Toelichting
Tekst van het document
Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a
Inhoudsopgave
Toelichting
2
3
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
Bestemmingsplan
Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a
Mei 2024
Vastgesteld
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a”
Plannaam: Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52/52a IMRO-nummer: NL.IMRO.0158.BP1215-0002 Plantype: Bestemmingsplan Status: Vastgesteld Datum: Mei 2024
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ...................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ......................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED .................................................................................................................. 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ........................................................................................................ 6 PLANOLOGISCH REGIME ........................................................................................................................... 6 LEESWIJZER .......................................................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 2 LANDSCHAPSKARAKTERISTIEK EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ................ 8 2.1
HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED .................................................................................................................. 8
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ........................................................................ 10 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING ..................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN .......................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER .............................................................................. 14 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 14 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................... 23
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ..................................................... 30 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID ............................................................................................................................................. 30 BODEMKWALITEIT ................................................................................................................................ 31 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 33 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 34 MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 35 GEUR................................................................................................................................................ 37 ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 38 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ......................................................................................................... 40 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE.......................................................................................................... 41
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................... 43 6.1 6.2
VIGEREND BELEID ................................................................................................................................ 43 WATERPARAGRAAF.............................................................................................................................. 44
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................... 45 7.1 7.2 7.3
INLEIDING .......................................................................................................................................... 45 OPZET VAN DE REGELS ........................................................................................................................... 45 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .......................................................................................................... 47
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..................................................... 49 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN .......................................... 50 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .................................................................................................................................... 50 INSPRAAK .......................................................................................................................................... 50 ZIENSWIJZEN ...................................................................................................................................... 50
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING .................................................................................. 51 BIJLAGE 1
RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN ........................................................................................................... 52
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
BODEMONDERZOEK ...................................................................................................................... 53 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ........................................................................................ 54 WATERTOETSRESULTAAT ................................................................................................................ 55
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Kolenbranderweg 52/52a, in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen, bevindt zich een agrarische bedrijfsbestemming met een bedrijfswoning met inwoning en bijbehorende bouwwerken. Het voornemen is om de agrarische gronden te wijzigen naar een passende woonbestemming. Daarnaast wordt 525 m² van de bestaande schuren gesloopt. Ter compensatie van de te slopen schuren wordt de inwoonsituatie ‘gesplitst’ in twee reguliere woningen. Zodoende zijn op het perceel twee afzonderlijke (aaneengebouwde) woningen toegestaan. De resterende voormalige agrarische bebouwing blijft in gebruik. In de huidige situatie is er al een hoveniersbedrijf gevestigd in de bebouwing. Deze nevenactiviteit zal in de huidige situatie gelegaliseerd worden. Het overige oppervlakte aan bebouwing zal dienen als caravanstalling en/of bijgebouw bij de woningen. Concreet is betreft het voornemen om: • • • • • •
het agrarische bedrijf aan de Kolenbranderweg 52 / 52a weg te bestemmen; een deel van de agrarische bedrijfsbebouwing (circa 525 m2) te slopen; de bedrijfswoning met inwoning om te zetten naar een reguliere woning; deze reguliere woning met inwoning te splitsen in twee afzonderlijke aaneengebouwde wooneenheden; een hoveniersbedrijf van maximaal 350 m2 bij de bestaande woning toe te staan; het nieuwe erf landschappelijk in te passen conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken.
De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen “Buitengebied Haaksbergen” en “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1”. Daarom is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend plan voorziet hierin. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Kolenbranderweg 52/52a, circa 100 meter ten oosten van het bedrijventerrein Stepelo en de Greune en circa 800 meter ten noorden van de kern Haaksbergen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haaksbergen en de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode ster en omlijning aangeduid. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt naar de verbeelding verwezen.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haaksbergen en de directe omgeving (Bron: Plattekaart.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0158.BP1215-0002) en een renvooi; regels.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Buitengebied Haaksbergen” en “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1”. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk op 2 juli 2013 en 1 november 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Haaksbergen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode lijn weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt naar de verbeelding verwezen.
Afbeelding 1.2: Uitsneden vigerend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2
Bestemmingen en aanduidingen
Het plangebied is bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ en voorzien van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering 2’. Daarnaast geldt op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1” de dubbelbestemming ‘Waarde – Middelmatige archeologische verwachting’. Het plangebied is tevens voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘wro-zone wijzigingsgebied’ en ‘reconstructiewetzone – verwervingsgebied’. De voor ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Per bestemmingsvlak is één agrarisch bedrijf toegestaan. Op de voor 'Agrarisch -
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan het bestaande aantal (=1) bedragen. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering 2’ mag de oppervlakte van het bouwperceel niet meer dan één hectare bedragen. De voor ‘Waarde - Middelmatige archeologische verwachting’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. Ter plaatse van de aanduiding reconstructiewetzone - verwevingsgebied zijn specifieke regels opgenomen binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Ter plaatse van de aanduiding wro-zone wijzigingsgebied kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen en de bestemming wijzigen ten behoeve van een zoutwinlocatie. 1.4.3
Strijdigheid
Het splitsen van de woning en het regulier bewonen van de boerderij aan de Kolenbranderweg 52/52a is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Daarnaast zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten beëindigd, waarmee de bouwmogelijkheden voor het realiseren van agrarische bedrijfsgebouwen planologisch moeten komen te vervallen. Ook dient de huidige te splitsen bedrijfswoning te worden omgezet naar een reguliere woonbestemming. Daarnaast wordt 525 m² aan voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt. De overige oppervlakte van de schuren (1.900 m²) blijven behouden. In de bestaande bebouwing wordt een hoveniersbedrijf gelegaliseerd met een oppervlakte van maximaal 350 m². Tot slot zal het erf landschappelijk ingepast worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde juridisch-planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarnaast wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, de inspraak en zienswijzen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
LANDSCHAPSKARAKTERISTIEK EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED
Huidige situatie plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen. De functionele structuur van de omgeving bestaat grotendeels uit agrarische cultuurgronden, verspreid liggende woningen en (agrarische) bedrijven. Het plangebied wordt aan west-, zuid- en noordzijde door agrarische cultuurgrond begrensd. Ten oosten vormt een bos de begrenzing. Ten westen van het plangebied bevindt zich de Kolenbranderweg. Het plangebied is in gebruik geweest ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Dit agrarisch bedrijf heeft zijn agrarische bedrijfsmatige activiteiten reeds beëindigt. Qua bebouwing bevinden zich op het erf een bedrijfswoning met inwoning, tuinen en gazon, bijbehorende bijgebouwen en voormalig agrarische bebouwing. Het oppervlakte aan bedrijfsbebouwing betreft 2.425 m². Rondom de agrarische bedrijfsbebouwing is erfverharding aanwezig. Voor het overige bestaat het plangebied uit gazon en grasland. Het erf heeft twee ontsluitingen op de Kolenbranderweg, één ten noorden en één ten zuiden van het plangebied. De agrarische bedrijfsbebouwing verkeert grotendeels in goede staat. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. Afbeelding 2.2 bevat straatbeelden vanaf de Kolenbranderweg.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie Kolenbranderweg 52/52a (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
Afbeelding 2.2: Straatbeelden vanaf de Kolenbranderweg (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
3.1
Gewenste ontwikkeling
3.1.1
Algemeen
Zoals in de aanleiding is aangegeven zijn de agrarische bedrijfsmatige activiteiten aan de Kolenbranderweg 52/52a reeds beëindigd. Het erf wordt zodoende omgezet naar een reguliere woonbestemming. Daarnaast geldt dat ter plaatse momenteel sprake is van een inwoonsituatie. Het voornemen betreft de bestaande woning met inwoonsituatie te splitsen en zodoende een tweede reguliere woning toe te staan op het erf. Ter compensatie van het toestaan van een tweede reguliere woning wordt, een gedeelte (525 m²), van de agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Voor de overige oppervlakte aan voormalig agrarische bedrijfsgebouwen is een vervolgfunctie gevonden. Middels het VAB-beleid kan voor een oppervlakte van maximaal 350 m² een hovenier (nevenactiviteit) gebruik maken van de bebouwing. De overige oppervlakte wordt in gebruik genomen ten behoeve van caravanstalling en als bijgebouwen bij de woningen. Met de toekomstige invulling blijven kwalitatief in goede staat zijnde schuren in gebruik en behouden. Tevens wordt het erf landschappelijk ingepast waardoor de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse zal verbeteren. Aan de Kolenbranderweg 52a betreft het oppervlakte aan bijgebouwen 700 m², en aan de Kolenbranderweg 52 wordt het oppervlakte aan bijgebouwen 1.200 m², waarvan 350 m² als nevenactiviteit wordt gebruikt. In afbeelding 3.1 is weergegeven welke bebouwing gesloopt wordt.
Afbeelding 3.1:Te slopen en te behouden bebouwing (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld 3.1.2
Landschappelijk erfinrichtingsplan
Het plangebied ligt in een heideontginningslandschap. De heideontginningen kenmerken zich door hun rationele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote regelmatige verkaveling. De erven liggen als groene eilanden in het open landschap. De beplanting op erven is vrij besloten rondom een strak en regelmatig opgezet erf. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van het landschappelijk erfinrichtingsplan weergegeven. Het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan is toegevoegd als bijlage 1 bij deze toelichting.
Afbeelding 3.2: Uitsnede landschappelijk erfinrichtingplan (Bron: BJZ.nu)
Op het bestaande erf is al sprake van enige beplanting. Het is wenselijk om het erf verder te vergroenen. Een kwaliteitswinst wordt behaald door de aanplant van een houtsingel langs de noordelijke inrit van het erf. Deze houtsingel benadrukt de strakke liniaire structuur van het gebied. Daarnaast biedt de singel een geschikt leefgebied voor diverse fauna. Op het zijerf is ruimte voor een boomgaard met (hoogstam)fruitbomen. Fruitbomen komen van oorsprong voor het (agrarische)erven in het buitengebied, waarbij vaak sprake was van een meidoornhaag als omheining. Een boomgaard vormt dan ook een waardevolle aanvulling. Ook wordt het erf met de bomen groen ingevuld, waardoor een goed balans ontstaat tussen bebouwing en groen op het erf. Er kan gekozen worden uit bijvoorbeeld een handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer, pruim of kers. Onder de fruitbomen wordt een kruidenmengsel ingezaaid, waarmee bijen en andere insecten een geschikt leefgebied krijgen. Met de voorgestelde maatregelen wordt het perceel goed ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Uitgangspunten
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Uitgaande van volgende uitgangspunten: • • • • •
3.2.2
Functie: wonen, koop, vrijstaand; Functie: Hoveniersbedrijf, arbeidsintensief/bezoekersextensief Functie: Agrarisch bedrijf, arbeidersextensief/bezoekersextensief; Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Haaksbergen (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: buitengebied Verkeer
De planologische ontwikkeling voorziet in de volgende toekomstige situatie: Functie
Aantal/per 100 m²
Verkeersgeneratie
Verkeersbewegingen
Vrijstaande woning
2
8,2
16,4
Hoveniersbedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief
3,5 (350 m²)
10
35
Bijgebouwen (caravanstalling) arbeidsextensief/bezoekersextensief
15,5 (1.550 m²)
4,8
74,4
Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal
125,8/126
Om dit in perspectief te kunnen zetten met het huidig aantal verkeersbewegingen is gekeken naar de huidige situatie op het plangebied. In de huidige situatie is er sprake van een agrarisch bedrijf met een oppervlakte van (1.900+525=) 2.425 m² aan bedrijfsbebouwing. Functie
Aantal/per 100 m²
Verkeersgeneratie
Verkeersbewegingen
Vrijstaande woning
1
8,2
8,2
Agrarisch bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief
24,25 (2.425 m²)
4,8
116,4
Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal
124,6/125
Te zien is dat afgerond het toekomstig aantal verkeersbewegingen zal toenemen met (126-125=) 1 verkeersbeweging. De Kolenbranderweg en het omliggende wegennetwerk kan deze lichte toename gemakkelijk verwerken. Opgemerkt wordt tevens dat het veelal gaat om langdurige opslag ten behoeve van caravanstalling/bijgebouwen. Verwacht wordt dan ook dat het aantal verkeersbewegingen fors minder zal bedragen. De locatie wordt via de bestaande toegangswegen op de Kolenbranderweg ontsloten, waardoor de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Deze uitrit is verkeersveilig. Gezien het vorenstaande, vormt het aspect verkeer geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld 3.2.3
Parkeren
De planologische ontwikkeling voorziet in de volgende toekomstige situatie: Functie
Aantal/per 100 m²
Parkeerbehoefte
Parkeerplaatsen
Vrijstaande woning
2
2,4
4,4
Hoveniersbedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief
3,5 (350 m²)
2,35
8,2
Bijgebouwen (caravanstalling) arbeidersextensief/bezoekersextensief
15,5 (1.550 m²)
1,05
16,3
Totaal aantal parkeerplaatsen
28,9/29
Te zien is dat afgerond de toekomstige parkeerbehoefte op het erf 29 parkeerplaatsen betreft. Kijkend naar de grootte van het perceel is te zien dat er voldaan kan worden aan de totale parkeerbehoefte van 29 parkeerplekken. Het buitenterrein heeft een oppervlakte van meer dan 1000 m². Uitgaande van gemiddeld 25 m² per parkeerplaats kan op eigen terrein worden voorzien in het benodigde aantal parkeerplaatsen. Opgemerkt wordt dat het veelal om langdurige opslag gaat (caravanstalling) en de parkeerbehoefte naar verwachting dan ook fors lager is dan hiervoor theoretisch berekend is. Gezien het vorenstaande, vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing aan de Lader voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat voor het realiseren van woningen geldt, dat woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen worden beoordeeld als een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Hieronder worden deze uitspraken weergegeven: • •
11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921); 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).
Onderhavig voornemen ziet toe op het planologisch toevoegen van één woning. Daarnaast blijft de bestaande agrarische bebouwing behouden waarin bedrijvigheid gedeeltelijk zal plaatsvinden. In vergelijking met de huidige activiteiten die planologisch mogelijk zijn en de ligging in het buitengebied wordt gesteld dat er geenszins sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het nader toetsen van het initiatief aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. • • •
4.2.2
Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaat niet zozeer over ‘mooi’ maar vooral over ‘goed’: functioneel, mooi en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de Omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.
Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken.
Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen.
Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Figuur 4.1 geeft dit schematisch weer.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
17
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
Figuur 4.1
4.2.4
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of – generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.5 lid 1, 2.1.6 lid 1 en 2.2.2. lid 1 uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • •
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van sloop van de landschapsontsierende bebouwing (525 m²) waarbij ter compensatie de bestaande inwoonsituatie wordt omgezet naar twee zelfstandige wooneenheden (woningsplitsing). Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een (forse) afname van bebouwing. De ‘extra’ woning betreft een woningsplitsing die niet gepaard gaat met nieuwbouw. Er wordt dan ook geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
18
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld Ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1.5 lid 1) In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (artikel 2.1.6 lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 lid 1 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (het buitengebied) van de gemeente Haaksbergen. Deze meerwaarde zal zich vertalen in: • • •
met het slopen van circa 525 m2 aan bebouwing, neemt de hoeveelheid bebouwing in het buitengebied af; saneren van erfverharding; het behouden en versterken van de landschappelijke kwaliteit.
Artikel 2.2.2 lid 1: Realisatie nieuwe woningen 1.
Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.
De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen:
Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven.
Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markten vastgoedanalyses en andere relevante gegevens.
Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.
Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt.
Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.
In artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 lid 1 Zoals uit artikel 2.2.2 lid 1 blijkt mogen bestemmingsplannen/wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen enkel voorzien in de realisatie van nieuwe woningen indien de behoefte daaraan in aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij dient te worden aangesloten bij de woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voorliggend plan voorziet in het planologisch toevoegen van één woning in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen middels het Rood voor Rood beleid. Deze woning is bedoeld voor de lokale behoefte. In paragraaf 4.3 wordt getoetst aan het relevante gemeentelijke beleid, waaronder het gemeentelijke
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
19
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld woonbeleid. Er wordt hierin onder andere aangetoond dat er een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte is naar de beoogde woning. Geconcludeerd wordt dat wordt voldaan aan artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is met rode cirkel weergegeven.
Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op functies die als passend binnen het ontwikkelingsperspectief worden beschouwd. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Het voornemen past, gelet op de ruimtelijke kwaliteitsverbetering en het toestaan van een functie die als passend wordt aangemerkt, binnen het ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.
De ‘stedelijke laag’ en de ‘laag van de beleving’ worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen specifieke eigenschappen voor deze lagen gelden.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
20
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld 1.
De ‘Natuurlijke laag’
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Natuurlijke laag’ aangeduid met de gebiedstypen ‘Beekdalen en natte laagtes’ en ‘Dekzandvlakte en ruggen’. In afbeelding 4.3 is dat aangegeven. Het plangebied is met rode cirkel weergegeven.
Afbeelding 4.3 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Natuurlijke Laag (Bron: Provincie Overijssel)
‘Beekdalen en natte laagtes’ Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. ‘Dekzandvlakte en ruggen’ De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
21
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ Het voornemen zorgt voor een afname van bebouwing en verharding op het erf. Door deze afname kan het water makkelijker in de grond infiltreren. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 2.
De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’
In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart als de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangeduid met het gebiedstype ‘Jong heide- en ontginningslandschap’. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart behorende bij de Laag van het agrarisch cultuurlandschap opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode cirkel weergegeven.
Afbeelding 4.4 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
‘Jonge heide- en ontginningslandschap’ Kenmerkend voor het jonge heide en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan voormalige natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Ten opzichte van omliggend essen en hoevenlandschap zijnde land bouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoek structuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en water lopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
22
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Het initiatief gaat uit van de sloop van 525 m² aan bebouwing en het saneren van overtollige erfverharding. Ter compensatie wordt de bestaande woning gesplitst (woningsplitsing). Tevens blijft de bestaande landschappelijke structuur behouden waardoor de geldende gebiedskenmerken behouden blijven. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ is. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste Dorp van Twente
4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: Groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.
In voorliggend geval is met name punt 3 van belang. Op deze ambitie is in de volgende subparagraaf nader worden ingegaan. 4.3.1.2 Ambitie 3: Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied Voor de kwaliteit van het buitengebied is een gezonde plattelandseconomie van groot belang. In het reconstructieplan zijn doelen geformuleerd om de ruimtelijke structuur van de landbouw te verbeteren voor de grondgebonden landbouw en intensieve veehouderij. Er wordt ruimte geboden voor schaalvergroting en intensivering van agrarische bedrijven in het landbouwontwikkelingsgebied (L.O.G.) bij Sint Isidorushoeve. Het overige agrarische gebied is verwevingsgebied en extensiveringsgebied. Daar wordt verbreding van de plattelandseconomie naar recreatie en toerisme, kleinschalige bedrijvigheid en lokale energieproductie gestimuleerd. Dit sluit niet uit dat op plekken die daarvoor geschikt zijn, toch nog een mate van schaalvergroting kan plaatsvinden. In vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen bieden wij mogelijkheden voor andere dan agrarische activiteiten, en het benutten daarvan voor landelijke woonmilieus, voor zover dit in harmonie met de kwaliteiten van het buitengebied gebeurt.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
23
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste dorp van Twente Een gezonde plattelandseconomie wordt in de structuurvisie van groot belang geacht. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een Rood-voor-Rood en VAB-ontwikkeling. Dit bestemmingsplan voorziet in het splitsen van een bestaande woning met inwoonsituatie middels de sloop van landschapontsierende bebouwing. De ontwikkelingen zorgen voor een versterking van de ruimtelijke kwaliteit, doordat landschapontsierende bebouwing in het buitengebied wordt gesloopt. De resterende voormalig agrarische bebouwing krijgt in de toekomstige situatie een andere nevenfunctie, namelijk wordt 350 m² in gebruik genomen voor een hoveniersbedrijf. De overige m² aan bebouwing zal dienst doen als caravanstalling en/of bijgebouw bij de woningen. Hiermee wordt zodoende ingespeeld op de ambitie ‘Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied’. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de structuurvisie. 4.3.2
Rood voor Rood beleid 2015
4.3.2.1 Algemeen Op 23 september 2015 heeft de gemeenteraad van Haaksbergen het Rood voor Rood beleid 2015 vastgesteld. Dit beleid heeft als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Haaksbergen. Dit wordt met name bereikt door het slopen van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied. Als compensatie kan onder voorwaarden een nieuwe woning in het buitengebied worden gerealiseerd. De slooplocatie, alsmede de locatie van de nieuwe woning worden landschappelijk ingepast. 4.3.2.2 Beleidskader 1.
2. 3. 4. 5.
Bij de sloop van minimaal 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een Rood voor Rood woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden gerealiseerd. Voor kassen geldt de sloop van minimaal 5.000 m². Bij de sloop van minimaal 1.500 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een woning van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd. Bij de sloop van minimaal 2.500 m² landschapsontsierende bebouwing kan maximaal één extra woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden verkregen. Bij de sloop van minimaal 3.000 m² kunnen maximaal twee woningen van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd.
4.3.2.3 Voorwaarden Sloop 1. 2.
3. 4. 5. 6.
7.
De te slopen vierkante meters zijn afkomstig uit de gemeente Haaksbergen. Alle bebouwing op het erf met uitzondering van de (bedrijfs)woning of karakteristieke, beeldbepalende en cultuurhistorische bebouwing maar inclusief alle verhardingen, sleufsilo’s en dergelijke dienen gesloopt te worden. De te slopen bebouwing dient met vergunning te zijn opgericht. Er kunnen meerdere locaties worden gecombineerd. De minimaal te slopen oppervlakte op één locatie is 300 m². Op de slooplocatie blijft maximaal 150 m² aan bijgebouwen gehandhaafd. Uitzondering hierop is wanneer er karakteristieke, beeldbepalende of cultuurhistorische bebouwing aanwezig is. De locatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor dient een erfinrichtingsplan aangeleverd te worden dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. Eerdere verplichtingen tot sloop of erfinrichting kunnen niet in de regeling worden toegepast.
Bouwlocatie
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
24
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kolenbranderweg 52 / 52a” Vastgesteld
1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
De toegekende kavel van maximaal 1.000 m² wordt op de slooplocatie of direct aangrenzende gronden gerealiseerd. Wanneer het vanuit ruimtelijk- of milieuoogpunt niet mogelijk is om op de slooplocatie terug te bouwen kan er worden gezocht naar een locatie in twee daartoe aangewezen gebieden, te weten de Wissinkbrink en de Veldmaat, tussen de huidige kern en de Noordsingel. Er wordt voldaan aan het beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen. Hiervoor wordt een schetsplan van de woning, ter beoordeling, aangeleverd voordat de procedure wordt opgestart. Omliggende bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. De bouwlocatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor wordt een erfinrichtingsplan aangeleverd dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. In plaats van een woning kan er onder dezelfde voorwaarden een bedrijfsmatige activiteit worden gerealiseerd. Dit kan alleen wanneer het passend is binnen het vigerende beleid. In het LOG blijft een ‘’nee tenzij’’ principe gelden waarbij de nieuwe woning nu en in de toekomst geen belemmering mag zijn voor bestaande of nieuwe bedrijven.
Maatwerk In sommige gevallen kan maatwerk worden geleverd. Het kan voorkomen dat de beschreven beleidsregels niet voldoende ruimte bieden om een gewenste ontwikkeling, waarbij een milieutechnisch of ruimtelijk probleem wordt opgelost, mogelijk te maken. Betreffende gevallen waarbij de ontwikkeling wel gewenst is, worden vooraf middels een startnotitie (buiten vastgesteld beleidskader), ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. 4.3.2.4 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het slopen van 525 m² aan landschapsontsierende bebouwing. De overige oppervlakte aan bebouwing op het erf bedraagt 1.900 m². Dit voldoet niet aan de beleidsregels. Zodoende is gebruik gemaakt van maatwerk ter plaatse. De 525 m² aan voormalige bedrijfsoppervlakte wordt gebruikt om de bedrijfswoning met inwoonsituatie te splitsen en om te zetten naar twee reguliere woningen. Zodoende ontstaan er op het erf twee zelfstandige reguliere woningen. De agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Middels het VABbeleid kan voor een oppervlakte van maximaal 350 m² een hovenier (nevenactiviteit) gebruik maken van de bebouwing. De overige oppervlakte wordt in gebruik genomen ten behoeve van caravanstalling en als bijgebouwen bij de woningen. Met de toekomstige invulling blijven kwalitatief in goede staat zijnde schuren in gebruik en behouden.