V. 2022 Reactie burgemeester op Discussienota De Nationale Politie...
Tekst van het document
Geachte heer Van Vollenhoven, Via het Nederlands genootschap van burgemeesters heeft u de notitie ‘De Nationale Politie, gezagdragers en de wijkagent’ doen toekomen met daarbij het verzoek mijn oordeel te geven over deze notitie. Hierin formuleert u een aantal aanbevelingen en het voorstel om in een nieuwe motie van de Tweede Kamer duidelijker te laten vaststellen wat de samenleving en de gezagsdragers van de wijkagent, de politie, zouden mogen verwachten. Hoewel ik niet op alle punten in de notitie reageer, zou ik wel een aantal punten eruit willen lichten die ik al dan niet herken. Voorop moet ik stellen dat ik erg tevreden ben met en waardering heb voor de inzet en samenwerking met de politie op lokaal niveau. Mijn insteek is dan ook niet om kritiek te uiten op de politie, maar wel om in samenwerking tot verbetering op een aantal punten te komen die met name op het landelijk niveau liggen. De vorming van de Nationale politie heeft zowel goede als minder goede punten gebracht. Zo is het een pluspunt dat bijvoorbeeld de uitwisseling/bijstand in geval van incidenten makkelijker is geworden ten opzichte van alle losse korpsen voorheen. Daartegenover onderschrijf ik uw opvatting dat zeker in de kleinere gemeenten de invloed op het bepalen van prioriteiten en inzet minder is geworden.
Veel van deze zaken worden op hoger, al dan niet landelijk, niveau besloten en de invloed van een ‘ kleine’ gemeente hierop is gering. De verhouding tussen het ‘beheer’ en ‘gezag’ is hiermee veranderd. Een recente ervaring hiermee is dat in het geval van een crisis zoals de boerendemonstraties het voor het lokaal bestuur onduidelijk is waar en op welk niveau de prioriteiten worden vastgesteld. Een punt dat al langer onder de aandacht is en in uw notitie centraal staat is de positie van de wijkagent. Het gebied gebonden werken beschouw ik als de grootste kracht van de Nederlandse politie of zoals u het beschrijft ‘een onmisbaar fundament’. De verbinding tussen de politie en inwoners en de kennis van de lokale situatie zijn van groot belang. U beschrijft de wijkagent als verbindende factor in de samenleving die daarmee bijdraagt aan vertrouwen en legitimiteit. Het belang van de 1 wijkagent op 5000 inwoners norm, maar ook het belang van een duidelijke taakstelling van de wijkagenten onderschrijf ik. De vastgelegde norm zal in veel gevallen wel gehaald worden, maar dit betekent niet dat deze wijkagenten ook daadwerkelijk hun volledige tijd aan de functie kunnen besteden. We zien dat door de druk op de capaciteit en inzet elders agenten veelal minder tijd voor de functie hebben.
Het is belangrijk landelijk aandacht te hebben voor de norm en de taakstelling van de wijkagent zodat het geen papieren werkelijkheid wordt. Om de verhouding in het stelsel weer terug te brengen onderschrijf ik hetgeen u aanhaalt over de stelselverantwoordelijkheid. Op deze wijze wordt het ministerie van Binnenlandse zaken weer verantwoordelijk voor het stelsel en heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid een verantwoordelijkheid in de brede opsporingstaak. Aanvullend wil ik benadrukken dat in deze lijn ook de CdK weer een verantwoordelijkheid krijgt als Rijksheer en daarmee de balans tussen opsporing enerzijds en openbare orde anderzijds beter geborgd wordt. De overweging om de Officier van Justitie (in de rol van gezagsdrager over de politietaak opsporing) verantwoording te laten afleggen aan de gemeenteraad onderschrijf ik niet. Een systeem van checks and balances is cruciaal in democratische processen, maar mijn inziens zijn er ook andere mogelijkheden om vast te stellen of de tweede politietaak (opsporen van strafbare feiten) naar behoren wordt uitgevoerd. Een onafhankelijke begeleidingscommissie/toetsingscommissie, zoals u deze in uw notitie benoemd, dit laten beoordelen zou een mogelijke oplossingsrichting kunnen zijn. Evenals het verschuiven van de stelselverantwoordelijkheid zoals eerder benoemd.
Vertrouwende u hiermee van een passende reactie te hebben voorzien. Hoogachtend, R.G. Welten burgemeester Haaksbergen