01 Warmteprogramma 2026-2030 definitief vaststellen
Tekst van het document
Collegebesluit
Onderwerp Warmteprogramma 2026-2030 definitief vaststellen Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2026/10392 Berkhout, R.A.H. 5.2 Energie ECDW Jongh, I. de idedejongh@haarlem.nl Op 18 november 2025 besloot het college het Warmteprogramma 2026-2030 vast te stellen onder de voorwaarde dat de zienswijze van de raad geen aanleiding gaf het besluit te wijzigen of in te trekken. De gemeenteraad heeft op 18 december 2025 zijn zienswijze vastgesteld. Het warmteprogramma zelf hoeft niet aangepast te worden, maar de zienswijzen van de raad geeft het college wel aandachtspunten mee voor de uitvoering van het programma. De raad vindt het belangrijk dat iedereen voldoende geïnformeerd wordt over de Wijkwarmteplannen en over wat mensen in de tussenliggende tijd al kunnen doen om te besparen. Naast buurtactivering en ondersteuning van bewonersinitiatieven bij het maken van een Wijkwarmteplan, vindt de raad het belangrijk om te borgen dat bewoners, en vooral kwetsbare bewoners, goed bereikt en ondersteund worden gedurende de uitvoering, zodat iedereen mee kan komen in de transitie. De raad vraagt verder aandacht voor slimme netoplossingen, warmte-as-a-service (lease-warmtepompen), voor financiële sturing op de ontwikkeling van het warmtenet en voor de mogelijkheid om groen gas te winnen uit slib met het Hoogheemraadschap van Rijnland. In dit besluit is beschreven hoe de zienswijzen meegenomen worden bij de uitvoering van het Warmteprogramma.
Daarnaast heeft het college aan de Commissie mer om een advies gevraagd over de milieueffectrapportage (planMER) bij het Warmteprogramma. Het advies was voor het college aanleiding om in de uitvoering extra aandacht te besteden aan enkele milieuaspecten. Deze aspecten zijn verder uitgewerkt in een addendum bij de planMER van het Warmteprogramma.
Behandelvoorstel voor commissie
Het Warmteprogramma kan definitief worden vastgesteld. De komende maanden wordt de organisatie ingericht om half 2026 te starten met de eerste buurten. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de commissie Beheer.
Kenmerk: 2026/10392
1/7
Relevante eerdere besluiten
-
-
Besluit college d.d. 17 februari 2026
Zienswijze / wensen en bedenkingen ten aanzien van vaststellen van het Warmteprogramma 2026-2030, raadsvergadering van 18 december 2025 (2025/714161) Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen, collegevergadering van 18 november 2025 (2025/714161) Ontwerp-Warmteprogramma 2026-2030 vrijgeven voor inspraak, collegevergadering van 23 september 2025 (2025/519164) Notitie Reikwijdte en detailniveau van een milieueffectrapportage voor het Warmteprogramma, collegevergadering van 18 maart 2025 (2025/228939) Informatienota Bouwstenen Warmteprogramma, collegevergadering van 28 januari 2025 (2024/2078761) Informatienota Besluitvorming warmtetransitie 2025 , collegevergadering van 17 december 2024 (2024/2067186) Transitievisie Warmte, raadsvergadering van 1 juli 2021 (2021/254262); Uitvoeringsagenda Haarlemse Transitievisie Warmte, collegevergadering van 21 april 2023 ((2023/405029).
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het Warmteprogramma 2026-2030 definitief vast te stellen; 2. De reactie op de wensen en bedenkingen van de gemeenteraad vast te stellen; 3. Het addendum ‘Oplegnotitie planMER warmteprogramma gemeente Haarlem’ vast te stellen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Het Warmteprogramma 2026-2030 is de update van de Transitievisie Warmte (TW) uit 2021 en in zijn nieuwe vorm een omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Het Warmteprogramma is door het College op 18-11-2025 vastgesteld onder de voorwaarde dat de zienswijze van de raad geen aanleiding gaf het besluit te wijzigen of in te trekken. Na vaststelling van het Warmteprogramma is het volgende gebeurd: • Via de zware voorhangprocedure heeft de gemeenteraad zienswijzen gegeven. Deze zienswijzen zijn door de raad vastgesteld op 18-12-2025. Voorliggend besluit is een reactie van het College op deze zienswijzen. • Voor het Warmteprogramma was het verplicht een planMER uit te voeren. Hierin zijn de eventuele milieueffecten van het Warmteprogramma onderzocht op plan/programma-
Kenmerk: 2026/10392
2/7
niveau. Het planMER bij het Warmteprogramma is door het college voor advies voorgelegd aan de nationale Commissie MER op 08-01-2025. De adviezen van de nationale Commissie MER zijn in dit besluit gewogen en van een reactie voorzien. Met de reactie op de zienswijzen van de gemeenteraad én op het advies van de nationale Commissie MER geeft het College aan op welke wijze het de zienswijzen en adviezen meeneemt in het Warmteprogramma en de uitvoering hiervan. 2. Beoogd resultaat Het Warmteprogramma (bijlagen 1 en 2) kan definitief worden vastgesteld. De komende maanden wordt de organisatie ingericht om half 2026 te starten met de eerste buurten. Met dit besluit geeft het college aan hoe het de zienswijzen van de raad meeneemt in het Warmteprogramma en de uitvoering daarvan. Met dit besluit geeft het college ook aan hoe het advies van de nationale Commissie MER wordt meegenomen. Door het collegebesluit wordt een addendum bij het eerder vastgestelde planMER vastgesteld en wordt deze als zodanig toegepast in de uitvoering van het Warmteprogramma. 3. Onderbouwing voorstel Reactie van het college op de zienswijzen van de gemeenteraad In de raadsvergadering van 18-12-2025 zijn tien zienswijzen vastgesteld, namelijk de zienswijzen: a. Communicatie b. Betaalbaarheid c. Ondersteuning van kwetsbaar bewoners d. Van juridische ‘vergewisplicht’ naar sociale garantie e.
Gelijkwaardige ontzorging in ‘individuele wijken’ f. Actieve oprichting en ondersteuning van buurtinitiatieven g. Realisme en innovatie rondom netcongestie h. Financiële sturing op deelnamegraad i. Aanhaken bij het Hoogheemraadschap van Rijnland j. Emissieloos alternatief Het warmteprogramma zelf hoeft niet aangepast te worden, maar de zienswijze van de raad geeft het college wel aandachtspunten mee voor de uitvoering van het programma. De raad vindt het belangrijk dat iedereen voldoende geïnformeerd wordt over de Wijkwarmteplannen en over wat mensen in de tussenliggende tijd al kunnen doen om te besparen. Naast buurtactivering en ondersteuning van bewonersinitiatieven bij het maken van een Wijkwarmteplan, vindt de raad het belangrijk om te borgen dat bewoners, en vooral kwetsbare bewoners, goed bereikt en ondersteund worden gedurende de uitvoering, zodat iedereen mee kan komen in de transitie. De raad vraagt
Kenmerk: 2026/10392
3/7
verder aandacht voor slimme netoplossingen, warmte-as-a-service (lease-warmtepompen), voor financiële sturing op de ontwikkeling van het warmtenet en voor de mogelijkheid om groen gas te winnen uit slib met het Hoogheemraadschap van Rijnland. In bijlage 3 bij dit besluit staat het volledige overzicht van de zienswijzen en is beschreven hoe het college de zienswijzen wil meenemen bij de uitvoering van het Warmteprogramma. Advies nationale Commissie mer en vervolg Het college heeft aan de Commissie mer om een advies gevraagd over de milieueffectrapportage (planMER) bij het Warmteprogramma. In het Toetsingsadvies op milieueffectrapportage van het Warmteprogramma (zie bijlage A.6d) heeft de Commissie mer geadviseerd het MER op een aantal punten aan te vullen. De adviezen hadden betrekking op: - inzicht in de koudevraag en milieugevolgen van koeling; - uitwerking van onzekerheden van warmtebronnen en de milieugevolgen van die onzekerheden (als een bron onvoldoende tot ontwikkeling komt, zullen andere bronnen meer ontwikkeld moeten worden); - Aanvullen van onderzoeken naar milieugevolgen specifiek op buurtniveau. Het advies was voor het college aanleiding om in de uitvoering extra aandacht te besteden aan enkele milieuaspecten.
Deze aspecten zijn verder uitgewerkt in de ‘Oplegnotitie planMER Warmteprogramma gemeente Haarlem’ (zie bijlage A6.e) die met deze vaststelling een addendum wordt bij de planMER van het Warmteprogramma. Het addendum bevat nuanceringen/aanvullingen over een aantal aannames in het planMER, namelijk: 1) het besparingspotentieel in relatie tot de warmtevraag, 2) de koudevraag, 3) de milieueffecten van toekomstige warmtebronnen, 4) ruimtegebruik, 5) externe veiligheid en 6) CO2uitstoot. Na vaststelling van het addendum worden deze milieuaspecten zo meegenomen bij de uitvoering. Een deel van de adviezen van de cie mer zit op een detailniveau, locatie-specifieke afwegingen of uitvoeringsvraagstukken die beter passen bij de fase van de Wijkwarmteplannen. Dit zijn de uitvoeringsplannen die volgen uit het Warmteprogramma. Deze adviezen zijn daarom niet uitgewerkt als addendum bij de planMER, maar worden meegenomen bij de uitwerking van de Wijkwarmteplannen. Het gaat om aanvullend onderzoek op buurtniveau t.a.v. over 1) ruimtegebruik, 2) cumulatie van geluid, 3) laagfrequent geluid, 4) trillingen en straling en 5) soortenbescherming. De informatie in het addendum zorgt ervoor dat aandachtspunten met betrekking tot milieu van het Warmteprogramma goed worden meegenomen in de uitvoering. Het advies van de cie mer geeft geen aanleiding om het Warmteprogramma aan te passen.
Kenmerk: 2026/10392
4/7
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s In het Collegebesluit Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen (2025/714161) zijn de risico’s en kanttekeningen bij het vaststellen van het Warmteprogramma opgenomen. Deze waren: - Betaalbaarheid warmtenetten wordt landelijk (nog) niet goed geregeld - Netcongestie houdt langer aan dan nu gedacht. - We krijgen bewoners onvoldoende mee in de warmtetransitie - Onvoldoende capaciteit beschikbaar voor de uitvoering
4.2 Kanttekeningen 1 Nadere milieuonderzoeken voor de Wijkwarmteplannen leiden tot meer kennis over het beperken en mitigeren van milieueffecten De aandachtspunten van de planMER en het addendum worden meegenomen bij het opstellen van de Wijkwarmteplannen voor de in het warmteprogramma aangewezen buurten. Nadere onderzoeken op dat buurtniveau kunnen ertoe leiden dat milieueffecten voor bepaalde woningen, straten of gebieden dermate significant zijn, dat aanvullende mitigerende maatregelen of maatwerk nodig zijn. Deze kennis is belangrijk voor een zorgvuldige energietransitie in de stad. Daarnaast waren in het eerdere collegebesluit de volgende kanttekeningen opgenomen: - Uitvoering van het Warmteprogramma is mede afhankelijk van invloeden van buitenaf - Integraal programmeren met partners kan invloed hebben op de volgorde en planning van buurten - Anticiperen op wetgeving die nog in ontwikkeling is - Samenhang PlanMER met het Warmteprogramma 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De warmtetransitie is een langetermijn-opgave voor de gemeente Haarlem. In het warmteprogramma is de koers en uitvoeringsrichting voor de komende jaren bepaald.
In het Collegebesluit ‘Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen’ (2025/714161) van november was aangekondigd dat er in 2026 een bedrag van € 1 tot € 1,5 miljoen nodig is om het Warmtebedrijf Haarlem in 2026 stelling te brengen om als warmtebedrijf te fungeren voor Haarlem en het Warmteprogramma uit te voeren. In de Voortgangsrapportage 2026 zal aan de raad worden voorgelegd tussen €1 en € 1,5 miljoen budget vrij te maken voor de werkzaamheden die in dit jaar nodig zijn om de voortgang in de warmtetransitie mogelijk te maken. Dit bedrag is opgebouwd uit: • Kosten voor het maken van ruimte in de ondergrond in 2026;
Kenmerk: 2026/10392
5/7
• Eerste ontwikkelkosten; • Opstartkosten van het Warmtebedrijf Haarlem. In de Voortgangsrapportage zal worden voorgesteld om voor de dekking van deze incidentele kosten in 2026 gebruik te maken van de nog onbestemde middelen uit de aan de algemene uitkering toegevoegde doeluitkering die de gemeente Haarlem heeft ontvangen in het kader van de klimaaten energietransitie. Dekking voor aanvullend milieuonderzoek voor de Wijkwarmteplannen is eveneens opgenomen in de begroting. 5.2 Communicatie De definitieve vaststelling van het warmteprogramma wordt gecommuniceerd via de gemeentelijke communicatiekanalen. Daarin zal het college ook communiceren over een omgeving waar men meer kan lezen over onze aanpakken en een digitale kaart met een adreschecker waarop iedereen voor een specifiek adres kan zien wat het beleid en het handelingsperspectief is per buurt. Die kaart komt in de eerste helft van 2026 online. 5.3 Participatie n.v.t. voor dit besluit. 5.4 Juridisch Een besluit over het vaststellen van het Warmteprogramma moet na besluitvorming worden bekendgemaakt in het elektronische gemeenteblad op overheid.nl. Ook moet het Warmteprogramma worden gepubliceerd in het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO).
5.5 Planning De komende tijd ziet het proces er als volgt uit: • Het definitief vastgestelde Warmteprogramma wordt gedigitaliseerd via RX-base (de software van de gemeente Haarlem voor het digitaliseren van Omgevingsbeleid) en daarna gepubliceerd in het DSO. • Informatienota Financiën Warmteprogramma (maart): Momenteel wordt een informatienota financiën warmteprogramma opgesteld, waarin het meerjarenperspectief en de financieringsscenario’s voor de periode 2027–2030 worden uitgewerkt. De financiële consequenties van het warmteprogramma worden meegenomen in de financiële verkenning ten behoeve van de bestuurswissel. • Voor de Wijkwarmteplannen die de komende vijf jaar worden opgestart, zal het aanvullende milieuonderzoek worden uitgevoerd.
Kenmerk: 2026/10392
6/7
6. Bijlagen Bijlage 1 - Samenvatting Warmteprogramma 2026-2030 Bijlage 2 - Warmteprogramma 2026-2030 Bijlage 3 - Nota van beantwoording zienswijzen gemeenteraad De eerder vastgestelde bijlagen bij het Warmteprogramma zijn ook toegevoegd en aangevuld met: Bijlage A.6d - Toetsingsadvies op milieueffectrapportage van het Warmteprogramma Bijlage A.6e – Addendum ‘Oplegnotitie planMER Warmteprogramma’
Kenmerk: 2026/10392
7/7