CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzenota Eibergsestraat 211 oktober 2022 Definitief

Gemeenteraad 30 november 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Afgeven van een definitieve verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van emissiearme pluimveestallen op het perceel Eibergsestraat 2116.797 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Haaksbergen

Omgevingsvergunning voor het herbouwen van drie emissiearme pluimveestallen

Zienswijzennota

Team Omgeving & Ontwikkeling Auteur: Datum: Oktober 2022

1

Inhoud 1.

Inleiding........................................................................................................................................... 3 Algemeen ............................................................................................................................................ 3 Procedure............................................................................................................................................ 3 Ontwerpbeschikking en ingebrachte zienswijzen............................................................................... 3

2.

Beoordeling van ingediende zienswijzen ........................................................................................ 3 Samenvatting zienswijze: .................................................................................................................... 4 Reactie gemeente ............................................................................................................................... 9

3.

Wijzigingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen ........................................................ 18

2

1. Inleiding Algemeen Op 27 februari 2021 is een aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor de onderdelen: • Bouwen; • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening; • Milieu-Revisie. Op 21 september 2021 is vervolgens een gewijzigde aanvraag ontvangen waarbij het beoogd aantal vleeskuikens is gewijzigd van 196.280 naar in totaal 160.000 stuks, waarbij het emissiearme stalsysteem met Rav-categorie E 5.11 ongewijzigd blijft. De verandering van de inrichting omvat: • sloop van vier traditionele pluimveestallenbouw; • herbouw van drie pluimvestallen 4, 5 en 6, die worden voorzien van het emissiearme stalsysteem met Rav-categorie E 5.11 in combinatie met een additionele techniek voor emissiereductie van fijnstof met Rav-categorie E 7.18; • de drie nieuwe pluimveestallen voorzien van een overdekte uitloop; • ten opzichte van de in 2014 vergunde situatie (152.728 stuks), het vergroten van de veebezetting met 7.272 vleeskuikens, 4 volwassen paarden ouder dan 3 jaar en 6 paarden in opfok, jonger dan 3 jaar. Tabel 1: totaal aantal dieraantallen na gevraagde verandering: Stal 1, 2 en 3 4, 5 en 6 7 9

Rav-code E 5.11 E 5.11 / E 7.18 K 1.100 K 2.100 K 1.100 K 2.100

Diercategorie Vleeskuikens Vleeskuikens Volwassen paarden 3 jaar en ouder Paarden in opfok jonger dan 3 jaar Volwassen paarden 3 jaar en ouder Paarden in opfok jonger dan 3 jaar

Aantal dieren 113.280 46.720 4 4 2 2

Procedure Het besluit op de gevraagde omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo.

Ontwerpbeschikking en ingebrachte zienswijzen Het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken hebben vanaf 30 september 2021 gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon eenieder mondeling of schriftelijk een zienswijze indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaksbergen. Binnen de terinzagetermijn zijn zienswijzen ingediend door B.H. Rouffaer van Landgoed Het Lankheet. De ingediende zienswijzen zijn tijdig ontvangen op 1 november 2021. De ingediende zienswijzen zijn hierna puntsgewijs samengevat en per onderdeel voorzien van onze reactie

2. Beoordeling van ingediende zienswijzen Zienswijze Datum: 30 oktober 2021 3

Zaaknummer: Z/20/015590 Datum binnenkomst: 1 november 2021

Samenvatting zienswijze: 1. Met uw besluit krijgt dit bedrijf de ruimte om het aantal te houden vleeskuikens uit te breiden tot bijna 200.000 dierplaatsen. Dit betekent op jaarbasis dat het totaal aantal dieren kan oplopen tot meer dan 1,25 miljoen stuks. 2. Het Lankheet heeft in de raadsvergadering van 31 maart / 1 april jl. ingesproken toen in de raad een verklaring van geen bedenkingen geagendeerd stond. Wij constateren dat na besluitvorming in de Raad diverse bijlagen en documenten bij de aanvraag zijn toegevoegd dan wel zijn gewijzigd. De Raad heeft dus een besluit genomen op een collegevoorstel dat gebaseerd was op een onvolledige aanvraag. 3. Het Lankheet als natuurorganisatie maakt ernstig bezwaar tegen het ontwerpbesluit. Al in een vroegtijdig stadium heeft het Lankheet gewezen op de onwenselijkheid van een bioindustrie pal aan de westzijde van het grondgebied. Een en ander wordt verwoord in de Landgoed visie uit 2000, die mede in opdracht van de Provincie Overijssel werd opgesteld. In het bovengenoemde voorstel wordt gesteld dat de Natura 2000-gebieden, Buurserzand en Haaksbergerveen, op enkele km’s afstand geen schade ondervinden. Het op slechts 50 meter aanliggende natuurgebied Het Lankheet, met een overeenkomstige ecologische kwaliteit wordt, vreemd genoeg, niet genoemd.

Zo komen op het Lankheet de voor Natura 2000 kwalificerende habitattypen herstellend hoogveen, zwak gebufferde vennen, vochtige en droge heide, jeneverbesstruwelen en oude bossen voor. Typen waarvoor Nederland een instandhoudingsverplichting heeft. In samenspraak met de Provincie Overijssel en uw gemeentelijke organisatie hebben wij in 2004 met gebruikmaking van toen geldende subsidieregelingen (VIF) in goed overleg met firma Schotman een marktconform bod uitgebracht op dit bedrijf. Op grond van de strategische ligging (tegen een natuurgebied) met minimale risico’s op ziekten en infecties (vogelgriep) heeft firma Schotman ons bod afgewezen en ervoor gekozen niet te verhuizen. Niettemin waren de firmanten op de hoogte dat de uitbreiding van het bedrijf naast een kwetsbaar natuurgebied, onder de toenmalige wet- en regelgeving (extensiveringsgebied) nimmer mogelijk was. 4. Gevolgen voor de volksgezondheid van bezoekers en bewoners van het natuurgebied zijn bij de aanvraag onvoldoende in beeld gebracht. De afgelopen decennia worden we in Nederland geconfronteerd met de gevolgen van dierziekten en de impact daarvan op onze samenleving. Denk alleen al aan de Q-koorts en de actuele coronacrises die voortkomt uit de overdracht van dit virus van dier op mens.

Met regelmaat is er sprake van vogelgriep in Nederland, waarbij in het geval van de Hoog Pathogene Aviaire Influenza (HPAI), deze overdraagbaar is op de mens. 4

Bij pluimveehouderijen is er een grote uitstoot aan fijnstof. Recent onderzoek van het RIVM (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies), 2017) heeft uitgewezen dat rondom pluimveehouderijen mensen een grotere kans hebben op longontsteking (7,2% extra patiënten) en dat er sterke aanwijzingen zijn dat fijnstof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Ook stelt dit onderzoek dat veehouderijsectoren met de hoogste uitstoot van fijnstof, zoals pluimvee- en varkenshouderij, duidelijk bijdragen aan de concentratie van endotoxinen (resten van ziekteverwekkende bacteriën) in de leefomgeving. Dit onderzoek laat een consistent verband zien tussen het optreden van longontsteking en de nabijheid van pluimveehouderijen over alle onderzochte jaren 2009 – 2013. Bij pluimveehouderijen wordt een consistente risicoverhoging gevonden voor reikwijdtes tot 1,5 kilometer. Grote delen van het landgoed Het Lankheet liggen binnen deze reikwijdte en het landgoed is dus belanghebbende. Immers bewoners en bezoekers op Het Lankheet kunnen in hun gezondheid worden geschaad. 5. Wij constateren dat uw college een onvolledige aanvraag in behandeling heeft genomen. Zo ontbreekt een deel van bijlage 1 op pagina 39 van de ter inzage liggende stukken. Deze bijlage bevat voor ons zeer relevante informatie over fijnstof.

In plaats de aanvraag buiten behadeling te laten, neemt uw college het risico dat het besluit door dit gebrek bij de rechter zal worden vernietigd. 6. Het pluimveebedrijf Schotman beschikt over een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming. Bij de beoordeling van deze vergunningaanvraag door de provincie is met gebruikmaking van de PAS gekeken naar de gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Inmiddels is de PAS buiten werking getreden en zijn de genoemde argumenten niet meer relevant. Het wordt nergens duidelijk dat de stikstofemissies met de bouw van de nieuwe stallen zullen verminderen. En er kan al helemaal geen beroep meer worden gedaan op ontwikkelruimte. Bescherming van niet Natura 2000-gebieden zoals Het Lankheet, die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dienen beschermd te worden via het ruimtelijk (gemeentelijk) spoor. Waar we zien dat de PAS ‘ontspoord’ is en uitgaat van theorie en gemiddelden, wordt het landgoed geconfronteerd met de praktijk. Om de zoveel tijd gaan de deuren van de pluimveestallen open, worden de afgemeste kippen opgehaald en de stallen uitgemest ter voorbereiding aan de komst van een nieuwe hoeveelheid kuikens. In de weken hieraan voorafgaand, hangt er een deken van stikstof, fijnstof en geur langdurig over het landgoed.

Het landgoed kent veel waardevolle natuur waaronder een kwetsbaar hoogveengebied met unieke libellensoort, biotopen, die grote schade aan achteruitgang ondervinden van de overmaat aan stikstof. 7. In dit verband geeft de uitspraak van de Friese bestuursrechter te denken, die stelt dat het vergunningenbeleid in de landbouw op niet bewezen milieutechnieken is gebaseerd en om herziening vraagt. Hoewel Hoger Beroep is ingesteld is deze uitspraak nog steeds een

5

-

-

gegeven. In lijn met deze uitspraak is ook in Utrecht de Rechtbank tot een vergelijkbaar oordeel gekomen. Deze rechters hebben in hun oordeel onder andere betrokken: Het CBS-rapport ‘Stikstofverlies uit opgeslagen mest’, uit oktober 2019, aan de Eerste Kamer aangeboden met de Kamerbrief van 25 oktober 2019; Het advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van 18 juni 2020, aan de Tweede Kamer aangeboden met de Kamerbrief van 13 oktober 2020; Artikelen ‘in Boerderij, over bevindingen van stichting Mineral Valley Twente en over uitlatingen van de voorzitter van de CDM; Het artikel ‘Emissiearme vloeren overtuigen niet in praktijk’, van Stichting Agri Facts van september 2020; Een nieuwsbericht van de Rijksoverheid over stikstofaanpak, van 13 oktober 2020. Het CBS-rapport constateert een verschil in de stikstof-fosfaatverhouding bij excretie en bij mestafvoer, dat niet wordt verklaard uit berekende emissies van ammoniak en overige stikstofverbindingen. Het CDM bevestigt het CBS-rapport en concludeert dat de emissiebeperking door emissiearme stallen zeer waarschijnlijk wordt overschat. Uit het CBSrapport blijkt dat voor veel emissiearme stalsystemen de emissiefactoren niet zijn gebaseerd op metingen van ammoniakemissie in de betreffende stal, maar afgeleid van de gemeten emissies is andere stalsystemen.

Dit introduceert volgens het CBS-rapport een onzekerheid in de berekening van ammoniakemissie uit emissiearme systemen. De conclusies hebben ook betrekking op emissiearme stallen binnen de vleeskuikensector. Zo ziet het CBS ook hier vrijwel geen verschil in stikstofverlies tussen reguliere huisvesting (E5.100) en emissiearme systemen zoals aangevraagd door de firma Schotman (E5.11). Het bovenstaande zou reden moeten zijn voor het college te wachten met haar besluit tot de finale uitspraak is gedaan in bovenstaande zaken.

8. De aanvrager geeft aan dat bij het stalsysteem E5.11 de leaflets BWL 2010.13.V7 en BWL 2011.02.V6 horen. Met ingang van 21 maart 2021 is de leaflet BWL 2011.02.V6 - voor alle warmtewisselaars die na deze datum worden geplaatst - vervangen door de leaflet BWL 2021.01. We constateren dat de aanvraag op dit punt tekortschiet is. Op grond van artikel 4.5, eerste lid, aanhef en onder van de Awb had het college moeten besluiten de aanvraag niet te behandelen omdat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn om tot een (ontwerp) besluit te kunnen komen. Door toch inhoudelijk op de aanvraag te beslissen, handelt het college in strijd met artikel 3.2 Awb, waarin is bepaald dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit de nodige kennis vergaart. Op grond van het provinciaal natuurbeleid en financieringsinstrumenten heeft het landgoed een instandhoudingplicht voor deze natuur die onder druk staat. 9. Uit de aanvraag blijkt dat de bouw van emissiearme stallen gepaard gaat met de uitbreiding van het aantal kippen. Tijdens een gesprek begin oktober 2021 tussen de aanvrager, zijn adviseur, de rentmeester van het landgoed en ambtenaren van de gemeente heeft de aanvrager toegelicht dat vanwege markteconomische redenen het aantal vleeskuikens 6

wordt teruggebracht van 22 tot 14 dieren per m2. Ook zal het afmesten niet in cycli van 7 maar 8 weken zou plaatsvinden. Uit het oogpunt van dierenwelzijn is dit een goede zaak, maar de bezwaren van het Lankheet worden niet weggenomen. Tenslotte gaf de aanvrager in het gesprek aan dat het aantal dierplaatsen wordt teruggebracht tot 125.000. Dit aantal dierplaatsen komt echter op geen enkele wijze terug in de aanvraag of ontwerpbesluit. 10. Uit de bijlagen 1 en 2 horende bij het ontwerpbesluit blijkt dat in de bestaande stallen 1 tot en met 7 in totaal 152.728 dierplaatsen zijn. De sloop van de stallen 4 tot en met 7 en de bouw van de drie nieuwe stallen gaat gepaard met de uitbreiding tot 196.280 dierplaatsen. Per saldo een uitbreiding van bijna 30%. 11. De aanvrager geeft aan dat de uitbreiding gepaard gaat met de emissiearme stallen, waardoor het huidige vergunde emissieplafond van 5071,4 kg NH3/jaar niet wordt overschreden. Een reductie van 900 kg NH3/jaar wordt zelfs voorspeld. We weten ondertussen dat veel maatregelen om de emissie te beperken in de praktijk niet werken of nageleefd worden. Zie bijvoorbeeld: http://www.rtvoost.nl/nieuws/327128/Problemenmet-luchtwassers-in-Overijssel-al-in-2017-bekend. Als ook bij het pluimveebedrijf Schotman blijkt dat de theoretische berekeningen niet kloppen zal de ammoniakemissie fors kunnen toenemen.

Als de emissiereductie in de nieuwe stallen te kort schiet en er dus geen correctiefactor kan worden toegepast moet rekening gehouden worden met een emissiewaarde van 0,045 kg NH3/jaar per dierplaats. De totale emissie van het bedrijf zou dan uitkomen op ruim 8800 kg NH3/jaar. Er is dan ook een zeer grote bandbreedte tussen theorie en de helaas optredende praktijk waarbij een toekomstige overschrijding van de sinds 2014 vergunde situatie leidt tot een strafbaar feit en economisch delict. De Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) is op dit bedrijf van toepassing omdat het binnen 250 meter afstand van een zeer kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 6 van de WAV. Ook heeft een emissiearme stal weinig effect op de deken van stikstof en fijnstof die ontstaat tijdens de af- en aanvoer van de vleeskuikens. Dit effect wordt nog versterkt door de locatie van de kuikenmesterij, waarbij de heersende zuidwestenwind in Nederland extra overlast zorgt. Zie ook de kaartbijlage bij de zienswijze. 12. In voornoemde leaflets staande eisen aan de technische uitvoering van de stalsysteem als ook aan het gebruik. Op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer is de VOF Schotman verplicht om aan de leaflets te voldoen.

Het Activiteitenbesluit milieubeheer vindt zijn grondslag in artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, en voor de bestuursrechtelijke handhaving van de krachtens die wet gestelde regels is het bestuursorgaan bevoegd dat het bevoegde gezag is voor het verlenen van de omgevingsvergunningen voor de betreffende inrichting. In het geval van de VOF Schotman is dat uw college. 13. Dit brengt met zich mee dat toezicht en handhaving op een juiste naleving van de leaflets ook op uw college rust. Dit vraagt controle en metingen om vast te stellen of het emissieplafond niet wordt overschreden. Wij constateren dat uw college ten onrechte geen voorziening heeft getroffen om de werkelijk optredende emissies te kunnen vaststellen, en indien die hoger zijn dan in het bestreden besluit verondersteld, daartegen te kunnen optreden. We hebben op de gemeentelijke website nagegaan hoe de gemeente haar toezicht en handhavingstaak heeft ingevuld, maar de meest recente door ons gevonden 7

document gaat over de uitvoering in het jaar 2015! (https://www.haaksbergen.nl/Docs/Inwoners/Vergunningen/HUP%202015%20definitief%20 .pdf) Wij verzoeken u daarom in reactie op onze zienswijze aan te geven hoe u invulling gaat geven aan uw toezicht en handhavingstaak. Economische gevolgen Het landgoed Het Lankheet is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een belangrijk toeristisch gebied voor Haaksbergen en Twente/Achterhoek. Door middel van arrangementen en excursies dragen de bezoekers van het landgoed in grote mate bij aan de Haaksbergse economie, waarbij juist lokale ondernemers veel profijt hebben van de vele wandelaars en recreanten aan het natuurgebied. Ook heeft Het Lankheet in 2020 de status van “immaterieel erfgoed” gekregen, een voor natuurorganisaties uniek gegeven dat toeristische potentie heeft. 14. Daarnaast wordt het landgoed zelf ook financieel geraakt door de stallen uitbreiding. De hoge stikstofemissie leidt tot een verminderde vitaliteit van bos en natuur (verzuring, vermesting en verdroging). Dit uit zich op het Lankheet o.a. in ziekte en sterfte van het bomenbestand. In de afgelopen twee jaar zijn voortijdig ruim 10.000 bomen geveld i.v.m. niet eerder voorkomende ziektes in eiken, fijnsparren en dennen. Zie ook de recente berichtgeving in dagblad Tubantia.

https://www.tubantia.nl/haaksbergen/kwijnendebomen-op-landgoed-het-lankheet-in-haaksbergen-proces-is-al-een-hele-poosbezig~ac27a0af/ Naast bossterfte leidt de hoge stikstofemissie tot vergrassing van heide en hoogveen en krijgen stikstof minnende soorten als de braam steeds meer de overhand. Het is vechten tegen de bierkaai en vraagt steeds hogere beheerskosten waar geen extra beheersubsidie tegenover staat. De uitstoot van stikstof op natuur op het Lankheet kan zelfs tot gevolg hebben dat vastgestelde natuurdoelen niet zijn gehaald worden wat leidt tot aanzienlijk verminderde subsidie inkomsten. 15. In het ontwerpbesluit wordt de directe schade als gevolg van ammoniak terzijde geschoven op basis van een onderzoek uit 1981 van een instituut dat inmiddels niet meer bestaat. Het bevreemdt ons dat de gemeente in haar besluit voorbijgaat aan de opgedane kennis en ervaring in de afgelopen veertig jaar met betrekking tot de gevolgen van ammoniakuitstoot op onder andere houtopstanden. Essentiële samenwerking. Wij onderschrijven de samenwerking en coalitievorming die nodig is om het platteland leefbaar te houden. Vanuit die gedachte werken wij binnen het initiatief van de ‘Groene Waaier’ aan de verbinding tussen natuur, recreatie en landbouw.

Ook op lokale schaal zijn wij betrokken en werken wij mee aan initiatieven, zoals bij de familie Hengeveld (Eibergsestraat 207), om toe te werken richting kringlooplandbouw en met de manege ’t Langeloscheveld (Eibergsestraat 213) zoeken we naar uitloopmogelijkheden voor ruiters op het landgoed. Uitgangspunt in deze samenwerking is een

8

ontwikkeling die past binnen de draagkracht van natuur en landschap. Het pluimveebedrijf van Schotman gaat deze draagkracht echter ver te boven. Wat wij vragen Een vergunningsverlening aan dit pluimveebedrijf staat haaks op het natuurbeheer van het Lankheet en het door voorgaande colleges van B&W ingezette beleid. Het moge duidelijk zijn dat de belangen van bio-industrie en die van een aangrenzend natuurgebied niet te verenigen zijn en tot in lengte van jaren steeds groter spanningsveld oproepen. Wij verzoeken derhalve om nader onderzoek door u of de aanvrager op de door ons voornoemde argumenten, voordat uw college tot een besluit komt. Op nadrukkelijk verzoek van de gemeente hebben wij voorjaar 2021 met de heer Schotman gesproken over een bedrijfsmodel dat recht doet aan de natuurkwaliteit in de omgeving. Waar wij bereid waren naar oplossingen te zoeken heeft de firma Schotman besloten haar plan ongewijzigd door te zetten en zijn wij enkel via ‘Gemeentenieuws’ geïnformeerd. Onze bereidheid om nu nog te zoeken naar een oplossing staat dan ook onder druk. 16. Niettemin staan wij open voor een gesprek met u en het pluimveebedrijf Schotman om met, door het Kabinet gepropageerde “gebiedsgerichte aanpak stikstof”, oplossing te zoeken, zoals verplaatsing of sanering van het pluimveebedrijf.

Wij vragen u, daarvoor het initiatief te nemen en in afwachting daarvan voorlopig geen besluit te nemen. Immers zodra het pluimveebedrijf heeft geïnvesteerd in de nieuwe stallen op deze locatie, zullen de maatschappelijke kosten van verplaatsing of sanering aanzienlijk hoger uitvallen.

Reactie gemeente 1. Gesteld wordt dat het pluimveebedrijf van V.O.F. Schotman en Zn. Aan de Eibergsestraat 211 te Haaksbergen met het besluit de ruimte krijgt om het aantal te houden vleeskuikens uit te breiden tot bijna 200.000 dierplaatsen. Dit betekend op jaarbasis dat het totaal aantal dieren kan oplopen tot meer dan 1,25 miljoen stuks. Op 21 september 2021 hebben wij namens V.O.F. Schotman en Zn. van de B.H. Wopereis van Van Westreenen B.v., een gewijzigde aanvraag ontvangen, waarbij de uitbreiding van het aantal vleeskuikens ten opzichte van de vergunde situatie neerkomt op 7.272 vleeskuikens en waarbij het totaal aantal vleeskuikens na uitbreiding binnen de inrichting neerkomt op 160.000 vleeskuikens in plaats van het oorspronkelijke aantal van 196.280 volgens het ontwerpbesluit. De ingediende zienwijze is op dit punt ongegrond. Het besluit is ten opzichte van het ontwerpbesluit (in positieve zin voor de reclamant) aangepast naar aanleiding van de van de op 21 september 2021 ontvangen gewijzigde aangevraagde situatie. 2. Het Lankheet heeft in de raadsvergadering van 31 maart /1 april jl. ingesproken toen in de raad een verklaring van geen bedenkingen geagendeerd stond. Reclamant constateert dat na besluitvorming in de Raad diverse bijlagen en documenten bij de aanvraag zijn toegevoegd dan wel zijn gewijzigd.

De Raad heeft dus een besluit genomen op een collegevoorstel dat gebaseerd was op een onvolledige aanvraag.

9

Reclamant heeft het over diverse bijlagen en documenten, waarbij niet concreet is aangegeven welke bijlagen en documenten worden bedoeld. Bovendien is in het ontwerpbesluit vermeld welke documenten bij de aanvraag en beschikking horen. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassingen van het besluit. 3. Reclamant verwijst naar het document ‘Landgoed visie uit 2000’, die mede in opdracht van de Provincie Overijssel is opgesteld. In dit document wordt gesteld dat de Natura 2000gebieden Buurserzand & Haaksbergerveen op enkele kilometers afstand geen schade ondervinden. Het op slechts 50 meter aanliggend natuurgebied ‘Het Lankheet’, met een overeenkomstige ecologische kwaliteit wordt, vreemd genoeg niet genoemd. Zo komen op het Lankheet de voor Natura 2000 kwalificerende habitattypen herstellend hoogveen, zwak gebufferde vennen, vochtige en droge heide, jeneverbesstruwelen en oude bossen voor. Typen waarvoor Nederland een instandhoudingsverplichting heeft. ‘Landgoed Het Lankheet’ maakt onderdeel uit van een natuurgebied wat niet in een aangewezen Natura 2000-gebied ligt waardoor dit natuurgebied niet Europeesrechtelijk beschermd wordt.

Wel maakt ‘Landgoed Het Lankheet’ onderdeel uit van een zeer kwetsbaar gebied op grond van de Wet ammoniak en veehouderij, waardoor op basis van die wetgeving wel bescherming plaatsvindt als gevolg van de uitstoot van ammoniakemissie. De beoordeling van het aspect ammoniakemissie kunt u lezen in de paragraaf ‘Ammoniakemissie uit dierverblijven en toetsingskader’ van het voorliggend besluit. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 4. Bij pluimveehouderijen is er een grote uitstoot aan fijnstof. Recent onderzoek van het RIVM (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies), 2017) heeft uitgewezen dat rondom pluimveehouderijen mensen een grotere kans hebben op longontsteking (7,2% extra patiënten) en dat er sterke aanwijzingen zijn dat fijnstof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Ook stelt dit onderzoek dat veehouderijsectoren met de hoogste uitstoot van fijnstof, zoals pluimvee- en varkenshouderij, duidelijk bijdragen aan de concentratie van endotoxinen (resten van ziekteverwekkende bacteriën) in de leefomgeving. Het onderzoek van het RIVM laat een consistent verband zien tussen het optreden van longontsteking en de nabijheid van pluimveehouderijen over alle onderzochte jaren 2009-2013.

Bij pluimveehouderijen wordt een consistente risicoverhoging gevonden voor reikwijdtes tot 1,5 km. Grote delen van Het Lankheet liggen binnen deze reikwijdte en het landgoed is dus belanghebbende. Immers bewoners en bezoekers op Het Lankheet kunnen in hun gezondheid worden geschaad. Op dit moment is er geen officiële wettelijke norm of grenswaarde voor endotoxinen. Ook is er geen landelijke methode vastgesteld om de blootstelling hiervan te bepalen. Wel mag voor het beoordelen van de gevolgen van de emissies van endotoxinen het Endotoxine toetsingskader worden gehanteerd. Dit heeft de Raad van State vastgesteld in een uitspraak van 19 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1979). In dit toetsingskader adviseert de gezondheidsraad voor endotoxinen een advieswaarde van 30 m3 voor omwonenden. Voor varkens- en pluimveebedrijven is in het voornoemd toetsingskader een endotoxinerichtafstand opgenomen. Voor pluimveebedrijven betreft deze richtafstand 500 meter. Dit 10

betekent dat wanneer omwonenden in een straal van 500 meter van een pluimveehouderij wonen, zij door de huidige geur- en fijnstofnormen onvoldoende beschermd kunnen worden tegen een verhoogd risico door endotoxinen. Binnen deze afstand is geen bebouwing aanwezig dat onderdeel uitmaakt van Landgoed Het Lankheet. De dichtstbijzijnde bebouwing binnen Landgoed Het Lankheet ligt op circa 1,14 km afstand van de dichtstbijzijnde pluimveestallen. Bovendien neemt de ammoniak- en fijnstofemissie in de beoogde situatie ruimschoots af ten opzichte van de milieuvergunde situatie van 22 april 2014. Weliswaar neemt de geuremissie iets toe met 2.399,76 ouE/m3, maar er wordt nog steeds ruimschoots voldaan aan de wettelijke geurnorm van 14 odour units per kubieke meter lucht voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom. Er is derhalve geen sprake van een geuroverbelaste situatie. Hierna is een tabel opgenomen met het verschil van de emissies tussen de vergunde en de aangevraagde situatie. Vergunde situatie Voorgenomen situatie Verschil Ammoniak (kg NH3) 5.071,344 3.402,60 -1.668,744 Geur (ouE/m3) 50.400,24 52.800,00 +2.399,76 Fijnstof (gram/jaar) 3.360.016,00 3.192.960,00 -167.056,00 Verder verwijzen we naar de paragraaf ‘Volksgezondheid’ van het ontwerpbesluit, waarin een beoordeling is weergegeven ten aanzien van het aspect volksgezondheid.

Hier is te lezen welke maatregelen binnen het pluimveebedrijf worden getroffen in het kader van de dieren volksgezondheid en om de verspreiding van dierziektes te voorkomen. Daarnaast verwijzen wij u naar een uitspraak van 23 juni 2021/ ECLI:NL:RVS:2021:1332 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In rechtsoverweging 9.1 is aangegeven dat appellant zelf duidelijk moet maken dat het inwerking zijn van de inrichting zodanige nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kan opleveren, dat om die reden verdergaande voorschriften aan de vergunning hadden moeten worden verbonden dan is geschied. De ingediende zienswijze is ongegrond. In het voorliggend besluit is ten opzichte van het ontwerpbesluit een nadere onderbouwing verstrekt van het aspect volksgezondheid. 5. Reclamant maakt de opmerking dat een deel van bijlage 1 op pagina 39 van de ter inzage gelegde stukken ontbreekt. Deze bijlage bevat voor reclamant zeer relevante informatie over fijnstof. Bijlage 1 omvat een tabel van de ammoniakemissie, geuremissie en de fijnstofemissie van de aangevraagde situatie. Nu de aangevraagde situatie is gewijzigd, is hierna de tabel van de ammoniakemissie, geuremissie en de fijnstofemissie van deze gewijzigde situatie toegevoegd. Stal

Rav-code en huisvestingssysteem

Diercategorie

Aantal dieren

1

E 5.11, BWL 2010.13.V7 E 5.11, BWL 2010.13.V7 E 5.11, BWL 2010.13.V7

Vleeskuikens

2 3

34.560

Ammoniakemissie Ammoniak- Totaal emissieammoniak factor 0,021 725,76

Geuremissie GeurTotaal emissie geur factor 0,33 11.404,80

Fijnstofemissie Fijn stof Totaal fijn emissie stof factor 22 760.320

Vleeskuikens

34.560

0,021

725,76

0,33

11.404,80

22

760.320

Vleeskuikens

44.160

0,021

927,36

0,33

14.572,80

22

971.520

11

4

E 5.11/E 7.18, BWL 2010.13.V7 en BWL 2021/01 E 5.11/E 7.18, BWL 2010.13.V7 en BWL 2021/01 E 5.11/E 7.18, BWL 2010.13.V7 en BWL 2021/01 K 1.100

5

6

7

K 2.100

9

K 1.100 K 2.100

Totaal

Vleeskuikens

15.360

0,021

322,56

0,33

5.068,80

15

230.400

Vleeskuikens

16.640

0,021

349,44

0,33

5.491,20

15

249.600

Vleeskuikens

14.720

0,021

309,12

0,33

4.857,60

15

220.800

Paarden > 3 jaar Paarden in opfok < 3 jaar Paarden > 3 jaar Paarden in opfok < 3 jaar

4

5,0

20,00

-

-

-

-

4

2,1

8,40

-

-

-

-

2

5,0

10,00

-

-

-

-

2

2,1

4,20

-

-

-

-

3.402,60

52.800,00

3.192.960

De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 6. Het pluimveebedrijf V.O.F. Schotman en Zn. beschikt over een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, gebaseerd op de PAS. Het wordt nergens duidelijk dat de stikstofemissies met de bouw van de nieuwe stallen zullen verminderen. Er kan al helemaal geen beroep meer worden gedaan op ontwikkelruimte. Bescherming van niet Natura 2000gebieden, zoals Het Lankheet, dienen beschermd te worden via het ruimtelijke (gemeentelijke) spoor. Om de zoveel tijd gaan de deuren van de pluimveestallen open, worden de afgemeste kippen opgehaald en de stallen uitgemest ter voorbereiding op de komst van een nieuwe hoeveelheid kuikens. In de weken hieraan voorafgaand hangt er een deken van stikstof, fijnstof en geur langdurig over het landgoed. Het landgoed kent veel waardevolle natuur, die grote schade en achteruitgang ondervindt van de overmaat aan stikstof. Voor de inrichting is op 6 december 2018 (kenmerk 2018/0527357) een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming verleend. Er is in deze natuurvergunning geen gebruik gemaakt van ontwikkelingsruimte. In verband met de wijziging van de aanvraag, waarbij het aantal vleeskuikens ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag afneemt van 196.280 naar in totaal 160.000 stuks, is een nieuwe stikstofdepositieberekening uitgevoerd.

Uit deze berekening (AERIUSverschilberekening met rekendatum 24 februari 2022 met kenmerk S5fWQFhDyWa3) blijkt dat de stikstofdepositie van het aangevraagde project niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie (de eerder verleende natuurvergunning van 6 december 2018). Op grond hiervan is uitgesloten dat de beoogde wijziging significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. De nu aangevraagde ammoniakemissie (3.402,60 kg NH3) neemt ten 12

opzichte van de eerder verleende natuurvergunning (4.164,48 kg NH3) niet toe. Er is sprake van intern salderen. Sinds 1 januari 2020 geldt er dan geen vergunningplicht meer en is er geen vvgb meer noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming (AbRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71) uitspraak Logtsebaan). Bovendien zijn er door de afstand van het bedrijf tot Natura 2000-gebieden (dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Buurserzand & Haaksbergeveen ligt op circa 4 km afstand) geen andere activiteiten die negatief zijn voor de instandhoudingsdoelen. Het natuurgebied ‘Het Lankheet’is geen Natura 2000-gebied, maar maakt onderdeel uit van een ‘zeer kwetsbaar gebied’ in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij. De dierverblijven van het pluimveebedrijf aan de Eibergsestraat 211 in Haaksbergen liggen binnen 250 meter van dit zeer kwetsbare natuurgebied. Om die reden is de ammoniakemissie in de beoogde situatie gecorrigeerd (artikel 7 van de Wet ammoniak en veehouderij). Het milieu vergunde emissieniveau bedraagt 5.071,344 kg ammoniak per jaar. Deze bedraagt niet meer dan de gecorrigeerde ammoniakemissie met toepassing van de maximale emissiewaarden volgens het Besluit emissiearme huisvesting. Hieruit volgt dat het ammoniakplafond gelijk is aan het vergunde emissieniveau.

De aangevraagde ammoniakemissie bedraagt 3.402,60 kg NH3/jaar en is lager dan het ammoniakplafond van 5.071,344 kg NH3/jaar en voldoet daarmee aan de Wet ammoniak en veehouderij. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 7. De uitspraak van de Friese bestuursrechter stelt dat het vergunningenbeleid in de landbouw op niet bewezen milieutechnieken is gebaseerd en om herziening vraagt. Onderzoeksrapporten laten zien dat er een onzekerheid is in de berekening van de ammoniakemissie uit emissiearme stalsystemen. De conclusies hebben ook betrekking op emissiearme stalsystemen binnen de vleeskuikensector. Zo zou er vrijwel geen verschil zijn in stikstofverlies tussen reguliere huisvesting (E 5.100) en emissiearme stalsystemen, zoals is aangevraagd. In verband met de in dat kader nog lopende hoger beroepszaak zou het college van burgemeester en wethouders moeten wachten met haar besluit tot uitspraak is gedaan in die hoger beroepszaak over de ammoniak-emissiefactoren. Op 11 maart 2021 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan die gevolgen kan hebben voor het berekenen van de ammoniakreductie bij het toepassen van intern salderen in het kader van de Wet natuurbescherming.

In de Wet natuurbescherming is de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) op zichzelf niet wettelijk voorgeschreven in verband met de beoordeling van stikstofeffecten van projecten afkomstig van veehouderijen op Natura 2000-gebieden. Voor aangevraagde milieu-activiteiten is voor het aspect ammoniakemissie afkomstig van een veehouderij de toepassing van emissiefactoren in de Rav wél wettelijk voorgeschreven in artikel 1, lid 1 en 2 van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). Nu beoordeling van de ammoniakemissie voor de aangevraagde situatie heeft plaatsgevonden op basis van de Wav en bijlage 1 van de Rav en dus getoetst is aan het wettelijk kader, zoals dit is voorgeschreven, bestaat er geen twijfel over de aangevraagde stalsystemen en de ammoniakemissie die dat met zich meebrengt. Bovendien is het aangevraagde stalsysteem 13

met Rav-categorie E 5.11 reeds vergund in de Wnb-vergunning van 6 december 2018 en in dat kader dus ook reeds beoordeeld. Wij zien dan ook geen aanleiding om besluitvorming uit te stellen tot beslist is op de hoger beroepszaak. De ingediende zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 8. De aanvrager geeft aan dat bij het stalsysteem E5.11 de leaflets BWL 2010.13.V7 en BWL 2011.02.V6 horen. Met ingang van 21 maart 2021 is de leaflet BWL 2011.02.V6 voor alle warmtewisselaars die na deze datum worden geplaatst vervangen door de leaflet BWL 2021.01. We constateren dat de aanvraag op dit punt tekortschiet. Op grond van artikel 4.5, eerste lid, aanhef en onder c. van de Awb had het college moeten besluiten de aanvraag niet te behandelen omdat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn om tot een (ontwerp)besluit te kunnen komen. Door toch inhoudelijk op de aanvraag te beslissen, handelt het college in strijd met artikel 3.2 van de Awb, waarin is bepaald dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit de nodige kennis vergaart. Volgens eindnoot 33 van bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij geldt dat warmtewisselaars, geplaatst na 15 maart 2021 dienen te voldoen aan de systeembeschrijving BWL 2021.01 met de RAV-code E 7.18. In het definitieve besluit op de aanvraag is dit voor de drie nieuw te bouwen pluimveestallen gecorrigeerd.

Op basis van een rekentool is van de gewijzigde aangevraagde situatie de emissiereductie van fijnstof berekend op basis van de systeembeschrijving BWL 2021.01. Dit komt neer op 31% emissiereductie van fijnstof evenals de in het ontwerpbesluit nog toegepaste additionele techniek volgens de systeembeschrijving BWL 2011.02.V6 met de Rav-code E 7.6. De zienswijze is op dit punt gegrond. In het definitieve besluit op de aanvraag is dit voor de drie nieuw te bouwen pluimveestallen gecorrigeerd. 9. Uit de aanvraag blijkt dat de bouw van de emissiearme stallen gepaard zal gaan met de uitbreiding van het aantal kippen. Tijdens het gesprek begin oktober 2021 tussen de aanvrager, zijn adviseur, de rentmeester van het landgoed en ambtenaren van de gemeente heeft aanvrager toegelicht dat vanwege markt-economische redenen het aantal vleeskuikens wordt teruggebracht van 22 tot 14 dieren per m2. Ook zal het afmesten niet in cycli van 7, maar van 8 weken plaatsvinden. Het aantal dierplaatsen zou worden teruggebracht tot 125.000. Uit de bijlagen 1 en 2 van het ontwerpbesluit blijkt dat de bouw van de drie nieuwe pluimveestallen gepaard gaat met een uitbreiding tot 196.280 dierplaatsen. Hoewel het huidige vergunde ammoniak-emissieplafond van 5.071,4 kg NH3/jaar niet wordt overschreden en een reductie van 900 kg.

NH3/jaar wordt voorspeld, weten we ondertussen dat veel maatregelen om de emissie te beperken niet werken of nageleefd worden. Reclamant heeft twijfels bij de toegepaste stalsystemen in de nieuw te bouwen pluimveestallen en vreest voor overlast van ammoniak, stikstof en fijnstof. Emissies die nog eens worden versterkt door de locatie van de kuikenmesterij, waarbij de heersende zuidwestenwind voor extra overlast zorgt. Inmiddels is de aangevraagde situatie gewijzigd en komt de uitbreiding in aantal vleeskuikens neer op 7.272 stuks, zodat in de beoogde situatie het totaal aantal vleeskuikens binnen de inrichting uitkomt op 160.000 stuks in plaats van het oorspronkelijke aantal van 196.280. Vanwege de toepassing van emissiearme stalsystemen in combinatie met een 14

warmtewisselaar met extra reductie van fijnstofemissie met 31% in de drie nieuw te bouwen pluimveestallen, leidt dit in de nieuwe situatie tot een afname van de ammoniakemissie met 1.668,744 kg per jaar en een afname van de fijnstofemissie met 167.056,0 gram per jaar ten opzichte van de vigerende milieuvergunde situatie van 22 april 2014. Bovendien is in de aangevraagde situatie sprake van intern salderen. Uit de AERIUSverschilberekening met rekendatum 24 februari 2022 met kenmerk S5fWQFhDyWa3 blijkt dat de stikstofdepositie van het aangevraagde project niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie (de eerder verleende natuurvergunning van 6 december 2018). Op grond hiervan is uitgesloten dat de beoogde wijziging significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 10. Uit de bijlagen 1 en 2 horende bij het ontwerpbesluit blijkt dat in de bestaande stallen 1 tot en met 7 in totaal 152.728 dierplaatsen zijn. De sloop van de stallen 4 tot en met 7 en de bouw van de drie nieuwe stallen gaat gepaard met de uitbreiding tot 196.280 dierplaatsen. Op 21 september 2021 is namens aanvrager een gewijzigde aangevraagde situatie ingediend, dat neerkomt op een uitbreiding tot in totaal 160.000 dierplaatsen voor vleeskuikens.

Dit komt neer op een uitbreiding met 7.272 dierplaatsen voor vleeskuikens ten opzichte van de vigerende milieuvergunde situatie van 22 april 2014. De ingediende zienswijze is ongegrond. Het besluit is aangepast ten opzichte van het ontwerpbesluit vanwege de vermindering van het aangevraagde vleeskuikens waarbij het totaal aantal stuks vleeskuikens wijzigt van 196.280 naar in totaal 160.000 stuks binnen de inrichting. 11. Deze zienswijze wordt in onze reactie op zienswijze 7 beantwoord. 12. Deze zienswijze wordt in onze reactie op zienswijze 8 beantwoord. 13. Het brengt met zich mee dat toezicht en handhaving op een juiste naleving van de leaflets op het college rust. Dit vraagt controle en metingen om vast te stellen of het emissieplafond niet wordt overschreden. Wij constateren dat uw college ten onrechte geen voorziening heeft getroffen om de werkelijk optredende emissies te kunnen vaststellen en, indien die hoger zijn dan in het bestreden besluit verondersteld, daartegen te kunnen optreden. We hebben op de gemeentelijke website nagegaan hoe de gemeente haar toezicht en handhavingstaak heeft ingevuld, maar het meest recente door ons gevonden document gaat over de uitvoering in het jaar 2015! (https://www.haaksbergen.nl/Docs/Inwoners/Vergunningen/HUP%202015%20definitief%20 .pdf).

Reclamant verzoekt daarom in reactie op de ingediende zienswijze aan te geven hoe er invulling gaat geven aan de toezicht en handhavingstaak. Milieucontroles bij agrarische bedrijven worden periodiek uitgevoerd door agrarische toezichthouders die werkzaam zijn bij de Omgevingsdienst Twente. Gelet op de aard en de omvang van het bedrijf wordt het bedrijf op basis van de huidige risicoanalyse (VTH tool) 15

elke drie jaar voor een milieucontrole bezocht. Tijdens de milieucontrole worden de milieuvoorschriften, inclusief de leaflets die van toepassing zijn op dit bedrijf gecontroleerd. Mocht er tijdens een milieucontrole een overtreding worden geconstateerd, dan wordt er opgetreden conform de landelijke handhavingstrategie. Wanneer een agrarisch bedrijf wordt opgericht, of er vinden grote wijzigingen of uitbereidingen plaats, dan wordt het bedrijf bezocht nadat de vergunning is verleend voor een oplevercontrole. Deze oplevercontrole kent hetzelfde stramien als een periodieke milieucontrole. Daarnaast worden ingediende klachten en handhavingsverzoeken die betrekking hebben het niet naleven van milieuvoorschriften bij voorrang opgepakt door de Omgevingsdienst Twente. De ingediende zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 14. Landgoed Het Lankheet wordt financieel geraakt door de stallen-uitbreiding. De hoge stikstofemissie leidt tot een verminderde vitaliteit van bos en natuur (verzuring, vermesting en verdroging). Dit uit zich op Het Lankheet o.a. in ziekte en sterfte van het bomenbestand. Naast bossterfte leidt de hoge stikstofemissie tot vergrassing van heide en hoogveen en krijgen stikstofminnende soorten als de braam steeds meer de overhand. Het vraagt steeds hogere beheerkosten waar geen extra beheersubsidie tegenover staat.

De uitstoot van stikstof op de natuur van Het Lankheet kan tot gevolg hebben dat vastgestelde natuurdoelen niet gehaald worden wat leidt tot aanzienlijk verminderde subsidie inkomsten. Zoals eerder is aangegeven in onze reactie op zienswijze 6, is er in de aangevraagde situatie ten opzichte van de referentiesituatie (de natuurvergunning van 6 december 2018) geen sprake van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. ‘Landgoed Het Lankheet’ maakt onderdeel uit van een zeer kwetsbaar natuurgebied als bedoeld in artikel 2 van de Wet ammoniak en veehouderij. Dit zeer kwetsbare natuurgebied is geen Europeesrechtelijk aangewezen te beschermen Natura 2000- gebied. Uw zienswijze over eventueel hogere beheerkosten waar geen extra beheersubsidie tegenover staat, is een argument dat buiten de beoordeling van de aangevraagde milieuactiviteit gaat en is in het kader van de Wabo-vergunningverlening voor het pluimveebedrijf aan de Eibergsestraat 211 in Haaksbergen geen toetsgrond in het kader van de Wabo. Bovendien leidt de aangevraagde situatie niet tot een toename van ammoniakemissie ten opzichte van de vergunde situatie. De ammoniakemissie neemt zelfs aanzienlijk af (met 1.668,744 kg NH3/jaar). Dit leidt bovendien tot een vermindering of een gelijkblijvende stikstofdepositie. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 15.

De aangevraagde ontwikkeling is getoetst aan de vigerende wet- en regelgeving. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 16. Relamant staat open voor een gesprek met de aanvrager in verband met het door het Kabinet gepropageerde ‘gebiedsgerichte aanpak stikstof’, zoals verplaatsing of sanering van het pluimveebedrijf. Reclamant verzoekt om in afwachting daarvan geen besluit te nemen.

16

Uw zienswijze over de ‘gebiedsgerichte aanpak stikstof en/of verplaatsing of sanering van het pluimveebedrijf’. Is een argument dat buiten het beoordelingskader van de aangevraagde milieuactiviteit valt. Bovendien dient het bevoegd gezag te beslissen op de aanvraag, zoals deze is ingediend. Dit is meermaals bevestigd in uitspraken door de Raad van State. Wij zien dan ook geen aanleiding om besluitvorming over de aangevraagde omgevingsvergunning uit te stellen. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit.

17

3. Wijzigingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen De ingediende zienswijze en de beoordeling daarvan hebben ertoe geleid dat de omgevingsvergunning is aangepast.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12001868/1