TOE Bijlage 9 Quickscan flora en fauna Wissinkbrinkweg 58
Tekst van het document
Postadres
Telefoon
Info
Bank
Aladnaweg 18 7122 RR Aalten
0614-435700
Info@natuurbankoverijssel.nl www.natuurbankoverijssel.nl
NL48 RABO 0121 5795 73
0543-451142
BTW -ID NL001388212B56
Dhr. R. Oude Lansink p/a Wissinkbrinkweg 58 7482 RJ Haaksbergen
Kenmerk:
2657
Datum:
8-7-2020
Betreft:
Quickscan natuurwaardenonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming voor het project: Wissinkbrinkweg ongenummerd, ter hoogte van nr. 58 te Haaksbergen
Geachte heer Oude Lansink, U heeft ons gevraagd een Quickscan natuurwaardenonderzoek uit te voeren op het perceel ten oosten van het erf Wissinkbrinkweg 58 te Haaksbergen. Dit onderzoek is vereist in verband met het voornemen een woning te bouwen in het plangebied. In voorliggend briefrapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura2000gebied) en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk. Doel van deze rapportage: De
Quickscan
natuurwaardenonderzoek
is
uitgevoerd
als
één
van
de
verschillende
(milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Ligging en beschrijving van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Wissinkbrinkweg (ongenummerd) te Haaksbergen. Het ligt direct ten noorden van het adres Wissinkbrinkweg58. Het ligt in het buitengebied en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven.
1
Detailopname en begrenzing van het plangebied. De begrenzing van het plangebied wordt de gele lijn aangeduid. De op de luchtfoto aanwezige agrarische opstallen ten zuidwesten van het plangebied, zijn inmiddels allemaal gesloopt (bron luchtfoto: pdok).
Het plangebied bestaat volledig uit agrarische cultuurgrond, tijdens het veldbezoek in gebruik als grasland. Het grasland bestaat uit een soortenarme vegetatie en wordt intensief agrarisch beheerd (bemesten, maaien en afvoeren maaisel).
Voorgenomen activiteiten Het voornemen is een woning in het plangebied te bouwen.
Invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In
deze
studie
wordt
alleen
gekeken
naar
uitvoering
van
fysieke
activiteiten,
zoals
bouwactiviteiten. De invloedsfeer van de voorgenomen fysieke activiteiten is lokaal. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar in een gebied rondom het plangebied, maar deze effecten zijn echter incidenteel en kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. Alle reeds uitgevoerde werkzaamheden kunnen niet beoordeeld worden op een mogelijk negatief effect op beschermde soorten. Er kan alleen een ingreep-effect beoordeling uitgevoerd worden voor de nog uit te voeren activiteiten.
2
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt iets ten noorden van de woonkern Haaksbergen. Het behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland en ligt op 3,04 km afstand van het Natura 2000-gebied Buurserzand en Haaksbergerveen.
Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten op Natura 2000 Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen
van
Natura
2000-gebied
uitgesloten.
De
invloedsfeer
van
de
voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Buurserzand en Haaksbergerveen is een negatief effect uitgesloten.
Beoordeling Stikstof op Natura 2000 Ten behoeve van de voorgenomen activiteiten, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen en personeel. Gelet op de omvang van de voorgenomen activiteiten, zal de emissie van stikstofoxiden beperkt zijn. Het is niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een verhoogde depositie NOx in Natura 2000-gebied. Deze conclusie is gebaseerd op ervaring met het opstellen van stikstofberekeningen voor vergelijkbare projecten qua omvang en ligging t.o.v. Natura 2000-gebied.
Wettelijke consequenties Omdat de uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet leidt tot een negatief effect op Natura 2000-gebied, is geen sprake van wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming, als onderdeel van de Wet natuurbescherming of provinciale verordening. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.
Soortbescherming: Methode In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 25 juni 2020 tijdens de daglichtperiode (avond) bezocht. Het
onderzoeksgebied
is
te
voet
onderzocht
op
de
aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50) en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. De onderzoeker beschikte tevens over een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar xq28). Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
veldbezoek door ervaren ecoloog;1
aanvullend bronnenonderzoek (o.a. internet);
1
Het onderzoek is uitgevoerd door Ing. P.E.B. Leemreise. Hij heeft ruim 30 jaar ervaring als veldbioloog. Eerst specifiek op het gebied van vogelstudie, later meer integraal met een tweede specialisatie op het gebied van grondgebonden kleine zoogdieren en vleermuizen. Hij voert jaarlijks ca. 200 quickscan natuurwaardenonderzoeken uit, verspreid over heel Nederland. Behalve beroepsmatig, is hij ook in de vrije tijd betrokken bij vogel- en vleermuisonderzoek, waaronder verschillende projecten in het kader van de Netwerk Ecologische Monitoring (NEM-VT) van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook is hij voorzitter van de Vogelwerkgroep Zuidoost-Achterhoek en bestuurslid van de Vleermuiswerkgroep Gelderland. 3
Specifieke relevante literatuurbronnen zijn o.a.
Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland;
Atlas van de zoogdieren van Nederland;
Nieuwe atlas van de Nederlandse flora;
Het weer tijdens het veldbezoek Onbewolkt, droog, temperatuur 24⁰C, windstil
Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels omdat vogels in deze tijd van het jaar territorium-indicerend gedrag (zingen/balts) vertonen en veel soorten een bezet nest hebben. Sommige vogels hebben reeds uitgevlogen jongen. Sommige soorten bevinden zich dan nog in de directe omgeving van de nestplaats (huismus, steenuil), maar sommige vogelsoorten verlaten de nestplaats en de directe omgeving. In het plangebied is gekeken naar vogels, oude nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. De bebouwing is o.a. fysiek onderzocht op de aanwezigheid van huismussennesten onder de dakpannen. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels.
Grondgebonden zoogdieren Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek en onderzoek naar voortplantingslocaties. De meeste grondgebonden diersoorten bezetten de voortplantingslocatie en hebben zogende jongen in deze tijd van het jaar. Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het onderzoeksgebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen.
Vleermuizen De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen. Het onderzoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag dat vleermuizen foerageren of lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute, maar de mogelijke betekenis van het onderzoeksgebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied.
4
Onderzoeksresultaten
Vogels Het plangebied vormt functioneel leefgebied voor verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied. Er nestelen geen vogels in het plangebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt geen bezet vogelnest beschadigd of vernield en wordt geen vogel gedood.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: -
Geen;
Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen en er zijn geen
aanwijzingen
gevonden
dat
grondgebonden
zoogdieren
een
rust-
en/of
voortplantingsplaats bezetten in het plangebied. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als functioneel leefgebied van verschillende algemene grondgebonden zoogdieren beschouwd, zoals veldmuis, haas, vos, ree en steenmarter. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet de veldmuis er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in holen in de grond. Door het uitvoeren van grondverzet of het storten van grond wordt mogelijk een veldmuis gedood en wordt mogelijk de vaste rust- en/of voortplantingsplaats van de veldmuis beschadigd.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: -
Uitvoeren grondverzet;
Vleermuizen Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied bezetten. Potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen ontbreken in het plangebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: -
Geen;
Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een ongeschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd, maar mogelijk vliegen vleermuizen als laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis over het plangebied, terwijl ze foerageren rond de randen en kronen van bomen die net buiten het plangebied staan.
5
Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied niet aangetast.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: -
Geen;
Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantarenpalen, rasterpalen en gevels van woningen. Het plangebied zelf vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vliegroute van vleermuizen negatief beïnvloed.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: -
Geen;
Amfibieën Het plangebied vormt geen functioneel leefgebied voor amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: -
Geen;
Toetsingskader Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Verder is het verboden om plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor sommige in de Wet natuurbescherming genoemde soorten geldt een ontheffing voor het opzettelijk doden en vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats, als gevolg van werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is de vrijstellingsregeling van de Provincie Overijssel van kracht2. Ook gelden er bepaalde vrijstellingen voor het verbod op doden mits er gewerkt wordt volgens een door de Minister goedgekeurde Gedragscode. Dit kan de Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting zijn van Stadswerk (2016). 2
Per 1-12-2019 is een aangepaste vrijstellingslijst van kracht. 6
Zorgplicht Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Wettelijk kader Voorgenomen activiteit wordt gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is het toegestaan om sommige soorten opzettelijk te doden en te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. In het kader moet zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen, zijn deze opgenomen in dit rapport. Wettelijke consequenties Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van wet- en regelgeving voor de bescherming van soorten en gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. In het kader van de zorgplicht worden geen specifieke maatregelen voorgesteld.
7
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep
Functie
Beschermde soorten planlocatie
Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming)
Aandachtspunt
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels
Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vaste verblijf- en voortplantingsplaats Doden van dieren
veldmuis
Foerageergebied
Diverse soorten,
Vogels
Niet aanwezig Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Vogels
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren
Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; de functionaliteit van een jaarrond beschermde nestplaats wordt niet negatief beïnvloed Niet van toepassing
Niet van toepassing
Geen
Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen
Verblijfplaats Foerageergebied Vliegroute Doden van dieren
Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen Geen Geen Geen
Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën
Foerageergebied Vaste verblijfplaats Voortplantingsplaats Doden van dieren
Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen Geen Geen Geen
Overige soorten
Dieren en overige functies
Niet van toepassing Niet aanwezig Niet aanwezig Niet aanwezig Niet van toepassing Niet aanwezig Niet aanwezig Niet aanwezig Niet van toepassing Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Vogels
veldmuis
Geen Geen Geen
Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep
Grondgebonden zoogdieren Vogels Vleermuizen Amfibieën
Rust- en verblijfplaats
Voortplantingsplaats
Vliegroute (vleermuizen)
Ja
Ja
n.v.t.
Essentieel foerageergebied nee
nee nee nee
nee nee nee
n.v.t. nee n.v.t.
nee nee nee
Wettelijke consequenties
Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.
8
nee
Nader onderzoek vereist nee
nee nee nee
nee ja nee
Ontheffing vereist
Nee, vrijstelling nee nee nee
Fotobijlage
9