CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt verordening maatschappelijke ondersteuning

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp6.891 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen (Kleine) tekstuele aanpassingen ter bevordering van de leesbaarheid of plaats wijzigingen door toevoeging van artikelen of leden zijn niet opgenomen in deze was-wordt-tabel Artikel 1

Was (Verordening maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen 4.15e1)) In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; (…) d. bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de Wmo 2015; e. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015; f. hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015; (…) i. HO: huishoudelijke ondersteuning is een basismodule met vijf aanvullende modules, waarbij de basismodule resultaatgericht en de aanvullende modules in minuten worden geïndiceerd;

Wordt (Verordening maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen (4.15f)) In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…) a. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet specifiek speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; , die daadwerkelijk beschikbaar is, die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat is tot zelfredzaamheid en participatie en die financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimum niveau; (…) j. OB1: ondersteuningsbehoefte 1 geeft ondersteuning bij de uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden waarbij de cliënt in staat is om de eigen regie over zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen zelf te voeren; k. OB2: ondersteuningsbehoefte 2 geeft ondersteuning aan de cliënt bij het voeren van de regie over en/of uitvoering van zijn dagelijkse handelingen en vaardigheden;

Motivering Lid 1: Alle begrippen zijn op alfabetische volgorde geplaatst, hierdoor kan de volgorde van de begrippen soms iets gewijzigd zijn. De begripsbepaling van algemeen gebruikelijk is aangepast zodat deze aansluit bij de omschrijving van algemeen gebruikelijk zoals deze is geformuleerd door de CRvB. De termen OB1 en OB2 zijn eruit gehaald en gewijzigd naar begeleiding groep en begeleiding individueel. De termen OB1 en OB2 en wat dit precies voor hen betekent zorgen voor veel onduidelijkheid bij inwoners. De nieuwe begripsbepalingen sluiten beter aan op de daadwerkelijke inhoud van deze ondersteuningsbehoeften. De begripsbepaling van gesprek is uit de verordening gehaald omdat deze niet langer voorkomt in de verordening. De term ‘hulpvraag’ is gewijzigd naar ‘behoefte aan jeugdhulp’. Een hulpvraag ontstaat doordat je samen met de inwoner de behoefte aan hulp verkent. Omdat de term bijdrage een dubbele betekenis kan krijgen is hieraan bijdrage in de kosten toegevoegd. Het begrip college is toegevoegd ten behoeve van de leesbaarheid. Het begrip HO is aangepast omdat we per 1 januari 2024 gebruik maken van het HHM-normenkader bij de berekening van de huishoudelijke ondersteuning. De oude begripsbepaling sloot daar niet op aan.

j. OB1: ondersteuningsbehoefte 1 geeft ondersteuning bij de uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden waarbij de cliënt in staat is om de eigen regie over zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen zelf te voeren; k. OB2: ondersteuningsbehoefte 2 geeft ondersteuning aan de cliënt bij het voeren van de regie over en/of uitvoering van zijn dagelijkse handelingen en vaardigheden; l. wonen en verblijf: een voorziening die aanvullend kan worden ingezet wanneer er bij de cliënt naast de ondersteuningsbehoefte ook behoefte is aan een woon- of verblijfsomgeving. Wonen en verblijf bestaat uit twee vormen: Dakje 1 en Dakje 2; m. structureel vervoer: een voorziening waarbij een cliënt vervoerd wordt van zijn woning naar de locatie waar één van de vormen ondersteuningsbehoefte wordt aangeboden en omgekeerd. De cliënt heeft geen vrijheid in het bepalen van de bestemming van het vervoer; n. vervoer maatschappelijke deelname: een voorziening waarbij sprake is van incidenteel vervoer en een cliënt zelf de bestemming en het tijdstip van het vervoer bepaalt met inachtneming van de daarvoor geldende voorwaarden; (…) p. voorliggende voorzieningen: algemene voorziening of andere voorziening

c. begeleiding groep (OB: ondersteuningsbehoefte 1 en 2) geeft ondersteuning aan de inwoner op een andere locatie dan de thuissituatie voor het uitbreiden van sociale contacten en het bieden van structuur in de week; d. begeleiding individueel (OB: ondersteuningsbehoefte 1 en 2) geeft ondersteuning aan de inwoner in en om de thuissituatie bij de uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden of geeft ondersteuning bij het voeren van de regie; e. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015; e. hulpvraag behoefte aan hulp: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015; f. bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de Wmo 2015; g. college: het college van burgemeester en wethouders h. HO: huishoudelijke ondersteuning is een basismodule met vijf aanvullende modules, waarbij de basismodule resultaatgericht en de aanvullende modules in minuten worden geïndiceerd. Bij de berekening wordt gebruik gemaakt van het normenkader van bureau HHM. Het normenkader is

De begripsbepaling van wonen en verblijf is aangepast omdat deze voorziening ook apart kan worden ingezet en het bestaande artikel daar geen mogelijkheid leek toe te openen. De term pgb is toegevoegd ten behoeve van de leesbaarheid. Omdat de termen van vervoer in de praktijk voor veel onduidelijkheid onder inwoners zorgden, zijn deze in de verordening versimpeld. Lid 2: Door de toevoeging van lid 2 wordt duidelijk dat begrippen die al in de Wmo 2015 staan omschreven niet daarnaast ook in lid 1 staan opgenomen.

waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen; q. wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan de Wmo 2015 waarmee aan de hulpvraag tegemoet wordt gekomen; (…)

toegevoegd aan de beleidsregels, bijlage 1; m. structureel vervoer: een voorziening waarbij een cliënt vervoerd wordt van zijn woning naar de locatie waar één van de vormen ondersteuningsbehoefte wordt aangeboden en omgekeerd. De cliënt heeft geen vrijheid in het bepalen van de bestemming van het vervoer; n. vervoer maatschappelijke deelname: een voorziening waarbij sprake is van incidenteel vervoer en een cliënt zelf de bestemming en het tijdstip van het vervoer bepaalt met inachtneming van de daarvoor geldende voorwaarden; (…) p. voorliggende voorzieningen: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen; q. wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan de Wmo 2015 waarmee aan de hulpvraag tegemoet wordt gekomen; i. individuele vervoersvoorzieningvervoer maatschappelijke deelname: een voorziening waarbij sprake is van incidenteel vervoer en een inwoner zelf de bestemming en het tijdstip van het vervoer bepaalt met inachtneming van de daarvoor geldende voorwaarden; (…)

2 (voorheen 2a)

1. Het college kan een cliënt in aanmerking laten komen voor één of meerdere van de volgende maatwerkvoorzieningen:

k. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; l. vervoer naar dagbesteding: een voorziening waarbij een inwoner vervoerd wordt van zijn woning naar de locatie waar begeleiding groep wordt aangeboden en omgekeerd. De inwoner heeft geen vrijheid in het bepalen van de bestemming van het vervoer; (…) n. Wmo 2015 wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; o. wonen en verblijf: een voorziening die aanvullend kan worden ingezet wanneer er bij de inwoner cliënt naast de ondersteuningsbehoefte ook een behoefte aan hulp is op het gebied van wonen en verblijf. Wonen en verblijf bestaat uit twee vormen: Dakje 1 en Dakje 2; 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in artikel 1.1.1 van de wet. 1. Het college kan een cliënt in De termen in lid 1 zijn aangepast om de leesbaarheid aanmerking laten komen voor één of te bevorderen en aan inwoners duidelijker te maken meerdere van de volgende welke maatwerkvoorzieningen er zijn. maatwerkvoorzieningen:

a. HO; b. OB1; c. OB2; d. structureel vervoer; e. wonen en verblijf;

a. huishoudelijke ondersteuning, HO; b. OB1 b. begeleiding individueel, Ondersteuningsbehoefte 1 en 2; c. OB2

3 (voorheen 2b)

4 (voorheen 2) 5 (voorheen 3 lid 1, 2 en 5)

f. woonvoorziening; g. rolstoelvoorziening; h. sportvoorziening; i. vervoer maatschappelijke deelname. (…)

c. begeleiding groep, Ondersteuningsbehoefte 1 en 2; d. stuctureel vervoer van en naar dagbesteding; (…) g. rolstoelvoorziening; (…) i. vervoer maatschappelijke deelname. i. individuele vervoersvoorziening; j. collectief vervoer (…)

1. In Haaksbergen zijn de volgende algemene voorzieningen toegankelijk voor alle ingezeten: (…)

1. In Haaksbergen zijn de volgende algemene voorzieningen toegankelijk voor alle ingezeten in ieder geval beschikbaar: (…)

1. Het college neemt het verslag waarover het college nadere regels vaststelt de uitkomsten van het onderzoek, zoals omschreven in de nadere regels, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt inwoner komt in aanmerking 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een voor een maatwerkvoorziening: maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt inwoner ondervindt, voor zover de cliënt inwoner deze beperkingen naar het cliënt ondervindt, oordeel van het college niet: voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college: 1. niet op eigen kracht, 1. niet op eigen kracht, (…) 1. Het college neemt het verslag waarover het college nadere regels vaststelt als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.

Door de formulering iets aan te passen, kan in de toekomst gemakkelijker een nieuwe algemene voorziening worden toegevoegd.

Lid 1: Ter verduidelijking wordt gesproken over de uitkomsten van het onderzoek. Lid 2: andere voorzieningen zijn toegevoegd om de lijst volledig te maken.

6 (voorheen 3 lid 3 en 4)

(…)

7. andere voorzieningen (…)

3. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. 4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.

3. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. 4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 1. Geen maatwerkvoorziening, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, wordt verstrekt: a. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan

Dit artikel is aangepast in lijn met de model verordening van Schulinck. Dit is aangepast om meer duidelijkheid te verschaffen over mogelijke afwijzingsgronden ten opzichte van de verordening van 2019. In de oude verordening werden afwijzingsgronden opgenomen in de ‘tenzij-vorm’. Dit maakte dat het voor inwoners minder duidelijk was wanneer zij niet in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening. Een nadere toelichting is in de beleidsregels opgenomen. Alle afwijzingsgronden zijn in lijn met jurisprudentie of de wet.

inwoner al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen; of b. tenzij de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de inwoner aan maatschappelijke ondersteuning. b. indien de voorziening niet voldoende op het individu is gericht c. indien het een voorziening betreft die de inwoner voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; d. indien het een voorziening betreft die de inwoner na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld. 2. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt:

a. als deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding; b. de voorziening voorzienbaar was en van de inwoner redelijkerwijs kon worden verwacht maatregelen te hebben getroffen. 3. Geen woonvoorziening wordt toegekend als: a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. als de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; c. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning; d. de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; e. indien de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; f. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder

noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. 7 (voorheen 4)

(…) 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura legt het college in de beschikking in ieder geval vast: (…)

3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb legt het college in de beschikking in ieder geval vast: (…)

8 (voorheen 5 lid 1 t/m 3)

(…) 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura legt het college in de beschikking in ieder geval vast: (…) e. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb legt het college in de beschikking in ieder geval vast: (…) f. de ingangsdatum; g. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten. 4. Als sprake is van een te betalen bijdrage informeert het college de cliënt daarover in de beschikking.

4. Als sprake is van een te betalen bijdrage informeert het college de cliënt daarover in de beschikking. 1. Het college verstrekt een pgb in 1. Het college verstrekt een pgb overeenstemming met artikel 2.3.6 van de voorziening in de vorm van een pgb in Wmo 2015. overeenstemming met artikel 2.3.6 van de Wmo 2015. 2. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en 2. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de Wmo 2015 verstrekt het vijfde lid, van de Wmo 2015 verstrekt het college geen pgb voor college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van voorafgaand aan de indiening van

Lid 2: In geval van een verplichte bijdrage is het college verplicht dit op te nemen in de beschikking. Het voormalige lid 4 is verwijderd omdat dit nu in lid 2 staat opgenomen. Lid 3: Ook bij verstrekking van een pgb is het vereist de bijdrage in de kosten op te nemen. Daarnaast moet ook de ingangsdatum van het pgb worden opgenomen. Deze vereisten zijn daarom opgenomen.

Lid 1: ietwat aangepast ter verduidelijking. Het voormalige lid 2 is hier verwijderd omdat dit reeds is opgenomen in het nieuwe artikel 6. Lid 3 t/m 5: Voor de bepaling van het pgb-tarief wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. Informele hulp is daarbij alle hulp die geboden wordt door personen uit het sociaal netwerk of door personen die niet beroeps of bedrijfsmatig hulp verlenen. Het maakt in het geval van het sociaal netwerk niet uit of deze personen een zorg-gerelateerd

de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. (…)

de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. (…) 3. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 4. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de inwoner a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 5. Informele hulp is:

beroep of opleiding hebben, omdat ze in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de inwoner. Onder de huidige verordening ontstond soms verwarring over welk tarief van toepassing is wanneer iemand uit het sociale netwerk beschikt over een passende opleiding. Uit jurisprudentie volgt dat voor een professional die zorg levert, maar tot het eigen sociale netwerk behoort, het Pgb-tarief voor informele hulp toereikend is, mits dit expliciet in de verordening is opgenomen. Het is derhalve noodzakelijk deze differentiatie op te nemen in de verordening.

9 (voorheen 7a)

a. Hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 4; b. Hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 4, maar tot het sociaal netwerk van inwoner horen. 1. Het college verstrekt geen pgb voor 1. Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning door een aanbieder die ondersteuning door een aanbieder die fraude heeft gepleegd. fraude heeft gepleegd. 2. Het college verstrekt geen pgb voor 2. Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning door een aanbieder indien ondersteuning door een aanbieder indien er twijfels zijn over de integriteit van de er twijfels zijn over de integriteit van de aanbieder, wat zich in ieder geval aanbieder, wat zich in ieder geval voordoet indien de aanbieder: voordoet indien de aanbieder: a. betrokken is geweest bij strafbare a. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen; ondersteuning in gevaar brengen; b. verdacht is geweest van strafbare b. verdacht is geweest van strafbare feiten dan wel daarvoor veroordeeld is feiten dan wel daarvoor veroordeeld is geweest; geweest; c. bestuursrechtelijke en/of c.

bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen; gekregen; d. bestuursrechtelijke d. bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom, ten bestuursdwang en/of dwangsom, ten aanzien van gedragingen die de veiligheid aanzien van gedragingen die de en de kwaliteit van de ondersteuning in veiligheid en de kwaliteit van de gevaar brengen; ondersteuning in gevaar brengen; e. er sprake is van feiten en e. er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanbieder en/of zijn directie en/of de aan aanbieder en/of zijn directie en/of de aan

De kwaliteitseisen die gelden voor pgb aanbieders, zijn opgenomen in de bijlage bij de verordening. Uit jurisprudentie volgt dat de kwaliteitseisen behoren tot de essentialia van het voorzieningenpakket en derhalve moeten worden vastgesteld door de gemeenteraad. Door de kwaliteitseisen als bijlage op te nemen, blijft de verordening overzichtelijk. In dit artikel is verwijzing opgenomen naar deze bijlage. Evenals bij de Verordening Jeugd wordt een dubbelrol onwenselijk geacht. Bij een dubbelrol zal de zorgverlener niet in staat zijn met voldoende afstand en kritisch genoeg de beheerstaken uit te voeren. De uitsluiting van deze dubbelrol is in lijn met jurisprudentie.

hem gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden; f. zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie.

10 (voorheen 5 lid 4 t/m 6)

hem gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden; f. zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie. Geen pgb wordt verstrekt: a. wanneer uit het pgb-plan zoals bedoeld in artikel 8 lid 2 blijkt, dat de kwaliteit van de hulp onvoldoende gewaarborgd is dan wel niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 1; b. als de inwoner het pgb niet zelf kan beheren en de beoogd pgb-beheerder dezelfde persoon/instelling is als de beoogd zorg-/hulpverlener. (…) (…) 5. De maximale hoogte van een pgb voor: 5. De maximale hoogte van een pgb voor: a. een zaak wordt bepaald op de kostprijs a. een zaak wordt bepaald op de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de zaak in natura zou zijn verstrekt.

Als de naturaverstrekking een tweedehands naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs voorziening betreft, wordt de kostprijs

Doordat we in het nieuwe artikel 8 onderscheid maken tussen formele hulp en informele hulp, wordt ditzelfde onderscheid ook gebruikt bij de bepaling van de hoogte van een pgb. Het is niet noodzakelijk om de lijst uit lid 5 geheel over te nemen, nu dit reeds volgt uit de leden daaronder of lid 4. Lid 2 en 3: In lid 2 en 3 wordt onderscheid gemaakt tussen pgb voor ZZP’ers en pgb voor personen die werkzaam zijn bij een instelling. Instellingen hebben hogere overheadkosten dan ZZP’ers waardoor een verschil in pgb redelijk is Lid 4: Op grond van recente jurisprudentie zijn we verplicht bij informele hulp aan te sluiten bij de van

daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering; b. HO: 1. door een niet daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van het laagste toepasselijke tarief per resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2. door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder, of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist wordt bepaald op basis van het laagste toepasselijke tarief per resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 3. door een niet daartoe opgeleid persoon die niet in dienst is bij een zorgaanbieder of een persoon uit het sociale netwerk, wordt bepaald op basis van 70% van het laagste toepasselijke tarief per resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; c. OB1 en OB2: 1. voor ondersteuning uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van het toepasselijke tarief per minuut dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;

daarop gebaseerd, rekening houdend met toepassing zijnde cao VVT. Deze plicht is nu ook een eventueel door de gemeente te geborgd in onze cao. ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering; b. HO: 1. door een niet daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van het laagste toepasselijke tarief per resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2. door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder, of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist wordt bepaald op basis van het laagste toepasselijke tarief per resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 3. door een niet daartoe opgeleid persoon die niet in dienst is bij een zorgaanbieder of een persoon uit het sociale netwerk, wordt bepaald op basis van 70% van het laagste toepasselijke tarief per resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; c. OB1 en OB2: 1. voor ondersteuning uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van het toepasselijke tarief per minuut dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;

2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van 85% van het toepasselijke tarief per minuut of dagdeel dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 3. uitgevoerd door een niet daartoe opgeleid persoon of persoon die behoort tot het sociaal netwerk wordt bepaald op maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners; d. structureel vervoer: hierbij wordt uitgegaan van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte locatie ondersteuningsbehoefte en rekening gehouden met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren: 1. uitgevoerd door een persoon in dienst bij een vervoersbedrijf wordt bepaald op basis van het toepasselijke tarief voor structureel vervoer door een door een gemeente gecontracteerde aanbieder; 2. uitgevoerd door een persoon niet in dienst bij een vervoersbedrijf of een persoon die behoort tot het sociale netwerk wordt bepaald ter hoogte van de onbelaste reiskostenvergoeding zoals die door de Belastingdienst wordt gehanteerd; e. wonen en verblijf:

2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van 85% van het toepasselijke tarief per minuut of dagdeel dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 3. uitgevoerd door een niet daartoe opgeleid persoon of persoon die behoort tot het sociaal netwerk wordt bepaald op maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners; d. structureel vervoer: hierbij wordt uitgegaan van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte locatie ondersteuningsbehoefte en rekening gehouden met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren: 1. uitgevoerd door een persoon in dienst bij een vervoersbedrijf wordt bepaald op basis van het toepasselijke tarief voor structureel vervoer door een door een gemeente gecontracteerde aanbieder; 2. uitgevoerd door een persoon niet in dienst bij een vervoersbedrijf of een persoon die behoort tot het sociale netwerk wordt bepaald ter hoogte van de onbelaste reiskostenvergoeding zoals die door de Belastingdienst wordt gehanteerd; e. wonen en verblijf:

1. uitgevoerd door een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van het toepasselijke tarief per etmaal dat gehanteerd wordt bij een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van 85% van het toepasselijke tarief per etmaal dat wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 3. uitgevoerd door een niet daar toe opgeleid persoon of persoon die behoort tot het sociaal netwerk wordt bepaald op basis van 25% van het toepasselijke tarief per etmaal dat wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder voor Dakje 1 en voor Dakje 2. f. woonvoorziening: 1. woningaanpassing: op basis van de laagste prijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer. 2. het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste prijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer; 3. verhuiskosten: op basis van de laagste prijs van de verhuizing die hiervoor zou

1. uitgevoerd door een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van het toepasselijke tarief per etmaal dat gehanteerd wordt bij een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder wordt bepaald op basis van 85% van het toepasselijke tarief per etmaal dat wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 3. uitgevoerd door een niet daar toe opgeleid persoon of persoon die behoort tot het sociaal netwerk wordt bepaald op basis van 25% van het toepasselijke tarief per etmaal dat wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder voor Dakje 1 en voor Dakje 2. f. woonvoorziening: 1. woningaanpassing: op basis van de laagste prijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer. 2. het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste prijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer;

worden gehanteerd door een door een verhuizer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer; g. rolstoelvoorziening: aanschaf en onderhoud van een rolstoelvoorziening: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief dat hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde of te contracteren leverancier; h. sportvoorziening: aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief dat hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde of te contracteren leverancier; i. vervoer maatschappelijke deelname: 1. taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio Twente gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 2.000 kilometers per jaar; 2. een autoaanpassing wordt bepaald op basis van het programma van eisen voor de aanpassing en de laagste kostprijs voor een vergelijkbare aanpassing in natura. 6. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op

3. verhuiskosten: op basis van de laagste prijs van de verhuizing die hiervoor zou worden gehanteerd door een door een verhuizer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer; g. rolstoelvoorziening: aanschaf en onderhoud van een rolstoelvoorziening: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief dat hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde of te contracteren leverancier; h. sportvoorziening: aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief dat hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde of te contracteren leverancier; i. vervoer maatschappelijke deelname: 1. taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio Twente gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 2.000 kilometers per jaar; 2. een autoaanpassing wordt bepaald op basis van het programma van eisen voor de aanpassing en de laagste kostprijs voor een vergelijkbare aanpassing in natura. 6. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende

grond van het vierde en vijfde lid van dit artikel gehanteerde tarief en; b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.

11 (voorheen 6)

(…) 2. Als een maatwerkvoorziening of pgb

wordt verstrekt ten behoeve van (…)

voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het vierde en vijfde lid van dit artikel gehanteerde tarief en; b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. 2. De hoogte van het pgb voor formele hulp als bedoeld in artikel 8 lid 4 sub a is gelijk aan het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de inwoner passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 3. De hoogte van het pgb voor formele hulp die is aangemerkt als Zelfstandige Zonder Personeel wordt bepaald op 85% van de voorziening in natura, waarbij rekening is gehouden met het feit dat deze aanbieder geen of lagere overheadkosten heeft dan een professionele organisatie met personeel. 4. De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de CAO VVT, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. (…) De term in natura is opgenomen, omdat een 2. Als een maatwerkvoorziening of pgb maatwerkvoorziening zowel in natura als in een pgb wordt verstrekt ten behoeve van (…) verstrekt kan worden.

(…) 2. Als een maatwerkvoorziening in natura

of pgb wordt verstrekt ten behoeve van (…) 12 (voorheen 11a)

(…) 3. Cliënt is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening maatschappelijke deelname in de vorm van een scootmobielpool. (…) 5. De hoogte van de bijdrage voor de algemene voorziening was- en strijkservice bedraagt: (…) b. voor die cliënt die vanwege beperkingen zelf niet kan wassen en strijken: • in 2020 nihil • vanaf 1 januari 2021 € 4,50 per waszak, te betalen aan de aanbieder.

6. Cliënt is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de algemene voorziening dagbesteding. (…)

(…) 3. Cliënt is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening maatschappelijke deelname in de vorm van een scootmobielpool. (…) 4. De hoogte van de bijdrage voor de algemene voorziening was- en strijkservice bedraagt voor 2024: (…) b. voor die inwoner die vanwege beperkingen zelf niet kan wassen en strijken in 2020 nihil vanaf 1 januari 2021 € 4,50 per waszak bedraagt € 5,00 per waszak, te betalen aan de aanbieder. Dit bedrag komt overeen met de door het Nibud berekende gemiddelde kosten voor wassen en strijken. Jaarlijks wordt de bijdrage per waszak geïndexeerd met maximaal het percentage zoals vastgesteld in de prijsindex CPI Huishoudens van het CBS. 6. Cliënt is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de algemene voorziening dagbesteding. (…) 6. In het algemeen wordt geen bijdrage in de kosten gerekend voor gebruikmaking van een algemene voorziening

Het voormalige lid 3 is verwijderd, omdat we geen scootmobielpool in de gemeente hebben op dit moment. Lid 4: De bijdrage voor de waszak is iets aangepast omdat met de stijging van onder meer de energiekosten, de kosten van het draaien van een was ook zijn toegenomen. De opgenomen vijf euro is in lijn met de kosten die Nibud berekend voor het draaien van een was en het strijken en is dus in lijn met wat de inwoner kwijt zou zijn als hij of zij zelf nog zou wassen. Het is mogelijk dit jaarlijks te indexeren als de kosten in de toekomst afnemen of toenemen. Gemeenten zijn verplicht de kosten op te nemen in de verordening indien deze gerekend worden voor het gebruiken van een algemene voorziening. Hoewel er geen kosten worden gerekend voor het gebruikmaken van de algemene voorziening dagbesteding, wordt vaak wel een bijdrage gevraagd voor het eten en drinken dat daar beschikbaar is. Om onduidelijkheid hierover te voorkomen, wordt dit nu opgenomen in de verordening. Inwoners zijn overigens niet verplicht eten en drinken te nuttigen op de dagbesteding. Het voormalige lid 8 en 9 zijn samengevoegd.

8. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. 10. De kostprijs van een algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per cliënt maakt. (…) 13 (voorheen 9) 14 (voorheen 10) 15 (voorheen 11) 16 (voorheen 7)

1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van

dagbesteding. Uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is dat het gebruik van algemene voorzieningen zoveel mogelijk wordt gestimuleerd. Het is echter mogelijk dat de instelling een kleine vergoeding vraagt voor de kosten van materialen die worden gebruikt voor de activiteiten. Ook de kosten voor eten en drinken komen voor rekening van de deelnemer, tenzij door de instelling anders is bepaald. 9. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura of in pgb is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. (…)

1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van

Aan lid 1 sub b is een kleine aanvulling toegevoegd om deze correct te maken. Sub e is toegevoegd ten behoeve van de kwaliteitsborging.

beroepskrachten daaronder begrepen, door: (…) b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; (…) 2. De kwaliteitseisen die gelden voor aanbieders die maatwerkvoorzieningen in de vorm van een pgb leveren, zijn vastgelegd in bijlage 1 bij deze verordening.

17

beroepskrachten daaronder begrepen, door: (…) b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; (…) e. er bij het leveren van voorzieningen op toe te zien dat beroepskrachten handelen in overeenstemming met de professionele standaard. (…) 2. De kwaliteitseisen die gelden voor aanbieders die maatwerkvoorzieningen in de vorm van een pgb leveren, zijn vastgelegd in bijlage 1 bij deze verordening. 1. Naast de kwaliteitseisen die gelden op grond van de wet, gelden voor formele pgb aanbieders in ieder geval de volgende eisen: a. aanbieder beschikt over voldoende deskundigheid gericht op de maatwerkvoorziening; b. de verstrekking van de voorzienig is voldoende veilig; c. het leefklimaat en fysieke omgeving zijn schoon, veilig en passend voor inwoners; d. aanbieder voert een deugdelijke administratie en goede registratie. 2. Het college kan in beleidsregels een nader invulling van de eisen uit deze verordening en de wet geven.

Lid 2 is eruit gehaald, omdat de bijlage is overgeheveld naar de beleidsregels, waarbij de kaderstellende eisen zijn opgenomen in het volgende artikel.

De kwaliteitseisen, die eerder geheel stonden opgenomen als bijlage bij de verordening, zijn nu gedeeltelijk in de verordening neergezet. De eisen uit de verordening zijn kaderstellend en worden nader uitgewerkt in bijlage 1 van de beleidsregels. De kwaliteitseisen bestaan naast de eisen uit de Wmo 2015. Door de uitwerking van de eisen over te hevelen naar de beleidsregels, wordt één lijn getrokken met de regelingen omtrent de Jeugdwet.

18 (voorheen 8) 19 (voorheen 12)

20 (voorheen 13) 21 (voorheen 14) 22 (voorheen 15) 23 (voorheen 16) 24 (voorheen 17)

(…) 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: (…)

(…) Het derde lid is aangepast in lijn met de Vng 3. Het college baseert de vaste prijs of de modelverordening en komt nu overeen met de correcte reële prijs op de volgende termen. kostprijselementen: (…) 3. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met: (…)

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Het college kan in bijzondere gevallen ten Aangepast ten behoeve van de leesbaarheid en gunste in het voordeel van de cliënt begrijpelijkheid. inwoner afwijken van de bepalingen in van deze verordening indien als door toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt ervan de inwoner duidelijk onrecht wordt aangedaan.

25 (voorheen 18)

(…)

(…) Om goed te voorzien in de overgang van de lopende 4. Een inwoner houdt recht op een verordening naar de voorliggende verordening zijn de lopende voorziening verstrekt op leden 4 t/m 6 toegevoegd aan de slotbepalingen. grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning van 21 november 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen, de lopende voorziening wordt ingetrokken of beëindigd of tot deze van rechtswege vervalt. 5. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning van 21 november 2020 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de Verordening maatschappelijke ondersteuning van 27 maart 2024, worden afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning van 27 maart 2024. 6. Van het in lid 4 en 5 gestelde kan ten gunste van de inwoner worden afgeweken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13868772/1