CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en beantwoording Commissie Ruimte zoutwinning eerste termijn

Gemeenteraad 15 november 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen6.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan CC Van Datum Onderwerp

: : : : :

Commissieleden van de Commissie Ruimte College van burgemeester en wethouders 7 november 2023 vragen en antwoorden 1e termijn Commissie Ruimte zoutwinning

Geachte commissieleden, Op donderdag 2 november 2023 is de commissievergadering Ruimte m.b.t. zoutwinning aangevangen. Deze vergadering is op 7 november 2023 voortgezet. De beantwoording van de vragen op 2 november 2023 is in groen lettertype weergegeven. De beantwoording van 7 november 2023 is in zwart lettertype. CDA Raadsvoorstel 1. Raadsvoorstel lijkt een cruciale fout te bevatten. In het raadsvoorstel wordt uitgegaan van het Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening, veegplan 1. Het veegplan is na de structuurvisie vastgesteld en het college stelt dat de toelichting bij het veegplan aangeeft dat de structuurvisie geen belemmeringen heeft om het veegplan vast te stellen. Maar is het veegplan wel van toepassing? In het veegplan staat namelijk het volgende: de geel gearceerde onderdelen zijn wijzigingen in de bestemmingsplanregels. De wro-zone is niet geel gemarkeerd. Hieruit blijkt dan toch dat de wijzigingsbevoegdheid geen deel uitmaakt van het veegplan? Indien het juist is dat het veegplan niet van toepassing is, is de wijzigingsbevoegdheid voor de structuurvisie opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen en is de structuurvisie het uitgangspunt voor beoogde ruimtelijke ontwikkelingen. Antw.

[JHS] U vraagt of het veegplan van toepassing is. Ja, het veegplan is van toepassing. Het veegplan ziet op het gehele bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen. Een veegplan is nooit een op zichzelf staand plan, maar bevat één of meer aanpassingen van een bestaand plan, in dit geval van het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen. Met de uitdrukking ‘Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening, veegplan 1’ is dan ook bedoeld: ‘ Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, zoals aangepast door de partiële herziening veegplan 1. Het planologische kader is verder volledig uiteengezet op pagina 26 - 32 van de Ruimtelijke onderbouwing zoutwinningsproject Haaksbergen. Het veegplan is inderdaad vastgesteld ná de structuurvisie. De structuurvisie maakt volgens de toelichting ook deel uit van het beleidskader waarop het veegplan is gebaseerd. In de toelichting staat letterlijk: vanuit de structuurvisie zijn er geen belemmeringen voor het veegplan. Onder argument 2.2.3. en 2.3.2. van het voorstel onderbouwen wij uitvoerig dat de structuurvisie niet aan de zoutwinning in de weg staat. Wij houden vast aan die onderbouwing. In de structuurvisie is ook letterlijk “geen definitieve keuze” voor de Wissinkbrink gemaakt. Het is een mogelijke bouwlocatie, met ruimte voor andere functies.

De raad heeft in de structuurvisie geen aanleiding gezien om de wijzigingsbevoegdheid voor zoutwinning op te heffen. Als de structuurvisie zich zou hebben verzet tegen de zoutwinning, zou de door u bedoelde wijzigingsbevoegdheid door het veegplan zijn geschrapt. Maar nu de structuurvisie zich niet tegen de zoutwinning verzet, is die wijzigingsbevoegdheid ongewijzigd in stand gebleven.

Kortom: wij blijven erbij dat ‘Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening, veegplan 1` - of zo u wilt ‘Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, zoals aangepast door de partiële herziening veegplan 1` zich niet verzet tegen de zoutwinning. 2.

College, het ontwikkelen van woningbouw op een locatie die door de structuurvisie is aangewezen voor woningbouw, bekrachtigt toch juist de structuurvisie?

Antw.

[JHS] In de structuurvisie wordt het gebied ten zuiden van de Wissinkbrinkweg benoemd als mogelijke woningbouwlocatie. Een definitieve invulling wordt niet gegeven. Dit komt overeen met het gebied waar voorheen ook 500 woningen waren gepland. In dit gebied is ook het bestemmingsplan voor de bouw van 5 landhuizen gesitueerd. Dit is een andere locatie dan de locatie waar we voor zoutwinning over spreken. Beide functies (woningbouw ten zuiden van Wissinkbrinkweg en zoutwinning ten noorden van Wissinkbrinkweg) kunnen naast elkaar bestaan.

3.

Kan het college aangeven of de strategische beleidsnotitie Wissinkbrink de structuurvisie heeft gewijzigd?

Antw.

[JHS] De raad heeft op 23 september 2015 de strategische beleidsnotitie Wissinkbrink vastgesteld. De strategische beleidsnotitie is een uitwerking van de structuurvisie. Dit staat ook letterlijk onder het kopje “1.2 Doelstelling” van de strategische beleidsnotitie genoemd. De structuurvisie is niet gewijzigd. Een groot deel van de gronden is met instemming van uw raad verkocht aan de provincie als compensatiegronden voor Natura 2000-ontwikkelingen. Een beperkt deel van de gronden dat in bezit is van de gemeente, is nog voor eventuele verdere woningbouw voorzien. De strategische beleidsnotitie heeft aan diverse bestemmingsplannen ten grondslag gelegen.

4.

Heeft de strategische beleidsnotitie Wissinkbrink ter inzage gelegen? Zo niet, is het onmogelijk dat deze notitie geleid heeft tot een wijziging van de structuurvisie.

Antw.

[JHS] De strategische beleidsnotitie heeft niet ter inzage gelegen. Zoals hierboven ook aangegeven betreft de strategische beleidsnotitie geen wijziging van de structuurvisie, maar een uitwerking. De beleidsnotitie is aan diverse onherroepelijke bestemmingsplannen in het betreffende gebied ten grondslag gelegd.

5.

Deze strategische beleidsnotitie die een aanpassing betreft van het grondbeleid, namelijk van actief naar passief, kan toch geen wijziging van de structuurvisie bewerkstelligen?

Antw.

[JHS] De wijziging van het grondbeleid volgt uit de nota grondbeleid, zoals in 2012 is vastgesteld door de gemeenteraad. Nadien is de structuurvisie vastgesteld, het grondbeleid maakt hier geen onderdeel van uit. In de strategische beleidsnotitie worden de uitgangspunten van de nota grondbeleid bekrachtigd.

6.

Inmiddels heeft het college opdracht gegeven tot actualisatie van de structuurvisie omdat de woningbouwambitie van de gemeente binnen de kaders van de geldende structuurvisie niet te realiseren is, dat klopt toch?

Antw.

[JHS] Wij hebben opdracht gegeven voor het opstellen van een addendum van de structuurvisie voor wat betreft de bouwmogelijkheden aan de randen (wonen en werken). Aanleiding hiervoor is de motie van 31 mei 2023 met als onderwerp kansrijke bouwlocaties aan de randen van Haaksbergen. Het is de planning om het ontwerp addendum op 6 december te presenteren in de raadscommissie Ruimte en nog dit jaar als ontwerp ter visie te leggen. Uit de structuurvisie volgt het uitgangspunt inbreiding gaat voor uitbreiding. Dit is ook provinciaal beleid. We verwachten dat met de inbreidingslocaties niet voldoende tempo kan worden gemaakt om aan de actuele woningbouwbehoefte te voldoen, zoals ook omschreven in de motie. Daarom het

onderzoek naar de randen. Bij dit onderzoek houden wij rekening met alle mogelijke belemmeringen op mogelijke uitbreidingslocaties, zoals zoutwinning. 7.

U geeft aan dat aan het raadsvoorstel d.d. 5 juli 2023 tot weigering van de vvgb primair de overweging ten grondslag lag dat de veiligheid van zoutwinning op dat moment niet was geborgd. Om die reden stelde het college voor op geen enkele locatie medewerking aan zoutwinning te verlenen. In het raadsvoorstel d.d. 5 juli 2023 werden ruimtelijke argumenten aangevoerd om geen medewerking te verlenen. Als de inhoud van het voorstel van 5 juli 2023 anders was dan voorgesteld, wat zegt de inhoud van dit voorstel dan? Kan het college dat toelichten?

Antw.

[JHS] Het college gaf in het raadsvoorstel van 5 juli 2023 aan dat realisatie van een zoutwinningslocatie tot een dermate grote impact op de omgeving zou leiden, dat het gebruik in het bestemmingsplan onevenredig zou worden aangetast. Aan dat voorstel lag het uitgangspunt ten grondslag dat de veiligheid van zoutwinning op 8 locaties niet was geborgd. In het aspect veiligheid is in het gewijzigde concept-instemmingsbesluit van de Minister voorzien. Gelet op het kader van de wijzigingsbevoegdheid zijn er geen bezwaren tegen de ontwikkeling van de zes binnen die bevoegdheid gelegen locaties. De ontwikkeling van de overige twee locaties zijn, met inachtneming van hun ligging, aanvaardbaar.

8.

Zoals u reeds eerder heeft aangegeven, kan een vvgb slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dat strookt niet met het voorliggende raadsvoorstel. Daar staat namelijk dat de raad zich moet richten op de ruimtelijke aspecten waarbij de raad overige belangen in zijn oordeel meeweegt. Kan het college toelichten op welke wettelijke grondslag de raad toch overige belangen (naast ruimtelijke belangen) moet meewegen in zijn oordeel?

Antw.

[JHS] Het is vaste jurisprudentie dat de raad bestemmingen aanwijst en regels stelt die hij uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht, waarbij de raad een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van een plan. Overwegingen omtrent andere dan ruimtelijke belangen kunnen voor de raad aanleiding zijn om een standpunt in te nemen, maar de raad moet een afweging maken op grond van ruimtelijke motieven. Zoutwinning is vanzelfsprekend slechts mogelijk op locaties waar zout in de grond zit. Derhalve kunnen ook economische belangen bij zoutwinning niet op andere locaties behartigd worden. Deze economische belangen dienen betrokken te worden in uw totale belangenafweging om al dan niet medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Wij merken hierbij op dat in de nog niet vastgestelde Contourennota, zoutwinning als een project van nationaal belang wordt bestempeld.

9.

Het college vergeet in het voorstel het risico te benoemen dat de argumentatie die nu mocht leiden tot het verlenen van een vvgb, een afwegingskader wordt voor toekomstige vervolgaanvragen.

Antw.

[JHS] Afhankelijk van de locaties voor mogelijke vervolgaanvragen kan het verlenen van een vvgb van belang zijn. Bij toekomstige aanvragen moeten evenwel alle bekende feiten, omstandigheden aan de dan geldende wet- en beleidskaders getoetst te worden. Dat geldt zonder meer voor in de tussentijd vast te stellen omgevingsvisies en omgevingsplannen.

Overeenkomst 1. & 2. Wie is de opsteller van de overeenkomst? Antw.

De overeenkomst is een op schrift stelling van gemaakte afspraken, in dit geval toezeggingen. Dat is een gezamenlijke inspanning geweest tussen gemeente en Nobian en later heeft de gemeente zich ingespannen om ook EZK een verklaring te laten

afgeven. Aanvankelijk was het de bedoeling om de overeenkomst een tripartite te laten zijn, zoals u terecht opmerkt is het een twee-partijenovereenkomst geworden maar wel één met de verklaring van EZK daaraan gehecht. 3.

Realiseert het college zich dat met het verlenen van een vvgb voor de huidige aanvraag er geen grond meer is voor het weigeren van een vvgb voor toekomstige boorlocaties?

Antw.

[JHS] Afhankelijk van de locaties voor mogelijke vervolgaanvragen kan het verlenen van een vvgb van belang zijn. Bij toekomstige aanvragen moeten evenwel alle bekende feiten, omstandigheden aan de dan geldende wet- en beleidskaders getoetst te worden. Dat geldt zonder meer voor in de tussentijd vast te stellen omgevingsvisies en omgevingsplannen.

4.

Waarom wordt de overeenkomst aangegaan met de laagste entiteit van het bedrijf, namelijk Nobian Salt B.V.?

Antw.

De partij waarmee wij beogen de overeenkomst te sluiten is Nobian Salt B.V. en dat is degene die de aanvragen om omgevingsvergunningen heeft ingediend bij EZK. Dat is van belang omdat de afspraken in de overeenkomst afspraken zijn met de vergunninghouder. Wij hebben niet gekozen voor het medeondertekenen van de moeder of een andere gelieerde vennootschap want dat doe je vaak om de zekerheid van verhaal zeker te stellen en wij menen die te hebben gevonden in het instellen van een fonds en wij hebben ons bovendien ingespannen om EZK bij Nobian extra zekerheden te laten stellen.

5.

Wat is de relevantie van het vermelden van de start van de zoutwinning?

Antw.

[JN] De kern van de overeenkomst is gelegen in de borging van de rechten van onze inwoners in het geval er onverhoopt iets mis mocht gaan. In de overeenkomst wordt onderscheid gemaakt tussen de bouwfase, de fase waarin zout wordt gewonnen maar ook in de dertig jaar daarna. Uit de artikelen 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9 maakt het verschil in welke fase je je bevindt.

6.

Waarom stemt het college in met een feitelijk onjuiste overweging, namelijk dat Nobian reeds sinds 1918 zout wint? Nobian bestaat sinds 2021. Daarvoor was het Nouriyon en daarvoor Akzo Nobel.

Antw.

[JN] Onder algemene titel zijn er een aantal rechtsopvolgingen geweest. U kunt het als volgt zien: de rechten en verplichtingen die u in uw leven aangaat, die leven voort na uw dood in uw erfenis en zo is dat ook bij opvolging onder algemene titel. De rechtspositie van de voorgangers is telkens gecontinueerd. De exploitatieovereenkomst stamt ook uit 1918 en is laatstelijk gewijzigd in 1989 en geldt tot op de dag van vandaag.

7.

Waarom is het besluit van onze raad d.d. 26 oktober 2022 tot het in ontwerp weigeren van de vvgb niet in de overwegingen betrokken?

Antw.

[JN] In de considerans probeer je context te geven aan hetgeen je bent overeengekomen, aan hetgeen je hebt afgesproken. In de considerans probeer je de meest relevante stukken op te nemen voor de overeenkomst als ooit legaal aan zoutwinning wordt begonnen en dat is niet een in ontwerp geweigerde vvgb.

8.

Onder (iii) wordt de omgekeerde bewijslast beschreven. Is het de bedoeling geweest om dit in artikel 6 te formaliseren? De omkering van de bewijslast staat niet als zodanig in de overeenkomst genoemd, alleen in de considerans.

Antw.

De omkering van de bewijslast vindt u terug in artikel 1 i.c.m. artikel 6 van de overeenkomst. De omkering van de bewijslast ofwel de bewijsovereenkomst is gedefinieerd in artikel 1.

9.

Wat is de consequentie van het koppelen van de totstandkoming van de overeenkomst aan het verlenen van een vvgb? Hoe verdraagt overweging ‘O’ van de overeenkomst zich met het bepaalde in artikel 10, waarin een directe relatie wordt gelegd tussen de totstandkoming van de overeenkomst en de te verlenen vergunning?

Antw.

Wij menen dat er geen sprake is van betaalplanologie. Wij hebben dat daarom expliciet laten opnemen in de considerans, niet alleen op ons verzoek maar ook op verzoek van EZK. Er is geen sprake van betaalplanologie omdat het toezeggingen van Nobian betreffen. Wij hebben advies gevraagd op de houdbaarheid van deze overeenkomst en onze advocaat verzekerd ons dat deze overeenkomst juridisch houdbaar is. Deze manier van vastlegging van dergelijke toezeggingen en het instellen van omgevingsfondsen is de richting waarop het zich op dit moment beweegt in den lande en ook elders. In lijn daarmee wordt een opmerking geplaatst over de koppeling met artikel 10. Voor ons is het belangrijkste in de overeenkomst dat onze inwoners niet hoeve te zoeken naar allerlei manieren om mogelijke schade te verhalen en daarvoor is artikel 10 wel nodig. Als een rechter van oordeel mocht zijn dat hier wel degelijk sprake is van betaalplanologie en de inhoud van de overeenkomst nietig of vernietigbaar acht, dan zou er sprake zijn van onverschuldigde betaling en dat is dan bijzonder omdat Nobian zelf een omgevingsfonds in het leven roept en aan wie betaalt zij deze, ja aan het omgevingsfonds. Dan zou Nobian zich richten tegen een fonds dat zij zelf heeft opgericht. Ik acht de kans hiertoe zeer klein.

10.

De staatssecretaris en de minister hebben toegezegd dat de acht cavernes niet worden gebruikt voor de opslag van stoffen. Wat is de juridische houdbaarheid van deze toezegging? Een nieuwe regering is toch op geen enkele manier gebonden aan deze toezegging?

Antw.

[JN] Die aanname is niet juist. Het gaat niet om de minister in persoon, maar als instituut, als bestuursorgaan. Bestuursorganen dragen de verantwoordelijkheid van besluiten van voorgaande bestuursorganen. Opvolgende regeringen hebben rekenschap te geven aan het vertrouwensbeginsel. Het ‘vertrouwensbeginsel’ binnen het bestuursrecht ziet erop toe dat een toezegging van een bestuursorgaan ook wordt nagekomen of een wettelijke bepaling ook daadwerkelijk wordt nageleefd. Het vertrouwensbeginsel ziet op bestuursorganen, hetgeen tot gevolg heeft dat het ook betrekking heeft op toezeggingen en verklaringen van voorgaande personen binnen die organen. Dus wij mogen er vanuit gaan dat deze wordt nageleefd.

11.

Bij het omgevingsfonds wordt gesproken dat de middelen binnen ethische en moreel gedreven grenzen aangewend kunnen worden. Kunt u ons de gedefinieerde ethische en moreel gedreven grenzen aanleveren?

Antw.

[JN] Deze grenzen zullen straks landen in de statuten. In de overeenkomst is opgenomen (benodigd nog uitwerking) dat de voor het omgevingsfonds op te richten stichting als doel het ondersteunen van projecten ten behoeve van de gemeenschappen in de gemeente heeft. Ten behoeve van het doel zal de stichting een vermogen beheren dat naar haar goeddunken, maar wel binnen gedefinieerde ethische en moreel gedreven grenzen, kan worden aangewend ter ondersteuning van projecten of huishoudens. Deze grenzen zullen in de statuten van het fonds worden geborgd. Het bestuur heeft zich hier nauwlettend aan te houden. De statuten leggen wij voor wensen en bedenkingen aan uw raad voor.

12.

Waarom moet de gemeente de statuten van een naar haar aard onafhankelijke stichting goedkeuren?

Antw.

[JN] Dat heeft te maken met de oprichting van de stichting. De stichting wordt opgericht door Nobian. Deze stichting opereert evenwel onafhankelijk van Nobian en ook van ons. Om dat feit en de afspraken uit de overeenkomst te borgen, worden de statuten aan het college voorgelegd. Wij leggen deze voor wensen en bedenkingen aan u voor.

13.

Op basis van welke criteria wordt de toestemming al dan niet verleend?

Antw.

[JN] Het verlenen van goedkeuring aan statuten is in het Burgerlijk Wetboek niet een bijzondere normering verbonden. De statuten dienen in ieder geval aan de overeenkomst te voldoen. De stichting heeft als doel het ondersteunen van projecten ten behoeve van de gemeenschappen in de Gemeente. De uitwerking van de overeenkomst zullen wij aan u voorleggen, zoals de statuten van de op te richten fondsen.

14.

Welk bestuursorgaan is bevoegd deze toestemming te verlenen?

Antw.

De uitwerking van de overeenkomst zullen wij aan u voorleggen, zoals de statuten van de op te richten fondsen. Daar kunt u dan wat vinden van de inrichting van bestuur en dergelijke.

15.

Waarom moet de gemeente de bestuurders voordragen?

Antw.

De uitwerking van de overeenkomst zullen wij aan u voorleggen, zoals de statuten van de op te richten fondsen. Daar kunt u dan wat vinden van de inrichting van bestuur en dergelijke.

16.

Waarom mag maximaal één bestuurder verbonden zijn aan de gemeente?

Antw.

De uitwerking van de overeenkomst zullen wij aan u voorleggen, zoals de statuten van de op te richten fondsen. Daar kunt u dan wat vinden van de inrichting van bestuur en dergelijke.

17.

Welke functie-eisen worden gesteld aan de bestuurders?

Antw.

De uitwerking van de overeenkomst zullen wij aan u voorleggen, zoals de statuten van de op te richten fondsen. Daar kunt u dan wat vinden van de inrichting van bestuur en dergelijke.

18.

Welk bestuursorgaan stelt deze functie-eisen vast?

Antw.

De uitwerking van de overeenkomst zullen wij aan u voorleggen, zoals de statuten van de op te richten fondsen. Daar kunt u dan wat vinden van de inrichting van bestuur en dergelijke.

19.

Waarom wordt niet voorgeschreven dat ten minste één omwonende deel moet uitmaken van het bestuur? Het is toch een omgevingsfonds?

Antw.

De uitwerking van de overeenkomst zullen wij aan u voorleggen, zoals de statuten van de op te richten fondsen. Daar kunt u dan wat vinden van de inrichting van bestuur en dergelijke.

20.

Omgevingsfondsen zijn bedoeld om de omgeving naast het dragen van de lasten te laten meeprofiteren van de lusten. De bedragen die echter uit deze bepaling voortvloeien zijn tien tot honderd keer hoger dan doorgaans wordt afgedragen aan omgevingsfondsen. Daarmee wekt de regeling zeer sterk de indruk dat de vergunning wordt gekocht en dat de gemeente zich laat omkopen. Dat wordt versterkt door de opschortende en

ontbindende voorwaarde in artikel 10 van de overeenkomst want daarin staat: geen vvgb – geen vergunning – geen vergunning – geen geld. Antw.

[JN] Als eerste het volgende. De opschortende en ontbindende voorwaarde in de overeenkomst is niet opgenomen vanwege het Omgevingsfonds. Het is een toezegging van Nobian dat per eenheid gewonnen zout een bedrag in het Omgevingsfonds vloeit. Indien geen zout wordt gewonnen, komt er dus geen geld in het Omgevingsfonds. Wij hebben in ons voorstel de ruimtelijke belangen afgewogen. Daarbij hebben wij veiligheid primair als randvoorwaarde gesteld. Wij zijn van mening dat de veiligheid in het conceptinstemmingsbesluit is geborgd, nu daarin de adviezen van onder meer het SodM zijn overgenomen. Ook anderszins zien wij geen ruimtelijke bezwaren om medewerking te verlenen. De ratio van het omgevingsfonds is niet gelegen in het compenseren van ruimtelijke waarden, maar in het laten meeprofiteren van de omgeving van een ontwikkeling.

21.

De constructie om een bepaald bedrag per eenheid te betalen, komt meer voor, op basis van vrijwilligheid, maar is juridisch niet afdwingbaar. Deze financiële constructie is een vorm van baatafroming en is in beginsel verboden. Een bestuursorgaan mag aan een vergunning een financiële voorwaarde verbinden, mits door de financiële bijdrage een rechtstreekse bijdrage wordt geleverd aan de doelstelling van de wettelijke bepaling waarop de vergunning berust (het specialiteitsbeginsel) en voorts dat de verlening van de vergunning in het algemeen belang tot het heffen van een geldbedrag noopt. Daar is in dit geval geen sprake van.

Antw.

[JN] Het storten van een bijdrage aan het Omgevingsfonds wordt niet als voorschrift afgedwongen en aan de vvgb verbonden. De ratio van het omgevingsfonds is niet gelegen in het compenseren van ruimtelijke waarden, maar in het laten meeprofiteren van de omgeving van een ontwikkeling.

22.

In dit soort overeenkomsten tussen de gemeente en een dochterbedrijf wordt doorgaans bepaald dat het moederbedrijf c.q. de uiteindelijke eigenaar garant staat voor de dochter, zodat bij een eventueel faillissement of surseance van betaling de financiële verplichtingen wel worden nagekomen. Waarom ontbreekt die bepaling in deze overeenkomst?

Antw.

Bij overname van Salt B.V. neemt de opvolger de vergunning over, maar ook alle rechten en plichten waaronder de zaken die wij hier in de overeenkomst hebben geregeld. Zijn er risico’s? Ja, er zijn altijd risico’s. Maar gegeven de omstandigheden is dit het beste wat wij in Haaksbergen kunnen doen. Het alternatief was geweest dat wij niets hadden vastgelegd en dat is in dit soort gevallen altijd een slechtere keuze.

PvdA Proces 1. Gisteravond zijn er nog stukken toegevoegd aan de agenda, waaronder de ruimtelijke onderbouwing van het leidingentracé. College, waarom komt deze inhoudelijke informatie zo laat beschikbaar? Antw.

Woensdag 1 november 2023 is uit eigen beweging ambtelijk geconstateerd dat in de meer dan 40 stukken de ruimtelijke onderbouwing leidingentracé per abuis niet aan uw raad is toegezonden als bijlage bij het raadsvoorstel. Wij meenden dat uw raad recht heeft op deze bijlage en hebben u deze zo spoedig mogelijk doen toekomen. Wij hebben het noodzakelijk geacht u deze alsnog toe te zenden zodat u de inhoud van deze bijlage nog ruim voor aanvang van de raadsvergadering d.d. 15 november 2023 tot u kunt nemen. De omissie is ons college te wijten, Nobian heeft deze bijlage gelijktijdig met de andere stukken aan ons toegezonden. U bent in de gelegenheid eventuele inhoudelijke

vragen over deze ruimtelijke onderbouwing aan ons te stellen tijdens de raadsvergadering d.d. 15 november 2023. 2.

Onder 1.2. van het raadsvoorstel geeft u aan dat de motie geleid heeft tot gewijzigde inzichten, feiten en omstandigheden. Wij zijn benieuwd wat uw college de belangrijkste wijziging of wijzigingen vindt om nu geen bedenkingen te hebben?

Antw.

[JHS] De belangrijkste wijziging vinden wij dat de veiligheid van zoutwinning voldoende is geborgd in het gewijzigde concept-instemmingsbesluit. In ons advies d.d. 12 april op het aanvankelijke concept-instemmingsbesluit, hebt u kunnen lezen dat het advies van SodM destijds niet onverkort in het concept-instemmingsbesluit was opgenomen. Sinds uw motie zoutwinning d.d. 12 juli 2023 is bestuurlijk en ambtelijk met EZK en SodM over deze onderdelen gesproken en geëist dat het advies van SodM onverkort, met uitzondering van het mogelijk hergebruik van de cavernes, in het gewijzigd conceptinstemmingsbesluit is opgenomen.

3.

Binnen de raad is er discussie geweest om een second opinion uit te voeren op het voorstel. Wat is het advies van uw college hierover?

Antw.

[JHS] Wij hebben uw agendacommissie hierover een memo doen toekomen. De agendacommissie heeft toen besloten om de werkgroep zoutwinning van uw raad hierover een standpunt in te laten nemen. Op verzoek van de werkgroep zoutwinning zijn ambtelijk onze adviseurs hierbij aanwezig geweest. De werkgroep zoutwinning heeft het niet nodig geacht een second opinion uit te voeren op het voorstel.

Voorwaarden 1. Er zijn vooraf afspraken gemaakt over o.a. omgekeerde bewijslast, meetsysteem en schadefonds. M.b.t. de omgekeerde bewijslast vragen wij ons af waar dat terugkomt in de overeenkomst. Nobian heeft de omgekeerde bewijslast toegezegd. In artikel 6 van de overeenkomst wordt gesproken over een ‘bewijsovereenkomst’. Kunt u op eenvoudige wijze uitleggen wat daar staat? M.a.w. wat moet een inwoner doen als hij schade heeft? Antw.

Met betrekking tot de procedure lijkt het ons verstandig dit in een stroomschema samen te vatten. Een inwoner kan zich melden bij Nobian voor een keukentafelgesprek, wordt dat niets, kan diegene naar de Commissie Mijnbouwschade, bent u het daar niet mee eens, kunt u naar de rechter in Almelo. Dit geldt voor de inwoner, Nobian is in beginsel gebonden aan de uitspraak van de Commissie Mijnbouwschade. Wij hebben hier uitgebreid over gesproken en advies op gevraagd, dit lijkt de meeste waarborgen aan de inwoner te bieden.

2.

Kunnen de meetgegevens openbaar worden gemaakt voor een ieder?

Antw.

[JHS] Ja, Nobian zal de resultaten van de meetgegevens openbaren. SodM maakt de resultaten openbaar in de periodieke rapportages.

3.

Wat is de definitie van een micro-ondernemer?

Antw.

[JN] Zoals aangegeven door de heer Uuldriks is de definitie van een micro-ondernemer opgenomen in de voetnoot op pagina 7 van het raadsvoorstel. Een micro-ondernemer betreft een onderneming met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste twee miljoen euro (art. 2, lid 3, bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014).

Communicatie 1. Heeft uw college nagedacht over het communicatietraject na besluitvorming over de vvgb?

Antw.

[JHS] Wij merken op dat de raad een verklaring van bedenkingen afgeeft, voor gebruik dat afwijkt van het bestemmingsplan. Over de betreffende omgevingsvergunning, maar ook die voor overige activiteiten die voor het project benodigd zijn, wordt besloten door de Minister van EZK. De communicatie over de uiteindelijke besluiten zullen wij met EZK afstemmen.

Nieuw Haaksbergen 1. Op pagina 5 van het raadsvoorstel noemt u onder a-g een aantal voorwaarden voor de wijzigingsbevoegdheid. Uit het voorstel maak ik op dat zes voorwaarden hiervan op ‘groen’ staan en één op ‘rood’ en de ‘rode’ betreft de oppervlakte van het zouthuisjes. In hoeverre denkt het college dat de overschrijding van deze halve meter oppervlakte een risico vormt? Antw.

[JHS] Wij zien daarin geen risico. Er wordt geen rechtstreeks beroep gedaan de wijzigingsbevoegdheid, maar op een afwijking van het bestemmingsplan. Gelet op het feit dat de gezamenlijke oppervlakte aan zouthuisjes ruim binnen de wijzigingsbevoegdheid blijft, is de beperkte overschrijding van het oppervlaktevoorschrift voor acht afzonderlijke zouthuisjes aanvaardbaar.

2.

Is deze overschrijding de reden dat u ons als raad vraagt een vvgb te verlenen?

Antw.

[JHS] Nee, Nobian heeft aanvragen om omgevingsvergunningen ingediend bij het bevoegd gezag, EZK. EZK heeft uw raad verzocht om de verklaringen van geen bedenkingen te verlenen vanwege het strijdig gebruik met regels ruimtelijke ordening. Het totale project omvat 8 boorlocaties, waarvan er twee niet binnen gronden gelegen zijn waarop de wijzigingsbevoegdheid ziet.

3.

Had uw college zelf het besluit kunnen nemen als de oppervlakte van de huisjes niet met een halve meter was overschreden? Die vraag stel ik overigens alleen voor die zes huisjes in de wijzigingsbevoegdheid.

Antw.

[JHS] Indien de zes zoutwinningslocaties gelegen in de wro-zone volledig hadden gepast in het kader van de wijzigingsbevoegdheid, had EZK ons college kunnen verzoeken de wijzigingsbevoegdheid toe te passen en had ons college daarover kunnen besluiten.

4.

In hoeverre vormt de overeenkomst die niet gekoppeld kan worden aan de vvgb een risico voor de gemeente?

Antw.

Zijn er risico’s? Ja, er zijn altijd risico’s. Maar gegeven de omstandigheden is dit het beste wat wij in Haaksbergen kunnen doen. Het alternatief was geweest dat wij niets hadden vastgelegd en dat is in dit soort gevallen altijd een slechtere keuze.

5.

Is het college van mening dat de overeenkomst standhoudt als een derde partij in de toekomst de activiteiten van Nobian overneemt? Oftewel, gaan de afspraken die de gemeente beoogd te maken met Nobian mee bij een eventuele overname?

Antw.

Bij overname van Salt B.V. neemt de opvolger de vergunning over, maar ook alle rechten en plichten waaronder de zaken die wij hier in de overeenkomst hebben geregeld.

6.

Is de constatering van mevrouw Diepenmaat dat de zoutwinningslocaties niet binnen het veegplan vallen een juiste?

Antw.

[JHS] De zoutwinningslocaties vallen wel binnen het veegplan. Het veegplan ziet op het gehele bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen. Met het veegplan is een dubbelbestemming toegekend op de gronden waar de voorgenomen zoutwinning zal plaatsvinden. Een veegplan is nooit een op zichzelf staand plan, maar bevat één of meer aanpassingen van een bestaand plan, in dit geval van het bestemmingsplan

Buitengebied Haaksbergen. Met de uitdrukking ‘Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening, veegplan 1’ is dan ook bedoeld: ‘ Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, zoals aangepast door de partiële herziening veegplan 1. Het planologische kader is in de ruimtelijke onderbouwing volledig uitgewerkt. Team DAP 1. Is de overeenkomst tussen gemeente en Nobian waterdicht? Antw.

VVD 1.

Wij hebben advies gevraagd op de houdbaarheid van deze overeenkomst en onze advocaat verzekerd ons dat deze overeenkomst juridisch houdbaar is. Deze manier van vastlegging van dergelijke toezeggingen en het instellen van omgevingsfondsen is de richting waarop het zich op dit moment beweegt in den lande en ook elders.

In het raadsvoorstel wordt meerdere malen verwezen naar het gewijzigd conceptinstemmingsbesluit op het gewijzigd winningsplan d.d. 15 oktober 2023. Later wordt dit bestaan ontkend? We zouden graag willen weten wat hier aan de hand is.

Antw.

[JHS] In het raadsvoorstel wordt herhaaldelijk gerefereerd aan het gewijzigde conceptinstemmingsbesluit van de staatssecretaris d.d. 15 oktober 2023 op het gewijzigd winningsplan. Het winningsplan is niet op deze datum gewijzigd.

2.

In het raadsvoorstel en het advies van SodM wordt gesproken over ’18 maanden’ om een SRB aan te leveren. In het dashboard staat 18-24 maanden. Is 18 maanden realistisch en waar gaan we vanuit?

Antw.

[JHS] Het SRB dient binnen 18 maanden voor goedkeuring aan SodM voorgelegd te worden. Of dit een realistische termijn is, doet niet ter zake. De 18 maanden is geadviseerd door SodM en overgenomen door de staatssecretaris in het gewijzigde concept-instemmingsbesluit. De consequentie indien het SRB niet wordt goedgekeurd, is opgenomen in het gewijzigde concept-instemmingsbesluit. Zoals aangegeven in het raadsvoorstel is de 18 maanden termijn door SodM geadviseerd omdat men zeker is dat hard insluiten na 18 maanden mogelijk is. De verwachte omvang van de cavernes is dan gelijk aan de omvang van de bestaande cavernes in Twente.

3.

Voor de locaties H-01 en H-02 is een bestemmingsplanwijziging nodig. We zien op die locaties dat er voorbereidingen worden getroffen voor de geplande zoutwinning. Is dit niet de omgekeerde wereld? Kan een aanvrager starten met de voorbereidingen in de afwachting dat de toestemming wel komt?

Antw.

[JHS] Mits die voorbereidingen in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan en overige regelgeving mogen die getroffen worden. Deze voorbereidingen maken geen deel uit van deze besluitvorming.

4.

Hoe ziet de inpassing van H-01 en H-02 eruit? Is er nog sprake van een groene overgang?

Antw.

[JHS] De zouthuisjes worden volgens het ontwerp voorzien van een agrarische uitstraling en landschappelijk ingepast. De inpassing is opgenomen als bijlage bij dit raadsvoorstel. De zoutwinningslocaties H-01 en H-02 vormen op deze wijze een zachte overgang van het bedrijventerrein Stepelerveld (met een industriële uitstraling) naar het buitengebied (met een landschappelijke uitstraling).

5.

Mocht Nobian een pompgebouw bouwen onder het mom van een bedrijfsverzamelgebouw?

Antw.

Ja. De omgevingsvergunning voor het bouwen is onherroepelijk.

6.

De verklaring van de minister geeft aan dat de acht cavernes niet worden gebruikt voor de opslag van stoffen. Hoe gaat dit als nummer 9 en alle volgende komen? Krijgt de gemeenteraad daar nog iets over te zeggen?

Antw.

[JN] De bevoegdheid van het gemeentebestuur is afhankelijk van wettelijke ontwikkelingen, waaronder de implementatie van de Contourennota voor een nieuwe Mijnbouwwet. De staatssecretaris heeft bij kamerbrief aangekondigd dat het kabinet met een visie komt over de toekomst van zoutwinning in Nederland. Hierbij zal het kabinet ook onderzoeken in hoeverre het verstandig is om de productie van zout als grondstof voor de chemische industrie van nationaal belang te verklaren.

7.

Voor een diepteboring is volgens de Wro een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Moet er voor elke winningsfase een vvgb worden afgegeven? Geldt dit ook onder de Omgevingswet?

Antw.

De vvgb is beperkt tot de aangevraagde acht zoutwinningslocaties. Bij een nieuwe aanvraag wordt de procedure opnieuw doorlopen. Als de landelijke overheid besluit zoutwinning van nationaal belang te verklaren, hebben we een nieuwe situatie. We hebben nu te maken met de wetten zoals deze nu gelden.

8.

Is aanvrager van de vergunning getoetst bij Bibob?

Antw.

Uw raad weet dat wij nog geen beleid hebben op de aankoop van industriegronden. Daar zijn we wel mee bezig, maar op dit moment kunnen wij hierop nog geen Bibob-toets uitvoeren. Verkoop van de gronden aan Nobian heeft al een aantal jaren geleden plaatsgevonden.

9.

Bij Uzin Utz wil men een poedertoren bouwen voor 50 jaar. Krijgen we dan niet een toren als Pisa?

Antw.

[JHS] Er zijn geen beperkingen die ontstaan door de aanleg van het boorterrein met 8 cavernes van uiteindelijk circa 1 miljoen m3. Een constructeur kan zich laten informeren over bijvoorbeeld de verwachtte geringe en zeer geleidelijk bodemdaling (ter plaatse) en daar bij de constructie rekening mee houden. Het is voor een poedertoren echter niet nodig omdat de genoemde bodemdaling geen aanleiding zal geven voor speciale maatregelen. Een ‘toren van Pisa’ is niet aan de orde.

10.

De motie van 12 juli 2023 heeft geleid tot gewijzigde feiten, inzichten en omstandigheden. Welke feiten exact?

Antw.

[JHS] De belangrijkste wijziging vinden wij dat naar ons oordeel de veiligheid van zoutwinning voldoende is geborgd in het gewijzigde concept-instemmingsbesluit. In ons advies d.d. 12 april op het concept-instemmingsbesluit op het gewijzigd winningsplan waar uw raad een afschrift van heeft ontvangen, hebt u kunnen lezen dat het advies van SodM destijds niet onverkort in het concept-instemmingsbesluit was opgenomen. Sinds uw motie zoutwinning d.d. 12 juli 2023 is bestuurlijk en ambtelijk met EZK en SodM over deze onderdelen gesproken en geëist dat het advies van SodM onverkort, met uitzondering van het mogelijk hergebruik van de cavernes, in het gewijzigd conceptinstemmingsbesluit is opgenomen.

11.

Gaan we op voorhand afwijken van de eisen binnen de wijzigingsbevoegdheid? Wordt de beperkte afwijking van de oppervlakte meer als de overhang ook wordt meegenomen?

Antw.

[JHS] Er wordt door aanvrager geen beroep gedaan op de wijzigingsbevoegdheid. Er wordt verzocht om af te wijken van het bestemmingsplan. Aan dit juridische kader betekenis toe voor de aanvaardbaarheid van de activiteiten. Evenals bij andere

aanvragen beoordelen wij of een afwijking van het bestemmingsplan aanvaardbaar is. De beperkte afwijking ten opzichte van de wijzigingsbevoegdheid wordt veroorzaakt door de overhang. In het raadsvoorstel hebben wij onderbouwd dat deze afwijking aanvaardbaar is, gelet op de totaal toegestane oppervlakte aan zouthuisjes. 12.

Heeft de gemeenteraad iets te zeggen over de stikstofdepositie? Wie toetst dit? Moet een ecologische effectbeoordeling niet op voorhand bekend zijn, alvorens er gestart gaat worden?

Antw.

[JHS] Nee, uw raad is niet het bevoegd gezag om de stikstofdepositie te beoordelen. Zoals in het raadsvoorstel is aangegeven, gaat het ministerie van LNV hierover. Ons college is aangegeven dat de Ecologische effectbeoordeling één dezer dagen bekend wordt. De stikstofdepositie in de aanlegfase is voorwerp van een Ecologische Effecttoets. Het college is door EZK verzekerd dat omgevingsvergunningen niet worden verleend, totdat is gebleken dat de stikstofdepositie niet leidt tot negatieve effecten op de natuurwaarden en/of het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hiertoe een verklaring van geen bedenkingen of een positief afwijkingsbesluit heeft verleend.

13.

Hoe kan het dat in het winningsplan het afsluitplan nog niet is opgenomen?

Antw.

[JHS] Zoals aangegeven in het raadsvoorstel kan op basis van de nu bekende gegevens nog niet inzichtelijk worden gemaakt of ‘hard insluiten’ op de lange termijn leidt tot een stabiele situatie. Zoals reeds aangegeven dient Nobian binnen 18 maanden het SRB voor goedkeuring aan SodM voor te leggen. Uit het SRB moet blijken of ‘hard insluiten’ op de lange termijn leidt tot een stabiele situatie.

14.

Kruip heeft bodemdaling tot gevolg. Landgebruikers moeten rekening houden met de naijlende effecten van zoutwinning.

Antw.

[JHS] EZK en SodM hebben in het gewijzigde concept-instemmingsbesluit rekening gehouden met de na-ijlende effecten van zoutwinning. In het gewijzigde conceptinstemmingsbesluit is aangegeven waar eventuele benodigde mitigerende maatregelen op kunnen worden ingezet en wie daarvan de rekening betaalt.

15.

De minister kan instemming aan het winningsplan weigeren indien er sprake is van de criteria genoemd in de Mijnbouwwet. Van al deze criteria is dus geen sprake?

Antw.

[JHS] De minister is het bevoegd gezag inzake mijnbouwinrichtingen. De beoordeling van de criteria genoemd in de Mijnbouwwet is aan het bevoegd gezag. Wij zijn niet het bevoegd gezag om hierop te toetsen en hebben hierop tevens geen expertise.

16.

Is het college bekend met het feit dat Nobian 34 inschrijvingen in de Kamer van Koophandel heeft?

Antw.

[JN] Zoveel inschrijvingen in de KvK mag indrukwekkend lijken maar het is niet ongebruikelijke voor grote ondernemingen. Het college kan dit nagaan, maar deze vraag is voor het college niet relevant. Het college sluit de overeenkomst met de aanvrager van de omgevingsvergunningen.

17.

Heeft het college de overeenkomst wel met de juiste B.V. afgesloten?

Antw.

De partij waarmee wij beogen de overeenkomst te sluiten is Nobian Salt B.V. en dat is degene die de aanvragen om omgevingsvergunningen heeft ingediend bij EZK. Dat is van belang omdat de afspraken in de overeenkomst afspraken zijn met de vergunninghouder en niet met één van de andere 34 rechtspersonen die één van jullie in

de KvK had gevonden. Wij hebben niet gekozen voor het medeondertekenen van de moeder of een andere gelieerde vennootschap want dat doe je vaak om de zekerheid van verhaal zeker te stellen en wij menen die te hebben gevonden in het instellen van een fonds en wij hebben ons bovendien ingespannen om EZK bij Nobian extra zekerheden te laten stellen. D66 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13455090/1