CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02-04 transcript Commissie Samenleving 4 februari

commissie Samenleving 4 maart 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 4 en 10 februari 2021 (alleen naar aanleiding van)36.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Wat ik hoop dat de taakstelling die we onszelf hebben opgelegd en waar we akkoord voor hebben, dat we die zullen gaan halen. Maar ik kan dat nu nog niet voorspellen. Het is 4 februari. De heer Smit: Nou, ik kan u wel voorspellen, mevrouw de wethouder, dat … De voorzitter: Mijnheer Smit, ik denk dat het een herhaling van zetten is. Wethouder Meijs: Ja, ik ga even voort naar de Actiepartij. De Actiepartij verwijs ik nog even naar pagina 4, want ik snap uw verwarring. Bij pagina 4, bij punt 7 over de eigen bijdrage van de specifieke voorzieningen, daar staat uitdrukkelijk dat het uitzondering van rolstoel is en hulpmiddelen voor kinderen. Dus ik hoop daarmee dat ik uw zorgen heb kunnen weghalen. En volgens mij de vraag van Trots: stelt u die grenzen heel erg hard? Primaat van 10.000 naar 7.500, hoe hard is dat? Wij stellen deze grens maar we spreken af, en dat staat ook zo in het stuk volgens mij, dat we kijken naar het hele palet van de mensen. Dus daar waar mensen een goed lopend netwerk om hun heen hebben, daar waar zij familie hebben wonen, daar waar zij zich kunnen bewegen in de buurt, al die zaken wikken en wegen wij mee. Maar ik wil wel vasthouden aan deze grens want anders dan stel ik taakstellingen voor niks vast. En natuurlijk zullen we het niet knoeperhard dat als het ineens van 7.500 naar 8000 is, ja dan zou ik ook niet getuigen van enige flexibiliteit.

En dat is ook precies wat er staat in het artikel waar het CDA over refereert: dat casemanagers de indruk mogen hebben als mensen specifieke of de bijdrage niet kunnen leven of niet willen leveren of ze dan zorgmijdend gedrag gaan vertonen, dan kunnen wij ze ontheffen van die eigen bijdrage. En dat is nou specifiek opgenomen omdat we natuurlijk maatwerk willen leveren en willen kijken daar waar het nodig is vragen om die eigen bijdrage. En daar waar we zien dat mensen zorgmijdend gedrag gaan doen, dat we dan een uitzonderingsregel kunnen toepassen. Volgens mij heb ik dan de meeste vragen wel beantwoord. En dat het niet naar iedereens tevredenheid is, ja, dat is een herhaling van zetten denk ik, van november. De voorzitter: Dat denk ik ook. Ik denk dat we het voldoende besproken hebben. Er is al een amendement aangekondigd, dus ik hoef niet te vragen of dit als een hamerstuk naar de raad gaat. Dus het gaat als een

48

bespreekpunt naar de raad. En u komt nog terug op de vraag van de heer Sepers en u gaat nog even uitzoeken met betrekking tot die 24-uurs opzegtermijn bij de daklozen. Wethouder Meijs: Ja. De voorzitter: Wanneer kunnen we dat verwachten, wethouder? Wethouder Meijs: Komende week. De voorzitter: Dank u wel. Komende week komt dat terug. Overige punten ter bespreking De voorzitter: Nou, we liggen iets achter op schema maar ik wil toch nog eventjes proberen de laatste twee onderwerpen af te gaan maken. 12. 22.30 uur Voortgangsrapportage Ontwikkeling wachttijden Wmo-aanvragen november 2020 (MTM) De voorzitter: En dat is, even kijken. Dat is 12, de voortgangsrapportage ontwikkeling wachttijden Wmo. Nou ja, dit hebben we al meerdere malen besproken, dus ik ga niet het hele stuk weer voorlezen omwille van de tijd. Wie kan ik? Nou, ik ga naar de VVD, de heer Van Kessel. Wilt u er wat over zeggen? De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Heel kort hoor. De tijd van de onnodig lange wachttijden in de Wmo, die liggen gelukkig achter ons. En ik zou wel eens willen nadenken, zo vraag ik ook aan de commissie, over een normalisering van onze informatievoorziening. Wellicht naar bijvoorbeeld een halfjaarlijks rapportage met een piepsysteem als de wachttijden oplopen.

Volgens mij scheelt dat ambtelijke capaciteit, capaciteit die we met de inkoop van de Wmo die eraan zit te komen wellicht harder ergens anders nodig hebben. Maar goed, voordat we dat doen, ben ik eigenlijk ook wel benieuwd naar: hoe onze wachttijden het nou eigenlijk doen ten opzichte van de rest van Nederland. Is het wel zo normaal wat wij hebben? Dus mijn vraag is eigenlijk, en dat komt bijvoorbeeld ook, om een paar voorbeelden te geven: in Nijmegen wordt er geschreven dat de wachttijden daar weg zijn bijvoorbeeld door, het is een soort basisteams die ze daar hebben. In Zoetermeer lees ik daar dingen over. Maar ik weet ook niet helemaal wat ik daarvan moet vinden. Dus mijn vraag is eigenlijk aan de wethouder: wellicht heeft u er al een keer naar gekeken, maar kunt u een keer duiden, misschien in een brief, van hoe wij ons nou verhouden tot de rest van Nederland met die wachttijden? En wellicht dat u, als dat inderdaad meevalt dat u misschien ook een voorstel kan doen voor een wat lichter informatie-regime. Ik zou daar inmiddels wel voor openstaan ook gelet op de andere uitdagingen die er zijn. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. En u bent ook door uw tijd heen. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Misschien, zie ik hier staan? Mevrouw Stroo: Ja, dank u, voorzitter. Ik wilde het volgende erover zeggen.

Gezien de modellering in de grafiek zou de heer Van Dissel zeggen, zien we een afname, een lijn naar beneden waarbij de lijn jammer genoeg op een bepaald plateau blijft hangen. Ik zou graag van de wethouder willen weten welke mogelijke maatregelen zij nog ziet om het gewoon op die nullijn te krijgen? En ik ben het eens met het idee van de VVD om een soort piepsysteem te hanteren. Dank u.

49

De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik volgens mij iedereen gehad hier zo. Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel. Ik ben verheugd dat de VVD voorstelt om de rapportage terug te brengen tot een minder frequente rapportage dan we nu hebben. Dus ik zou u kunnen voorstellen om dat inderdaad naar twee keer per jaar, elk halfjaar te doen. En dan de eerstvolgende keer nog voor de zomervakantie te doen want anders tillen we het wel erg ver weg in de tijd. Tevens met u af te spreken daar waar het boven normaal wordt, en wat is dan normaal, dat we een piepsysteem hebben en dat ik dan uiteraard direct bij u terug kom. Ik kan u ook toezeggen, we hebben al eens in het verleden gekeken naar: hoe verhouden deze wachttijden zich met andere gemeentes in Haarlem? Dat we dat dan meenemen en dat in de volgende halfjaarlijkse rapportage kunnen terugrapporteren. We zijn niet de enige in Nederland die een wachtlijst hanteren. Of hanteren, hebben. We hanteren hem niet, we hebben hem. En ik zal kijken of ik daar iets over kan terugrapporteren naar u. En in antwoord op Jouw Haarlem, een nullijn en andere maatregelen. Nou, ik denk een nullijn is illusie.

Dat kunt u ook wel zien in de rapportage die we geven dat de oorzaken van wachttijden soms ook buiten onze verantwoordelijkheid ligt of buiten onze macht om daar invloed op uit te oefenen omdat we afhankelijk zijn van doktoren bijvoorbeeld of, nou ja, andere partijen buiten ons vermogen om. Dus dat zou echt een illusie zijn om die naar nul terug te brengen. En ik kan u in ieder geval al wel zeggen dat het ons zeker veel tijd zal besparen dat wij niet meer maandelijks hoeven te rapporteren over deze wachttijden. De voorzitter: Dank u wel. Nou, ik denk dat we dit punt ook wel weer voldoende besproken hebben. Dus we gaan terug naar twee keer per jaar een rapportage met daarin ook even een aangeven hoe wij ons verhouden ten opzichte van andere steden. Wethouder Meijs: Ja. De voorzitter: Ja? Mooi. 13. Nota i.v.m. Toezegging informeren commissie bekendheid (ruchtbaarheid) aan respijtzorg (MTM) De voorzitter: Dan gaan we naar het laatste punt, eindelijk. We hebben nog een nota in verband met toezegging informeren commissie bekendheid aan respijtzorg. Het is al drie keer verschoven maar we gaan het nu echt behandelen. Het CDA. Ik ga het nog even voorlezen hoor. Conform de toezegging wordt u middels deze nota geïnformeerd over de manier waarop respijtzorg voor mantelzorg onder de aandacht is gebracht en wat er in de planning staat.

Door de CDA is verzocht de nota bij het aanbieden te bespreken in de commissie. Bij de beantwoording van de artikel 38-vragen bent u al geïnformeerd over hoe er bekendheid wordt gegeven aan respijtzorg. Deze informatienota is ter aanvulling op de reeds gegeven antwoorden. Het is naar de commissie gestuurd als bespreking en ik wil het CDA als eerste het woord geven. Gaat uw gang, de heer El Aichi. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Hè hè, eindelijk. Dit punt stond op 3 december zie ik staan op de agenda. Het is twee keer verschoven. Nou, ik ga beginnen want het is al 11 uur. Op 8 april 2020 heeft wethouder Meijs aangegeven te komen met een stuk waarin zijn meer bekendheid te gaan geven aan de respijtzorg. Als ik dit stuk doorneem dan lees ik eigenlijk niet zoveel nieuws. De nota informeert ons min of meer over de genomen maatregelen in verband met de coronacrisis en daardoor bepaalde activiteiten niet door kunnen gaan. Aan de hand van de antwoorden van artikel 38-vragen die ik heb gesteld, heb ik kunnen concluderen dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de respijtzorg. Ik heb meer een stappenplan van de wethouder verwacht in plaats van een corona-actualiteit. Ik pleit voor een effectief respijtbeleid die deel

50

uitmaakt van het brede Wmo-beleid ter ondersteuning van mantelzorgers. Tegelijkertijd vind ik het een belangrijk onderwerp waar de beleidsmakers van de gemeente apart aandacht aan horen te besteden. Op dit moment is de respijtzorg zodanig ingericht dat de drempel hoog is waardoor Haarlemmers te weinig gebruik van kunnen maken. Omdat er geen indicatie voor dagbesteding en dagopvang nodig is, wordt veel meer van deze voorziening gebruik gemaakt dan bijvoorbeeld logeerzorg. Voor deze voorzieningen moet men een indicatie via de Wmo aanvragen waardoor mantelzorgers afhaken. Aanvragen duurt zes à acht weken. Met de wachttijd die wij hebben in de Wmo kan het nog langer duren dan acht weken. Daarom vraag ik hierbij de wethouder om de respijtzorg anders in te richten, duidelijker en laagdrempeliger. Ik weet zeer zeker dat het kan. Wat ons betreft mag respijtzorg vervangende zorg genoemd worden. Het begrip respijtzorg is bij veel mensen onbekend. Tot slot, ik vraag hierbij de wethouder om de mantelzorgers te ontzorgen met dierbaren in de laatste fase omdat eenmaal afscheid nemen en sterven thuis de mantelzorger veel energie kost en het afscheid nemen een intensief emotioneel proces is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter.

Stichting Platform Belangenbehartiging Mantelzorgers blijft ontevreden over de ondersteuning van mantelzorgers. De gemeente kiest voor respijtzorg in plaats van een luisterend oor en maatwerk. Elke mantelzorger heeft iets anders nodig en het aanbod van de gemeente is geen maatwerk. Slechts een deel van de mantelzorgers zijn gebaat bij respijtzorg. Mijn vraag aan de wethouder is: kan respijtzorg aangevuld worden met maatwerk? Het opnieuw invoeren van het mantelzorgcompliment zou een hart onder de riem steken van mantelzorgers. Daarmee laat de gemeente zien dat ze aandacht en respect hebben voor de mantelzorgers en de onmisbare ondersteuning die zij bieden. Wil de wethouder onderzoeken of het mantelzorgcompliment opnieuw ingevoerd kan worden? Dank u wel. De voorzitter: U heeft een interruptie nog van mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, ik kan het toch niet laten. Dit is echt een stokpaardje van uw partij, het mantelzorgcompliment. Maar er wordt alsmaar aangegeven dat mantelzorgers zelf eigenlijk meer gebaat zijn of het leuker vinden om een mantelzorgdag georganiseerd te krijgen zoals in het verleden is gebeurd. Als die mantelzorgers dat nou zelf aangeven dat ze dat liever willen dan een boekenbon van € 25, wat vindt u daarvan dan eigenlijk? Mevrouw Booms-van der Meer: Nou, ik heb dit niet zelf verzonnen.

Dit is hetgeen wat de Stichting Platform Belangenbehartiging Mantelzorgers elke keer opnieuw aangeeft. En dat gaat helemaal niet om de grote van het compliment. Dat kan een bon zijn van € 20, maar het laat wel zien dat mantelzorgers gezien worden. En jaren lang is het compliment er wel geweest, ook al was het klein. En nog steeds missen ze dat compliment. Want ze voelen zich daardoor veel minder gezien. Zeker degenen die niks hebben aan respijtzorg of nooit eens even een belletje krijgen met: hoe gaat het nu met u? En: wat kunnen wij voor u betekenen? Want dat, ik las in de stukken dat dat nu dus wel gebeurt, maar dat gebeurt omdat de dagopvang dicht is. En dan gaan ze die mensen die normaal in de dagopvang zitten, gaan ze dan bellen: hoe is het nu met u? Maar de vraag is: kan het omgedraaid worden? Kan gewoon elke mantelzorger gebeld worden en gevraagd: hoe is het en wat heeft u nodig? Wat kunnen wij voor u betekenen? En dan zal je zien dat het soms iets veel kleiners is dan het optuigen van hele dure respijtzorg. Mevrouw Klazes: Nou, ‘…’ om een vraag te stellen. Ik houd het heel kort hoor. Maar het Tandem geeft zelf volgens mij ook aan dat ze juist in tijde van corona dat belletje plegen. Dus ik ben heel erg benieuwd naar het antwoord van de wethouder.

51

De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan naar mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Wat zou ik graag willen dat we voor het begrip respijtzorg een andere naam zouden kunnen bedenken. Misschien kunt u hiervoor te rade gaan bij de mantelzorgers zelf. Het CDA gaf net ook een suggestie om het vervangende zorg te noemen. Nu weet haast niemand waar je het over hebt en daardoor maken de mantelzorgers hier te weinig gebruik van. Van de campagne van afgelopen najaar heb ik wel wat opgevangen en ik hoop de doelgroep ook. Jouw Haarlem vindt dat er structureel bekendheid gegeven moet worden aan respijtzorg en andere ondersteuning voor mantelzorgers. Uit de informatienota kan ik opmaken dat ‘…’ en de organisaties de afgelopen tijd niet stil hebben gezeten gezien de alternatieven die zijn bedacht in de corona-tijd. Zo bleef het contact bestaan met de mantelzorgers die u in beeld heeft. De dagbesteding voor de kwetsbare ouderen kon na de zomer gelukkig in aangepaste vorm weer open. Niet alleen belangrijk voor de mantelzorgers, maar ook ter bestrijding van de eenzaamheid bij deze doelgroep. Niet iedereen heeft goede mantelzorgers om zich heen. Jouw Haarlem zal steeds de aandacht vragen voor de situatie van mantelzorgers zodat zij de situatie vol kunnen houden en er zelf niet aan onderdoor gaan. Ik merk bij u en bij Tandem deze intentie ook.

Nu maar eerst een prijsvraag voor een betere naam voor respijtzorg. De voorzitter: Dank u wel. Nou, u heeft alles opgesoupeerd ook vandaag. We gaan nu even naar de Actiepartij, de heer Hulster. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat ons betreft is de motie van het CDA niet afgedaan. Ik denk dat dat de vraag is die voorligt. De wethouder heeft een keurige brief geschreven en heeft keurig uitgelegd wat er door de corona allemaal gebeurd is. Dat is heel relevante informatie. Maar wat ons betreft vroeg de motie van het CDA om meer ruchtbaarheid te geven aan de respijtzorg of zorgzorg, hoe je het ook wil noemen. En wat ons betreft is dat de opgave die voorligt. We zijn dus heel benieuwd naar de uitwerking ervan door de wethouder. En we hopen dat daar snel een reactie op komt want het duurt al een beetje lang. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik hier nog de heer Yerden op mijn lijst staan. De heer Yerden, uw tijd is, nou van de partij eigenlijk helemaal op, maar ik wil u toch nog even een half minuutje gunnen. Dus ga uw gang. De heer Yerden: Dank u wel, voorzitter. En dank u wel, de heer Van Kessel, voor ondersteuning. En ik ben eigenlijk met de collega van het CDA eens. De urgentie van de mantelzorgondersteuning is in de coronatijd alleen maar toegenomen.

De beantwoording van technische vragen van het CDA waarin u naar de informatienota refereert, geven niet de gewenste duidelijkheid van het probleem. Eigenlijk is de boodschap: als het coronavirus uitgebannen is, kunnen we echt iets doen voor de mantelzorgers. In de tussentijd blijft het een beetje pappen en nathouden. De PvdA-fractie wil van de wethouder meer duidelijkheid hebben over wat kan worden verwacht. Wat zijn de resultaten van het gevoerde beleid in het licht van de problematiek? Hoe beoordeelt de wethouder de ernst van het probleem? De PvdA-fractie verwacht hierover een duidelijk antwoord van de wethouder. Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het 30 seconden is. De voorzitter: Nou, maak er maar een minuutje van, maar vooruit. De heer Yerden: Dank u wel. De voorzitter: We gaan naar de wethouder. Wethouder Meijs.

52

Wethouder Meijs: Dank u wel. Als eerste, je kunt natuurlijk mantelzorgers en vooral de respijtzorg voor de mantelzorgers niet genoeg onder de aandacht brengen, want in het lijstje van hoeveel gebruik er bijvoorbeeld gemaakt wordt van vervangende logeerpartijen, dat is echt nog vrij weinig. En dat kan meer want we kunnen wat meer aanbieden. Maar ik denk dat dat ook gevolgen zijn van de corona, maar daar wil ik het niet mee afdoen. Ik denk dat een aantal dingen aan uw aandacht ontsnapt zijn volgens mij. Want als u kijkt op onze website, hebben wij de naam respijtzorg ook al aangepast. Ik moet het helemaal met mevrouw Stroo eens zijn dat we het zouden moeten vervangen voor een andere naam. Volgens mij hoeven we daar geen prijsvraag voor uit te zenden maar zouden we al vervangende zorg kunnen gaan gebruiken. Er staat nu op de website vernoemd: hoe kan ik mijn taken tijdelijk overdragen? Nou, dat is een hele zin, maar ik ben het met u eens dat de naam respijtzorg niet bij iedereen bekende beelden oproept, dus daar zullen we zeker aandacht aan schenken. Verder heeft Tandem in de maand vlak voor de sluiting van het jaar nog een uitgebreide nieuwsbrief verzorgt. Die is juist expliciet gegaan over deze zorg, over de respijtzorg.

En hebben ze alle mogelijkheden en de aanbiedingen die wij hier in Haarlem hebben vanuit diverse organisaties van Saar aan Huis, tot de Mantelaar, tot Handen in Huis, Home Instead, nou allerlei organisaties die zich daarmee bemoeien, zijn onder de aandacht gebracht. En hebben we samen met Tandem en Humanitas en Alzheimer Nederland en de Vrijwilligerscentrale gedurende de hele coronacrisis extra publiciteit gegeven en ook gebeld, dat is exact wat er net gezegd werd. Er is echt gewoon door de mensen zelf de telefoon gepakt en gebeld met de bekende mantelzorgers die wij hebben. Ik ben zelf ook een keer aangesloten geweest bij een groep mensen die met Tandem als klankbordgroep gebruikt worden en hebben we ook expliciet over een aantal dingen, vooral corona-gerelateerd, ook gesproken. Maar ook gekeken: hoe kun je nou meer ruchtbaarheid geven aan Tandem? Ik sprak bij die bijeenkomst, volgens mij heb ik dat al eens een keer uitgelegd, ook over mijn eigen zorg die ik heb als mantelzorger voor mijn moeder. Er werd mij meteen aangeboden dat ik wel deel kon nemen aan de club. Dat heb ik nog niet gedaan. Verder hadden we inderdaad in het verleden elk jaar een mantelzorgdag waarbij we de mantelzorgers ook weer in een markt, behalve vermaak en plezier boden ook een informatiemarkt hadden waar we alle onderdelen onder de aandacht gebracht hadden.

Dat konden we dit jaar niet doen dus dat hebben we vervangen door dat digitaal te doen. En we hebben ook een one-stop-shop voor mantelzorgers in het leven geroepen. Daar kun je op de website, maar dan moet je digitaal actief zijn, ook weer zaken vinden. Wat ik verder nog kan melden, is dat we voor jonge mantelzorgers bezig zijn geweest en daar ook een denktank voor in het leven hebben geroepen om juist daar extra aandacht te geven en campagne te voeren. En wat me dan wel verbaasd, die cijfers wil ik u toch ook niet onthouden, is dat we jaarlijks monitoren in het Omnibusonderzoek in Haarlem naar de gevoelens van de mantelzorgers, in hoeverre zij zich overbelast voelen. En dan zien we een afname van die overbelasting, juist van het afgelopen jaar in 2020. En dat is eigenlijk wel heel bijzonder in vergelijking met het jaar daarvoor. Toen was het percentage wat hoger. In het afgelopen jaar was dat lager, terwijl ik gedacht zou hebben dat dat eigenlijk niet aan de orde was omdat we in de coronatijd juist extra zorg hebben moeten leveren als mantelzorgers. Maar goed, dat is niet te verklaren.

Dus ja, ik denk dat ik voor de zomer u nogmaals een overzicht zou kunnen doen toekomen, of dat nou een informatienota moet zijn of een memo van alle opsommingen die ik nu net heb gedaan om te kijken naar de andere naamsvorm van de respijtzorg op de website en alle mogelijke extra zorg die we hebben om de respijtzorg nog meer onder de aandacht te brengen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie wat mensen typen. Mevrouw Klazes. Oh, sorry, eerst een interruptie van de heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Wethouder, bedankt voor de toezegging. Ik wil u ook niet onthouden dat ik degene, de schrijver van het stuk ook gesproken heb drie weken geleden, of 3 december toen het stuk op de agenda stond en die kon precies beamen wat u ook zegt. Zij gaf toentertijd aan dat zij begin maart met

53

een nieuw stuk zou komen. Dus ik nu van toch een andere data, dus ik zou graag begin maart, half maart een ander stuk willen zien om aan te geven hoe het allemaal gaat wat betreft de respijtzorg. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Wethouder, zou het niet zo kunnen zijn dat die afname van de druk die mantelzorgers voelen in tijden van corona te maken heeft met het feit dat meer mensen thuiswerken en daarom werk makkelijker te combineren is met mantelzorg? En vervolgens de vraag daarachter: zou dat niet ook een mooi leermoment zijn wat we mee moeten nemen naar de toekomst als we het hebben over thuiswerken in de toekomst? Zomaar een opmerking. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Ja, over de interpretatie van GroenLinks van de cijfers, dat zou kunnen. De mensen zijn thuis en misschien wat flexibeler in hun tijd en kunnen hun mantelzorg overdag verlenen en dan 's avonds werken. Dat zou kunnen, dat weet ik niet. Maar ik ben wat voorzichtig in het interpreteren ervan. En de toezegging aan de heer El Aichi om het al in maart te doen, is denk ik wat vroeg, maar het kan natuurlijk. Ik heb een aantal projecten opgenoemd die net van start zijn gegaan. Ik denk dat ze iets meer tijd nodig hebben om er wat van te kunnen melden.

Dus ja, ik kan natuurlijk in april of maart best een lijstje ophoesten en dan is het lijstje wat ik eigenlijk net heb verteld, van alle nieuwe initiatieven. Maar ik denk als we er nog een maand of twee aan vast kunnen plakken, ergens in mei of juni, dan kunnen we misschien ook wat meer inhoudelijk vertellen over de werkwijzes die er extra zijn gegenereerd. En dan hoop ik ook weer dat er iets meer te vertellen valt en u tevreden zou kunnen stellen. De voorzitter: Oké, ik zie nog twee dingen binnenkomen. Een vraagje van mevrouw Klazes, hou hem echt heel klein. En een laatste interruptie van de heer El Aichi zo meteen. Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, voorzitter, een piepklein vraagje. Wethouder, zou u bereid zijn om aan bijvoorbeeld Tandem te vragen of zij op een hele simpele manier kunnen uitzetten de vraag waarom mantelzorgers zich nu minder belast voelen de tijden van corona, wat daar de reden van is? Want ik vind het eigenlijk hele waardevolle informatie. Wethouder Meijs: Ga ik doen. De voorzitter: Oké. En een interruptie van de heer El Aichi. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Ik denk voor de duidelijkheid, het is niet dat ik precies een lijstje wil met activiteiten: wat doen we nou allemaal voor respijtzorg? Maar het gaat mij er meer om dat wij de mantelzorgers meer bereiken en daar gaat het mij meer om en niet wat we doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Meijs? Wethouder Meijs: Kijk, dat we er meer bereiken, dat kunnen we ook zien aan het aantal ingeschreven mantelzorgers die we bij Tandem hebben. Dus laat ik u beloven dat we daar ook wat over zullen melden dan in de berichtgeving. En ik zal zeker ook aan Tandem vragen of zij de effecten van de inzet die we nu extra doen, of ze daar iets over kunnen vertellen. En dan neem ik dus ook de vraag en de toezegging die ik heb gedaan aan

54

mevrouw Klazes mee of zij enigszins kunnen duiden waarom mensen zich minder belast voelen als het jaar daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Nou, dan vraag ik even nog aan de heer El Aichi of de toezegging afgedaan kan worden? Dat er bekendheid aan respijtzorg gegeven kan worden. De heer El Aichi: Nou ja, ik wil inderdaad de wethouder bedanken voor de toezegging dat er begin maart, maximaal eind maart dat ze met een stuk komt. Dank u wel daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Meijs: Dat was niet helemaal mijn toezegging. De voorzitter: Het was niet maart, het was iets later. Wethouder Meijs: Kijk, we zijn een aantal pilots begonnen en om die pilots echt een beetje in de benen te krijgen kan ik niet in maart al daar iets over zeggen. Dat zou echt wishful thinking zijn. Dus als we er nog iets meer tijd aan kunnen plakken, kan ik u ook inhoudelijk iets meer bedienen. En ik snap uw behoefte om daar wat meer van te willen weten, want dat is natuurlijk dezelfde vraag die ik ook heb: je kan alles bedenken, maar als we de mensen niet bereiken, ja, dan schiet het zijn doel voorbij. Dus ik heb nu de vraag van u gekregen: doelinhoudelijk, niet alleen maar een lijstje, maar vertel inhoudelijk wat er gebeurt en wat de effecten zijn. Doe daar voorbeelden van bij. En de vraag om dat snel te doen, dat snap ik wel. Maar als het snel is, dan is het minder inhoudelijk.

Dus ja, ik zou willen pleiten om toch enige respijt te geven en dat pas in mei bij u op tafel te leggen. De heer El Aichi: Het was net april? Het is weer mei geworden. Wethouder Meijs: Ja, nou ja, hoe meer tijd u mij geeft, hoe meer inhoud u krijgt. De heer El Aichi: Oké, 1 mei. Wethouder Meijs: Dank u. De voorzitter: Ja, dank u wel. Nee, ik ga het punt afronden. Voor de zomer komt de wethouder nog met een overzicht met welke acties zijn gedaan met betrekking tot dit onderwerp en wat voorbeeldjes. En de wethouder gaat ook nog even navragen bij Tandem waarom het gevoel van minder belasting bij de mantelzorgers aan de orde is. Ja? 13.1 Toezegging: Over de vraag om meer bekendheid (ruchtbaarheid) te geven aan de respijtzorg zal in het najaar worden teruggekoppeld 14. Sluiting De voorzitter: Nou, het is tien voor half 12, we gaan ermee stoppen. Ik wens u allen nog een fijne avond en tot de volgende week. Prettig weekend zo.

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12276171/1