Was wordt lijst Algemene plaatselijke verordening v2
Tekst van het document
Wijzigingen conform VNG-Modelverordening Toevoeging aan APV 2026 Bijlage 2: Was-wordt-tabel wijziging Algemene plaatselijke verordening i.v.m. actualisering APV en lokale behoefte. Bestaande tekst Artikel 1:1 Definities Deze verordening verstaat onder: a) bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening; b) beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c) bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d) bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e) bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder 2, van de Wegenverkeerswet 1994; f) college: het college van burgemeester en wethouders; g) gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; h) handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i) motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; j) openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; k) openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van
de Wet openbare manifestaties;
Wijzigingen VNG-model en eigen toevoegingen Artikel 1:1 Definities Deze verordening verstaat onder: a) Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen als bedoeld in artikel 20a Wegenverkeerswet 1994, herkenbaar door de borden H1 en H2 Rvv 1990; b) Beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c) Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d) Bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e) Bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder 2, van de Wegenverkeerswet 1994; f) College: het college van burgemeester en wethouders; g) Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; h) Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i) Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; j) Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; k) Openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
l)parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m) rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; n) voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; o) weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Hiertoe behoren ook trottoirs, voetpaden, voetgangersgebieden, rijwielpaden en parkeerplaatsen/-terreinen. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt; of e.
de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
l) Parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m) Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; n) Voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; o) Weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Hiertoe behoren ook trottoirs, voetpaden, voetgangersgebieden, rijwielpaden en parkeerplaatsen/-terreinen. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en
Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en
basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.Het verbod is niet van toepassing op een klein evenement. 4. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning voor het vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, waarbij het ook zonder de bordjes “verboden voor honden” voor iedereen duidelijk is dat de hond daar niet mag zijn, niet aangelijnd en niet loslopend: b. binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 2 bij deze verordening, op de weg of een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 2 bij deze verordening, op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;
basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Het verbod is niet van toepassing op een klein evenement. 4. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning voor het vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 6. Als ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3:5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan. 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.
op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, waarbij het ook zonder de bordjes “verboden voor honden” voor iedereen duidelijk is dat de hond daar niet mag zijn, niet aangelijnd en niet loslopend: b. binnen de bebouwde kom, op de weg of een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; d. op de weg of een openbare plaats als die hond geen halsband om heeft of een ander identificatiemerk heeft waaruit blijkt wie de eigenaar of houder van de hond is.
d. op de weg of een openbare plaats als die hond geen halsband om heeft of een ander identificatiemerk heeft waaruit blijkt wie de eigenaar of houder van de hond is. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen losloopgebieden. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats of weg binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 2 bij deze verordening, begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden opgeruimd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenuitlaatplaatsen (HUP).
Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen losloopgebieden. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats of weg binnen de bebouwde kom begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden opgeruimd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenuitlaatplaatsen (HUP). Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. 2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: e. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht , in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie ; en f. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b.
collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; c. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; e. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; f. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. 2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: e. a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht , in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie ; en f. b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b.
Collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; c. Gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. Gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; e. Houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; f. Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
g. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 en 4:3 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Artikel 4:10 Definities Deze afdeling verstaat onder: - afzetten: het kappen van een houtopstand als onderhoudsmaatregel, zodat de boom op de stronk opnieuw kan uitlopen; - boom: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel levend als afgestorven; - dbh (diameter borsthoogte): doorsnede van de stam van een boom gemeten op 1,3 meter boven het maaiveld.
In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam; - dunnen: hetgeen daaronder in artikel art.1.1 Wet natuurbescherming daaronder wordt verstaan; - erf: hetgeen daaronder in artikel art.1, eerste lid, bijlage II, Besluit omgevingsrecht, daaronder wordt verstaan; - houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; - hakhout: één of meer bomen, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; - houtwal/singel: lijnvormig element van bomen, hakhout en/of struiken, voor de instandhouding waarvan periodiek onderhoud noodzakelijk is; - kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; - rooien: het verwijderen van een houtopstand inclusief het wortelgestel; - vellen: het kappen, rooien, verplanten, of het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand tot gevolg kan hebben. Voorbeelden daarvan zijn het snoeien van meer dan 20% van de kroon (kandelaberen) of het wortelgestel van een boom.
g. Inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 en 4:3 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; h. Onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Artikel 4:10 Definities Deze afdeling verstaat onder: - Afzetten: het kappen van een houtopstand als onderhoudsmaatregel, zodat de boom op de stronk opnieuw kan uitlopen; - Boom: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel levend als afgestorven; - Dbh (diameter borsthoogte): doorsnede van de stam van een boom gemeten op 1,3 meter boven het maaiveld.
In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam; - Dunnen: hetgeen daaronder in artikel art.1.1 Wet natuurbescherming daaronder wordt verstaan; - Erf: hetgeen daaronder in artikel art.1, eerste lid, bijlage II, Besluit omgevingsrecht, daaronder wordt verstaan; - Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; - Hakhout: één of meer bomen, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; - Houtwal/singel: lijnvormig element van bomen, hakhout en/of struiken, voor de instandhouding waarvan periodiek onderhoud noodzakelijk is; - Kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; - Rooien: het verwijderen van een houtopstand inclusief het wortelgestel; - Vellen: het kappen, rooien, verplanten, of het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand tot gevolg kan hebben. Voorbeelden daarvan zijn het snoeien van meer dan 20% van de kroon (kandelaberen) of het wortelgestel van een boom.
Artikel 4:11 Vellen houtopstanden 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen in de gevallen, zoals aangegeven in de tabellen die zijn opgenomen in het vierde lid van dit artikel. 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 3. Het is verboden zonder schriftelijke melding aan het college een houtopstand te vellen of te doen vellen in de gevallen, zoals aangegeven in de tabellen die zijn opgenomen in het vierde lid van dit artikel. 4. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 5. Tabellen van vergunningsplichtige en meldingsplichtige houtopstanden als bedoeld in het eerste en het derde lid van dit artikel. Tabel 1: Binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 1 bij deze verordening Omgevingsvergunning vereist Omgevingsvergunning vereist Het vellen van houtopstanden met een diameter op borsthoogte groter dan 50 cm, behalve de hieronder genoemde uitzonderingen.
Ja
Artikel 4:11 Vellen houtopstanden 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen in de gevallen, zoals aangegeven in de tabellen die zijn opgenomen in het vijfde lid van dit artikel. 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 3. Het is verboden zonder schriftelijke melding aan het college een houtopstand te vellen of te doen vellen in de gevallen, zoals aangegeven in de tabellen die zijn opgenomen in het vierde lid van dit artikel. 4. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 5. Tabellen van vergunningsplichtige en meldingsplichtige houtopstanden als bedoeld in het eerste en het derde lid van dit artikel. Tabel 1: Binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 1 bij deze verordening Omgevingsvergunning vereist Omgevingsvergunning vereist Het vellen van Ja houtopstanden met een omtrek van meer dan 100 centimeter op 1 meter hoogte, behalve de hieronder genoemde uitzonderingen.
Houtopstanden die zijn aangeplant vanuit een herplantplicht of landschappelijke inpassing, behalve de hieronder genoemde uitzonderingen.
Ja
Uitzonderingen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist. In enkele gevallen is er wel een melding vereist. Melding vereist Naaldbomen (bijv. fijnspar, den of conifeer).
Nee
Dode bomen.
Nee
Populieren en/of wilgen, die als wegbeplanting en eenrijige beplanting op of langs landbouwgronden zijn toegepast, tenzij deze zijn geknot.
Nee
Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden.
Nee
Kweekgoed.
Nee
Houtopstanden die Ja zijn aangeplant vanuit een herplantplicht of landschappelijke inpassing, behalve de hieronder genoemde uitzonderingen. Uitzonderingen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist. In enkele gevallen is er wel een melding vereist. Melding vereist Kweekgoed. Nee Het afzetten van: Ja a. berken-hakhout in de periode 1 november t/m 15 februari; b. ander hakhout in de periode in de periode 1 november t/m 15 maart. Het dunnen van een Ja houtopstand. Het knotten van een Nee houtopstand. Het vellen van een Ja houtopstand op grond van de Plantenziektewet of na een aanschrijving college.
Het afzetten van:
Ja
a. berken-hakhout in de periode 1 november t/m 15 februari; b. ander hakhout in de periode in de periode 1 november t/m 15 maart. Het dunnen van een houtopstand.
Ja
Het knotten van een houtopstand.
Nee
Het vellen van een houtopstand op grond van de Plantenziektewet of na een aanschrijving college.
Nee
Als er direct gevaar ontstaat voor de veiligheid en de burgemeester toestemming geeft tot direct vellen.
Nee
Houtopstanden die vallen onder de bescherming van
Nee
Als er direct gevaar ontstaat voor de veiligheid en de burgemeester toestemming geeft tot direct vellen. Houtopstanden die vallen onder de bescherming van hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming.
Nee
Nee
Tabel 2: Buiten de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 1 bij deze verordening Omgevingsvergunning vereist
Het vellen van alle houtopstanden, behalve de in de hieronder genoemde uitzonderingen. Houtopstanden die zijn aangeplant vanuit een herplantplicht of landschappelijke inpassing, behalve de hieronder genoemde uitzonderingen.
Omgevingsvergunning vereist Ja
Ja
hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming.
Uitzonderingen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist.
Tabel 2: Buiten de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 1 bij deze verordening
In enkele gevallen is er wel een melding vereist. Melding vereist Kweekgoed. Nee Het afzetten van: Ja
Omgevingsvergunning vereist Omgevingsvergunning vereist Het vellen van alle houtopstanden, behalve de in de hieronder genoemde uitzonderingen.
Ja
Houtopstanden die zijn aangeplant vanuit een herplantplicht of landschappelijke inpassing, behalve de hieronder genoemde uitzonderingen.
Ja
Uitzonderingen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist. In enkele gevallen is er wel een melding vereist. Melding vereist
a. berken-hakhout in de periode 1 november t/m 15 februari; b. ander hakhout in de periode in de periode 1 november t/m 15 maart. Het dunnen van een houtopstand. Het knotten van een houtopstand. Het vellen van een houtopstand op grond van de Plantenziektewet of na een aanschrijving college. Als er direct gevaar ontstaat voor de veiligheid en de burgemeester toestemming geeft tot direct vellen.
Ja Nee Ja
Nee
Naaldbomen (bijv. fijnspar, den of conifeer).
Nee
Dode bomen.
Nee
Populieren en/of wilgen, die als wegbeplanting en eenrijige beplanting op of langs landbouwgronden zijn toegepast, tenzij deze zijn geknot.
Nee
Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden.
Nee
Kweekgoed.
Nee
Het afzetten van:
Ja
a. berken-hakhout in de periode 1 november t/m 15 februari; b. ander hakhout in de periode in de periode 1 november t/m 15 maart. Het dunnen van een houtopstand.
Ja
Houtopstanden die vallen onder de bescherming van hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming.
Nee
Het knotten van een houtopstand.
Nee
Op erven en in tuinen:
Nee
a. bomen met een diameter op borsthoogte kleiner dan 50 cm tenzij sprake is van een beuk, eik, kastanje, linde, els, walnoot met een diameter op borsthoogte groter dan 10 cm ; b. naaldbomen (bijv. fijnspar, den of conifeer) Houtopstanden die gerangschikt zijn onder de Natuurschoonwet 1928
Ja
Houtopstanden gelegen binnen de begrenzing van Natura 2000gebieden
Ja
Het vellen van een houtopstand op grond van de Plantenziektewet of
Nee
na een aanschrijving college. Als er direct gevaar ontstaat voor de veiligheid en de burgemeester toestemming geeft tot direct vellen.
Nee
Houtopstanden die Nee vallen onder de bescherming van hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Artikel 4:11b Herplantplicht of herplantvergoeding 1. Het college kan een herplantplicht of herplantvergoeding opleggen als: a. aanvullend voorschrift bij het verlenen van een omgevingsvergunning; b. een vergunningplichtige houtopstand zonder omgevingsvergunning is geveld. 2. Het bevoegde gezag kan voorschriften stellen ten aanzien van a. het aantal, de soort, stamomtrek en locatie van herplant; b. de termijn waarbinnen de herplant moet zijn uitgevoerd en waarbinnen niet aangeslagen beplanting vanuit de herplantplicht moet zijn vervangen. 3. Het bevoegde gezag kan een verplichting opleggen tot het betalen van € 180,00 per gevelde boom indien herplant in ruimtelijke zin niet mogelijk is of als herplant de waarde van de gevelde houtopstand naar redelijkheid onvoldoende compenseert.
Artikel 4:11b Herplantplicht of herplantvergoeding 1. Het college kan een herplantplicht of herplantvergoeding opleggen als: a. aanvullend voorschrift bij het verlenen van een omgevingsvergunning; b. een vergunningplichtige houtopstand zonder omgevingsvergunning is geveld. 2. Het bevoegde gezag kan voorschriften stellen ten aanzien van a. het aantal, de soort, stamomtrek en locatie van herplant; b. de termijn waarbinnen de herplant moet zijn uitgevoerd en waarbinnen niet aangeslagen beplanting vanuit de herplantplicht moet zijn vervangen is binnen één jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand. 3. Het bevoegde gezag kan een verplichting opleggen tot het betalen van een bedrag per gevelde boom (vervangingswaarde), indien herplant in ruimtelijke zin niet mogelijk is of als herplant de waarde van de gevelde houtopstand naar redelijkheid onvoldoende compenseert.
Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is ook niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08:00 tot 18:00 uur. 5. Het college kan van ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Artikel 6:5 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is ook niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08:00 tot 18:00 uur. 5. Het college kan van ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Artikel 6:5 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
2. Op het moment dat deze Algemene plaatselijke verordening in werking treedt, wordt de op 4 januari 2023 vastgestelde Algemene plaatselijke verordening ingetrokken.
2. Op het moment dat deze Algemene plaatselijke verordening in werking treedt, wordt de op 11 februari 2025 vastgestelde Algemene plaatselijke verordening ingetrokken.