CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9

Gemeenteraad 3 maart 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9”14.690 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9

Februari 2021

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9”

Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:

Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9 NL.IMRO.0158.BP1179-0002 Bestemmingsplan Vastgesteld Februari 2021

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 PLANOLOGISCH REGIME ................................................................................................................................ 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 LANDSCHAPSKARAKTERISTIEK EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ............... 9 2.1

HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ....................................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 27 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID .................................................................................................................................................... 27 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 28 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 GEUR ...................................................................................................................................................... 33 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 39 6.1 6.2

VIGEREND BELEID ...................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF................................................................................................................................... 40

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 41 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 41 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 41 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 45 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 46 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 46 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 46

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 47 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

ERFINRICHTINGSTEKENING ................................................................................................................... 48 VERKENNEND (ASBEST) BODEMONDERZOEK ............................................................................................ 49 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 50 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 51 STANDAARD WATERPARAGRAAF ........................................................................................................... 52

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Bartelerweg 9, in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen, bevindt zich een varkenshouderij. Initiatiefnemer is voornemens de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse te staken. Er zal dan ook niet langer in het onderhoud van de aanwezige bedrijfsbebouwing worden geïnvesteerd, met als gevolg dat de bebouwing in de toekomst mogelijk verpauperd. Om deze situatie voor te zijn is initiatiefnemer voornemens deel te nemen aan de rood voor rood regeling van de gemeente Haaksbergen en de agrarische bedrijfsbebouwing te slopen en ter compensatie een woning op het erf te realiseren. Concreet is initiatiefnemer voornemens om: • • • • • • •

de varkenshouderij aan de Bartelerweg te beëindigen; de agrarische bedrijfsbebouwing (circa 1.385 m2) te slopen; een bestaande schuur (circa 125 m2) te verplaatsen; een compensatiewoning op het erf te realiseren; een bijgebouw van 300 m2 bij de bestaande woning te realiseren; de bestaande bedrijfswoning met inwoning planologisch om te zetten naar een reguliere woning met inwoning; het nieuwe erf landschappelijk in te passen conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken.

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen “Buitengebied Haaksbergen” en “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1”. Daarom is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend plan voorziet hierin. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Bartelerweg 9, circa 1,2 kilometer ten westen van de kern Haaksbergen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haaksbergen en de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode cirkel en lijn aangeduid. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt naar de verbeelding verwezen.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haaksbergen en de directe omgeving (Bron: Atlas van Overijssel)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” bestaat uit de volgende stukken: •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0158.BP1179-0002) en een renvooi;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld •

regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Buitengebied Haaksbergen” en “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1”. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk op 22 april 2015 en 1 november 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Haaksbergen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode lijn weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt naar de verbeelding verwezen.

Afbeelding 1.2 Uitsneden vigerend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld 1.4.2

Bestemmingen en aanduidingen

Het plangebied is bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ en voorzien van de functieaanduidingen ‘intensieve veehouderij’ en ‘landschapswaarden’ en de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering 2’. Daarnaast geldt op basis van “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1” de dubbelbestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’. Het plangebied is tevens voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone’ en ‘reconstructiewetzone – verwervingsgebied’. De voor ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Per bestemmingsvlak is één agrarisch bedrijf toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering 2’ mag de oppervlakte van het bouwperceel niet meer dan één hectare bedragen. Intensieve veehouderijen zijn uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ toegestaan. Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan het bestaande aantal (=2) bedragen.

De voor ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, het weiden van vee en verbouwen van gewassen en het behoud en de bescherming van de landschappelijke waarden ter plaatse van de aanduiding ‘landschapswaarden’. Er mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen binnen de bestemming worden gebouwd. De voor ‘Waarde - Hoge archeologische verwachting’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van een reguliere woning aan de Bartelerweg 9 is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is vanuit het rood voor rood beleid het een vereiste dat de agrarische bedrijfsbestemming komt te vervallen, zodat de bouwmogelijkheden voor het realiseren van agrarische bedrijfsgebouwen komen te vervallen. Tot slot dienen de huidige bedrijfswoning met inwoning planologisch gezien om te worden gezet naar reguliere woonbestemming met inwoning. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde juridisch-planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarnaast wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, de inspraak en zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

LANDSCHAPSKARAKTERISTIEK EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED

Huidige situatie plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied van Haaksbergen. De functionele structuur van de omgeving bestaat grotendeels uit agrarische cultuurgronden, verspreid liggende woningen en (agrarische) bedrijven. Het plangebied wordt aan west-, zuid- en oostzijde door agrarische cultuurgrond begrensd. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de Bartelerweg. Het plangebied wordt momenteel gebruikt ten behoeve van de bedrijfsvoering van een varkenshouderij. Qua bebouwing bevinden zich op het erf een woning met inwoning en een viertal agrarische opstallen. Rondom de agrarische bedrijfsbebouwing is erfverharding aanwezig. Voor het overige bestaat het plangebied uit gazon en grasland. De woning met inwoning heeft twee ontsluitingen op de Bartelerweg. Daarnaast zijn de agrarische opstallen ook met twee in- en uitritten op de Bartelerweg ontsloten. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen. Afbeelding 2.2 bevat straatbeelden vanaf de Bartelerweg.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie Bartelerweg 9 (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

Afbeelding 2.2 Straatbeelden vanaf de Bartelerweg (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

3.1

Gewenste ontwikkeling

3.1.1

Algemeen

Zoals in de aanleiding is aangegeven is initiatiefnemer voornemens de varkenshouderij aan de Bartelerweg 9 te beëindigen. De aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen hebben hierdoor geen vervolgfunctie meer, waardoor er niet meer in het onderhoud zal worden geïnvesteerd en deze in de (nabije) toekomst dreigen te verpauperen. Om dit te voorkomen is initiatiefnemer voornemens de overbodige agrarische bedrijfsbebouwing te slopen en in te brengen in het kader van de rood-voor-rood regeling. In totaal zal circa 1.385 m2 aan agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt worden. Ter compensatie van de sloop van de agrarische bebouwing zal één woning worden gebouwd. Eén agrarisch opstal (125 m2) zal worden verplaatst en als bijgebouw bij de compensatiewoning worden gebruik. De wens bestaat één bijgebouw van 300 m2 bij de bestaande woning met inwoning te realiseren. In afbeelding 3.1 is weergegeven welke bebouwing behouden blijft en welke bebouwing gesloopt wordt.

Afbeelding 3.1 Te slopen en te behouden bebouwing (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld 3.1.2

Inrichting erf

Het nieuwe erf wordt landschappelijk ingepast. Hier is door Borgerink Groendesign een erfinrichtingstekening voor opgesteld. Een uitsnede van de erfinrichtingstekening is in afbeelding 3.2 weergegeven. De erfinrichtingstekening is als bijlage 1 bijgevoegd.

Afbeelding 3.2 Uitsnede erfinrichtingstekening (Bron: Borgerink Groendesign)

De te realiseren compensatiewoning is ‘scheef’ op het erf gesitueerd. Door deze situering wordt de aanwezige es het beste vanuit de compensatiewoning beleefd. Daarnaast zorgt het ervoor dat de zichtlijnen van de compensatiewoning niet worden belemmerd door de schuren van de ten zuidoosten van het plangebied BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld gelegen manege (Ruitersportcentrum Capriole, Bartelerweg 5). Daarnaast wordt er een compact erf gecreëerd met de huidige indeling. Het bijgebouw bij de bestaande woning met inwoning en het bijgebouw bij de compensatiewoning worden naast elkaar gerealiseerd en staan haaks op de bestaande woning met inwoning. De landschappelijke inpassing bestaat uit het aanplanten van een solitaire walnoot en rode paardenkastanje (nummers 1 en 2) voor de bijgebouwen. Tussen de bijgebouwen en aan de oostzijde van het plangebied wordt een houtsingel aangebracht. Ten zuiden van de compensatiewoning en bijgebouwen worden knotwilgen aangeplant. In het zuiden van het plangebied wordt een natuurlijke laagte gecreëerd.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Verkeer

De planologische ontwikkeling voorziet in een toename van 1 extra woning ter plaatse van het perceel Bartelerweg 9. Deze toename brengt geen onevenredige verkeersdruk met zich mee. De locatie zal via de bestaande toegangsweg op de Bartelerweg worden ontsloten, waardoor de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Ter plaatse van de Bartelerweg 9 wordt de varkenshouderij beëindigd. De bij de agrarische bedrijfsvoering behorende verkeersbewegingen komen daarmee ook te vervallen. Ter compensatie wordt een vrijstaande woning gerealiseerd. Een dergelijke ontwikkeling zorgt niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen. Gezien het vorenstaande, vormt het aspect verkeer geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.2

Parkeren

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Uitgaande van volgende uitgangspunten: • • • •

Functie: wonen, koop, vrijstaand Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Haaksbergen (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: buitengebied Parkeerbehoefte (per woning): minimaal 2,0 en maximaal 2,8

Het parkeren ten behoeve van de woningen vindt op het erf en in de bijgebouwen plaats. Zoals in afbeelding 3.2 te zien is, is er voldoende ruimte op het erf om per woning in drie parkeerplaatsen te voorzien. Hiermee wordt aan de parkeerbehoefte voldaan. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •

•

• •

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.

4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen zijn ondermeer de uitspraken ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een planologische toevoeging van één woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. • •

•

Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Figuur 4.1 geeft dit schematisch weer.

Figuur 4.1

4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of – generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.5 lid 1 en 2.1.6 lid 1 uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld •

dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van sloop van de landschapsontsierende bebouwing waarbij ter compensatie één extra woning wordt gebouwd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een (forse) afname. Er wordt dan ook geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1.5 lid 1) In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (artikel 2.1.6 lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 lid 1 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (het buitengebied) van de gemeente Haaksbergen. Deze meerwaarde vertaalt zich in: • • •

door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling en het slopen van circa 1.385 m2 aan bebouwing, neemt de hoeveelheid bebouwing in het buitengebied af; saneren van erfverharding; het versterken van de landschappelijke kwaliteit (zie ook paragraaf 3.2), door het nieuwe conform de gebiedskenmerken landschappelijk in te passen.

De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is met rode cirkel weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op functies die als passend binnen het ontwikkelingsperspectief worden beschouwd. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Het voornemen past, gelet op de ruimtelijke kwaliteitsverbetering en het toestaan van een functie die als passend wordt aangemerkt, binnen het ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De “stedelijke laag” en de “laag van de beleving” worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen specifieke eigenschappen voor deze lagen gelden. 1.

De ‘Natuurlijke laag’

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met de gebiedstypen “Beekdalen en natte laagtes” en "Dekzandvlakte en ruggen". In afbeelding 4.3 is dat aangegeven. Het plangebied is met rode cirkel weergegeven.

Afbeelding 4.3 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Natuurlijke Laag (Bron: Provincie Overijssel)

‘Dekzandvlakte en ruggen’ De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. ‘Beekdalen en natte laagtes’ Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ In voorliggend geval is in het inrichtingsplan nadrukkelijk rekening gehouden met de in het plangebied voorkomende natuurlijke kenmerken. Er wordt gebruik gemaakt van inheemse plantensoorten en wordt qua bebouwing en bebouwingsrichting aangesloten op de in het plangebied voorkomende kenmerken. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 2.

De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangeduid met het gebiedstype ‘Oude hoevenlandschap’. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart behorende bij de Laag van het agrarisch cultuurlandschap opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode cirkel weergegeven.

Afbeelding 4.4 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

‘Oude hoevenlandschap’ Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Het initiatief gaat uit van de sloop van een groot aantal vierkante meters aan bebouwing en het saneren van overtollige erfverharding. Ter compensatie wordt één nieuwe woning gebouwd. Door de landschappelijke inpassing en de sloop van de landschapsontsierende bebouwing wordt een aanzienlijke kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving gegeven. De landschappelijke inpassing is gebaseerd op de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Voor de wijze van landschappelijk inpassen wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ is. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste Dorp van Twente

4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: Groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.

In voorliggend geval zijn met name de punten 1, 3 en 5 van belang. Op deze ambities zal in de volgende subparagraaf nader worden ingegaan. 4.3.1.2 Ambitie 3: Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied Voor de kwaliteit van het buitengebied is een gezonde plattelandseconomie van groot belang. In het reconstructieplan zijn doelen geformuleerd om de ruimtelijke structuur van de landbouw te verbeteren voor de grondgebonden landbouw en intensieve veehouderij. Er wordt ruimte geboden voor schaalvergroting en intensivering van agrarische bedrijven in het landbouwontwikkelingsgebied (L.O.G.) bij Sint Isidorushoeve. Het overige agrarische gebied is verwevingsgebied en extensiveringsgebied. Daar wordt verbreding van de

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld plattelandseconomie naar recreatie en toerisme, kleinschalige bedrijvigheid en lokale energieproductie gestimuleerd. Dit sluit niet uit dat op plekken die daarvoor geschikt zijn, toch nog een mate van schaalvergroting kan plaatsvinden. In vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen bieden wij mogelijkheden voor andere dan agrarische activiteiten, en het benutten daarvan voor landelijke woonmilieus, voor zover dit in harmonie met de kwaliteiten van het buitengebied gebeurt. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste dorp van Twente Een gezonde plattelandseconomie wordt in de structuurvisie van groot belang geacht. Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een compensatiewoning op basis van het rood voor rood beleid van de gemeente Haaksbergen. De ontwikkelingen zorgen voor een versterking van de ruimtelijke kwaliteit, doordat landschapontsierende bebouwing in het buitengebied wordt gesloopt en het nieuwe erf landschappelijk wordt ingepast. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de structuurvisie. 4.3.2

Rood voor Rood beleid 2015

4.3.2.1 Algemeen Op 23 september 2015 heeft de gemeenteraad van Haaksbergen het Rood voor Rood beleid 2015 vastgesteld. Dit beleid heeft als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Haaksbergen. Dit wordt met name bereikt door het slopen van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied. Als compensatie kan onder voorwaarden een nieuwe woning in het buitengebied worden gerealiseerd. De slooplocatie, alsmede de locatie van de nieuwe woning worden landschappelijk ingepast. 4.3.2.2 Beleidskader • • • •

Bij de sloop van minimaal 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een Rood voor Rood woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden gerealiseerd. Bij de sloop van minimaal 1.500 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een woning van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd. Bij de sloop van minimaal 2.500 m² landschapsontsierende bebouwing kan maximaal één extra woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden verkregen. Bij de sloop van minimaal 3.000 m² kunnen maximaal twee woningen van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd.

4.3.2.3 Voorwaarden Sloop • •

• • • •

•

De te slopen vierkante meters zijn afkomstig uit de gemeente Haaksbergen. Alle bebouwing op het erf, met uitzondering van de (bedrijfs)woning of karakteristieke, beeldbepalende en cultuurhistorische bebouwing, maar inclusief alle verhardingen, sleufsilo’s en dergelijke dienen gesloopt te worden. De te slopen bebouwing dient met vergunning te zijn opgericht. Er kunnen meerdere locaties worden gecombineerd. De minimaal te slopen oppervlakte op één locatie is 300 m². Op de slooplocatie blijft maximaal 150 m² aan bijgebouwen gehandhaafd. Uitzondering hierop is wanneer er karakteristieke, beeldbepalende of cultuurhistorische bebouwing aanwezig is. De locatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor dient een erfinrichtingsplan aangeleverd te worden dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. Eerdere verplichtingen tot sloop of erfinrichting kunnen niet in de regeling worden toegepast.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld Bouwlocatie • •

• • •

• •

De toegekende kavel van maximaal 1.000 m² wordt op de slooplocatie of direct aangrenzende gronden gerealiseerd. Wanneer het vanuit ruimtelijk- of milieuoogpunt niet mogelijk is om op de slooplocatie terug te bouwen kan er worden gezocht naar een locatie in twee daartoe aangewezen gebieden, te weten de Wissinkbrink en de Veldmaat, tussen de huidige kern en de Noordsingel. Er wordt voldaan aan het beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen. Hiervoor wordt een schetsplan van de woning, ter beoordeling, aangeleverd voordat de procedure wordt opgestart. Omliggende bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. De bouwlocatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor wordt een erfinrichtingsplan aangeleverd dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. In plaats van een woning kan er onder dezelfde voorwaarden een bedrijfsmatige activiteit worden gerealiseerd. Dit kan alleen wanneer het passend is binnen het vigerende beleid. In het LOG blijft een ‘’nee tenzij’’ principe gelden waarbij de nieuwe woning nu en in de toekomst geen belemmering mag zijn voor bestaande of nieuwe bedrijven.

Overig • • •

De (agrarische) bedrijfsvoering dient volledig beëindigd te worden of beëindigd te zijn en alle omgevingsvergunningen ten behoeve van milieu of bouw worden ingetrokken. De landschappelijke inrichting met bijbehorend beheer wordt voor 10 jaar vastgelegd. Dit wordt geborgd in de te sluiten anterieure overeenkomst, alsmede het bestemmingsplan. Gemengde bedrijven in het extensiveringsgebied of verwevingsgebied, waarbij de intensieve veehouderijtak wordt beëindigd, kunnen voor dat onderdeel Rood voor Rood toepassen. De bouwmogelijkheden ten aanzien van het agrarische bedrijf worden zodanig ingeperkt dat de grondgebonden veehouderijtak behouden kan blijven maar in de toekomst niet kan uitbreiden.

4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Rood voor Rood 2015 De totale sloopoppervlakte bedraagt circa 1.385 m². Op basis hiervan kan een compensatiewoning met een inhoudsmaat van 750 m³ en een bijgebouw van 150 m² worden gerealiseerd. De te verplaatsen schuur met een oppervlakte van 125 m2 zal als bijgebouw bij de compensatiewoning gaan dienen. Bij de twee bestaande woningen wordt een gezamenlijk bijgebouw van 300 m2 gerealiseerd. Per bestaande woning blijft er daarmee 150 m2 aan bijgebouwen aanwezig. Er is een erfinrichtingsplan opgesteld ten behoeve van de landschappelijke inpassing. De uitvoering van het erfinrichtingsplan is juridisch geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting. De nieuwe woonbestemming heeft een omvang die passend is bij een woonbestemming voor twee woningen (waarvan één woning met inwoning) met bijbehorende voorzieningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met het gemeentelijke rood voor rood beleid. 4.3.3

Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente

4.3.3.1 Algemeen De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben een gezamenlijk landschapsontwikkelingsplan laten opstellen (vastgesteld mei 2005). Het landschapsontwikkelingsplan biedt een samenhangende visie op landschapskwaliteit en bouwstenen en inrichtingsprincipes voor landschapsontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld 4.3.3.2 Landschapsontwikkelingsvisie In de landschapsontwikkelingsvisie is het toekomstbeeld geschetst en de ontwikkeling per legenda-eenheid aangegeven. Hoofddoel van de visie is het onderscheid en de diversiteit tussen de landschapseenheden te vergroten en de samenhang te verbeteren met gerichte investeringen voor de toekomst. In afbeelding 4.5 is een uitsnede van de kaart behorende bij de landschapsontwikkelingsvisie weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode cirkel weergegeven.

Afbeelding 4.5 Uitsnede kaart landschapsontwikkelingsvisie (Bron: gemeente Haaksbergen)

Voor de ontwikkeling van het landschap zijn in het landschapsontwikkelingsplan vier thema´s benoemd. Uit de bovenstaande uitsnede van de bij de landschapsontwikkelingsvisie behorende kaart blijkt dat het plangebied binnen het thema ‘Zorg voor agrarisch werklandschap’ met aanduiding ‘half open dekzandlandschap’ ligt. 4.3.3.3 Zorg voor agrarisch werklandschap’ – ‘half open dekzandlandschap’ Ten behoeve van de landbouwfunctie en de landschapsstructuur wordt in het agrarisch werklandschap (naast de beekzones uit het watersysteem) ingezet op ontwikkeling van erf- en wegbeplanting en behoud van de bestaande landschapselementen. Weg- en laanbeplanting worden hersteld of aangelegd langs wegen die de opbouw versterken en daar waar ruimte is in het profiel voor een goede groeiplaats. Het sortiment moet passend zijn bij het cultuurhistorisch landschapstype. Karakteristieke erfinrichting wordt gestimuleerd op basis van cultuurhistorische landschapstypes. Binnen dit werklandschap zijn accenten aangeduid die te maken hebben met de oorspronkelijke cultuurhistorische ontginningstypen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld 4.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente Voorafgaand aan de uitwerking van de landschappelijke inpassing is een zorgvuldige analyse van het landschap en de beleidsuitgangspunten uitgevoerd. Voor een verdere beschrijving van de landschapsmaatregelen wordt verwezen naar de erfinrichtingstekening, zoals dat is opgenomen in bijlage 1 en hoofdstuk 3. Gesteld wordt dat het initiatief met bijbehorende landschapsmaatregelen past binnen het Landschapsontwikkelingsplan. 4.3.4

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage. Opgemerkt wordt dat de planologische wijziging van de bedrijfswoning met inwoning naar een reguliere woning enkel daar waar noodzakelijk wordt aangehaald. De bedrijfswoning met inwoning geniet ten opzichte van een reguliere woning namelijk een gelijksoortige bescherming, waardoor deze functiewijziging vanuit milieukundig oogpunt minder onderbouwing behoeft.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. In de Wet geluidhinder worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van nog niet geprojecteerde geluidsgevoelige gebouwen die liggen binnen de geluidszone van een weg. 5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plangebied is gelegen. 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

27

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Bartelerweg 9” Vastgesteld De te realiseren compensatiewoning ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Bartelerweg. De afstand van de te realiseren woning ten opzichte van de weg bedraagt circa 50 meter. De Bartelerweg is een weg die enkel dient ter ontsluiting van de aangelegen woningen en boerderijen. Daardoor is op de Bartelerweg sprake van een beperkte verkeersintensiteit en wordt verwacht dat de geluidsbelasting L DEN op de gevels van de te realiseren woning aan de voorkeurswaarde van 48 dB zal voldoen. Ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai wordt een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren compensatiewoning verwacht. 5.1.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Wet geluidhinder.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Door onderzoeksbureau Terra Agribusiness BV is een verkennend (asbest) bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de te realiseren compensatiewoning. De resultaten van het verkennend onderzoek worden hierna beschreven. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 2 van deze toelichting. 5.2.2

Onderzoeksresultaten

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. 5.2.2.1 Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 In zowel de boven- als de ondergrondmengmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster is een lichte verhoging barium aangetroffen. 5.2.2.2 Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 ‘asbest in de grond’ Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van deze deellocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Van de uitgevoerde inspectiegaten zijn twee grondmengmonsters van de bovengrond samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Hierin is geen asbest aangetroffen. 5.2.3

Conclusie

Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek wordt nader onderzoek niet nodig geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt wordt de bodem geschikt geacht voor het toekomstige gebruik.

5.3

Luchtkwaliteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9718907/1