worden als groen ervaren vanuit de (winkel)straat. Hiervoor dienen groenranden opgenomen te worden met een diepte van minimaal 0,5m, die minstens 2/3 van de lengte van de dakrand beslaan. Deze zijn een integraal onderdeel van de architectuur. 6.

Nestkasten en rustplekken voor vogels, vleermuizen, solitaire bijen en vlinders op een zodanige manier in de gevelontwerpen integreren dat het een verrijking van de plastiek en textuur van de gevels oplevert.

Ruimte voor groen voor de gevel,

Vergroening ook in de winkelstraat.

Groene daken zijn zichtbaar vanaf de straat.

Setbacks worden als groen ervaren.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Ruimte voor klimgroen via RVS-kabels.

94

6.4 De experimentele stad De beeldkwaliteitscriteria van gebouwen binnen de experimentele stad zijn vrijer geformuleerd dan binnen de zachte stad. Er wordt vrijheid gegeven aan de architect om met unieke ontwerpoplossingen te komen in nauw overleg met de supervisor en zijn Q-team.

6.4.1 Identiteitsdragers die spelen met verschillende lagen Ontwerpers worden uitgedaagd om: 1. Publieke gebouwen te ontwerpen die mensen onthouden en waar ze van gaan houden. De gebouwen zijn uniek, origineel en onafhankelijk. 2. Gebouwen te ontwerpen die spelen met de begrippen tijd, transformatie en monumentaliteit. Dat kan bijvoorbeeld op de volgende manieren: a Door speels om te gaan met de bestaande situatie; bepaalde herkenbare plekken, elementen of materialen die het Schalkwijk van nu representeren, te behouden en hier omheen te werken, of zichtbaar te integreren in de architectuur. b Delen van het gebouw voor de ‘eeuwigheid’ te bouwen, en andere delen flexibel en adaptief, zodat door de tijd steeds nieuwe invullingen aan een (monumentale) drager kunnen worden gegeven. c Te experimenteren met bouwmethoden en materialen die (nu nog) ongewoon zijn. 3. Specifieke gebouwen te ontwerpen die een dialoog aangaan met naastgelegen panden in de ‘zachte stad’. In deze context mag de experimentele stad verfrissend zijn, luchtiger en/of rauwer. 4. Gebouwen te ontwerpen die als oriëntatiepunt werken op de routes naar het gebied, en in de avond oplichten in het donker.

Voorbeeld van spannend hergebruik van de elementen van een oud winkelcentrum. Een transparante gevel, die in de avond oplicht.

Uitgesproken, maar wel in dialoog met de context. Speelse omgang met gebouwgebonden groen.

Markant en uitnodigend.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Het gebouw definieert een plek.

95

6.4.2 Materialisering, detaillering en kleurgebruik Ontwerpers worden uitgedaagd om: 1. Een gelaagdheid en diepte in het gebouw te brengen door transparante of translucente lagen en/of een meerlagige gevel. 2. Te experimenteren met zichtbare constructie-elementen en deze bij te laten dragen aan de architectonische expressie. 3. Circulaire en duurzame materialen te gebruiken in de gevel en constructie. 4. Een verrassend kleurpalet samen te stellen. Een meerlagige gevel, spelen met translucentie en groen.

Bijzondere binnenruimtes.

Transparant, lucent, ongewone materialen.

Verbindingen in het zicht, zichtbare constructieelementen.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Duurzaam materiaalgebruik.

96

6.4.3 Overgang binnen-buiten Ontwerpers worden uitgedaagd om: 1. Binnen en buiten als vanzelfsprekend in elkaar over te laten lopen. Wat in het gebouw gebeurt mag uitdrukking krijgen in de openbare ruimte, en wat buiten gebeurt mag naar binnen komen. De ontvangsthal of foyer van het gebouw is zo ontworpen, hoog, licht en transparant, dat het voelt als een publieke ruimte. 2. Ook de openbare ruimte in te richten met de vrijheid van de beeldkwaliteit van de experimentele stad, en in materialisering , beplanting en inrichtingselementen een connectie te maken met het gebouw en de entreehal. Een uitnodigende publieke lichte entreehal. Binnen komt naar buiten, ook met afwijkend meubilair.

De experimentele stad ligt altijd aan een grotere publieke ruimte.

Hoge ruimtes in connectie met de straat.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

Grote deuren (circulair), verrassende elementen.

97

6.4.4 Typografie en wayfinding Ontwerpers worden uitgedaagd om: 1. Typografie en niet-commerciële uitingen in te zetten als prominent en uitgesproken onderdeel van de architectuur.

Typografische elementen als verlicht object.

Wayfinding mag speels zijn.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

98

6.4.5 Het verscluster

6.4.6 Het cultuurpodium

Het verscluster is het hart van het centrum en de plek waar de experimentele stad landt in het winkelgebied. Het dak is zo gepositioneerd dat deze uitsteekt over de publieke ruimte de straten in; zo is het verscluster zichtbaar vanuit alle omliggende straten.

Het cultuurpodium is een gebouw met zalen, oefenruimtes en de muziekschool. Op de hoek, zichtbaar vanuit alle richtingen, ligt de entree met de foyer en horeca.

1. Het dak heeft een uitgesproken architectonische expressie die past bij de experimentele stad. De minimale vrije hoogte is 8m. Onder de kap is het licht, open en voelt het sociaal veilig, zowel overdag als 's avonds. 2. De gevel onder het dak is zo transparant mogelijk en kan open gezet worden. 3. De verswinkels zijn in winkelunits in het gebouw geplaatst. Deze zijn alzijdig, onderdeel van de architectuur en zijn zo geplaatst dat de ruimte als een deel van het plein blijft voelen. Ze zetten de ruimte niet dicht tot parallelle straten.

Elementen van de bestaande kap hergebruiken?

Het verscluster als onderdeel van het plein.

1. De gevel van het cultuurgebouw is gelaagd; de zaal ligt niet tot op de gevellijn, maar hier achter en is zichtbaar van buiten. Ook de trap naar boven is een prominent element en onderdeel van het gebouwconcept. Het gebouw heeft een zekere eerlijkheid; het is helder hoe het programma en de routing is georganiseerd. 2. Het cultuurpodium heeft een minimaal dubbelhoge plint met entree. 3. De seizoensprogrammering is in de gevel van het cultuurpodium zichtbaar -zonder dat de gevel hierdoor wordt gedomineerd- zodat elke bezoeker aan het centrum het culturele aanbod van de komende tijd kan zien.

Kolommen als onderdeel van de buitenruimte.

Met een trap vanuit de foyer bereik je de zalen.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

99

6.4.7 Het sportcomplex

6.4.8 De parkeergebouwen

Het sportcomplex is een samengesteld blok met het sportprogramma, een publieke fietsenstalling, enkele winkels en diensten en woningen. Een deel van het blok behoort tot 'de zachte stad'. Het zwembad- en sportgedeelte behoort tot de experimentele stad en mag in architectuuruitdrukking anders zijn.

De parkeergebouwen kennen een meer ingetogen architectuur. In matieraalgebruik wijken de gebouwen af van 'de zachte stad', terwijl ze zich wel als gebouw wel voegen in de pandenstructuur van de stadswand.

1. Het sportgebouw heeft rondom levendige plinten. De aantrekkelijke delen van het sportprogramma worden zoveel mogelijk in de Casablancastraat en op de hoeken gepositioneerd; denk aan de entree, horeca en/of een winkeltje. 2. Het sportgebouw en het woongebouw staan constructief los van elkaar. Wanneer het sportgebouw niet meer aan de behoeften van de tijd zou voldoen, kan deze worden getransformeerd of vervangen, terwijl de woningen blijven staan. 3. Het sportgebouw voelt niet als een dicht blok, door grote ramen vanaf de eerste verdieping en translucente delen van de gevel. 4. Het dak is geprogrammeerd met sportactiviteiten. Deze activiteiten zijn vanaf het maaiveld te zien en dragen bij aan de herkenbaarheid van het sportblok.

Het sportblok heeft ramen en is translucent. Speelse buitenruimte op het dak.

1. De parkeergebouwen passen in de pandenstructuur maar mogen een meer abstract gevelvlak hebben dan de woongebouwen. Er is geen sprake van overdreven expressie of dieptewerking. 2. Er wordt ofwel demontabel ontworpen, ofwel met mogelijke toekomstige transformatie van het gebouw in het achterhoofd. 3. Het gebruik van duurzame materialen en groen wordt toegejuicht, mits dit zich voegt in het gevelbeeld (pandenstructuur) van het gehele blok. 4. De parkeergebouwen aan de Europaweg zijn familie van elkaar. 5. Er wordt specifieke aandacht besteed aan de gebruikerservaring en het prettig aankomen in het centrumgebied. De gebouwen blijven schoon, heel en veilig. ‘s Avonds lichten ze op. 6. De uitbreiding van het bestaande parkeergarage Floridastraat (fase 1) is geen los pand. Deze is in principe omzoomd (door de zachte stad), maar wordt op enkele plekken toch aan de straat zichtbaar. Hier kan onderzocht worden of de bestaande gevelbekleding aan de zijde van het Floridaplein naar deze delen kan worden overgezet. 7. Auto's in parkeergarages zijn niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Er moet extra aandacht besteed worden aan het voorkomen van geluid, stank en lichtoverlast voor omwonenden. Dit laatste betreft niet alleen het verlichtingssysteem van de parkeergarage, maar ook voorkomen dat koplampen van auto's door de buitengevel schijnen. 8.

In verband met de sociale veiligheid worden de routes naar de in- en uitgangen 1. 2. van de parkeergarage met zorg ontworpen. 9. Parkeren op de begane grond is niet toegestaan en de plint dient voorzien te zijn van levendige voorzieningen.

Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14839883/1