CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

01-14 Transcript Commissie Bestuur

commissie Bestuur 14 januari 2021, gemeente Haarlem47.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

16 alinea's met “inspreken”: 5 57 60 68 81 86 139 148 150 153 154 157 160 163 164 166

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIEVERGADERING BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 14 januari 2021

1.

Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: … commissie bestuur, het is vandaag 14 januari alweer. Ik heb geen berichten van verhindering. Er is een aantal commissieleden dat deel zal nemen aan deze vergadering via het scherm, digitaal. Dat zijn Sander van den Raadt van Trots, Johan Rijbroek van Trots en Frans Smit van OPH.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we over tot het vaststellen van de agenda. Is er iemand die iets te zeggen heeft over deze agenda? Mevrouw van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou graag een agendapunt willen toevoegen over de demonstraties bij de Beahuis & Bloemenhovekliniek. De voorzitter: Oké, en heeft u dan ook een suggestie, want ik neem aan dat dat vrij uitgebreid behandeld gaat worden, welke agendapunt dan misschien eraf mag? Mevrouw Van der Windt: Even kijken, uit mijn hoofd gezegd, en ik ben de stukken nog aan het openen, is dat de diversiteit en wellicht dat we iets kunnen inkrimpen bij de corona, als we het echt specifiek over Haarlem hebben. De voorzitter: Dus het voorstel is het te gaan hebben naar aanleiding van de … Mevrouw, ja, mevrouw Van Zetten, gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Nou, ik verwacht toch nog wel een motivatie want eerlijk gezegd keken wij nog wel op van dit voorstel heel laat in de middag gedaan. Normaal is dat een agenda wordt gepubliceerd zodat mensen kunnen inspreken of ideeën kenbaar kunnen maken aan de fractie. Normaal is er ook fractieoverleg, dat hebben we allemaal op maandagavond. Dan moet het ongeveer wel bekend zijn wat er op de agenda staat.

Wij hebben het stuk niet gelezen, wij hebben het niet besproken, dus de reden, wat is de reden van D66 om dit op dit moment, op deze avond te agenderen te meer dat een half uur, drie kwartier voor het verzoek van D66 een interpellatieverzoek werd rondgezonden van de Actiepartij ondertekend door andere oppositiepartijen. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk. Mevrouw Van der Windt, wilt u het argumenteren? Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel, daar wil ik wat over zeggen. Ja, dat is echt een ongelukkige samenloop dat de verzoeken om interpellatie net voor mijn verzoek kwam omdat ik vastzat in vergadering en tussendoor niet het stuk heb ingediend. Dat was een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Ja, de reden dat ik het graag vandaag zou willen agenderen is dat het een heel actueel onderwerp is dat volop in de krant staat. We hebben net kort wat vragen beantwoord die ook wat vragen oproepen en wat mij betreft is het goed, ook richting de bevolking van Haarlem, om daar vandaag gewoon wat uitgebreider verder over te praten, nu het zo actueel is.

De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, dank u wel. Mijn fractie is ook de indiener van het verzoek voor een interpellatiedebat. Dat is niet voor niks, dat is niet zomaar. Het is omdat we daar heel goede redenen voor hebben en de medeondertekenaars ook. Het lijkt mij heel raar dat in deze de burgemeester verantwoording moet afleggen in de commissie bestuur in plaats van de hele raad die de motie heeft aangenomen, met uitzondering van ChristenUnie. Dus daar wil ik, dus geen steun voor behandeling nu. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Drost. De heer Drost: Nou, hier zit denk ik precies het verschil. Ik hoor de Actiepartij over verantwoording. Het gaat ons om de inhoud en daarom zijn het ook twee losse, ik zie de hele relatie met het interpellatiedebat ook niet. Het is wel het zelfde onderwerp maar voor mijn fractie, en daarom ondersteunen we dat, hebben ze in een brief van de burgemeester, er is een motie in december ingediend door bijna alle fracties. Nou ja, we lezen een ander verhaal in die brief. Het gaat om een kwetsbare groep dus laten we alsjeblieft dat op inhoud zo snel mogelijk bespreken. En wat is dan de kortste klap? Dat is in de commissie bestuur op dit moment. Daarom ondersteunen we dat verhaal en ik hoor hier over verantwoording, partijen iets vragen. Dat mag maar dat staat los van deze bespreking. De voorzitter: Ik zie een aantal vingers.

Mijnheer … O, een interruptie van mijnheer Trompetter. Ja, maar mijnheer Rutten was eerst en toen wilde ik daarna mevrouw Van Zetten en daarna mijnheer Trompetter maar … Nou, dat is heel … De heer Trompetter: Maar mijnheer Drost reageert op mij, he? De voorzitter: Ho, ho, ho, wacht even. Voor alle duidelijkheid, dit is een, wij stellen hier een agenda vast. Dit is nog geen debat en interruptie is eigenlijk een beetje een rare vorm. Ik snap dat u zich druk maakt ergens over en dat even kwijt wil, dat sta ik toe. Allemaal een keer en dan gaan we beslissen of we dit al dan niet gaan agenderen. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, dank u wel. Dan blijf ik toch bij het punt dat de motie door de hele raad aangenomen en de raad moet ter verantwoording, ook gegeven wordt, daar zijn ook vragen in gesteld. Die vragen zijn nog niet compleet, moet ik erbij zeggen. Het gaat bijvoorbeeld om niet actief of ‘…’ informatie verstrekken op het moment dat het wel bekend is en er naar gevraagd wordt door de burgemeester. Het is daarmee over de raadsbehandeling heen getild. Het gaat over een heel eigenzinnige uitvoering van de motie die de raad waarschijnlijk niet bedoeld heeft. Ik heb hier het idee dat de coalitie die probeert om toch de hete kolen uit het vuur te halen. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. Mevrouw Van Zetten.

Mevrouw Van Zetten: Nou ja, dat inhoudelijke dat is ook mijn bezwaar want wij hebben, ik heb die brief niet goed gelezen. We hebben het niet besproken in de fractie. Dat die motie niet werd uitgevoerd, dat lezen we in de krant maar dan had de coalitie dat maandag maar moeten voorstellen want nu zijn wij niet voorbereid. Daar maak ik ernstig bezwaar tegen want we willen toch allemaal op een gelijk speelveld een discussie met elkaar aangaan. De voorzitter: Voor alle duidelijkheid, u hebt de brief wel ontvangen maar nog niet goed gelezen, zegt u?

Mevrouw Van Zetten: Nee, natuurlijk niet. Want als, en dat lees je pas echt goed en je bespreekt het met de fractie als je weet dat het op de agenda staat en dat stond hij niet. De voorzitter: Ja, nu is de brief volgens mij gisteren of eergisteren pas verstuurd dus dat geldt voor iedereen, maar dat terzijde. Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Ik sluit me aan bij het betoog van mevrouw Van Zetten en de opvatting daarover. Daar hecht de VVD ook zwaar aan. Bovendien heeft het CDA een technische vraag gesteld die is beantwoord vanmiddag om 15:19 uur, met 15 pagina’s tellende PDF, met een juridische achtergrond, waarnaar gevraagd is over het punt wat de heer Wiene in zijn brief maakt. Ik heb ook nog contact gezocht met belanghebbenden. Ik ben helemaal niet nu toe aan een inhoudelijke behandeling daarvan. De voorzitter: Mijnheer Smit die neemt digitaal deel aan deze vergadering, die wil ook zijn bijdrage leveren. Mijnheer Smit, gaat uw gang. De heer Smit: Dag, mevrouw de voorzitter. Dank. Ik ben het voor 100% eens met het betoog van mijnheer Rutten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wat het CDA betreft denk ik dat we het inderdaad los van elkaar moeten zien.

Wat ons betreft, deze inhoudelijke behandeling, als we die nu hier kunnen doen en nog wat extra informatie kunnen opvragen, onder andere over de brief maar gewoon eventjes inhoudelijk een aantal dingen kunnen bespreken met de burgemeester en dan wellicht gewoon nog een interpellatie over twee weken, als dat noodzakelijk is. Dat is volgens mij geen enkel probleem. De voorzitter: Dat is ook het voorstel. Het een sluit het ander niet uit. We kunnen overgaan tot een inhoudelijke behandeling en dan eventueel, mocht het nog nodig zijn, alsnog een interpellatie over twee weken organiseren. Kan iedereen zich daar … O, mijnheer Van Reenen, gaat uw gang. De heer Van Reenen: Nee, daar kan niet iedereen zich in vinden. Zorgvuld, voorzitter, is des engels oorkussen. Wij, van Jouw Haarlem steunden de aanvraag voor het interpellatiedebat en om die zorgvuldigheid willen graag meer tijd om dit inhoudelijk te behandelen dus sluiten we ons aan bij de VVD. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Voor kennisgeving aangenomen. Dan gaan we nu over tot stemming. Oh, mijnheer Smit, gaat uw gang. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ook mijn vorige collega, het betekent voor ons niet impliciet de behandeling. Wij achten een behandeling nu niet gewenst. Dat gaf ik net aan. Dank u, voorzitter.

De voorzitter: Uw punt is duidelijk, de vraag is alleen, waarom acht u het niet gewenst? Nog even voor alle duidelijkheid. De heer Smit: De woorden van mijnheer Rutten en mevrouw Van Zetten. We hebben de brief onvoldoende kunnen beoordelen, we hebben de technische vragen van het CDA niet kunnen beoordelen. We hebben geen mogelijkheid gehad om insprekers te horen. Er kon ook nauwelijks of niet collegiaal overleg plaatsvinden dus dit er doorheen duwen en dan kijken of je een paar vragen kunt stellen en een paar antwoorden kunt krijgen

is geen toegevoegde waarde. Dit moeten in zijn geheel met aandacht behandeld kunnen worden en dat kan bij een interpellatiedebat bij de volgende raadsvergadering. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Mevrouw Eckhard. Kunt u dat nog een keer herhalen? Mevrouw Eckhard: Ik wil graag gewoon mijn fractie overleggen en daar heb ik vandaag niet de tijd voor gehad. De voorzitter: Oké, prima. Zijn we dan nu allemaal aan de beurt geweest? Gaan we dan over … Ja, mijnheer Linder. Ik wil best even … Ja hoor, gaat uw gang. De heer Linder: Nee, wij hebben die brief ook nog niet goed kunnen lezen en ook kunnen bespreken. Het lijkt me sowieso handig dat ook iedereen die de brief gelezen heeft zodat ook de mening van de burgemeester duidelijk is, of zijn uitleg daarin. Dus ik denk dat het handiger is om het vanavond niet te bespreken. De voorzitter: Goed, nu is het wel zo dat de burgemeester hier straks natuurlijk ook zit om meer duidelijkheid te verschaffen, mocht dat mogelijk zijn. Maar het is allemaal aan u. Mevrouw Van Zetten: Maar ik vind, ik wil wel een punt van orde maken want het is gewoon, u bent de voorzitter maar het is gewoon eigenlijk niet netjes zoals nu ineens een onderwerp op de agenda wordt gezet zonder dat de helft van de leden hier zich niet goed hebben kunnen voorbereiden.

Dat is toch geen basis voor een vergadering? De voorzitter: Nou, mevrouw Van Zetten, het is algeheel bekend dat de leden van deze commissie zelf over hun eigen agenda gaan. Ik ben totaal neutraal, mij maakt niet uit. Dus het is hier wat de meerderheid hier vindt. Wat geagendeerd wordt dat wordt geagendeerd. Zo is het volgens mij altijd geweest en ik ga er niet over. Wacht even, mijnheer Van den Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, het klopt helemaal. Het mag gewoon geagendeerd worden. Als dat wordt geagendeerd heb ik graag een pauze om het te kunnen lezen. Ik heb ook geen idee waar het over gaat. Dank. De voorzitter: Het kan aan mij liggen maar ik heb daar niets van begrepen. Zou u het nog een keer kunnen herhalen? De heer Van den Raadt: En dan speciaal voor u. De voorzitter: Veel beter, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, zie je, als ik het speciaal voor u doe dan is het altijd beter. Nou, natuurlijk kan iedereen gewoon dingen agenderen, dat zijn inderdaad de regels. Dan wel het verzoek dat, als het aangenomen wordt, dat er voldoende pauzetijd komt om alles te lezen. De voorzitter: Ja, ik weet niet wat u voldoende vindt, er zit een pauze tussen dus dat kan in principe voldoende zijn. Ik wil nu toch echt overgaan tot stemming. Oh, mijnheer Trompetter, nog een kleine toevoeging.

De heer Trompetter: Ja, want als ik het niet begrijp, de meerderheid van de commissie betekent dus dat de coalitie altijd alles kan agenderen met de meerderheid. Dat stel ik dan bij deze vast.

De voorzitter: Ja, maar de oppositie kan ook alles agenderen en als daar … Het is geen coalitie-oppositie zaak. Er is gewoon een agenda, die ligt voor, daar wil iemand wat aan toevoegen en of dat nou de oppositie is of de coalitie, iedereen heeft dezelfde rechten. Dus ik zie het probleem eigenlijk niet zo. Bovendien wordt hier ook niet, ik proef een beetje dat er wordt gedaan alsof dat interpellatie debat hiermee is afgeschoten. Dat is dus niet het geval. We kunnen het hier inhoudelijk behandelen en vervolgens alsnog een interpellatiedebat houden. Mijnheer Drost. De heer Drost: Nou ja, voor de duidelijkheid, het is ook niet ter advisering aan de raad, dit punt, met fracties overleggen. Het is gewoon even een moment om dit onderwerp verder te bespreken. Meerdere partijen hebben ook met elkaar kunnen concluderen dat er een interpellatiedebat nodig is. Nou, dan kunt u denk ik ook wel vanavond van gedachten wisselen over dit onderwerp, lijkt me zo. Als u die conclusie wel hebt kunnen trekken. De voorzitter: Ik ga gewoon over tot stemming. Wie is er voor behandeling van dit onderwerp, alvast, zeg ik er met klem bij, vanavond en dan eventueel een interpellatiedebat, mocht dat nodig zijn, over twee weken? Ik zie GroenLinks, CDA, D66 en PvdA. En wie wil het niet? Dat zijn de andere partijen.

OPH ook niet, en Trots? De heer Van den Raadt: Nee, voorzitter, de officiële pauze gebruik ik graag als pauze. Als er geen extra pauze komt dan niet. De voorzitter: Er is gewoon een eetpauze, mijnheer Van den Raadt. Hebt u daar genoeg aan? Goed. Dan concludeer ik dat, het is een gewogen meerderheid dus dan gaan we het er vanavond wel over hebben en dan kijken wat daar de uitkomst van is. Mevrouw Van Zetten: Mag ik even, hoe laat is dat ongeveer want ik ga zo weer even naar commissie beheer. De voorzitter: Dat zal dan zijn om tien voor half negen en dat is dan op de plek van de rapportage plan van aanpak diversiteit en inclusie. 3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Ja. Gaan we door naar mededelingen van de commissieleden of van de wethouder. Mijnheer Rog, heeft u nog iets te melden? Wethouder Rog: Ja, ik mag u melden dat afgelopen woensdag, gisteren, de aandeelhoudersvergadering van Werkpas plaatsvond en in deze algemene vergadering van aandeelhouders is de begroting 2021 van de Werkpas Holding vastgesteld en is gesproken over de voorlopige resultaten van het jaar 2020. Uw commissie zal ik hierover binnenkort via een informatienota uitgebreider informeren. De voorzitter: Dank u wel.

4.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Wat betreft de agenda voor de komende vergaderingen. De volgende vergadering is op 1 februari. Ter advisering is nog niets ontvangen, ter bespreking is ontvangen het actieprogramma veiligheid en handhaving 2021 inclusief de brief over de politiecapaciteit. Zijn er, wat betreft deze commissie, nog punten die geagendeerd dienen te worden? Mijnheer Trompetter.

De heer Trompetter: Ja, dan heb ik eventueel punt 3.2.1, dat gaat over de klachtenregelingen bij aanbieders. Daar heb ik eigenlijk maar een vraag over dus agendering hoeft niet per se als ik die ene vraag nu ook kan stellen. In het stuk staat dat de klachtencoördinator langdurig afwezig is geweest. De voorzitter: Nee, we hebben nu geen rondvraag meer behalve over corona. Zou u die vraag schriftelijk kunnen stellen en dan, mocht het zo zijn dat het antwoord onbevredigend is, dat we hem even achter de hand houden en dat we hem dan alsnog agenderen? De heer Trompetter: Precies, ik wil nog wel de mogelijkheid hebben dat dat kan. De voorzitter: Ja. Dan noteren we hem zo. De heer Trompetter: En ik wil graag artikel 2.2, taskforce mensenhandel agenderen. De voorzitter: Welk nummer is dat, zegt u? De heer Trompetter: 2.2. De voorzitter: 2.2. Mag ik handen zien van de mensen die voor agendering van 2.2 zijn? Ik heb trouwens uw argumentatie nog niet gehoord, sorry. De heer Trompetter: De argumentatie om 2.2, taskforce mensenhandel te agenderen is dat we, wat ik de vorige ook heb gezegd, een raadsmarkt hebben gehad bijvoorbeeld over het versneld opsporen van mensenhandel en daaraan gerelateerde zaak op internet en dat we daar niks meer over hebben gehoord.

Ik wil daar graag het gesprek over aangaan hoe de keten samenwerking is en of dat beter is geworden dan de vorige keer dat we het erover gehad. Dus ik heb echt wel wat puntjes daarover. De voorzitter: Dan stel ik nogmaals de vraag, is er een meerderheid te vinden binnen deze commissie voor agendering van dit stuk? Ja, ik zie voldoende bijval. U ontvangt een formulier, mijnheer Trompetter, waarin u uw argumentatie nogmaals kunt opschrijven en wat u verwacht van de overige raadsleden. Zijn er verder nog stukken die geagendeerd dienen te worden? Mevrouw Van der Windt, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst eventjes een technische vraag stellen over die ‘…’ van Werkdag omdat ik de indruk heb dat de zorgbrede governancecode toch wel op een opvallende manier wordt toegepast. Maar ik zal er eerst een technische vraag over stellen en kijken of we dat vervolgens, of artikel 38 vervolgens geagendeerd moet worden.

Ik zal heel graag de korte wapenstok willen agenderen want de antwoorden die we nu hebben gekregen gaan eigenlijk over de bestuursrechtelijke bevoegdheid van Zandvoort terwijl ik toch ook wel graag een debat zou willen hebben over de privaatrechtelijke verhouding tussen Haarlem als werkgever en van de boa’s en Zandvoort die die verhouding niet heeft maar wel afwijkende eisen en verplichtingen wil opleggen aan de boa’s van Haarlem in strijd met wat wij hier eerder hebben afgesproken. De voorzitter: Nou, uw argumentatie is mij in ieder geval duidelijk. Is er een meerderheid voor het bespreken van dit onderwerp? Ik zie een duidelijke meerderheid. Ook u ontvangt een formulier. En wat betreft het andere punt wat u misschien wil agenderen naar aanleiding van de technische vraag, voor u geldt hetzelfde, mocht die beantwoord beantwoording onvoldoende zijn, wat u betreft, dan horen wij dat graag en kunnen we hem alsnog agenderen. Ja, akkoord? Prima. Verder nog zaken die geagendeerd dienen te worden? Nee? Zijn

er op de jaarplanning en actielijst nog zaken waar de commissie de wethouder wil vragen om verduidelijking? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, dank u wel. Ik denk dat we het actiepunt van die ombudsman, dat punt. Alleen op dat ene punt na waarvan die ene vraag die er nog ligt, hoe het nu staat met de klachtencoördinator die langdurig afwezig was, dat halverwege 2020 opgelost zou zijn. Maar wat Actiepartij betreft is het actiepunt Wmo vertrouwenspersoon nog niet afgedaan. Het is een ander soort punt dan klachtenpunt. Hij staat er ook apart op en ik wou alleen maar even aangeven dat wat ons betreft die motie, dat actiepunt niet afgedaan is. De voorzitter: Er zat iemand tegen de griffier aan te praten. Het ging over het stuk op de actielijst over de ombudsman. Dat was een motie, toch, mijnheer Trompetter? De heer Trompetter: Het is een toezegging, ik denk dat het een motie is, voor die ombudsman. Die is wel afgedaan met de brief over klachtenbehandeling. Maar het actiepunt Wmo vertrouwenspersoon wat mij betreft niet omdat het een totaal ander iets is. Ik heb nu wat casuïstiek, waar ik u niet meer gaan vermoeien, maar waarbij die samenwerking dus tussen die zorgpartijen in de stad heel veel te wensen overlaat. Dank u. De voorzitter: Is dat 3.2.1? Dus op de actielijst, hè? De heer Trompetter: Nee, want dat is de klachtenregeling ‘…’ alleen de Wmo vertrouwenspersoon niet.

De Wmo vertrouwenspersoon, die motie, die dus niet … Geen motie maar een toezegging van de burgemeester. Daar is nog niet aan voldaan, wat Actiepartij betreft. De voorzitter: Bij de ter kennisname ingekomen stukken, zegt u. Of bij de actielijst? De heer Trompetter: In de actielijst staat het Daar hebben we het nu over, toch? De voorzitter: Toch de actielijst. Ja precies, dat dacht ik ook namelijk. We hebben het over de actielijst. We gaan er zo even naar kijken. De heer Trompetter: En beide punten staan erop. Daar staat zowel het punt op als zeg maar opvolging geven aan de aanbevelingen van een landelijke ombudsman als wel de Wmo vertrouwenspersoon en ik wil voorkomen dat dat laatste punt van die Wmo vertrouwenspersoon ‘…’ van de actielijst verdwijnt. De voorzitter: Verder geen zaken? Jaarplanning, actielijst, nee? 5.

Transcript commissie d.d. 1 december en 10 december 2020 (openbaar en besloten deel) (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Wat betreft het transcript van de commissie van 1 december en 10 december. Zijn daar nog opmerkingen over? Nee. Ter advisering aan de raad

6.

17.15 Vaststelling nieuwe Algemene Subsidieverordening gemeente Haarlem (MR) De voorzitter: Dan gaan wij verder met agendapunt 6, het stuk ter advisering aan de raad aangeboden, vaststelling nieuwe algemene subsidieverordening van de gemeente Haarlem. De raad wordt gevraagd de

subsidieverordening vast te stellen. Door deze verordening te actualiseren wordt het traject om subsidie aan te vragen, te verlenen en vast te stellen verder gestroomlijnd. De voorgestelde wijzigingen zorgen ervoor dat het subsidieproces efficiënter zal zijn en beter aansluit op de praktijk. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Van Reenen, gaat uw gang. De heer Van Reenen: Dank u wel, voorzitter. Jouw Haarlem wil in ieder geval de ambtenaren complimenteren met de helderheid van het stuk, daar waren we erg blij mee. Goed overzicht. Des te opvallender was dat onder punt 4, argumenten, ons oog viel op de paragraaf bevoegdheid vaststellen subsidieplafonds waarin het college vraagt om de bevoegdheid te krijgen, die nu bij de raad berust, om die plafonds vast te stellen. Wij vinden dat een ongewenste uitholling van het budgetrecht van deze raad en zijn daar dus fel tegen. We kondigen daarom bij dezen een amendement aan, om dat er weer uit te halen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Reenen. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de ambtenaren voor de beantwoording van de technische vragen die ik over het stuk gesteld heb. We hadden hetzelfde punt als Jouw Haarlem en zullen het amendement dan ook mede indienen.

Dus met dat budgetplafond, wat ons betreft is dit weer een volgende, een kleine uitholling van de raadbevoegdheid omdat, zeg maar in de praktijk, als budgetten fors overschreden worden of overschreden worden … De voorzitter: Mijnheer Trompetter, u hebt, sorry dat ik u onderbreek, u heeft een interruptie van de heer Van den Doel. Ga uw gang, mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, ik wou al eerder interrumperen maar ik dacht, ik wacht even af tot mijn eigen beurt, maar nu twee mensen over het subsidieplafond beginnen. Ik dacht ook van, wat moeten we daarmee? Moeten we dat willen dat het subsidieplafond weggaat bij als raadsbevoegdheid en collegebevoegdheid wordt? Dus daar wilde ik inderdaad een vraag stellen. Maar ik vind u wel erg kort door de bocht om, voordat u ook maar enigszins een reactie heeft van het college, ongelijk kan een amendement aan te kondigen. Dat lijkt mij een beetje voorbarig, op zijn hoogst. Vindt u niet? De heer Trompetter: Nou ja, ik had hem nog niet in mijn tekst staan maar ik denk, Jouw Haarlem die noemt hem en wij vinden dat ook een punt, laat ik er aan toevoegen, mocht de beantwoording onbevredigend zijn. Ik wil er nog iets aan toevoegen dat de praktijk is dat als, zeg maar, de budgetten worden overschreven er gewoon een verzoek komt om bij te plussen, dat gebeurt ook meestal.

En als er bijvoorbeeld stelposten en post onvoorzien niet uitgegeven zijn er bijna niet te achterhalen is, ook niet als je technisch uitvraagt, waar het geld blijft. Dus dat is een van de argumentaties ik daarvoor heb. Dan heb ik nog een vraag aan het college. Er is geen verwijzing opgenomen naar de subsidiëring van bijeenkomsten waar zwarte Piet aanwezig is. Dat hoeft misschien per se ook niet maar dan wil ik wel weten op welke wijze het college daar dan wel in voorziet. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Wie mag het woord geven? Niemand? Dan is het woord aan de heer Rog, gaat uw gang. Wethouder Rog: Ja, dank u wel, voorzitter, en dank aan de leden die een aantal vragen nog concreet hebben gesteld. De wijzigingen zijn in lijn met de modelverordening van de VNG en volgens mij zijn een aantal zaken ook gezegd, in positieve zin, die ook gedeeld worden door uw commissie. Dat is fijn ook om te horen. Met name Jouw Haarlem en de Actiepartij hebben vragen over het subsidieplafond en stellen daarbij dat dan het

budgetrecht van uw raad uiteindelijk beperkt zou worden. Nou, dat is geenszins de bedoeling van het college en dat is ook niet de uitwerking van deze verordening. Het is zo dat, nog steeds, uw raad de beleidsdoelen en de budgetten vast zal stellen en dat het gaat, als het gaat over de subsidieregeling en het plafond daarin, dat dat eigenlijk niet meer is dan het vaststellen van een maximumbudget voor een specifieke categorie subsidies. Maar dus wel binnen de budgetten die de raad beschikbaar stelt. Het is dus de bedoeling dat er eigenlijk efficiënter gehandeld kan worden op beleidsthema’s waar u het college opdracht toe geeft en die wij dan sneller kunnen doorpakken. De voorzitter: U hebt een interruptie van de heer Van Reenen. Ga uw gang. De heer Van Reenen: Ja, voorzitter, dat is de motivatie zoals die ook in het stuk staat, en die hebben we goed gelezen en die begrijpen we. Maar het gaat er nu juist om dat wij dit moment een verdergaande controle hebben die we dan kwijt raken. Daar zijn we niet zo voor. Dus nogmaals, wij zijn nog steeds van zins om dat amendement in te dienen hierop. Tenzij u nu komt met iets nieuws. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter.

Sommige budgetten waar nu ook budgetplafonds voor zijn ingesteld, in overleg met de raad, dat is op zich een heel precair proces, denk ik, omdat sommige zaken ook open einde regelingen zijn zoals jeugdzorg en Wmo. Dus dat is dan heel precair en ik denk dat het wel verstandig is om daar de raad in mee te nemen om dat soort plafonds vast te stellen, juist omdat het budget in principe onuitputtelijk is. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, inderdaad het antwoord wat we verwachtten maar het is niet het antwoord wat we wilden. Ik zou graag vragen, heeft u daar wat voorbeelden bij want ik kan 123 niet de niet de impact zien van wat u nou precies doet. Ik heb er allerlei voorstellingen van en aan de hand van mijn eigen voorstelling ben ik niet geneigd daarmee akkoord te gaan. Maar ik laat me graag overtuigen als u zegt van nou, ik wil wat meer handvatten om daar een besluit over te kunnen nemen dan alleen maar, het is binnen de kaders maar inderdaad, wat gezegd is, van bepaalde subsidies zijn de kaders oneindig en hoe kan je dan een plafond overlaten aan het college. Willen we dat? Nou goed, dat soort vragen. Dus ik zou daar graag wat meer specifiek antwoord op willen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van den Doel. Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Rog: Ja, dank u wel. Voorbeeld van Wmo jeugdzorg is geen subsidie.

Het gaat hier vaak echt over subsidieregelingen, over enkele tienduizenden euro’s. Maar laten we een voorbeeld nemen van aardgasvrij. Uw raad heeft daarvoor een budget beschikbaar gesteld en het college kan daarmee een aantal woningen helpen. Dat gaan we dan dus ook doen maar als dan blijkt dat de subsidie eigenlijk te laag is om mensen daadwerkelijk over te halen om gebruik te maken van die subsidie dan zou het college, zonder dat dat dus eerst een collegebesluit en daarna een commissie- en raadsbesluit vergt, alsnog aan die knoppen kunnen draaien om mensen te verleiden om daadwerkelijk datgene te doen wat de raad aan het college als opdracht heeft meegegeven. De voorzitter: U hebt nog een interruptie van de heer Trompetter.

De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Dat lijkt mij toch niet nodig, als het geld op is, is het geld op. Dan zegt u toch gewoon van, het is klaar. We hebben zoveel budget voor het aardgasvrij maken voor particuliere huiseigenaars. Als het geld op is, is het geld op, sorry. ‘…’ dan komt u weer. Maar ik snap dus niet wat … Ik snap die argumentatie niet waardoor dat budgetplafond, het recht om het in te stellen, dan nu bij de raad weggaat. De voorzitter: Mevrouw Wisse, gaat uw gang. Mevrouw Wisse: Ja, dank u wel. Ja, ik wilde eigenlijk datzelfde voorbeeld noemen van aardgasvrij als voorbeeld waarom we juist per regeling als raad die bevoegdheid zouden moeten willen houden. Want ik kan me daar herinneren dat die specifiek op koplopers was gericht. Bij de PvdA hebben we toen het punt gemaakt dat mensen die toch al makkelijk duurzaamheidsmaatregelen kunnen treffen nu ook nog eens een keertje met die subsidie werden geholpen. Als zo’n regeling dan alleen aan het eind van het jaar met een groot budget met de begroting, dan kunnen wij niks mee doen. Wij zouden natuurlijk liever die bevoegdheid bij onszelf houden in plaats van het college de vrijheid geven om aan te passen. Dank u wel. De voorzitter: U hebt ook nog een interruptie van de heer Smit en een interruptie van de heer Van den Doel. Mijnheer Smit, gaat uw gang. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

Mijnheer de wethouder, u maakte de opmerking dat u zonder tussenkomst van de raad sneller kunt acteren. Dat zal in zijn algemeenheid waar zijn, en dan moeten we misschien maar thuisblijven voortaan, maar dat bedoelt u niet. Het kan soms, als u terug moet naar de raad, iets meer tijd kosten, maar op dat moment vraagt u aan de raad om zijn bevoegdheid te gebruiken. Dan is dat in een voorbeeld waarin u bijvoorbeeld aangeeft dat er wellicht een subsidieregeling met te lage bedragen mensen niet enthousiasmeert om, en dat is dan prachtig de reden om terug te komen om te constateren dat het niet werkt en dan vraagt u aan de raad om hogere bedragen per aanvraag toe te kennen. Kost even tijd maar ik denk dat dat in het belang van de democratie toch wenselijk is. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Ja, wethouder, dat ene voorbeeld dat geloof ik op zich wel, maar of ik het er mee eens ben of niet is wat anders. Maar u zegt, dan kunnen we het budget verhogen, maar dan haal je dat ergens vandaan. Volgens mij stellen we al die budgetten in dus dan gaat u tussen budgetten schuiven. Begrijp ik dat goed? Want dat is wel van belang.

Kijk, als wij zeggen, u hebt voor verduurzaming van het huizenbezit heeft u 2 miljoen en een van de regelingen is het stimuleren en daar gaat 1 miljoen heen, en u zegt, dat is tekort dus dan doen we 1,2 miljoen maar er gaat van de andere verduurzaamheidsopdracht twee ton af. Dat is een beetje schuiven waar ik de zin wel van in zie om dat snel te kunnen doen maar volgens mij stellen we op dat niveau bijna die subsidies vast. Dus het is me dan weer net even … Snapt u wat ik bedoel? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Doel. Ga uw gang. Wethouder Rog: Nee, het is natuurlijk ook waar dat in alle gevallen er ook een begrotingsvoorbehoud, inderdaad, gemaakt zou moeten worden. Ik kan als ander voorbeeld wel aangeven dat we bijvoorbeeld ‘…’ coronamaatregelen soms snel actie willen ondernemen. Het is inderdaad dus een voorstel van het college aan uw commissie omdat wij denken dat we daarmee binnen de kaders die u dus stelt inderdaad sneller en flexibeler kunnen handelen. Ik kan daar ook bij aangeven dat ik natuurlijk graag bereid ben … Iedere

aanpassing in de financiën zal altijd in de planning en control cyclus worden meegenomen. Dus in die zin krijgt u dat ook en ik zou ook natuurlijk kunnen toezeggen om u als … Om de commissie iedere keer wanneer wij kiezen voor zo’n aanpassing, om daar de commissie over te informeren zodat u het alsnog kunt agenderen. Maar dit is wel het voorstel wat het college graag wil doen. De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik dacht dat het me eerst duidelijk was, nu begin ik toch weer een beetje te twijfelen dus nog even een verduidelijkende vraag. Moet ik het anders misschien andersom zien? Dus bijvoorbeeld dat er 2 miljoen beschikbaar is voor duurzaamheid. Het college dat ziet dat er eigenlijk niet zo heel veel aanvragen worden gedaan om het huis te verduurzamen. Kortom, dat geld blijft maar op de plank liggen. Dat zou zonde zijn want de raad heeft wel een bepaald budget gesteld dat moet gaan naar duurzaamheid. Dan zegt het college, oké, dan zetten we een budgetplan in, we verlagen het bedrag wat we beschikbaar hebben voor de huizenverduurzaming omdat daar toch niet zoveel vraag naar is en we zetten het overige geld in voor andere zaken. Zou dat misschien iets kunnen zijn? De voorzitter: Ja, u mag antwoorden. We hebben ook nog een bijdrage in tweede termijn van de heer Van den Raadt.

Zullen we die eerst even doen? In zijn algemeenheid. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, Trots Haarlem had inderdaad ook wat gelezen over dat subsidieplafond, zijn wij het ook niet mee eens dus wij zullen onze vrienden van Jouw Haarlem steunen met dat amendement, ons logo mag erop. En artikel 16 over het verhogen van het bedrag van 50.000 naar 100.000 waar dan nog financieel de boeken over moeten worden bijgehouden, daar zijn we het ook niet mee eens. Dat willen we op € 50.000 laten dus daar zullen we ook een amendement voor indienen. Opvallend is nu dat de wethouder het heeft over bijvoorbeeld de coronamaatregelen maar bij het onderwerp coronamaatregelen daar hadden we toen nog wethouder Snoek aan de macht en bij die coronamaatregelen is al besloten dat de wethouder helemaal carte blanche heeft qua uitgeven. Toen was Trots Haarlem de enige die daar niet mee akkoord ging maar toen zei de wethouder, u kunt mij wel vertrouwen en toen zeiden wij, ja, maar straks zit u er misschien niet meer. Nou, dat is nu precies het geval maar met de coronamaatregelen kunt u al onbeperkt geld uitgeven zonder dat de raad daar wat aan kan doen dus dat is een slecht voorbeeld. De voorzitter: Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Bot: Ik zou bijna zeggen, was het maar waar dat we onbeperkt geld konden uitgeven. Dat is zeker niet de situatie.

Maar het standpunt van de heer Van den Raadt is mij duidelijk. Mevrouw De Raadt heeft in haar analyse gelijk, zo zit het dus inderdaad. Binnen een beleidskader kan er dan inderdaad geschoven worden en in het voorstel wat we als college doen hebben wij de opdracht die u ons geeft met daarin het budget, ruimte om inderdaad wat adequater te kunnen handelen wanneer dat nodig lijkt omdat er bijvoorbeeld te weinig aanspraak op gemaakt wordt of wanneer we zien dat er meer mogelijkheden zijn. Wij geven daarmee aan dus, kan mee in de p en c cyclus, kan daar de commissie over informeren. Als het gaat om de 50.000-€ 100.000 waar de heer Van den Raadt het over heeft dan wil ik daarmee aangeven dat dit toch echt in lijn is met hoe het ook in andere steden eraan toegaat en dat we op dit moment een accountantsverklaring vragen die soms 3-€ 4000 kostte voor een subsidie van € 50.000 en dat vinden wij niet meer evenredig en niet meer verantwoord. Dus ik ook van harte dat u daarmee kunt instemmen. De voorzitter: U hebt nog een interruptie van de heer Van den Raadt.

De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, ik word natuurlijk getriggerd door het argument, dat hebben ze in andere steden ook zo geregeld. Nou, laten we dan alles doen zoals het in andere steden gaat en dan kan ik u vertellen dat de meerderheid ondertussen de hondenbelasting heeft afgeschaft dus bent u dat dan ook van plan? De voorzitter: Mevrouw De Raadt, u hebt ook nog een interruptie, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Nou, geen interruptie maar wat betreft de conclusie van het CDA, ik ben in ieder geval blij dat mijn analyse in zoverre klopte, dan ben ik op dat punt gerustgesteld. Nou ja, wetende dat dat toch eigenlijk al de huidige praktijk is, ziet het CDA verder geen probleem om hiermee akkoord te gaan. Ik denk dat de handreiking die de wethouder doet om onze ieder geval nog eventjes te informeren, mocht zo’n moment zich hebben voorgedaan, wat ons betreft voldoende is en goed. De voorzitter: Mijnheer Van Reenen. De heer Van Reenen: Dank u wel, voorzitter. Nieuwe collegae, ik had gisteren een discussie met mijn vader in de keuken over een object dat ik slechts één per jaar gebruik bij het koken, dat had hij maar verwijderd want ik gebruikte toch nooit. Maar gisteren had ik het nodig en was het wel weg. Dat is precies de situatie die we hier aantreffen.

Het is natuurlijk niet zo, voorzitter, dat wij de wethouder en het college op voorhand wantrouwen in de besluiten die ze zouden nemen op dit punt. Dat is helemaal niet aan de orde. Dus de vergelijkingen doen ook niet zo ter zake, wat ons betreft. Het gaat erom dat wij die besluiten toch willen controleren. Dat is onze taak ook, daar zijn we voor als raad en dat mechanisme zou op dit punt wegvallen. Daarom zijn we nog steeds tegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Reenen. Was het de eiersnijder of de meloensteker, dat wil ik nog wel even weten. Mijnheer Van den Doel, gaat uw gang. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Van Reenen, maar u zegt, dan heb ik hem niet. Alsof dat altijd het geval is dat als je subsidies verschuift, dat je dan opeens iets niet meer hebt. Ik bedoel, het is niet zo dat we al die subsidies maar honderden jaren opslaan voor het geval dat we ooit eens een keer het geld nodig zouden hebben. Dus ik snap de vergelijking die u maakt niet maar ik kan goed leven met, en ik ben benieuwd wat u daarvan vindt, maar ik kan goed leven met de suggestie van de wethouder. Dat stelt onze controlerende taak, mijnheer Van Reenen, helemaal juist neer. Het college neemt een besluit en koppelt dat terug aan de raad en vraagt of wij het goed gevonden hebben of niet en dan kunnen wij daar wat van vinden.

Dus dat lijkt me uitstekend, dat lijkt me ook waarvoor we in het leven zijn geroepen. De voorzitter: Mijnheer Van Reenen, wilt u daar nog op reageren? De heer Van Reenen: Ja, dat wil ik wel. Persoonlijk zou ik ook in die richting denken en vond ik dat een aardige opening van de wethouder, maar die wil ik dan mee terug nemen naar mijn fractie, voordat ik me daarover kan uitspreken. Het ging mij er natuurlijk niet om dat ik bang was dat ik als raad het geld niet zou hebben, nee, het gaat me om het controleren van wat daarmee gebeurt. Dank u wel. De voorzitter: Ja, mijnheer IJsbrandy.

De heer IJsbrandy: Ja, Hart voor Haarlem kan zich goed vinden in de voorstellen van het college. Controleren kan je inderdaad ook prima achteraf doen mits inderdaad in de planning en control documenten natuurlijk verantwoording wordt afgelegd van de mutaties die gaandeweg plaatsvinden. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, wij blijven de bezwaren houden, mijn fractie, die wij eerder hebben geuit en in dat licht wil ik ook nog wel opmerken dat ik er enige jaren geleden bij de behandeling, twee jaar terug, bij de behandeling van de mandaatregeling zat er niet het stuk bij wat ooit door de raad, ooit aan het college is gemandateerd. Daar het overzicht van heb ik nog steeds niet gezien. Dus nee, wij blijven bij ons standpunt, maar ik meet signalen dat dat wel een meerderheid zal zijn, denk ik. De voorzitter: U doet uw belofte van amendement gestand hiermee, hoor ik u zeggen. De heer Trompetter: Nou ja, omdat Jouw Haarlem heeft gezegd ‘…’ zullen we kijken wat er langskomt en dan zullen we dat beoordelen. De heer Van Reenen: Als gezegd wil ik het terug meenemen naar de fractie maar het is zeer waarschijnlijk dat we bij het amendement blijven, ja. De voorzitter: In principe wordt het dan straks bespreekpunt tenzij u besluit alsnog uw amendement in te trekken. Dan kan het een hamerstuk met stemverklaring worden. Maar daar komen we zo meteen aan.

Trots? De heer …: ‘…’. De voorzitter: Nee, want we gaan nu de zwaarte vaststellen en mocht het dan toch niet nodig zijn kunnen we hem altijd terugschalen. Mijnheer Van den Raadt, u hebt nog een opmerking. Ga uw gang. De heer Van den Raadt: Nou, eigenlijk niet, voorzitter, maar wij zullen sowieso een amendement indienen over dat subsidieplafond, dus dat blijft wel staan. Dank u. De voorzitter: Dan wordt het sowieso een bespreekpunt. Wethouder, wilt u nog iets kwijt? Wethouder Bot: Nee, ik denk dat de discussie die hier gevoerd is ook de discussie is die ook inderdaad in het college heeft plaatsgevonden, die ik ook herken. Ik denk dat de heer Van den Doel op een heel juiste wijze heeft samengevat dat juist die controlerende functie aan de ene kant echt blijft bestaan. Daar voegen we dus aan toe ook de actieve informatie vanuit het college waar het gaat om zowel de P&C cyclus als wanneer daar gewoon sprake van is geweest. Ik wilde daar … Ja, dat is eigenlijk het punt wat ik nog wilde maken. De voorzitter: Goed. We hebben uw toezegging gehoord, dat nemen we mee, dat is verantwoording achteraf in de P&C cyclus en hier, desnoods, in de raad, mocht dat nodig zijn. Er is een amendement sowieso al aangekondigd dus het wordt een bespreekpunt. 7.

18.15 Nota garanties en leningen (MR) De voorzitter: Dan gaan wij door naar het volgende onderwerp, onderwerp 7, tevens ter advisering aan de raad, de nota garanties en leningen. De raad wordt gevraagd de nota garanties en leningen vast te stellen en

de nota garanties en leningen uit 2013 in te trekken. Wie mag ik het woord geven op dit onderwerp? Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij waren net al een voorstander van het in stand houden van de raadsbevoegdheid om subsidieplafonds vast te stellen en mijn punt bij dit agendastuk borduurt daar een beetje op voort. De garanties, die zijn bijna allemaal ten behoeve van woningbouw en daar is een soort achtervang door het waarborgfonds sociale woningbouw dus ik denk niet dat we dat allemaal als raad hoeven te bekijken. Maar welke andere garanties worden er afgegeven? Dat zijn er maar heel weinig, dat was 1% volgens mij, maar zou die niet langs de raad kunnen zodat wij daar nog iets van kunnen zeggen en vinden, vooral als het om veel geld gaat. Bijvoorbeeld als er straks energieprojecten zijn, grote energieprojecten waarbij de gemeente zich garant wil stellen, dan denk ik dat het fijn is dat wij daar nog iets over te zeggen hebben. We kunnen bijvoorbeeld voorwaarden stellen over lokaal eigendom of wat dan ook. Dus kortom, bij alle niet woningbouwgaranties zou het, wat de PvdA betreft, fijn zijn als die nog terugkwam in de raad. Hetzelfde punt wil ik maken bij de leningen. Driekwart gaat over revolverende fondsen bij de SVn.

Dat zal vast prima zijn maar die andere kwart van die leningen, wat voor bedragen zijn dat, aan wie? Leningen doen we niet tenzij maar als we het wel doen, waarom? Heel graag die ene kwart terug naar de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wisse. Mijnheer Rijbroek? Nee. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me geheel aan bij de PvdA. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Verder geen bijdrage voor de eerste termijn? Mijnheer Van Reenen. De heer Van Reenen: Ja, ook aansluiting namens Jouw Haarlem. Dank u wel. De voorzitter: Aansluiten bij de woorden van de PvdA, neem ik aan. Dan geef ik nu het woord aan de wethouder, gaat uw gang. Wethouder Rog: Het gaat allemaal heel snel, voorzitter. Dat is heel goed, ik ben het veel stroperiger gewend in het Haagse. Wij, concreet, de vraag van de Partij van de Arbeid waar een aantal fracties zich bij hebben aangesloten over de leningen en de positie van de raad. Daarvan is het zo dat wij dit soort leningen altijd al met voorrang langs de raad brengen. Dus in die zin bent u daar gewoon bij betrokken en dat verandert niet met deze nota. De voorzitter: Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Wat ik in het stuk las is dat het college besluit op advies van de treasury commissie.

Dus ik zie dan geen rol, geen raadsbevoegdheid daarin voorkomen? Wethouder Bot: Dat is het punt bij garanties dus dat is inderdaad de situatie, dat was dus ook zo. Juist met leningen is het zo dat dat met voorrang langs de raad gaat. De voorzitter: Dan neem ik aan dat dit stuk voldoende besproken is en kan het, wat mij betreft, door als hamerstuk naar de raad. Gaan we daarmee akkoord? Prima. Dan hebben we nu een eetpauze en die is echt behoorlijk wat vroeger dan gepland. Maar dat maakt wel dat we echt een heel lange leespauze hebben. Ik stel wel voor dat we de pauze gewoon op 25 minuten houden en niet op anderhalf uur. Nou, dan zie ik u om tien

over zeven weer terug hier. We kunnen wel een punt naar voren halen, denk ik. Maar ik weet niet of de burgemeester er al is. De burgemeester zit in de commissie beheer en de insprekers die zijn er nog niet dus nou, ik zou zeggen, tien over zeven weer hier terug. Er is niets aan te doen, het spijt mij. Eet smakelijk en neem je tijd. Eetpauze De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom terug bij deze vergadering van de commissie bestuur. We gaan weer beginnen. Mag ik de leden van deze commissie vragen stil te zijn. Dank u wel, mijnheer Trompetter, mevrouw De Raadt. We beginnen met een aantal insprekers, wij hebben vijf insprekers. De insprekers hebben instructies gekregen, het is volstrekt duidelijk hoe het werkt, hè? U hebt drie minuten de tijd om in te spreken en na twee en een halve minuut ga ik roepen, stop, of iets in die trant, en dan moet u een beetje gaan afronden. Dan hebt u de mogelijkheid om de vragen te beantwoorden die hier gesteld worden. De heer Pos: ‘…’. De voorzitter: Nou, daar houd ik u aan. Ik ga het ook echt werkelijk klokken, mijnheer Pos. Mijnheer Pos, het woord is aan u. De heer Pos: Geachte voorzitter en gewaardeerde leden van de commissie bestuur. Het college heeft u in een raadstuk met bijlage een nieuwe verordening op de wijkraden 2021 toegestuurd ter overweging en vaststelling door de gemeenteraad.

Wijkraden worden voorgesteld als een onderdeel van het gemeentelijk bestuur. Een groep actieve vrijwilligers die een belangrijke schakel vormt tussen de gemeente en haar bewoners. De verordening op de wijkraden moet de handvaten bieden van de motivering voor en het functioneren van de wijkraden. Het voorgelegde document van eind 2020 is knullig, onduidelijk en onvolledig. Acht zienswijzen werden ingediend waaronder een fundamenteel document gesteund door velen uit de stad. Daar wordt separaat straks over ingesproken. Om onbegrijpelijke privacy redenen worden de zienswijzen niet gepubliceerd en slechts een knullig staartje met opmerkingen uit zienswijze is gemaakt. Dat heeft u wel. De reactie daarop en resulterende aanpassingen zijn onoverzichtelijk, onvolledig en reden voor ons, indieners van de zienswijzen, u te verzoeken te vragen om inzage in alle ingediende zienswijzen. Vervolgens kunt u kijken of daar adequaat op is gereageerd. De Krim zienswijze is u toegestuurd met deze inspreekttekst. Bespreek vanavond onduidelijkheden over de begrippen gebied, buurt, wijk en stadsdeel. Een wijkraad vertegenwoordigt niet een wijk maar een buurt. Maak ons dan een buurtraad. Een gebiedswethouder bestaat niet. Wat is de rol van het WBO? Geef duidelijkheid. Ook is er behoefte aan een escalatieladder.

Hoezo moet een uitdaging waar de gebiedsverbinder niet uitkomt, escaleren naar een niet nader gedefinieerde gebiedswethouder. Er is een tussenlaag, de gebiedsmanager. Wat is diens rol? Onduidelijkheid alom. In 10 jaar tijd is er niets veranderd in de budgetten en de opbouw daarvan. Alles evolueert en vraagt om aanpassingen. Op de rol van de wijkraden wordt niet alleen bezuinigd, nee, het wordt afhankelijk gemaakt van een aantal wijkraden dat op een bepaald jaar in de stad actief is. Volstrekte anarchie, zo kan geen enkel vrijwilligersinitiatief functioneren. Wij verzoeken u de wethouder aan te sporen … De voorzitter: Mijnheer Pos, u bent bijna op 2 minuut 58. De heer Pos: Ik dank u wel. En als u nog vragen heeft dan kunt u die nu stellen. De voorzitter: Dus zo werkt dat, als ik wat roep dan houdt u op. Prachtig. Zijn er vragen voor deze inspreker? Mijnheer Trompetter.

De heer Trompetter: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijnheer Pos, u hebt het over het escaleren van de rol van de wethouder. Het is niet duidelijk hoe dat dan precies zit en welke wethouder dat dan is. Voor welke wijk? Hoe moet ik het zien? De heer Pos: Met die escalatie bedoel ik dat er staat in het document dat er verbinding is, de verbinder. Dus als je een probleem zou hebben in de wijk dan kan je dat bespreken met de verbinder. Als je het niet op kan lossen met de verbinder of hij het niet kan oplossen, dan kan hij naar de wijkwethouder of de gebiedswethouder. Daar zitten nog lagen tussen. Dus een heel belangrijke man is, in ons geval, Hans Vriend, dat is de gebiedsmanager en die wordt nu helemaal overgeslagen. Dus ik denk niet dat het nodig is dat voor elk wissewasje dat de verbinding niet kan oplossen, hij naar de wethouder moet. Dus ik wil duidelijkheid in die gelaagdheid van die escalatiestructuur. De voorzitter: Dank u wel. U hebt nog een vraag van de heer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Ja, nog een aanvullende vraag. Dus u zegt eigenlijk dat u de functie van gebiedsmanager in dat rijtje mist. De heer Pos: Dat klopt. Er zijn niet meer mensen, er is ook nog een gebiedsregisseur dus wat de rol daarvan is weet ik niet.

Maar er zijn meerdere mensen die in een stadsdeel actief zijn en het is denk ik te kort door de bocht om gelijk van een verbinder naar de wethouder te moeten gaan. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen? Mijnheer Gün. De heer Gün: Ja, dank u wel, voorzitter. U hebt het over de besturing, de ‘…’ zeg maar van het samenspel tussen de gemeente, het college en de wijk- of buurtraden, zoals u het noemt. Daarover zullen we de wethouder bevragen, maar ik heb ook een vraag aan u, er wordt in het stuk ook veel gesproken over het managen van de verwachtingen en dat die niet altijd met elkaar overeenkomen en daarin geven de wijkraden, of een aantal e-mails die wij hebben ontvangen, die staan daar ook vol van, dat de wijkraden of de vrijwilligers het gevoel hebben dat we niet altijd geheel worden meegenomen in alle dossiers en dat de informatievoorzieningen naar de wijkraad toe erg versnipperd is. Kunt u die iets nader duiden? De heer Pos: Ja, ik dank u wel voor de vraag want dat is ontzettend belangrijk. Ik ben vijf jaar voorzitter van de wijkraad, ik ben nog nooit benaderd door de gemeente in de zin dat ik ingelicht ben over datgene wat er gaat spelen in de wijk. Wij hebben een aantal heel grote dossiers die spelen. We hebben het over de snelfietsroute, dat wisten we niet van tevoren. De turnhal die er moet gaan komen, wisten we niet van tevoren.

Ik moest in Canada van een website lezen dat er een woonwijkje gebouwd gaat worden op een parkeerplaats bij ons in de wijk, bij de sporthal, maar dat was allemaal niet van tevoren gecommuniceerd. Dus de communicatie, in het algemeen, vind ik heel zwak. Ik zou aan het begin, als wijkraad, geïnformeerd willen worden over mogelijke plannen die bestaan. De voorzitter: Mijnheer Gün, een aanvullende vraag. De heer Gün: Ja. Nu zijn er wijkraden, waar ik zelf ook nog wel eens aanwezig ben, waar altijd een gebiedsverbinder aanwezig is om bij elk wijkraadoverleg een aantal dingen toe te lichten. Gewoon letterlijk, wat speelt er en wat komt er aan. Wilt u zeggen dat dat niet in elke wijkraad een gebruik is? Want ik woon ze niet allemaal bij.

De voorzitter: Mijnheer Pos. De heer Pos: Wij hebben een gebiedsverbinder. De enige keer dat wij die zien, zagen, want hij is nu vervangen, hij is met pensioen, was tijdens de jaarvergadering. Dus op gewone reguliere wijkraadvergaderingen is er nog nooit een gebiedsverbinder geweest. De voorzitter: Mevrouw Eckhard. Mevrouw Eckhard: Dank u. Mijnheer Pos, u hebt het in de laatste alinea over het verdelen van de gelden over de verschillende wijkraden en dat dat afhankelijk is van of een wijkraad actief is of niet. Ik begrijp dat u het daar niet mee eens bent. Kunt u iets anders voorstellen? De heer Pos: Nou, in alle eerlijkheid, het is nu half januari en het is nog steeds niet duidelijk hoeveel geld, hoeveel budget er is voor dit jaar. Dus normaal gesproken doe je dat ruim van te voren, normaal gesproken moet je in november, het jaar daarvoor, moet je je budgetaanvraag doen. Dat hebben we nu nog niet kunnen en mogen doen omdat er nog geen duidelijkheid is over hoeveel geld er zal komen. Dat is afhankelijk van het aantal inwoners per 1 januari, dus dat is twee weken geleden, hoeveel er in je wijk wonen, maar ook de sociale verdeeldheid, zeg maar hoeveel werkzoekenden er zijn. Het is een hele component, zeg maar. Dat is nog steeds niet duidelijk. Het is dus afhankelijk van het aantal actieve wijkraden.

Als er minder wijkraden zijn dan is dat budget wat er blijkbaar op gemeentelijk niveau is, wordt dan door minder wijkraden verdeeld. Dus dat soort onduidelijkheid is er en dat kan dus elk jaar wijzigen en daar kan je niet op bouwen. De voorzitter: Mevrouw Eckhard, een aanvullende vraag. Mevrouw Eckhard: Ja, wanneer weet u dat wel, hoeveel geld u krijgt? De heer Pos: Ik heb, zoals natuurlijk gebruikelijk, voor zo’n bezoek aan jullie vandaag, gisteren nog weer contact gehad en ik begrijp dat eind januari het voorstel rondgestuurd gaat worden. Voorstel in de zin van, waarschijnlijk, en dit is het. Hoeveel dat wordt, weet ik niet maar de indicatie was over twee weken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Pos. We hebben nog vier insprekers over hetzelfde onderwerp. Zijn er nog vragen aan mijnheer Pos specifiek? Nee. Dan wil ik u hartelijk danken voor het inspreken. U gaat … De heer Pos: Ik dank u ook allemaal. Ik ga eventjes mijn dingetje doen. De voorzitter: Ja, u moet het hier dan een beetje schoonmaken en dan moet u vervolgens naar de antichambre en dan moet u zo, en dan kunt u naar de refter. Dat is de volgorde. U hebt drie minuten de tijd en ik ga u na tweeënhalve minuut ‘…’. De heer Van Looveren: Ja, dank u wel. Geachte voorzitter en leden van de commissie bestuur. In het zienswijze-overzicht is verwoord hoe de verordening op de wijkraden op enkele punten is aangepast.

Met deze aanpassingen is de verordening echter nog niet een instrument waar de wijkraden mee uit de voeten kunnen. Om te beginnen gaat het totaal mis met artikel 1. De kaart met de wijkraadindeling heeft geen relatie met de definitie van werkgebied. Wijkraden zijn gebaseerd op de buurten en die zijn niet zichtbaar op de kaart. De zin over de samenstelling van de wijkraad, bij punt c, hoort hier niet thuis, moet ergens anders. Er bestaat geen gebiedswethouder, we kennen alleen burgemeesters en wethouders. Bovendien wordt er bij punt e en f een escalatieprocedure geïntroduceerd die in de praktijk niet zal gaan werken. De positie van de

wijkraden en de gemeente en het bestuur van de stad zijn niet benoemd en daarmee onduidelijk hoe ze elkaar moeten aanspreken. In artikel 4.2 staat vermeld dat wijkraden goed gedocumenteerd mogen communiceren met de gemeente. De huidige praktijk is dat dit doorgaans in dood zand valt en als we dan aandringen met een Wob verzoek krijgen we vaak alleen onze eigen stukken retour. Wanneer de gemeenteraad op grond van ons advies vragen stelt aan de wethouder, dan vindt dat bij de wethouder geen gehoor. De onlangs aangenomen motie van de Actiepartij om toch vooral het contact met de wijkraad op te zoeken, wordt door de wethouder indertijd morrend overgenomen. De laatste halte om gehoor te krijgen wordt dan de Raad van State. Een uitgangspunt voor de verordening zou moeten zijn, een samenwerking op basis van vertrouwen. Voorlopig is die ter paard vertrokken. Wij bieden B&W aan om te helpen bij het verbeteren van deze verordening. De nu voorliggende verordening is ogenschijnlijk goed maar hij faalt op de genoemde punten. Wat er nu voorligt is absoluut strijdig met onze democratie. Ik verzoek u dringend de wethouder te vragen actie te nemen om een werkbare verordening op te stellen. Bedankt voor die tijd en ik sta open voor uw vragen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Looveren, keurig binnen de tijd. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw De Raadt.

Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Bedankt voor het inspreken. Begrijp ik uw verhaal goed dat u zegt van de verordening is op zichzelf wel goed, wat er staat, alleen in de praktijk is de uitvoering, gaat het mis. Klopt dat? De heer Van Looveren: Ik heb aangegeven dat artikel 1, het begin van de hele verordening, daar gaat het met de definities verkeerd en de positie van de wijkraad komt dus gewoon niet uit de verf. Verderop, de artikelen, die hebben allemaal betrekking op de wijkraad functioneren in de wijk zelf maar de relatie met de gemeente, die verhouding om met elkaar als bestuur van de stad ergens met elkaar te overleggen, dat komt helemaal niet uit verf. Hoe dat geregeld moet zijn. Het loopt altijd dood, we lopen tegen muren op. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen aan mijnheer Van Looveren. Ja, mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel. Ja, ik vraag het toch, is de wijkraad in uw opvatting dan wel echt een bestuursorgaan van de stad? De heer Van Looveren: Nou, ja, dat is een vraag die je kunt opwerpen en ik denk dat er op het programma nog staat om daar met alle wijkraden over te praten, wat dan de rol van de wijkraden in de stad moet zijn. Op dit moment is die gewoon onduidelijk en of je dan tot het bestuur hoort of niet, daar moeten we dan eens met alle wijkraden over praten, gezamenlijk, denk ik. De voorzitter: Dank u wel.

Verder geen vragen aan mijnheer Van Looveren? Nou, dan mag ik u hartelijk bedanken voor uw komst en dan wachten we op de volgende inspreker. Prima, keurig, u mag ook een keer bij mij langskomen, ik heb het allang gezien. Oké, de volgende inspreker is, even kijken, dat is mevrouw ’t Hart. Hartelijk welkom. Als u het rechterknopje op de microfoon indrukt dan kunt u spreken. Nee, op die microfoon met het, ja. U hebt drie minuten de tijd en na tweeënhalve minuut ga ik u een seintje geven dat u bijna door uw tijd heen bent. Ga uw gang. Mevrouw ’t Hart: Nu doe ik het goed. Mevrouw de voorzitter, beste leden van de commissie, hartelijk dank voor de ruimte en de tijd die ik krijg om in te spreken. Ik wil me graag heel even voorstellen. Ik ben Marijke ’t Hart, ik ben voorzitter van de wijkraad Meerwijk en ik spreek hier in nu namens de vier wijkraden in Schalkwijk. Wij waren eigenlijk niet van plan om in te spreken omdat wij het eens zijn met de tekst op de

verordening voor de wijkraden. Wij waren wel van plan om deze vergadering digitaal te volgen, maar toen wij de stukken voor deze commissievergadering zagen, hebben wij bedacht dat het toch wel goed is dat wij dit geluid ook in de commissievergadering laten horen. Want als wij de agenda zo zien, dan staan er eigenlijk twee onderwerpen geagendeerd, namelijk het een is de tekst voor de nieuwe verordening en het andere is de wens van een aantal wijkraadleden, ex wijkraadleden, ex wethouders en ex raadsleden om een onderzoek in te stellen naar het functioneren van wijkraden. Wij zijn bang dat dit voorstel voor de tekst voor een nieuwe verordening ondersneeuwt in de discussie over de wens om een onderzoek in te stellen naar het functioneren van de wijkraden en naar de wijze waarop de gemeente, zowel ambtelijk als bestuurlijk, daar gebruik van maakt. Wij zouden het betreuren als de nieuwe verordening niet aangenomen wordt. Want ik wil even iets vertellen over de gang van zaken, hoe wij het beleefd hebben, bij het opstellen van verordening van de wijkraden. Wij vinden namelijk dat wel een zorgvuldige procedure is gevolgd. Eind augustus hebben de wijkraden een e-mail gehad van de gemeente, van wethouder Botter, met de aankondiging dat de verordening op de wijkraden aangepast zou worden en dat wij, de wijkraden, de mogelijkheid zouden krijgen om daarover vragen te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272848/1