CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

01-11 Inspreekbijdrage de heer Bakx

commissie Beheer 11 januari 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18:20-18:35 uur Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen)5.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Betreft inspraak bij de commissie Beheer van de Gemeente Haarlem op 11 januari 2024 inzake het onderhoud aan de wandelpromenade ter hoogte van Sandenburg 2 te Haarlem

Geachte Voorzitter Wethouder Commissieleden en andere aanwezigen, Mijn naam is Willem Bakx, ik ben eigenaar van het perceel Sandenburg 2 alwaar een multifunctioneel gezondheidscentrum gevestigd is. Dit centrum is door mij ongeveer 35 jaar geleden opgericht en is in twee fasen gebouwd. Doordat een deel van het gebouw onder de wandelpromenade ligt (die er al stond toen dit deel gebouwd werd) is het promenadedek het bovengedeelte van dit gedeelte van het gebouw. Jaren lang heeft de Gemeente het onderhoud en de vervanging van de wandelpromenade (die boven het pand ligt) verzorgd en voor haar rekening genomen. De wandelpromenade maakt immers deel uit van de openbare weg. Eigenaren van de aan de promenade gelegen appartementen moeten via deze promenade hun huis in. Als donderslag bij heldere hemel kreeg ik te horen door een extern adviesbureau dat het wandel-promenadedek mijn eigendom is en deze adviseur gaf aan dat de Gemeente Haarlem het dek niet ging vervangen. Inmiddels heb ik al jarenlang na regenbuien last van forse lekkage. Dat dit voor de behandelruimtes die onder de promenade liggen niet goed is behoeft mijns inziens geen betoog. U heeft als commissie bij meerderheid na mijn inspraak destijds besloten dat dit probleem als bespreekstuk in de commissie besproken zou worden.

Aan de op dat moment verantwoordelijke Wethouder werd gevraagd zich op de hoogte te stellen van dit probleem. Met Wethouder de heer Rog heb ik de situatie bekeken en besproken. Deze Wethouder heeft vroegtijdig de Gemeente verlaten en ik heb er nooit meer wat van gehoord. Geachte commissieleden het heeft mijn voorkeur dit probleem in goed overleg met elkaar op te lossen. Daarom heb ik de nu verantwoordelijk Wethouder de heer Berkhout om een onderhoud gevraagd. De Wethouder stuurde mij een heel erg kort briefje (zie bijlage) en daar moest ik het maar mee doen een gesprek was niet nodig want de situatie was immers toch duidelijk! Tot slot: het is voor mij onbegrijpelijk dat na 35 jaar waarbij de Gemeente haar verantwoordelijkheid voor onderhoud en vervanging van dit promenadedek

heeft genomen “een konijn uit de hoed kwam” met de mededeling dat ik als eigenaar van het wandeldek boven mijn gebouw het zelf maar moest oplossen. Het betreft hier de openbare weg en er is in de splitsingsakte nergens een passage opgenomen dat er een erfdienstbaarheid zou zijn. Dat kan namelijk ook niet omdat het hier openbare weg betreft waar de Gemeente eigenaar en verantwoordelijk voor is. Geachte commissieleden ik vraag aan u als hoogste orgaan van de Gemeente Haarlem de Wethouder te vragen zijn verantwoordelijkheid te nemen en de vervanging van dit stuk openbare weg gelegen op de wandelpromenade bij Sandenburg 2 zoals het al 35 jaar gaat voor haar rekening te nemen. Mocht u van mening zijn dat de Wethouder c.q. de Gemeente Haarlem geen verplichting heeft in deze rest mij niets anders dan via de rechter een uitspraak te vragen naar mijn mening onjuiste besluitvorming van de Gemeente Haarlem. Ik hoop echt dat dit niet zo ver hoeft te komen en dat de Gemeente in ziet dat dit echt een onjuiste gang van zaken is en dat de Gemeente haar verantwoordelijkheid moet nemen. Einde inspraak ================================================================= ========================================================== Ter aanvulling: Na mijn vorige inspraak kreeg ik een aantal vragen van commissie leden.

Het betrof met name de rol van de Wethouder en het feit dat de communicatie en het overleg met de vertegenwoordiging van de bewoners van de drie genoemde VvE’s volledig stilgevallen was. Vooral het feit dat tijdens de uitvoering geen overleg is geweest met de VvE’s. Een aantal commissie leden hadden ook de locatie bezocht en een vraag van een commissielid was of je zonder paraplu nu onder het voetgangersgebied kon lopen. Ik heb aangegeven dat dit niet verstandig is en dat ook de onder geparkeerde auto’s beschadigd worden door deze lekkage! De Wethouder was die ochtend samen met de projectleider ter plaatse geweest en is ook van mening dat de werkzaamheden niet naar tevredenheid zijn uitgevoerd. De Wethouder gaf aan dat daarom ook de laatste termijn aan de aannemer nog niet betaald was. Op verzoek van de VvE’s om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar het resultaat van de werkzaamheden gaf de Wethouder aan dat hij eerst in gesprek wilde gaan met een vertegenwoordiging van de VvE’s. Dit gesprek heeft plaatsgevonden en de

destijds verantwoordelijke wethouder de heer Rog is ook ter plaatse geweest om de situatie te beoordelen. Door het tussentijds vertrek van deze Wethouder is er geen vervolggesprek geweest en heeft het dossier verder geen opvolging gekregen. ================================================== Inspraak notitie voor de commissie beheer van 14 januari 2021 Het betreft inspraak op de agendapunten 12 – 12a – 12 b

Geachte voorzitter- wethouder- commissieleden en andere aanwezigen. Vandaag spreek ik in namens de gezamenlijke VvE’s van Sandenburg – Prattenburg en Engelenburg. Het betreft het verloop van het overleg en communicatie van gemeentezijde en de uitgevoerde werkzaamheden aan het voetgangersniveau tussen de genoemde complexen. De Gemeente is vanaf de oplevering van de genoemde complexen verantwoordelijk voor onderhoud en vervangingen aan het voetgangersniveau. De gemeente heeft het voetgangersniveau aangemerkt als openbare weg. Opvallend is dat een vertegenwoordiger van de Gemeente dit voor bepaalde delen na 40 jaar betwist. Gedurende een vrij lange periode is er een klankbordgroep actief geweest om deze werkzaamheden voor te bereiden. Echter toen het op de uitvoering aankwam was er vanuit de Gemeente als opdrachtgever en de aannemer als uitvoerder complete radiostilte. De aannemer ging zijn eigen gang en dacht met het versturen van een nieuwbrief wel te voldoen aan een goede communicatielijn. Voorzitter het tegendeel is waar. Ik meen te mogen stellen, dat de werkzaamheden als “broddelwerk” zijn uitgevoerd en de forse uitgaven van onze belastingcenten niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd. Dat is de reden, waarom ik nu voor u sta als inspreker.

In een schrijven van de heer Jennen aan de heer Mulder van 23 oktober 2020 lees ik de volgende passage, ik citeer: na heel veel betrokkenheid van de VvE’s in het voortraject van vele jaren is er uiteindelijk een gat gevallen in de communicatie, einde citaat. Ook constateert de heer Jennen, dat er voor en tijdens de uitvoering van de werkzaamheden geen communicatie is geweest met de klankbordgroep. De vraag die ik hierbij heb voorzitter is “zou het zo kunnen zijn dat dit “communicatie gat” de heren wel goed uitkwam, want het

lijkt erop, dat bij de voorbereidingen van de uitvoering zowel de gemeentelijke vertegenwoordigers als de uitvoerder niet zaten te wachten op kritische bewoners, die op hun “vingers” meekeken. Ik weet het voorzitter mijn opmerking is suggestief, maar wat was dan de werkelijke reden dat dit “gat” in het overleg/ de communicatie is gevallen. In een mail van de heer Hoogkamer aan de VvE Molenwijk II van 19 mei 2020 staat aangegeven, dat het voetgangersniveau ter plaatse van San 2 (commerciële ruimte) en de schuine gedeelten het eigendom van de VvE zijn zo ook het onderhoud. De gemeente ziet alleen toe of het voldoet aan de verkeersfunctie. Uit een juridisch onderzoek blijkt het tegenovergestelde. De gemeente is wel degelijk verantwoordelijk voor het eigendom en onderhoud van de openbare weg ter plaatse. De renovatie ter hoogte van Sandenburg 2 is zonder medeweten van de VvE’s onterecht niet door de gemeente uitgevoerd. De voorzitter van de VVE Molenwijk II heeft de gemeentelijke vertegenwoordigers, als vertegenwoordiger van de VvE’s, gewezen op de onjuiste uitvoering van de werkzaamheden. Er heeft zelfs een soort “schouw” plaats gevonden, maar met de aangegeven opmerkingen is vrijwel niets gedaan. De slager heeft zijn eigen vlees gekeurd.

Voorzitter ik ga afronden met het dringend verzoek aan de commissie leden de Wethouder als verantwoordelijk bestuurder in dit dossier te vragen een onafhankelijk en objectief onderzoek in te stellen naar zowel de besluitvorming in deze binnen de gemeente, het niet overleggen c.q. informeren van de gezamenlijke VvE’s en het resultaat/de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden. De uitvoering van deze werkzaamheden worden door alle VvE’s als erg slecht en zonde van de uitgegeven middelen betitteld. Ik hoop echt dat u in meerderheid besluit dit onderzoek uit te laten voeren want het kan en mag toch niet zo zijn dat 7 miljoen euro gemeenschapsgeld op deze manier weggegooid wordt en dat de VvE’s c.q. bewoners met de problemen achter blijven.

Dank u voor uw aandacht! De heer Bakx

VVE Molenwijk II t.a.v. M. van der Riet

Betreft: Advies openbaarheid en onderhoud Ons kenmerk: 2020496 / WL

Nijmegen, 5 februari 2021

Geachte heer Van der Riet, Naar aanleiding van onze bespreking d.d. 3 november 2020 en de navolgende contacten bericht ik u als volgt. I.

Inleiding 1. In de Haarlemse Molenwijk bevindt zich tussen de appartementen van Engelenburg, Prattenburg en Sanderburg een wandelpromenade van ca. 920 meter lang. Deze wandelpromenade verbindt de ca. 960 appartementen in de wijk door middel van 58 loopbruggen. De wandelpromenade zelf wordt weer ontsloten door 28 trapopgangen, 9 hellingbanen en een autolift. De wandelpromenade fungeert aldus als essentiële ontsluiting voor de aangelegen woningen. 2. Daarnaast heeft de wandelpromenade ook een belangrijke functie als waterkerende laag voor het gebruik op de lager gelegen begane grond. Onder de wandelpromenade bevinden zich overdekte parkeerplaatsen, bergingen en een drietal opstallen ten behoeve van een fysiopraktijk, een kinderdagopvang en een supermarkt. De ligging van de wandelpromenade tussen de appartementsgebouwen is weergegeven op de onderstaande situatietekening.

(bron: stedenbouwkundige analyse oktober 2014)

(bron: www.kadastralekaart.com)

3. De wandelpromenade is omstreeks 1980 gebouwd. De wandelpromenade en de onder- en omliggende parkeerplaatsen en wegen zijn momenteel geheel in eigendom van de gemeente Haarlem (hierna: “de gemeente”). Slechts van het drietal opstallen onder de wandelpromenade is de gemeente geen eigenaar. Eén van deze opstallen betreft de hierboven met blauwe arcering weergegeven opstal waarin de fysiopraktijk SanTwee is gehuisvest. Eenzelfde situatie doet zich voor bij de opstallen van kinderopvang Calimero en supermarkt Jumbo. 4. Voorafgaande aan de bouw van de wandelpromenade heeft de gemeente bij akte van overdracht een aantal afspraken gemaakt over de wandelpromenade. De voor dit advies relevante passages uit deze akte worden als bijlage 1 bij dit advies gevoegd. 5. Uit de akte blijkt dat in het ‘middengebied’ een ‘verhoogd voetgangersnivo cum anexis’ (de wandelpromenade met toebehoren) zou worden gebouwd in opdracht en voor rekening van de gemeente. De akte specificeert dat ook de hellingbanen, trappenhuizen, loopbruggen, autolift, borstwering en de afwerklaag van het voetgangersdek in opdracht en voor rekening van de gemeente worden uitgevoerd, aldus artikel 9.17 lid 1 tot en met 4 van de akte (zie bijlage 1). 6. Met betrekking tot het aldus te realiseren voetgangersnivo cum annexis wordt vervolgens in artikel 9.17 lid 5 benoemd dat de gemeente eigenaar is.

En de gemeente neemt “de verplichting op zich om het voetgangersnivo cum annexis te onderhouden en in stand te houden en alle daarvoor noodzakelijke werkzaamheden te verrichten.” In lijn met de akte waarbij deze afspraken zijn gemaakt zal de wandelpromenade in het verdere advies worden aangeduid als: “het voetgangersnivo” 7. Mede op basis van de hiervoor aangehaalde bepalingen heeft de gemeente aanvankelijk altijd het volledige onderhoud van het gehele voetgangersnivo op zich genomen. De gemeente zorgde er daarbij altijd voor dat het voetgangersnivo voldeed aan zijn functie als ontsluiting voor de aanwonenden, maar ook aan zijn functie als waterkerende laag voor het gebruik onder het voetgangersnivo. Het laatste grootschalige onderhoud aan het voetgangersnivo werd in dat kader uitgevoerd medio 2001.

2

8. In de vervolgperiode tot 2014 is het onderhoud echter minder (goed) uitgevoerd. Gevolg daarvan waren diverse lekkages en beschadiging van het onderliggende beton. In 2014 zijn daarvoor diverse noodherstelmaatregelen uitgevoerd. Recent is daarop verder grootschalig (herstel)onderhoud uitgevoerd aan het voetgangersnivo. 9. Naar het oordeel van de Vereniging van Eigenaren Molenwijk II (hierna: “de VVE”) schoot dit onderhoud echter tekort. Op de als bijlage 2 bij dit advies weergegeven foto’s van de situatie ter plaatse is te zien dat als gevolg van onvoldoende functionerende afwatering vanaf het voetgangersnivo bulten ontstaan op het voetgangersnivo en dat het onderliggende beton nog altijd de gevolgen ondervindt van lekkages vanaf het voetgangersnivo. Tevens is op de foto zichtbaar dat er openingen zijn in balustrades en het voetgangersnivo en dat de aangebrachte afwatering onvoldoende functioneert. 10. De VVE is daarom van oordeel dat het uitgevoerde onderhoud (nog) onvoldoende is geweest zolang de lekkages voortduren. Dit heeft volgens de VVE ook nadelige gevolgen voor de gebruiksfuncties onder het voetgangersnivo. 11. Tussen de VVE en de gemeente is discussie ontstaan over de vraag wie het onderhoud aan het voetgangersnivo dient uit te voeren en hoever deze onderhoudsverplichtingen reiken.

Dit advies zal zich beperken tot de status van het voetgangersnivo op grond van de Wegenwet en de onderhoudsverplichtingen die het gevolg zijn van deze status. N.B. Eventuele aanspraken van de VVE op grond van de onderhoudsverplichtingen zoals deze zijn opgenomen in de akte of zoals deze voort kunnen vloeien uit artikel 6:162 of 6:174 lid 1 BW maken dus geen (volledig) onderdeel uit van dit advies.

12. Op verzoek van de VVE beoordeel ik daarom in dit advies: • of het voetgangersnivo een openbare weg is in de zin van de Wegenwet; • of de gemeente verplicht is om het voetgangersnivo te onderhouden; en • tot welke onderdelen van het voetgangersnivo de onderhoudsplicht zich uitstrekt. Samenvatting advies 13. Kortweg luiden de conclusies dat: • het voetgangersnivo openbaar is in de zin van de Wegenwet; • de gemeente verplicht is het voetgangersnivo te beheren en te onderhouden; • de gemeente niet alleen de weg zelf moet onderhouden, maar ook de weguitrusting en het ‘weglichaam’; en • de gemeente aansprakelijk kan worden gesteld indien zij verzaakt in haar zorgplicht voor het voetgangersnivo en daardoor schade wordt geleden.

3

II.

Voetgangersnivo als openbare weg 14. De Wegenwet is van toepassing op alle wegen die volgens de definities van de Wegenwet een weg zijn en openbaar zijn. Indien het voetgangersnivo kan worden aangemerkt als een openbare weg in de zin van de Wegenwet dan is daardoor de Wegenwet van toepassing op het voetgangersnivo. Weg in de zin van de Wegenwet 15. De Wegenwet zelf geeft geen definitie van het begrip ‘weg’. De definitie is echter wel gegeven in de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtsprak Raad van State (hierna: “Afdeling”). Bij uitspraak van 15 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2241) heeft de Afdeling hierover overwogen: “Alvorens kan worden toegekomen aan beantwoording van de vraag of de overige paden openbaar zijn, dient te worden bezien of deze paden wegen in de zin van de Wegenwet zijn. (…) De Wegenwet heeft betrekking op verkeersbanen die een functie vervullen ten behoeve van het afwikkelen van het openbare verkeer en die derhalve naar hun aard of functie een grote, onbepaalde publieksgroep dienen,”

16. Om te kwalificeren als een weg in de zin van de Wegenwet moet er dus sprake zijn van een verkeersbaan die een functie vervult ten behoeve van het afwikkelen van het openbare verkeer die derhalve naar aard of functie een grote, onbepaalde publieksgroep dient. Het voetgangersnivo heeft veel gebruikers. Het wordt in ieder geval gebruikt door de bewoners van de ca. 960 appartementen, hun bezoekers en hulpdiensten. Het gebruik bestaat voor het overgrote deel uit wandelaars, maar er is aanvankelijk ook een autolift aangebracht om gebruik door middel van motorvoertuigen mogelijk te maken en hellingbanen voor de toegang per fiets, rollator, rolstoel en scootmobiel. Het mogelijke gebruik duidt er in ieder geval duidelijk op dat er sprake is van een grote onbepaalde publieksgroep. 17. Dat het daadwerkelijke gebruik van het voetgangersnivo wel hoofdzakelijk bestaat uit wandelaars is daarbij niet bezwaarlijk. De status van ‘weg’ is niet slechts voorbehouden aan een weg waarover motorvoertuigen en fietsers kunnen rijden. Ook een trottoir dat een doorgaande wandelroute vormt voor het openbare verkeer, wordt door de rechtspraak als ‘weg’ in de zin van de Wegenwet aangemerkt (zie Afdeling 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2990). 18. Het voetgangersnivo vormt een doorgaande verbinding van ca.

920 meter lang met vele op- en afgangen door middel van trappen en vormt de toegang tot de omliggende appartementsgebouwen. Het voetgangersnivo is daarmee aan te merken als een verkeersbaan die een functie vervult ten behoeve van het afwikkelen van het openbare verkeer. 19. Kortom het voetgangersnivo is aan te merken als een weg in de zin van de Wegenwet. Voor de toepasselijkheid van de Wegenwet is vervolgens ook nog van belang dat de weg openbaar is geworden.

4

Openbare weg in de zin van de Wegenwet 20. De wijzen waarop een weg openbaar kan worden, zijn bij Wegenwet bepaald in artikel 4 lid 1 dat luidt: “1. Een weg is openbaar: I. wanneer hij, na het tijdstip van dertig jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende dertig achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest; II. wanneer hij, na het tijdstip van tien jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende tien achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest en tevens gedurende dien tijd is onderhouden door het Rijk, eene provincie, eene gemeente of een waterschap; III. wanneer de rechthebbende daaraan de bestemming van openbaren weg heeft gegeven.” 2. Het onder I en II bepaalde lijdt uitzondering wanneer, loopende den termijn van dertig of van tien jaren, gedurende een tijdvak van ten minste een jaar duidelijk ter plaatse is kenbaar gemaakt, dat de weg slechts ter bede voor een ieder toegankelijk is. 3. Dit kenbaar maken kan geschieden door het stellen van opschriften als: eigen weg, particuliere weg, private weg en soortgelijke, of door andere kenteekenen.”

21. Om te bepalen of er sprake is van een openbare weg dient dus te worden beoordeeld of de voetgangersnivo op één van bovenstaande wijzen openbaar is geworden. Kortweg moet er voor openbaarheid van het voetgangersnivo sprake zijn van: • de bestemming tot openbaarheid ex artikel 4 lid III jo. artikel 5 Wegenwet; of • een weg die al dertig jaren voor één ieder toegankelijk is geweest; of • een weg die al tien jaren voor één ieder toegankelijk is geweest en door de gemeente is onderhouden. Bestemming tot openbaarheid 22. Met betrekking tot het bestemmen van een weg tot openbaarheid is vereist dat: (i) ‘de rechthebbende’ de bestemming tot openbaarheid geeft; en (ii) de raad beslist daaraan zijn medewerking geeft (artikel 5 Wegenwet). 23. Het bestemmen tot openbaarheid in de zin van de Wegenwet is een rechtshandeling waarmee de eigenaar (meestal de rechthebbende) uitdrukkelijk aangeeft dat hij wenst dat de weg openbaar wordt. N.B. Het gaat hierbij dus niet om een bestemming die in een bestemmingsplan wordt gegeven. Het al dan niet ‘bestemmen’ van een weg als “Verkeer” in een bestemmingsplan is dus iets anders als de bestemming die in de Wegenwet wordt bedoeld.

24. In de hiervoor al geciteerde akte waarin de gemeente zich ertoe verplicht om het voetgangersnivo cum annexis ter onderhouden staat verder: “Aan het voetgangersnivo cum annexis wordt bij deze de bestemming van openbare weg als bedoeld in artikel 4 sub III van de Wegenwet gegeven.” 25. Met deze bepaling in de akte heeft de gemeente als eigenaar en rechthebbende aan het voetgangersnivo de bestemming openbare weg gegeven. De expliciete verwijzing naar het bijbehorende artikel in de Wegenwet stelt buiten twijfel dat de gemeente met deze akte ook dit rechtsgevolg heeft beoogd.

5

26. Indien een rechthebbende een weg aldus tot openbaarheid bestemt dient de raad van de gemeente daar nog mee in te stemmen op grond van artikel 5 Wegenwet. Dit om te voorkomen dat aan de gemeente ongewenst een openbare weg en het onderhoud daarvan kan worden opgedrongen. 27. In dit geval is de gemeente echter zelf de rechthebbende. Uit de Afdelingsuitspraak van 22 november 2017 (ECLI:NL:RVS:3221) volgt dat in dat geval sprake moet zijn van “een wilsbesluit van een overheidslichaam om een weg tot openbare weg te bestemmen, dat voor betrokkenen kenbaar is.” 28. Met de akte heeft de gemeente als overheidslichaam haar wilsbesluit gegeven en is dat wilsbesluit direct kenbaar geworden voor de betrokkenen. Deze kenbaarheid is nog verder gewaarborgd doordat de bestemming tot openbaarheid in de latere splitsingsakte ten behoeve van de appartementsgerechtigden wordt geciteerd. Een specifiek besluit door de raad van de gemeente is dan ook niet langer noodzakelijk. 29. Kortom het voetgangersnivo is door bestemming een openbare weg geworden in de zin van de Wegenwet. 30. Ten overvloede merk ik nog op dat het voetgangersnivo sinds haar aanleg in zijn geheel voor één ieder toegankelijk is geweest en door de gemeente is onderhouden.

Ook zonder de bestemming tot openbaarheid zou het voetgangersnivo daarom na tien jaren (ex artikel 4 lid 1 sub II Wegenwet) dan wel dertig jaren (ex artikel 4 lid 1 sub I Wegenwet) openbaar zijn geworden. Gevolgen status openbare weg 31. Het voetgangersnivo is aldus openbaar geworden. Gevolg van het openbaar zijn van het voetgangersnivo is dat de Wegenwet op deze weg van toepassing is. Artikel 1 lid 1 Wegenwet bepaalt immers: “Deze wet is uitsluitend van toepassing op openbare wegen.” Deze toepasselijkheid van de Wegenwet heeft verschillende gevolgen voor de gemeente als eigenaar van het voetgangersnivo. 32. De gemeente heeft als rechthebbende op de weg “alle verkeer over den weg te dulden” (artikel 14 lid 1 Wegenwet). Deze duldplicht zorgt voor een behoorlijke beperking van het eigendomsrecht van de gemeente. Anders dan gebruikelijk mag de gemeente haar eigendom niet voor anderen afsluiten (artikel 5:48 BW) en/of anderen de toegang tot haar eigendom ontzeggen (artikel 5:22 BW). In plaats daarvan moet zij toestaan dat al het verkeer gebruik maakt van haar eigendom. 33. De status van openbare weg heeft verder tot gevolg dat het voetgangersnivo niet snel meer zijn status verliest. De openbaarheid kan in dit geval slechts worden beëindigd door het onttrekken van de weg aan de openbaarheid door het bevoegd gezag.

Een besluit waarbij de gemeenteraad (op grond van artikel 9 Wegenwet) gemotiveerd kan overgaan tot onttrekking, waarmee de Wegenwet met haar verplichtingen niet langer op de weg van toepassing is. Gezien het grote belang van het voetgangersnivo voor de omgeving lijkt de onttrekking aan de openbaarheid niet denkbaar zonder dat de aanwonenden worden gecompenseerd.

6

III.

Beheer en onderhoud van het voetgangersnivo 34. Hiervoor is toegelicht dat het voetgangersnivo een openbare weg is in de zin van de Wegenwet. De gemeente kan deze status niet meer zomaar ongedaan maken en heeft als eigenaar alle verkeer over het voetgangersnivo te dulden. 35. De openbare status heeft verder als gevolg dat de gemeente ten aanzien van het voetgangersnivo (i) een zorgplicht heeft en dat de gemeente tevens (ii) de onderhoudsplicht heeft ten aanzien van het voetgangersnivo. 36. De zorgplicht ligt altijd bij een overheidslichaam (in dit geval de gemeente). Op grond van de zorgplicht heeft de gemeente volgens artikel 16 Wegenwet ervoor te zorgen “dat de binnen haar gebied liggende wegen (…) verkeeren in goeden staat.” Op grond van haar zorgplicht dient de gemeente kortweg te zorgen dat de weg ook feitelijke openbaar blijft, dat belemmeringen daartoe worden weggenomen en erop toe te zien dat de weg adequaat wordt onderhouden. De gemeente wordt in haar hoedanigheid als zorgplichtige voor een openbare weg ook wel aangeduid als ‘de wegbeheerder’. 37. De onderhoudsplicht vloeit voort uit artikel 15 lid 1 Wegenwet waarin wordt bepaald dat de gemeente die een weg tot openbare weg heeft bestemd verplicht is om deze te onderhouden.

Aangezien de gemeente bij akte de weg overeenkomstig artikel 4 lid 3 sub III Wegenwet de weg tot openbaarheid heeft bestemd rust de onderhoudsplicht dus op de gemeente. N.B. Onderhoudsplicht en zorgplicht liggen meestal in dezelfde handen, zoals ook hier. Dit is echter niet altijd het geval. Ook een particulier eigenaar kan onderhoudsplichtig zijn. Indien onderhoudt dan achterwege blijft, moet de wegbeheerder op grond van zorgtaak ervoor zorgen dat het onderhoud alsnog wordt uitgevoerd.

Wegenwet geen afdwingbare norm 38. De Wegenwet verplicht de gemeente aldus om ervoor te zorgen dat het voetgangersnivo in goede staat verkeert. Het is echter niet (langer) een rechtstreeks afdwingbare norm. Bij uitspraak van 14 september 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BS8863) heeft de Afdeling geoordeeld dat artikel 15 en 16 Wegenwet geen grondslag bieden voor handhaving van de onderhoudsplicht of zorgplicht. De Afdeling overweegt verder in die uitspraak: “Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat uit artikel 6:174, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek volgt dat bij de gemeente de aansprakelijkheid rust voor de openbare wegen ten aanzien waarvan zij dient te zorgen dat ze in goede staat verkeren. Voor zover de gemeente die plicht verzuimt, kan daartegen bij de burgerlijke rechter worden opgekomen.” 39. Artikel 6:174 BW schept een kwalitatieve aansprakelijkheid voor bezitters van opstallen. Als een opstal niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar oplevert voor personen of zaken, is de bezitter aansprakelijk als dat gevaar zich verwezenlijkt. Op grond van artikel 6:174 lid 2 BW is volgens dezelfde maatstaf aansprakelijk: “het overheidslichaam dat moet zorgen dat weg of het waterstaatswerk in goede staat verkeert”.

Dat is in dit geval dus de gemeente die op grond van haar zorgplicht conform artikel 16 Wegenwet immers ervoor moet zorgen dat het openbare voetgangersnivo in goede staat verkeert.

7

40. Kortom op de gemeente rusten zowel de onderhoudsplicht als de zorgplicht voor het voetgangersnivo, omdat het een openbare weg is in de zin van de Wegenwet die door de gemeente daartoe is bestemd. Deze normen zijn echter niet afdwingbaar. Daarvoor moet toepassing worden gegeven aan de kwalitatieve aansprakelijkheid van de wegbeheerder op grond van artikel 6:174 lid 2 BW. Deze laatste norm is wel afdwingbaar. IV.

Welke onderdelen van het voetgangersnivo vallen onder de gemeentelijke zorgplicht 41. De schade die de VVE stelt te ondervinden is volgens de VVE niet uitsluitend gevolg van achterstallig onderhoud van het ‘loopvlak’ van het voetgangersnivo, maar ook van gebreken aan andere onderdelen van het voetgangersnivo zoals de borstwering, de muurtjes en de waterkerende laag onder het loopvlak. Van belang is aldus om te beoordelen tot hoever de aansprakelijkheid van de wegbeheerder op grond van artikel 6:174 lid 2 BW reikt. 42. Artikel 6:174 lid 2 BW bepaalt dat de gemeente moet zorgen dat ‘de weg’ in goede staat verkeert. In artikel 6:174 lid 6 BW wordt een ruime uitleg gegeven aan het begrip openbare weg. Onder het begrip openbare weg worden op grond van dat artikel immers mede “begrepen het weglichaam, alsmede de weguitrusting.” 43. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de wetgever voor de toepasselijkheid van artikel 6:174 BW een scheiding tussen de weg zelf enerzijds en het weglichaam en de weguitrusting anderzijds niet wenselijk heeft geoordeeld (PG Inv. Boek 6, p. 1393 e.v.). De benadeelde zou dan eerst moeten uitzoeken of het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert ook eigenaar is van de ondergrond of van de weguitrusting voordat hij een aanspraak geldend kan maken.

Met de formulering van artikel 6:174 BW is dan ook beoogd om de aansprakelijkheid zoveel mogelijk bij één partij te concentreren. Tot de aansprakelijkheid van de gemeente behoren aldus de weg, het weglichaam en de weguitrusting. 44. De gemeente stelt slechts aansprakelijk te kunnen worden gehouden voor het ‘loopvlak’ van het voetgangersnivo. De gemeente beperkt zich aldus slechts tot de ‘weg’ zelf die inderdaad ‘slechts’ het loopvlak bestrijkt. De wetgever heeft echter de aansprakelijkheid van de gemeente voor de openbare weg uitgebreid met het weglichaam en de weguitrusting. Dit juist om onduidelijkheden over de aansprakelijkheid te voorkomen. Van belang is aldus of de gebreken aan borstwering, muurtjes en de waterkerende laag onder het loopvlak kunnen kwalificeren als weglichaam of weguitrusting. Weguitrusting 45. De term wegruitrusting heeft betrekking op: “voorwerpen, die op, naast of boven de verkeersbaan zijn aangebracht en die dienen ter inrichting van die verkeersbaan voor het verkeersgebruik, zoals vangrails, lichtmasten of reflectorpaaltjes, of die anderszins ten dienste van het verkeer zijn bestemd, zoals constructies voor bewegwijzering, verkeersborden en verkeerslichten” (PG Inv. Boek 6 p. 1393). 46. Het voetgangersnivo bevindt zich op enkele meters hoogte.

Op grond van artikel 9.17 lid 4 sub c van de overdrachtsakte (bijlage 1 bij dit advies) is daarom direct voor rekening en risico van de gemeente een borstwering aangebracht. Zonder deze muurtjes met borstwering gelegen aan weerszijden van het

8

voetgangersnivo zou er immers een groot gevaar bestaan dat verkeer van het loopvlak op het voetgangersnivo af zou kunnen raken en daarbij zou kunnen vallen met letsel als gevolg. 47. De muurtjes met borstwering dienen dan ook expliciet ter inrichting van de weg voor het verkeergebruik op een vergelijkbare wijze als vangrails dat doen. Ze behoren dan ook tot de weguitrusting van de weg en daarmee voor wat betreft de kwalitatieve aansprakelijkheid tot de weg zelf. De gemeente is dan ook aansprakelijk voor schade ten gevolge van een muurtje met borstwering die niet in goede staat verkeert. 48. Dit is slechts anders voor zover de muurtjes met borstwering niet dienen om wandelaars op het loopvlak te verhinderen dat zij naar beneden vallen, maar de muurtjes ‘slechts’ dienen als afbakening van een privégedeelte van een individuele appartementseigenaar. Weglichaam 49. Als weglichaam wordt volgens de Parlementaire Geschiedenis van artikel 6:174 BW aangemerkt “het geheel van constructieve onderdelen dat aan de weg de nodige stabiliteit verleent, waarvan de aardebaan een belangrijk element vormt”. 50. De stelling van de gemeente dat zij uitsluitend zorg hoeft te dragen voor onderhoud aan het bovenste loopvlak is dan ook te kort door de bocht. Het loopvlak van het voetgangersnivo ontleent zijn stabiliteit immers aan een geheel van constructieve onderdelen.

Daar waar de aardebaan bij de meeste wegen in dat verband een belangrijk element vormt, zal dat in het geval van het loopvlak op het voetgangersnivo vermoedelijk worden gevormd door onderliggende lagen die gezamenlijk als geheel van constructieve delen de stabiliteit verlenen aan de weg op het voetgangersnivo. Simpeler gezegd: met wegneming van één van de onderliggende lagen zal het loopvlak al snel zijn stabiliteit verliezen. 51. Indien lekkage vanuit het loopvlak zorgt voor aantasting van de ondergelegen lagen wordt daarmee weliswaar niet de weg zelf aangetast, maar mogelijk wel het weglichaam. De onderliggende delen dragen immers als constructief geheel zorg voor de stabiliteit van het loopvlak van het voetgangersnivo. Door lekkage en onder meer betonrot die daarvan op den duur het gevolg kan zijn wordt in juridische zin dus de ‘openbare weg’ waarvoor de gemeente zorg dient te dragen aangetast. Voor schade die daarvan het gevolg kan zijn is de gemeente aansprakelijk. 52. Dit is ook in lijn met de bedoeling van de wetgever die met de uitbreiding in artikel 6:174 lid 6 BW van de openbare weg met weguitrusting en weglichaam juist concentratie van aansprakelijkheid bij één rechtspersoon heeft beoogd. Dit om bewijsmoeilijkheden voor de benadeeld partij weg te nemen. 53.

Uiteindelijk is dit echter een technische vraag die moet worden beantwoord: welke lagen van het voetgangersnivo zijn nodig om het loopvlak van het voetgangersnivo (de weg zelf) zijn stabiliteit te geven. De lagen die daarvoor nodig zijn vormen het weglichaam waarvoor de gemeente tevens verantwoordelijk is. 54. Kortom de gemeente moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert en is aansprakelijk indien dit niet het geval is en iemand als gevolg daarvan schade lijdt. Deze kwalitatieve aansprakelijkheid beperkt zicht niet slechts tot het loopvlak van de het voetgangersnivo, maar omvat tevens de muurtje en borstwering

9

in hun hoedanigheid als weguitrusting en de onderliggende lagen die als constructief geheel met het loopvlak van de weg van zijn stabiliteit voorzien. Hoeveel lagen dit zijn dient technisch te worden beoordeeld. Conclusie Het voetgangersnivo is een openbare weg. De gemeente heeft de weg daartoe bij aanvang bestemd. Ook het feit dat de weg sinds de aanleg voor één ieder toegankelijk is en door de gemeente is onderhouden bevestigen de openbaarheid van het voetgangersnivo. Deze openbare status heeft als gevolg dat de gemeente zowel zorg- als onderhoudsplichtig is voor het voetgangersnivo. De aansprakelijkheid van de gemeente beperkt zich daarbij niet tot het loopvlak, maar omvat ook de aansprakelijkheid voor de muurtjes en de borstwering en afhankelijk van de technische samenstelling ook van de lagen onder het loopvlak die het loopvlak als constructief geheel van zijn stabiliteit voorzien. Het afdwingen van deze aansprakelijkheid kan niet op grond van de Wegenwet, maar via de aansprakelijkheid van de wegbeheerder op grond van artikel 6:174 lid 2 BW. De gemeente is aldus aansprakelijk voor het onderhoud en deze aansprakelijkheid strekt verder dan het loopvlak alleen. Met vriendelijke groet,

W. Leistra advocaat

10

BIJLAGE 1

11

12

13

BIJLAGE 2 (lekkage opstal onder het voetgangersnivo)

(vochtproblemen onder het voetgangersnivo)

(beschadigingen in wegdek boven fysio SanTwee)

(onafgewerkte balustrade met opening voor vocht)

14

(onvoldoende afwatering die te makkelijk verstopt raakt)

(onafgewerkte aansluiting van voetgangersnivo naar loopbrug)

15

Van: de heer Bakx Verzonden: dinsdag 19 september 2023 09:04 Aan: Secretariaat Berkhout CC: de heer der Riet Onderwerp: Re: Gesprek

Geachte heer Berkhout, Het is jammer dat u niet met mij in gesprek wenst te gaan over de nu ontstane situatie betreffende de wandel-promenade op Sandenburg in Haarlem. Gezien het door u ingenomen standpunt, waar ik het absoluut niet mee eens ben, zal ik mij wenden tot de commissie beheer van de Gemeente Haarlem. De Gemeenteraad is als hoogste orgaan verantwoordelijk voor het beleid wat door de Gemeente Haarlem gevoerd wordt. In dit geval is er sprake van een onbegrijpelijke ontwikkeling waarbij de Gemeente Haarlem haar verantwoordelijkheid niet neemt. Hierdoor is gedurende lange tijd overlast ontstaan voor de gebruikers van het gebouw Sandenburg 2. Uit de stukken die bij mij in bezit zijn blijkt dat de Gemeente Haarlem wel degelijk verantwoordelijk is voor onderhoud en indien nodig vervanging van de wandel-promenade op Sandenburg. Met mijn inspraak hoop ik dat de meerderheid van de commissie begrijpt dat dit echt niet langer zo kan doorgaan. Uiteindelijk hoop ik dat de commissie u als Wethouder vraagt deze vervelende situatie die door nalatigheid van de Gemeente is ontstaan op te lossen. Met vriendelijke groet, De heer Bakx

Op 14 sep. 2023 om 09:43 heeft Secretariaat Berkhout het volgende geschreven: Beste heer Bakx, Excuses voor de vertraging tijdens het zomerreces. De waterdichtheid van de wandelpromenade is helaas al lang onderwerp van discussie. De zaak is daarom zoals u weet al een poos geleden zorgvuldig door onze stadsadvocaat uitgezocht. Hieruit is gebleken dat de gemeente verantwoordelijk is voor de begaanbaarheid maar niet voor de waterdichtheid van de wandelpromenade. De eigenaren van de bedrijfspanden zijn verantwoordelijk voor de waterdichtheid. Het bovenstaande is eerder al met u gecommuniceerd, ook in het gesprek van 10 mei 2022.

Aan u en aan mevrouw Knopper is destijds ook nogmaals alle correspondentie met het gemeentelijk standpunt inclusief toelichting gezonden. Een gesprek met een wethouder zal aan dit standpunt niets veranderen, vrees ik, en moet ik derhalve afslaan. Met vriendelijke groet, Wethouder Robbert Berkhout Van: de heer Bakx Verzonden: dinsdag 12 september 2023 12:16 Aan: Secretariaat Berkhout Onderwerp: Re: Automatisch antwoord: Gesprek LS, Enige tijd geleden stuurde u mij onderstaande reactie. Dat was op 1 augustus. Inmiddels zijn alle vakanties voorbij en zou ik graag horen wanneer een gesprek met de Wethouder mogelijk is. Gezien het langlopende dossier is een ambtelijk overleg voor mij niet zinvol. Ik wil graag de Wethouder aanspreken op zijn politieke verantwoordelijkheid betreffende de nu ontstane situatie. De voorgaande Wethouder Rog was volledig op de hoogte van dit dossier. Omdat de lekkage aan blijft houden en dit veel overlast geeft voor de gebruikers van het gebouw aan Sandenburg 2 (gezondheidscentrum) en de herfst voor de deur staat zou het fijn zijn indien er op korte termijn duidelijkheid komt. Graag ontvang ik uw reactie. Met vriendelijke groet,

De heer Bakx Op 1 aug. 2023 om 09:20 heeft Secretariaat Berkenhout het volgende geschreven: Bedankt voor uw e-mail. Wij streven ernaar om u zo snel mogelijk van een antwoord te voorzien. Gezien het zomerreces (24 juli t/m 3 september 2023) kan het zijn dat een reactie langer op zich laat wachten. Met vriendelijke groet, Bestuurssecretariaat gemeente Haarlem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13689748/1