CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

01-22 Transcript commissie Samenleving 22 januari 2026

commissie Samenleving 5 maart 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 22 januari en 12 februari19.302 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorzitter, femicide staat nooit op zichzelf, maar bestuurlijke vrijblijvendheid ook niet. Als raad hebben wij de plicht om niet alleen kennis te

16

nemen van inspanningen, maar om te zorgen dat die inspanningen leiden tot afdwingbare bescherming. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer El Aichi. Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Ik wil me graag aansluiten bij de woorden van het CDA. En verder afstand nemen van de bijdrage van Trots Haarlem, want die zondebokpolitiek dat trekt het debat weg van het echte structurele probleem. De voorzitter: Duidelijk. Dank u wel, mevrouw Moedt. Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Ik heb een kleine aanvulling op onze inbreng van daarnet. Ik raad iedereen en zeker ieder lid van deze commissie, de op dit moment lopende documentaireserie Fase 8: Femicide op NPO Start aan, met woensdag 28 januari ook speciale aandacht voor juist daders. In het kader van ons gesprek van daarnet een goede aanrader. Ik heb ook één aanvullende vraag, want ik heb het niet goed terug kunnen vinden. In hoeverre zijn de jeugdartsen op de scholen goed op de hoogte van het plan van aanpak? En is er inmiddels ook echt op alle scholen een jeugdarts beschikbaar? Hoewel ik mij kan voorstellen dat deze wethouder dat misschien niet weet en dat ik dat even technisch moet uitvragen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Scholten. Mevrouw Booms. Mevrouw Booms-Van der Meer: Dank u, voorzitter. Er zijn … In het hele plan is heel veel aandacht voor alle instanties, politie, Veilig Thuis en zo.

Zelf geloof ik heel erg in preventie en in het bewustmaken van de Haarlemmers, van de jongeren, van de kinderen en misschien kan de wethouder iets vertellen over wat we daar op dit moment voor doen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Booms. Mevrouw Bastiaans. Mevrouw Bastiaans: Voorzitter, dank u wel. Dank aan het college voor de voortgangsrapportage of voortgangsnota. Goed om te zien dat er na de bespreking in april concrete stappen zijn gezet. Met name is positief dat de wachtlijst vrouwenopvang is teruggedrongen. Maar zoals de inspreker onder andere net al noemde is er ook veel bestuurlijke afstemming, maar het gaat uiteindelijk om de concrete uitkomst. Namelijk meer preventie, werd net ook al genoemd en minder slachtoffers. De PvdA sluit zich aan bij de zorgen van GroenLinks ook over Veilig Thuis en de snelheid van handelen. De wettelijke taken van Veilig Thuis zijn, dat werd vandaag nog genoemd ook in de beantwoording van de technische vragen, veiligheidsbeoordeling, veiligheidsmaatregelen en veiligheidsafspraken, maar deze wettelijke taken mogen niet in de weg staan van snelheid van handelen. Wij krijgen signalen dat Veilig Thuis niet altijd snel reageert. We zouden liever zien dat als er een melding is, er eerst wordt gewerkt aan een veilige situatie en dat er daarna verder onderzoek plaatsvindt en kijken wat de beste aanpak is.

Dat zou de houding wat ons betreft beter moeten zijn dan eerst allerlei dingen gaan onderzoeken. We zouden ook graag zien, dat noemde het CDA net onder andere ook al, dat Veilig Thuis zo snel mogelijk gaat deelnemen aan ZSM, Zorgvuldig snel en maatwerk. En we begrepen dat de kosten voor aansluiting tussen de 75.000 en 200.000 euro bedragen. We vragen aan de wethouder: is het college zelf al aan het kijken hoe dit geld vrijgemaakt kan worden? We sluiten ons aan over die preventie. En we nemen zeker ook afstand van om de bijdrage van Trots Haarlem. Elke acht dagen wordt er een vrouw vermoord. Daar moeten we ons nu op richten. En het is altijd goed om zorgvuldig te werk te gaan en geen tunnelvisie te hebben. Maar wat PvdA betreft, ik hoor dat hier overal, is nu de aanpak van femicide veel

17

belangrijker om daar grote aandacht aan te geven en ook geen onderscheid te maken in achtergrond. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bastiaans. Zijn er verder nog bijdragen vanuit deze commissie op dit onderwerp? Nee, dan wil ik alvast deze commissie van harte bedanken voor uw bijdragen op dit belangrijke onderwerp. En dan geef ik graag het woord aan de wethouder. Ga uw gang. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. En inderdaad een ontzettend belangrijk onderwerp, wat in Haarlem denk ik al lange tijd op de agenda staat. En dat is volgens mij ook zeer terecht en noodzakelijk, wat ook al net werd gezegd, om daarbovenop te blijven zitten. En dat is ook wat we doen. Ik wil daar nog wel even op wijzen, want het lijkt alsof sommige mensen zeggen van het is heel veel taal of het is heel veel afspraak, et cetera. Het plan van aanpak waar dit de stand van zaken van is, is gezamenlijk gemaakt. Het is een product van alle partners in de keten of het netwerk, keten klinkt altijd alsof het allemaal achter elkaar is, maar het is meer een soort netwerk. En dat is ook essentieel, want die samenwerkingsafspraken die er ook al zijn en die ook verder worden uitgebreid, juist door deze samenwerking, die zijn wel de basis voor al die casuïstiek die de echte gevallen waar mensen elke dag mee bezig zijn. Het is wel een weerbarstig terrein.

Werd net ook al gezegd van landelijk ingewikkeld. Daar zijn wel gelukkig goede ontwikkelingen. Dat heeft u ook allemaal in de media kunnen volgen, maar bijvoorbeeld de capaciteit of de personeelstekorten is zeker wel een relevant onderwerp. En daar kunnen we ons … Het is niet dat je je daarachter verschuilt, maar je gaat wel met elkaar kijken wat kun je daaraan doen? En ik denk dat het misschien goed is om daar een paar dingen in te benoemen, die hier ook aan de orde zijn gekomen. Dat is enerzijds Veilig Thuis. Want wat we hebben gezien afgelopen jaar, is waarschijnlijk ook mede door alle aandacht die er is voor huiselijk geweld, voor femicide ook, dat er flink veel meer meldingen en adviesaanvragen zijn bij Veilig Thuis. Dat is op zich denk ik goed. Zij worden beter of vaker gevonden, maar dat betekent wel dat de werkdruk oploopt. Zij hebben een systematiek met allerlei afspraken over wanneer wat moet worden opgepakt. Maar we zien wel dat die werkdruk heel erg hoog is en daar moeten we iets aan doen. Dat zijn zaken die wij bespreken in de bestuurscommissie vanuit de VRK, die echt gaat over maatschappelijke zorg. Daarin zitten we met allerlei andere regiogemeenten aan tafel.

En wat we daar concreet op tafel hebben liggen, is zeker wel de vraag van Veilig Thuis van hoe kunnen we toch de capaciteit uitbreiden? Daar ben ik als vanuit gemeente Haarlem in ieder geval voorstander van. En we zijn op dit moment aan het puzzelen, deze week ook, hoe we dat echt gaan doen. Ik denk dat dat belangrijk is. Ik denk ook dat het goed is om daar wel naar te kijken, hoe doe je dat met enige flexibiliteit? Want er zit wel een soort golfbeweging in. Je weet ook niet zeker of dat zo blijft. Dat betekent ook wel een behoorlijke financiële opgave. En het maakt het ook altijd wel ingewikkeld dat het met meerdere gemeenten, is ook zeker in een verkiezingsjaar, waar wij bijvoorbeeld ook niet een hele Kadernota hebben. We zijn aan het kijken hoe we dat kunnen oplossen met elkaar. En dat geldt ook voor ZSM, waar de PvdA naar vroeg. Dat is iets waar de burgemeester en ik ook op bezoek zijn geweest, op werkbezoek, om zo even goed kijken van wat is de toegevoegde waarde om Veilig Thuis aan te laten sluiten? Wij zien die toegevoegde waarde zeker. En ik ben ook als centrumgemeente in gesprek met de regio Alkmaar en regio Zaanstad of de Zaanstreek. Over hoe we dan uiteindelijk en welke variant we kiezen van ZSM en hoe we dat uiteindelijk financieren met elkaar. Want het is belangrijk dat die andere regio's ook meedoen. We zijn daar hard mee bezig.

Het is niet altijd even makkelijk, eerlijk gezegd. En ik denk ook wel dat het terugkomt bij u wellicht, met een extra vraag voor financiële middelen, omdat ik denk ook inderdaad dat de tekorten groot zijn. Ik denk ook dat we kunnen stellen, bijvoorbeeld de vrouwenopvangplekken zijn van groot belang. Daar is vanuit het rijk 12 miljoen euro extra voor beschikbaar gesteld in heel Nederland. Daar zijn we in VNG-verband over aan het soebatten geweest, over hoe we dat dan gaan besteden. Uiteindelijk is onze insteek, waar ze het best gerealiseerd kunnen worden, daar moeten we als eerste op inzetten. Dat kan wat ons betreft ook in onze regio, dat is een

18

wat grotere regio. De Blijf Groep-regio. En daar zijn we dus ook heel erg hard mee bezig, om te kijken of wij hier extra, ik bedoel niet alleen Haarlem, maar in onze regio, extra plekken kunnen realiseren. En hopelijk kunnen we daar ook snel uitsluitsel over geven. Maar dat is ook iets waar we heel erg op inzetten, los van dat drukken op de doorstroming of de uitstroom uit de vrouwenopvang versnellen, wat zeker inderdaad werkt om daar echt bovenop te zitten. Dat betekent dat we dat ook blijven doen en dat het ook gelukkig vruchten afwerpt. Ook gelukkig in de andere regio’s inmiddels. Dan een volgende rapportage. Ik denk ook dat het belangrijk is dat we met elkaar dit onderwerp in de gaten houden. We hebben gezegd in 2026 gaan we verder met de acties, de zes acties zoals ze benoemd zijn. Dit is een tussenrapportage, wat we al hebben gedaan. Maar ik denk dat het goed is dat we in 2026 kijken hoe borgen we dat nu op de langere termijn? En dat we dus over een jaar hier weer terug laten komen, zodat u ook vinger aan de pols kan houden. Laten we dat doen. Ook de vraag van D66 over de kinderrechtentoets. Volgens mij, ik denk dat het goed is om dat ook hierop los te laten. Ik denk ook dat we dat dan dit jaar zouden moeten doen, dat we daarop terugkomen om het resultaat daarvan te delen. Even kijken. De regie. Er waren ook nog wat vragen over de regie.

Wie heeft nu regie? We hebben laatst hier ook het stuk besproken, het nieuwe Koersplan huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarin is juist heel erg veel aandacht voor die regie, voor die casusregie. Je begint met de wat minder complexe voorbeelden, gevallen, kwesties, waar ook het wijkteam een grote rol in heeft, maar natuurlijk is dat niet bij de complexe casuïstiek het geval. En wat we dus proberen in dat nieuwe Koersplan, is juist die casusregie te versterken. Waardoor je ook zeker weet dat niemand een casus, het klinkt een beetje plastisch, maar u weet allemaal denk ik wat ik bedoel, niet loslaat voordat een andere partner dat vast heeft. En dat is denk ik heel erg belangrijk. Dat is ook heel erg belangrijk voor de partners, de organisaties. Ik ben ook zelf een van de ambassadeurs van die aanpak. En dan hoor je ook terug hoe belangrijk het is dat iedereen op elkaar kan bouwen en dat daar ook hele scherpe afspraken over zijn, wie waarvan is op welk moment. Daar is hopelijk ook verbetering in zichtbaar op korte termijn. En daar hebben we laatst ook wat langer bij stilstaan. GroenLinks vroeg naar Filomena. Ik ben ook een Filomenafan. Dat is een aanpak, niet alleen een integrale aanpak, want dat doen wij ook al voor een groot deel, maar ook vooral vind ik het inlooppunt wat zij hebben in Rotterdamecht een mooi voorbeeld.

Daar is die in Rotterdam, want ik heb ook eerder overleg over gehad, het inlooppunt voor alle vrouwen die slachtoffer zijn, die kunnen binnenlopen. Het is heel laagdrempelig. Er wordt echt veel gebruik van gemaakt. Ik denk dat dat echt heel erg positief is. Daar is die wel gekoppeld aan het centrum seksueel geweld. Dat hoeft niet altijd, maar daar is dat wel zo georganiseerd. Het lastige is, die zit bij ons in Hoofddorp bij het Spaarne Gasthuis. Mijn stille hoop is dat als het Spaarne Gasthuis eindelijk kiest voor Haarlem-Zuid, dat we misschien ook wel zouden moeten kijken of we daaraan kunnen koppelen wat het zou betekenen om bijvoorbeeld een Filomena inlooppunt te creëren. Ik denk sowieso, want we hebben nog niet een kaart wat dat betekent, maar ik denk wel dat het een heel interessant voorbeeld is uit andere gemeenten waar wij eens naar zouden moeten kijken. Ik denk dat ik het hier even bij laat en het woord geef aan de burgemeester, als dat mag, voorzitter. De voorzitter: Burgemeester, fijn dat u bent aangeschoven. U bent hier vanuit uw portefeuille veiligheid. Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Dank. Goed om met elkaar aandacht te besteden aan een zo belangrijk onderwerp. Ik begrijp ook de behoefte om, werd gezegd harde garanties, snelheid van handelen, meetbare indicatoren, et cetera. Probeer het zo hard mogelijk te maken.

Toch denk ik met de wethouder, dat wat ondertussen op gang gekomen is aan bewustwording, aan veel meer attent zijn van alle instanties op de signalen die er zijn en op de noodzaak om daarin samen te werken, dat je dat echt niet moet onderschatten. Harde garanties, hoe graag iedereen dat ook zou hebben, daarvan weten we ook met elkaar, die kunnen wij hier niet geven. Wij kunnen hier niet zeggen van er is een harde garantie, in Haarlem komt er nooit femicide voor. Dat is onmogelijk, maar

19

we doen er wel alles aan om ervoor te zorgen dat instanties alert zijn, signalen oppakken en hulp geven waar dat kan. Er zijn een aantal hele concrete vragen gesteld over tijdelijk huisverbod, een laag aantal relatief. Dat is niet alleen hier zo. We hebben in het verleden weleens hogere aantallen gehad. En dan is de vraag: hoe komt dat? Is die drempel dan te hoog? Een van de dingen waar we naar kijken, is van de politie is de belangrijkste ingang. Als er een melding is bij de politie, de politie gaat ernaartoe en zegt: hier is echt sprake van geweld of van ernstige dreiging van geweld, dan wordt er altijd een proces voor een tijdelijk huisverbod ingezet. En dat wordt ook altijd voorgelegd aan de burgemeester. Ik ken alle gevallen die in Haarlem spelen, want ze komen altijd bij mij terecht. Zelfs, want dan wordt er een hele lijst ingevuld van wat er aan de hand is, indicaties en dan volgt er in het systeem een advies om op basis van al die indicaties of te komen tot een tijdelijk huisverbod of om het niet op te leggen. Maar ook als het advies is om het niet op te leggen, wordt het voorgelegd aan mij. En dan heeft dat in principe betrekking op tien dagen. In die tien dagen vindt er een gesprek plaats met de betrokkenen. Zowel degene die dader is, als slachtoffer, met vaak een verschillende visie op wat er aan de hand is en wat er precies gebeurd is.

Er werd ook gevraagd van moet je dat niet uit elkaar halen? Dus dat je ze niet samen hoort. Want een van de eisen is dat je dan beiden bij elkaar brengt om een gesprek te voeren en vervolgens te concluderen van kan de maatregel worden opgeheven of moet die worden verlengd? En voor degenen die zich zorgen maken dat dan misschien het slachtoffer toch weer geïntimideerd wordt, er zijn altijd twee stappen. De ene is het systeemgesprek, waarbij allerlei instanties betrokken zijn om te kijken wat voor afspraken kunnen we maken over begeleiding, over bepaalde aanpassingen in gedragingen? Maar er is ook een apart contact met zowel de dader of vermeende dader en het slachtoffer, om van beide onafhankelijk van elkaar te horen hoe zij ertegenaan kijken. Verlenging of niet? En volgens mij is het echt een heel zorgvuldig proces. Waar we nu aan het kijken zijn, dat is die rol van kinderen. En of er misschien ook nog een andere ingang voor zo'n tijdelijk huisverbod mogelijk moet zijn dan alleen via de politie. Want dan is het altijd op basis van een ernstig incident waar de politie bij gehaald wordt. Dat is iets waar we naar kijken.

Ik denk de opmerkingen van Trots, ik kan me goed voorstellen dat sommige mensen ook wel een beetje schrikken van jongens, we weten met elkaar dat we een heel ernstig probleem hebben en is dan het grootste probleem van is de dader wel echt altijd de dader? Maar ik weet dat er echt wel heel zorgvuldig ook gekeken wordt. Iedereen doet zijn verhaal. Het is niet zo dat als er iemand zegt van hij heeft dit of dat gedaan, dat er dan direct gezegd wordt van dat is zo. Maar het wordt wel heel serieus genomen en de ander doet ook zijn verhaal. En dat is vaak ook heel erg lastig. Ik moet ook zeggen: zo nu en dan zie je dossiers waarbij je zegt van tjonge, wat een ingewikkelde situatie is dit. Maar we worden steeds attenter op de indicaties die er zijn van jongens, hier is echt iets goed mis. En daar proberen we dan op te acteren. Ten aanzien van het meldpunt. Volgens mij zijn er nu ondertussen al twee meldpunten waar we over praten. De een is dan met het oog op signalen, indicaties die te maken hebben met relaties en de andere met onveilige plekken in de stad. In beide wordt erover gesproken. Wij hebben als college al eerder aangegeven, we moeten ook een beetje uitkijken dat we niet overal aparte meldpunten voor maken, zonder dat dat echt helpt naar oplossingen. Maar we zijn wel aan het kijken van kunnen wij in ieder geval en daar kom ik op terug. Dat heb ik ook beloofd pas geleden.

Ik weet het. Nu was de vraag van GroenLinks, maar het is eerder door mevrouw Bastiaans ook gevraagd. Maar ik kom erop terug of wij wel op de beste manier … De eerste lijn is altijd de politie, want dat is snelheid. Dat betekent direct ernaartoe gaan. Dus het meldpunt van een acute situatie is de politie, want die kan er ook direct iets mee doen. Maar daarnaast, als het gaat om onveilige plekken, maar ook als het gaat om bepaalde indicaties, dan zijn we aan het kijken van hebben wij voldoende helder waar je dan precies moet zijn? Want de verschillende instanties die zich met dingen bezighouden, maken het niet makkelijker voor mensen om te weten van waar moet ik dan zijn? En daar komen we op terug. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen aan hetzij de burgemeester, hetzij de wethouder? Mevrouw Özogul, ga uw gang.

20

Mevrouw Özogul: Ik had een vraag gesteld over met een migratieachtergrond of de wethouder dat erkent en welke stappen in Haarlem ondernomen worden. De voorzitter: Wethouder, ga uw gang. Wethouder Van Loenen: Het is wel zo dat er ook in verschillende talen alles beschikbaar is. Zowel bij de Blijf Groep als Veilig Thuis en ook tolken beschikbaar zijn. Ik denk wel dat het terecht is dat u ook net onderscheid maakte. Want we hebben het hier over de aanpak femicide, dat we moeten voorkomen dat dat lijkt alsof dat iets is wat vooral in migrantengemeenschappen voorkomt, want het is van alle lagen van de bevolking. Ik denk ook dat dat heel erg belangrijk is om dat ook telkens in beeld te houden. Maar daar zit wel een kwetsbaarheid in als je de taal niet spreekt, als je misschien ook minder een netwerk hebt. Maar daar is wel ook aandacht voor, maar ik ben het met u eens dat daar een extra kwetsbaarheid in zit. Er zijn ook gesprekken met de zelforganisaties, juist ook vanuit de hoek waar u ook het over heeft. Juist ook om met elkaar te constateren van wat kun je gezamenlijk doen? De bewustwording groter en waar kun je terecht? Er zijn inderdaad groepen die misschien ook kwetsbaarder zijn voor ook misschien de zorg die daarbij leeft. En daar wordt inderdaad geprobeerd om daar vanuit de Blijf groep, vanuit Veilig Thuis, om daar extra aandacht aan te besteden. De voorzitter: Zijn er ...

Mevrouw Hamzad. Mevrouw Hamzad: Dank, voorzitter. Dank burgemeester, voor de heldere toelichting. Maar kunnen wij dat als toezegging beschouwen? Burgemeester Wienen: Ja, heb ik gezegd dat ik daarop terugkom met een rapportage over hoe om te gaan daarmee. De voorzitter: Mijnheer EL Aichi. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de wethouder. U had het zonet over de ZSM, Zorgvuldig snel maatwerk. Dit is bedoeld om direct samen te handelen, maar zolang Veilig Thuis niet structureel meedoet, blijft de aanpak bij huiselijk geweld te traag en te vrijblijvend. U zei dat u in gesprek bent hierover. Wanneer komt u hierop terug? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Wat ik aangaf, is dat wij in onze regio hebben gezegd: wij zijn wel voor die aanpak. Die aanpak kost voor onze regio ongeveer 200.000 euro per jaar, maar het is wel vooral nuttig als ook de andere twee regio's meedoen. En daar wachten we nog op. Ik heb daar wel gesprekken over, maar wij zijn wat sneller dan de anderen. Volgens mij zit daar wel vaart in inmiddels, dus ik verwacht daar wel op korte termijn uitsluitsel over, maar wij willen ons er wel hard voor maken. Ik denk alleen dat we moeten kijken, ook in het kader van de financiering en ook het jaar waar we in zitten of je dat eerst vanuit de incidentele middelen zou moeten doen of al zou moeten kunnen zoeken naar die structurele financiering.

En dan denk ik ook meteen aan de regiogemeenten, die dat ook aangeven hoe moeilijk dat is om dat te organiseren. Maar vanuit ons in ieder geval is er volop aandacht voor. Wij proberen als Haarlem ook de rest daarin mee te krijgen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. We zijn ZSM al. Mevrouw Özogul, ga uw gang.

21

Mevrouw Özogul: Ik heb een, vraag. Wat je nu in de praktijk ziet, is als er huiselijk geweld is en er is een melding, wordt vaak aan de vrouw gevraagd: heb je ergens een plek waar je veilig bent? Is er niet de mogelijkheid dat je juist aan de man vraagt van kan je ergens anders naartoe of de man uit huis haalt? Want dat is de dader of in ieder geval, ik weet niet hoe dat wettelijk in elkaar steekt, maar het zou in ieder geval schelen dat mannen ook weten van wij worden verantwoordelijk gehouden. Wij moeten uit huis. Als een soort schrikreactie. Is die mogelijkheid er? De voorzitter: Dat lijkt mij een vraag voor de burgemeester. Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Daar hebben we dus een tijdelijk huisverbod voor, want dat leidt er in 99 van de 100 gevallen toe dat de dader uit huis geplaatst wordt. En anders is er iets heel bijzonders aan de hand. En dat is … Daar kan die verder ook helemaal niets aan doen. Hij is dan 10 dagen lang uit zijn eigen huis. Dat kan ook verlengd worden, maar voor de rest, het is heel ingrijpend als je niet in je eigen huis mag zijn. We hebben gezegd van als daar aanleiding voor is, dan kan het en dan wordt er zo'n maatregel opgelegd, maar je kunt dat niet zomaar doen, dan moet er echt wel wat aan de hand zijn. De voorzitter: Mevrouw Özogul.

Mevrouw Özogul: Ook bij vrouwen waarbij dus echt sprake is van mishandeling, zie je in de praktijk toch dat de man in de woning blijft en de vrouw daar weggehaald wordt. De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Maar dan hebben we het over een meer structurele kwestie. Als er een incident is, dan volgt die beoordeling en dan volgt er een tijdelijk huisverbod. Maar het woord tijdelijk is niet voor niets. Dat betekent, er is of het nu na tien dagen is of na een verlengingsperiode, houdt die maatregel op. De belangrijkste reden van die maatregel dat is om direct veiligheid te bieden. Dat is een. En twee, om hulpinstanties in staat te stellen om te zeggen: we gaan een proces inrichten om hier tot verandering te komen. Hopelijk ook tot een oplossing van de problematiek. Maar het kan zijn en dat is een van de dingen die ik vaak lees, dat bijvoorbeeld een vrouw aangeeft van ik wil scheiden, ik wil hier weg. En dan wordt er gezocht naar een oplossing, waarbij er gekeken wordt van hoe kunnen we zorgen dat er zo snel mogelijk een oplossing gevonden wordt voor de huisvestingssituatie? En dan is dat tijdelijk huisverbod uiteindelijk niet de oplossing. Dan moet er echt gezocht worden naar een langdurige oplossing, waarbij partijen zich wel inzetten om een oplossing ook te vinden voor de vrouw. Maar het automatisme dat je dan de dader altijd het huis uitzet, die is er dan niet.

Wethouder Van Loenen: Nog even aanvullend. Ik had deze vraag ook drie jaar geleden toen ik begon als wethouder. Want het is super frustrerend dat de vrouw altijd uit huis moet, terwijl de dader er dan nog steeds zit. Ik heb begrepen dat daar wel op landelijk niveau ook naar wordt gekeken. Hoe kun je dat veranderen? Maar we zien in praktijk dat het echt heel erg moeilijk is om dat voor elkaar te krijgen. Dus kies je toch voor de veiligheid op korte termijn, los van een tijdelijk huisverbod, maar ook als het onveilig is naar de vrouwenopvang. In de vrouwenopvang met urgentie naar een ander huis. Dat is de route, maar helemaal eens en het is ook te gek voor woorden dat we dat nog niet met elkaar hebben kunnen regelen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Zijn er verder nog vragen vanuit deze commissie? Mevrouw De Valk, ga uw gang.

22

Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. En dank wethouder ook voor de toezeggingen, ook wat betreft de kinderrechtentoets, dat er volgend jaar weer een voortgang komt over de acties die worden uitgevoerd. Toch zouden we willen vragen om daar misschien ook jaarlijks van te maken, want het is niet met volgend jaar opgelost. En daarom zouden we graag dat nog willen vragen aan de wethouder. En van de burgemeester zouden we graag ook nog antwoord willen krijgen op een aantal vragen die we hebben gesteld omtrent het aantal tijdelijke huisverboden. Ook over het beoogd onderzoek, dat is opgenomen in de stukken. Hoe kunnen we het aantal tijdelijke huisverboden beter inzetten als preventief middel? Wat er is er bijvoorbeeld ook gedaan met het adviesrapport dat er al in 2024 lag over dit onderwerp? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Om te beginnen over de jaarlijkse. Ik denk dat het goed is om over een jaar dit nog een keer te doen. Maar het is wel het hele idee van het plan van aanpak dat uiteindelijk alles geborgd is in hoe we met elkaar samenwerken. Dit is een soort impuls, waarin alle partners met elkaar samenwerken aan datzelfde doel. En zoals de burgemeester net ook aangaf, zien we ook dat dat resultaat heeft, in de zin dat we bij de verschillende partners dat er veel meer bewustwording is ook op die rode vlaggen bijvoorbeeld, dat er wordt gehandeld.

Mijn voorstel zou zijn, ook omdat we hier een soort programmabudget aan hebben gehangen, om het volgend jaar te doen. En laten we dan kijken: is het nodig dat we op een bepaalde manier, maar misschien kan het ook op een andere manier gekoppeld aan het veiligheidsdomein? Maar laten we dan bekijken of het nodig is om het jaarlijks zo te verbijzonderen of dat we zeggen van het is voldoende ingebed in hoe we werken met elkaar. Maar dit is echt de impuls als resultaat van uw voorstel. De voorzitter: Verder nog iemand? Neem me niet kwalijk. Burgemeester Wienen: Er zijn nog een paar vragen gesteld. Voor een deel heb ik erop gereageerd. Er wordt gekeken: kun je naast de politie als de instantie die het inzet als er sprake is van acuut geweld, kun je ook kijken van als er nu een soort dreiging van de situatie is. Het ziet er zo dreigend uit, dat je het preventief zou kunnen inzetten. Dat vraagt echt om een aantal ook wettelijke regelingen om dat mogelijk te maken, want je kan niet zomaar iemand uit zijn eigen huis zetten. En daar heb ik al van gezegd: daar wordt naar gekeken. Kijken wij ook naar. Maar dat moet dan zijn dat er een andere ingang komt dan die ingang die er nu is via de politie. En dat kunnen wij niet zelf regelen. Dat zijn echt zaken waar ook de regelgeving vanuit het Rijk bij betrokken is.

En de vraag van hoe kan je het aantal verhogen? Wij hebben inderdaad onderzoek gedaan. Wordt het wel overal toegepast waar het nodig is? Ik heb daar ook gesprekken over gehad met onze eigen politiemensen. Dat is ook nog eens een keer onder de aandacht gebracht. Maar in principe zijn de signaalindicaties van wanneer moet je dit onderzoeken? Als er sprake is van geweld in huiselijke situatie wordt het instrument in principe altijd gebruikt. En ook als dat oplevert van hier is geen sprake van tijdelijk een huisverbod, volgens het systeem wordt het toch voorgelegd aan mij om te beoordelen of ik wellicht toch ertoe over wil gaan. De voorzitter: Verder nog opmerkingen, vragen? Mevrouw De Valk. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. En dank burgemeester voor de verdere toelichting. We lezen namelijk ook in de stukken over dat instrument waar u over spreekt, ook over de vragenlijst, dat dat soms wel echt meer dan zes uur bedraagt en dat dat ook kan bijdragen aan het juist niet invullen van die vragenlijst. En dat vinden wij een zorgelijk signaal, wat wij graag willen aankaarten in deze commissie en graag een reactie van de burgemeester willen horen.

23

Burgemeester Wienen: Nog een hele korte reactie. Dat kost tijd. Dat is zo. Er is een speciale officier die dat dan ook doet en moet doen, maar het is de opdracht om het te doen. En volgens mij gebeurt het ook. Overigens in negen van de tien, maar misschien nog wel vaker, gevallen is het zo dat de betrokkene door de politie is meegenomen. Die is op dat moment bij de politie. En dan wordt er ook gevraagd aan mij om zo snel mogelijk een besluit te nemen. Want dan weten ze of ze voor de betrokkene een andere oplossing moeten zoeken. Vaak moet je dat in het kader van de procedure ook aangeven. Je hebt een adres waar je heen kunt of heb je daar hulp bij nodig? Of gaat hij terug, maar hij is op dat moment niet thuis. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie één groot vraagteken. Mevrouw De Valk, u heeft nog een vraag? Mevrouw De Valk: Dank in ieder geval voor de toelichting en fijn dat er ook oog is en dat dit wordt ingezet. Ik bedenk het alleen niet zelf van dat dit een mogelijke oorzaak is het mogelijk lage aantal tijdelijke huisverboden. Het is een behoorlijke tijdsinvestering. En dat snappen we en ik vind het ook goed dat dat ook zorgvuldig wordt afgewogen. D66 begrijpt niet zo goed die afweging of tenminste de opmerking van dat de persoon dan niet op dat moment thuis is of dat dat invloed heeft op de vragenlijst.

Burgemeester Wienen: Op het moment dat de politie zegt van er is sprake van het gebruik van geweld tegen een partner of richting kinderen. Dat kan ook. Het wordt ingezet bij huiselijk geweld. Op het moment dat de politie ziet van daar is sprake van, dan wordt de dader door de politie ook meegenomen. En dan duurt het wel een tijd dat die vragenlijst moet worden ingevuld en wordt voorgelegd aan de burgemeester. En die is ook niet altijd direct beschikbaar, want die zit soms in een vergadering en dat duurt dan eventjes voordat er het wordt beoordeeld en een beslissing valt. Maar in die periode is de dader dus niet bij het slachtoffer. En dan of en soms trouwens wordt het tijdelijk huisverbod alleen maar ingezet, niet om de dader bij het slachtoffer weg te houden, omdat die nog in bewaring is en omdat de Officier van Justitie zegt: hij moet sowieso niet teruggestuurd worden naar huis, want hij heeft zich misdragen. Hier is een strafbaar feit. Maar dan wordt het tijdelijk huisverbod toch ingezet, omdat het een manier is om alle hulpinstanties te betrekken bij de casus. Zodat er contact opgenomen kan worden met het slachtoffer. Zodat er nagedacht kan worden van wat kunnen we hier nu het beste doen? Wat heeft dat dan te maken met de vraag van misschien durven ze of willen ze het niet inzetten, want het is zoveel werk. De zaken waar we het over hebben, zijn echt ernstige zaken.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik me niet voor kan stellen dat de politie, die dan iemand meeneemt vanwege de ernst van wat er gebeurd is, dat die het dan te veel werk vindt om de vragenlijst in te sturen. Ik zal het nog een keer navragen bij de politie, maar volgens mij is hun inzet erop gericht om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen: wordt het een strafrechtelijk proces of komt er ook een huisverbod? De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Ik denk dat wij zo aan het eind zijn gekomen van de bespreking van dit onderwerp. Klopt dat? Zijn er nog mensen die iets willen zeggen? Nee. Dan kunnen we dat zo afronden. Het gaat niet naar de raadsvergadering. Het is een stuk ter bespreking. Wat er wel gaat gebeuren, is dat wij volgend jaar in Q1 in ieder geval, waarschijnlijk wordt het weer januari volgend jaar, dat het dan weer even terugkomt op de agenda om te kijken waar we staan. Mocht er dan aanleiding voor zijn, dan kan misschien nog een keer een jaar later een vervolg vinden van een bespreking van dit onderwerp. In ieder geval is het voor nu denk ik voldoende besproken. Dank u wel, burgemeester. Ik neem aan dat u … U mag ook blijven zitten. Dank u wel, voor uw komst in ieder geval. 11.

Tweede voortgangsrapportage uitvoeringsprogramma en regionale paragraaf Opvang, Wonen en Herstel De voorzitter: En dan gaan wij naar het laatste onderwerp van deze vergadering, de Tweede Voortgangsrapportage uitvoeringsprogramma en regionale paragraaf opvang, wonen en herstel. Er zijn

24

technische vragen ingediend door raadsleden van D66 en Partij voor de Dieren. Het college stuurt het besluit ter bespreking naar de Commissie Samenleving, omdat afgesproken is de raad jaarlijks te informeren over de voortgang van dit Uitvoeringsprogramma opvang, wonen en herstel. Wie mag ik als eerste het woord geven? U kunt ook zeggen: het is wel prima zo. We hebben het gelezen, voor kennisgeving aangenomen. Nee, ik zie toch nog een handje. Mevrouw Moedt, ga uw gang. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren vindt dat er wel een mooie ontwikkeling plaatsvindt. We zien allemaal mooie dingen. Wonen eerst komt op stoom en de regio sluit zich daarbij aan. De doorstroom gaat sneller. Er is meer inzet op preventie en ondersteuning op maat. Dat is mooi. Een tweetal puntjes. We zien dat er sprake is van een toename van het aantal huisuitzettingen, 60 procent meer in vorig jaar dan de jaren daarvoor. En daar zijn de cijfers van de laatste twee maanden van het jaar nog niet bij betrokken. Maar we lezen ook dat de gemeente daar al actie op heeft ondernomen om het tij te keren, samen met de corporatie. Wat ik hier bij wil zeggen, is een op de twee huishoudens heeft een dier. Die zijn dus ook regelmatig betrokken bij huisuitzettingen.

En kan de gemeente dit ook aankaarten bij de corporaties, zodat er in ieder geval gevraagd wordt of er iets geregeld is voor de dieren? En kan de gemeente hier zo nodig bij bemiddelen? Tweede puntje van zorg is de planning van Domus Plus. Het ligt bij de Raad van State. Daar kunnen we nu niet echt iets over zeggen. Maar het kan zijn dat die planning in de war wordt gestuurd en dat het allemaal langer duurt. En verder, we vinden de … We willen graag meegeven dat de Partij voor de Dieren Wonen eerst ook een mooie aanpak vindt, omdat huisdieren dan vaker bij een mens kunnen blijven en niet apart in de opvang belanden. En het zou heel fijn zijn als de wethouder dit actief kan communiceren, voorzitter, richting de mensen in deze situatie. En dat er misschien ook proactief kan worden meegedacht in de prioritering bij Wonen eerst. Dat zou prachtig zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Moedt. Mijnheer Visser. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Allereerst ziet de PvdA in deze voortgangsrapportage een aantal resultaten die we nadrukkelijk willen benoemen en waarvoor we ook complimenten willen geven. Met betrekking tot Wonen eerst, tien huishoudingen zijn inmiddels succesvol gekoppeld, zonder langdurige opvang. En dat is menselijker, effectiever en goedkoper. Goed dat deze aanpak wordt uitgebreid naar zestien woningen en regionaal wordt opgeschaald.

Dit bevestigt wat wij al langer zeggen: herstel begint met een huis. Ook op het gebied van preventie zien we dat het beleid loont. En we waarderen de inzet op de bescherming van vrouwen en kinderen. De uitbreiding van de vrouwenopvang en de regionale aanpak huiselijk geweld, laat zien dat veiligheid een basisvoorwaarde is. Tegelijkertijd kunnen we niet zelfgenoegzaam zijn. De grootste zorg blijft woningnood. We zien een groei van het aantal zelfredzame dakloze mensen. Simpelweg, omdat wat betaalbare woningen ontbreken. Zolang die voorraad achterblijft, blijft het dweilen met de kraan open. Daarom zegt de PvdA: Wonen eerst mag geen succesvolle pilot blijven, maar moet straks een nieuwe norm worden. Wij vragen het college hoe dit verder kan worden opgeschaald en wat ervoor nodig is aan woningen en afspraken met de corporaties? Ook maken we ons zorgen over de structurele financiering. Projecten die aantoonbaar werken, zoals Onder de pannen, verdienen vaste middelen in plaats van incidentele pilots. Tot slot, voorzitter, vragen we aandacht voor de menselijke maat en voor kinderen en jongeren die met dakloosheid te maken hebben. De PvdA wil de wethouder vragen of zij bereid is te kijken naar het instellen van een jaarlijks kapstokoverleg zoals de steden in Utrecht, Amsterdam en Rotterdam ook organiseren.

In zo’n overleg kunnen mensen die dakloos zijn en hun belangenbehartigers rechtstreeks met de raad in gesprek vragen stellen en voorstellen doen om beleid te verbeteren. Daarnaast vinden we het essentieel dat er extra aandacht komt voor kinderen en jeugdigen in dakloosheid. Wat de PvdA betreft wordt een kinderrechtentoets standaardonderdeel van beleid en uitvoering op dit terrein. Ook zien wij een meerwaarde in de inzet van een

25

lokale Kinderombudsman, die signalen kan oppakken en de belangen van kinderen structureel kan agenderen. We zouden graag van de wethouder weten hoe zij daarnaar kijkt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser. Mevrouw Scholten was eerst. Ga uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. We zijn oprecht echt blij en de SP ook, om te lezen dat Wonen eerst zijn vruchten lijkt te gaan afwerpen. Maar er blijft echt personeelstekort en sowieso een tekort aan betaalbare woningen, mijn collega van de PvdA zei het net ook al. En dan kunnen we alle projecten optuigen die we willen en dat moeten we ook doe, begrijp ons niet verkeerd, maar krijgen we het probleem niet opgelost. Ik lees al een hele tijd mee met de verhalen van Michelle van Tongerloo, die zal bij meer mensen hier bekend zijn. De huisarts in Rotterdam voor mensen die op straat proberen te overleven, over hoe ongelooflijk zwaar het is om op straat te moeten leven en hoeveel lichamelijke en psychische nood dat oplevert. Het zijn hartverscheurende verhalen, heel lezenswaardig. Hier in Haarlem spreek ik ook met regelmaat een paar mensen die echt heel wanhopig zijn. Ook over, we hebben het eerder genoemd vanavond, de bijdrage van de nachtopvang, waar we van alles van kunnen vinden. Dakloosheid kost per persoon 30.000 tot 85.000 euro per jaar en dan vooral aan vermijdbare ziekenhuiskosten.

Elke euro investering daarentegen levert zo'n 2,50 euro op. Eigenlijk is het raar dat we in Nederland en ik heb het dus niet over de goede werken in Haarlem, maar dat we in Nederland de verantwoordelijkheid goeddeels bij de daklozen leggen. Terwijl we een groot tekort aan woningen hebben en zorg echt niet voor iedereen in gelijke mate beschikbaar is. Natuurlijk kunnen we dit in Haarlem niet voor het hele land oplossen. En we doen ons best. We hebben een bewezen aanpak, maar zonder voldoende woonplekken en met personeelstekorten komen we er niet. En ook in onze stad neemt de druk op de zorg vanwege dakloze personen met onbegrepen gedrag enorm toe. Die verhalen zijn ook hier echt hartverscheurend. Dus ja, wonen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Scholten. Mijnheer El Aichi. De heer El Aichi: Voorzitter, vanwege de tijd heel kort. Ook complimenten voor het stuk. Wel heb ik twee vragen. De eerste vraag is: hoe zorgen we ervoor dat Wonen eerst echt groter wordt en niet blijft hangen in een proef? De tweede vraag is: hoe wordt de raad geïnformeerd als blijkt dat extra middelen nodig zijn om deze aanpak vol te houden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer El Aichi. Mevrouw El Bluny. Mevrouw El Bluny: Bedankt, voorzitter. En bedankt wethouder voor het mooie stuk. We zijn erg positief hierover.

En maar het enige wat we ons afvragen, is of het niet tijd is om die incidentele middelen te vervangen door een structurele investering? Want dat is voor elke Haarlemmer uiteindelijk goedkoper. En verder wil ik graag aansluiten bij wat de rest van de commissie voor positiefs te zeggen heeft hierover. Bedankt. De voorzitter: Dank uw wel, mevrouw El Bluny. Mevrouw Booms, ga uw gang. Mevrouw Booms-Van der Meer: Dank u, voorzitter. Wonen in een maatschappelijke opvang is voor niemand goed en hoe langer je daar verblijft, hoe groter de kans dat je zelfstandigheid en je zelfredzaamheid verliest. Deelnemer zijn van Wonen eerst, dus niet naar een maatschappelijke opvang, maar meteen naar een woning, gaat met vallen en opstaan. Mooi dat er tweede en derde kansen gegeven worden, zodat de kans van slagen veel groter wordt. Wonen eerst is de oplossing. Ga hiermee door, net zolang dat er geen nachtopvang meer nodig is. Dank u.

26

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Booms. Wie mag ik het woord geven? De wethouder, ga uw gang. Mevrouw De Valk, ga uw gang. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. We sluiten ons aan bij de bijdrage van PvdA en in het bijzonder de kinderrechtentoets. En aanvullend lezen we ook dat het college verwacht dat in 2026 de gemiddelde verblijfsduur en een bezetting van de opvanglocaties zullen dalen. En dat is ook begrijpelijk, want we investeren in snelle uitstroom en in alternatieven zoals Housing First. Voorzitter, we willen ook realistisch zijn, want wat als deze dadelijk niet uitkomt? En zeker met het oog op de aankomende ETHOS-telling en een steeds beter zichtbare verborgen dakloosheid, bestaat de kans dat de vraag juist groter blijkt dan gedacht. En we willen graag weten van hoe het college daar tegenaan kijkt of op anticipeert. Het perspectiefplan. We zien namelijk een duidelijke verbetering, dat steeds meer mensen in de opvang een perspectiefplan hebben. Dat is fijn. Want daardoor is het traject echt gericht op de uitstroom en op een goede start, ook na de opvang. Echter zien we dus dat nog niet alle mensen dit hebben opgesteld. En we zijn benieuwd ook wat het college kan en wil doen om daar wel voor te zorgen en wat het ambitieniveau ook is. Tot slot vragen we ook aandacht voor de veiligheid op de opvanglocaties en in het bijzonder ook het Anton Pieckhofje.

Want daar waren ook zorgen over de veiligheid en in het bijzonder ook de brandveiligheid en de vluchtroutes. Bijvoorbeeld door ook het stallen van e-bikes op plekken die hiervoor niet bedoeld zijn. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Valk. Dat was het nu echt? Ja. Wethouder, ga uw gang. Wethouder Van Loenen: Dank, voorzitter. En dank ook aan de commissie voor de complimenten. Ik denk inderdaad dat we echt grote stappen hebben gezet en ook nog zelfs sinds we dit stuk hebben opgesteld. Daar wordt ontzettend hard aan gewerkt, ook door onze ambtelijke organisatie. En het is altijd heel erg fijn om te zien dat dat zijn vruchten afwerpt. Zeker de Wonen eerst-aanpak. Waarbij we het eerste jaar in Haarlem hebben geprobeerd met tien huizen. Heel succesvol. Nu inmiddels zestien nieuwe. Daarvan zijn er acht al in proces. Dat gaat supersnel sinds september. Dat zijn mensen die of helemaal niet meer terechtkomen in de opvang of er heel erg kort verblijven, maar in ieder geval snel in een huis terechtkomen. En dat is alleen al in Haarlem. Het mooie is dat gemeente Haarlemmermeer is begonnen. Door de Regionale aanpak dakloosheid, die we met elkaar hebben vastgesteld. Haarlemmermeer is gestart, ook een hele grote gemeente. Zijn er supervoortvarend mee aan de slag. En dat betekent dat ook daar een aantal Wonen eerst-huizen al bestemd zijn.

En sinds 1 januari onze collega's in Zandvoort en Bloemendaal, even uit mijn hoofd, zijn ook gestart. Dat betekent, want daar ging het een aantal keer om van hoe komen we nu van het incidentele naar dat structurele, zowel qua middelen als qua inzet? Dat is volop gaande. Met die Regionale aanpak dakloosheid die we met elkaar hebben vastgesteld, een paar maanden geleden hebben getekend, heeft iedereen volledige commitment om deze methode overal in te zetten. Voor de huizen die wij al met elkaar hebben afgesproken in het pact voor uitstroom met corporaties en de gemeenten. Daar is nog wel behoorlijk wat voor nodig om die huizen daadwerkelijk, die je met elkaar hebt afgesproken, in die gemeente beschikbaar te krijgen. Daarom gaan we ook een soort regionale aanjager aanstellen, die daar bovenop zit. En ook de middelen zoals die hier nu incidenteel staan voor de Wonen eerst-aanpak, die gaan we ook vanuit de regio financieren. En ik denk dat dat ook winst is, want dat lijkt heel erg Haarlems, maar we kunnen dit echt alleen doen met de regio. En daarom ben ik ontzettend blij en trots dat ook onze collega's in de regio hier volop mee bezig zijn en daar ook al goede resultaten mee boeken. Uiteindelijk is dat ook een hele structurele verschuiving in het budget, want het maatschappelijk opvang budget, daar zijn grote tekorten op.

Het werd net ook even gezegd, hoeveel het kost om iemand in de maatschappelijke opvang te hebben. Maar deze verschuiving, de Wonen eerst-aanpak is niet iets voor korte termijn of even. Dit is de nieuwe standaard. Wij hebben dat nu nog staan met een tijdelijke urgentieregeling, maar ook volgend jaar gaan wij kijken of de eerstvolgende keer, om dat in de

27

Huisvestingsverordening structureel te regelen. Die aanpak is om te blijven en uiteindelijk ook te komen tot wat we willen, het uitbannen van dakloosheid in 2030. En ik geloof er echt heilig in dat dat kan. En het is ook heel erg fijn overigens dat steeds meer andere regio's in Nederland ook aan het opstarten zijn. Dat helpt ook de landelijke problematiek, die net al werd aangekaart. En het helpt ook voor de huisdieren, want daar hoeft niets voor georganiseerd te worden. Die gaan mee het huis in. En daar geldt hetzelfde voor als voor mensen, in de zin van dat als je weet dat er binnen een hele korte periode een huis beschikbaar is, dan kun je vaak nog in je netwerk regelen dat je even daar kunt slapen en dat geldt ook voor het dier. We kunnen niet daarop prioriteren. Dat gaan we niet doen, maar zeker worden zij meegenomen. En ik denk dat dat een hele mooie bijvangst is van de Wonen eerst-aanpak. Kortom, structurele financiën, de structurele aanpak, dat is georganiseerd. En we zijn dus in die transformatie bezig en dat verloopt ontzettend voortvarend. Dan nog waren er een aantal vragen over de wat kleinere onderwerpen. Ga ik even een paar af. Domus Plus. Zeker, daar zitten we ook bovenop. We wachten op de uitspraak van de Raad van State. De zitting is gepland in februari. Dat is fijn.

We zijn bezig met de voorbereidende werkzaamheden, zodat we geen tijd hoeven te verliezen als die uitspraak er eenmaal is. Daar komt ook nog een update over naar u toe. Ik denk een deze weken, zodat u ook precies weer even in beeld hebt hoe gaat het met Domus Plus? We verwachten in 2027 dat daar de bewoners heen kunnen. Dat zou heel erg fijn zijn als een verlichting van de Wilhelminastraatopvang. En Skaeve Huse verwachten we dit jaar te kunnen plaatsen. Dat is denk ik ook heel erg belangrijk, want we zien voorzichtig toch ook de eerste signalen voor in de maatschappelijke opvang van de Wonen eerst-aanpak en ook alle andere alternatieve woonvormen die we hebben gerealiseerd de afgelopen periode. Zoals tijdelijk onderdak, die ook in deze reportage staat. We zien, maar ik wil daar nog een beetje voorzichtig in zijn, de eerste ruimte ontstaan in de maatschappelijke opvang. En dan heb ik het met name over de Velserpoort. Huisuitzettingen, daar zitten we bovenop, want dat zit hem vooral bij één corporatie waar dat veel meer is. Daarom gaan we daarover in gesprek, want we hebben er juist in het verleden heel erg veel aan gedaan om dat te voorkomen. Voorkomen is veel beter dan genezen. Daar lopen de gesprekken over om dat uit te zoeken. D66 vroeg nog naar de ETHOS light telling en wat dat zou betekenen.

Hoe moet je duiden dat je zegt: straks heb je misschien minder opvangplekken nodig, maar wat nu als dat niet gebeurt? We hebben tot nu toe nog al onze maatschappelijke opvangplekken. We hebben wel als plan, ook in het Regionaal actieplan staan, dat we gaan kijken welke opvangplekken we op termijn kunnen ombouwen naar woningbouw, maar natuurlijk zul je altijd opvangcapaciteit behouden. Bijvoorbeeld zo’n Wilhelminastraat. Daar zul je ook altijd wel behoefte aan hebben, omdat dat ook een bepaalde problematiek met zich meebrengt. Wat je niet zomaar ook via Wonen eerst in de wijk kunt laten wonen. De ETHOS-telling duurt nog wel even. Want we hadden ons aangemeld, maar er zijn meer aanmeldingen. Ook andere gemeenten gaan meedoen. Dus waarschijnlijk zullen wij pas in 2027 de telling hebben. Daar komt ongetwijfeld uit dat we veel meer mensen en zeker vrouwen zullen hebben dan wij nu in beeld hebben. Er zijn veel vrouwen juist die veel gebruik kunnen maken van hun netwerken en een andere oplossing hebben, maar feitelijk toch ook wel dakloos zijn. Dat hopen we straks al wat meer inzichtelijk te hebben. En ik denk dat dat heel goed is, tegen die tijd zijn we nog veel meer op stoom met Wonen eerst en ik zou ook hopen dat we dan in die tijd als we daar zijn met de telling, dat we dan ook scherper hebben hoe we veel sneller ook voor die groep een huis kunnen organiseren.

Maar ik zie dat dus wel positief in de zin van je ziet dat die bewustwording ook bij de regiogemeenten er nu is. En dat helpt ons wel straks bij die ETHOS-telling. En die ETHOS-telling is ook iets wat we hebben afgesproken in het Regionale actieplan dakloosheid, omdat juist een aantal regiogemeenten hebben aangegeven: geef ons nu uiteindelijk dat inzicht. Er zijn ook gemeenten waar misschien weleens het idee is van dat komt bij ons helemaal niet zo heel veel voor, maar uit zo'n telling zal ook blijken dat dat meer is dan je denkt. Het perspectiefplan, daar werd ook naar gevraagd door D66. De intentie is dat vanaf 1 april dit jaar iedereen een perspectiefplan heeft. En ik denk dat dat ook echt aangeeft van welke beweging we hebben gemaakt. Veel meer inzicht, wie bevindt zich in de maatschappelijke opvang? En vooral wat is het perspectief van iemand? Welk uitstroomperspectief is er?

28

Vanaf het begin af aan redeneren: waar woont iemand straks? En dat geldt ook bijvoorbeeld voor de doorgeleiding naar het beschermd wonen. Dat is ook een stuk sneller geworden al en dat is ook denk ik heel erg belangrijk. Vanaf 1 april is de intentie dat iedereen het perspectiefplan heeft en de nieuwe mensen dat ook krijgen. Het Anton Pieckhofje, volgens mij heb ik dat weleens eerder verteld, ook toen we het over het Anton Pieckhofje hadden, daar zijn inderdaad toen extra stallingsplekken gerealiseerd. Waardoor dus nu de veiligheid of ging over de vluchtroute of de brandveiligheid. Dat die fietsen niet meer in de weg staan, want die stonden eerst in de weg. Die staan nu netjes gestald buiten het gebouw. Dat is veilig. En ook geldt voor alle opvanglocaties dat we met enige regelmaat kijken naar de veiligheid op die locaties, want dat is van groot belang. Jouw Haarlem had het nog ook over bouwen of huizen. We hebben over die aantallen huizen die beschikbaar zijn voor bijvoorbeeld Wonen eerst en de uitstroom uit de maatschappelijke opvang hebben we afspraken in het pact van uitstroom. Dat neemt niet weg dat het ontzettend belangrijk is om te blijven bouwen, om heel veel sociaal te bouwen. Dat geldt voor de hele regio, want we zien dat dat wel degelijk helpt.

We zien ook in de regiogemeenten dat er soms veel meer huizen in nieuwbouwprojecten worden bestemd voor deze groepen en dat dat ook heel erg bijdraagt dus aan het kunnen plaatsen van de aantallen die we bij Impact voor uitstroom hebben afgesproken. Maar dat is ontzettend belangrijk. Ook verschillende woonvormen overigens, de gemengde woonvormen waar we steeds meer mee doen. Ook die zijn van groot belang in het aanpakken van dakloosheid. Volgens mij heb ik het wel een beetje gehad. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Klopt dat, mevrouw Özogul? Mevrouw Özogul: Even een vervolgvraag over huisuitzettingen. We hebben in het verleden ooit een motie gehad dat niemand in Haarlem uit huis gezet zal worden. Ten eerste ben ik benieuwd sinds wanneer we daar weer een beetje daarvan af zijn. En het tweede is, kan de wethouder, zodra met de woningbouwvereniging gesproken is, dat op korte termijn weer bij ons in ieder geval laten weten hoe het verder het vervolg is? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: In mijn optiek zijn we dus niet afgestapt van een bepaalde aanpak. Dat geeft denk ik ook wel aan, want je hebt twee soorten huisuitzettingen, vanwege overlast of vanwege de financiële situatie. En we hebben volgens mij eerder afgesproken, betalingsachterstanden kunnen nooit een reden zijn om uiteindelijk uit huis gezet te worden. Want dat is toch van de regen in de drup.

Maar laten we even kijken wat er gebeurt. Ik denk dat … Het lijkt me prima om dat nog terug te koppelen, als wij weten wat daar aan de hand is en ook weet dat wij dus ook ondertussen dan meteen inzetten op het voorkomen van meer van deze situaties. De voorzitter: Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Ik miste ook nog iets over de huisuitzettingen en het gesprek met de corporatie of corporaties. We hebben ook huisuitzettingen door de burgemeester. Dan ben ik nu aan het verkeerde adres bij deze wethouder, maar als de wethouder toch in gesprek is met de corporaties over de huisuitzettingen, kan ze dan ook het belang van dieren en de bemiddelende rol van de gemeente daar nog in meenemen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Mijn indruk is dat er altijd wel in dat soort gesprekken sowieso ook echt wel oog is voor de dieren. Het is wel zo dat de prioriteit ligt bij de mensen, maar wordt er altijd wel even breed gekeken.

29

Dat geldt voor ontzettend veel onderwerpen. Wat is de situatie? Ik denk dat ook de dieren en de mensen hebben in dit geval hetzelfde belang, net zoals wij als gemeente: zo min mogelijk huisuitzettingen en daar gaan we het gesprek over aan. Dat is denk ik ook in het belang van de dieren. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog vragen? Nee. Sluiting De voorzitter: Dan zijn wij aan het eind gekomen van deze vergadering. We zijn netjes op tijd, 22.45 uur. De eerstvolgende raadsvergadering is 29 januari. Dan komt in ieder geval een van de onderwerpen die wij vanavond besproken hebben op de agenda. En ik wens u allen nog een hele plezierige avond en tot volgende week.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16669032/1