VRT Jaarrekening 2025
Tekst van het document
Europese overheidslichamen
11.448
0
Het Rijk
742.550
1.135.850
jaar
Vooruit ontvangen bedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen:
Overige Nederlandse overheidslichamen Overige
553.036
863.524
40.000
Totaal vlottende passiva
20.419.891
19.774.078
TOTAAL GENERAAL
82.220.517
81.347.058
39
5 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Bedragen x € 1.000,Programma
Begroting 2025 voor wijziging
Begroting 2025 na administratieve wijziging
Baten
Lasten
Saldo
Brandweer
7.183
48.520
-41.336
7.183
Crisisbeheersing
4.337
4.206
131
4.337
SIO Subtotaal
Baten
Lasten
Realisatie 2025
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
48.520
-41.336
8.762
48.171
-39.408
4.206
131
4.514
3.927
587
0
-2
2
0
-2
2
336
55
281
11.520
52.724
-41.204
11.520
52.724
-41.204
13.612
52.152
-38.540
57.974
57.974
57.974
57.974
Algemene dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdrage
57.974
57.974
Overhead
1.707
18.403
-16.696
1.707
18.403
-16.696
1.501
17.008
-15.506
Subtotaal
59.682
18.403
41.279
59.682
18.403
41.279
59.476
17.008
42.468
Totaal gerealiseerde saldo baten en lasten
71.202
71.127
75
71.202
71.127
75
73.088
69.160
3.928
75
-75
75
-75
402
970
-568
Heffing VPB Bedrag onvoorzien
Toevoegingen/ onttrekkingen aan reserves Bijdrage aan gemeenten Gerealiseerd resultaat
71.202
71.202
0
71.202
71.202
0
73.490
70.130
3.361
Openbare Orde en Veiligheid
1.376
1.376
0
1.376
1.376
0
3.164
3.354
-191
0
0
0
191
0
191
Toevoegingen/ onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
1.376
1.376
0
1.376
1.376
0
3.354
3.354
0
Totaal inclusief OOV
72.578
72.578
0
72.578
72.578
0
76.845
73.484
3.361
* Resultaat is exclusief interne verrekening BRW-TSC
40
6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling
plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. Algemene waarderingsgrondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals vastgelegd in de financiële verordening Veiligheidsregio Twente 2024. Enkele noties in dat kader: •
De rechtmatigheidsverantwoording ziet toe op rechtmatigheid van de totstandkoming de financiële rechtmatigheid van baten, lasten alsmede de balansmutaties in de jaarrekening.
•
de rechtmatigheidsverantwoording geeft een oordeel over de financiële rechtmatigheid op grond van een drietal rechtmatigheidscriteria die niet vallen onder de scope van de controle van de accountant, te weten: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het M&O-criterium (misbruik en oneigenlijk gebruik).
•
De verantwoordingsgrens voor cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording is gesteld op 3%.
•
De rapportagegrens waarboven fouten en onduidelijkheden in de par. bedrijfsvoering worden opgenomen en toegelicht bedraagt € 100.000.
•
Het normenkader voor het verslagjaar 2025 is door het algemeen bestuur vastgesteld op 11 december 2025.
•
De kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en bijbehorende toelichting vormen het vertrekpunt voor de uitvoering van de rechtmatigheidstoets.
41
Balans Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economische nut: Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of aanschafwaarde. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. De aanschafwaarde omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de aanschaf kunnen worden toegerekend (kosten van de architect bij nieuwbouw of de inbouwkosten van de inventaris bij vervoermiddelen). In de aanschafprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte
kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. Reserves worden niet in mindering gebracht op de boekwaarde van een investering. Deze mogen wel
worden gebruikt ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten. Bijdragen van derden moeten op de waarde van de investering in mindering worden gebracht indien er een directe relatie aanwezig is met het actief. Implementatiekosten van software kunnen alleen worden geactiveerd wanneer het een eigen actief betreft of indien er sprake is van gebruiksrechten voor onbepaalde duur. In andere gevallen worden implementatiekosten jaarlijks in de exploitatie begroot en verantwoord. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt vanaf het moment van ingebruikneming jaarlijks afgeschreven volgens de lineaire afschrijvingsmethode dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Bij materieel wordt rekening gehouden met een restwaarde van 5%. Op grond en op activa in uitvoering wordt niet afgeschreven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: •
Gronden en terreinen
n.v.t.
•
Woonruimten
0 – 40
•
Bedrijfsgebouwen
0 – 40
•
Vervoermiddelen
5 – 20
•
Machines, apparaten en installaties
5 – 20
•
Overige materiële vaste activa
diverse
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut Niet van toepassing.
42
Vlottende activa Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid kan een voorziening in mindering worden gebracht. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste passiva Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves worden gevormd door instemmen van het algemeen bestuur. Dit gebeurt aan de hand van een format waarin wordt aangegeven wat de bestemming is, hoe deze wordt gevormd/gevoed, het wel of niet toevoegen van rente, de looptijd van de reserve en de maximale hoogte van de reserve. Indien het format is vastgesteld kunnen toevoegingen en onttrekkingen plaatsvinden binnen de gestelde normen zonder aanvullend besluit van het algemeen bestuur. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
43
7 Toelichting op de balans per 31-12-2025 1. Activa Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde
31-12-2025
Boekwaarde
31-12-2024
Overige investeringen met een economisch nut
74.055.071
78.203.268
Totaal materiële vaste activa
74.055.071
78.203.268
De overige investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld:
Gronden en terreinen
Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2025
31-12-2024
5.702.316
5.702.316
Bedrijfsgebouwen
28.599.848
29.858.769
Vervoermiddelen
23.707.503
26.017.181
Machines, apparaten en installaties
3.735.275
3.950.868
Overige materiele vaste activa Activa in uitvoering
Totaal investeringen economisch nut
11.498.108
12.557.351
812.020
116.782
74.055.071
78.203.268
44
Het onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer. De kolom ‘bijdrage van derden’ is achterwege gelaten, omdat dit niet van toepassing was in 2025.
Boekwaarde
Investering
31-12-2024 Gronden en terreinen
Desinvestering Afschrijving
Afwaardering
Boekwaarde
Correctie
31-12-2025
5.702.316
-
-
-
-
-
5.702.316
-
-
-
-
-
-
-
29.858.769
247.793
-
1.557.274
-
50.560
28.599.848
-
-
-
-
-
-
-
Vervoermiddelen
26.017.181
662.191
361.441
2.622.528
-
12.100
23.707.503
Machines, apparaten en installaties
3.950.868
148.109
-
363.702
-
-
3.735.275
Overige materiële vaste activa
12.557.351
1.498.073
21.485
2.580.953
-
54.122
11.498.108
116.782
812.020
-
-
-
-116.782
812.020
78.203.268
3.359.187
382.926
7.124.457
-
-
74.055.071
Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond,- weg- en waterbouwk. Werken
Activa in uitvoering Totaal
45
Toevoeging kolom correctie In het vorige overzicht is er gekozen om de kolom correctie toe te voegen. Op deze manier is inzichtelijk gemaakt welke activa in uitvoering in 2025 in gebruik zijn genomen. De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen staan in het onderstaande overzicht vermeld: Vlottende activa 2. Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2025
31-12-2024
234.165
381.485
Debiteuren
385.904
204.759
Overige vorderingen
191.285
141.404
Totaal uitzettingen korter dan één jaar
6.429.006
1.097.201
Tankwagens
680.772
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijksschatkist
5.571.900
351.985
Overige vorderingen
Kortlopende vorderingen
Dienstvoertuigen IT Omgeving Inrichtingen Gebouwen
45.752
17.568
394.491 187.342 150.889 1.413.494
Uitzettingen in ’s Rijksschatkist Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden de verplichting hebben om hun middelen aan te houden bij het ministerie van financiën. Voor de middelen beneden het drempelbedrag (2% van het begrotingstotaal) geldt deze verplichting niet.
46
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2025 (1) Drempelbedrag 1.453,02 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis (2) buiten 's Rijks schatkist 0 1 0 0 aangehouden middelen Ruimte onder het (3a) = (1) > (2) 1.453 1.452 1.453 1.453 drempelbedrag Overschrijding van het (3b) = (2) > (1) drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 72.651 Het deel van het (4b) begrotingstotaal dat kleiner of 72.651 gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het (4c) begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag 1453,02 minimum van €250.000 (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden (5a) 20 80 45 21 middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 Kwartaalcijfer op dagbasis (2) - (5a) / (5b) buiten 's Rijks schatkist 0 1 0 0 aangehouden middelen
3. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2025
31-12-2024
Kasgelden
18
978
Rekening-courant tegoeden banken
-
-
Totaal liquide middelen
18
978
4. Overlopende activa De post overlopende activa zijn als volgt te onderscheiden:
Overige vooruitbetaalde bedragen
Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2025
31-12-2024
1.577.210
1.065.625
Nog te ontvangen bedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen: Europese overheidslichamen Het Rijk
58.853
17.798
Overige Nederlandse overheidslichamen
90.982
939.156
1.736.422
2.045.612
Overige nog te ontvangen bedragen Totaal overlopende activa
9.377
23.033
47
Boekwaarde
Vermindering
Vermeerdering
31-12-2024 Overige vooruitbetaalde bedragen
Boekwaarde
Herallocatie
31-12-2025
1.065.625
998.510
1.510.095
1.577.210
0
Internationaal
25.431
25.431
4.827
4.827
Licenties/abonnementen
373.117
369.133
677.126
681.110
Opleiding
413.064
349.933
557.152
620.283
Verzekeringen
173.503
173.503
132.866
132.866
Overige vooruitbetaalde bedragen
80.510
80.510
138.125
138.125
Nog te ontvangen bedragen van
979.987
937.692
116.918
159.212
0
17.798
17.798
58.853
58.853
0
Belastingdienst
2.711
2.711
Subsidie
38.573
38.573
Europese en Nederlandse overheidslichamen Het Rijk
UWV Uitkeringen
17.798
17.798
17.570
17.570
Overige Nederlandse overheidslichamen
939.156
896.861
48.687
90.982
Compensatie energietoeslag 2023 &
291.760
291.760
0
0
Internationaal
31.113
31.113
Oekraïne
89.711
47.417
0
42.295
RTR
128.824
128.824
0
0
Subsidies
284.347
284.347
43.968
43.968
Overig
113.401
113.401
4.719
4.719
Overige nog te ontvangen bedragen
23.033
23.033
9.377
9.377
Schade uitkering
18.654
18.654
0
0
Overig
4.378
4.378
9.377
9.377
Totaal
2.045.612
1.936.202
1.627.013
1.736.422
0
2024 0
0
0
48
Vaste passiva 5. Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2025
31-12-2024
-30.914
-1.982.816
Resultaat na bestemming
3.360.502
2.763.257
Totaal eigen vermogen
5.904.216
3.389.243
Algemene Reserve
Bestemmingsreserves:
2.574.628
2.608.802
overige bestemmingsreserves
De algemene reserve is als volgt opgebouwd: Reserve FLO Enschede Gemeente Enschede en Veiligheidsregio Twente hebben op 16 oktober 2013 sluitende afspraken gemaakt over de afwikkeling van het FLO-dossier brandweer Enschede. Deze additionele set afspraken is vastgelegd in een juridisch bindende overeenkomst. Onderdeel van de afspraak is dat Veiligheidsregio
Twente een vordering van gemeente Enschede ad. € 1.980.000 accepteert die bestaat uit in het verleden gemaakte FLO-kosten. Om deze last niet af te wentelen op de overige gemeenten is in het AB overleg van 30 juni 2014 besloten om hiervoor een bestemmingsreserve in te stellen. Per ultimo 2025 is de stand van de reserve als uitvloeisel van deze FLO afspraak en navolgende afspraken bijgesteld tot € -91.127,-. Reserve FLO Almelo & FLO Hengelo Per 1 januari 2006 is het FLO bij de brandweer herzien en wordt de 2 e loopbaan ingevoerd. Voor
medewerkers die onder de FLO-regeling vielen is FLO-overgangsrecht afgesproken. De gemeenten hebben afzonderlijk structureel budget ingebracht. Resultaten op deze begrotingspost worden afzonderlijk met betrokken gemeenten verrekend d.m.v. een egalisatiereserve per gemeente. Door de reparatie van het FLO-overgangsrecht (en het daaruit volgende versneld volstorten van de levensloop) zijn de resultaten zodanig nadelig dat de egalisatiereserve in het negatief is geschoten.
Negatieve bestemmingsreserves zijn niet toegestaan. Om die reden zijn deze tijdelijke tekorten in de financiering van het overgangsrecht als negatieve component in de algemene reserve op de balans verantwoord. FLO algemeen Op 30 juni 2014 is in het AB het besluit genomen om egalisatiesreserves te vormen voor een viertal gemeenten. Het resultaat op FLO wordt elke jaar cf. het besluit toegevoegd / onttrokken aan de ingestelde egalisatiereserves.
49
6. Voorzieningen Boekwaarde
Boekwaarde
-
126.793
Verlof
178.984
215.294
Verlofspaarregeling
217.426
141.649
Totaal voorzieningen
396.410
483.736
31-12-2025
Afvloeiing werknemers
31-12-2024
Resterende looptijd is onduidelijk vanwege het verloop van verlofuren. De reguliere voorziening kent een afbouwend karakter vanwege de handhaving op verlofstuwmeren. De verlofspaarregeling vermeerderd naar verwachting in de komende jaren en kan wisselend worden ingezet. Boekwaarde 31-12-2024
Vermindering Vermeerdering
Boekwaarde 31-12-2025
Verlof
215.294
46.730
10.419
178.984
Brandweer
210.549
44.183
-
166.365
2.547
2.547
-
-
-
-
246
246
2.199
-
865
3.064
Kenniscentrum mensenhandel
-
-
2.059
2.059
SIO
-
-
3.545
3.545
Zorg en veiligheidshuis
-
-
3.704
3.704
Verlofspaarregeling
141.649
-
75.777
217.426
Brandweer
141.649
-
38.778
180.427
SIO
-
-
36.999
36.999
Totaal
356.943
46.730
86.197
396.410
Multidisciplinaire onderwerpen Crisisbeheersing GHOR
7. Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2025
31-12-2024
50.000.000
52.200.000
55.500.000
57.700.000
Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Langlopende geldleningen o/g van Overheid Totaal vaste schulden van één jaar of langer
5.500.000
5.500.000
50
De leningenportefeuille ziet er als volgt uit: Lening
3.500.000
Looptijd
5 jaar
Aangetrokken bij NWB
Einddatum
07-04-2026
Rentepercentage 1,075%
-0.36%
2.500.000
10 jaar
Gemeente Huizen
24-05-2027
5.000.000
15 jaar
BNG
03-03-2028
3,30%
3.000.000
8 jaar
BNG
01-04-2030
1,319%
3.500.000
10 jaar
NWB
3.000.000
10 jaar
Gemeente Huizen
13-04-2032
1,35%
5.000.000
20 jaar
NWB
04-03-2033
3,65%
5.000.000
10 jaar 25 jaar
NWB
BNG
08-08-2033
3,329%
10.000.000
30 jaar
NWB
04-03-2043
3,91%
10.000.000
50 jaar
BNG
08-08-2073
2,992%
5.000.000
07-04-2031
0,07%
04-03-2038
3,80%
55.500.000
De rentelasten van de bovenstaande leningenportefeuille bedraagt in 2025 € 1.513.834 8. Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden:
Kasgeldleningen
Overige kortlopende leningen
Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2025
31-12-2024
10.000.000
8.000.000
1.656.736
3.135.276
7.239.517
6.087.283
176.601
20.204
3
531.942
19.072.857
17.774.705
Overige schulden Crediteuren Diverse overige schulden Nog te betalen
Kortlopende verplichtingen Kruisposten Totaal netto vlottende schulden Nog te betalen
Boekwaarde per 31-12-2025 bestaat voornamelijk uit de volgende bedragen: •
Af te dragen UWV premies / loonbelasting
•
Te verrekenen BTW belastingdienst
•
Overige nog te betalen bedragen
51
Rekening-courant verhouding Deze post heeft betrekking op de rekening-courant verhouding tussen VRT en de stichting Meldkamer Twente. De rekening-courant verhouding is ingesteld om het betalingsverkeer voor de stichting als
verbonden partij van de VRT te regelen. In 2023 zijn de meldkamers in Oost Nederland (Overijssel en Gelderland) samengevoegd. In het licht van de opheffing van de stichting Meldkamer Twente zijn de resterende meldkameractiva verrekend met het rekening courant saldo van de MKT. Dit besluit is in eerder stadium genomen door het stichtingsbestuur en kan nu de meldkamer is samengevoegd
worden geëffectueerd. Het overtollige vermogen van de stichting Meldkamer Twente (= saldo rekening courant) wordt bij liquidatie van de stichting in Q1 van 2025 gerestitueerd aan de betrokken partijen. 9. Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2025
31-12-2024
Europese overheidslichamen
11.448
0
Het Rijk
742.550
1.135.850
Overige Nederlandse overheidslichamen
553.036
863.523
Overige
40.000
Vooruit ontvangen bedragen
Totaal vooruit ontvangen bedragen:
1.347.034
1.999.373
52
Boekwaarde 31-12-2024
Vermindering Vermeerdering
Boekwaarde 31-12-2025
Europese overheidslichamen
-
-
11.448
11.448
DNL contact GmbH
-
-
11.448
11.448
1.135.850
431.383
38.083
742.550
Meldkamer
71.359
71.359
-
-
Oekraïne
361.631
357.431
-
4.200
2.593
2.593
-
-
Het Rijk
Zorg Veiligheid & Straf Restauratiefonds Hengelo
10.392
10.392
-
511.453
-
27.691
216.505
863.523
765.524
455.036
553.036
KPL gebouwen
80.704
28.327
-
52.377
Risk Factory
71.667
71.667
55.000
55.000
Restauratiefonds Hengelo
5.196
5.196
-
-
165.509
211.436
Service en Beheer
511.453
Onbegrepen gedrag
188.814
Overige Nederlandse overheidslichamen
Kenniscentrum Mensenhandel
156.537
202.464
Twente Safety Campus
900
-
-
900
Overige
-
-
39.650
39.650
539.547
503.797
157.922
193.672
Overig
-
-
40.000
40.000
Risk Factory
-
-
40.000
40.000
504.567
1.347.034
Bijdrage & Subsidies
Totaal
1.999.373
1.196.907
Herallocatie 0 0
0
0 0
NUBBV Langlopende financiële verplichtingen In het kader van de overdracht van de brandweer zijn de contracten geïnventariseerd en voor zover mogelijk gekwantificeerd. Per ultimo 2025 beschikt de Veiligheidsregio Twente over ca. 87 lopende contracten die voornamelijk betrekking hebben op de volgende organisatieonderdelen: •
Gebouwenbeheer;
•
Beheer & Techniek;
•
Informatievoorziening;
•
Algemeen beheer.
De resterende verplichting van de lopende contracten is in totaal berekend op € 12.824.046*. * Op basis van verwachte jaarlast 2026-2029.
53
7.1 Toelichting op de mutaties van de reserves In deze paragraaf worden de mutaties van de reserves toegelicht. De aard, reden en het oordeel per 31-12-2025 van de onderstaande reserves zijn te vinden in bijlage 2. Naam reserve Algemene reserve
Saldo
Resultaatbestemming
31-12-2024
2024
Algemene reserve
-1.113.809
Reserve FLO Almelo
-181.060
Reserve FLO Enschede Reserve FLO Hengelo Reserve FLO Borne
Totaal algemene reserve Bestemmingsreserves
Bedrijfsvoering Troned/ TSC FLO Hengelo FLO Borne
-687.947
IVZ
-91.127
194.647 194.647
144.778 12.875
-172.050 -194.647 - 30.914 925.531 0 0
479.967
155.102
324.865
51.708
22.728
0
0
12.954
Langdurige crisis
525.000
Totaal reserves
426.910
217.251
128.000
Totaal bestemmingsreserves
Saldo
31-12-2025
49.750
Implementatie WOO
Duurzaamheidsfonds
605.830
12.875
ZVHT
2025
0
289.012
144.778
Onttrekkingen
596.820
0 1.540.719
636.518
267.001
Zorgfraude
2025
9.010
0 -1.982.816
Innovatie
Veiligheidsstrategie
1.540.719
Toevoegingen
12.954
350.000
0 0
28.981
128.000 350.000
75.000
600.000
2.608.802
0
364.012
398.187
2.574.628
625.986
1.540.719
969.842
592.834
2.543.713
54
7.2 Toelichting op de mutaties van de voorzieningen In 2022 heeft de VRT twee voorzieningen getroffen. Eén voor verlofstuwmeren en één voor de verlofspaarregeling. Verlof Het verlofsaldo van de Veiligheidsregio is opgebouwd uit wettelijk en bovenwettelijk verlof. Het wettelijk verlof kent een verjaringstermijn van 12 maanden na einde kalenderjaar, het bovenwettelijke van 60
maanden na einde kalenderjaar volgens de AVT. Bij de overgang van RAET naar AFAS (01-01-2022) is al het resterende verlof van de periode 2021 en daarvoor overgegaan met als oormerk ‘resterend verlof 2021’. De verwachting is dat dit verlof echter deels betrekking heeft op de jaren voor 2021. Op basis van de overgang van RAET naar AFAS is niet meer te achterhalen hoe de ontwikkeling van het verlof is geweest. Het verlof van repressieve collega’s wordt bijgehouden in het roosterprogramma (brandweerrooster). AFAS wordt op een later moment afgeboekt ten gevolge van de boekingen in het roosterprogramma. Dit om reden van het feit dat het verlofsaldo van repressieve collega’s zich verhoudt tot het ‘tijd-voor-tijd saldo’. Op basis van bovenstaande gebrekkige historie is de VRT in relatie tot een eventueel te vormen voorziening voor verlofstuwmeren voornemens de volgende maatstaaf aan te houden. Voor het wettelijke verlof wordt uitgegaan van een gemiddelde ‘doorloop’ van verlof over het jaar van 72 uur. Dit is 50% van de toegekende 144 uur (bij fulltime aanstelling). Binnen de VRT ligt het bezettingspercentage boven de 0,9fte. Om reden daarvan wordt in de beredenering gerekend met full time aanstellingen (144 uur). De toekenning van
bovenwettelijk verlof is gerelateerd aan leeftijd. Voor een ‘jonge’ medewerker komt dit verlof neer op 7,2 uur, voor een ‘oudere’ collega kan dit oplopen tot 43,2 uur. Ook voor het bovenwettelijke deel wordt een gemiddelde toegepast om te kunnen bepalen wat het meer dan trendmatige deel is. Dit gemiddelde is als volgt berekend (verlof tussen de 7,2 en 43,2 uur, gemiddeld 25 uur, vermenigvuldigd met 5 jaar -> 125 uur als genormaliseerd saldo). Wanneer op individueel niveau de omvang van het verlof beoordeeld wordt per ultimo
31-12-2025 kan gesteld worden dan 4.861 uur meer dan trendmatig is. Voor de bezoldigingsgrondslag wordt uitgegaan van het uurtarief geldend voor de betreffende medewerker. De totale omvang van de voorziening komt hiermee op € 178.984. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde beleid waarbij strakker wordt gestuurd op verlof waarbij het saldo afneemt. Verlofspaarregeling De verlofspaarregeling biedt medewerkers de mogelijkheid om niet besteed verlof te sparen voor een
‘langere’ periode van afwezigheid of vervroegde uitdiensttreding. In 2022 is voor het eerste jaar gedoteerd aan deze verlofspaarpot. De omvang is nog beperkt echter is de verwachting dat deze omvang in de komende jaren verder gaat toenemen. Per ultimo 31-12-2025 zit er 5.294 uur in de verlofspaarpot. De omvang hiervan is in het afgelopen jaar dus toegenomen. Uitgaande van dezelfde uurtarieven komt de totale voorziening voor verlofsparen uit op € 217.426.
55
7.3 Analyse op afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken In deze paragraaf wordt per programma een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en realisatie weergeven. Hierbij worden in lijn met artikel 7 van de financiële verordening afwijkingen van 100.000 euro nader toegelicht. De analyse is daarmee geen sluitende verklaring van het programmasaldo maar een opsomming van de belangrijkste mee- en tegenvallers die medebepalend zijn geweest voor het programmasaldo. Programma Crisisbeheersing Crisisbeheersing
Begroting na wijziging
Lasten programma Crisisbeheersing
Realisatie
4.206
3.927
Belangrijkste verklaringen voor het verschil tussen raming en realisatie (afwijkingen >100K) Toelichting
Lasten
( x € 1.000,-) Salarissen zijn hoger uitgevallen mede door; •
172
Het gedurende 2025 invullen van vacatures vanuit de versterkingsgelden, hierdoor zijn functies niet het gehele jaar bezet geweest
•
Het werkelijke periodiek gewogen gemiddelde loopt verder weg van de begrotingsnorm (max-1).
•
Het effect van de CAO verhoging is pas gedurende het jaar geeffectueerd, waardoor deze geen betrekking heeft op het hele jaar.
Crisisbeheersing
Begroting na wijziging
Baten programma Crisisbeheersing
Realisatie
4.336
4.514
Belangrijkste verklaringen voor het verschil tussen raming en realisatie (afwijkingen >100K) Toelichting
( x € 1.000,-) Er zit een voordeel op het onderdeel noodsteunpunten. Dit is te verklaren door
Baten 180
een rijksbijdrage die hiervoor eind 2025 is ontvangen. Dit bedrag wordt betrokken in de resultaatbestemming over 2025, met als voorstel dit te reserveren voor de pilot in 2026.
56
Programma Brandweer Brandweer Lasten programma Brandweer
Begroting
na wijziging 48.520
Realisatie 48.171
Belangrijkste verklaringen voor het verschil tussen raming en realisatie (afwijkingen >100K) Toelichting
Lasten
(x € 1.000,-) Brandweer Salarissen zijn hoger uitgevallen mede door; •
Formatie/ bezetting: door regulier verloop en interne doorstroming zijn enkele vacatures
365
enige tijd onbezet geweest. •
Het werkelijke periodiek gewogen gemiddelde loopt verder weg van de begrotingsnorm (max-1).
•
Het uitloopeffect (via het overgangsprotocol gegarandeerd voor het zittende personeel) is slechts ten dele in de geraamd loonsom betrokken.
•
Het effect van de CAO verhoging is pas gedurende het jaar geeffectueerd, waardoor deze geen betrekking heeft op het hele jaar.
De prijsindex in de begroting van 2024 wordt pas geeffectueerd bij her-aanbesteding van
220
materieel aangezien een groot deel van het materieel is vervanging voor 2024. Daarnaast stond er nog een resttaakstelling in de begroting op materieel, deze wordt grotendeels opgelost door de ophoging van de restwaarde van dienstvoertuigen, waarmee deze in de
begroting van 2026 deels is opgelost. In de begroting van 2025 is dit nog onderdeel van deze opstelling Meer onderhoudskosten dan begroot. Binnen de onderhoudskosten zijn enerzijds ook kosten
-420
verantwoordelijk die deels dienen voor het opbouwen van voertuigen (bijv wrapfolie), daarnaast is het onderhoudsbudget momenteel ontoereikend voor de werkelijke kosten. Ook op werkplaatskosten is er een tekort.
Inventaris: Minder afschrijvingen dan begroot en minder onderhoudskosten dan begroot.
292
Vanwege de indexruimte wordt ook hier een deel van de begroting niet aangewend daarnaast beschikt de VRT over relatief nieuwe spullen (redgereedschap) waardoor onderhoudskosten aanzienlijk lager zijn dan begroot. Dit kent echter wel een nivelleringseffect met toewijzing van
facturen in het grootboekschema tussen voertuigen en inventaris. (Voordeel inventaris is deels nadeel onderhoud voertuigen). PBM: Minder onderhoudskosten ademlucht dan begroot vanwege recente aanbesteding
201
alsmede minder afschrijvingen dan begroot vanwege de indexruimte en een aantal uitgestelde investeringen.
In 2025 heeft de VRT besloten een pilot te starten met onbemande inzet. Dit vanwege
-160
toenemende gevaren in maatgevende scenario’s voor eigen personeel. Deze pilot heeft geleid tot de aanschaf van een blusrobot waarmee de komende 2,5 jaar wordt getest. Deze was niet opgenomen in de begroting.
57
Brandweer
Begroting na
Realisatie
wijziging Baten programma Brandweer
7.183
8.762
Belangrijkste verklaringen voor het verschil tussen raming en realisatie (afwijkingen >100K) Toelichting
Baten
(x € 1.000,-) Brandweer Hogere baten vanwege uitgeleend personeel.
193
Vanwege de liquidatie van het aandeel van de VRT in de meldkamer Twente hebben we een
211
eenmalig voordeel die niet in de begroting was opgenomen. Daarnaast is ook het sociaal plan vrijgevallen. Vanwege de verkoop van een deel van de oude vloot is een fors voordeel ontstaan in de begroting.
757
Dit voordeel zal in de komende jaren mede door ophoging van de restwaardes (naar reëel niveau) teruglopen. Het omzetniveau TSC voor 2025 ligt boven niveau van de begroting, de VRT begroting gaat uit van
313
een break-even resultaat in verband met nivellering met de reserve. De kosten zijn in lijn gebleven met wat er in de begroting is geraamd. Het overall resultaat was positief 289k De baten van Risk Factory Twente zijn deels niet begroot. Aangezien deze veelal extern of via
286
subsidies zijn gefinancierd in 2025 Programma SIO SIO
Begroting na wijziging
Lasten programma SIO
-2
Realisatie 55
Aan de lastenkanten zijn er geen afwijkingen groter dan € 100k SIO Baten programma SIO
Begroting
na wijziging 0
Realisatie 336
58
Belangrijkste verklaringen voor het verschil tussen raming en realisatie (afwijkingen >100K) Toelichting
Baten
(x € 1.000,-) SIO Financieringsresultaat: Ten tijde van het opstellen van de begroting van 2025 is rekening
272
gehouden met het aantrekken van een nieuwe lening tegen 3% rente en aanvullend kasgeldleningen tegen 3% rente. De financieringsbehoefte bleek in de praktijk lager te zijn dan het begrotingsniveau. De rente op kasgeldleningen was daarbij aanzienlijk lager dan vooraf begroot. Daarnaast zijn rentebaten per abuis niet betrokken bij het opstellen van de begroting. Overhead Overhead
Begroting na wijziging
Lasten programma Overhead
18.403
Realisatie 17.008
Belangrijkste verklaringen voor het verschil tussen raming en realisatie (afwijkingen >100K) Toelichting
(x € 1.000,-)
Lasten
Algemeen VRT Salarissen zijn hoger uitgevallen mede door; •
1331
Formatie/ bezetting: door regulier verloop en interne doorstroming zijn enkele vacatures enige tijd onbezet geweest.
•
Het werkelijke periodiek gewogen gemiddelde loopt verder weg van de begrotingsnorm (max-1).
•
Het effect van de CAO verhoging is pas gedurende het jaar geeffectueerd, waardoor deze geen betrekking heeft op het hele jaar.
Binnen informatievoorziening is men er vanwege verloop nog niet in geslaagd het complete aandeel van de versterkingsgelden in formatieve zin in te vullen. Tenslotte is in de begroting een stelpost voor detachering, zwangerschap en dergelijke
centraal verantwoord. Deze wordt in werkelijkheid binnen de programma’s verantwoord (zie ook toelichting op de lagere baten). In 2025 waren de afschrijvingskosten voor ICT gerelateerde activa aanzienlijk lager dan
184
begroot. Dit is te verklaren door een verschuiving van hardware in eigen beheer naar het gebruik van software en clouddiensten Indexatie op software en licenties (tot 10%) lopen niet parallel met index in begroting
-436
Projecten informatievoorziening; de 3e tranche versterkingsgelden op gebied van
218
informatievoorziening zijn in beperkte mate besteed in de wetenschap dat op deze middelen m.i.v. 2026 ook wordt bezuinigd. (= besluit AB d.d. 18 september 2025).
59
Overhead
Begroting na wijziging
Baten programma Overhead
1.707
Realisatie 1.501
Belangrijkste verklaringen voor het verschil tussen raming en realisatie (afwijkingen >100K) Toelichting (x € 1.000,-)
Baten
Algemeen VRT In de begroting is een stelpost voor de detachering, zwangerschap etc. centraal verantwoord (lasten en baten). Deze wordt in werkelijkheid binnen de programma’s verantwoord.
-534
7.4 Aanwending van het bedrag voor onvoorzien Veiligheidsregio Twente kent geen bedrag voor onvoorzien.
60
7.5 Incidentele baten en lasten Incidentele baten (x € 1.000,-)
Realisatie
Raming
Raming
begrotingsjaar
begrotingsjaar
begrotingsjaar
na wijziging
voor wijziging
Brandweer Verkoop roerende en onroerende activa
768
0
0
Risk Factory VO
203
0
0
0
0
SIO IGV Oost-5
45
0
0
Internationaal
110
0
0
180
0
0
947
0
0
0
0
0
0
Crisisbeheersing Pilot noodsteunpunten OOV Diverse projecten
Totaal incidentele baten Incidentele lasten (x € 1.000,-)
2.253 Realisatie
Raming
Raming
Begrotingsjaar
begrotingsjaar
begrotingsjaar
na wijziging
voor wijziging
Brandweer Diverse projecten
160
0
0
Risk Factory VO
180
0
0
947
0
0
1.460
0
0
SIO IGV Oost-5
45
Internationaal
128
OOV Diverse projecten
Totaal incidentele lasten
61
Toelichting: Brandweer/SIO Diverse projecten In 2025 zijn binnen de programma brandweer verschillende projecten uitgevoerd, die deels zijn gedekt met inkomsten van het Rijk (versterkingsgelden) subsidies, reserves, partners dan wel anderszins. Deze
projectmatige activiteiten zijn in de primitieve begroting veelal niet weergegeven. Het gaat hierbij met name om projecten rondom informatievoorziening en -beveiliging. Verkoop roerende en onroerende activa In 2025 is een aantal voertuigen verkocht. Deze voertuigen zijn volledig afgeschreven. Hiertegenover staan de kosten die worden gemaakt voor het aanmelden van het voertuig voor verkoop (veiling). Risk Factory Het PO en VO programma zijn (deels) niet begroot in de reguliere begroting van de VRT. De additionele lasten worden opgevangen met additionele baten met als doel een kostendekkende exploitatie te draaien. OOV Diverse projecten Het betreft hier de aanvullende activiteiten binnen het ZVHT (preventie met gezag), de activiteiten binnen zorg, veiligheid en straf en zorgfraude tezamen met een aantal subsidie gerelateerde activiteiten.
7.6 Structurele toevoegingen en onttrekking aan de reserves Op 30 juni 2014 is in het AB het besluit genomen om egalisatiesreserves te vormen voor een viertal gemeenten. Het resultaat op FLO wordt elke jaar cf. het besluit toegevoegd/ onttrokken aan de ingestelde egalisatiereserves. In 2025 is € 253.620,- toegevoegd aan de reserves. Daarnaast is conform eerder genomen besluit het positief saldo voor de TSC (€ 289.012,-) en Langdurige
crisis (€ 75.000,-) toegevoegd aan de gelijknamige reserve. De tekorten op Platform IVZ (€ 22.708,-), ZVHT (€155.102,-), Zorgfraude (€ 12.954,-) zijn onttrokken aan de reserves. Ten behoeve van Innovatie (€ 49.750,-) is er onttrokken aan de reserve.
7.7 Wet Normering Topinkomsten (WNT) De Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) (semi) publieke sector is per 1 januari 2013 van kracht en stelt maxima aan de bezoldiging van bestuurders en hoogste leidinggevenden in de (semi) publieke sector. De WNT zegt dat de bezoldiging van bestuurders en hoogste leidinggevenden niet mag uitstijgen boven een beloningsmaximum. Dit komt voor het boekjaar 2025 neer op een bedrag van € 246.000,(inclusief belaste onkostenvergoeding en werkgeversbijdrage pensioenpremie). Daarnaast geldt een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000,- dan wel naar rato van voltijdsdienstverband.
62
1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende functionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling 2025 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling
H.G.W. Meuleman S.J.M. Wevers Directeur
Commandant
Crisisbeheersing /
Brandweer
Secretaris
Twente
K. Leferink Directeur publieke zorg
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/3 - 31/12
1
1
0,2
Ja
Ja
Ja
€149.575
€ 190.890
€ 32.076
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 23.229
€ 23.489
€0
Subtotaal
€ 172.804
€ 214.379
€ 32.076
€ 246.000
€ 246.000
€ 41.000
N.v.t.
N.v.t.
€ 172.804
€ 214.379
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t
N.v.t.
N.v.t.
H.G.W Meuleman
S.J.M. Wevers
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1
1
0,2
Ja
Ja
Ja
in 2025 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t. € 32.076
S. Dinsbach
Gegevens 2024 Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging
63
Beloning plus belastbare
€ 158.375
€ 188.219
€ 36.585
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 23.527
€ 22.473
€ 0,00
Subtotaal
€ 181.902
€ 210.693
€ 36.585
€ 233.000
€ 233.000
€ 46.600
€ 181.902
€ 210.693
€ 36.585
onkostenvergoedingen
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Totale bezoldiging
1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100,- of minder Naam topfunctionaris
Functie
De heer R.W. Bleker
Voorzitter DB en AB
Mevrouw H.A.M. Nauta
AB lid
Mevrouw D.J. Tigchelaar
AB lid
De heer N.T.P. Hubers
AB lid
De heer J.C.F. Broekhuizen
AB lid
De heer R.G. Welten
AB lid
De heer J.J. Eijbersen
AB lid
De heer J.H.R. Pierik
AB lid
De heer J.G.J. Joosten
AB lid
De heer J.B. Diepemaat
AB lid
De heer G.J. van den Hengel
AB lid
De heer G.J. Kok
AB lid
De heer G.J. Gorter
AB lid
De heer A.H. Postma
AB lid
De heer S.W.J.G. Schelberg
DB lid/ voorzitter AB ai.
De heer R.T.A. Korteland
DB / AB lid
De heer P.G. Welman
DB / AB lid
De heer J.C.R. van Houdt
DB / AB lid
64
7.8 EMU saldo In de onderstaande tabel is het EMU-saldo van Veiligheidsregio Twente berekend voor 2025. Daarmee draagt VRT positief bij aan het EMU-saldo van Nederland. Belangrijkste oorzaak is de toename van de uitzettingen in 's Rijks schatkist. Jaar
2025
EMU-SALDO
5.947
(x € 1.000,-) Financiële vaste activa Activa Mutaties (1 januari
Vlottende activa
tot 31 december)
Kapitaalverstrekkingen en
-
Uitzettingen
-
Uitzettingen
5.332
leningen
Liquide middelen Overlopende activa
Vaste Passiva
Vaste schuld
-319 -
Vlottende schuld
1.226
Overlopende passiva
-652
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa
692
Passiva
Vlottende passiva
65
7.9 Investeringen In de begroting 2025 is een investeringskrediet van € 8 mln. vastgesteld. Dit kader is in de loop van het jaar stapsgewijs (twee AB-besluiten) met € 1,0 mln. opgehoogd i.v.m. extra uitgaven op gebied van IT en een gewijzigd leveringsschema voor tankwagens (aanvankelijk beoogd in 2026). Daarnaast is nog € 6.7 mln. aan restantkredieten beschikbaar voor investeringen die om verschillende redenen later worden uitgevoerd. Dit gaat dan met name om resterende kredieten voor vastgoedprojecten. Het totale krediet is in 2025 voor € 3,4 mln. aangesproken. Een groot deel van de geplande
investeringsuitgaven is doorgeschoven. Onderstaand het overzicht van de ontwikkeling van het krediet en de mate waarin daar per 31-12-2025 beslag op is gelegd.
Investering (mln.)
Primitief vastgesteld
Totaal incl. Ophoging
restantkrediet
Werkelijk
€ 8,2
€ 0,8
€ 3,9
€ 1,5
€ 2,7
€ 0,5
‘24
Gebouwen
€ 2,9
Materieel
€ 1,9
Materialen
€ 2,7
ICT
€ 0,4
€ 0,4
€ 0,8
€ 0,6
Totaal
€ 8,0
€ 1,0
€ 15,6
€ 3,4
€ 0,6
Opgemerkt wordt dat er doublures zitten in de historisch aangevraagde kredieten. Het niet benodigde deel
van het krediet wordt in de loop van 2026 d.m.v. een afzonderlijk AB-besluit afgesloten.
66
8 Rechtmatigheidsverantwoording Inleiding Tot en met 2022 gaf de accountant naast de getrouwheid een oordeel over de over de (financiële) rechtmatigheid van activiteiten van de organisatie. Met ingang van 2023 wordt dat oordeel door het dagelijks bestuur zelf gegeven. Het algemeen bestuur heeft hiervoor regels vastgelegd in de financiële verordening. Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In de financiële verordening zijn de criteria nader uitgewerkt. De verantwoording kent een grensbedrag. De grens voor het jaar 2025 en verder is bepaald op 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves. De grens is daarmee vastgesteld op € 1.383.000 Bevinding Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties binnen de daarvoor gestelde grens rechtmatig tot stand zijn gekomen. Onderstaand een overzicht van de geconstateerde afwijkingen. Deze zijn in par. 3.1 aanvullend toegelicht. Begrotingscriterium
Fouten
Onduidelijkheden
Begrotingscriterium
Bedrag (x €1.000)
A.
Overschrijdingen op begrotingskader
57
B.
Overschrijdingen op investeringskader
0
C.
Ongeautoriseerde reservemutaties
50
Onrechtmatigheden begrotingscriterium
107
Voorwaardencriterium
0
Bedrag (x €1.000)
Bevindingen aanbestedingen
335
Onrechtmatigheden voorwaardencriterium
335
M&O criterium (misbruik & oneigenlijk gebruik)
0
Bedrag (x €1.000)
Geen bevindingen
0
Onrechtmatigheden M&O-criterium
0
0
442
0
Totaal onrechtmatigheden (fouten + onduidelijkheden) Verantwoordingsgrens (2%)
1.383.000 67
Bijlagen
68
Bijlage 1 Overzicht taakvelden Brandweerzorg en crisisbeheersing Taakveld
(x € 1.000,-)
0.4 - Overhead 0.5 - Treasury
0.8 - Overige baten en lasten 0.10 - Mutatie reserves Totaal 0 - Bestuur en ondersteuning
1.1 - Crisisbeheersing & Brandweer
1.2 - Openbare Orde & Veiligheid
administratieve
wijziging
Lasten 0.1 - Bestuur
Begroting na
Begroting voor Baten
62
15.390
Lasten
0
43
Lasten
0
Baten
55
Lasten
336
0
0
0
-524
0
0
0
16.650
2.506
17.317
53.338
11.087
0
0
75
795
1.085 12.172
8.3 Wonen & Bouwen
1.869
0
ruimtelijke ordening en
1.869
Totaal
72.652
-64
0
0
0
Baten Lasten 0
0
Baten
55
0
0
1.833
25
15.174
1.477
0
0
0
0
0
0
0
0
50
895
352
992
18.032 2.240
75
50
2.728
377
15.229
1.813
53.958 12.309
52.098 13.276
3.927
4.514
48.171
8.762
0
0
0
0
0
0
0
52.098 13.276
0
3.927
4.514
0
336
75
53.958 12.309
970
0
SIO
402
0
0
0
Lasten 0
1.501
1.786
Baten 0
17.008
-524
Brandweer
0
992
54.133
stedelijke vernieuwing
Baten
Crisisbeheersing
17.786
1.722
720
Totaal 1 - Veiligheid Totaal 8 - Volkshuisvesting,
Realisatie
wijziging
0
0
0
0
48.171 8.762
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
70.130 15.516
4.002
4.564
50.899 9.139
15.229
1.813
14.678 71.275 13.301
69
OOV Taakveld
(x € 1.000,-)
Begroting OOV
Realisatie
Lasten
Baten
Lasten
Baten
0.1 - Bestuur
0
0
0
0
0.4 - Overhead
0
0
0
0
0.8 - Overige baten en lasten
0
0
0
0
0.5 - Treasury
0.10 - Mutatie reserves Totaal 0 - Bestuur en ondersteuning
1.1 - Crisisbeheersing & Brandweer
0 0
0 0
0
0
0 0 0
0
0
191
0
191
0
0
1.2 - Openbare Orde & Veiligheid
1.376
1.376
3.354
3.164
Totaal 1 - Veiligheid
1.376
1.376
3.354
3.164
8.3 Wonen & Bouwen
0
0
0
Totaal 8 - Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Totaal
0
0
0
0
0
1.376
1.376
3.354
3.354
70
Bijlage 2 Aard, reden en oordeel per 31-12-2025 van de reserves Algemene reserve Reden
Deze reserve komt voort uit het “Beleidskader batige rekeningsaldi”. Doel is het in stand houden van een financiële buffer om incidenteel onverwachte c.q. onvoorziene uitgaven te dekken.
Oordeel per 31-12-2025
Betreft een algemeen dekkingsmiddel en is daarom per definitie houdbaar. Betreffende reserve is bij de verzelfstandiging overgeheveld. Het plafond van de reserve wordt jaarlijks aangepast o.b.v. van de bepalingen die zijn opgenomen in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen.
Egalisatie FLO Reden
Per 1 januari 2006 is het FLO bij de brandweer herzien en wordt de 2e loopbaan ingevoerd.
Brandweerfunctionarissen in een bezwarende functie treden niet meer vervroegd uit, maar stromen na uiterlijk 20 jaar door naar een niet-bezwarende functie. Voor medewerkers die onder de FLO-regeling vielen, is FLO-overgangsrecht afgesproken. Aan dit recht zitten langjarige financiële consequenties vast.
Het overgangsrecht FLO (Functioneel Leeftijdsontslag) treft een viertal gemeenten: Almelo, Hengelo, Enschede en Borne. Deze gemeenten hebben hiervoor afzonderlijk structureel
budget ingebracht. Resultaten op deze begrotingspost dienen op enig moment afzonderlijk met betrokken gemeenten te worden verrekend. In dat kader is per gemeente een egalisatiereserve ingesteld.
De bilaterale financiële afspraken worden periodiek geëvalueerd. In verband met de nog niet volledig uitgekristalliseerde wijzigingen in het overgangsrecht is de evaluatie voorlopig opgeschort. Oordeel per 31-12-2025
Aanhouden van deze middelen is noodzakelijk, gezien de langjarige afspraken die hierover zijn gemaakt. Egalisatiereserves Enschede en Almelo zijn, volgens de regelgeving BBV, in mindering gebracht op de algemene reserve. Deze reserve worden in de financiële administratie echter wel separaat verantwoord. Voor meer toelichting wordt verwezen naar de paragraaf toelichting op de balans.
Bedrijfsvoering TSC Reden
In juni 2014 heeft het algemeen bestuur besloten tot instelling van deze reserve.
Het oefencentrum Troned vormt onderdeel van de Twente Safety Campus (TSC). Dit centrum wordt buiten de gemeentelijke bijdrage om gefinancierd. Het oefencentrum is gehouden aan het uitgangspunt van een kostendekkende exploitatie. In boekjaar 2013 is de locatie meer dan kostendekkend geëxploiteerd. Voor de exploitatie van Troned (TSC) wordt gepleit voor een gesloten circuit van financiering.
Dit sluit namelijk aan op het idee om TSC te beschouwen als een afzonderlijke entiteit binnen de organisatie. Daarmee is voor de Twente Safety Campus een vertrekpunt gemarkeerd en dat geeft duidelijkheid richting toekomst (in welke constellatie TSC ook wordt voortgezet).
71
Deze reserve is gevormd vanuit het exploitatieoverschot van 2013. Dit resultaat is dus bereikt met middelen die niet van Twentse gemeenten afkomstig zijn. Oordeel per 31-12-2025
TSC heeft het jaar 2025 afgesloten met een positief saldo. Conform liggende afspraak is besloten het positieve resultaat over te boeken naar de reserve TSC.
Innovatie Reden
Het wettelijke takenpakket van veiligheidsregio’s is voortdurend aan veranderingen onderhevig. Voor een deel hangt dit samen met landelijke initiatieven (ministerie J&V, NIPV). Voor een deel zijn de veranderingen het gevolg van technologische of maatschappelijke ontwikkelingen. Veiligheidsregio Twente neemt vanwege haar zorg voor een goede
uitoefening van haar wettelijke taak deel aan projecten die zich richten op nieuwe werkwijzen of nieuwe toepassingen van de crisisorganisatie. Zoals het ontwikkelen van middelen voor digitale verkenning (drones, camera’s sensoren en blusrobots).
De gelden zijn oorspronkelijk afkomstig van het programma TS&S. De gelden zijn een
aanzienlijke periode niet aangewend, mede vanwege de opeenvolging van crises van de afgelopen jaren. Het bestedingsdoel blijft onverminderd actueel. Dit blijkt ook uit de
versterkingsopgaven (en vernieuwingsopgaven) voor crisisbeheersing en brandweerzorg die in de contourennota van de minister besloten zitten. Oordeel per 31-12-2025
Conform het besluit van AB op 10-10-2016 zal de reserve de komende jaren ingezet worden om innovaties in het veiligheidsdomein te financieren.
Zorg en Veiligheidshuis Twente Reden
Zorg en Veiligheidshuis Twente is sinds 2018 ondergebracht bij Veiligheidsregio Twente.
Conform het besluit AB op 01-07-2019 is de overgedragen reserve opnieuw ingesteld. De reserve is bedoeld om toekomstige tekorten in de exploitatie van ZVHT op te vangen.
Oordeel per 31-12-2025
Gezien de reden van de reserve is voortzetting van de reserve nodig.
IVZ Reden
IVZ heeft voor het 2de jaar op rij een positief saldo. In 2022 is door het AB besloten het
Oordeel per 31-12-2025
IVZ heeft het jaar 2025 afgesloten met een negatief saldo. Het tekort is genivelleerd uit de
overschot van 2021 te reserveren voor opvolgende jaren. gelijknamige reserve.
Zorgfraude Reden
De colleges in Twente hebben in 2021 opdracht gegeven om te komen met een vervolgplan voor de aanpak van zorgfraude in Twente. Dit plan is in 2022 opgesteld. Het doel daarbij is o.m. te komen tot een meer regionaal afgestemde aanpak van zorgfraude in Twente.
Hiervoor zijn met ingang van 2022 ook door de gemeenten separaat middelen beschikbaar
gesteld. Omdat deze gelden specifiek zijn geoormerkt, wordt voorgesteld om gedurende de looptijd van het project de eventueel overtollige gelden van enig jaar te reserveren. Oordeel per 31-12-2025
Zorgfraude heeft het jaar 2025 afgesloten met een negatief saldo. Het tekort is genivelleerd uit de gelijknamige reserve.
72
Uitbreken (langdurige) crisis Reden
Vanaf 2023 ontvangen de Veiligheidsregio’s versterkingsgelden voor crisisbeheersing. Waar bij eerdere (langdurige) crises een beroep gedaan werd op compensatieregelingen vanuit het Rijk zijn de Veiligheidsregio’s nu naar verluidt zelf verantwoordelijk voor de financiële gevolgen die gepaard gaan met het beheersen van een dergelijke crisis.
Oordeel per 31-12-2025
Betreft reserve is afgelopen jaar ingesteld en daarmee nog actueel.
Duurzaamheid Reden
VRT verduurzaamt in basis in een tempo dat past binnen de kaders van de begroting. De reserve is bestemd voor eenmalige uitgaven waarmee een versnelling in de verduurzaming kan worden gerealiseerd. Het gaat hierbij enkel om initiatieven waarbij het overduidelijk is dat een versneld tempo van verduurzaming zinvol is (in termen van reductie van CO2 en/of besparing van energie en geld.).
Oordeel per 31-12-2025
Betreft reserve is afgelopen jaar ingesteld en daarmee nog actueel.
Invoering WOO (+archiefwet) Reden
De Wet open overheid is bedoeld om overheden meer transparant te maken door te zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De implementatie was gefinancierd met eenmalige rijksgelden. Maar deze gelden zijn vrijgevallen ten gunste van het saldo omdat het traject vertraging heeft opgelopen. De gelden worden nu alsnog gestort in een reserve voor het beoogde doel.
Oordeel per 31-12-2025
Betreft reserve is afgelopen jaar ingesteld en daarmee nog actueel.
73
Bijlage 3 Single Information Single Audit
74
Bijlage 4 Lijst met afkortingen AB
Algemeen Bestuur
AVG
Algemene verordening gegevensbescherming
AVT
Arbeidsvoorwaardenregeling Veiligheidsregio Twente
BBV
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
BDUR
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
BERAP Bestuursrapportage BNG
Bank Nederlandse Gemeenten
BVO
Bruto vloeroppervlakte
DB
Dagelijks Bestuur
FLO
Functioneel Leeftijdsontslag
GGD
Gemeentelijke gezondheidsdienst
GHOR
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
IOC
Informatie Operationeel Centrum
IVZ
Integrale Veiligheidszorg
J&V
Justitie & Veiligheid
M&O
Misbruik en oneigenlijk gebruik
MKT
Meldkamer Twente
NIPV
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid
NWB
Nederlandse Waterschapsbank
OOV
Openbare orde en veiligheid
OTO
Opleiden, Trainen en Oefenen
PO
Primair Onderwijs
PSO
Prestatieladder Socialer Ondernemen
RTR
Regionale Toezichtsruimte
SIO
Strategie, Informatie en Organisatie
TSC
Twente Safety Campus
VIK
Veiligheidsinformatieknooppunt
VO
Voortgezet Onderwijs
VPB
Vennootschapsbelasting
VRT
Veiligheidsregio Twente
WGS
Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
WNT
Wet Normering Topinkomens
Woo
Wet open overheid
ZVHT
Zorg en Veiligheidshuis Twente
75