CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02-15 Inspreekbijdrage de heer Visser over handhaving van de uitstallingsregels

commissie Bestuur 15 februari 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19:55 uur Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen)2.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspreeknotitie Commissie Bestuur op 15-2-2024 Door D. Visser Onderwerp: handhaving uitstallingsregels (staat niet op de agenda) Geachte leden van de Commissie, Ik ben heel blij dat de gemeente de uitstallingsregels handhaaft. Het resultaat is in de binnenstad te zien (zie Bijlage I). De stad wordt er toegankelijker, veiliger en aantrekkelijker van. Wilt u mijn dank aan handhaving doorgeven? Dit is een ander geluid dan u hoorde op 1 februari tijdens het inspreken van de ondernemers in de Gierstraat. Dat is dan ook precies de reden, dat ik hier spreek. Afgelopen weken leek het of er alleen ondernemers gebruik maken van de Gierstraat; zelfs het Haarlems Dagblad werd niet gehinderd door de nuance in haar berichtgeving over het uitstallingbeleid en handhaving (zie bijlage II). Ik wil graag het geluid van een bewoner van de binnenstad en deelnemer aan het verkeer hier laten horen. Regels zijn er om de maatschappij te ordenen. En ze zijn alleen maar effectief, als ze gehandhaafd worden. Als ze een tijd lang niet gehandhaafd zijn, moet je je er toch aan houden en niet gaan pruilen als er opeens gehandhaafd wordt. Ik ga de politie ook niet van ‘pesterig gedrag’ betichten als ze mij beboeten voor door rood licht rijden: ik weet dat het niet mag en kan een boete verwachten als ik het toch doe. Mensen zullen zich beter aan regels houden als de pakkans groter is.

Dus ik roep de burgemeester op om regelmatig op alle aspecten van de regels te handhaven, voor zover de capaciteit van handhaving dat toelaat, en niet jaren achtereen bepaalde overtredingen over het hoofd te zien. De uitstallingsregels maken het mogelijk dat ondernemers, binnen grenzen, zaken op de stoep kunnen zetten. Maar, deze regels zijn een uitzondering op de hoofdregel in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem (APV): Artikel 2:10 lid 1 “Het is verboden een openbare plaats, waaronder de weg of een weggedeelte, anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid of veiligheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.” Artikel 2:10 lid 2 “Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1.50 m wordt gelaten op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg.” Hierna geeft de APV het college de mogelijkheid uitzonderingen te maken op deze regels. Het college mag van deze minimale vrije doorgang alleen afwijken, als zij een ‘veilig gebruik’ van de weg in het oog houdt.

Voor uitstallingen heeft de raad niet afgeweken van de vrije doorgang; een uitstalling moet dus tenminste 1,50 m van de stoep vrij laten voor voetgangers. Ik als bewoner van de binnenstad wil graag veilig kunnen deelnemen aan het verkeer. In de Gierstraat is dat moeilijk voor fietsers en voor voetgangers. Veel voetgangers lopen midden op de rijbaan, omdat aan beide zijden de stoepen vol gezet zijn, soms tot aan de goot (zie Bijlage III). Het verzoek van de ondernemers in de Gierstraat om dezelfde regels voor alle ondernemers in de binnenstad, zodat iedereen een uitstalling op de stoep mag zetten, zou de Gierstraat met twee meter versmallen. Dat is beslist niet goed voor de veiligheid. Anderzijds, gelijk maken door dan maar alle uitstallingen te verbieden kan soms niet vanwege uitspraken van de rechter. De uitstallingsregels vormen een compromis tussen aan de ene kant veiligheid van en overlast

voor de verkeersdeelnemers en verrommeling van de omgeving en aan de andere kant de zakelijke belangen van de ondernemers en wat sommige bezoekers aantrekkelijkheid van de straat vinden. Het is goed hier ook op te merken, dat ruimte voor voetgangers en tegengaan van verrommeling beide genoemd worden in het coalitieakkoord van het college en dat veiligheid en uitstallingen in het Actieprogramma 2024 voor handhaving staan. Dus handhaving op uitstallingen en verrommeling past binnen het beleid van de huidige coalitie. Zie Bijlages IV en V voor een paar voorbeelden van verrommelling in de binnenstad. Hoe minder uitzonderingen op regels des te beter; daar ben ik het helemaal eens met de ondernemers. Dit maakt het handhaven gemakkelijker en vergroot de duidelijkheid voor ondernemers en bewoners. Waarom moet een uitstalling minimaal 1,5 m stoep vrijhouden voor voetgangers en, als uitzondering, een terras in veel straten maar 0,9 m? In een van de straten met de meeste voetgangers, de Kruisstraat, is door de terrassen maar 0,90 m ruimte voor de voetgangers, die dan ook meestal over de rijbaan moeten lopen. Hier gaat terrasruimte boven veiligheid. Geef ook hier de voetganger de ruimte op de stoep, de minimaal 1,5 m van de APV, zodat die niet gedwongen wordt tussen de voortzoevende elektrische fietsen te lopen.

Anderzijds zijn er straten waar zo weinig verkeer is, dat de veiligheid ruimere uitstallingen rechtvaardigen. Daar valt de Gierstraat niet onder, want dat is de enige, veelgebruikte, rechtstreekse fietsverbinding tussen de Gedempte Oude Gracht en het Houtplein. In het algemeen geldt voor regels en wetten, dat ze door de tijd heen stabiel moeten zijn, zodat iedereen weet waar hij/zij aan toe is: de handhaver, de bewoner en de ondernemer. Dat betekent, dat je regels en wetten alleen maar verandert als er dringende redenen voor zijn. Is een klaagzang van enkele ondernemers voldoende om de uitstallingsregels te veranderen? De omstandigheden sinds 2015, toen de uitstallingsregels van kracht werden, zijn voor hen niet essentieel veranderd. Natuurlijk hebben we corona gehad en zijn er andere tegenslagen, maar moeten we daarom permanent de veiligheid in het verkeer opofferen en meer verrommeling toestaan? Een klaagzang van een ondernemer verweekt al snel de knieën van raadsleden, zoals bleek uit de reacties in het Haarlems Dagblad. Ik wil u, raadsleden, op het hart drukken de belangen van alle partijen in het oog te houden: bewoners en ondernemers. Nogmaals dank, burgemeester, voor het handhaven van de regels. Als de ondernemers zich hierdoor aan de regels gaan houden, ben ik handhaving dankbaar voor meer veiligheid als voetganger en voor minder verrommeling in de stad.

Een pluim voor handhaving!

Bijlage I Verbeterde veiligheid en minder verrommeling

Kruisstraat voor en na. De bakfiets van de winkelier staat de hele dag op de stoep en belemmert nog de doorgang.

Het stoepbord dat een paar weken lang het begin van de Barteljorisstraat ontsierd heeft, is nu weg

Bijlage II Handhaving in de pers In tegenstelling tot het Haarlems Dagblad besteedt de NRC wel aandacht aan de positie van de voetganger op de stoep, kortgeleden nog in een hoofdredactioneel van 9 augustus 2023 over obstakelvrije trottoirs. Zie hieronder.

Commentaar VO�E�TG�A�N�G�E�R�S

Het trottoir is van iedereen en hoort obstakelvrij te zijn

N

eem een willekeurige straat. Fietsen, bakfietsen, afvalcontainers, soms een bouwstellage op het trottoir. Auto’s net iets op en over de stoeprand geparkeerd. Neem een willekeurige winkelstraat. Winkeluitstallingen, reclameborden. Nóg meer fietsen. Bezorgfietsen. Neem een willekeurige grootstedelijke winkelstraat. Deelscooters, deelbakfietsen, elektronische reclamezuilen, terrassen – niet alleen in de zomer, maar het hele jaar rond. Plus al het eerdere opgesomde. Wie het trottoir betreedt, betreedt een hindernisbaan vol versperringen. Nog afgezien van vuilniszakken, grofvuil, hondenpoep, verzakte tegels en boomwortels. Ooit was het trottoir de plek waar de overheid de voetganger de ruimte gaf. De stoep was de buffer tussen huis en buiten, al sinds 1537 – als eerste door de gemeente Delft – gelegaliseerd, en bedoeld als een sociale plek. Het trottoir bood vervolgens vanaf de negentiende eeuw veiligheid aan de meest kwetsbare verkeersdeelnemer. Afgeschermd van het snellere verkeer kon de enige niet-bestuurder zich van A naar B voortbewegen, over een strook die iets hoger lag dan de rest van de straat. Dat is in theorie nog altijd zo. Maar de voetganger moet zijn omgeving soms delen met fietsers, zoals in winkelstraten die ‘shared spaces’ zijn geworden.

Merkt hoe het trottoir niet overal meer is verhoogd, waardoor een fietser of scooter makkelijk een stukje voetgangersruimte meepikt. En als er wel een trottoir is, wordt hij door diverse obstakels noodgedwongen de weg opgeduwd.

De „ten minste” 150 centimeter die moet worden vrijgehouden, is te vaak een niet gehandhaafde illusie

D

e „ten minste” 150 centimeter die volgens veel plaatselijke verordeningen moet worden vrijgehouden, is te vaak een niet gehandhaafde illusie. Helemaal voor wie slechtziend is, met rollator loopt, of kinderwagen of rolstoel voortduwt. De obstakels hebben in winkelstraten bovendien vaak weinig van doen met de openbare ruimte, maar wel met commerciële initiatieven. Ze zijn bedoeld om van de stad een ‘beleving’ te maken, zoals vaak te horen is als uitbreiding van terrassen ter sprake komt. Of worden toegejuicht omdat ze de stad autoluw maken. In NRC zei de nieuwe aanbieder van een deelbakfiets onlangs dat er in Amsterdam géén parkeerplek zou worden opgeofferd, de fiets zou op het trottoir worden gestald. Dat is gedacht vanuit het idee dat vooral niet moet worden gevreesd voor minder parkeerruimte voor de auto. Maar de voetganger dan, de weggebruiker die de minste ruimte slurpt? De fietser won de afgelopen jaren terrein op de automobilist; er wordt gesproken over autoluwe binnensteden, over 30 km/uur als norm. Er wordt geïnvesteerd in snelfietspaden en megafietsenstallingen. Terwijl, volgens een berekening van kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer CROW, 70 procent van alle verplaatsingen geheel of gedeeltelijk te voet is.

H

et is goed nieuws dat de voetganger de laatste jaren eindelijk de aandacht heeft van beleidsmakers en politici, en dat gemeenten ‘loopbeleid’ ontwikkelen – voor het eerst (!) ging het in de Tweede Kamer afgelopen voorjaar zelfs bij een debat over „actieve mobiliteit” over wandelen. Al wordt lopen dan nog te vaak in één adem genoemd met fietsen. En gaat het dan vaker over wandelen als vrijetijdsbesteding of om gezondheidsredenen dan om lopen om bij een bestemming aan te komen. Terwijl iedereen wel eens een voetganger is. Het trottoir is openbare ruimte. Van iedereen dus. Obstakelvrij.

Bijlage III Gebruik van stoepen in de Gierstraat De Gierstraat is op zijn smalst waar de hij op de Grote Houtstraat uitkomt. Er lijken daar terrasvergunningen verleend te zijn, zodat de stoepen aan beide zijden van de weg volledig onbegaanbaar zijn door twee terrassen. Zo is een onveilige flessenhals ontstaan voor fietsers en voetgangers. Het is opmerkelijk, dat de gemeente terrassen heeft uitgesloten van de APV-regel dat er minimaal 1,5 m stoep vrij moet zijn voor voetgangers. Hier heeft de commercie het van de veiligheid gewonnen.

Zuidelijk deel van de Gierstraat

Bijlage IV Verrommeling door stoepborden Stoepborden verrommelen het stadsbeeld in de hele binnenstad. De borden staan vaak midden op de stoep of zelfs tegen de rijbaan om goed op te vallen. Handhaving lijkt er weinig aan te doen, hoewel de uitstallingsregels hier wel de wettelijke basis voor geven. Volgens de Regels uitstallingen en reclame die de gemeente op het internet gezet heeft, horen stoepborden bij uitstallingen. Dus moeten stoepborden binnen één meter van de gevel staan en moet er minimaal 1,5 m ruimte vrij blijven voor voetgangers, net als bij uitstallingen. Hierbij komt nog, dat volgens dezelfde regels, stoepborden in de binnenstad bij wijze van uitzondering alleen toegestaan zijn voor maatschappelijke voorzieningen, niet voor winkels. Veel stoepborden in de binnenstad blijken niet alleen fout geplaatst te zijn, maar mogen meestal er helemaal niet staan. Wat zal het een verbetering zijn voor de voetgangers als handhaving de stoepborden ook meeneemt in hun rondes; het aanzicht van de stad zal er van opknappen.

Hoek Kruisstraat – Ridderstraat in noordelijke en zuidelijke richting

De Anegang met stoepborden, banier en verder naar achteren een terras tot het midden van de straat. Vergelijk deze verrommeling van de Anegang met de netheid in de Grote Houtstraat, direct om de hoek van de Anegang.

Bijlage V Verrommeling door de stoep als opslagruimte te gebruiken In Regel 18 van de Regels voor uitstallingen die geldig waren tot 2015 stond: ‘Het is verboden de openbare ruimte te gebruiken als opslagruimte voor kratten, dozen en andere materialen.’ De raad heeft besloten deze regel te laten vervallen, omdat ‘Voor een ieder (ook voor bewoners geldt dat men de straat netjes moet houden. Een ondernemer heeft er geen baat bij om z’n uitstallingsruimte als opslag te gebruiken.’ Dit inzicht van de raad in de drijfveren van een ondernemer blijkt niet altijd correct te zijn, zoals de onderstaande foto laat zien. De raad heeft het moeilijk gemaakt voor handhaving in zo’n situatie op te treden door de expliciete regel voor opslag op de stoep te schrappen.

Zijlstraat 56-58 op 6 februari 2024 om 13:19. De vuilcontainers staan er niet alleen vlak voor het ophalen van het vuil, maar op veel dagen gedurende een groot deel van de dag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13809793/1