CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

01-13 inspreekbijdrage mw De Haas mbt aanmeldings- en inschrijvingsprocedure

commissie Samenleving 13 januari 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18.20 uur Aanmeldings- en inschrijvingsprocedure brugklas voortgezet onderwijs 2022-2023 (JB)4.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspreken Commissie Samenleving 13.1.22 – Aanmeldings- en inschrijvingsprocedure Brugklas V.O. Naam: Gerlinde de Haas Dit is mijn zoon. Deze foto is genomen toen hij zich ging inschrijven maart vorig jaar op het Sancta Maria. De mentor die ons inschreef vroeg ons om een foto te maken. Dat zou leuk zijn voor later, over 5 of 6 jaar om dan terug te kijken. Ik twijfelde en vroeg of het zeker was of hij wel geplaatst zou worden. Ja, bevestigde de mentor, dat was zeker. Een paar weken later vond de loting plaats, en werd hij uitgeloot op nummer 1 van zijn lijst, en ook op nummer 2,3,4 en 5. We kregen 2 dagen na de loting een lijst van 3 scholen met nog beschikbare plaatsen in de regio waar we binnen een werkdag een keuze uit moesten maken. Het Coornhert in Haarlem, Ichthus in Driehuis en het Vellesan in Ijmuiden. Het Coornhert past helaas niet bij hem, en hij is naar een school buiten Haarlem gegaan. In Haarlem was geen plaats. In een jaar waar er geen normale afsluiting van groep 8 was, was dit een nare ervaring. Ik zit hier niet voor mijn eigen kind maar ik gun niemand de ervaring die we hebben gehad met deze procedure en hoop dat het systeem in de toekomst wordt aangepast. Als ouders van de uitgelote kinderen hebben we toen onafhankelijk en ook gezamenlijk een bezwaar ingediend bij de scholen en de overkoepelende organisatie.

Niet omdat er we perse ons kind op de school van onze keuze moesten hebben maar omdat er veel onduidelijk en ook mis bleek te zijn met de aanmeldingsprocedure. Elke school handhaaft bv zijn eigen regels m.b.t. de loting; -

-

-

sommige scholen geven voorrang op broertjes en zusjes, andere scholen weer niet. Er is geen centrale wachtlijst maar een wachtlijst per school. Een kind die uitgeloot wordt op alle scholen staat niet meteen boven aan de wachtlijst van zijn eerste keuze school maar sluit aan in de algemene wachtlijst van de school De loting wordt per school en door een notaris gedaan maar de notaris overziet alleen dat proces van de loting. Wie er precies mee gaat in de loting wordt niet bekeken. Hier zitten gaten in het proces. Bij sommige scholen lijken er verhuisplekken vrij te worden gehouden.

Bovenstaande zijn enkele voorbeelden waaruit blijkt dat het proces niet transparant is en uniform is. Vanuit die klachten is er daarna door Stichting Iris een onafhankelijke commissie opgesteld die middels hoorzitting de verschillende partijen heeft aangehoord. De commissie oordeelde dat een gedeelte van klachten van de ouders gegrond waren. De verwachtingen die de scholen gewekt hadden klopten niet en de communicatie was onzorgvuldig. De commissie heeft de aanmeldingsprocedure bekeken en heeft een aantal aanbevelingen gedaan. Met de aanbeveling voor het toen aankomende schooljaar is niets gedaan. Met betrekking tot het schooljaar na 21/22 heeft de commissie aanbevolen om een uniforme regeling uit te werken inzake aanmelding en plaatsing. De commissie geeft aan dat de meeste gelijke kansen voor kinderen ontstaan wanneer de regeling een centrale loting omvat. Hier is niets mee gebeurd. Elke school volgt nog steeds zijn eigen procedure. De broertjes en zusjes regeling bestaan

nog op sommige scholen, er lijken geen aanpassingen te zijn in de loting zelf en het proces is niet transparant. Leerlingen worden nu gevraagd om 7 scholen van hun voorkeur op te geven, terwijl er in veel gevallen niet 7 passende scholen zijn. Het uitbreiden van de lijst lijkt vooral in het voordeel van de scholen te zijn zodat er geen ruimte meer is voor discussie vanuit de kant van de leerlingen en ouders. Er is een uniforme regeling nodig die voor alle scholen telt. Er is een regeling nodig die ruimte geeft aan de voorkeur van de leerling en in het voordeel is van de leerling. Er is een transparante lotingsprocedure nodig, die waar nodig gecheckt kan worden en van begin tot eind onder toezicht staat van een notaris. Er is heldere communicatie nodig vanuit de besturen naar de leerlingen toe.

Klachtencommissie Procedure Aanmelding en Inschrijving voor Brugklas Schooljaar 2021-2022 Voortgezet Onderwijs Haarlem

ADVIES Inzake de klachten van : (namen bekend bij de griffie) Verder te noemen: klagers Tegen:

-

De volgende scholen voor Voortgezet Onderwijs in Haarlem: Het Eerste Christelijk Lyceum, het Lyceum Sancta Maria, het Stedelijk Gymnasium, het College Hageveld, het Mendelcollege, het Kennemer Lyceum, Het Schoter en de Rudolf Steiner Scholengemeenschap.

Verder te noemen: de scholen. 1. Verloop van de procedure Op 16 maart 2021 is door het Regionaal Besturenoverleg Onderwijs Zuid-Kennemerland (verder: de scholenorganisatie) onder toezicht van een notaris de loting in de procedure van aanmelding en plaatsing voor de brugklas 2021-2022 verricht. In de dagen daarna zijn via e-mail van alle klagers diverse klachten binnengekomen over deze procedure. Ten einde een zorgvuldige behandeling van het grote aantal klachten mogelijk te maken hebben de scholen een ad-hoc klachtencommissie opgericht. Op 1 april 2021 is aan klagers bericht dat er een ad-hoc klachtencommissie is ingericht voor de behandeling van hun klachten (verder: de Commissie) en klagers hebben daarbij een uitnodiging ontvangen om gehoord te worden. Klagers hebben aangegeven hun klachten door de Commissie te willen laten beoordelen. Op 13 april 2021 heeft de Commissie de rectoren van de betreffende scholen gesproken om feitelijke informatie op te vragen inzake de plaatsingsprocedure. Op 20 en 23 april 2021 heeft de Commissie klagers gehoord. Enkele klagers hebben niet van de gelegenheid gebruikt gemaakt om gehoord te worden, de grote meerderheid heeft daarvan gebruik gemaakt. De grootste groep (13 klagers) stelde het op prijs om als groep in één keer gehoord te worden, twee klagers zijn gezamenlijk gehoord en vier klagers zijn individueel gehoord.

Op 12 mei 2021 heeft de commissie in het kader van hoor en wederhoor de rectoren de gelegenheid gegeven mondeling te reageren op de klachten. Dat wat in de stukken en op de hoorzittingen naar voren is gebracht is, voor zover relevant, zakelijk in dit advies weergegeven. 2. De feiten In een convenant hebben de schoolbesturen voor Voortgezet Onderwijs in Haarlem een regeling vastgesteld inzake de wijze waarop de aanmelding en inschrijving van brugklasleerlingen voor het

schooljaar 2021-2022 zal geschieden (verder: de Regeling). De regeling is de ouders medegedeeld via het zogenaamde brugboek, waarin de regeling ook is opgenomen. De regeling houdt in dat ouders en leerlingen op één toelatingsformulier in rangorde van 1 tot en met 5 voorkeursscholen opgeven op het niveau van het VO-advies van de basisschool. Volgens de regeling zijn alle VO-scholen helder in hun plaatsingsbeleid bij meervoudige adviezen. De ouders leveren het formulier in bij hun school van eerste voorkeur. De scholen stellen ieder voor zich vast hoeveel leerlingen ze toelaten en of ze moeten loten. Op 12 maart 2021 hebben de scholen afstemmingsoverleg gehouden waarin vastgesteld wordt op welke scholen er geloot moet worden, hoeveel leerlingen dit betreft en in welke afdelingen. Op 15 maart 2021 hebben de scholen, die moesten loten, geloot inzake de leerlingen die hun school als eerste keuze hadden opgegeven. Op 16 maart 2021 hebben de scholen gezamenlijk geloot met betrekking tot de leerlingen die op de school van hun eerste keuze waren uitgeloot. In opeenvolgende rondes zijn deze leerlingen geloot eerst aan de hand van hun tweede voorkeur, dan aan de hand van hun derde voorkeur en zo verder tot de vijfde voorkeur. Na dit proces van loting bleven er 34 leerlingen over voor wie geen plek was op één van de vijf door hen gekozen scholen.

Op 17 maart 2021 zijn de ouders van deze kinderen geïnformeerd dat hun kind niet geplaatst is op één van de vijf door hen gekozen scholen. Per e-mail van 19 maart 2021 hebben deze ouders een nieuw formulier ontvangen waarop vermeld stond op welke scholen er nog plek was. Deze ouders is verzocht hun voorkeur voor deze betreffende scholen in te vullen en het formulier vóór 22 maart 2021 terug te mailen. Op dinsdag 23 maart 2021 zou er een nieuwe loting worden gehouden waarna de ouders bericht zouden ontvangen op welke school hun kind geplaatst is. Aangezien alle 34 kinderen geplaatst konden worden op de school die zij op dit formulier hadden ingevuld, heeft er op 23 maart 2021 geen loting plaats gevonden. Ouders hebben bericht ontvangen op welke school hun kind is geplaatst. Tegen deze plaatsing hebben de ouders – lees: klagers – bezwaar gemaakt c.q. geklaagd. 3. Visie partijen

• •

•

• •

• •

Visie klagers: Het Corona jaar en het “kansrijk” adviseren van het PO hebben gezorgd voor een te hoge toestroom bij de VO-scholen. De scholen hebben te weinig gedaan om hierop te anticiperen. Verder onderschatten de scholen ook de impact van het Corona jaar op de kinderen en hun ouders. Mede door de omstandigheden waarin de kinderen verkeerden is het niet geplaatst kunnen worden op één van de door hen gekozen scholen een enorme klap geweest. De scholen hebben door hun mooie brochures en open dagen juist hoge verwachtingen gewekt bij de kinderen. Vanuit het PO hebben zij al anderhalf á twee jaar lang een bepaald beeld van de door hen gekozen VO-school opgebouwd en hebben zij een enorme zin gekregen om naar de betreffende school te kunnen gaan. De scholen hebben ook de indruk gewekt dat de leerlingen graag ontvangen zouden worden en hebben aldus hooggespannen verwachtingen bij de kinderen en hun ouders gewekt. Scholen hebben nooit gewaarschuwd dat er een 2e loting aan te pas zou kunnen komen. De communicatie is vanaf het telefoontje dat het kind voor de scholen op de voorkeurslijst was uitgeloot zeer rommelig, onduidelijk en kort geweest. Klagers hebben daarbij geen empathie gevoeld. De regels over vermelden afdeling, omgaan met wachtlijst, meermaals vermelden van één school op het inschrijfformulier zijn niet door alle scholen hetzelfde toegepast.

Kennemer Lyceum heeft te weinig plaatsen voor de havo gecreëerd. Uitgaande van het reserveren van 7 plaatsen voor zittenblijvers was er slechts ruimte voor 15 leerlingen op de havoafdeling.

• • • •

De procedure is niet juist gevolgd; na de centrale loting zou er geen 2e loting meer mogen plaatsvinden. De procedure zoals nu uitgevoerd is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het recht van vrije schoolkeuze. Kinderen hebben niet dezelfde kansen gekregen. Er is ten onrechte ruimte voor kinderen die van buiten Haarlem komen; dat is ongelijke behandeling. Samenvattend is het overheersende gevoel bij klagers dat hun onrecht is aangedaan en roepen zij de scholen op om alsnog een oplossing te treffen voor de 34 getroffen kinderen.

Visie scholen: • De scholen geven aan dat de procedure van de regeling juist is gevolgd. Er is in de regeling rekening gehouden met de mogelijkheid dat niet alle leerlingen op één van de vijf door hen gekozen scholen geplaatst kunnen worden. In plaats van deze leerlingen na de centrale loting zelf naar een andere school te laten gaan, zoals in het brugboek beschreven staat, hebben de scholen bemiddeld door hen aan te geven waar er nog plek was. Er is daarbij niet geloot. • De scholen hebben veel meer plek gemaakt voor brugklassers dan er vorig jaar was. Er waren 3647 nieuwe leerlingen (tegenover 3465 leerlingen voor het schooljaar 2020/2021). De scholen hebben hier goed op geanticipeerd en er is plaats voor alle leerlingen. • Wat niet te voorzien was, is dat bepaalde scholen populairder zijn geworden en bepaalde scholen minder populair. Hierdoor waren er relatief – en onvoorzienbaar – veel leerlingen die niet op een school van hun keuze terecht konden. • Tot slot geven een aantal scholen aan dat ze wel degelijk in de periode na de uitloting meerdere gesprekken hebben gevoerd met de ouders en kinderen. 4. Overwegingen van de commissie De Commissie wil twee conclusies vooropstellen.

In de eerste plaats is het door klagers buitengewoon duidelijk op de Commissie overgebracht dat het een klap voor de betreffende kinderen en hun ouders is geweest dat er voor hen geen plaats was op een van de scholen van hun keuze. De Commissie begrijpt dat dit voor hen een bittere tegenslag is geweest. Tegelijkertijd constateert de Commissie dat de scholen met elkaar een procedure hebben gemaakt die op correcte wijze is uitgevoerd. Hen valt over de uitkomst van de lotingsprocedure niet iets te verwijten. Wel kunnen enkele opmerkingen over communicatie en verwachtingenmanagement gemaakt worden (hierover later meer). Alleen al uit het feit dat deze twee hoofdconclusies moeilijk met elkaar te verenigen zijn, blijkt dat de plaatsingsprocedure, wanneer er in een bepaalde gemeente scholen zo populair zijn dat zij geen plaatsruimte hebben voor alle aangemelde kinderen, zeer moeilijke (lees: gevoelige) materie betreft. Recent heeft de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC, 2021002806) uitgesproken dat er voor haar geen rol is bij de toetsing van een plaatsingssysteem. “Het in stand houden van een dergelijk systeem is een maatschappelijke en politieke keuze, waarvan de toetsing van de doelmatigheid en rechtmatigheid bij de politiek en rechter thuishoort.

Hoogstens kan de Commissie beoordelen of de uitkomst van een loting- of matchingssysteem in een individueel geval tot een onbillijke uitkomst heeft geleid”, aldus de LKC. De Commissie heeft in de onderhavige klachten ook uitsluitend gekeken of de loting tot een onbillijke uitkomst heeft geleid. Het is niet aan de Commissie om maatschappelijke en politieke keuzes te beoordelen. De gemeente Haarlem bepaalt uiteindelijk de huisvestingsruimte die voor het voortgezet onderwijs in deze gemeente beschikbaar is. De Commissie heeft over de uitkomst van de loting dit jaar de volgende constateringen. De Regeling wordt in Haarlem al een aantal jaar gebruikt en heeft in de afgelopen jaren ook altijd goed gewerkt. Er is niet eerder sprake geweest van een groot aantal leerlingen dat niet op een van de vijf door

hen opgegeven scholen geplaatst kon worden. In de Regeling staat dan ook: “Uitgangspunt is dat met de opgave van 5 voorkeuren het mogelijk moet zijn om het volledige proces van plaatsing te realiseren.” De Regeling kent echter ook een bepaling voor het geval dat uitgangspunt toch niet behaald kan worden: “Als er leerlingen overblijven die na loting voor 5 voorkeursscholen niet geplaatst zijn, geldt de werkwijze dat deze leerlingen geïnformeerd worden waar er nog plaatsen zijn waarna zij zichzelf kunnen melden bij de school van hun voorkeur.” Het is dus niet zo dat leerlingen en hun ouders in Haarlem kunnen verwachten dat hun kind altijd op de school van eerste keuze geplaatst kan worden. De Regeling is er immers niet voor niets. Veel klagers geven wel aan dat zij van iedereen – schoolleiders, rondleiders etc. – vernomen hebben dat ‘het wel raar moet lopen wil je niet in ieder geval in je top 5 terecht komen’. De rectoren geven aan dat het goed mogelijk is dat er inderdaad dat soort uitlatingen gedaan zijn, omdat het inderdaad raar moet lopen wanneer er in de top 5 van de leerling geen plek voor hem/haar is. Het is dit jaar helaas raar gelopen, geven zij aan. Klagers verwachten dat het raar is gelopen door het corona-jaar; met name door het ‘kansrijk adviseren’ waartoe minister Slob had opgeroepen.

De Commissie ziet die invloed maar gedeeltelijk: Het aantal adviezen voor havo lag wel wat hoger dan vorig jaar, maar het aantal havo/vwo adviezen niet. Er zijn zelfs iets minder vwo-adviezen. In de cijfers is in de eerste plaats opvallend dat het totaal aantal leerlingen in Haarlem flink gegroeid is; bijna 200 leerlingen meer. Het tweede opvallende feit is dat een verdere verschuiving van voorkeuren van leerlingen heeft plaats gevonden. In het totaal bezien hebben de scholen geanticipeerd op het toegenomen aantal leerlingen en was er voldoende plaatsruimte beschikbaar. Maar de verschuiving van de voorkeuren was niet te voorspellen. Om deze reden erkennen de rectoren dat het inderdaad gek is gelopen dit jaar. De Commissie ziet in de getallen dan ook dat de scholen gezamenlijk een inspanning hebben geleverd om de groei van het aantal leerlingen op te vangen, onder andere doordat op de populaire scholen meer brugklassen zijn geformeerd dan aanvankelijk hun planning was. Voor de kinderen van klagers is het dan feitelijk zo uitgepakt dat zij een top 5 van scholen hebben opgesteld van scholen die allemaal populair waren zodat er, naast de school van eerste keuze waar ze zich hebben aangemeld, ook geen plek bleek te zijn bij de lotingsronden voor de scholen van tweede tot en met vijfde voorkeur.

Naast deze kinderen zijn er echter nog meer kinderen voor wie er geen plek was op de school van eerste keuze en die dus door middel van loting op scholen van tweede tot en met vijfde keuze zijn terecht gekomen. De Commissie heeft niet gezien dat het lotingssysteem niet, of onjuist, gefunctioneerd zou hebben. In die zin is er geen sprake van ongelijke behandeling of een onbillijke uitkomst; het lotingssysteem is gebaseerd op het gegeven dat iedereen een gelijke kans heeft en dat het toeval de uitkomst bepaalt. Het is wel zo dat de scholen van tevoren, door er bijvoorbeeld op te wijzen hoeveel leerlingen zij toelaten en hoeveel aanmeldingen er te verwachten zijn, niet duidelijk maken wat de kans is dat je uitgeloot kan worden. Nu werven zij vooral nieuwe leerlingen middels open dagen et cetera en geven weinig informatie over hoe het verder gaat indien de leerling uitgeloot zou worden. In het kader van verwachtingenmanagement is dit wel belangrijk. De ouders zijn zich aldus te weinig bewust geweest van de mogelijkheid dat hun kind niet op een school van de voorkeurslijst terecht zou komen en hebben hun kinderen daar dus ook niet op voorbereid. Vervolgens is het zo dat na de loting, die de scholen zelf uitvoeren onder auspiciën van een notaris, onder de leerlingen die zich bij hen als zijnde de school van eerste voorkeur hebben aangemeld, de scholen een wachtlijst over houden.

Dit zijn de leerlingen die uitgeloot zijn. Zij zijn in volgorde van deze loting op de wachtlijst geplaatst. Indien er na 15 maart nog ontwikkelingen zijn – er kunnen leerlingen afvallen doordat zij voor een school kiezen in een aanpalende regio, of doordat zij bijvoorbeeld verhuizen – kunnen er nog leerlingen van deze wachtlijsten geplaatst worden. De Commissie heeft vernomen dat het

Stedelijk Gymnasium en het Kennemer Lyceum inmiddels alsnog één leerling hebben kunnen plaatsen en het College Hageveld inmiddels alsnog 4 leerlingen heeft kunnen plaatsen. Het Mendelcollege heeft geen wachtlijst gemaakt want daar is niet geloot. Andere scholen hebben nog gewacht met het gebruiken van de wachtlijst. De scholen gaan niet gelijk om met de wachtlijst; college Hageveld laat eerst leerlingen toe die niet een plek op hun top 5 hebben gekregen, de andere scholen geven alle leerlingen die hun school op 1 hadden gezet een kans; dus ook als zij op een school met voorkeur 2 tot en met 5 zijn geplaatst. De Commissie meent dat het beter zou zijn dat alle scholen de wachtlijst op dezelfde wijze hanteren. Verder is de Commissie van mening dat de communicatie met ouders in de periode tussen 17 en 22 maart beter en transparanter had gekund. Zowel wat betreft de wijze van communicatie, als wat betreft het tempo dat gekozen is. Weliswaar begrijpt de Commissie dat de scholen vooral vanuit de wens, om de kinderen snel duidelijkheid te geven naar welke school ze wél zouden kunnen, hebben gehandeld. Op de ouders is dit niet goed overgekomen. Zij hebben hals over kop een andere school moeten uitzoeken en zij hebben het idee gekregen dat er opnieuw geloot is.

Dat een derde loting niet hoefde plaats te vinden, omdat er plek genoeg was op de school die zij – weliswaar onder protest - nu bovenaan het nieuwe formulier hadden gezet, is hen niet medegedeeld. Deze paar dagen zijn voor klagers zeer zwaar en teleurstellend geweest. Met het feitelijk niet hanteren van een derde loting is de klacht dat er niet conform de Regeling is gehandeld ongegrond – De Regeling kent immers geen tweede, centrale lotingsronde maar deze heeft ook niet plaats gevonden – maar is het wel zo dat het niet goed gecommuniceerd is met klagers. 5. Oordeel van de commissie De commissie komt op grond van de bovenstaande overwegingen tot het oordeel dat de klachten gedeeltelijk gegrond zijn. Dit voor zover het betreft de verwachtingen die de scholen gewekt hebben inzake de aanmelding en inschrijving tot het voortgezet onderwijs per schooljaar 2021-2022 en voor zover het betreft een zorgvuldige communicatie na de centrale lotingsronde. De klachten zijn ongegrond voor zover het betreft de stelling dat de scholen onvoldoende geanticipeerd hebben op de groei van het aantal leerlingen in de richtingen havo en vwo.

6. Aanbevelingen van de commissie Naar aanleiding van de klachten komt de Commissie met aanbevelingen; zowel voor dit jaar, als meer algemene aanbevelingen die de scholen mee kunnen nemen bij de evaluatie van de Regeling.: Met betrekking tot schooljaar 2021/2022: Gelet op de impact van het uitgeloot worden op de kinderen wil de Commissie de scholen aanbevelen om een maximale inspanning te leveren om alsnog zo veel mogelijk kinderen op één van de vijf door hen gekozen scholen te plaatsen. Hierbij zouden de scholen gezamenlijk naar de wachtlijsten kunnen kijken en naar de plekken die nog beschikbaar zijn of beschikbaar komen door het buiten beschouwing laten van de (gereserveerde ruimte voor) verhuizers, door het verhuizen van kinderen naar buiten Haarlem en door aangepaste po-adviezen. Kinderen die na de lotingsronde nog aangemeld worden hoeven niet per se aanspraak te maken op één van de bovengenoemde scholen met plaatsgebrek. Voor hen is in ieder geval plek op een Haarlemse VO-school, dat staat feitelijk vast. Tot en met 15 juni kunnen er nog ontwikkelingen op de zojuist genoemde punten zijn, zodat wat de Commissie betreft het logisch zou zijn wanneer de scholen per 15 juni a.s. de definitieve plaatsing van alle leerlingen voor komend schooljaar rond maken.

Hierbij moet wel opgelet worden dat de kinderen die op hun scholen 2 tot en met 5 zijn terecht gekomen in de centrale loting ook gevraagd wordt of zij middels de wachtlijsten nog op een hogere school van hun

voorkeur terecht zouden willen komen, of dat ze het zo willen laten. Indien deze kinderen ontevreden zijn, bijvoorbeeld met een plek op hun school van vijfde voorkeur, moeten zijn ook meegenomen worden conform hun plek op de wachtlijst bij hun school van eerste voorkeur. De volgorde die door de loting is ontstaan moet, met andere woorden, in stand blijven zodat er geen ongelijke behandeling ontstaat. De beweging die aldus mogelijk ontstaat onder kinderen, geplaatst op hun voorkeuren 2 tot en met 5, kan vervolgens weer voor de kinderen van de klagers benut worden. Met betrekking tot de schooljaren na 2021/2022: De scholen hebben een gezamenlijk probleem – te weten capaciteitsgebrek op sommige scholen en een vraag die niet altijd overeenkomt met het aanbod – en zij hebben een gezamenlijk doel: Te weten niettegenstaande dit probleem zo veel mogelijk leerlingen op een school van hun voorkeur terecht laten komen. Dit gezamenlijke probleem en dit gezamenlijk streven verhouden zich slecht tot een uitvoering van de plaatsingsregeling waarin iedere school deels zijn eigen regels maakt. Het zou dus het beste zijn om in ieder geval een volstrekt uniforme regeling uit te werken inzake aanmelding en plaatsing.

Op dit moment zijn er verschillen in de uitvoering van de scholen en de centrale lotingsronde levert relatief weinig rendement op, omdat zo veel scholen al vol zitten voordat er geloot wordt. Verschillen in uitvoering zijn bijvoorbeeld dat scholen niet gelijk omgaan met het gegeven dat een school twee afdelingen kan hebben - bijvoorbeeld atheneum en gymnasium – en de vraag hoe ouders dat op de aanmeldingslijst moeten zetten. Zet men dan de school twee keer in de lijst, of één keer met daarbij de vermelding dat beide afdelingen wenselijk zijn? De Commissie heeft geconstateerd dat beide opties in de praktijk voorkomen. Verder zijn er verschillen in voorrangsregels (broertje/zusje-regeling) en hanteren van de wachtlijst: Is die eerst voor kinderen die niet op één van de vijf door hen opgegeven scholen terecht kunnen, of voor kinderen die de betreffende school op één hadden, maar op keuze twee tot en met vijf zijn terecht gekomen? Dit alles kan opgelost worden door één regeling die alle scholen hanteren. De meest gelijke kansen voor alle kinderen ontstaan er waarschijnlijk wanneer deze regeling één, centrale loting omvat. Een alternatieve oplossing kan zijn de voorkeurstop 5, die bij het aanmeldingsformulier moet worden opgegeven, uit te breiden naar een top 6 of 7. In beide scenario’s zou het streven moeten zijn dat er na de loting geen wachtlijst gevormd hoeft te worden.

In beide scenario’s zou het streven moeten zijn om zoveel mogelijk kinderen een kans te bieden op één van de door hen uitgekozen scholen te komen, in plaats van dat zij zich op de school van eerste voorkeur richten met daarbij het risico op teleurstelling wanneer deze school vol is. In beide scenario’s lijkt het de Commissie goed om het RBO meer secretariële en inhoudelijke ondersteuning te geven voor de uitvoering van de Regeling aanmelding en inschrijving brugklas. Deze RBO-organisatie kan de Regeling dan verder ontwikkelen en uitvoeren. Op deze wijze kan er ook duidelijker en toegankelijker gecommuniceerd worden met de ouders. Tevens kan deze organisatie controleren of ouders de inschrijving juist hanteren. Indien de inschrijfformulieren bijvoorbeeld niet juist ingevuld worden, kan de organisatie hen daarop corrigeren. Verdere, korte punten van aanbeveling op basis van de constateringen van de Commissie: - Kijk of dubbel aanmelden in aangrenzende regio’s te voorkomen is. Bijvoorbeeld door ouders te verplichten een keuze te maken. - Neem in de Regeling standaard een klachtenprocedure op.

Aldus gedaan te Den Haag op 21 mei 2021 door mr. M.R.A. Dekker, voorzitter, P.G.M. Bronstring en drs. A.M. Velthuijsen, leden, en J. Groenheide, secretaris. Verzonden per e-mail aan alle klagers en scholen op 25 mei 2021.

Mr M.R.A. Dekker Voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12263754/1