CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Ontwerp-Warmteprogramma 2026-2030 vrijgeven voor inspraak

commissie Beheer 9 oktober 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18.50 uur Ontwerp-Warmteprogramma 2026-2030 vrijgeven voor inspraak (RB)4.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegebesluit

Onderwerp Ontwerp-Warmteprogramma 2026-2030 vrijgeven voor inspraak Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/519164 Berkhout, R.A.H. 5.2 Energie ECDW Jongh, I. de idedejongh@haarlem.nl Haarlem wil een duurzame, sociale en toekomstbestendige stad zijn. We werken daarom samen met bedrijven, bewoners en partners aan de beste oplossingen om in 2040 onze huizen en gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Deze ambitie is door de gemeenteraad vastgelegd in de Transitievisie Warmte (TVW, 2021) en in de Routekaart CO2-reductie. De transitie naar een aardgasvrij Haarlem biedt een gezonder en betaalbaarder woonmilieu en draagt bij aan een beter klimaat. Een aardgasvrij Haarlem is ook een bouwsteen voor een weerbaarder en onafhankelijker Nederland. Haarlem ligt tot nu toe op koers om de doelen voor CO2-reductie te halen. Om het tempo vast te houden is de komende jaren veel nodig. In onze stad zelf, maar ook stabiel rijksbeleid, nieuwe wetgeving, toegang tot financiering en technische mogelijkheden. Dit jaar krijgt de Transitievisie Warmte (TVW) uit 2021 de geplande update in de vorm van een Warmteprogramma. Hierin beschrijft het college in welke wijken en buurten ze de komende 5 jaar in gesprek gaat om aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken en op welke manier, met een doorkijk naar warmteoplossingen voor de hele stad. Zo weten bewoners en ondernemers tijdig waar ze aan toe zijn. Dat gebeurt faciliterend, en er is uiteindelijk voor elk type woning een perspectief.

Het is ook altijd mogelijk om een eigen duurzame oplossing te kiezen. Het Warmteprogramma bouwt voort op de door de raad vastgestelde kaders en uitgangspunten uit de TVW: we werken vanuit duurzaamheid, betrouwbaarheid, betaalbaarheid en samen met de stad. Naast een beeld van de meest kansrijke warmteoplossingen per buurt en het aanwijzen van die buurten waar het college de komende 5 jaar samen met bewoners aan de slag gaat met het uitwerken van Wijkwarmteplannen, wordt ook een voorgenomen warmtekavel vastgesteld. Het is de intentie van het college dit warmtekavel toe te kennen aan het Warmtebedrijf Haarlem. Het Warmtebedrijf

Kenmerk: 2025/519164

1/15

Haarlem gaat in dit gebied onderzoeken waar en hoe precies een haalbaar en betaalbaar warmtenet aangelegd kan worden. Voor het Warmteprogramma wordt de milieueffectrapportage (mer)-procedure doorlopen. Aan de hand van milieuonderzoek heeft de gemeente de verschillende alternatieven voor aardgas die in Haarlem kansrijk zijn laten beoordelen op mogelijke milieueffecten. Het Warmteprogramma en het PlanMER worden samen ter inzage gelegd. Iedereen kan zijn reactie (zienswijze) geven. Met dit besluit wordt het ontwerp-Warmteprogramma vrijgegeven voor de inspraak. Behandelvoorstel voor commissie

Het college stuurt het ontwerp-Warmteprogramma ter bespreking naar de commissie Beheer.

Relevante eerdere besluiten

-

Besluit college d.d. 23 september 2025

Notitie Reikwijdte en detailniveau van een milieueffectrapportage voor het Warmteprogramma, collegevergadering van 18 maart 2025 (2025/228939) Informatienota Bouwstenen Warmteprogramma, collegevergadering van 28 januari 2025 (2024/2078761) Informatienota Besluitvorming warmtetransitie 2025 , collegevergadering van 17 december 2024 (2024/2067186) Transitievisie Warmte, raadsvergadering van 1 juli 2021 (2021/254262); Uitvoeringsagenda Haarlemse Transitievisie Warmte, collegevergadering van 21 april 2023 ((2023/405029);

Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het ontwerp-Warmteprogramma voor inspraak ter inzage te leggen. de secretaris,

Kenmerk: 2025/519164

de burgemeester,

2/15

1. Doel van het document Dit programma biedt een strategisch kader voor de overgang naar duurzame warmtevoorzieningen in de gemeente. Het document is bedoeld voor onze inwoners en ondernemers, beleidsmakers, stakeholders en de gemeenteraad. Het biedt inzicht in de huidige situatie, toekomstige doelen en de stappen die nodig zijn om deze doelen te bereiken. Wat staat er in het warmteprogramma? • Een prognose van de meest kansrijke aardgasvrije alternatieven per buurt • Buurten waar de gemeente de komende vijf jaar met bewoners en stakeholders start om samen (Wijk)warmteplannen te maken • Aanvullende beleidskeuzes om tot de uitvoering over te gaan • Handelingsperspectief voor de buurten waar de gemeente de komende jaren nog niet start • Een aanpak per aardgasvrij alternatief: hoe we aan de slag gaan Wat staat er niet in het warmteprogramma? • Geen definitief besluit voor het aardgasvrije alternatief • Geen precieze kostenberekening • Geen inhoudelijke uitleg over onze lopende isolatie aanpakken zoals de VVE aanpak, Monumentenaanpak of aanpak Energie armoede • Geen schone opwek, elektriciteit infrastructuur of opslag van energie Het warmteprogramma is een overkoepelende visie en strategie. De volgende stap is om concrete onderzoeken te starten op wijk/buurt niveau om alle randvoorwaarden en details verder in te vullen.

Daarnaast blijven we doorgaan met de stads brede ondersteuning. 2. Aanleiding Het Warmteprogramma is de geplande update van de Transitievisie Warmte (TVW) uit 2021. Hierin beschrijft de gemeente in welke wijken en buurten ze de komende vijf jaar aan de slag gaat met het aardgasvrij maken en op welke manier, met een doorkijk naar warmtevoorzieningen voor de hele stad. Zo weten bewoners en ondernemers tijdig waar ze aan toe zijn. Het Warmteprogramma bouwt voort op de door de raad vastgestelde kaders en uitgangspunten uit de TVW: duurzaamheid, betrouwbaarheid, betaalbaarheid en samen met de stad. Met het Warmteprogramma wordt de uitvoering van de energietransitie in Haarlem verder uitgewerkt. In lijn met de in de Raad behandelde Informatienota Bouwstenen Warmteprogramma, is in het Warmteprogramma uitgewerkt: • op welke warmte-infrastructuur de gemeente inzet in de stad. Het programma biedt duidelijkheid over waar de gemeente inzet op een publiek warmtenet en in welke buurten

Kenmerk: 2025/519164

3/15

• • •

op individuele en kleinschalige warmtevoorzieningen. Dat heeft ook implicaties voor het elektriciteitsnet. In welke buurten de gemeente de komende 5 jaar aan de slag gaat met het opstellen van een Wijkwarmteplan. In welk gebied het publieke Warmtebedrijf Haarlem voor bewoners en ondernemers een aanbod voor een warmtenetaansluiting gaat ontwikkelen. Dat de gemeente het voornemen heeft om de zogenoemde ‘aanwijsbevoegdheid’ in te zetten. Met deze aanwijsbevoegdheid kunnen gemeenten vanuit hun regierol gebieden aanwijzen die binnen een nog te bepalen redelijke termijn aardgasvrij moeten worden en overgaan op een duurzame warmtevoorziening. Dat is belangrijk om de energietransitie voor iedereen zo betaalbaar mogelijk te maken. De aanwijsbevoegdheid wordt een belangrijk instrument voor gemeenten en komt voort uit nieuwe wetgeving - de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) - die naar verwachting midden-2026 in werking treedt. Met het voornemen om de aanwijsbevoegdheid in te zetten, committeert de gemeente zich aan het maken van buurtgerichte Wijkwarmteplannen om daarna, als alle seinen t.a.v. betaalbaarheid en haalbaarheid op groen staan, de aanwijsbevoegdheid daadwerkelijk in te zetten door wijziging van het Omgevingsplan.

Met behulp van gebiedsgerichte communicatie, ondersteuning en ontzorging, start daarna de uitvoering om binnen een redelijke termijn over te stappen op een aardgasvrije warmtevoorziening.

Het Warmteprogramma heeft gevolgen voor bewoners, bedrijven en organisaties in de gebieden waar dit Warmteprogramma 2026-2030 betrekking op heeft. Het college vindt daarom een zorgvuldig en transparant proces belangrijk. Aanvullend op de participatie tijdens het opstellen van het ontwerp-Warmteprogramma, worden zienswijzen uit de stad opgehaald om de bekendheid met en de kwaliteit van het Warmteprogramma verder te verbeteren. Tijdens de inspraakperiode worden daarom ook twee inloopbijeenkomsten georganiseerd. Wat betekent het warmteprogramma voor bewoners? De overstap naar duurzame warmte gaat stap voor stap. Als een buurt aan de beurt is, krijgen bewoners ruim de tijd om zich voor te bereiden. De gemeente maakt samen met bewoners, woningcorporaties en bedrijven een Wijkwarmteplan (dat is een concreet uitvoeringsplan). Hierin staat welke oplossing het meest geschikt is voor de buurt (bijvoorbeeld een warmtenet of een elektrische oplossing), hoe de planning eruitziet en welke ondersteuning bewoners krijgen. Deze fase duurt 2 jaar. Na het Wijkwarmteplan volgt een periode waarin bewoners stap voor stap hun woning klaarmaken. Denk aan extra isolatie of het aanpassen van de verwarmingsinstallatie. Daarna wordt de woning aangesloten op een warmtenet of installeren bewoners een warmtepomp.

Dat gaat zorgvuldig en in overleg, zodat bewoners voldoende tijd hebben om mee te doen en er duidelijkheid is over de kosten en de ondersteuning. Voor de voorbereiding en aansluiting wordt een redelijke termijn per buurt bepaald en die is minimaal 8 jaar. Uiteraard is er ook de mogelijkheid dat men zelf voor een eigen aardgasvrije oplossing zorgt (Opt-out).

Kenmerk: 2025/519164

4/15

Voor wijken die niet de eerste jaren op de planning staan ondersteunt de gemeente met het besparen van energie door de (lopende) isolatie acties en ondersteuning via de duurzaamheidslening of subsidieregelingen. Bewoners kunnen zelf ook maatregelen treffen, zoals tochtstrips of zuinige verlichting, en grotere stappen zoals isolatie van dak, vloer of gevel. Dit maakt de woning comfortabeler en verlaagt de energierekening. Buurtinitiatieven kunnen helpen met advies en gezamenlijke inkoop. Voor bewoners betekent het Warmteprogramma vooral duidelijkheid: in welke buurten de gemeente de komende jaren aan de slag gaat, welke warmteoplossingen daar kansrijk zijn en hoe bewoners hierbij worden betrokken. Niet alle wijken komen tegelijk aan de beurt. In de buurten waar de gemeente de komende vijf jaar een Wijkwarmteplan maakt, worden bewoners actief betrokken bij de keuzes en stappen die nodig zijn om van het aardgas af te gaan. Samen kijken we naar de beste oplossingen voor de buurt, de woningen en de bewoners zelf. Bewoners houden altijd keuzevrijheid. Ook als er een collectief warmtenet wordt aangelegd, is het mogelijk om voor een eigen, duurzame oplossing te kiezen, bijvoorbeeld met een warmtepomp. Wel geldt dat aardgas stap voor stap wordt uitgefaseerd. De gemeente helpt bewoners bij isoleren, energie besparen en het vinden van passende subsidies en leningen.

Huishoudens met een smallere beurs kunnen rekenen op extra ondersteuning. Zo zorgen we ervoor dat de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar is voor iedereen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het toenemende risico op hitte in woningen. Bij isolatie en de overstap naar een nieuwe warmtevoorziening kijken we ook naar hoe woningen in de zomer koel kunnen blijven. Denk aan zonwering, ventilatie of passieve koeling. Kortom: het Warmteprogramma geeft bewoners duidelijkheid over wanneer hun buurt aan de beurt is, welke mogelijkheden er zijn en welke hulp ze kunnen krijgen. De overstap naar aardgasvrij doen we stap voor stap, samen met bewoners en partners in de stad. 3. Beoogd resultaat Met het vrijgeven van het ontwerp-Warmteprogramma voor inspraak kunnen zienswijzen worden opgehaald waarmee het document verder kan worden uitgewerkt tot een definitief Warmteprogramma. Met het vaststellen van het definitieve Warmteprogramma wordt ook een voorgenomen warmtenetgebied (Warmtekavel) vastgesteld en wordt Warmtebedrijf Haarlem geselecteerd om hiervoor kavelplannen voor warmtenetten te maken. Op basis van het Warmteprogramma volgen, conform de in het Warmteprogramma aangegeven programmering, nadere technische en financiële uitwerkingen in gebiedsgerichte Wijkwarmteplannen. Die plannen maakt de gemeente met bewoners en ondernemers in die buurten

Kenmerk: 2025/519164

5/15

en met onze samenwerkingspartners, zoals Liander, woningcorporaties, Warmtebedrijf Haarlem, Polderwarmte en buurtinitiatieven. In het Warmteprogramma wordt deze gebiedsgerichte aanpak beschreven.

4. Onderbouwing voorstel 4.1 Het ontwerp-Warmteprogramma ter inzage leggen is de volgende stap om te komen tot een definitief Warmteprogramma. Het ontwerp-Warmteprogramma met bijlages zoals de PlanMER, verschillende technischeconomische analyses en de Participatieverantwoording wordt vrijgegeven voor inspraak. Zo wordt eenieder de gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen. Op basis hiervan kan het ontwerp definitief worden gemaakt. Het definitieve Warmteprogramma kan, via een zware voorhangprocedure, in november voor besluitvorming worden voorgelegd aan het College. 4.2 Het ontwerp-Warmteprogramma sluit aan bij eerdere besluitvorming. Eerder dit jaar is de Informatienota Bouwstenen Warmteprogramma besproken met de Commissie Beheer. Daarin waren de volgende bouwstenen voor het Warmteprogramma uitgewerkt: Bouwstenen Schaalgrootte warmtegebieden

Hoe verder uitgewerkt in het Warmteprogramma: In lijn met de voorgestelde bouwsteen is gekozen voor grootschalige warmtegebieden. In het Warmteprogramma komt dit tot uiting door het vaststellen van één groot Warmtekavel1 voor de gebieden waar een warmtenet de voorkeur heeft. Dat draagt bij aan een betaalbaar warmtenet, één tarievenstelsel voor het hele kavel en aan duidelijkheid voor bewoners in ondernemers in het kavel. Het Warmtebedrijf gaat een Kavelplan2 voor het Warmtekavel maken.

Keuze warmtebedrijf

De keuze voor het publieke Warmtebedrijf Haarlem is verder onderbouwd. Met het Warmteprogramma wordt het voorgenomen Warmtekavel toegekend aan het Warmtebedrijf Haarlem. Inmiddels is Warmtebedrijf Haarlem opgericht. Gemeente Haarlem en Firan zijn beide voor 50% aandeelhouder van het Warmtebedrijf Haarlem. Daarmee laten beide publieke partijen zien dat zij samen verantwoordelijkheid nemen voor de opgave. Firan brengt als dochter van Alliander uitgebreide kennis en ervaring in op het gebied van energie-infrastructuur, terwijl de gemeente vanuit

Kenmerk: 2025/519164

6/15

haar regierol zorgt voor publieke sturing en borging van betaalbaarheid. Financieringsstrategie

Samen met de stad Afwegingskader voor de keuze van de warmteoplossing ter vervanging van aardgas

voornemen tot inzet van de aanwijsbevoegdheid

De gemeente heeft als aandeelhouder van het Warmtebedrijf een eerste investering gedaan. De financiering van het warmtebedrijf, de gebiedsgerichte en stadsbrede aanpakken vraagt om gezamenlijke inzet van capaciteit, subsidies en investeringen. De kosten voor de aanleg van warmtenetten en de uitvoering worden de komende periode verder in kaart gebracht, uitgaande van de eerste buurten uit het Warmteprogramma. De verschillende financieringsscenario’s worden betrokken in de kadernota 2027, zodat een zorgvuldige en integrale afweging kan worden gemaakt. Het advies van de commissie om een gebruikersadviesgroep op te richten, wordt met het warmtebedrijf uitgewerkt. De informatienota beschreef dat als kosten van verschillende warmtevoorzieningen vergelijkbaar zijn, dat andere afwegingscriteria van belang zijn om tot een voorkeursoplossing te komen. Enerzijds moet een publiek warmtenet nodig zijn (maatschappelijk nut) en anderzijds ook betaalbaar. Het beschreven afwegingskader is toegepast om tot komen tot de kaart met voorkeurs-warmtevoorzieningen. Het voornemen om de aanwijsbevoegdheid in te zetten is doorgevoerd in het Warmteprogramma. Voor alle gebieden waarvoor de gemeente een Wijkwarmteplan3 gaat maken, is de intentie uitgesproken om op termijn de aanwijsbevoegdheid in te zetten.

Het daadwerkelijk inzetten van het instrument besluit de gemeenteraad door wijziging van het Omgevingsplan. In het Wijkwarmteplan moet eerst aangetoond worden dat deze stap betaalbaar en haalbaar is.

1) Een Warmtekavel is een gebied waar een warmtebedrijf een warmtenet mag aanbieden en ontwikkelen. Gebouweigenaren hebben wel altijd de keuzevrijheid om zelf op een andere manier van het aardgas af te gaan. De voorwaarde is wel dat er geen fossiele brandstof wordt gebruikt 2) Kavelplan: Binnen het Warmtekavel is het warmtebedrijf verantwoordelijk voor het maken van het Kavelplan met daarin zaken als ontwerp, kostenramingen en business case, ontwikkelen van een aanbod, aanpak voor werving en contractering van bewoners en ondernemers, aanpak voor de aanleg en exploitatie van de infrastructuur.

Kenmerk: 2025/519164

7/15

3) Wijkwarmteplannen: Na vaststelling van het Warmteprogramma vindt de nadere uitwerking voor gebieden plaats in uitvoeringsplannen (stap 6 in figuur 1). In Haarlem worden dat 'Wijkwarmteplannen'. De haalbaarheid, betaalbaarheid, kosten-efficiëntie en de energie-infrastructuur wordt onderbouwd en uitgewerkt in een Wijkwarmteplan. In deze fase wordt intensief met de omgeving geparticipeerd. Een Wijkwarmteplan dient als onderbouwing bij de wijziging van het Omgevingsplan (stap 7 in figuur 1).

4.3 Gemeentes worden verplicht om een Warmteprogramma vast te stellen Met de aankomende Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) zijn gemeenten verplicht om een Warmteprogramma vast te stellen. In de ontwerp-Wgiw/Bgiw is de deadline daarvoor eind 2026. De Wet collectieve warmte (Wcw) geeft gemeentes de mogelijk om warmtekavels vast te stellen en hiervoor een warmtebedrijf aan te wijzen. De samenhang tussen de wetten is in beeld gebracht in onderstaande stappen 1 tot 9. Figuur 1: Wettelijk verankerde processtappen

4.4 Duurzaamheid Met het uitvoeren van het Warmteprogramma wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan reductie van gebruik van fossiele brandstoffen. Naast de positieve impact van het Warmteprogramma, zijn er ook risico’s op negatieve milieueffecten. Voor het Warmteprogramma is daarom een plan-mer onderzoek uitgevoerd (bijlage bij het Warmteprogramma). Bij het maken van verdere uitwerkingen voor de warmtevoorzieningen worden maatregelen toegepast om de potentiële negatieve effecten van de gekozen oplossing zo klein mogelijk te houden (de zogenaamde mitigerende maatregelen). Waar verschillende (milieu)belangen elkaar in de weg staan, maken wij een transparante afweging van deze belangen. Op het moment dat de definitieve techniekkeuze verankerd wordt in het omgevingsplan (met de aanwijsbevoegdheid), moeten de gemaakte afwegingen en keuzes transparant en navolgbaar zijn. Bij

Kenmerk: 2025/519164

8/15

de gebiedsgerichte aanpakken (Wijkwarmteplannen) worden de relevante aandachtspunten uit het plan-mer gehaald en de daarbij horende mitigerende maatregelen. Het college neemt ook de positieve effecten op het milieu (zoals CO₂-besparing) mee in de afwegingen. 5. Risico’s en kanttekeningen 5.1 Risico’s 1 Betaalbaarheid warmtenetten wordt landelijk niet goed geregeld Als de landelijke overheid niet zorgt voor instrumenten om collectieve netten betaalbaar te maken wordt het lastig om gebouweigenaren in Haarlem een betaalbaar aanbod te doen. Omdat collectieve warmtenetten voor een groot deel van de stad het voorkeursalternatief is heeft dit gevolgen voor het realiseren van onze doelstelling om onze energie-infrastructuur aan te passen. Verder gaan meer gebouweigenaren dan al aan de slag met individuele oplossingen. Dit kan tot gevolg hebben dat collectieve warmteoplossingen niet meer betaalbaar worden voor de achterblijvers en zij ook over moeten gaan op een individuele oplossing met hogere kosten en vergroting van druk op het elektriciteitsnet (en bij luchtwarmtepompen meer geluidshinder, toename van hittestress en negatieve effecten op ruimtelijke kwaliteit). We blijven lobbyen voor rijksregelingen om collectieve warmteoplossingen betaalbaar te maken.

We houden innovatieve oplossingen in de gaten en wanneer netcongestie is opgelost kunnen we buurten naar voren halen waar individuele warmtepomp het voorkeursalternatief is. 2 Netcongestie houdt langer aan dan nu gedacht. Als netcongestie langer aanhoudt kunnen gebouweneigenaren die over willen stappen naar een individuele warmtepomp of buurten waar dit de voorkeursoplossing is de overstap niet maken omdat de netuitbreiding niet op tijd gereed is om deze warmtepompen te kunnen aansluiten. Buurtwarmtenetten waarbij gebruik wordt gemaakt van een collectieve warmtepomp krijgen geen netaansluiting waardoor bron niet gerealiseerd kan worden en het langer duurt voordat bron verduurzaamd kan worden. Dit heeft tot gevolg dat gebouweigenaren langer gebruik moeten maken van aardgas en daarmee onze doelstellingen niet worden gehaald. We zetten vol in op het aardasvrij gereed maken en de isolatie aanpak. En gaan op zoek naar innovatieve mogelijkheden voor opslag van energie. Door samen met Liander te programmeren houden we zoveel mogelijk grip op de planning. 3 We krijgen bewoners onvoldoende mee in de warmtetransitie Voor het aardgasvrij maken van de stad is het cruciaal om gebouweigenaren en -gebruikers te motiveren om mee te doen aan de verduurzaming van hun woning en wijk of buurt. Bij onvoldoende draagvlak vertraagt de warmtetransitie.

Door organisatie van een zorgvuldig participatieproces en buurtinitiatieven een plek te geven bouwen we aan draagvlak voor de transitie. Om de kansen te vergroten dat bewoners mee gaan doen nemen we ruim de tijd om te komen tot een wijkwarmteplan, geven we de maximaal mogelijke

Kenmerk: 2025/519164

9/15

ondersteuning en starten we in gebieden waar werkzaamheden reeds gepland zijn en logische momenten zijn om aan de slag te gaan met verduurzaming van huizen. 4 Onvoldoende capaciteit beschikbaar voor de uitvoering De warmtetransitie vraagt veel mensen en middelen. Er is risico dat er te weinig capaciteit beschikbaar is bij gemeente, partners of uitvoerende bedrijven. Dit kan leiden tot vertraging van plannen. Haarlem speelt hierop in door vroegtijdig samen te werken met partners, kennis te bundelen en capaciteit slim te plannen en te prioriteren. 5.2 Kanttekeningen 1 Uitvoering van het Warmteprogramma is mede afhankelijk van invloeden van buitenaf Haarlem wil een duurzame, sociale en toekomstbestendige stad zijn. We werken daarom samen met bedrijven, bewoners en partners aan de beste oplossingen om in 2040 onze huizen en gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Deze ambitie is door de gemeenteraad vastgelegd in de Transitievisie Warmte (TVW, 2021) en in de Routekaart CO2-reductie. De transitie naar een aardgasvrij Haarlem biedt een gezonder en betaalbaarder woonmilieu en draagt bij aan een beter klimaat. Een aardgasvrij Haarlem is ook een bouwsteen voor een weerbaarder en onafhankelijker Nederland. Haarlem ligt tot nu toe op koers om de doelen voor CO2-reductie te halen. Om het tempo vast te houden is de komende jaren veel nodig.

In onze stad zelf, maar ook stabiel rijksbeleid, nieuwe wetgeving, toegang tot financiering en technische mogelijkheden. 2. Integraal programmeren met partners kan invloed hebben op de volgorde en planning van buurten De uitvoering van het Warmteprogramma doet de gemeente met partners Liander en de woningcorporaties en eigen afdelingen t.a.v. groot onderhoudsprojecten, herinrichtingen en ontwikkelzones. Verschuivingen in programmeringen van onze eigen projecten en van andere partners kunnen invloed hebben op de fasering in het Warmteprogramma. 3. Anticiperen op wetgeving die nog in ontwikkeling is Met het opstellen van het Warmteprogramma is geanticipeerd op aankomende wetgeving. Daarvoor is uitgegaan van concept-wetteksten. 4. Samenhang PlanMER met het Warmteprogramma Met het mer zijn de eventuele milieueffecten van het Warmteprogramma onderzocht op plan/programma-niveau. Het mer wordt gebruikt om het Warmteprogramma te verbeteren en om passende mitigerende en compenserende maatregelen toe te passen in de uitvoeringsfase. Het is daarmee een goede aanvulling op het afwegingskader zoals opgenomen in het Warmteprogramma. Het definitieve Warmteprogramma kan niet worden vastgesteld zonder een advies van de commissie mer. Eventuele vertragingen in de mer-procedure kan invloed hebben op de planning en dus uitvoering van het Warmteprogramma.

Kenmerk: 2025/519164

10/15

6. Consequenties en uitvoering 6.1 Financiën De warmtetransitie kost veel geld. Zo wordt er geïnvesteerd in het aanleggen en verbeteren van warmte- en elektriciteitsnetten. Ook is er geld nodig voor het isoleren van gebouwen en voor het bouwen van installaties die duurzame energie opwekken en opslaan. De kosten worden samen gedragen door overheid, ondernemers en inwoners. Warmte- en netwerkbedrijven investeren in de infrastructuur. Het aansluiten van duurzame warmtebronnen doen we samen met het publieke warmtebedrijf en Polderwarmte. Inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren hebben een belangrijke rol. Zij investeren in hun eigen woning of gebouw om deze geschikt te maken voor duurzame warmte. Voor de uitvoering van de warmtetransitie zijn verschillende financiële middelen nodig, in elk geval voor: - De kapitaalbehoefte van het warmtebedrijf, denk hierbij aan een storting van het eigen vermogen of aantrekken van vreemd vermogen. Het warmtebedrijf heeft te maken met aanloop- en ontwikkelkosten wat deze kapitaalbehoefte genereert. Voor warmtenet Meerwijk heeft de gemeente vanuit haar rol als aandeelhouder een storting gedaan bij de oprichting van het warmtebedrijf. Voor financiering van de projecten zal er eigen vermogen worden aangewend om vreemd vermogen aan te trekken, bijvoorbeeld bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Dit vreemd vermogen brengt rentelasten met zich mee.

- Het optimaliseren van de businesscase. Om een concurrerend aanbod aan te kunnen bieden aan huishoudens in het warmtekavel, voorzien wij de inzet van subsidies en het afdekken van risico’s. - De voorbereiding in de openbare ruimte, denk hierbij aan het verleggen van buizen of reserveren van ruimte in de ondergrond (investeringskosten). - De ondersteuning van de bewoners en eigenaren om in de startwijken uit het warmteprogramma een goede start te maken. - De benodigde capaciteit bij de gemeente voor beleid en planvorming. Voor het uitvoeren van de gemeentelijke plannen is geld nodig. Van de gemeente, maar ook van het rijk. Deze middelen zijn belangrijk om betaalbare oplossingen mogelijk te maken en om onze uitvoeringskosten te dekken. De betaalbaarheid van de warmtenetten is op dit moment landelijk nog niet voldoende geregeld. In 2025 hebben we circa 5 miljoen euro ontvangen via de tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat en Energie (CDOKE). Een gedeelte van deze middelen zijn beschikbaar voor de warmtetransitie. Het Rijk zal blijven bijdragen tot 2030. Voor een succesvolle uitvoering is het belangrijk dat er structureel geld beschikbaar komt en blijft.

Kenmerk: 2025/519164

11/15

Een deel van de financiële middelen bestaat uit subsidies, waar ook op dit moment landelijke subsidieregelingen voor zijn. We voorzien dat de gemeente zelf ook eigen middelen ter beschikking moet stellen. De benodigde kosten en waardeontwikkeling van de investering van de warmtenetten brengt het college de komende periode in kaart, uitgaande van de eerste buurten uit het Warmteprogramma. Voor het komend jaar verwachten we voldoende middelen beschikbaar te hebben. De verschillende financieringsscenario's voor de komende jaren zullen betrokken worden in de kadernota 2027 voor een integrale afweging. Nadere informatie hierover volgt.

6.2 Communicatie en participatie a) Communicatie en participatie tijdens de totstandkoming van het Warmteprogramma Bij het opstellen van het Warmteprogramma heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden met samenwerkingspartners, zoals woningcorporaties, warmtebedrijven, Liander en buurtinitiatieven. Ook is input opgehaald van bewoners en ondernemers via een digitale vragenlijst en twee inloopbijeenkomsten. De participatie en hoe de participatie heeft bijgedragen aan de kwaliteit van het Warmteprogramma is beschreven in de Participatieverantwoording die als bijlage is toegevoegd bij het Warmteprogramma. Met dit besluit wordt het ontwerp-Warmteprogramma voor 6 weken ter inzage gelegd vanaf 29 september. Tijdens de inspraakperiode organiseert de gemeente twee inloopbijeenkomsten. Bewoners en ondernemers kunnen hier vragen stellen en hun mening geven over het Ontwerp-Warmteprogramma. Alle reacties worden afgewogen in de nadere uitwerking tot een definitief Warmteprogramma. De definitieve vaststelling van het warmteprogramma wordt ook gecommuniceerd via onze gemeentelijke communicatiekanalen.

Daarin zal het college ook verwijzen naar een omgeving waar men meer kan lezen over onze aanpakken en een digitale en interactieve kaart waarop men kan zien wat het beleid en het handelingsperspectief is voor bewoners per buurt b) Bestuurlijke communicatie Het Warmteprogramma bouwt voort op de Transitievisie Warmte (TVW). Net als bij de TVW wordt er een uitvoeringsagenda opgesteld waarin verslag wordt gedaan van de projecten die bijdragen aan de doelen uit het Warmteprogramma. Het college kiest ervoor om deze halfjaarlijkse uitvoeringsagenda te verbreden naar de gehele Haarlemse energietransitie en niet alleen warmte. In het voorjaar 2026 zal de eerste update van deze uitvoeringsagenda energietransitie aan de gemeenteraad worden aangeboden.

Kenmerk: 2025/519164

12/15

c) Communicatie en participatie tijdens de uitvoering van het Warmteprogramma De overstap naar duurzame warmte is een traject dat ons als stad bindt: bewoners, ondernemers, woningcorporaties, bedrijven, buurtinitiatieven en de gemeente zetten samen stap voor stap de koers uit naar een aardgasvrij Haarlem. Geen enkele partij kan dit alleen; juist door samenwerking en betrokkenheid kunnen we vooruitgang boeken. Iedere kleine stap – van isoleren tot het ontwikkelen van een uitvoeringsplan – draagt bij aan het gezamenlijke doel van een toekomstbestendige, betaalbare en duurzame stad. c.1) Gebiedsgerichte communicatie en participatie Zodra een buurt start met een uitvoeringsplan, zetten we actieve communicatie en participatie in. Inwoners, corporaties en ondernemers worden vroegtijdig betrokken, zodat wensen, vragen en zorgen meegenomen worden. Dit betekent dat we maatwerk per wijk leveren, de aanpak optimaal wordt afgestemd op het bewonersprofiel van de wijk, de aanpak inspeelt op zorgen en behoeften en garandeert dat bewoners tijdig en volledig worden geïnformeerd. Tegelijkertijd krijgen zij de gelegenheid om actief mee te denken over oplossingen die passen bij hun wijk. c.2) Stadsbrede communicatie en vertrouwen Naast de gebiedsgerichte aanpak is er een stadsbrede communicatielijn.

Campagnes richten zich op energie besparen en worden toegespitst op specifieke doelgroepen, zoals kwetsbare Haarlemmers, huurders, ondernemers, VvE’s en bewoners van monumenten en erfgoed. We bouwen aan vertrouwen en zetten in op een langdurige relatie met de stad. Onderdeel hiervan is het communiceren van voorbeelden van Haarlemmers die al succesvol zijn overgestapt op een duurzame energiebron. De transitie naar duurzame warmte is een proces van vele jaren; continuïteit en betrouwbaarheid in de communicatie zijn daarom essentieel. c.3) Handelingsperspectief voor bewoners Ook in buurten die voorlopig niet aan de beurt zijn, kunnen bewoners al stappen zetten. Isolatie, energiebesparing en het benutten van beschikbare regelingen dragen altijd bij. Zo kan iedere Haarlemmer zich, op eigen tempo, voorbereiden op een aardgasvrij Haarlem. 6.3 Juridisch Tijdens de inspraakperiode krijgt iedereen de gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke vereiste om de mogelijkheid te bieden aan belanghebbenden om bedenkingen kenbaar te maken. Met het Warmteprogramma wordt geanticipeerd op de verwachte Wet collectieve warmte (Wcw, de nieuwe warmtewet) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) doordat:

Kenmerk: 2025/519164

13/15

1. De gemeente met het Warmteprogramma een voorgenomen Warmtekavel vaststelt en hiervoor een warmtebedrijf aanwijst. Een Warmtekavel is een gebied waar een warmtebedrijf een warmtenet mag aanbieden en ontwikkelen. Gebouweigenaren hebben wel altijd de keuzevrijheid om zelf op een andere manier van het aardgas af te gaan. De voorwaarde is wel dat er geen fossiele brandstof wordt gebruikt. 2. De gemeente aangeeft op termijn de aanwijsbevoegdheid in te willen zetten.

Geheimhouding Niet van toepassing. 6.4 Planning De komende tijd ziet het proces er als volgt uit: • De Inspraak start eind september en is 6 weken. Tijdens de inspraak worden twee inloopbijeenkomsten voor bewoners en ondernemers gehouden. In deze periode worden ook Provincie, Liander en buurgemeentes geconsulteerd. • In november wordt op basis van de zienswijzen uit de stad het warmteprogramma voorlopig vastgesteld en voorgelegd aan de gemeenteraad voor advies via de zware voorhangprocedure. • Met de vaststelling van het Warmteprogramma wordt ook het voorgenomen Warmtekavel vastgesteld en toegewezen aan, het inmiddels opgerichte, Warmtebedrijf Haarlem. • In de kadernota van 2027 volgt een eerste afweging voor storting financiële middelen. De uitvoering van dit programma heeft financiële consequenties welke betrokken worden bij de kadernota 2027. De raad wordt voor die tijd geïnformeerd over financiering van het warmteprogramma en de instrumenten die de gemeente hierbij kan inzetten. • Halfjaarlijks volgt een update uitvoering aanpak energietransitie Haarlem 7.

Bijlagen Bijlage 1 – Samenvatting Ontwerp-Warmteprogramma 2026-2030 Bijlage 2 – Ontwerp-Warmteprogramma 2026-2030 De volgende bijlagen horen bij dit Ontwerp-Warmteprogramma: A) Feiten, analyserapporten en onderzoeksgegevens A.1 - Doorkijk naar buurten die in het volgende Warmteprogramma waarschijnlijk aan de beurt zijn A.2 - Informatie over de gebieden die de komende 5 jaar aan de beurt zijn

Kenmerk: 2025/519164

14/15

A.3 - Analyserapport Warmteprogramma; een technisch-economische analyse uitgevoerd door De Warmtetransitiemakers A.4 - Ontwerp-rapport voorkeursoplossingen Warmteprogramma - Afwegingskader ontwikkeld en toegepast met De Warmtetransitiemakers A5 - Nadere uitwerking bronnenstrategie voor Warmteprogramma Haarlem (door Greenvis en Fakton) A6 - PlanMER Warmteprogramma gemeente Haarlem (door Haskoning).

B) Participatie B.1 Participatieverantwoording B.2 convenant Integrale programmering verduurzaming gebouwen en energie-infrastructuur 2025– 2040

Kenmerk: 2025/519164

15/15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16017912/1