CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

01-14 Transcript Commissie Bestuur

commissie Bestuur 14 januari 2021, gemeente Haarlem47.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Ik krijg een korte gelegenheid, geserreerd, om even te reageren inhoudelijk en dat is het dan. Ik had veel liever gehad, en daarom ben ik ook blij met deze discussie, want ik snap heel goed de zorg die er is. Maar ik denk dat wij elkaar ook recht moeten doen, als burgemeester neem ik mijn verantwoordelijkheid, kijk ik ook zelf naar dingen. U volgt dat kritisch en dat is niet alleen uw goed recht, maar dat is zelfs uw plicht, dat is ook goed. In die interactie proberen wij zo goed mogelijk dingen in deze stad te regelen, ieder binnen eigen verantwoordelijkheid. Misschien moeten we elkaar dan ook zo nu en dan de ruimte geven om die discussie te voeren en niet direct middels een motie of een paar korte vragen en een paar antwoorden zeggen: o, nou, dan heb ik nu mijn conclusie. Dat is geen verwijt, maar het is wel een antwoord op de vraag: hoe komt het nou dat wij die informatie niet van u gekregen hebben? Ik heb de gelegenheid niet eens gehad om te zeggen wat er volgens mij aan de hand was. Er was direct een uitspraak. Uw eigen motie – nogmaals, ik zeg het ook toch maar – daar staat gewoon helemaal niet in welke afstand dat precies zou moeten zijn. Ik heb er uiterst zorgvuldig naar gekeken, ik ben gekomen met mijn brief en ik kijk opnieuw op de punten die ik heb toegezegd en daar kom ik bij u op terug. De voorzitter: Goed.

Mevrouw Van Zetten, nog een laatste nabrander voordat ik ga afronden? Mevrouw Van Zetten: Ik heb nog helemaal niks gezegd. Ik verbaas me eerlijk gezegd over de discussie die nu ontrolt en ook de gevoelens die hier, wat u was verbaasd dat het zoveel gevoelens zou losmaken. Het verbaast mij hoeveel gevoelens het ook bij u losmaakt. Je merkt natuurlijk toch wel een soort frictie tussen u als burgemeester en de raad die bepaalde dingen wil met de stad. Ik heb wel het idee: er is toch heel weinig begrepen. Ik wil daar verder niet zo heel veel over zeggen, maar een motie is nooit het Heilige Schrift dat je tot op de letter toe moet nakomen. Het gaat ook om de intenties en waarmee het bedoeld is en dat je dan ook inlevingsvermogen moet hebben. Het gaat natuurlijk niet alleen maar over discussies en praten, nee, het gaat ook even van je verplaatsen in anderen en kijken hoe het gaat en in de stad, hoe dit loopt. Daarvoor vind ik het ook eigenlijk wel jammer – dat wil ik dan toch ook wel even zeggen – dat de ChristenUnie heeft natuurlijk gewoon een eigen standpunt erin, dat iedereen daar weer over valt. Dat vind ik dan ook een beetje makkelijk, want natuurlijk wordt er verschillend over zaken gedacht en het is wel duidelijk: een groot gedeelte van de mensen willen dat die vrouwen daar beschermd worden en niet vergeleken worden met een demonstratie tegen Zwarte Piet.

Want het gaat juist natuurlijk om het individu en het recht om daar naartoe te gaan en Zwarte Piet is toch een heel andere zaak. Maar daar wil ik het bij laten. Ik wilde dan toch even iets gezegd hebben. Dank u wel.

De voorzitter: Waarvan akte. Ik kan me voorstellen dat u daar heel graag op wil reageren en ik wil eigenlijk toch voorstellen … De heer Smit: Voorzitter? De voorzitter: … het niet te doen. Mijnheer Smit, ik weet dat u zit te wachten. De heer Smit: Dank u. De voorzitter: Ik ging net naar u toe. Maar ook voor u geldt: hou het kort, alstublieft. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Mijnheer de burgemeester, u wijst op de mogelijke beperking van de coronatijd om snel bij de raad terug te komen, maar ik neem aan dat iedereen toch op zijn werkplek zit. Ik zou u toch willen verzoeken om een termijn te noemen en dan lijkt tot volgende week vrijdag een redelijke termijn om geïnventariseerd te hebben hoe in den lande maatregelen zijn genomen dan wel hoe in den lande gedacht wordt. Dat zijn toch zes werkdagen, dat zou toch moeten kunnen, mijnheer de burgemeester? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Mevrouw Van Zetten: Voorzitter? Dan zou ik toch wel, want de 27e zou dan weer zo’n betoging zijn hier. Het lijkt me dat voor die tijd dan wel duidelijk moet zijn hoe wij dat hier gaan regelen in Haarlem. De voorzitter: Dat geeft u – waar zitten we? – 12 dagen denk ik, misschien 13. Bent u in staat … Burgemeester Wienen: Nee … De voorzitter: … want ik kan me voorstellen dat deze commissie er behoefte aan heeft om een duidelijke termijn te horen van u.

Burgemeester Wienen: Ja, maar dan denk ik toch eerder in een periode van een maand of 3. Ik moet gewoon met collega’s die het hartstikke … De heer Smit: Nee, nee, nee. Burgemeester Wienen: … kijken: hoe ga je zorgen dat mensen bij elkaar komen, dat die daarover nadenken, dat je dat met elkaar op een rij zet? Dat is niet een kwestie van eventjes zeggen: even tegen Jan, Piet en Klaas van ‘joh, wat denk jij?’, klaar. Ik denk dat dit onderwerp het ook verdient dat dat zorgvuldig gebeurt. De voorzitter: Ik hoor heel veel verzet. Ik zal even, wat ik voel in deze ruimte, even vertalen naar de burgemeester: dat is te lang, 3 maanden. Dus, maar wat gaan we vervolgens doen met deze informatie? Ik bedoel, kunt u het terugbrengen tot een maand? Dat lijkt mij een redelijk compromis, maar misschien denkt u daar anders over en misschien denkt de commissie daar ook anders over. Burgemeester Wienen: Ik ga in ieder geval mijn best doen, want als u dat graag wilt dan probeer ik dat. Maar nogmaals … De voorzitter: Als ik het mag zeggen, dan …

Burgemeester Wienen: … het gaat hier over mensen die, ik probeer ze mee te krijgen om zo snel mogelijk dit punt te bespreken. De voorzitter: Laten we dit afspreken: laten we afspreken dat binnen nu en een maand – en waar leven we vandaag, jongens? – voor de volgende vergadering van deze commissie, dat u een antwoord heeft. Mocht dat niet zo zijn, mocht dat niet lukken, dat u dan ons daar een week voorafgaand – want dan heeft u ongeveer wel een idee, denk ik – ons op de hoogte stelt van het feit dat … Mevrouw Van Zetten: Even van de orde. U maakt nu een afspraak met de burgemeester, maar ik vind voor de 27e vind ik het een reële tijd. Want de motie is nota bene in december aangenomen, vrijwel unaniem. Dus dan denk ik … De voorzitter: Ik probeer … Mevrouw Van Zetten: … dan moet er ook wel wat aan gewerkt worden. De voorzitter: Ja, ik kan best zeggen: ik dwing u om voor de 27e met een antwoord te komen. Dat kan ik wel zeggen, maar als de burgemeester nu aangeeft dat hij daar niet aan tegemoet gaat komen. Ik ben op zoek naar een oplossing hiervoor, wat een redelijke termijn is. De heer Trompetter: Voorzitter, volgens mij is er tijd genoeg geweest, het speelt al vanaf oktober vorig jaar, of de zomer vorig jaar, toen zijn de eerste brieven al geschreven, die zijn onthouden aan de raad, daar zijn we later pas achter gekomen.

Volgens mij moet voor de volgende raadsvergadering gewoon een duidelijk verhaal komen, want het is nu, wat dat betreft, dit is besproken in deze brief, het is nu klaar. De heer Aynan: Voorzitter, daar wil ik ook heel graag op reageren. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: We hebben hier de complete oppositie minus – nou ja, goed – groot draagvlak voor een interpellatieverzoek. Wij zijn zo netjes geweest om ook hier aanwezig te zijn bij dit debat, we hadden anders kunnen beslissen. We hebben ook iedereen de gelegenheid geboden om de zienswijze kenbaar te maken. Voorzitter, dit speelt inderdaad al heel lang, we willen dat de burgemeester niet alleen partij kiest voor de demonstranten, maar ook voor de vrouwen en dat moet hij voor de volgende demonstratie doen. De voorzitter: U hoort het, burgemeester. Burgemeester Wienen: Nee, ik wil ook dat u serieus neemt de inbreng die ik als burgemeester hier heb. Ik heb de verantwoordelijkheid om maatregelen te nemen, heb ik gedaan. U geeft daar uw kanttekening bij. Ik heb gezegd: ik ga, omdat ik het waardevol en belangrijk vind dat we dit zo goed mogelijk regelen, zorgvuldig regelen, zowel juridisch als met collega-burgemeesters dit punt aan de orde stellen. Dan denk ik dat het, eerlijk gezegd, het lijkt erop alsof het een soort proberen duidelijk te maken is: wij zijn belangrijker.

Het zal best, maar ik wil gewoon zorgvuldig hiermee omgaan en ik heb … De heer Aynan: Voorzitter, daar heeft u toch … Burgemeester Wienen: … iets meer tijd nodig.

De heer Aynan: Daar heeft u toch geen drie maanden voor nodig? Burgemeester Wienen: Ik heb gewoon iets meer tijd nodig, dat zeg ik u maar gewoon … De voorzitter: Mijnheer Aynan, u spreekt via de voorzitter. Burgemeester Wienen: … om dit punt met de collega’s op te nemen en daar ook een serieuze discussie over te voeren. De heer Aynan: Daar heeft u toch geen kwartaal voor nodig? Burgemeester Wienen: Dat zal echt wel tijd kosten, want ik weet niet of u weet hoe dat werkt. Dat zijn mensen die tamelijk druk zijn en die niet zomaar, omdat ik zeg ‘o, ik heb nu even een kwestie en dat moet onmiddellijk opgelost worden’, zeggen: daar gaan wij meteen iets voor doen. Dat moet gepland worden en dat kost iets meer tijd en dat is gewoon de werkelijkheid waarmee ik het moet doen. De voorzitter: Mijnheer Drost. De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Drost: Dat is fijn. Volgens mij moeten we hem even afpellen, want ik heb u aan de ene kant horen zeggen: ik ga in overleg met, landelijk, één lijn trekken, enzovoort. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, dat dat niet binnen een maand geregeld is. Ik bedoel, ik hoop dat de rest dat misschien ook wel vindt. Maar daarbij heb ik ook wel, de motie teruglezende, ik kan me best voorstellen dat u in de eerste instantie niet die 25 meter, als een opdracht voor 25 meter heeft gelezen.

Ik zie hem in de overweging staan, maar goed, hij staat niet bij het verzoek. Maar goed, u heeft duidelijk de commissie gehoord … De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Rutten: Maar serieus nemen betekent ook als u die motie wel als u die leest … De voorzitter: Heren, heren, heren. U spreekt via de voorzitter en dat ben ik. De heer Drost: Ik was het juist tot elkaar aan het brengen, ik was het juist tot elkaar aan het brengen. De voorzitter: Mijnheer Drost was aan het woord, dus gaat uw gang, mijnheer Drost, maakt u uw zin af. De heer Drost: Los van die afstand, kijk, ik hoop wel dat u duidelijk heeft gehoord dat er een ruime meerderheid hier in de commissie wel grote vraagtekens zet bij waar die vakken nu gelegen zijn, dus bij die 9,5 meter. Dus los of wel of niet die opdracht die in de motie stond, ik denk dat er wel heel veel partijen vraagtekens hebben bij waar nu die vakken gelegen zijn. Ik denk dat die dat wel als een soort van vraag: kan dat zo snel mogelijk nogmaals goed bekeken kunnen worden? Ook in gedachte wat ik net vertelde met aan de overkant van de straat. Burgemeester Wienen: Ik heb gezegd dat ik mijn uiterste best zal doen, om dat binnen een maand te doen. Ik wil ook dat hier toch, dat wij elkaar in ieder geval het respect geven.

U hebt heel duidelijk aangegeven wat u graag wilt, het gaat hier om een verantwoordelijkheid die ik als burgemeester heb, dus daar gaat het ook niet aan om te zeggen: dat is even de opdracht, wilt u het maar even doen? Ik ben geen stempelmachine, wij

proberen met elkaar op een ordentelijke manier het goed te regelen en ik zeg u toe dat ik zo snel mogelijk – en ik neem de maand die genoemd is daarin als een richtlijn – met een reactie kom op basis van afstemming en zorgvuldige raadpleging van juristen, om te komen tot een bepaling over: wat is volgens mij de juiste aanpak nu? Gehoord hebbende uw uitdrukkelijke wens. De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Mijnheer de burgemeester, u zegt: ik pleeg in feite een inventarisatie. Mag ik toch aannemen dat dat geen onontgonnen juridisch gebied is, noch een onontgonnen gebied wat betreft uitspraken van burgemeesters in den lande? Burgemeester Wienen: Dat is precies wat ik u gezegd heb: het is nogal verschillend en dat betekent dat ik denk dat het ook voor iedereen, niet alleen in Haarlem, maar ook buiten Haarlem, goed is als we proberen daar wat orde in te krijgen en met elkaar daar wat afspraken over te maken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. O nee, mevrouw Otten eerst maar even. Mevrouw Otten, gaat uw gang. Mevrouw Otten: Voorzitter, ik vind het een hele nare discussie, ik vind het heel erg wij/zij. Maar, burgemeester, als ik heel eerlijk ben, ik mis gewoon een stukje reflectie. Afgelopen donderdag heb ik dat gemist, mis ik nu ook weer.

U heeft ook dingen laten liggen en nu komt u weer met een hele lange termijn voor iets wat wij heel erg belangrijk vinden. Het is geen vraag aan u, maar ik wil het toch even kwijt: dat ik dat stukje mis. Ik mis het contact met de raad en uw inlevingsvermogen in wat wij bedoelen en willen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Otten. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik moet eerlijk zeggen dat ik toch wel heel erg teleurgesteld ben aan het einde van dit hele betoog, want eerlijk gezegd had ik dit verhaal van u wel in december, wanneer was het, 14 december, toen de motie was aangenomen. Het was inderdaad een motie vreemd, maar het college heeft altijd de gelegenheid om te reageren. U kende het onderwerp, u krijgt de motie van tevoren, u heeft zich kunnen voorbereiden en dan had u al deze bezwaren en uitvluchten – dat is, dan doe ik u tekort – maar in ieder geval al die omzwervingen om nu ons te beloven dat er over een hele tijd een doortimmerd voorstel komt. Dat had hij in feite in december moeten hebben. In die zin denk ik altijd, toch heb ik het idee: nou, die raad maakt wel een motie, maar dat hoeven we niet zo nauw te nemen. Totdat het punt is bereikt dat het in de krant staat, dat er met een interpellatie, met vragen wordt gedreigd. Dan ineens wordt er gehold om allemaal juristen en het land te raadplegen.

Nee, dat had u gewoon al veel eerder moeten doen en het is nu niet de eerste keer dat dit ons overkomt. In die zin vraag ik me af of we toch de interpellatie gewoon moeten door laten gaan. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb – oké, prima – ik heb een beetje moeite met de kant die het nu opgaat, eerlijk gezegd. Mijnheer Linder, u krijgt nog het woord en dan wil ik toch echt heel graag deze discussie beëindigen. Mijnheer Linder, gaat uw gang. De heer Linder: Ik heb een voorstel, dat het probleem misschien kan oplossen, dat we ook voor de burgemeester eventueel kunnen tijd winnen. Om eventueel met de actiegroepen te praten voor een time-out. Dat of zij bereid zijn om een time-out te nemen voor een tijd om niet te demonstreren, totdat er uiteindelijk

een beslissing is genomen. Ik heb begrepen dat daar best wel positief over gedacht wordt, dat dat best wel mogelijk zou kunnen zijn. Mevrouw Van Zetten: Als ik even een interruptie mag doen. Als u denkt dat u zoveel invloed hebt op die mensen die daar staan te demonstreren, waarom heeft u dat gewoon niet eerder gedaan? Er lopen allemaal mensen, vrouwen die zich daar moeten laten behandelen en die worden daar een beetje aangesproken om zich zogenaamd te laten omturnen, hun gedachten, om hun kind te redden. Dat vind ik eigenlijk best behoorlijk ver gaan. Als u denkt dat u nu ineens invloed kunt uitoefenen had u dat wat mij betreft wel eerder kunnen doen. Want ik vind, hier schrik ik dus eigenlijk wel van, hè? Ik vind: ieder recht op zijn eigen mening. Maar dit vind ik wel van een bepaald soort arrogantie, waar ik echt helemaal niet van hou. De voorzitter: Waarvan akte. Wilt u daar nog op reageren, mijnheer Linder? Nee, goed. Ik begrijp dat u ook heel graag nog iets zou willen zeggen, maar ik stel voor om dit punt nu af te sluiten. We hebben een soort van toezegging gekregen om binnen een maand met antwoorden te komen op de gestelde vragen. Mocht dat anders zijn dan horen we dat bijtijds. 11.

20.25 uur Zienswijze deelname werkgeversvereniging VRK (JW) De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt – met uw welnemen – naar agendapunt 11, Zienswijze deelname werkgeversvereniging VRK. Wil iemand daar nog het woord over voeren? Nee? Hamerstuk? Hamerstuk. 12. 21.30 uur Corona-gerelateerde onderwerpen (JW) De voorzitter: Dan hebben wij ook nog het punt over, de vragen over corona, wat we hier eigenlijk ook nog moeten gaan behandelen. Er ligt ook nog een vraag van de heer Richters van eerder, die zit waarschijnlijk, als het goed is, nu mee te kijken om te kijken of zijn vraag nog aan bod komt. Goedenavond, mijnheer Richters. Dus misschien kunnen we die vraag stellen aan de burgemeester, dat gaat over de tabakshandel, laten we daarmee beginnen. Heeft u een antwoord? Burgemeester Wienen: Zeker. Ik snap, je kunt er op allerlei manieren naar kijken, maar het is heel simpel: het Rijk heeft de maatregel opgelegd, heeft ook een aantal uitzonderingen gegeven. Daar was nogal wat kritiek op, omdat daar wat interpretatieruimte leek te zitten, bijvoorbeeld de vraag: als je nou deels levensmiddelen hebt, kan het dan ertoe leiden dat je deels open bent, bijvoorbeeld bij de HEMA? Er zijn discussies geweest over bloemen en bloemenzaken. Maar tabakszaken zijn gewoon niet bij de uitzondering, die horen gewoon bij de winkels die door het Rijk van gezegd is die worden gesloten.

Er zit geen lokale beleidsvrijheid in. De voorzitter: Dank u wel voor dit antwoord. Mijnheer Smit, u had een opmerking/vraag? De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, nee. Nou, in die zin, ik had mij verbaasd over het feit dat de coffeeshops wel open mogen en de tabakszaken niet. Maar dat is ook weer Rijksbeleid, al klinkt het begrijpelijk. Dus het is geen vraag aan de burgemeester, het was ‘…’. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Nu is mijn volgende vraag aan u: het is inmiddels 23:05 uur, misschien moet er nog iets gezegd worden over het oneigenlijk grondgebruik van de gemeente van het Park Oosterspaarn, maar misschien ook niet. Dat weet ik niet, dat is aan u.

Mevrouw Van Zetten: Ik wil nog even een vraag stellen, want wij hebben namelijk over een coronagerelateerde vraag die we in de commissie Samenleving hebben gesteld en ik moest naar Bestuur, dus ik zit hier precies voor die vraag. Dus dat mag ik toch … De voorzitter: Daar was ik nog niet aangekomen, mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Oké, maar als ik daar … De voorzitter: … afsluiten, hoor. Nee, maar ik zit even te kijken hoeveel tijd we nu gaan besteden hieraan en hoeveel tijd we nog nodig hebben voor de rest van de onderwerpen. Gaan we dat überhaupt nog wel behandelen? Dan heb ik het over agendapunt 13. Of gaan we dat straks doorschuiven? In dat geval kunnen we dan nu even wat vragen behandelen uit dit rijtje. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ik constateer dat de aanvrager voor Park Oosterspaarn ziek naar huis is, dus dan is het misschien beter om dat door te schuiven naar de volgende vergadering. De voorzitter: Als de commissie het daarmee eens is, dan is het wat mij … Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Om Oosterspaarn door te schuiven lijkt me goed, maar dan moeten we wel zorgen dat het niet voor die tijd gehandhaafd wordt en die drie meter-strook wordt geruimd door Spaarnelanden.

Dus dat lijkt me uitstekend om door te zetten, daar ben ik het heel erg mee eens, maar ik wil wel zeker weten dat we niet over een maand over zaken zit te praten die niet meer nodig zijn. De voorzitter: Ik snap het. Ik snap wat u zegt en die voorlopige voorziening die lijkt me ook heel terecht. Maar er is volgens mij geen enkele manier om erachter te komen, ik heb begrepen persoonlijk ergens in de wandelgangen dat het in februari zou gaan gebeuren. Ik weet niet waar in februari dit gaat gebeuren, maar als het februari wordt dan wordt dat een lastig punt. Ik denk niet dat als het al helemaal gepland is of het dan handig is om dat dan maar stop te zetten en dan te kijken of het op een ander tijdstip. Dus ik zit nu een beetje in dubio wat te doen. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Volgens mij is dat vrij simpel. Als Spaarnelanden dat doet, Spaarnelanden is een nv van Haarlem, dus het moet heel makkelijk … De voorzitter: Nee, dat is niet Spaarnelanden, hè? De heer Trompetter: … af te stemmen te zijn wie dat gaat ruimen, wie die groenstrook gaat ruimen. Gewoon doordat er nu even niks gebeurt, pas op de plaats. Ik kan de argumentatie van GroenLinks heel goed volgen. En het moet in die zin mogelijk zijn om dat niet te doen. De voorzitter: Mijnheer Trompetter, ik snap u. Ik ben het volledig met u eens. Aan de andere kant ben ik ook niet helemaal van gister.

Als dit gepland staat, als er een soort van werkagenda is en dit staat gepland is het voor ons wel heel makkelijk om te zeggen. Weet je, ik ga er niet over, maar ik wil die verantwoordelijkheid als voorzitter nu ook niet echt op mij nemen. Dus als u zegt: wat er ook gebeurt, we gaan nu een voorlopige voorziening doen, we gaan dit even uitstellen tot deze behandeling, maar in die tussentijd gebeurt er helemaal niks. Als u nu besluit dat dat zo moet zijn, ik weet niet of dat zwaar genoeg is om dat ook inderdaad zo te regelen als de bulldozers al klaar staan bij Spaarnelanden en te brullen om aan de slag te gaan, dan weet ik niet of onze woorden echt veel effect hebben. Ik kan dat nu ook niet toezeggen, eerlijk gezegd.

De heer Trompetter: Voorzitter, kunnen we dan voor de camera en voor het verslag vastleggen dat ik denk dat deze commissie eigenlijk – net als mijnheer Van den Doel – de intentie heeft en de wens heeft om het zoveel mogelijk uit te stellen tot het behandeld is? Laten we dat dan zeggen en dat dat dan zeg maar ambtelijk misschien nog doorwerkt. De voorzitter: Misschien kan ons aanwezige lid van het college hier nog een licht op schijnen? Burgemeester Wienen: Ik weet het ook niet zeker, maar het lijkt mij in ieder geval dat we ons best doen om niet natuurlijk iets onomkeerbaars te doen als u er nog over wil spreken. Dus dat kan ik zeker toezeggen, dat wij dat zullen proberen. Maar ik kan het niet helemaal overzien, dus dat moet ik ook … De voorzitter: Gaat u akkoord met deze toezegging van de burgemeester? Mag ik dat dan ook bij u beleggen, om daar … Ja? De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De heer …: Voorzitter? De voorzitter: Ja, dat … Heeft u enig idee wanneer u zicht heeft op de zaak of het onomkeerbaar is of niet morgen? Zodra de burgemeester zicht heeft op de zaak dan gaat hij ons daarvan berichten via een mail. Dat lijkt me een prima afspraak, dan weten we waar we aan toe zijn. Dan kunnen we ervan uitgaan, we hopen dat het lukt, maar dat we dat in ieder geval gaan laten stellen in dit onderwerp.

De voorzitter: De vragen met betrekking tot corona, wat mij betreft – maar ik weet niet hoe u daar over denkt – kan misschien een aantal vragen schriftelijk worden afgedaan. De vragen die dat niet kunnen, waarvan u echt vindt dat ze urgent nu behandeld moeten worden – dat is mevrouw Van Zetten, ik zeg het speciaal voor u – dan mogen ze uiteraard nu nog gesteld worden. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Heel hartelijk dank, voorzitter. Wij hebben begrepen van de GGD dat de gemeente alle inwoners van Haarlem die een vaccinatie willen, dat we met zijn allen naar Schiphol moeten, naar een afgelegen terrein. Dat zou betekenen dat wij met de bus of met de auto naar Schiphol moeten, terwijl we willen dat iedereen met de fiets ergens naartoe kan om daar zijn vaccinatie te halen. Mijn vraag aan het college is om ervoor te zorgen dat er een andere locatie in Haarlem wordt aangewezen – of in Zandvoort op het circuit, maakt niet uit – waar wij gewoon met de fiets naartoe kunnen gaan om, half februari kan ik volgens mij een injectie halen, dat ik daar naartoe kan. De vraag is natuurlijk: er is een motie vreemd aangekondigd samen met de Partij van de Arbeid om in ieder geval dit verzoek kracht bij te zetten. De vraag is natuurlijk: gaat u ons beloven dat u dat gaat doen? De voorzitter: Burgemeester.

Burgemeester Wienen: Wij hebben volgende week ons volgende beraad om te kijken: wat zijn de plannen en hoe kunnen we daar zo goed mogelijk invulling aan geven? Wat zijn ook de beperkingen? Dus ik neem deze wens mee, want dat lijkt mij duidelijk dat ook wat mij betreft de wens is om het vaccineren zo dicht mogelijk bij de mensen en zo makkelijk en benaderbaar mogelijk te laten plaatsvinden. Maar ik ga daar pas een echt oordeel over hebben als ik ook weet wat eraan vast zit, wat de consequenties zijn, wat de mogelijkheden zijn, et cetera. Maar de wens neem ik absoluut mee.

Mevrouw Van Zetten: Ik denk dat u dat wel kunt, want het is gewoon heel goed te regelen. En gezien in andere landen ook … De voorzitter: En anders regelt mevrouw Van Zetten het helemaal zelf. Burgemeester Wienen: Ik ben blij met … Mevrouw Van Zetten: Als helpen. De voorzitter: Mag je bij mevrouw Van Zetten … Burgemeester Wienen: Ik ben blij met het grote vertrouwen van mevrouw Van Zetten. De voorzitter: Mijnheer Linder. De heer Linder: Wij hebben een vraagje over de ijsbaan. We begrepen dat daar op dit moment maar honderd tegelijkertijd op die ijsbaan mogen en dat er best wel meer vraag naar is. Wij vinden dat op zich aan de jeugd waar enigszins kan ook moet ruimte gegeven worden, dus wij vroegen ons af of het mogelijk is om ernaar te kijken of eventueel dat aantal van honderd iets verhoogd kan worden, zodat er nog meer kunnen gaan schaatsen. De voorzitter: U vraag is duidelijk. Burgemeester, gaat uw gang. Mevrouw Otten: Voorzitter, mag ik aanvullend daar mijn vraag op stellen? De voorzitter: Nou, dat gaat hierover waarschijnlijk? Ook over de ijsbaan? Mevrouw Otten: Ja. De voorzitter: Als die daarin past dan kan de burgemeester misschien in één keer antwoord geven. Gaat uw gang. Mevrouw Otten: Liberaal Haarlem heeft technische vragen gesteld over dit onderwerp, ik weet niet of jullie de antwoorden gelezen hebben.

Daarin werd gesproken dat er werd opgetrokken met Alkmaar en Hoorn en dat de beslissing is genomen voor drie plaatsen, dus Alkmaar, Hoorn, Haarlem. Alkmaar/Hoorn is een andere situatie, daar betreft het binnenbanen. Haarlem is toch voor een groot deel buiten, dus ik vraag me af of u invloed heeft in de veiligheidsregio om Haarlem toch een uitzondering te laten zijn en inderdaad aansluitend meer bezoekers te laten ontvangen, en vooral meer kinderen. Dank u wel. De voorzitter: Burgemeester, gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Wat hier speelt dat is dat er inderdaad een aantal ijsbanen zijn, ook in Den Haag trouwens. Dat er direct na de serie maatregelen, waarin sportactiviteiten in gebouwen werden verboden, dat we gekeken hebben: naar onze mening valt de ijsbaan daar niet onder. Vervolgens bleek dat ijsbanen naar elkaar gaan verwijzen, dat er discussie is. Dus toen is er met de collega’s in die andere plaatsen is er contact geweest om tot eenduidigheid te komen, die ruimte was er ook. Dus dat is één, je probeert samen iets af te spreken. Het tweede dat is dat onze controleurs vaststelden dat, het gaat er niet omdat er honderd mensen maar in mogen, maar dat er een regeling was van: er gaan er tweehonderd in per uur. Daarbij was het idee:

dan gaan er na een uur tweehonderd anderen. Dat bleek niet te kloppen, mensen gaan wel naar binnen, maar kunnen zo lang blijven als ze willen. Het werd daar ongelooflijk druk, veel te druk, dus mensen zaten daar echt veel te dicht op elkaar, was de constatering die wij zelf gedaan hebben. De combinatie van die twee factoren maakt dat we in al die plaatsen gezegd hebben: we denken dat het belangrijk is om de ijsbaan open te houden, dat dat ook verantwoord is en dat we wel het aantal wat naar beneden moeten schroeven, want die aantallen lopen gewoon echt te veel op. Daarmee is het een risico in een uiterst riskante tijd, waarin we proberen zoveel mogelijk de risico’s terug te dringen. Overigens is het op 18 december ook in de brief over de coronamaatregelen aan de raad gemeld. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ik heb één vraag over bijlage. Het is hartstikke mooi dat gemeente Haarlem extra middelen voor cultuur heeft gekregen, om de culturele instellingen door de nood heen te helpen. Komt er nog een bestedingsvoorstel naar de commissie Ontwikkeling? De voorzitter: Dat was de vraag, mijnheer Trompetter? De heer Trompetter: Ja. Burgemeester Wienen: Wij moeten daar als college nog over spreken, maar natuurlijk komen we zo snel mogelijk ook bij de commissie, ja. De voorzitter: Mijnheer Van Reenen. De heer Van Reenen: Dank u wel, voorzitter.

Tot slot heeft Jouw Haarlem slechts één vraag. Naast dat cultuurbudget is er ook 160 miljoen extra beschikbaar gesteld voor werkgevers in zorg, onderwijs en toezicht en handhaving, zodat die tijdelijke mensen kunnen aannemen op ondersteunende, corona-gerelateerde functies. Onze vraag is: heeft Haarlem voor dit budget een aanvraag ingediend, ja of nee? Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Otten: Ik had mijn vinger nog opgestoken voor de ijsbaan. De voorzitter: Ik kom zo nog bij u, mevrouw Otten. Kunt u antwoord geven op de vraag van mijnheer Van Reenen? Burgemeester Wienen: Ja, overal waar mogelijkheden zijn om extra geld te krijgen, daar is de gemeente Haarlem bij de aanvragers. De voorzitter: Mevrouw Otten. De voorzitter: Ik wilde aan de burgemeester vragen of hij bereid is om toch het besluit over de ijsbaan Haarlem nog een keer te herzien, of in gesprek te gaan met de directeur van de ijsbaan. Burgemeester Wienen: Sowieso, iedereen die in gesprek wil daar ben ik voor beschikbaar, dus dat is geen enkel probleem. Herzien, ik denk dat de uitgangspunten, dat ik daar niks aan kan veranderen en dat ik ook wel heel erg hecht aan eenduidigheid, dat je niet in de ene plaats het weer heel anders gaat doen als in de andere plaats. Maar als hij met punten komt die van belang zijn om met elkaar te overwegen dan ga ik graag dat gesprek aan.

De voorzitter: De vragen die er nu nog zijn die kunnen schriftelijk worden ingediend en die worden zo snel mogelijk beantwoord. Dan wil ik u allen bedanken voor … Die zijn al schriftelijk ingediend, dus die worden zo spoedig mogelijk beantwoord. Sluiting De voorzitter: Ik wil u danken voor uw aanwezigheid. Fijne avond, wees voorzichtig, houdt moed en het komt goed. Toch? De heer …: Dank u, voorzitter. De heer …: Dank u wel. De voorzitter: Graag gedaan. Later.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272848/1