01-22 Inspreekbijdrage Tussenrapportage Plan van aanpak 'Femicide staat nooit op zichzelf'
Tekst van het document
““Voorzitter, geachte raadsleden, Het tussentijds rapport “Femicide staat nooit op zichzelf” bevat een belangrijke en juiste constatering: femicide is geen plotseling incident, maar het eindpunt van een langdurig en vaak voorspelbaar proces van geweld, meestal in de context van partnergeweld. Het rapport benoemt terecht het belang van vroegtijdige signalen, het concept van intieme terreur en de noodzaak van samenwerking tussen instanties. Maar juist omdat deze analyse klopt, moeten we kritisch kijken naar wat er vervolgens wel en niet gebeurt. De cijfers schetsen namelijk een hardnekkig patroon. Volgens het CBS worden in Nederland al bijna twintig jaar lang jaarlijks gemiddeld 40 tot 50 vrouwen gedood. In 2024 ging het om 44 vrouwen, in veel gevallen door een huidige of voormalige partner. Over deze periode is geen structurele daling zichtbaar. Tegelijkertijd zien we iets anders: het aantal meldingen van huiselijk geweld en het aantal contacten met Veilig Thuis is sterk toegenomen. De politie registreert jaarlijks rond de 84.000 gevallen van huiselijk geweld, en Veilig Thuis ontvangt sinds 2019 meer dan 120.000 meldingen per jaar. Met andere woorden: signalen worden herkend, risico’s zijn bekend, en instanties zijn betrokken. En toch blijft het eindresultaat grotendeels hetzelfde.
Dat betekent dat het probleem niet ligt bij bewustwording of bij het ontbreken van contact, maar bij de effectiviteit van de interventies. Het systeem ziet het geweld aankomen, maar slaagt er onvoldoende in om het daadwerkelijk te stoppen. In het rapport wordt vooruitgang vooral beschreven in termen van processen: meer overleg, betere afstemming, intensiever contact tussen professionals. Dat is relevant, maar zolang er geen bindende doelen, duidelijke tijdslijnen en expliciete faaldrempels zijn, blijft onduidelijk wanneer beleid onvoldoende werkt en wanneer bijsturing noodzakelijk is. Proces kan dan als vooruitgang worden gepresenteerd, terwijl de uitkomst niet verandert. Ook de dadergerichte aanpak roept vragen op. Deze is grotendeels gebaseerd op vrijwilligheid en niet-bindende interventies, terwijl de cijfers laten zien dat femicide vaak het resultaat is van langdurige, herhaalde geweldspatronen. Een aanpak die hoofdzakelijk leunt op vrijwillige deelname is in dat licht onvoldoende. Daarnaast blijft de positie van migrantenvrouwen onderbelicht. Factoren zoals verblijfsrechtelijke onzekerheid, economische afhankelijkheid en taalbarrières vergroten aantoonbaar het risico op ernstig geweld. In een diverse stad als Haarlem kan dat geen bijzaak zijn. Tot slot wil ik stilstaan bij de rol van de gemeenteraad. Die wordt in het rapport vooral gezien als ontvanger van informatie.
Maar wanneer de cijfers al jarenlang nauwelijks veranderen, is dit geen puur bestuurlijk vraagstuk meer. Dit vraagt om politieke verantwoordelijkheid en richting.
Wat hier wordt gevraagd, is niet dat de gemeente nationale bevoegdheden overneemt. Wat wél wordt gevraagd, is dat Haarlem haar bestaande bevoegdheden consequenter, transparanter en resultaatgerichter inzet. Niet alleen om processen te verbeteren, maar om daadwerkelijk levens te beschermen. Dank u wel.”
Beleidsmatige kanttekeningen bij het tussentijds rapport “Femicide staat nooit op zichzelf” en beleidsaanbevelingen voor de gemeente Haarlem Datum : 20.01.2026 Plaats : Haarlem Opgesteld door: Stichting Egality
Inleiding Het tussentijds rapport “Femicide staat nooit op zichzelf” benadert femicide terecht niet als een op zichzelf staand of plotseling incident, maar als het eindpunt van een langdurig en voorspelbaar geweldsproces dat zich doorgaans ontwikkelt binnen de context van partnergeweld. In het rapport wordt expliciet aandacht besteed aan het belang van vroegtijdige signalen, het concept van intieme terreur, terugkerende gedragspatronen van daders en de noodzaak van samenwerking tussen betrokken instanties. Dit analytische kader sluit aan bij zowel de academische literatuur als bij de beschikbare officiële statistieken in Nederland. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat deze analyse op politiek niveau niet wordt vertaald naar een beleidsmatige respons van vergelijkbare zwaarte. Wanneer nationale en lokale gegevens in samenhang worden beschouwd, kan niet worden geconcludeerd dat de huidige aanpak het risico op femicide structureel heeft verminderd.
Statistisch kader: wat laten de cijfers zien? Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn in Nederland tussen 2006 en 2024 jaarlijks gemiddeld 40 tot 50 vrouwen om het leven gebracht. Hoewel de aantallen per jaar fluctueren, is over deze periode geen structurele en duurzame daling waarneembaar. In 2024 werden 44 vrouwen gedood, waarvan een aanzienlijk deel door een huidige of voormalige partner. De cijfers over de afgelopen twintig jaar laten daarmee zien dat vrouwenmoorden grotendeels plaatsvinden in de context van partnergeweld. In dezelfde periode zijn de meld- en contactmechanismen rond huiselijk geweld uitgebreid. De politie registreert jaarlijks circa 84.000 gevallen van huiselijk geweld; in 2012 lag dit aantal zelfs boven de 95.000. Daarnaast schommelde het aantal meldingen bij Veilig Thuis in de periode 2019–2024 tussen de 120.000 en 130.000 per jaar, terwijl het aantal adviesvragen aantoonbaar is toegenomen. Deze ontwikkelingen duiden op een grotere zichtbaarheid van geweld en een intensievere institutionele betrokkenheid. Dat het aantal vrouwenmoorden desondanks niet is afgenomen, wijst erop dat het kernprobleem niet ligt bij signalering, bewustwording of contact, maar bij het ontbreken van voldoende effectieve interventies.
Het huidige systeem herkent risico’s, maar slaagt er onvoldoende in deze tijdig te doorbreken voordat zij escaleren tot dodelijk geweld. Beleidsmatige kanttekeningen – Femicide staat nooit op zichzelf
1
Kritische beoordeling van het tussentijds rapport In het tussentijds rapport wordt “vooruitgang” hoofdzakelijk gedefinieerd in termen van processen: meer overleg, betere coördinatie, toegenomen bewustwording en intensiever contact tussen professionals. Dat deze elementen expliciet worden benoemd, is op zichzelf relevant. Het rapport laat echter na inzichtelijk te maken hoe deze processen concreet bijdragen aan een aantoonbare verbetering van de veiligheid van vrouwen. Zolang bindende doelen, duidelijke tijdslijnen en expliciete faaldrempels ontbreken, kan het functioneren van processen politiek worden gepresenteerd als vooruitgang, terwijl het uitblijven van meetbare resultaten buiten beschouwing blijft. In het geval van femicide — een vorm van geweld met onomkeerbare gevolgen — duidt dit op een fundamenteel structureel tekort in de beleidsmatige benadering. Daarnaast besteedt het rapport veel aandacht aan een dadergerichte aanpak. Deze benadering is echter grotendeels gebaseerd op vrijwillige deelname, doorverwijzing en niet-bindende interventies. Tegelijkertijd laten de beschikbare gegevens zien dat femicide veelal het eindpunt vormt van langdurige en herhaalde patronen van geweld. Tegen deze achtergrond is het evident dat een aanpak die primair op vrijwilligheid berust, ontoereikend is.
Een verdere tekortkoming betreft de beperkte aandacht voor de positie van migrantenvrouwen. Verblijfsrechtelijke onzekerheid, economische afhankelijkheid, taalbarrières en wantrouwen tegenover instanties zijn bekende factoren die het risico op partnergeweld en femicide vergroten. In een cultureel diverse stad als Haarlem leidt het onvoldoende expliciteren van deze factoren tot een onvolledig en daardoor minder bruikbaar risicobeeld. Tot slot wordt in het tussentijds rapport de rol van de gemeenteraad hoofdzakelijk gepositioneerd als die van een orgaan dat wordt geïnformeerd en kennisneemt van de voortgang. Dat het aantal vrouwenmoorden al jarenlang op een vergelijkbaar niveau blijft, onderstreept echter dat dit vraagstuk niet uitsluitend een bestuurlijke aangelegenheid is, maar een directe politieke verantwoordelijkheid.
Beleidsmatige kanttekeningen – Femicide staat nooit op zichzelf
2
Beleidsaanbevelingen voor de gemeente Haarlem De onderstaande aanbevelingen zijn uitvoerbaar binnen het bestaande wettelijke kader en de bestuurlijke capaciteit van de gemeente Haarlem en vereisen geen wijzigingen op nationaal niveau.
1. Ontwikkel lokale indicatoren en een samenhangend monitoringskader De gemeente Haarlem dient op basis van gegevens van Veilig Thuis, gemeentelijke sociale diensten en eigen administratieve bronnen lokale indicatoren voor risico en interventie vast te stellen. Deze indicatoren dienen zich te beperken tot terreinen waarop de gemeente daadwerkelijk invloed kan uitoefenen en moeten ten minste eenmaal per jaar ter informatie en beoordeling aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
2. Vergroot de transparantie rond de toepassing van huisverboden Binnen het kader van de Wet tijdelijk huisverbod dienen geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over opgelegde huisverboden — waaronder aantallen, verlengingen en overtredingen — periodiek met de gemeenteraad te worden gedeeld. Dit maakt monitoring mogelijk zonder inbreuk te maken op individuele besluitvorming.
3. Versterk veiligheidsplannen met gemeentelijke sociale ondersteuning Veiligheidsplannen voor situaties met een verhoogd risico dienen structureel te worden verbonden met gemeentelijke instrumenten zoals tijdelijke opvang, inkomensondersteuning en schuldhulpverlening. Hierdoor wordt een meer samenhangende inzet van reeds beschikbare middelen gerealiseerd.
4. Ontwikkel laagdrempelige toegang voor migrantenvrouwen De gemeente Haarlem kan via meertalige informatievoorziening, samenwerking met maatschappelijke organisaties en veilige consultatiepunten de toegang tot gemeentelijke voorzieningen voor migrantenvrouwen verbeteren. Deze ondersteuning dient informerend en verwijzend van aard te blijven en mag geen nationale verblijfsbevoegdheden overschrijden.
5. Versterk de informatie- en beoordelingsrol van de gemeenteraad De gemeenteraad dient structureel te worden voorzien van vergelijkbare en inhoudelijk onderbouwde informatie over het beleid rond femicide en ernstig partnergeweld. Rapportages moeten niet alleen processen beschrijven, maar ook expliciet ingaan op de effecten en beperkingen van het gevoerde beleid.
Beleidsmatige kanttekeningen – Femicide staat nooit op zichzelf
3
6. Maak rapportage tot een instrument van verantwoording Rapportages van de gemeente Haarlem dienen systematisch vergelijkingen met voorgaande jaren te bevatten en helder te maken op welke terreinen vooruitgang is geboekt en waar beperkingen blijven bestaan. Daarmee wordt rapportage versterkt als instrument van democratische controle, in plaats van louter een administratieve verplichting.
Conclusie Het tussentijds rapport biedt een inhoudelijk juiste analyse van de aard van femicide. De statistische gegevens laten echter zien dat de beleidsmatige consequenties van deze analyse tot op heden onvoldoende zijn vertaald naar dwingende en resultaatgerichte maatregelen. Van de gemeente Haarlem wordt niet gevraagd haar nationale bevoegdheden te overschrijden, maar om de bestaande bevoegdheden doelgerichter, transparanter en consistenter in te zetten. Dat het aantal vrouwenmoorden al jarenlang op een vergelijkbaar niveau blijft, maakt duidelijk dat dit vraagstuk niet langer kan worden benaderd als een kwestie van goede bedoelingen en coördinatie alleen, maar vraagt om lokale politieke daadkracht.
Beleidsmatige kanttekeningen – Femicide staat nooit op zichzelf
4