Was-wordt-tabel beleidsregels jeugdhulp
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Beleidsregels jeugdhulp Haaksbergen (Kleine) tekstuele aanpassingen ter bevordering van de leesbaarheid of plaats wijzigingen door toevoeging van artikelen of leden zijn niet opgenomen in deze was-wordt-tabel. Door het gehele document is de term cliënt vervangen door jeugdige, Artikel
Was (Beleidsregels jeugdhulp Haaksbergen (4.55a))
1
Deze beleidsregels verstaan onder: (…) d. cliënt; jeugdige en of zijn ouders (…) f. OB1: (…) g. OB2: (…) h. OB3: (…) i. OB4: (…) (…) l. structureel vervoer: (…)
2
12
De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar en hieronder wordt verstaan: (…) e. kindertelefoon: stichting De Kindertelefoon biedt anoniem advies aan jeugdigen van 8 tot 18 jaar die in vertrouwen willen praten. 1. Daarbij heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om te bevorderen dat burgers en hun omgeving hun(…)
Wordt (Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen (4.55b)) Deze beleidsregels verstaan onder: (…) d. cliënt; jeugdige en of zijn ouders g. OB1 ondersteuningsbehoefte 1: (…) h. OB2 ondersteuningsbehoefte 2: (…) i. OB3 ondersteuningsbehoefte 3: (…) j. OB4 ondersteuningsbehoefte 4: (…) (…) l. structureel vervoer van en naar de jeugdhulplocatie: (…) De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar en hieronder wordt verstaan: (…) e. kindertelefoon: stichting De Kindertelefoon biedt anoniem advies aan jeugdigen van 8 tot 18 jaar die in vertrouwen willen praten.
Motivering
1. Daarbij heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om te bevorderen dat inwoners en hun omgeving hun(…)
Lid 1: in navolging op de verordening Wet maatschappelijke ondersteuning is de term burger aangepast naar inwoner.
De begrippen zijn op alfabetische volgorde gezet, waardoor de volgorde gewijzigd is. Lid d. de term cliënt is vervangen door jeugdige waardoor deze uitleg overbodig is geworden. De term OB is in de beleidsregels voluit geschreven, ten behoeve van de leesbaarheid. De wijziging van deze term zal verder niet in de was-wordt lijst worden opgenomen. De term structureel vervoer is aangepast naar vervoer van en naar de jeugdhulplocatie, ten behoeve van de leesbaarheid. De kindertelefoon is uit de lijst van overige voorzieningen gehaald, omdat de gemeente hier niet voor verantwoordelijk is en hier geen directe banden mee heeft. De kindertelefoon is een zelfstandige stichting.
2. Het college verstaat onder sociaal netwerk hetgeen daarover in de Jeugdwet is bepaald en legt dit als volgt uit: Dit zijn personen met wie de cliënt regelmatig contacten onderhoudt, zoals bijvoorbeeld familieleden, huisgenoten, mantelzorgers, buren en medeleden van een vereniging.
2. Het college verstaat onder sociaal netwerk hetgeen daarover in de Jeugdwet is bepaald en legt dit als volgt uit: Dit zijn personen met wie de cliënt regelmatig contacten onderhoudt, zoals bijvoorbeeld familieleden, huisgenoten, mantelzorgers, buren en medeleden van een vereniging groepsactiviteit, vrienden en kennissen, collega’s. 13 Artikel 13 Gebruikelijke hulp (artikel 6, 1. Uitgangspunt van deze (voorheen derde lid, van de verordening) beleidsregels is dat de persoon waar 13 en 14) 1. Uitgangspunt van deze van gebruikelijke hulp wordt verwacht beleidsregels is dat de persoon waar geen stoornissen of beperkingen van gebruikelijke hulp wordt verwacht heeft om gebruikelijke hulp te kunnen geen stoornissen of beperkingen bieden en gebruikelijke hulp niet leidt heeft om gebruikelijke hulp te kunnen tot (dreigende) overbelasting. Hieruit bieden en gebruikelijke hulp niet leidt volgt automatisch, dat telkens tot (dreigende) overbelasting. Hieruit getoetst moet worden of de hulp volgt automatisch, dat telkens gebruikelijk is voor de persoon. getoetst moet worden of de hulp Tijdens het onderzoek zal dit gebruikelijk is voor de persoon. vastgesteld moeten worden. Zonder Tijdens het onderzoek zal dit onderzoek kan niet wordt gesteld, dat vastgesteld moeten worden. Zonder er sprake is van gebruikelijk hulp. onderzoek kan niet wordt gesteld, dat 2.
Als de hulpvrager huisgenoten er sprake is van gebruikelijk hulp. heeft die huishoudelijk taken over 2. Als de hulpvrager huisgenoten kunnen nemen, worden zij heeft die huishoudelijk taken over verondersteld dit door een kunnen nemen, worden zij herverdeling van taken te doen. Dit verondersteld dit door een principe is gebaseerd op de herverdeling van taken te doen. Dit achterliggende gedachte dat een principe is gebaseerd op de leefeenheid gezamenlijk achterliggende gedachte dat een verantwoordelijk is voor het
Lid 2:Medeleden van een vereniging is aangepast naar groepsactiviteit, vrienden en kennissen en collega’s omdat dit beter omvat wie het college rekent tot het sociaal netwerk.
Van ouders wordt verwacht dat zij vanuit eigen kracht doen wat binnen hun mogelijkheden ligt, waarbij gebruikelijke zorg wordt gezien als een ondergrens. Er wordt niet vanzelfsprekend een individuele voorziening ingezet als ouders meer doen dan het gebruikelijke. Ook bovengebruikelijke hulp kan in beginsel van ouders worden verwacht, volgt uit jurisprudentie. Voor bovengebruikelijke zorg geldt dat er alleen een voorziening wordt getroffen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouder(s) ontoereikend zijn. Een dergelijke afweging kon niet goed worden gemaakt onder het oude artikel. Onder het nieuwe artikel kan beter worden gekeken naar de mogelijkheden van de ouders.
leefeenheid gezamenlijk verantwoordelijk is voor het huishoudelijk werk (ofwel: het draaiende houden van een huishouden) en dat ook alleenstaanden een huishouden voeren naast andere dagelijkse bezigheden (werk, vrije tijd, enz.). Dit betekent dat als diegene die gewend is het huishoudelijke werk te doen, hiertoe niet meer in staat is, andere leden van de leefeenheid verondersteld worden dit over te nemen. Dit principe heeft een verplichtend karakter en geldt voor alle huisgenoten. 3. Wanneer er gebruikelijke hulp van een gezond kind wordt verwacht, dan moet er onderzoek gedaan worden naar het vermogen van dit kind voor wat betreft het verrichten van huishoudelijk werk. Er moet rekening gehouden worden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, de ontwikkelingsfase van het specifieke kind en het feitelijke vermogen van dit kind om een bijdrage te leveren. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties. Het college hanteert de volgende richtlijnen ten aanzien
huishoudelijk werk (ofwel: het draaiende houden van een huishouden) en dat ook alleenstaanden een huishouden voeren naast andere dagelijkse bezigheden (werk, vrije tijd, enz.). Dit betekent dat als diegene die gewend is het huishoudelijke werk te doen, hiertoe niet meer in staat is, andere leden van de leefeenheid verondersteld worden dit over te nemen. Dit principe heeft een verplichtend karakter en geldt voor alle huisgenoten. 3. Wanneer er gebruikelijke hulp van een gezond kind wordt verwacht, dan moet er onderzoek gedaan worden naar het vermogen van dit kind voor wat betreft het verrichten van huishoudelijk werk. Er moet rekening gehouden worden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, de ontwikkelingsfase van het specifieke kind en het feitelijke vermogen van dit kind om een bijdrage te leveren. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties. Het college hanteert de volgende richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke hulp van kinderen bij
van gebruikelijke hulp van kinderen bij verschillende leeftijden in het verschillende leeftijden in het huishouden: huishouden: Kinderen van 0 tot 5 jaar Kinderen van 0 tot 5 jaar • leveren geen bijdrage aan het • leveren geen bijdrage aan het huishouden huishouden Kinderen van 5 tot 12 jaar (naar eigen Kinderen van 5 tot 12 jaar (naar eigen mogelijkheden) mogelijkheden) • helpen met opruimen; • helpen met opruimen; • helpen met tafel dekken en tafel • helpen met tafel dekken en tafel afruimen; afruimen; • helpen met afwassen en afdrogen; • helpen met afwassen en afdrogen; • helpen met in- en uitpakken van de • helpen met in- en uitpakken van de vaatwasser; vaatwasser; • kunnen een boodschap doen; • kunnen een boodschap doen; • kunnen hun eigen kleding in de • kunnen hun eigen kleding in de wasmand gooien. wasmand gooien. Kinderen van 12 tot 18 jaar Kinderen van 12 tot 18 jaar • kunnen dezelfde taken als kinderen • kunnen dezelfde taken als kinderen van 5 tot 12 jaar verrichten; van 5 tot 12 jaar verrichten; • kunnen hun eigen kamer opruimen; • kunnen hun eigen kamer opruimen; • kunnen hun eigen kamer stofzuigen; • kunnen hun eigen kamer stofzuigen; • kunnen hun eigen bed verschonen; • kunnen hun eigen bed verschonen; • kunnen een huisgenoot begeleiden • kunnen een huisgenoot begeleiden bij het maken van een wandelingetje. bij het maken van een wandelingetje. 4.
Van een gezonde volwassen 4. Van een gezonde volwassen huisgenoot van 18 tot 23 jaar wordt huisgenoot van 18 tot 23 jaar wordt verwacht dat deze de huishoudelijke verwacht dat deze de huishoudelijke taken overneemt als de primaire taken overneemt als de primaire verzorger uitvalt. Van een 18 tot 23 verzorger uitvalt. Van een 18 tot 23 jarige wordt verondersteld dat deze
jarige wordt verondersteld dat deze een eenpersoonshuishouden kan voeren. Hieronder vallen de zware huishoudelijke werkzaamheden (stofzuigen, schoonhouden sanitair, beddengoed verschonen), lichte huishoudelijke werkzaamheden (afstoffen, bedden opmaken, afwassen), maaltijden verzorgen, en wasverzorging. Uit het onderzoek zal moeten blijken of aanvullend op de gebruikelijke hulp van huisgenoten van 18 tot 23 jaar huishoudelijke ondersteuning geïndiceerd moet worden. 5. Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen huisgenoot overbelast is of dreigt te raken, wordt van hem of haar geen bijdrage verwacht. Eventuele (dreigende) overbelasting staat toepassing van deze beleidsregels niet in de weg, wanneer er voor de partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen huisgenoot eigen mogelijkheden zijn om de overbelasting op te heffen. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het
een eenpersoonshuishouden kan voeren. Hieronder vallen de zware huishoudelijke werkzaamheden (stofzuigen, schoonhouden sanitair, beddengoed verschonen), lichte huishoudelijke werkzaamheden (afstoffen, bedden opmaken, afwassen), maaltijden verzorgen, en wasverzorging. Uit het onderzoek zal moeten blijken of aanvullend op de gebruikelijke hulp van huisgenoten van 18 tot 23 jaar huishoudelijke ondersteuning geïndiceerd moet worden. 5. Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen huisgenoot overbelast is of dreigt te raken, wordt van hem of haar geen bijdrage verwacht. Eventuele (dreigende) overbelasting staat toepassing van deze beleidsregels niet in de weg, wanneer er voor de partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen huisgenoot eigen mogelijkheden zijn om de overbelasting op te heffen. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten.
verlenen van gebruikelijke hulp voor 6. De volgende factoren zijn geen op die maatschappelijke activiteiten. reden om van gebruikelijke hulp af te 6. De volgende factoren zijn geen zien: reden om van gebruikelijke hulp af te a. culturele diversiteit: Bij het zien: inventariseren van de eigen a. culturele diversiteit: Bij het mogelijkheden van gebruikelijke hulp inventariseren van de eigen wordt geen onderscheid gemaakt op mogelijkheden van gebruikelijke hulp basis van sekse, religie, cultuur, de wordt geen onderscheid gemaakt op wijze van inkomensverwerving of basis van sekse, religie, cultuur, de persoonlijke opvattingen over het wijze van inkomensverwerving of verrichten van gebruikelijke hulp. persoonlijke opvattingen over het b. niet gewend zijn om gebruikelijke verrichten van gebruikelijke hulp. hulp te verlenen: redenen als 'niet b. niet gewend zijn om gebruikelijke gewend zijn om' of 'geen hulp te verlenen: redenen als 'niet huishoudelijk werk willen en/of gewend zijn om' of 'geen huishoudelijk kunnen verrichten' zijn geen redenen werk willen en/of kunnen verrichten' om af te zien van gebruikelijke hulp; zijn geen redenen om af te zien van c. een hoge leeftijd: leeftijd is geen gebruikelijke hulp; criterium om geen gebruikelijke hulp c. een hoge leeftijd: leeftijd is geen te kunnen verlenen.
Wel zal tijdens criterium om geen gebruikelijke hulp het onderzoek bekeken worden in te kunnen verlenen. Wel zal tijdens hoeverre iemand in staat is om het onderzoek bekeken worden in gebruikelijke hulp te verlenen of hoeverre iemand in staat is om nieuwe taken aan te leren. gebruikelijke hulp te verlenen of 7. Deze in het zesde lid opgenomen nieuwe taken aan te leren. lijst is niet-limitatief. Voor zover er 7. Deze in het zesde lid opgenomen sprake is van uitzonderingen worden lijst is niet-limitatief. Voor zover er deze per factor toegelicht. sprake is van uitzonderingen worden 1. Gebruikelijke zorg is een deze per factor toegelicht. invulling van de uitgangspunten eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen in
Artikel 14 Gebruikelijke hulp aan kinderen (artikel 6, derde lid, van de verordening) 1. Het college verstaat onder gebruikelijke hulp aan kinderen dat ouders een zorgplicht hebben voor hun kinderen. De ouders zorgen voor de opvoeding van hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun mentale en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de hulp bij kortdurende ziekte. Gebruikelijke hulp voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon passend bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Wanneer één van de ouders uitvalt en niet de gebruikelijke hulp kan bieden, dan wordt in eerste instantie binnen de gezamenlijke huishouding naar een oplossing gezocht. Als er sprake is van een éénoudergezin als het gevolg
de zin van artikel 2.3 van de Jeugdwet. 2. Van ouders wordt verwacht dat zij vanuit eigen kracht doen wat binnen hun mogelijkheden ligt, waarbij gebruikelijke zorg wordt gezien als een ondergrens. Er wordt niet vanzelfsprekend een individuele voorziening ingezet als ouders meer doen dan het gebruikelijke. 3. Voor bovengebruikelijke zorg geldt dat er alleen een voorziening wordt getroffen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouder(s) ontoereikend zijn. 1. Het college verstaat onder gebruikelijke hulp aan kinderen dat ouders een zorgplicht hebben voor hun kinderen. De ouders zorgen voor de opvoeding van hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun mentale en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en
van een echtscheiding of het op een andere wijze verbreken van de relatie, verdwijnt de zorgplicht voor de kinderen door de ex-partner niet. Bij uitval van de verzorgende ouder wordt wel onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van opvang van de kinderen door de niet thuiswonende ouder, door te kijken naar de voor de rechtbank vastgelegde afspraken tussen de ex-echtgenoten/partners. Als de zorgplicht door de nietverzorgende ouder kennelijk niet wordt nagekomen, beschouwen we de situatie als een éénoudergezin. 2. Het college hanteert de volgende richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen bij verschillende leeftijden: (…)
verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de hulp bij kortdurende ziekte. Gebruikelijke hulp voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon passend bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Wanneer één van de ouders uitvalt en niet de gebruikelijke hulp kan bieden, dan wordt in eerste instantie binnen de gezamenlijke huishouding naar een oplossing gezocht. Als er sprake is van een éénoudergezin als het gevolg van een echtscheiding of het op een andere wijze verbreken van de relatie, verdwijnt de zorgplicht voor de kinderen door de ex-partner niet. Bij uitval van de verzorgende ouder wordt wel onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van opvang van de kinderen door de niet thuiswonende ouder, door te kijken naar de voor de rechtbank vastgelegde afspraken tussen de ex-echtgenoten/partners. Als de zorgplicht door de nietverzorgende ouder kennelijk niet wordt nagekomen, beschouwen we de situatie als een éénoudergezin. 4. Bij het beoordelen of er sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke zorg wordt met
inachtneming van het beoordelingskader gekeken naar vier criteria. Hierbij is de samenhang tussen de criteria en de omstandigheden van de jeugdige en de ouders belangrijk. Op basis van de vier criteria en de richtlijn hieronder wordt gemotiveerd bepaald in hoeverre hulp gebruikelijk is. De criteria zijn: • Leeftijd van de jeugdige. In principe hebben jonge kinderen met en zonder een beperking meer zorg nodig van hun ouders dan oudere kinderen. • De aard van de zorg. Alle kinderen hebben zorg nodig van hun ouders, alleen kan de aard van deze zorg verschillen. Bepaalde zorghandelingen die niet standaard bij alle kinderen voorkomen, kunnen daarom ook vallen onder de gebruikelijke zorg. • Frequentie en duur van de zorg. Naast de leeftijd van de jeugdige en de aard van de zorg wordt ook gekeken naar de frequentie van de zorg en of deze aansluit op het normale patroon van de dagelijkse zorg. Ook geldt hierbij dat de duur van de zorg wordt meegewogen. Kortdurende hulp (korter dan 3 maanden) is in principe
gebruikelijk en er wordt van ouders verwacht dat ze gedurende deze periode een extra inspanning leveren. De 3 maanden is in lijn met de oorspronkelijke AWBZ richtlijn. Het gaat hier om hulp die ouders kunnen bieden, zoals vervoer of dagelijkse verzorging. Voor bijvoorbeeld behandeling gelden de 3 maanden niet. • Duur van de zorghandeling. Ten slotte wordt gekeken naar de tijd die iemand bezig is met de zorghandeling. Er is sprake van bovengebruikelijke zorg als iemand veel meer tijd kwijt is aan een handeling dan gemiddeld. Het college hanteert de volgende richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen bij verschillende leeftijden: (…)