Zienswijze wijziging afspraken loon- en prijscompensatie gemeenschappelijke regelingen (afgestemd Almelo en Enschede)
Tekst van het document
Zienswijze wijziging afspraken loon- en prijscompensatie gemeenschappelijke regelingen Aanleiding De huidige afspraken over de loon- en prijsindexatie (LPO) bij de Twentse gemeenschappelijke regelingen (GR-en) zouden herzien moeten worden want: • De gemeenten ontvangen vanaf 2026 minder uitkering via het gemeentefonds. Ook de GR-en zullen een bijdrage moeten doen aan het ravijn vanaf 2026 nu het rijk niet voornemens is deze uitname te herstellen. Vanuit de zienswijze Kaderbrief 2025 is hier door de GR-en in meerdere of mindere mate sprake van. In totaal is de bijdrage echter gering te noemen. • Daarnaast is de systematiek van toevoeging van budget aan het gemeentefonds voor loon- en prijsindexatie gewijzigd. Deze nieuwe systematiek leidt ook tot financiële nadelen en een lagere algemene uitkering waardoor aanpassing van de LPO-afspraken met de GR-en voor de hand ligt. • De gemeente ontvangt via het gemeentefonds ook maar beperkt een aanvulling (of krijgt een korting opgelegd) op de indexatie aangezien in de meicirculaire de indexatiepercentages worden vastgesteld voor het lopende jaar en daarna niet meer worden gewijzigd. De gemeente ontvangt bijvoorbeeld in de meicirculaire 2025 een laatste bijstelling van het accres voor 2025 en niet meer voor de eerdere jaren terwijl de GR-en nog een bijstelling ontvangen van eerdere jaren.
• De huidige afspraken met de GR-en wijken te veel af van hoe de eigen gemeentelijke budgetten een vergoeding ontvangen voor LPO. Dit leidt jaarlijks tot discussies bij het jaarlijkse proces van zienswijzen opvragen bij de begrotingen. Ook leidt de herziening van de indexatiepercentages van vorige jaren tot intern ongenoegen omdat van herziening op de overige gemeentelijke budgetten geen sprake is. • De GR-en laten van jaar op jaar positieve resultaten zien in hun jaarrekeningen en ook beschikken zij doorgaans over voldoende weerstandsvermogen om kleinere en/of tijdelijke nadelen, ook op LPO, op te vangen. Zienswijze De loon- en prijsindexatie zoals toegepast in de gemeentebegroting gelijk wordt aan die in de begrotingen van de GR-en. De afspraken gelden vanaf de begrotingen 2027. Uitwerking loonindexatie Het voorstel is voor de loonindexatie van de begrotingen van de GR-en de volgende afspraken vast te leggen: 1. De loonindexatie voor de begroting van jaar t+1 wordt gebaseerd op de loonvoet overheid uit de Macro Economische Verkenning (MEV) zoals gepubliceerd door het Centraal Planbureau in aanloop naar Prinsjesdag van jaar t-1. 2. Aanpassing volgt op basis van de afspraken uit de CAO Gemeenteambtenaren (die op alle Twentse GR-en van toepassing is behalve op een deel van de Veiligheidsregio Twente).
Hiermee ontvangen de GR-en uiteindelijk voldoende compensatie om hun loonkosten mee te kunnen dragen en is de loonindexatie tussen GR-en en de gemeente gelijk getrokken. Uitwerking prijsindexatie Het voorstel is voor de prijsindexatie van de begrotingen van de GR-en de volgende afspraken vast te leggen: 1. De prijsindexatie voor de begroting van jaar t+1 wordt gebaseerd op de prijsindex materiele overheidsconsumptie (IMOC) uit de Macro Economische Verkenning zoals gepubliceerd door het Centraal Planbureau in aanloop naar Prinsjesdag van jaar t-1. 2. De prijsindexatie voor jaar t+1 wordt slechts aangepast op het verschil tussen de MEV van jaar t-1 en Centraal Economisch Plan van jaar t. Hiermee ontvangen de GR-en uiteindelijk een prijsindexatie die gelijk is aan de indexatie die de gemeente in hun begroting hebben opgenomen. Bijvoorbeeld: De GR-en hebben voor 2026 de IMOC van Prinsjesdag 2024 gebruikt die 2,1% bedraagt. De gemeente rekent voor haar begroting 2026 met de IMOC van februari 2025 toen deze 2,2% bedroeg. De enige verrekening is nu nog 0,1% die wordt opgeteld bij de prijscompensatie voor de begroting 2027.