Was-wordt-lijst
Tekst van het document
WAS Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Haaksbergen (8.7a)
WORDT Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Haaksbergen 2025 (8.7a)
Toelichting
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1 Definitiebepalingen
Tekstueel en inhoudelijk is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG.
In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82 van de Gemeentewet. b. commissielid: lid van een commissie, dat niet tevens raadslid is.
In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. commissie: commissie ingesteld op grond van artikel 82, 83 en 84 van de Gemeentewet. c. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. d. raadslid: lid van de gemeenteraad.
Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden
Artikel 3 Reis- en verblijfkosten
De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raadsen commissieleden, is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 (inwonertal 24.001 – 40.000 inwoners) vastgestelde maximum.
1. De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in de artikelen 96, eerste lid, en 97 van de Gemeentewet is: a. voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde; b. voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. 2. De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Ten aanzien van de reiskosten geldt dat gebruik gemaakt kan worden van de door de gemeente beschikbaar gestelde NS-Business Card.
Reeds opgenomen in het landelijke rechtspositiebesluit. Dit hoeft niet meer lokaal vastgelegd te worden.
Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie
1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage verleend gelijk aan de toelage zoals bedoeld in art. 3.1.2 lid 1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Raad is verplicht om te bepalen wat de hoogte van de toelage is wanneer een raadslid toetreedt tot een formele onderzoekscommissie.
Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden
1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:
Tekstueel en inhoudelijk is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG. Verduidelijkt de wettelijke rechten en plichten van een raadslid inzake reis- en verblijfskosten, alsmede de vervoersmogelijkheden waar een lid van de gemeenteraad van Haaksbergen gebruik van kan maken.
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. 5. Voor reizen als bedoeld in dit artikel kan door raads- en commissieleden op verzoek gebruik gemaakt worden van de door de gemeente beschikbaar gestelde NSBusinesscard, (elektrische) dienstfietsen alsmede een
Artikel 4. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden
gemeentelijke (elektrische) dienstauto. Reservering geschiedt via de griffie en op basis van beschikbaarheid. 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
Behelst nieuwe rechten v/h raadslid.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet. Artikel 4 Scholing
1. Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de fractie.
Artikel 5. Nadere regels nietpartijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
2. De aanvraag, bedoeld in lid 1, gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. Als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap komen de kosten voor rekening van de fractie. Op verzoek wordt aan het fractiebudget een budget voor scholing toegevoegd.
3. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 4. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 500 per jaar per raads- of commissielid.
4. De kosten van deelname van een raadslid aan scholing, die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd, komen voor rekening van de gemeente. 1. Raadsleden wordt een tablet, in bruikleen ter beschikking gesteld; zij ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Zie toelichting keuze 1.3.4 in het raadsvoorstel.
2. De scholing dient functiegericht te zijn, wat betekent dat de scholing erop gericht is de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven, te versterken of actueel te houden.
3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 500,00 per jaar per persoon.
Artikel 5 Computer en internetverbinding
1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan nietpartijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
5. De burgemeester beslist, na advies van de griffier, op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden
2. Op commissieleden die zitting hebben in een raadscommissie ex. artikel 82 Gemeentewet is lid 1 van overeenkomstige toepassing.
1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
Het feit dát er informatie en communicatievoorzieningen ter beschikking gesteld worden aan raadsleden, is reeds opgenomen in het landelijke rechtspositiebesluit. Dit hoeft niet meer lokaal vastgelegd te worden.
2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 2 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid,
Artikel 7. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld
Andere nummering en actualisatie artikelverwijzingen.
onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 7 Reiskosten woonwerkverkeer
Artikel 8 Zakelijke reis- en verblijfkosten
in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de kosten woon-werkverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. 1. Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders binnen en buiten het grondgebied van de gemeente, overeenkomstig artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.
Bevoegdheid raad om rechtspositionele bepalingen gericht op de wethouders vast te stellen, is vervallen. Bevoegdheid raad om rechtspositionele bepalingen gericht op de wethouders vast te stellen, is vervallen.
2. De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Ten aanzien van de reiskosten geldt dat gebruik gemaakt kan worden van de door de gemeente beschikbaar gestelde NS-Business Card. Artikel 9 Computer en internetverbinding
Wethouders wordt een tablet, in bruikleen ter beschikking gesteld; zij ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Bevoegdheid raad om rechtspositionele bepalingen gericht op de wethouders vast te stellen, is vervallen.
Artikel 10 Communicatieapparatuur
Wethouders wordt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld; zij ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Bevoegdheid raad om rechtspositionele bepalingen gericht op de wethouders vast te stellen, is vervallen.
Artikel 11 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen genoemd in artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders.
Bevoegdheid raad om rechtspositionele bepalingen gericht op de wethouders vast te stellen, is vervallen.
2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 3 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 12 Betaling en declaratie van onkosten
1. De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreekse aan de gemeente toegezonden factuur, of b. betaling vooruit uit eigen middelen.
Artikel 8. Betaling vaste vergoedingen
Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
Tekstueel en inhoudelijk is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG.
Artikel 9. Betaling en declaratie van onkosten
1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:
Tekstueel en inhoudelijk is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG.
a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,
2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.
b. betaling vooruit uit eigen middelen of
3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door:
2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
a. raads- en commissieleden ingediend bij de griffier en deze parafeert voor akkoord; b. wethouders ingediend bij de gemeentesecretaris en deze parafeert voor akkoord.
3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.
4. De aanspraak op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten vervalt, indien een declaratie niet binnen drie maanden nadat de kosten gemaakt zijn, ingediend wordt bij de griffier onderscheidenlijk de gemeentesecretaris.
4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen drie maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
5. In voorkomende gevallen beslissen de fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen onderscheidenlijk het college op basis van meerderheid van stemmen.
Artikel 13 Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking op 29 maart 2018.
Artikel 10. Intrekking oude verordening
De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Haaksbergen (8.7a) d.d. 20-12-2017 wordt ingetrokken.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
Artikel 12. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Haaksbergen 2025 (8.7a)
2. Op het moment dat deze verordening in werking treedt, wordt de op 19 september 2007 vastgestelde Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007 ingetrokken, met dien verstande dat de op grond van artikel 9 van de op 19 september 2007 vastgestelde Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007 door een raadslid ondertekende bruikleenovereenkomst van kracht blijft indien dat raadslid direct aansluitend voor de raadsperiode 2018 - 2022 wederom tot raadslid is gekozen.