CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02-10 transcript Commissie Samenleving 10 februari

commissie Samenleving 4 maart 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 4 en 10 februari 2021 (alleen naar aanleiding van)36.838 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 10 februari 2021

1.

19.00 Opening extra vergadering en vaststelling agenda De voorzitter: Een goedenavond. Welkom weer bij deze extra commissie Samenleving woensdag 10 februari die in verband met de verlenging van de avondklok wederom digitaal plaatsvindt. Deze commissie is een vervolg op de reguliere vergadering van vorige week donderdag de 4 februari en zal enkel een bespreking zijn van de inhoudelijke geagendeerde punten. Ik wil u allereerst verzoeken om uw microfoon uit te laten als u niet het woord heeft. Dan heb ik twee berichten van verhindering. Mevrouw Otten van Liberaal Haarlem, en mevrouw Verhagen van Trots Haarlem hebben af bericht gegeven. Ik weet niet of er nog verder berichten van verhindering zijn. Laat dat dan even in de chat horen alstublieft of zien. Nou, volgens mij heb ik iedereen wel zo’n beetje gezien. Vorige week tijdens de commissie Samenleving is gesproken over de huisvesting van de ISH en de ISK, en daar is toen door de wethouder Botter toegezegd een werkbezoek te organiseren aan de Schoterstraat, de beoogde locatie voor ISK. Er is nu een datum geprikt, namelijk aanstaande maandag 15 februari van zes uur tot kwart over zeven. En namens Dunamare zullen aanwezig zijn Henk Post, bestuurder, Willem Huiberts, de rector van het Spaarne College – de ISK valt namelijk onder deze school – en Annelies Olgers, schoolleider ISK.

En zoals u al in de Raadsaam heeft kunnen lezen is de bedoeling dat vanwege corona iedere fractie maximaal één persoon afgevaardigd, en natuurlijk zijn daar ook de mondkapjes weer verplicht. Afhankelijk van de grootte van de groep wordt de groep eventueel opgesplitst. Men kan zich aanmelden voor het werkbezoek bij de heer Lelyveld, en dat kunt u ook nalezen in de Raadsaam van vandaag. Ook wil ik in verband met de magere opkomst tot nu toe nogmaals de oproep doen u aan te melden voor de regionale digitale sessie volgende week dinsdagavond van acht tot half tien over de doordecentralisatie Beschermd Wonen. Ook dit staat in de Raadsaam. Aanmelden bij S.A.D. Leensen en verder. U kunt het allemaal nalezen. Dan gaan we nu naar het vaststellen van deze agenda. Ik neem aan dat we deze zo conform kunnen vaststellen? Ik heb geen andere berichten gezien. Ik zet even de chat op de dingen. Goed zo. U heeft weer het verzoek gekregen per agendapunt de woordvoerders aan te geven, en u zult aan de hand van deze lijsten ook van mij het woord gaan krijgen. Indien u toch het woord wenst, of wil reageren op andermans inbreng of in de tweede termijn het woord wenst, graag hiervoor de chat gebruiken. En gebruikt u de chatfunctie alleen om aan te geven dat u het woord wenst ter interruptie of bij vragen over de vergadervolgorde.

Ik zie dat u nagenoeg allemaal bij alle punten wil spreken, en mijn advies is om het efficiënt te doen, en probeert dus niet in herhaling te vallen om te voorkomen dat u straks geen spreektijd meer heeft adviseer ik u om dit efficiënt doen. Maar probeer ook te denken aan uw collega’s bijvoorbeeld dat ze ook nog aan het woord kunnen komen na u.

2.

19.02 Programma sociaal domein, werkagenda en planning (MTM/JB/FR) De voorzitter: Dan komen we gelijk bij agendapunt 3. Dat is het programma sociaal domein, de werkagenda en planning. In de commissie Samenleving van 3 december 2020 werd geconcludeerd dat dit agendapunt verder inhoudelijk besproken wordt als de evaluatie SWT in de commissie werd behandeld. Het in de stukken opgenomen planning werkproces dat kon wel doorgaan. Voorliggende informatienota geeft inzicht in het geactualiseerde programma sociaal domein voor de komende twee jaar, een werkagenda en planning inclusief de rol van de commissie Samenleving en de gemeenteraad. De nota bouwt voort op de door de raad vastgestelde kaders inclusief de recente besluiten rondom kostenbeheersing, en het is ook een volgende stap in het betrekken van de raad bij de komende ontwikkelingen. Aanstaande verwerving van maatvoorziening

1

jeugd en Wmo. Dit is inderdaad volgens het agendapunt 2, op mijn lijst was het 3. Maar het is inderdaad agendapunt 2. En deze nota wordt ter bespreking voorgelegd aan de commissie, en volgens de lijst van de woordvoering krijg mevrouw Booms van de ChristenUnie als eerste het woord. Mevrouw Booms, gaat uw gang. Mevrouw Booms-Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt de informatienota programma sociaal domein voor de komende twee jaar. De hoofdopgave is het realiseren van een toekomstbestendige en betaalbaar sociaal domein. Er is een nieuwe impuls nodig binnen het sociaal domein om het toekomstbestendig passend beheersbaar en betaalbaar te maken. Een zoektocht naar de juiste verbinding tussen de verschillende domeinen. De transformatie is gericht op normalisatie maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo moeten de uitzondering worden, en niet de regel. Hulp moet meer gezocht worden bij het Sociale Wijkteam en bij de sociale basis. Wethouder, de Sociale Wijkteams hebben het druk en hebben wachtlijsten.

Op welke manier gaat u ervoor zorgen dat de Sociale Wijkteams de zorg kunnen bieden die op dit moment door maatwerkvoorzieningen geleverd wordt zonder dat er nog meer medewerkers aan het Sociale Wijkteam toegevoegd moeten worden? Mijn tweede vraag is: is het realistisch te verwachten dat er minder maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo nodig zijn terwijl er een beweging gaande is van intramurale bedden naar extramurale begeleiding vanuit de jeugd en de Wmo? En mijn derde vraag is: hoe zorgt u voor duidelijke communicatie naar ketenpartners en naar burgers, hoe wordt de burger meegenomen in deze verschuiving van zorg, en kunt u een voorbeeld noemen hoe een burger deze verschuiving gaat merken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel wethouder mevrouw Özogul van de SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt inderdaad een nota over het sociale domein. Wij lezen dat niet voor alle ondersteuningsvraag is gespecialiseerde professionele hulp nodig. Zware ondersteuning zo lang als nodig en lichte ondersteuning of eigen oplossing wanneer het kan. Het klinkt natuurlijk heel mooi en prachtig. Alleen, wethouder, wie gaat dit nauwlettend in de gaten houden? Hoe gaan wij bij deze zorgen dat mensen niet tussen wal en schip vallen? Wij lezen steeds: één plan, één regisseur, maar zover zijn wij nog steeds niet. Daarnaast lezen wij dat elke school beschikt over CRG.

Dat is ook iets heel moois, maar volgens mij lees ik dit al ruim vier, vijf jaar, en hoe kan het dat dit nog steeds niet het geval is? Dat we dat nog steeds zien staan bij Te Doen Lijst. Daarnaast lezen wij dat de financiële problematiek niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente is, en dat wij ook wat verantwoordelijkheid van onze partners vragen. Volgens mij hebben onze partners afgelopen jaren best wel veel ingeleverd en die verantwoordelijkheid genomen. Hoe staat deze tekst in deze context? Daarnaast wil ik het niet hebben over de drukte bij de Sociale Wijkteams, daar gaat mijn collega het over hebben, maar gezien alle opdrachten die erbij komen is dat natuurlijk heel zwaar op dit moment. Ik lees ook iets over simpel switchen tussen werk uitkering. Nou, daar zijn wij als SP natuurlijk hartstikke voor. Op dit moment is er een drempel voor mensen om te werken. Op het moment dat zij aan het werk zijn moet er heel veel geregeld worden qua bureaucratie, maar op het moment dat je zes maanden uitgestroomd bent zien ze je als uitgestroomd en val je terug, moet je van vooraf aan beginnen met alle aanvragen en alles inleveren. Dat is heel mooi. Alleen, al deze maatregelen, lezen wij, zijn bedoeld mee de als bezuiniging, maar ook voor de cliënt.

En waar wij als SP bang voor zijn is juist de kwaliteit straks eronder gaat het lijden en dat de individu of de inwoner in deze vergeten wordt, en daarom zullen wij het ook kritisch blijven volgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, de programma’s voor het sociaal domein ligt voor. Dat is natuurlijk ingewikkeld om dat in een paar zinnen samen te vatten, want dat is een veelomvattend en een gigantisch

2

programma. En toch zal ik proberen daar een paar opmerkingen over te maken. Het is nog erger. Het gaat ook nog over de planning voor de nieuwe inkoop van deze onderwerpen, want daar hangt het allemaal mee samen. Ja, een aantal dingen die mij opgevallen zijn, of die ons opgevallen zijn, is dat we wederom het idee van één regisseur, één plan weinig terugzien in de plannen die er nu zijn. En dat is met name ook bij de inkoop straks interessant, want eigenlijk wil je straks de partijen die de uitwerking gaan leveren gaan motiveren om samen een zo goed mogelijk plan te gaan scheppen voor de cliënt die hulp nodig heeft. Want wat er nu vaak mis is is dat de cliënt van het kastje naar de muur wordt gestuurd omdat het niet duidelijk is wie er betaald wordt voor hulp. Dan viel ons op dat bij de jeugd staat dat we meer moeten accepteren dat sommige dingen nu niet helemaal goed gaan. En dat vind ik eigenlijk wel een hele interessante uitspraak: hoe gaan we dan dat meten? Wat is nu goed en wat is niet goed? Is het niet zo dat we de hele jeugdzorg hebben opgetuigd juist om dat we vonden dat er duidelijke criteria zijn waarom dingen wel of niet goed zijn, en nu blijkt ineens dat die criteria helemaal niet zo relevant zijn.

Wat is nu goed, wethouder? Is het prima als iemand drie keer in de week geslagen wordt of is twee keer in de week meer een reden om in te gaan grijpen? Ik hoop dat u daar duidelijk over kunt zijn, want ik vind dit wel een ingewikkelde uitspraak die hier in het stuk naar voren komt. En dan had ik nog een vraag over de vaktherapie. Nu is het voor de vaktherapeuten heel moeilijk om uren vergoed te krijgen, terwijl dat het werk dat zij leveren, dus een vaktherapeut geeft bijvoorbeeld creatieve therapie aan jongeren of jeugdigen en dat kan veel beter werk af vooral voor kinderen die nog niet zo taalvaardig zijn om uiting aan de problemen waar ze tegenaan lopen te geven. En dat is vaak een vrij kostefficiënte oplossing. Wethouder, bent u van plan om in deze nieuwe aanpak en ook in de nieuwe aanbesteding ruimte te maken voor de vaktherapeuten? Tot dusver de vragen van de Actiepartij. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Zoals gezegd we zitten midden in een transitie in het sociaal domein. Een centralere rol wordt belegd voor de sociale basis met een wijkgerichte aanpak waarin de leefwereld van de Haarlemmer centraal staat. En met een stevigere inzet op preventie en normalisatie, het is al gezegd.

Ook de Sociale Wijkteams krijgen en spilfunctie in dat toekomstbestendige sociaal domein en werken nauw samen met onze partners. En we gaan het later vanavond nog hebben over de aanbesteding, de evaluatie van de Sociale Wijkteams en de toekenning van de subsidies in de sociale basis, dus daar zal ik bij dit punt niet op ingaan. Maar er spelen ook andere ontwikkelingen mee op het gebied van inburgering wat de gemeente binnenkort overneemt. Borgen van arbeidsmatige dagbesteding binnen de sociale basis, het begeleiden van status is omdat de regeling met vluchtelingenwerk is aangepast, aan het werk helpen van uitkeringsgerechtigden, of meer aandacht voor jeugd in de sociale basis. Voorzitter, D66 kan zich op zichzelf prima vinden in de inhoudelijke lijnen van het college, waarin we Haarlemmers zo effectief mogelijk helpen om de regie op het eigen leven terug te pakken, en hun eigen netwerk in deze stad te vinden. Maar het is wel noodzakelijk voor zowel college als deze raad om inzicht te hebben in hoe wetten en regelingen lokaal worden geïmplementeerd, wat regionaal wordt gereorganiseerd en wat lokaal, of in de meerjarige subsidies daadwerkelijk wordt gestuurd op de uitgezette lijn. Of de Sociale Wijkteams de uitbreidende taken ook echt aankunnen, en om de maatschappelijke opgaven uiteindelijk ook worden gerealiseerd.

Voorzitter, ik wil hierbij niet alleen kijken naar de papieren werkelijkheid, maar ook met de uitvoerbaarheid en de sturing in de praktijk. Het betekent dat niet allerlei taken tegelijkertijd naar het Sociale Wijkteam kunnen worden overgeheveld, en sociale basis waarschijnlijk niet direct in alle wijkbehoeften kan voorzien. Dit betekent wat voor de concrete planning en de sturing. Hoe en wanneer worden taken weggezet in de tijd? Wanneer is het Sociale Wijkteam stevig genoeg om nieuwe taken erbij aan te kunnen? Is daar een basis standaardkwaliteit voor of vinden we het verantwoord om nu al taken over te hevelen, terwijl er nog echt wel aan de slag moet worden gegaan met de aanbevelingen voor het Sociale Wijkteam? En wordt de opdracht van door Sociale

3

Wijkteams aangepast of houden we vast aan de wijkgerichte aanpak, want dit heeft namelijk ook consequenties voor welke taak je daar belegd. Voorzitter, ik zou kortom willen pleiten voor een jaarlijks terugkerende integrale monitor sociaal domein, dus met alle drie de decentralisaties met alle drie de wethouders, waarin al deze punten inzichtelijk worden gemaakt voor ons. Deze monitor lijkt mij overigens essentieel voor het college zelf en uw ambtenaren verspreid over allerlei afdelingen om de samenwerking en de taken en de verantwoordelijkheden in kaart te brengen, maar een integrale monitor is ook essentieel voor deze raad om inzicht te krijgen in de ontwikkeling. Hoe deze zich tot elkaar verhouden, en indien nodig bij te sturen. Ik hoor graag de reactie van de wethouders en ook de andere commissieleden, en of zo’n jaarlijkse integrale monitor toegezegd zou kunnen worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel, voorzitter. In 2015 werden de taken voor uitvoering van jeugd en Wmo overgeheveld naar de gemeente met een taakstelling tot 15%. Door de uitvoering dichter bij de bewoners te organiseren zou het mogelijk zijn eerder in te grijpen en daardoor goedkoper ondersteuning te bieden aan de voorkant in plaats van specialistische hulp.

Het kader Sociale Wijkteams die een belangrijke spilfunctie zou vervullen. We zijn nu vijf jaar verder, en als we kijken naar hoe de plannen zich ontwikkeld hebben kunnen we constateren dat we een probleem hebben. Door een aantal factoren zoals de groeiende vraag naar Wmo en jeugd, diverse prikkels die leiden tot meer werk en dus hogere kosten en de bekostigings- en verantwoordingsysteem dat veel tijd vergt en leidt tot hogere administratieve kosten en lasten wordt er niet altijd de best mogelijke ondersteuning en zorg geboden aan de bewoners. GroenLinks maakt zich ernstige zorgen over de toekomst. Net als in 2015 slaan wij ook nu weer een weg in met een tekort aan middelen, de weg richting transformatie. GroenLinks gelooft in de uitgangspunten zoals deze genoemd staan in de werkagenda, maar constateert tegelijkertijd dat de vraag naar specialistische hulp zoals jeugd GGZ toeneemt, en dat, het wondermiddel dat Sociale Wijkteam heet, niet opgewassen lijkt tegen de zwaardere taken, maar daarover straks meer. Die belangrijke onderwerpen is aangeboden ter besprekingen deze commissie. We kunnen daar iets van vinden, maar de vraag is: wat doet het college vervolgens met onze vragen en aanbevelingen? Twee vragen van mij.

Bent u van mening dat Sociale Wijkteams op dit moment of op korte termijn in staat zijn om de verzwaring van de taken op te vangen, en gaan de budgettenjeugd en Wmo mee met de kanteling? Dat betekent met andere woorden: komt er uiteindelijk geld vrij uit het huidige budget jeugd en Wmo dat vervolgens ingezet voor die laagdrempelige preventieve sociale basis? De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar… Even kijken. De heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik begin met mijn complimenten uit te delen aan het college dat ze de uitdaging van een integraal verhaal op het gehele gebied van sociaal domein zijn aangegaan, want dat is niet mis. Aan de andere kant is het natuurlijk ook de vraag: is het dan allemaal geslaagd? Want het afmaken van transformatie die in 2015 is begonnen naar een toekomstbestendige en betaalbaar sociaal domein op jeugd-Wmo, werk en inkomen, schulden minima et cetera. Dat is nogal wat. Er is natuurlijk enorm veel ongewis op dit ogenblik. We weten nog eigenlijk heel weinig van wat de coronacrisis voor structurele effecten zal hebben op het hele sociaal domein en wat dat voor ons betekent.

We gaan 17 maart naar de stembus om een nieuw Tweede Kamer te kiezen, en dan is natuurlijk ook de vraag: wat komt er uit Den Haag, en vanuit het nieuwe kabinet? Gaat men de gemeente ook daadwerkelijk helpen met de problemen waar we mee zitten op het gebied van de financiering van belangrijke delen van het sociaal domein? En anderzijds is er natuurlijk een belangrijk punt: hoe zorgen we dat we iets dat in de nota uitdrukkelijk onderschreven wordt, het belang van samenwerking en ontschotting, zowel binnen het gemeentelijk apparaat als tussen de gemeente en de

4

maatschappelijke organisaties. Dus het is een enorme uitdagende taak die het college zich hiermee gesteld heeft. En in die zin is het ook al zoals ik dat stuk goed tot me laten doordringen dan is er heel veel, laat ik zeggen, sympathieke beleidstaal, maar het is nog niet heel erg concreet. Sommigen hebben het al over de evaluatie van de Sociale Wijkteams. Dat komt straks aan de orde, maar ik heb eigenlijk een vraag aan alle drie de wethouders. Als je nu dat hele brede terrein ziet. U heeft nog ruim anderhalf jaar of zo tot de gemeenteraadsverkiezingen. Ik zou alle drie willen vragen: op welke drie punten wilt u nu concreet dat afgerekend worden door de kiezers in Haarlem? Op welke punten zegt u dan: dát wil ik in ieder geval gerealiseerd hebben als ik 2022 de kiezers recht in de ogen wil kijken? Want dat zou het wat omslachtige taalgebruik in deze nota wat concreter kunnen maken, dus daar hoor ik graag een reactie op. En alvast een antwoord op het voorstel van mevrouw Çimen over die jaarlijkse monitor. Dat lijkt mij een enorme goede gedachte. Die zou ik graag willen ondersteunen, althans ik zal mijn fractie voorstellen om dat te ondersteunen. En dan moeten we ook zorgen dat we daar niet 20 minuten voor hebben voor de discussie daarover, maar dat we daar dan ook echt tijd en aandacht aan besteden, want anders is het zoveelste product waar we niks mee doen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, voor ons ligt het programma sociaal domein, mijn dank. En het gaat over betere hulp voor kwetsbare mensen. Daaraan werken we samen met professionals in het programma sociaal domein. Het wegnemen van dilemma’s is het doel, en de knelpunten willen we oplossen die we in de dagelijkse praktijk tegenkomen, dat is ons doel. Samenwerken is de boodschap, samenwerken in een programma vorm. U kiest voor drie programmalijnen. Hoe werkt u samen met alle partijen in deze programmalijnen? Want het gaat over zorg, veiligheid, onderwijs en arbeidsmarkt. Ze zullen elkaar allemaal raken en hoe krijg je de keten dan bij elkaar voor één hulpvraag? Want bewoners willen gewoon geholpen worden. De inwoner staat centraal en dat moet ook centraal aangestuurd worden. Niet stapelen, maar samenwerken. Soms ligt de oplossing pasklaar op de plank. Wet- en regelgeving moet dan niet in de weg staan. Als alles beter op elkaar aansluit kan de hulp in het sociaal domein zeker verbeterd worden. Daarbij ben ik het met mevrouw Klazes eens wat de rol van de raad is. Een groot onderwerp wat het college naar zich toegetrokken heeft. Wat is de reden waarom dit zo gekozen is? En jaarlijks monitoren is een prima plan met dank aan mevrouw Çimen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem.

Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Hulp dichtbij huis organiseren. Liefst geen maatwerkvoorziening, maar een algemene voorziening. Voordeel is dat de aanvraag niet eerst door de ambtelijke molen hoeft en men gelijk kan starten. Dat is zeker een voordeel. Ander voordeel is dat iemand met een bepaald probleem herkenning bij de ander kan vinden en dat men van elkaar kan leren. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanbod van de herstelacademie. Jouw Haarlem ziet in deze informatienota dat de gemeentehulp op maat anders interpreteert dan voorheen gebruikelijk was. Als een gemeente sprak van hulp op maat bedoelden ze daarmee een maatwerkvoorziening. En nu zegt de wethouder, of de wethouders, dat maatwerkvoorzieningen een uitzondering gaan worden, en dat men gebruik kan maken van een algemene voorziening. Jouw Haarlem vraagt zich af of deze koerswijziging het gevolg is puur alleen vanwege de druk op de financiën. We zijn hier kritisch over. We maken ons zorgen over deze hulp. One size fits all, oftewel iedereen over één kam scheren. We zijn daar niet gerust op. Is dit wel hulp op maat? Dat het budgetplafond gehandhaafd worden versterkt onze zorg. We willen niet dat deze voor wachtlijsten gaan zorgen. Wilt u in de uitwerking onderzoeken of er

5

een streep kan door de budgetplafonds? Deelt u onze zorg dat door de hulp als eenheidsworst aan te bieden iemand dan geen hulp op maat krijgt? Steun voor het plan van D66. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Ik ben een van de laatsten en dat scheelt. Dan hoef je niet meer zoveel vragen te stellen. Complimenten tot nu toe voor eigenlijk alle collega’s hiervoor met name de heer Hulster, en mevrouw Çimen. Mevrouw Stroo zeker ook. Het is een informatienota. We gaan hier geen besluiten nemen, dat wil ik toch even constateren. En OPHaarlem stelt het volgende. Bij het gebruik van ronkende woorden moet je altijd opletten, dus ook bij de tekst. In de komende jaren is een nieuwe impuls nodig binnen het sociaal domein. Feitelijk slaat de nieuwe impuls alleen op de toegevoegde vijfde leidende patroon: organiseren van doelmatige inzet van ondersteuning en kostenbewustzijn. Het betaalbaar houden van het programma sociaal domein is en blijft een afweging binnen de gemeentebegroting die, en dat constateerde een Duisenberg team bij zijn analyse met betrekking tot de jaarrekening 2019 van de gemeente, mede zwaar belast is geworden de afgelopen jaren door een forse groei van de ambtelijke formatie.

De raad heeft dat beaamt, maar het vervolg in de brede afwerking voor de begroting ‘21 en volgende jaren niet verder becommentarieerd en meegewogen. OPHaarlem blijft dat wel doen. Wij accepteren het niet dat het sociale domein het meest herkenbare slachtoffer is van een verkeerde prioriteiten keuze. Kostenbewustzijn en effectiviteit zijn elementen in de bedrijfsvoering die OPHaarlem ook krachtig ondersteund. De coalitie lijkt wel hier de komende jaren veel verder te gaan in de richting van versoberen en bezuinigen. Die lijn steunt OPHaarlem niet. Wij trekken onze grens bij de zuivere tekst van het vijfde leidende patroon. Ook hier gaat volgens ons de wal het schip keren. Als kostenbewustzijn en effectiviteit worden voorbijgestreefd door bezuinigingen dan is de kans groot dat de tweedeling in Haarlem steeds nadrukkelijker geprofileerd wordt. Afsluitend. OPHaarlem bestudeert positief elk concreet voorstel dat inzet op kostenbewustzijn en effectiviteit. Daar ligt tegelijkertijd de streep voor ons. Een vraag voor de wethouder: worden de zelforganisaties vanaf 2021 weer weggesaneerd uit de subsidieregeling? En we ondersteunen ook de vraag van de Actiepartij over de inzet van vaktherapie. En een aantal andere vragen die gesteld zijn staan wij, onder andere die van mevrouw Çimen, zeer zeker achter. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Dan gaan we naar de VVD, de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Goedenavond allemaal. Het op peil houden van onze voorzieningen en de betaalbaarheid van de zorg zijn voor de gemeente Haarlem de grootste uitdagingen. De komende inkooprondes voor ouderenzorg en jeugd zijn hierbij cruciaal. Er is een kans om het beter te doen, en een risico dat we nog voor jaren het schip in gaan. Het is goed dat we hierover de komende tijd vaker het gesprek hebben, en ik dank de wethouders dan ook voor de vele informatie, de beleidsstukken, de consultaties en de planningen die u heeft aangeleverd. De VVD kijkt uit naar drie momenten. Allereerst het moment dat we de meerjarige budgettaire verwachtingen gepresenteerd krijgen. Dat zal bij de kadernota zijn. Wij kijken uit naar de komst van de verwervingsstrategie. Dat is eigenlijk het eerste moment dat wij kunnen kijken of u grip heeft weten te krijgen over dit grote complexe beleidsveld. En vervolgens kijken we nog uit naar de programma’s van eisen. Daarin zullen we lezen wat het college nu echt een acceptabel voorzieningenniveau acht. Ik hoef niet te herhalen dat de VVD een meer fundamentele aanpak had willen zien waarmee de gemeenteraad in een positie komt om keuzes te kunnen maken. Wat doen we wel en wat doen we niet. Een vergelijking met andere gemeente had de VVD ook graag gehad.

Daarom mijn vraag: kunt u bij de onderbouwing van de verwervingsstrategie ook een vergelijking met andere gemeenten maken? En dan de gemeente waarvan u vindt dat de inkoop succesvol is verlopen. Dank u wel, voorzitter.

6

De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Dank u wel, voorzitter. De basisgedachte is natuurlijk goed. De basisgedachte van één regisseur en één plan dat lijkt bij één idee te blijven. Trots Haarlem wil graag weten wanneer dit concrete werkelijkheid wordt? Inderdaad lezen we in het stuk dat we bij jeugdzorg misschien moeten constateren, zoals de Actiepartij al zei, dat we dan suboptimaal bezig zijn. Dat lijkt Trots Haarlem geen goed idee. Politiek is gewoon keuzes maken, dus je kunt ook gewoon de keuze maken dat dit gewoon optimaal verloopt. En als dat betekent dat je dat misschien terug moet geven aan Den Haag dan is dat ook een oplossing. De jaarlijkse evaluatie daar staan we ook helemaal achter. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. En dan gaan we tenslotte naar het CDA, de heer El Aichi. De heer El Aichi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan me over het algemeen inhoudelijk vinden in de uitgezette lijn, maar ik maak me ook zorgen. Deze zorgen wetende dat de Sociale Wijkteams veel taken erbij gaan krijgen vraag ik hierbij de wethouder hoe zij de vinger aan de pols gaat houden. Is de wethouder het met mij eens dat wij tijdig aan de bel kan trekken op het moment dat het niet goed gaat? Nou, de vraag van één gezin, één regisseur, één plan is al gesteld, die had ik ook. Graag een antwoord daarop.

En om inzicht te blijven houden op de ‘…’. Graag een jaarlijkse monitoring. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we iedereen gehad, en dan wil ik naar een wethouder. Ik weet niet wie als eerste het woord nemen? Wethouder Meijs, gaat uw gang. Wethouder Meijs: Dank u wel. Ik kon de heer El Aichi niet helemaal op het eind meer volgen, omdat zijn microfoon wat stotterde, maar ik ga mijn best doen om iedereen te voorzien van een antwoord. Ik loop even wat vragen af, en ik laat ook nog wat vragen liggen omdat collega Roduner en collega Botter die op zullen pakken. En in eerste instantie, ja, de stukken die vandaag en vanavond op de agenda staan die hebben enige samenhang met elkaar. Dat hebben we natuurlijk al geconstateerd dat dat niet slechts een programma sociaal domein is, maar dat het samenhang met het Sociale Wijkteam en de kanteling die we willen naar een meer wijkgerichte aanpak, dus dat is fijn dat dat herkend worden en dat we daar eigenlijk ook met zijn allen ons goed op voorbereiden. Ik ga naar de ChristenUnie die vraag gesteld over: hoe houdt u het beheersbaar binnen het Sociale Wijkteam? Daar zijn vele vragen over gesteld, maar de eerste vraag die de ChristenUnie stelde was: wat gaat u doen aan de wachtlijsten bij het Sociale Wijkteam? Nou, er zijn geen wachtlijsten.

Tot op heden hebben wij daar geen signalen van, en wordt iedereen die aanklopt bij het Sociale Wijkteam bediend. Het kan wel zijn dat ze soms moeten wachten op vervolgstappen, maar wij hebben geen wachttijden bij de Sociale Wijkteams. De zorgen die u uitspreekt over mindere maatwerk terwijl u verwacht dat er een toestroom zal zijn omdat de intramurale bedden zullen worden afgeroomd. Ja, die zorg hebben wij ook. En vandaar ook deze kanteling naar meer algemene voorzieningen. Het feit dat wij de ambulante begeleiding onder zullen gaan brengen naar een veel meer algemene voorziening verwachten wij dat daar de druk eigenlijk bij het Sociale Wijkteam ook zal afnemen. Dat is eenzelfde druk of kanteling die we ooit bij dagbesteding hebben gedaan en daarmee hopen we dat we juist bij het Sociale Wijkteam minder druk zullen zien. En wat zal de burger aan deze veranderingen merken? We hebben natuurlijk al in het verleden ingezet op een grotere naamsbekendheid van het Sociale Wijkteam. Nou, dat is redelijk gelukt, volgens mij. Dat kunnen we ook al zien aan de vele bezoekcijfers, maar we hopen natuurlijk ook door die algemene voorziening nu nog meer in de wijk plaats te laten vinden dat er nog meer mensen hun weg zullen vinden die het niet op hun eigen houtje redden. De vragen die u heeft gesteld over de jeugd die zal de heer Botter beantwoorden.

De SP vraagt: hoe borgen we dat we niemand tussen het wal en schip laten vallen? En hoe borgen we dat? Ja, wij staan voor bepaalde kwaliteit. We zijn vijf of zes jaar geleden begonnen met die kanteling en die hele

7

transformatie om juist die kwaliteit van de sociale stad en het sociale weefsel wat we hebben in de stad te borgen. Dat is gelukt. Daar gaan we bijna aan ten onder. Niet alleen financieel, maar ook gewoon door de grote vraag. En dat gaan we ook zeker niet stoppen. We gaan niet mensen aan de poort afwijzen. We gaan juist door die kanteling, denk ik, ook meer algemene voorzieningen creëren waardoor mensen makkelijker zonder indicatiestelling geholpen kunnen worden. Dus wat dat betreft hopen wij ook dat er niemand tussen het wal en het schip zal vallen. En u vraagt en maakt zich zorgen over dat niet alleen de financiële druk bij ons als gemeente zal liggen, maar ook bij de partners terecht zal komen. Ja, we zijn eigenlijk al geruime tijd bezig om in gesprek te raken met onze ketenpartners juist over die gedeelde verantwoordelijkheid. Wij kunnen niet alleen die kostenoverschrijdingen in ons eentje dragen en zijn daar ook vooral met hun in gesprek om te kijken: hoe kunnen we aan de ene kant de kwaliteit borgen en aan de andere kant toch een reductie doen? De Actiepartij vraagt over de vaktherapeuten. Daar zal de heer Botter, denk ik, wat over zeggen. En registreert ook de samenhang tussen de stukken.

Vervolgens D66 vraagt: hoe kunnen wij het volgen als raad? Dat is eigenlijk het cruciale van uw vraag: hoe kunnen we in concreto de komende jaren volgen dat de verandering die wij hier voor ogen hebben niet alleen op papier zichtbaar zijn, maar hoe kunnen wij dat evalueren? Nou, een van de dingen waarop we dat kunnen evalueren is natuurlijk als je naar het landelijke monitoringsysteem kijkt: waar sta je als gemeente? Daar kun je natuurlijk heel gemakkelijk eigenlijk tevredenheidcijfers, maar ook alle andere indicatoren afmeten aan andere gemeentes en waar je dan zelf als gemeente staat. Wij hebben u beloofd om maandelijks de RIB’s te geven, dus daarin zullen wij ook zeker aan u terugkoppelen hoe de stand van zaken is. We hebben natuurlijk hier in Haarlem de gewone reguliere P&C cyclus waar we steeds aan u monitoren en laten zien, elk halfjaar, hoe het verloop met onze budget en hoe het verloopt met onze begroting. Wij hebben onze cliëntenervaringen en onze monitoring en daarvan, dus volgens mij gaan wij u overal waar wij de evaluaties van zullen zien meenemen en ook met u bespreken. Want ook wij realiseren ons donders goed dat wij hier goed vinger aan de pols moeten houden om deze hele integrale aanpak goed te blijven monitoren. De voorzitter: U heeft een interruptie, wethouder, van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter.

Kijk, op zich snap ik het betoog van de wethouder: we worden op al die dossiers apart ook eigenlijk op de hoogte gehouden door maandelijkse momenten en Raadsinformatiebrieven. Alleen, mijn verzoek gaat eigenlijk voorbij aan de P&C cyclus. Ik zou heel graag op alle drie de decentralisaties, omdat ze zo nauw met elkaar zijn verbonden, eigenlijk één keer per jaar zo’n moment willen hebben dat wij gewoon heel even met elkaar bijpraten: in welk kwartaal gaan er extra taken over naar het Sociale Wijkteam? Dat heeft niet zoveel met indicatoren te maken, maar doorleven wij die transitie nu ook gewoon goed als raad, maar ook als college. En dat helpt dan ook om al die bewegingen die naast elkaar lopen niet in aparte documenten te krijgen, maar ook gewoon heel even in een soort van totaalplaatje te kunnen zien. Wethouder Meijs: Ja, ik snap uw behoefte, en die behoefte hebben we natuurlijk allemaal om te we zien hoe die transformatie of vernormalisatie - zoals we dat noemen – hoe kunnen we dat nu goed de vinger aan de pols houden? En wat u vraagt is eigenlijk een heel nieuwe vorm van monitoring, dus daar moeten we iets voor op gaan bouwen.

En ik er reik u aan dat wij al een redelijk aantal cyclussen en monitoringen in huis hebben die dat volgens mij moeten borgen, maar ik wil die vraag gerust ook nog eens met mijn collega’s bespreken, want wij hebben geregeld een bestuurlijk overleg met elkaar, met z’n drieën, Botter, Roduner en ik, om die behoefte aan die monitoring en die behoefte om vinger aan de pols houden of we dat jaarlijks op een andere manier kunnen inrichting dan alleen via een P&C cyclus. Maar ik kan u niet op voorhand zeggen: dat gaan we doen. Wat ik wil ook voorkomen dat we hier een enorme belofte gaan maken over iets wat ik nog helemaal

8

niet waar kan maken, maar ik snap uw behoefte. En ik denk niet dat u het als enige heeft, want ik heb het bij meerdere partijen terug gehoord. En die behoefte hebben wij natuurlijk zelf ook, want wij doen deze kanteling niet voor niks. We hebben A, aan de ene kant een transitie die ingezet is, en aan de andere kant een taakstelling teweeggebracht, dus daar willen we natuurlijk ook zicht op houden. GroenLinks vroeg zich af – om nog maar even over de financiën mee te gaan – een aantal taken gaan veranderen, een aantal taken gaan van de Wmo terechtkomen in de sociale basis, gaat dan ook het budget mee? Ja, het budget gaat ook mee. Dus A, we gaan binnen de sociale basis een aantal zaken toevoegen. Aan algemene voorzieningen, die kanteling vanuit de maatwerkvoorzieningen van de Wmo waar dat budget, wat we daaraan gekoppeld hebben, dat ambulante begeleiding bijvoorbeeld gekanteld wordt naar een algemene voorziening, gaan we ook meenemen. En u vroeg zich inderdaad af: is het Sociale Wijkteam wel voldoende voorbereid op de complexiteit die op hun bordje komt? Want we zien daar nu natuurlijk ook in de afgelopen jaren een toename aan individuele complexe problematiek.

Maar daarom denken wij dat door die kanteling door meer algemene voorzieningen in die wijk in te richten, dat er wat dat betreft ook wat meer lucht komt, zodat je die ook sneller door kunnen verwijzen naar die algemene voorzieningen. Net zoals we dat bij de dagbesteding hebben gezien. Nou, we hebben daar mooie voorbeelden van gezien, bij De Fjord bijvoorbeeld, waar algemene dagbesteding is, de Oppeppers. Nou, ik heb in de loop van de jaren voldoende voorbeelden gezien van dagbesteding die goed toegankelijk zijn zonder indicatiestelling, en tot een enorme positieve bijdrage hebben geleverd, dus ik heb goede hoop op dezelfde kanteling bij de ambulante begeleiding ook tot stand kan komen. De voorzitter: U heeft weer interruptie, wethouder, van mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, even een vraag. Dus als ik u goed begrijp dan, op mijn vraag, bent u van mening dat het Sociale Wijkteam op dit moment op korte termijn in staat is om de verzwaring van de taken op te vangen? Dan zegt u op dit moment: ja, ik denk dat ze dat kunnen. ‘…’.

Dit onderwerp komt nog uitgebreid straks aan de orde, en daar zal ik ongetwijfeld op een andere manier diezelfde vraag nog een keer stellen, maar op dit moment, op deze vraag zegt u ja? Wethouder Meijs: Ja, dat denk ik wel, want dan de ene kant… Maar goed, daar komen we dadelijk nog wel uitgebreider over te spreken, maar ja, ik denk dat zij dat kunnen. A, omdat we aan de voorkant iets weghalen zodat ze aan de achterkant mensen sneller door kunnen laten stromen. Maar laten we die problematiek dan dadelijk voor bij het volgende agendapunt bewaren. De voorzitter: En u heeft nog een andere interruptie van de heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja, dank u wel, voorzitter. Wethouder, ik hoop dat u mij beter kunt horen nu? Wethouder Meijs: Ja. De heer El Aichi: Even terug naar die jaarlijkse monitoring. U gaf aan dat u dat gaat bespreken met uw collega’s. Hoe worden wij hierover terug geïnformeerd? Wethouder Meijs: Nou, wij hebben volgens mij al vanaf het begin beloofd dat wij u maandelijks in die RIB meenemen met onze stand van zaken over die werving en de veranderingen. Ook daarin zullen wij u daar natuurlijk op de hoogte stellen. Hoor mij goed: ik zeg niks toe over een jaarlijkse monitoring. Ik heb u aangeven dat wij vier zaken aanreiken als monitoring.

Dat is de landelijke site: waar sta ik als gemeente, de P&C cyclus, de cliëntenonderzoeken en elke evaluatie die wij wanneer dan ook zullen doen met u bespreken. Maar ik heb u net, volgens mij, heel duidelijk uitgelegd de behoefte snap ik, maar ik wil hier niet een valse

9

belofte doen en toezeggen: nou, dat gaan we evenzo doen. Dat is een best ingrijpende vraag. Was ik niet goed op voorbereid, en ik wil daar ook niet zomaar een valse belofte op doen, want dat wil ik graag met mijn collega’s en de ambtenaren bespreken om te kijken of we daar op de een of andere manier een vorm voor kunnen vinden. Dus een antwoord kan ook straks zijn: jammer, kan niet. Kan ook nog. Maar goed, dan raak ik gewoon weer in debat met u. Ik was bij GroenLinks. Volgens mij heb ik uw vraag beantwoord. Uw vraag over de specialistische jeugdhulpverlening zal de heer Botter met u bespreken. Ja, de vraag van de heer Sepers moest ik wel even een beetje om grinniken. Ik vind het heel creatief: welke drie concrete punten wilt u over anderhalf jaar op afgerekend worden? Nou, laat ik er niet in trappen, want ik vind het eigenlijk een beetje te extreem. Ik herken mij, A, niet in het wollige gebruik, want daar koppelt u het aan, aan het hoog overvlieg gehalte van de nota. Volgens mij is het redelijk concreet gemaakt, en ook in begrijpelijke taal geschreven, maar ik begrijp wel dat u zoekende bent naar wat voor streefpunten op de horizon wilt u straks op afgerekend worden. Ik zou het prettig vinden, niet ik, maar gewoon dat de hele coalitie afgerekend zou worden omdat wij nog steeds in staat zijn om een hele sociale stad te zijn.

En dat daar niet allerlei schrijnende gevallen te noemen zijn. Daar zou ik op afgerekend willen worden. Dat is ook volgens mij de stip op de horizon die we nu voor ons hebben. Dat we een aantal kantelingen willen gaan doen ondanks het feit dat we ook taakstelling hebben willen we toch borg staan voor onze kwaliteit. Dat is waar ik op afgerekend zou willen worden. De voorzitter: Nou, en daar wil de heer Sepers u nog iets over vragen, denk ik. De heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Mevrouw Meijs, dank voor het compliment voor een creatieve vraag. Ik vind dat u daar weer handig omheen zeilt. Want, ja, wat is uiteindelijk dan een sociale stad? Daar kunnen van mening over verschillen. Ik zou graag, en dat was mijn concrete vraag: wat zou u nu, in het terugkijken op uw periode als wethouder, willen noemen als drie concrete beleidsresultaten in het sociaal domein? Wethouder Meijs: Ja, ik vind dat het helemaal niet hierin thuishoort. Er zijn een reeks aan behaalde resultaten in het sociaal domein, en ik blijf zetten: wat erboven hangt is dat wij een sociale stad zijn. Er zijn initiatieven geweest als Onder De Pannen. Dat zijn kleine initiatieven, maar die zorgen wel ervoor dat je je sociale structuur wil behouden. Er zijn initiatieven op het gebied van werk en inkomen te noemen, er zijn op het gebied van jeugdhulpverlening zaken te noemen.

De winternoodopvang, de dak- en thuislozenzorg, een schip wat we ‘…’. Weet je, er zijn duizenden dingen als voorbeeld te noemen waarbij je je best doet om die sociale structuur, dat weefsel, te behouden. En zelfs in deze kanteling, zoals op het moment dat we zeggen: het loopt ons over de schoenen, we moeten keuzes maken, hoop ik dat wij over anderhalf jaar nog steeds diezelfde sociale weefsels hebben en nog steeds die sociale stad zijn. De voorzitter: De heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Ja, ik probeer het nog een keer, mevrouw Meijs. Is er iets waarvan u zegt als dat zou verdwijnen dan zou ik dat vanuit mijn verantwoordelijkheid een gigantisch verlies voor de stad… De voorzitter: Mijnheer Sepers. Dit is de derde keer… Wethouder Meijs: U blijft het proberen… De voorzitter: Een herhaling. Laten we doorgaan. Wethouder Meijs: Ja, blijft het proberen. Wij zullen afgerekend worden niet op het individuele stukje. Wij zullen afgerekend worden op het geheel van de coalitie wat we hebben. En dat is een heel akkoord wat we

10

met elkaar hebben, en dat zal de afrekening zijn. Even kijken, Hart voor Haarlem had het over de integrale aanpak die hier voor ons ligt. Ja, dat kan ik alleen maar beamen. Jouw Haarlem maakt zich zorgen, naast die hele integrale aanpak en die kanteling blijven we ook staan voor onze specialistische aanpak? Ja, niet alles in de ambulante begeleiding en niet alles in de hulpverlening zal te kantelen zijn. Een hele gespecialiseerde maatwerkvoorziening zullen we blijven bieden, dus het is niet zo dat we iets niet meer gaan doen, maar we gaan wel een verschuiving teweegbrengen. Vervolgens vroeg OPHaarlem of we in staat zullen zijn… O, nee sorry. OPHaarlem vroeg over de zelforganisaties. Volgens mij staat dat nog later op de agenda. Of wij die mee blijven nemen? Ja, dat blijven wij. En er is een klein misverstand over dat wij de subsidie naar de zelforganisaties gestopt zouden hebben. Dat is niet zo. Maar dat gaan we straks nog uitleggen. Waar zij niet in gehonoreerd zijn, tenminste niet alle zelforganisaties, is dat zij een plek hebben gevonden in de sociale basis. Maar het is niet zo dat we de subsidies hebben gestopt. En de VVD vraagt over… Kijkt met nieuwsgierigheid, mijnheer Van Kessel, kijkt u uit naar de verwervingsstrategie. Nou, ik kan u zeggen dat wij diezelfde nieuwsgierigheid hebben.

Wij hebben natuurlijk nu al een aantal keren met onze aanbieders gesproken en zijn daar nu natuurlijk ook met elkaar voortdurend over een overleg, maar daar zullen we volgende maand zeker met u over in gesprek gaan. Of ik een vergelijking kan maken met andere steden? Ik kan u in ieder geval wel iets toezeggen, want dat hebben wij zelf al wel gedaan. Wij hebben onszelf vergeleken met vier steden om te kijken hoe we die verwervingsstrategie moeten inrichten. Dat is niet één op één met alle steden te plakken, zal ik maar zeggen, want elke stad heeft toch weer een onderdeeltje anders ingericht, maar ik zal u die vergelijking van… Wij hebben het met vier steden vergeleken, zal ik u doen toekomen. En dan resten er nog twee vragen… De voorzitter: U heeft een interruptie, wethouder, van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel. Geweldig. Ik had niet verwacht dat dit het antwoord zal zijn, maar top. We kijken er dus dan nog meer naar uit. Dank u wel. Wethouder Meijs: Fijn. Kan ik u toch een keer tevredenstellen. En dan rest mij nog een vraag Van Trots over jeugd, en die zal de heer Botter aanpakken. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Oké. Gaan we, denk ik, door naar de heer Botter. Klopt dat? Wethouder Botter: Ja, dat is prima. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dank u wel, commissie, voor al uw vragen en opmerkingen.

Ik zal proberen om uw opmerkingen zo goed en adequaat mogelijk te beantwoorden. Daar waar het gaat over hoe je mensen meeneemt. Daar is eigenlijk in het regionaal plan en ook in de uitvoeringstrategie rondom de inkoop best wel voorgeschreven dat we met cliënten rond de tafel moeten zitten. Dat doen we graag, en dat we ook de participatie… We hebben ook een participatiebijeenkomst gehad hoe de cliëntenorganisaties aankijken tegen de inkoop, maar we zullen ook de rest van het proces de cliënten waar het om gaat betrekken bij het gehele inkoopproces. En ook de uiteindelijke voorstellen met hen bespreken. Het is misschien goed om te constateren dat… En daar werd in het begin een beetje lacherig over gedaan toen de decentralisaties nog geen feit waren, maar mensen vroegen zich af: hoe moeten we dat nu voorstellen? Toen waren heel veel politici die zeiden: eigenlijk zouden er meer zakengedaan moeten worden door de scouting, door jeugd- en jongerenwerken, door andere activiteiten. En de afgelopen periode zijn we nogal opgeslokt met elkaar als het gaat over de vraag: hoe zorgen we nu dat de zorgcontinuïteit geborgen blijft, en hoe zorgen we er nu voor dat we ook alle inzichtelijk hebben gemaakt wat wat mag kosten? En die hele kanteling naar wat mag nu precies het voorstel doen, de sociale basis.

Daar zijn we eigenlijk nog niet aan toegekomen, en die slag die gaan we nu in deze periode heel nadrukkelijk maken. En die is, denk ik, ook heel erg goed nodig. Ik heb verschillende keren met organisaties als Triple ThreaT en de Stichting Stad voor de

11

jeugd gesproken waarbij gewoon blijkt dat zij in staat zijn als peergroup om jongeren, soms meer steun, begeleiding en ondersteuning te bieden dan een geprofessionaliseerde jeugd- en jongerenwerk. Dat klinkt misschien heel erg raar, maar dat is wel ooit het idee geweest van voor de decentralisaties om het op die manier vorm te geven, en dat is ook de richting die wij in willen gaan. En ik heb u al een keer eerder in een commissie wel eens aangegeven dat het mij een lief ding waard zou zijn als wij in staat zijn om een deel van het jeugdzorgbudget meer te gaan investeren in de sociale basis jeugd. Wat dan uiteindelijk neerkomt op het investeren in de sociale basis of de lokale basis. En dat is - en dat staat verder vanavond nog op de agenda – de ontwikkeling die we gaan doen. Dat betekent niet dat je minder aandacht hebt voor mensen. Nee, integendeel. Het betekent eigenlijk dat je ervoor zorgt dat meer mensen met hetzelfde budget wat we beschikbaar hebben, maar dat we anders inzetten, op een goede en adequate manier geholpen wordt. Mevrouw Özogul had het over het CRG en dat nog niet bij iedere school sprake is van een CRG-medewerker. Maar voor zover ik weet heeft elke school een CRG-coach, al dan niet een aantal uren, en al dan niet soms op locatie aanwezig, maar als mevrouw Özogul daar andere informatie over heeft dan hoor ik dat heel erg graag.

Want mij is verzekerd dat er sprake is dat elke school een CRG-coach heeft, en soms heet dat ook… Is er soms ook heel erg nadrukkelijk sprake van een samenwerking met het schoolmaatschappelijk werk. Het klopt dat het één gezin, één plan nog steeds, mijnheer Hulster, niet 100% sluitend is. Dat is onder andere iets wat nu ook in het onderzoek tussen het Sociale Wijkteam en het CRG wordt bekeken, maar ook tussen een aantal andere partners. Wij hebben het met z’n allen wel heel erg ingewikkeld geregeld. Wij hebben partijen die in het veld zitten van de, zeg maar, de Raad van de Kinderbescherming en de organisaties die zich met kinderbescherming bezighouden. Wij hebben organisatie die zich in het voorveld bezighouden. We hebben organisaties die zich op school met passend onderwijs bezighouden, en daarin moet echt een verbetering komen. En dat gaan we hopelijk ook echt de komende periode bewerkstelligen. We gaan ook veel meer kijken naar de kwaliteit van de samenwerking, en we gaan kijken in hoeverre wij de intakes en de samenwerking tussen die partners kunnen verbeteren. En dat is echt ook een onderwerp wat binnen de komende aanbesteding veel aandacht zal krijgen. De voorzitter: U heeft een interruptie, wethouder, van de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder, dat u erkent dat er inderdaad een belangrijk probleem zit.

Het ging mij natuurlijk vooral om de samenwerking tussen de uitvoerende organisaties. Vaak staan er meerdere partijen rond een kind die ook echt iets aan hulp geven. Het leek me ook belangrijk dat die partijen ook meer opgeleid worden, en niet zo af en toe alleen maar dossiers heen en weer schuiven en vergeten dat er nog een cliënt achter hangt. En mijn vraag daarbij is vooral: ja, waar kan ik nu lezen in het stuk dát u daarmee aan de slag gaat? Wat u zegt het nu, en dat is volgens mij een harde toezegging, maar ik heb het nog niet in het stuk gevonden. Klopt dat? Wethouder Botter: Ja, dat klopt. En dat heeft er alles mee te maken dat u uzelf dit stuk twee maanden vooruitgeschoven heeft. Ik wil het graag nog even in herinnering roepen. Als u dat niet had gedaan, en als we dat gewoon in december hadden besproken dan had het ook in dit stuk rondom de verwervingsstrategie al op dat moment meteen mee kunnen worden genomen, maar dat hebben we gerepareerd en dat zult u merken dat de wij dat ook in het stuk wat wij in maart zullen behandelen ook zeker meenemen. Wij vinden het erg belangrijk dat dat één gezin één plan op een goeie manier wordt opgepakt. Dat is ook het thema geweest van het werkbezoek van de koningin hare Majesteit, en staatssecretaris Blokhuis, dus dat is echt iets wat als heel belangrijk wordt gevoeld ook door onszelf.

Maar u legt mij daarnaast een aantal dingen in de mond waarin ik me niet helemaal thuis voel. Namelijk zo sterk als u zegt dat ik vind dat een verplaatsing is van dossiers en dat er verder ook nog maar dan een kind achter aankomt, daar herken ik mij niet in. En dat vind ik ook geen recht

12

doen aan de manier waarop onze mensen zich dagelijks het zweet uit de bilnaad lopen om ervoor te zorgen dat de kinderen en de jeugdigen in onze gemeente worden geholpen. Dus ik hoop dat we dat soort zaken verder achterwege kunnen laten. Dan het punt rondom de vaktherapie. Ja, de vaktherapie. Dat is nog steeds een discussie in Haarlem. Sommige partijen zijn het erover eens dat dat echt dé oplossing is voor het bieden van hulp aan jongeren en jeugdigen, en dat dat ook minder kost dan zwaardere therapieën. Wij hebben nog altijd begrepen, en ook volgen wij daarin de lijn, dat vaktherapie alleen kan worden ingezet wanneer er een jeugdzorgorganisatie van mening is dat dat ook daadwerkelijk zou moeten worden ingezet. Het rechtstreeks doorverwijzen naar vaktherapie dat valt nog steeds niet onder onze activiteiten, maar op het moment dat we kijken naar allerlei vormen van laagdrempelige voorzieningen die nog eigenlijk op een andere manier dan vaktherapie wel hetzelfde doen bereiken daar gaan wij in eerste instantie naar kijken hoe dat zich in de sociale basis daartoe verhoudt. En dan vervolgens gaan we kijken wat we als missing link dan nog verder willen inkopen. Maar het blijft wel nog steeds een ingewikkeld punt hoe we met vaktherapie omgaan, en daar wil ik u toezeggen dat ik daar nog eens een keer heel erg goed naar ga kijken, maar dat dat nog geen gelopen race is.

De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Wethouder, je kunt het probleem zo groot maken als het is, en je kunt het ook groot houden, en ik heb het gevoel dat u in een paar jaar tijd geen millimeter hebt verschoven op dit punt. Ik weet dat er in Twente er anders over gedacht wordt. Op meer plekken in het land wordt anders overgedacht, dus ik zou willen vragen: laat u nu even de geschiedenis achter u. Laten we elkaar ook niet op aankijken, maar dan eventjes nu vanaf een nieuwe start maken en kijken wat vaktherapie kan betekenen ook in de directe doorverwijzing. Die is gewoon mogelijk, en of dat inderdaad een toegevoegde waarde heeft, en of het kostenverlagend werkt, want het zijn twee themapunten die ons allen aanspreken. En dan moeten we het verleden even vergeten, maar gewoon even kijken naar de mogelijkheden die blijkbaar in het land worden herkend, en de kwaliteiten die in het land worden herkend op het gebied van de ondersteuning door vaktherapie. Ik hoop dat u in ieder geval het toe wilt zeggen dat u zonder voorgeschiedenis dit traject dan ingaat. De voorzitter: Wethouder, u heeft ook nog een interruptie van mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, dank u wel, voorzitter.

Met betrekking tot vaktherapie heeft de voorganger van wethouder Botter aangegeven dat hij dat mee zou nemen bij de volgende aanbesteding. Nu hoor ik een heel ander verhaal. U heeft het erover dat het misschien wellicht niet de juiste vorm is, maar dan beperkt u ook de keuzevrijheid van ouders en wellicht kan het voor het ene kind wel meer betekenis hebben, en op deze manier zorgt u ervoor dat er een drempel komt. Graag antwoord daarover. Wethouder Botter: Nou ja, kijk, op het moment dat er andere alternatieven zijn voor vaktherapie en die zou je in de sociale basis kunnen opnemen vind ik dat een heel goed alternatief. Ik vind het onzin om te zeggen: we kijken niet naar het verleden. Want het is juist belangrijk om lessen te trekken uit het verleden. Als er nu ineens zo makkelijk over de historie heengestapt wordt dan denk ik bij mezelf: nou, dan kunnen we een heleboel andere dingen ook wel achterwege laten. Dus ik kan niet los van het verleden naar de toekomst kijken. Ik heb u heel erg goed gehoord. Ik ga nu niks toezeggen op dat punt, en ik neem dat gewoon mee en ik rapporteer daar in een volgend stadium… Kom ik daarop terug. Ik weet dat er voor- en tegenstanders zijn in Nederland over vaktherapie en tot op heden hebben wij vaktherapie niet als een rechtstreeks door te sturen of te indiceren activiteit gehonoreerd.

Maar ik ben niet in beton gegoten, ik wil daarnaar kijken, en ik kom daarop terug. En ik hoop dat u daarmee voldoende antwoord heeft op uw verzoek. En dan…

13

De voorzitter: Wethouder, want ik zie nog twee interrupties. Ik hoop niet dat ze over hetzelfde gaan, want u heeft al een toezegging gedaan. Eerst even de heer Hulster. De heer Hulster: Ja, dank u wel. Nou, dank u wel, wethouder, voor de toezegging. Wij zitten zeker aan de kant van het is niet een oplossing voor alles, maar als het dan een oplossing is laten we dan ook vooral inzetten, en laten we dat inderdaad goed regelen. Dus ik ben heel blij met deze toezegging. De voorzitter: De heer Smit, OPHaarlem? De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Toch over dit thema, maar de wethouder die eindigde met een perfecte opmerking. Complimenten, wethouder. Ook u bent niet in beton gegoten, wij zijn het ook niet. En dat bedoel ik te zeggen: als we met die gedachte naar het aspect vaktherapie kijken dan kunnen we dat inderdaad met minder belasting vanuit het verleden doen. En zo bedoelde ik het. En ik merk aan u dat u dat bereid toe bent zonder een concessie te doen, dat snap ik, zonder toezeggingen, maar wij kijken graag met u naar de toekomst van de mogelijkheid van inzet van vaktherapie. Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder. De voorzitter: Wethouder Botter, gaat u verder. Wethouder Botter: Heel graag. Dan zijn we volgens mij van mevrouw Çimen en mevrouw Klazes hadden volgens mij niet heel expliciet vragen. Dan kom ik bij de heer Sepers.

Ja, ik zit nu wel met een dilemma. Ik hoop niet dat mevrouw Meijs het mij heel erg kwalijk euvel duidt, maar ik heb geprobeerd om een paar reacties te geven op de vraag van mijnheer Sepers. En dan is dat ik de, zeg maar, de kiezer recht in de ogen wil kijken na deze periode en wil vertellen dat we alles in het werk hebben gesteld om naar eer en geweten te hebben gehandeld om een adequaat ondersteuningsaanbod te realiseren. Dat we er alles aan hebben gedaan om een evenwichtig en kwalitatief hoogwaardig aanbod voor jeugdigen beschikbaar te stellen, en dat er wat te kiezen valt, en dat de Haarlemmer ervan overtuigd is dat wij als college en als gemeenteraad de middelen van het rijk hebben aangevuld voor extra activiteiten voor een zo breed mogelijk aanbod. En dat daardoor rust is ontstaan in het jeugddomein. Nou, wat vindt u daarvan, mijnheer Sepers? Ik gaf vervolgens voort naar mevrouw Stroo. De voorzitter: Wethouder, ja, dat lokt natuurlijk een reactie uit. Ik wel even de commissie en ook de wethouders meedelen: we lopen al 40 minuten uit op dit onderwerp. Als we op dit tempo doorgaan dan gaan wij niet alle punten afhandelen vandaag, dus ik vraag u om een beetje kort te zijn, en niet te vaak interrumperen. Eerst de heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Ik wil graag wethouder Botter mijn complimenten maken voor het feit dat hij de uitdaging is aangegaan, dank u wel.

De voorzitter: Oké. Gaat u verder… Wethouder Botter: Dan ga ik naar mevrouw Stroo. We blijven zeker ook met een specialistisch jeugdaanbod komen. Dat is ook hetgeen wat we zullen aanbesteden. Volgens mij heb ik mijnheer Smith ook naar behoren beantwoord. De heer Van Kessel. We zullen volgende maand komen met die verwervingsstrategie. Daar hebben we van de week ambtelijk bespreking over gevoerd en ik denk dat het goed is om dat nu vast aan te kondigen dat we volgende maand met die verwervingsstrategie en die uitgangspunten daarvoor komen. Het teruggeven aan Den Haag is volgens mij geen optie. We hebben het jeugdbeleid… Daar hebben we lange tijd van aangegeven dat we dat graag als gemeente willen gaan ondersteunen en ook wilde overnemen en dat

14

doen we ook. Het is in ieder geval ook mijn eigen eer ter na, omdat nu dat we dat bijna op orde hebben we qua administratie, dat we voor de vooravond staan voor de transformatie om het nu dan ineens terug te geven aan Den Haag. Dat lijkt mij niet wenselijk. En mijnheer El Aichi die had het nog over het één gezin, één plan. Daar ben ik al uitvoerig op ingegaan, dus, voorzitter, volgens mij, ben ik klaar. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner, wilt u nog wat? Wethouder Roduner: Nou, ik had maar twee vragen, voorzitter. De SP vroeg aandacht voor simpel switchen. Nou, volgens mij willen we graag dat mensen vanuit de bijstand of de dagbesteding een stap zetten naar werk. Maar we willen ook niet dat mensen dat ervaren als drempel, dus we stimuleren ze om een stap te zetten, en als het even misgaat moeten we ze net zo warm terugontvangen en daar gaat simpel switchen over, en ik denk dat dat goed is dat de SP daar kritisch naar kijkt en daar haar aandacht op vestigt. De Partij van de Arbeid had een vraag over de drie punten. Nou, het is een werkagenda voor de komende twee jaar, dus u mag mij over twee jaar, denk ik, over alle punten aanspreken hoe dat is gegaan. Als u mij vraagt, de kiezer, wat vind ik nu de belangrijkste punten, de drie belangrijkste? Nou, daar heb ik ook even over nagedacht net.

Ik denk dat het oprichten van participatiebedrijf daar een hele belangrijke is voor dit jaar zeker. De vorige raad hebben daar in Haarlem stappen gezet. Ook de andere drie gemeenteraden hebben diezelfde stappen gezet in onze regio, en erg blij mee. Maar we hebben nog een trek te gaan met de implementatie. Op die manier kunnen we echt wel iets extra’s doen voor de lange termijn voor onze kwetsbare Haarlemmers. Voor de meer korte termijn. Ja, kijk, we hadden een enorm succesvolle bijstandsaanpak. Relatief weinig mensen in de bijstand, we houden miljoenen over op het buigbudget elk jaar, maar de arbeidsmarkt is natuurlijk helemaal veranderd door corona, dus de aandacht zit nu op het regionale actieprogramma wat wij in de regio hebben ontwikkeld waar ook een lokale agenda bij hoort. Dus in ieder geval mijn inzet om zo hard mogelijk aan het werk te gaan om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen aan het werk blijven of eventueel worden begeleid naar nieuw werk. Dus bijvoorbeeld kok zijn. De horeca is nu weg, dat ze toch nieuw werk weten te vinden, zodat zoveel mogelijk Haarlemmers aan het werk blijven. En het derde zit op de termijn van schulden en minima. Daar kon ik niet zo makkelijk kiezen. Wat ik zelf persoonlijk een hele belangrijke ook wel vind is eigenlijk… Op dat termijn zit namelijk het afschalen van zwaar naar licht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12276172/1