CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt tabel met artikelsgewijze toelichting Gemeente Haaksbergen 1.0 mo FK opm ML

Gemeenteraad 23 oktober 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Re-integratie verordening Haaksbergen 4.6d6.747 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel wijziging Re-integratieverordening Haaksbergen Leeswijzer In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert of toegevoegd vetgedrukt. De toelichting wijst op een redactionele wijziging ofwel aanpassing door wetswijziging. De tekstomschrijving is in het kader van uniformiteit en harmonisatie aangepast. Bestaande tekst: Re-integratieverordening Haaksbergen (4.6c) Nieuwe tekst: Re-integratieverordening Participatiewet Haaksbergen 4.6d Artikel 1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: De Participatiewet; b. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; c. grote afstand tot de arbeidsmarkt: ingedeeld op trede 1, 2 of onderkant 3 van de participatieladder. Deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar;

Nieuwe tekst Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; b. grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; c. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; d. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; e. korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; f. overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; g. persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; h. praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten

Toelichting Artikel 1: Alle begrippen zijn op alfabetische volgorde geplaatst, hierdoor kan de volgorde van de begrippen gewijzigd zijn. De geactualiseerde verordening heeft een nieuwe aangevulde definitielijst. De lijst is aangevuld met interne werkbegeleiding, jobcoaching, overige voorzieningen, persoonlijke ondersteuning bij werk, praktijkroute, voorziening, werkgever en werknemer.

d.

korte afstand tot de arbeidsmarkt: ingedeeld op trede 5 en 6 van de participatieladder. Deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar.

verkrijgen op basis van loonwaarde vaststelling op de werkplek; i. voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; j. werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; k. werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; l. wet: Participatiewet.

Het opschrift van hoofdstuk 2 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 2. Beleid en financiën

Hoofdstuk 2. Beleid en evaluatie

Artikel 2 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2. Evenwichtige verdeling en financiering 1. Het college kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voor zover het college

Toelichting Artikel 2: De tekstomschrijving is door de uitvoeringsorganisatie, het

Artikel 2. Evenwichtige verdeling en financiering 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in de artikelen 6 tot en met 13 van deze verordening aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een te ontwikkelen loonwaarde. 2. Het college kan voorzieningen, bedoeld in artikel 5 van deze verordening aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg 4. Het college rapporteert twee jaarlijks aan de gemeenteraad de doeltreffendheid van het beleid. Deze rapportage bevat

2.

3.

4.

5.

6.

dat noodzakelijk acht een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aanbieden. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in hoofdstuk 4, aanbieden aan alle personen die behoren tot de doelgroep, zowel met een korte als met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in hoofdstuk 5, aanbieden aan personen met een arbeidsbeperking, die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de participatieraad Haaksbergen Het college verzamelt voor het verslag systematisch informatie over onder meer: a. de aard en omvang van het bijstandsbestand; b. de inzet van beschut werk; c. de inzet van loonkostensubsidies; d.

de inzet van jobcoaches; en uitstroom naar regulier werk zonder ondersteuning.

samenwerkingsverband sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo in het kader van uniformiteit en harmonisatie aangepast. De verordening benoemt specifiek de mogelijkheid tot evalueren in lid 5 en lid 6. Het voeren van de evaluatie krijgt hiermee een explicietere basis in de verordening.

het advies van de Participatieraad Haaksbergen

Artikel 3 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3 Algemene bepalingen over voorzieningen

Artikel 3 Algemene bepalingen over voorzieningen

1. Het college stelt nadere regels vast waarin geregeld wordt welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden; hierin wordt tevens opgenomen wanneer een voorziening door het college beëindigd kan worden. 2. Het college stelt nadere regels vast over het aanpassen en uitbreiden van het arbeidsmarktinstrumentarium. 3. Het college vraagt een nader te bepalen organisatie om advies over het oordeel of een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.

1. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

Toelichting De tekstomschrijving is in het kader van uniformiteit en harmonisatie aangepast. In artikel 3 lid 3 is opgenomen dat het college de goedkoopst adequate voorziening aanbiedt. Hiermee wordt bevorderd dat de voorziening optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon.

arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; d. de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon.

Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. Artikel 4 (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst Artikel 4. Werkervaringsplaats 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep, en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie.

3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

Nieuwe tekst Artikel 4. Werkervaringsplaats 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep; en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. De duur van de werkstage is maximaal drie maanden en kan éénmalig met maximaal drie maanden bij dezelfde werkgever worden verlengd 4. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 5. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

Lid 3 is toegevoegd. Beschrijving duur van de werkstage.

Artikel 5 (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5. Maatschappelijke activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten

Nieuwe tekst Artikel 5. Sociale activering 2. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van

Toelichting In artikel 5 is lid 3 toegevoegd;

aanbieden in het kader maatschappelijke activering;

2. Het college stemt de duur en omvang van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon.

sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 3. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 4. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

In dit lid is opgenomen dat het college geen activiteiten aanbiedt die verdringing op de arbeidsmarkt veroorzaakt.

Artikel 6 (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Het college plaatst een werknemer uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

Nieuwe tekst Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

Artikel 7 (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

Toelichting De tekstomschrijving is in het kader van uniformiteit en harmonisatie aangepast.

Bestaande tekst Artikel 7. Scholing

Nieuwe tekst Artikel 7. Scholing

1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep scholing aanbieden. 2. Scholing voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. de persoon moet de mogelijkheden en capaciteiten hebben om de scholing binnen de gestelde termijn met goed gevolg af te kunnen ronden, en b. de scholing vergroot de kansen op de arbeidsmarkt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder a, van de wet.

1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. de persoon moet de mogelijkheden en capaciteiten hebben om de scholing binnen de gestelde termijn met goed gevolg af te kunnen ronden, en b. de scholing vergroot de kansen op de arbeidsmarkt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet.

Toelichting Dit artikel is ongewijzigd gebleven

Artikel 9 (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college biedt ambtshalve of op verzoek de participatievoorziening beschut werk aan, aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat hij/zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden

Nieuwe tekst Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste

Toelichting De tekstomschrijving is in het kader van uniformiteit en harmonisatie aangepast. Uit de oude verordening zijn artikel 9 lid 1 t/m 4 gecomprimeerd. Die zijn opnieuw beschreven in de nieuwe verordening artikel 9 lid 1, 2 en 4. Toegevoegd is artikel 9 lid 3 geeft de ruimte aan het stellen van 3 extra plaatsen nieuw beschut. Deze plekken geven ruimte voor eventuele verhuizingen en/of het plaatsen van mensen op de wachtlijst.

mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, en deze persoon: a. behoort tot de doelgroep zoals omschreven in art. 7 lid 1 sub a van de wet, of; b. een uitkering ontvangt van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). 2. Het college bepaalt, rekening houdend met de door de rijksoverheid vastgestelde minimum taakstelling en de bepalingen in artikel 3 van deze verordening: a. de omvang van de participatievoorziening beschut werk, en b. of, en zo ja, hoeveel additionele plekken voor beschut werk het college beschikbaar stelt. In verband hiermee overlegt het college met het UWV, aan de gemeente gelieerde bedrijven en andere reguliere werkgevers. 3. Het college draagt zorg voor het beheer van de wachtlijst van de door het UWV geïndiceerde ingezetenen die geen beschutte dienstbetrekking hebben en beschikbaar zijn om een dergelijke dienstbetrekking te aanvaarden, en stelt hiervoor nadere regels vast. Het college regelt daarin ook de volgorde waarin de geïndiceerde personen voor plaatsing op een beschutte werkplek in aanmerking komen. 4. Onverminderd het bepaalde in het eerste en derde lid van dit artikel

lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. arbeidsmatige dagbesteding in de zin van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning; b. sociale activering als bedoeld in artikel 5; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 11; of e. schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening f. andere voorzieningen die bijdragen aan het participeren in de samenleving 3. In aanvulling op het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet, worden ten hoogste 3 additionele dienstbetrekkingen per jaar gerealiseerd. 4. In de additionele dienstbetrekkingen wordt voorzien in volgorde van vaststelling dat gegadigden uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Het college is bevoegd om in afwijking hiervan bij nadere regels voorrangsgroepen aan te wijzen.

krijgt een persoon van wie is vastgesteld dat: a. deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, en b. die nog niet in aanmerking is gekomen voor een beschutte werkplek omdat het aantal geraamde beschut werkplekken in één jaar al is gerealiseerd, voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. 5. Het college kan uit de personen uit de doelgroep een voorselectie maken en wint bij het UWV advies in voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Het college selecteert voor deze beoordeling uitsluitend personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 6. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken biedt het college de volgende ondersteunende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aan: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving;

b. uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 7. Voor zover nodig biedt het college de volgende voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling aan tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt: a. deelname aan vrijwilligerswerk; b. (arbeidsmatige) dagbesteding; c. scholing als bedoeld in artikel 7 van deze verordening; d. maatschappelijke participatie als bedoeld in artikel 5 van deze verordening; e. of andere voorzieningen die bijdragen aan het participeren in de samenleving.

Artikel 10 (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10. Ondersteuning bij leerwerktraject Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de

Nieuwe tekst Artikel 10. Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

Toelichting

Nieuw: verwijzing naar wetgeving m.b.t. het bieden van de aangeboden ondersteuning.

kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

Artikel 11 (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning

Nieuwe tekst Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning bij werk

Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding, als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten.

Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding, als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten.

Toelichting De titel van artikel 11 kent de toevoeging bij werk. De ondersteuning wordt geboden bij ondersteuning op de werkvloer.

Artikel 12 (artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. No-riskpolis 1. Een no-riskpolis biedt dekking tegen het risico van loondoorbetaling bij ziekte. Voor een werknemer met noriskdekking die ziek wordt, ontvangt de werkgever een Ziektewet uitkering van het UWV. Deze uitkering compenseert de loonkosten voor de

Nieuwe tekst Artikel 12. No-riskpolis (Vervallen) Artikel 12. Verwervingskosten Het college kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep een bijdrage verstrekken in aantoonbare en reële directe en voorwaardenscheppende kosten die gemaakt moeten worden in het kader van het re-integratietraject.

Toelichting Artikel 12 No Riskpolis komt te vervallen. Dit is bij wet geregeld en hoeft dus niet worden opgenomen in de verordening. Artikel 12 Verwervingskosten betreft een nieuw artikel om te bevorderen dat het verstrekken van een financiële bijdrage voor voorafgaande

werkgever bij ziekte van de werknemer.

of noodzakelijke kosten voor re-integratie geen belemmering vormt voor re-integratie.

2. De no-risk polis is structureel beschikbaar, ook voor de gemeentelijke doelgroep van de banenafspraak en de mensen met de voorziening beschut werk.

Artikel 13 (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 13. Loonkostensubsidie

Nieuwe tekst Artikel 13. Proefplaats

1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.

1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met totaal maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2. Het doel van een proefplaatsing is het voor een beperkte duur opdoen van werkervaring in een specifieke functie OF de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;

2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon behoort tot de doelgroep conform artikel 7, lid 1, sub a of de doelgroep zoals beschreven in artikel 10d, lid 2 van de wet; b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, dan wel daaraan gerelateerd met deeltijdarbeid het minimum uurloon te verdienen, en

Toelichting Artikel 13. Loonkostensubsidie is verplaatst en verder omschreven in artikel 14. De specifieke regels over het aanvraagproces staan beschreven in artikel 14. Artikel 13. Proefplaats is toegevoegd De mogelijkheid van het gebruik van loonkostensubsidie, voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning, aanvraagprocedure, inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werken overige voorzieningen, persoonlijke ondersteuning bij werk, Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk, jobcoaching, Jobcoaching in natura, Subsidie voor het organiseren van jobcoaching, interne werkbegeleiding, Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening, Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap, Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen, Specifieke voorwaarden

c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. 3. Het college kan bij de vaststelling of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort zich laten adviseren door een externe deskundige. Deze adviseur neemt daarbij de in het tweede lid van dit artikel neergelegde criteria in acht. 4. Het college verstrekt de subsidie alleen als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 5. Het college stelt de loonwaarde van een persoon vast aan de hand van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet en de daarop gebaseerde Regeling loonkostensubsidie Participatiewet. 6. Een deskundige adviseert het college op basis van een gevalideerde methode over de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. De deskundige neemt daarbij de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde voorschriften in acht. 7. Het college kan in overleg met de werkgever vaststellen dat de vaststelling van de loonwaarde

c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 6. Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A.

werkplekaanpassingen zijn explicieter omschreven in artikel 13. De toekenning en voorwaarden staat beschreven in artikel 13.

gedurende maximaal de eerste zes maanden van de dienstbetrekking achterwege kan blijven (artikel 10d, eerste lid, onder b van de wet en artikel 10d, vijfde lid van de wet) en in deze periode een forfaitaire loonkostensubsidie wordt verstrekt. 8. Het college stelt nadere regels over het verstrekken van loonkostensubsidie.

Artikel 14 (artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 14. Nadere regels Het college kan voor de uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

Nieuwe tekst Artikel 14. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute.

Toelichting Artikel 14. Nadere regels komt te vervallen Artikel 14. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie beschrijft de aanvraagprocedure Loonkostensubsidie. Bij wet is gewijzigd dat vastgelegd is de aanvraag- en beoordelingstermijnen juist en tijdig worden uitgevoerd.

3. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 4. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.

Na artikel 14 wordt een artikel en een hoofdstuk ingevoegd (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit), luidende: Bestaande tekst Artikel 15 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 december 2018. 2. Op het moment dat deze verordening in werking treedt, worden de op 8 juli 2015 vastgestelde Reintegratieverordening en de op 8 juli 2015 vastgestelde Verordening loonkostensubsidie ingetrokken.

Nieuwe tekst Artikel 15. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de

Artikel 15 (oud) Inwerkingtreding De inwerkingtreding en intrekking verordening is geregeld in artikel 27 en 28(nieuw). Artikel 15 t/m artikel 16 beschrijft specifiek de voorwaarden voor: - toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen - persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 17 stelt waar een beschikking voor persoonlijke ondersteuning bij werk en voorzieningen aan dient te voldoen conform de Algemene wet bestuursrecht en de Participatiewet. Artikel 18 Persoonlijke ondersteuning bij werk waarbij de duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning is geregeld. Artikel 19 legt conform wetgeving vaste termijnen op waarbinnen een aanvraag om persoonlijke ondersteuning moet zijn ingediend. Evenals het verstrekken van

investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.

ondersteuning en het belang van het leveren van maatwerk.

Artikel 16. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 3. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet.

Artikel 20 t/m 23 omschrijft de kwaliteitseisen van jobcoaching. De duur en intensiteit van een traject conform de Participatiewet. De mogelijkheid om te af te wijken in bijzondere situaties.

Artikel 17. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening;

Artikel 24 t/m 26 Beschrijft de specifieke voorwaarden die de participatiewet oplegt m.b.t. voorwaarden toekenning vervoersvoorziening, noodzakelijke intermediaire activiteit bij handicap en meeneembare voorzieningen. In artikel 28 is opgenomen dat de verordening in werking treedt met terugwerkende kracht tot 1 juli 2023. Vanaf 1 juli 2023 heeft een wetswijziging plaatsgevonden. Vanaf die datum werken wij conform het voorgestelde beleid.

e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. 2. Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft. Artikel 18. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van de gemeente 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject. Artikel 19. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1.

De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 20. Jobcoaching

1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 1. 2.Voor het bepalen van de duur en intensiteit van de in te zetten jobcoaching wordt uitgegaan van de begeleidingsregiems licht, midden of intensief (zoals omschreven in artikel 2.4 van de Beleidsregel Protocol Interne Jobcoach UWV 2019, Staatscourant 2019, nr. 51100). De nadere voorwaarden hiervoor en de hoogte van de vergoedingen wordt door het college uitgewerkt in nadere regels, waarbij gestreefd wordt naar regionale afstemming 3. Het college kan van de in het tweede lid bedoelde maximale uren afwijken voor zover van toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 4. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf in dienst heeft, biedt het college deze bij voorrang aan. Artikel 21. Jobcoaching in natura 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 14 tot en met 19 van overeenkomstige toepassing. Artikel 22. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2.

Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14 tot en met 19, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainingsof inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan;

b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. 4. Het college kan in beleidsregels uitwerken: a. aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen; . welke activiteiten een jobcoach moet kunnen uitvoeren; c. hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd moet zijn; of d. hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt. 5. Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: a. ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of b. integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs. Artikel 23. Interne werkbegeleiding 1.

Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.

Artikel 24. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 25. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. Artikel 26. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1.

Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is.

3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Artikel 27. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Re-integratieverordening 2018, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Reintegratieverordening 2018 voor de duur: a. van periode 12 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a. 2. Het plaatsen van maximaal 3 personen boven de taakstelling artikel 9 lid 3 participatievoorziening beschut werk. Deze taakstelling gaat in op het moment dat de verordening in werking is getreden. 3. Het college kan na afloop van de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 4. De Re-integratieverordening 2018 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het derde en vierde lid. 5. Aanvragen die ingediend zijn voor de inwerkingtreding van deze verordening - dus na 1 juli 2023 - worden behandeld conform de vordering die op dat moment van kracht is. Artikel 28.

Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 juli 2023. 2. Op het moment dat deze verordening in werking treedt, wordt de op 31 oktober 2018 vastgestelde onder

gelijktijdige intrekking van de Re-integratieverordening Haaksbergen 4.6c.ingetrokken. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Reintegratieverordening Participatiewet gemeente Haaksbergen 4.6d.

Toelichting Algemeen Op 1 juli 2023 wordt de Wet Uitvoeren Breed offensief, voor zover het de verordeningsplicht betreft, van kracht (Stb. 2022, 500). Daarmee wijzigt de Participatiewet. Het doel is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Gemeenten moeten hiervoor bij verordening zaken regelen. De Re-integratieverordening Haaksbergen 4.6c wordt gewijzigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14617989/1