CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bijlage 8 Quickscan flora en fauna Leemdijk 29, Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5

Gemeenteraad 12 juli 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1”9.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toetsing Wet natuurbescherming Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o.

Opdrachtgever: Fam. Hulshof R. Hulshof Leemdijk 29 7481 TD Haaksbergen

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

10011 30-3-2020 M. van Hoek R. Kroeskop V. de Lenne Definitief 1

© 2020 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1 1.1 2

Inleiding ....................................................................................................................................................... 5 Aanleiding ................................................................................................................................................. 5 Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 6

2.1

Huidige situatie ......................................................................................................................................... 6

2.2

Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................................... 13

3

Natuurwetgeving en -beleid...................................................................................................................... 15

3.1

Inleiding .................................................................................................................................................. 15

3.2

Bescherming van soorten ....................................................................................................................... 15

3.3

Bescherming van gebieden ..................................................................................................................... 15

3.4

Bescherming van houtopstanden ........................................................................................................... 16

3.5

Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 17

4

Methode.................................................................................................................................................... 18

4.1

Bureauonderzoek ................................................................................................................................... 18

4.2

Terreinbezoek ......................................................................................................................................... 18

5

Beschermde soorten ................................................................................................................................. 20

5.1

Planten.................................................................................................................................................... 20

5.2

Zoogdieren .............................................................................................................................................. 20

5.2.1

Vleermuizen ................................................................................................................................... 20

5.2.2

Overige zoogdieren ........................................................................................................................ 23

5.3

Vogels ..................................................................................................................................................... 25

5.4

Reptielen en amfibieën .......................................................................................................................... 26

5.5

Vissen ...................................................................................................................................................... 27

5.6

Ongewervelden ...................................................................................................................................... 28

6 6.1

Conclusie ................................................................................................................................................... 29 Bescherming soorten .............................................................................................................................. 29

6.1.1

Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt ...................................................................... 29

6.1.2

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt .................................................................... 29

6.1.3

Algemene zorgplicht ...................................................................................................................... 29

6.2

Bescherming gebieden ........................................................................................................................... 29

6.3

Bescherming houtopstanden ................................................................................................................. 30

6.4

Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 30

6.5

Uitvoerbaarheid van de plannen ............................................................................................................ 30

6.6

Geldigheid rapportage ............................................................................................................................ 30

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 3

Bijlage 1 Vleermuizen in gebouwen ...................................................................................................................... 32 Bijlage 2 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 33

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De familie Hulshof is voornemens om op een agrarisch perceel een nieuwe woning te bouwen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken zullen er op drie verschillende locaties agrarische opstallen worden gesloopt. De sloop van deze objecten is noodzakelijk om middels een Rood voor Rood regeling de woning op het erf aan de Leemdijk 29 te kunnen realiseren. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 5

2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Op 3 verschillende locaties in de omgeving van Haaksbergen Overijssel vinden diverse ontwikkelingen plaats. Zo vindt er op de Leemdijk 29 erfontwikkeling plaats, men is voornemens om een woonhuis te bouwen op een perceel en een champignonschuur te slopen. Om aan de minimale eisen van een Rood voor Rood regeling te voldoen zullen op 2 andere erven, in de omgeving van Haaksbergen, diverse agrarische opstallen worden gesloopt. Deze slooplocaties bevinden zich aan de Goorsestraat 154 én Weideweg 5. Hierna volgt per object een korte omschrijving van de huidige situatie (Eelerwoude, 2020). Leemdijk 29 De familie Hulshof is woonachtig aan de Leemdijk 29, een locatie gelegen in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen (zie afbeelding 1 voor de ligging van het plangebied). De gewenste bouwlocatie ligt ten oosten van de Leemdijk 29 en grenst daar aan de Zoomweg. In de huidige situatie wordt de bouwlocatie gebruikt als tuin en grasland. Het perceel wordt omzoomd door struweel met soorten als hazelaar, wilg, sleedoorn, meidoorn en andere struweelvormers. Het grasland bestaat veelal uit gras met ruigtekruiden akkerviooltje, boterbloem, paardenbloem en diverse klaversoorten. Aan de voorzijde van het erf staat een woonhuis met aan de achterzijde een onverhard pad die aan de oostkant van het plangebied grenst aan de Zoomweg.

Op de bouwlocatie aan de Zoomweg staat achter woning nummer 11 een voormalige schuur welke in gebruik was voor het kweken van champignons. De schuur is in 1933 gebouwd en inmiddels niet meer in gebruik voor agrarische activiteiten met als gevolg dat de staat van de schuur verslechterd. Deze champignonschuur bestaat uit 5 geschakelde compartimenten met ieder een eigen ruimte. De schuur wordt momenteel gebruikt als opslagruimte. De champignonschuur heeft een oppervlakte van 330 m2 (Eelerwoude, 2020). Aan de oostkant van het plangebied grenst natuurgebied het Buurserzand en aan de zuidkant, op ongeveer 500 meter afstand, ligt de Buurser Beek. Binnen het plangebied zelf zijn geen watervoerende elementen zoals beken, poelen en rivierlopen aanwezig. Verlichting is op het erf niet aanwezig, de straten Leemdijk en Zoomweg zijn alleen op het kruispunt van straatverlichting voorzien. Het erf ligt in een relatief donkere omgeving. Afbeelding 4 toont een aantal foto’s van het plangebied. Deze foto’s zijn genomen tijdens het veldbezoek op woensdag 25 maart 2020. Goorsestraat 154 Op de locatie Goorsestraat 154 wordt een oude veeschuur gesloopt (zie afbeelding 2 voor de ligging van het plangebied). Het betreft een oude veeschuur die nu ongeveer 5 jaar uit gebruik is genomen.

De eigenaar van het erf wil de agrarische activiteiten in mindering brengen vanwege fysieke gezondheid, waardoor deze schuur overbodig is geworden en niet meer in gebruik wordt genomen. De schuur is in het verleden aan de noordkant voor een deel in gebruik geweest als zijnde koeienstal. Het zuidelijke deel van de schuur is gebruikt als varkensstal. De schuur bestaat uit een enkelsteens muur met aan weerzijden ramen en deuren. Het dakbeschot van de schuur bestaat uit asbest golfplaten. Weideweg 5 Op het erf op de locatie Weideweg 5 worden ook diverse schuren gesloopt (zie afbeelding 3 voor de ligging van het plangebied). Deze schuren bestaan voor een groot deel uit asbest golfplaten. De schuren worden momenteel door de eigenaar niet veel gebruikt en dienen in de huidige situatie als opslag van diverse spullen.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 6

Afbeelding 1. Ligging plangebied Leemdijk 29. Boven met luchtfoto (ESRI, 2020), onder met topografische kaart (j. van Aalst, 2020). Rode omlijning geeft het te slopen object weer.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 7

Afbeelding 2. Ligging plangebied Goorsestraat 154. Boven met luchtfoto (ESRI, 2020), onder met topografische kaart (J. van Aalst, 2020). Roze omlijning geeft de te slopen object weer.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 8

Afbeelding 3. Ligging plangebied Weideweg 5. Boven met luchtfoto (ESRI, 2020), onder met topografische kaart (J. van Aalst, 2020). Roze omlijning geeft het te slopen objecten weer.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 9

Afbeelding 4. Impressie plangebied Leemdijk 29, situatie op woensdag 25 maart 2020.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 10

Afbeelding 5. Impressie plangebied Weideweg 5. Situatie op woensdag 25 maart 2020.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 11

Afbeelding 6. Impressie plangebied Goorsestraat 154, situatie op woensdag 25 maart 2020

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 12

2.2 Voorgenomen ontwikkeling Leemdijk 29 Ten oosten van het plangebied Leemdijk 29, aan de Zoomweg, is de initiatiefnemer voornemens een nieuwe woningbouwkavel te realiseren doormiddel van de Rood voor Rood regeling. Om de realisatie van deze nieuwe woningbouwkavel planologisch mogelijk te maken worden oude champignonschuren gesloopt (zie afbeelding 7). De champignonschuren hebben een totaaloppervlakte van 330 m2 (Eelerwoude , 2020).

Afbeelding 7. Gewenste plannen Leemdijk 29 met luchtfoto. (Eelerwoude, 2020)

Goorsestraat 154 Het bedrijf aan de Goorsestraat 154 is voornemens om haar intensive veehouderijtak te staken en heeft de milieuvergunningen daar al op aangepast. De schuren afkomstig uit de intensieve tak worden ingezet voor de Rood-voor-Rood ontwikkeling van de familie Hulshof. Het gaat hierbij om ontmenging waarbij de schuur met nummer 1 met een oppervlak van 243 m2 wordt ingezet en gesloopt (zie afbeelding 8) (Eelerwoude, 2020).

Afbeelding 8. Slooplocatie Goorsestraat 154. Nummer 1 geeft de te slopen schuur weer. (Eelerwoude, 2020)

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 13

Weideweg 5 Op de locatie Weideweg 5 staan een tweetal schuren bekent onder nummer 1 en 2 (zie afbeelding 9). Schuur nummer 1 bestaat uit een aantal opstallen welke allen aaneen gebouwd zijn, in totaal hebben deze schuren een oppervlak van 469 m2. Schuur nummer 2 ligt aan de Weideweg 5, hiervan wordt een aanbouw van 50 m2 gesloopt. Het overige deel van de schuur blijft behouden en dient als bijgebouw bij de woning. In totaal wordt er aan de Weideweg 519 m2 landschap ontsierende schuren gesloopt en ingezet voor de ontwikkeling van de familie Hulshof (Eelerwoude, 2020).

Afbeelding 9. Slooplocatie Goorsestraat 154. Nummers 1 en 2 geven de te slopen objecten weer. (Eelerwoude, 2020)

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 14

3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen bij ruimtelijke ingrepen op een beperkt aantal terreinen is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.

3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Daarnaast zijn landelijk van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt dan wel of het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk is. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De bescherming van soorten is overal en altijd van toepassing bij ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.

3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 15

Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van plangebied Leemdijk 29 ligt een Natura 2000-gebied. Op enkele meters afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen. Ditzelfde Natura2000-gebied ligt op ongeveer 6 kilometer afstand (hemelsbreed) van de andere 2 plangebieden (Goorsestraat 154 en Weideweg 5) De aard van de voorgenomen ontwikkelingen maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten De aard van de voorgenomen ontwikkelingen is dusdanig klein en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dusdanig groot dat een stikstof-gerelateerd effect op één of meerdere Natura-2000 gebieden onwaarschijnlijk is. Een AERIUS-berekening is echter altijd noodzakelijk om de precieze uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen.

Echter, de gegevens die voor deze berekening noodzakelijk zijn, zijn in deze fase van de ontwikkelingen nog niet beschikbaar. (AERIUS, 2020).

3.4 Bescherming van houtopstanden Het omhakken of rooien van bossen is gelet op de Wet natuurbescherming niet zomaar toegestaan. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom indien kap plaatsvindt in een houtopstand. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel is er geen herplantplicht.

De voorgenomen kap van een houtopstand hoeft niet gemeld te worden als het gaat om: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom: • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 16

• •

• • •

o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel; het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen; het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in een goedgekeurde gedragscode.

De provincie kan een kapverbod opleggen. Mag er wel worden gekapt, dan moeten er meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant. De provincie kan een ontheffing of vrijstelling verlenen. Dit hangt ervan af of er hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar uitgevoerd worden. Gevolgen plangebied Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

3.5 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Provincies hebben hiervoor soms een andere benaming. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het NNN denkbaar zijn, is het noodzakelijk een NNNtoetsing uit te voeren. Gevolgen plangebied Het plangebied en de directe omgeving maken voor plangebied Goorsestraat 154 en Weideweg 5 geen onderdeel uit van het NNN. Beide plangebieden liggen op ongeveer 3.5 kilometer van begrensd NNN-gebied. Leemdijk 29 grenst aan de oostzijde wel aan NNN-gebied. Met de voorgenomen ontwikkelingen van alle drie de plangebieden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN.

Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 17

4 Methode De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.

4.1 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is indien beschikbaar gebruikgemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie; • de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) is daarnaast geraadpleegd. De NDFF heeft meer dan honderd miljoen gevalideerde waarnemingen door heel Nederland. Deze database bevat beschermde, zeldzame tot zeer zeldzame en algemeen voorkomende plant- en diersoorten in Nederland. Voor dit plangebied is een breder gebied getrokken dan het huidige plangebied en zijn er gevalideerde waarnemingen uit het gebied opgeroepen tot 10 jaar terug. • de landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels gedateerd is, is gebruikt om na te gaan of nabij het plangebied in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of data van de waarnemingen waren daarbij veelal niet bekend. Deze gegevens hebben vaak betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer) en kunnen daardoor betrekking hebben op waarnemingen buiten het plangebied. • de flora- en faunadatabase van Eelerwoude is eveneens geraadpleegd. Eelerwoude heeft meerder onderzoeken in de nabije omgeving uitgevoerd. De data van deze onderzoeken zijn opgeslagen in deze database.

4.2 Terreinbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten en/of soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is overdag door R. Kroeskop uitgevoerd, ecologisch adviseur bij Eelerwoude (zie kader). Het veldbezoek is uitgevoerd op 25 bij 12°C, helder weer en windkracht 2 Bft. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten genoteerd. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van zoveel mogelijk gebiedskennis en van de informatie van de eigenaren. Hulpmiddelen die zijn toegepast bij dit veldbezoek zijn o.a. een zaklamp en verrekijker.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 18

Kader – Ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:

-

op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse)

-

op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming,

-

als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is

-

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en

ecologie; en/of soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of

-

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 19

5 Beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldbezoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen. Vervolgens worden eventuele effecten beschreven als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

5.1 Planten Voorkomen en functie Er zijn tijdens het veldbezoek op alle drie de locaties geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van een deskundigenbeoordeling van de potentiële aanwezigheid van beschermde planten binnen de betreffende plangebieden is deze uitgevoerd op basis van een biotoopanalyse. Er zijn wel een aantal algemeen voorkomende plantsoorten waargenomen als akkerviooltje, duizendblad, brandnetel en braam in en rond de erven van alle drie de planlocaties. Dit betroffen veelal algemeen voorkomende soorten van voedselrijke omstandigheden. Gelet op de aanwezige terreintypen, het gebruik en de functie van alle drie de plangebieden is het niet waarschijnlijk dat beschermde plantensoorten voorkomen. Veel van de beschermde soorten komen nagenoeg uitsluitend voor in specifieke terreinen van o.a. natuurgebieden. Effecten en ontheffing In alle drie de plangebieden zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze kunnen worden uitgesloten, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op beschermde planten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde flora niet noodzakelijk.

5.2 Zoogdieren 5.2.1 Vleermuizen Voorkomen en functie In het plangebied is tijdens het dagbezoek beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in: verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied. In het plangebied kunnen de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, en gewone grootoorvleermuis. Verblijfplaats Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van een netwerk van vaste rust- en verblijfplaatsen (zie kader Vleermuisverblijfplaatsen). Deze verblijfplaatsen kunnen de volgende functies hebben: • kraamverblijfplaats;

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 20

• • •

zomerverblijfplaats; paar- en/of baltsverblijfplaats; winterverblijfplaats.

Kader - Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Rosse vleermuis is voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.

Gebouwen In alle drie de plangebieden zijn gebouwen aanwezig. Welke functie deze gebouwen hebben in relatie tot vleermuizen wordt hierna per object en locatie nader omschreven. Gebouw Leemdijk 29 De champignonschuur op deze locatie is gezien de gesloten bouw en constructie ongeschikt voor vleermuizen om in te verblijven. De schuur bevat geen ruimten (spouwmuur) in de muur waar vleermuizen achter kunnen verblijven. Vleermuizen houden van een constant microklimaat zonder weersinvloeden zoals vocht en tocht. De binnenzijde van de champignonschuur is erg gesloten, er is geen mogelijkheid voor vleermuizen om in deze ruimten te kunnen verblijven. Tijdens het veldbezoek is grondig met een zaklamp gezocht naar sporen (uitwerpselen) die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen, deze zijn niet aangetroffen. Het dak van deze champignonschuur bestaat uit asbestplaten en is aan weerzijden volledig dichtgemaakt. Voor het kweken van champignons moeten de binnenruimten zoveel mogelijk gesloten zijn van de buitenatmosfeer. Er zijn geen kieren of ruimten waar vleermuizen via de muur het pand kunnen binnentreden. Andere ruimten zoals raamluiken of schuifdeuren met voldoende tussenruimte zijn afwezig. Verblijfplaatsen van vleermuizen in de champignonschuur worden niet verwacht. De woning aan de voorzijde van het erf is mogelijk wel geschikt voor vleermuizen om in te verblijven.

Deze woning heeft een spouwmuur waar vleermuizen naar binnen kunnen kruipen via de open stootvoegen. Ook het dakbeschot is geschikt voor vleermuizen om in te verblijven, vleermuizen gebruiken de gevel (overstek) om onder het dak te kunnen komen. Om een helder beeld te kunnen vormen waar deze vleermuizen zich in woningen bevinden wordt verwezen naar bijlage 1. De woning van de Leemdijk 29 blijft met de voorgenomen erfontwikkeling behouden; er vinden geen werkzaamheden aan de woning plaats. Gebouw Goorsestraat 154 Het gebouw aan de Goorsestraat 154 heeft de constructie volledig aangepast op het houden van vee. Door de bouwkundige eigenschappen en de toegankelijkheid van de schuur muur/ dakbeschot heeft het pand geen potentie als verblijfplaats voor vleermuizen. De voormalige koeienstal en varkensstal heeft een vrij open bouw en is voorzien van een golfplaten- dak met asbest. Tocht en andere weersomstandigheden hebben onder het dak en in de schuur vrij spel. De schuur heeft

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 21

geen spouwruimten of open stootvoegen waar vleermuizen via de buitenmuur naar binnen kunnen treden. Vanwege de grote openingen aan de zijkanten van het gebouw(tocht) en beperkte bufferende capaciteit lijkt de schuur ongeschikt als verblijfplaats omdat er voor vleermuizen zoals eerder beschreven een ongunstig microklimaat heerst. Enkele delen van de schuur zijn aan de binnenzijde voorzien van houten betimmering. Verblijfplaatsen van vleermuizen worden in deze veeschuur niet verwacht. Gebouwen Weideweg 5 De gebouwen aan de Weideweg 5 zijn alle twee ongeschikt voor vleermuizen om in te verblijven. De schuren bestaan voor een groot deel uit een enkelsteens muur en houten plaatwerk. Het dak bestaat enkel uit asbestdakplaten zonder tussenruimten in het dak. Er heerst geen constant klimaat, ook in deze schuren hebben weersinvloeden zoals ook beschreven op de vorige locaties vrij spel. Tijdens het veldbezoek is met een zaklamp grondig gezocht naar sporen (uitwerpselen) die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen. Deze zijn in geen van de twee sloopobjecten aangetroffen. Bomen In alle plangebieden zijn geen bomen aanwezig. In de plangebieden zijn dan ook geen verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen aanwezig. Foerageergebied en vliegroutes De plangebieden zijn redelijk geschikt als foerageergebied voor vleermuizen.

Ook de omringende omgeving (buitengebied Haaksbergen) is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, ondermeer door de aanwezigheid van omringende natuurgebieden zoals Buurserzand. Vleermuizen gebruiken lijnvormige elementen in het landschap om zich langs te verplaatsen, zoals houtsingels, welke als vliegroute kan dienen. Deze zijn binnen het plangebied Goorsestraat 154 en Weideweg 5 niet aanwezig. Mogelijk dienen de lijnvormige groenelementen binnen het plangebied Leemdijk 29 als vliegroute voor vleermuizen. Effecten en ontheffing Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming met beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het opzettelijk verstoren, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, inclusief de functionele leefomgeving, is verboden vanuit de Wet natuurbescherming. De functionaliteit van de verblijfplaatsen van vleermuizen dienen te allen tijde gegarandeerd te blijven (zie ook kader Foerageergebieden en vliegroutes). Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden in de te slopen objecten niet verwacht. Deze objecten zijn qua technische staat niet geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen om in te verblijven.

Door de afwezigheid van bomen binnen de plangebieden worden verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen niet verwacht, negatieve effecten op boombewonende vleermuizen zijn uitgesloten. Negatieve effecten op foerageergebied worden binnen alle drie de planlocaties niet verwacht. Ook naar de ontwikkelingen blijven alle plangebieden nog steeds voorhanden als foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve effecten op vliegroutes worden op de locatie Goorsestraat 154 en Weideweg 5 niet verwacht omdat deze niet aanwezig zijn. Het omringende groen op het erf van de Leemdijk 29 blijven voor en na de ontwikkeling behouden en om die reden nog steeds geschikt als vliegroute. Negatieve effecten op vliegroutes worden in alle drie de planlocaties niet verwacht. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor vleermuizen niet noodzakelijk.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 22

Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze uitwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.

5.2.2 Overige zoogdieren Voorkomen en functie Op basis van het biotoop, sporen, literatuurgegevens en expertise zijn onder andere de volgende algemeen voorkomende zoogdieren binnen het plangebied aanwezig of te verwachten: ree, haas, konijn en diverse algemene muizen. Deze soorten kunnen het plangebied gebruiken als (onderdeel van hun) leef- en foerageergebied. Daarnaast maken een aantal van het plangebied gebruik als migratieroute. Deze soorten zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en vallen onder het beschermingsregime “andere soorten”. In de provincie Overijssel is voor deze soorten bij een ruimtelijke inrichting een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Provincie Overijssel heeft de vrijstelling van de ontheffingsplicht voor kleine marterachtige wezel, hermelijn en bunzing ingetrokken. Daarom is het plangebied beoordeeld en gecontroleerd op geschiktheid voor kleine marters. Hermelijn heeft als voorkeurshabitat gevarieerde natte terreinen met oppervlaktewater. De wezel en bunzing hebben als leefgebied met name drogere en kleinschalige agrarische habitats met gevarieerde bossen. Hierbij hebben kleine marterachtigen meerdere jachtgebieden nodig in de directe omgeving van hun verblijfplaats. Waar wezel en bunzing ook in buitenwijken en groene delen van dorpen en steden voorkomen, komt hermelijn maar incidenteel voor aan de randen van de bebouwde kom.

Hierbij geldt wel dat kleine marterachtigen drukke omgevingen met aanwezigheid van drukke wegen, paden, recreanten en bedrijvigheid mijden. De plangebieden liggen in het agrarisch gebied, waar dagelijks bedrijvigheid aanwezig is. Potentiële verblijfplaatsen als dichte houtstapels of takkenhopen zijn binnen de plangebieden Goorsestraat 154 en Weideweg 5 niet aanwezig. De groenstructuren aan de Leemdijk 29 zijn mogelijk wel geschikt voor kleine marters. Deze groenstructuren worden mogelijk door kleine marters gebruikt om te foerageren tussen de verschillende jachtgebieden in de omgeving. Verblijfplaatsen van kleine marterachtigen of sporen hiervan zijn tijdens het veldbezoek in alle drie de plangebieden niet aangetroffen en worden op de locatie Goorsestraat 154 en Weideweg 5 op basis van het biotoop (veelal stenige omgeving met weinig groen en schuilmogelijkheden) ook niet verwacht. Vanuit recente verspreidingsgegevens (NDFF) zijn er geen waarnemingen bekend van kleine marters binnen en in de directe omgeving van het plangebied (NDFF, 2020). Provincie Overijssel heeft per 1 december 2019 ook de vrijstelling van de ontheffingsplicht voor egel ingetrokken. Egel is een zeer algemeen voorkomende soort in Overijssel, de soort komt veel voor in dorpskernen en randen van de stedelijke omgeving.

Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden voor deze soort. De plangebieden Goorsestraat 154 en Weideweg 5 is ongeschikt egel om te foerageren, er is geen groen aanwezig. Gezien de ligging van het plangebied Leemdijk 29 in een stedelijke omgeving met rondom bebouwing, diverse tuinen in combinatie met de aanwezigheid van groen kan egel binnen dit plangebied voorkomen.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 23

Een andere beschermde soort die rondom Haaksbergen en in de stedelijke omgeving daarvan voorkomt is steenmarter (NDFF, 2020). Steenmarter komt tegenwoordig wel op elk erf voor. Er zijn geen (prooi)sporen of latrines binnen en rondom de te slopen objecten aangetroffen. Ook zijn verblijfplaatsen, of aanwijzingen hiervan niet gevonden. De plangebieden maken mogelijk onderdeel uit van het leefgebied van steenmarter, maar betreft hier geen essentieel leefgebied voor deze soort. Vaste rust of verblijfplaatsen van steenmarter worden daarmee uitgesloten. Andere beschermde soorten worden niet binnen de plangebieden verwacht, zoals eekhoorn en das. Verblijfplaatsen ontbreken van deze soorten, er is geen geschikt leefgebied voorhanden. Gezien de ligging van de plangebieden (erven) worden deze soorten niet verwacht door het ontbreken van voldoende voedsel voor deze soorten. Mogelijk dat voor enkele soorten op het erf Leemdijk 29 het plangebied wel onderdeel uitmaakt als leefgebied, zoals foerageergebied, maar dit betreft echter geen essentieel leefgebied gezien de ligging in een groene omgeving en omringende natuurgebieden. Effecten en ontheffing De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime “andere soorten”.

Ook na de ontwikkeling blijven de plangebieden nog steeds voor deze soorten voorhanden. Daarnaast zijn voor deze beschermde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen door de provincie Overijssel een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Voor bovenstaande soorten, de soorten met een bescherming als, bunzing, hermelijn, wezel, egel en steenmarter geldt dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn ter plaatse van de voorgenomen ontwikkelingen (sloop van schuren) niet aangetroffen en worden niet verwacht. Mogelijk maakt het plangebied op het erf Leemdijk 29 wel onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soorten. De groenstructuren blijven behouden, daarnaast blijven de plangebieden ook na de ontwikkelingen nog steeds voor beschermde soorten voorhanden. Een negatief effect op beschermde grondgebonden zoogdieren is daarom uitgesloten. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 24

5.3 Vogels Voorkomen en functie Alle vogels zijn als soort beschermd in de Wet natuurbescherming. Onderscheid kan gemaakt worden tussen broedvogels en vogels met jaarrond beschermde nesten. Vogels met jaarrond beschermde nesten komen elk jaar terug bij hun nest. Dit nest mag dus ook niet buiten het broedseizoen verwijderd worden. Broedvogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom de plangebieden vallen onder de algemene broedvogels van bossen, agrarisch gebied, struwelen en parken. Onder andere de volgende vogelsoorten kunnen gebruikmaken van het plangebied; ekster, houtduif, koolmees, merel, pimpelmees, groenling, zwarte roodstaart, roodborst en winterkoning. In de groenstructuren van de Leemdijk 29 zijn verschillende nesten aangetroffen van algemeen voorkomende broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogelsoorten, die jaarrond van vaste rust- en verblijfplaatsen gebruikmaken zijn niet aangetroffen binnen de plangebieden. In de schuren van de Goorsestraat 154 en Weideweg 5 zijn diverse sporen van steenuil aangetroffen, dit betroffen vrij oude braakballen. De sporen wijzen er op dat steenuil niet recent aanwezig is geweest in beide schuren. Steenuil is een jaarrond beschermde soort en maakt gebruik van meerdere schuren op diverse erven om te verblijven.

Dit zijn vaak enkele rustplaatsen en geen vaste rust of verblijfplaats van deze soort. Mogelijk dat enkele andere soorten jaarrond beschermde nesten wel het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied, zoals buizerd en kerkuil. Van de andere jaarrondsoorten boerenzwaluw en huiszwaluw worden jaarrondnesten niet verwacht. Oude nestkommen of plaatsen waar boerenzwaluw of huiszwaluw kunnen broeden zijn in en rondom alle te slopen objecten niet aangetroffen. Boerenzwaluw en huiszwaluw voeden zich met insecten die door de aanwezigheid van vee aanwezig zijn. De te slopen objecten staan in de huidige situatie leeg en er is geen voedsel voor deze soorten aanwezig. Andere waarnemingen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats rondom de plangebieden betreffen uitsluitend huismus. Er zijn zingende huismussen waargenomen op het erf aan de Goorsestraat 154 en het erf aan de Weideweg 5. Deze huismussen bevonden zich in de koeienstal of in de dakgoten van beide erven. Vogels met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Van de vogels waarvan het jaarrond functioneel leefgebied is beschermd kunnen soorten als spreeuw en zwarte roodstaart voorkomen binnen de plangebieden. In agrarische maar ook stedelijke gebieden vormen voor zwarte roodstaart alle gebouwen, schuttingen en tuinen een prima alternatief voor het natuurlijke habitat.

Voor een zwarte roodstaart is een huis een rots en een ventilatiekanaal is een uitstekende kloof om in te broeden (Vogelbescherming Nederland, 2020). Effecten en ontheffing Broedvogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, of nesten van vogels wegnemen. Daarnaast is het verboden

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 25

vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan in veel situaties worden voorkomen dat gehandeld wordt in strijdt met deze verbodsbepaling. De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Vogels met jaarrond beschermde nesten Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Voor buizerd en kerkuil geldt dat de plangebieden ook na de ontwikkeling nog steeds voorhanden blijft. Steenuil, huiszwaluw, boerenzwaluw en steenuil vallen onder deze bescherming. Verblijfplaatsen of essentieel leefgebied zijn binnen alle drie de locaties voor deze soorten niet aangetroffen. Derhalve blijven de plangebieden voor genoemde soorten nog steeds voorhanden.

Negatieve effecten op jaarrondsoorten worden uitgesloten. Vogels met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Voor de vogels zwarte roodstaart en spreeuw geldt dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. De dakconstructies van de te slopen objecten zijn ongeschikt voor spreeuw om onder te broeden. Voor zwarte roodstaart geldt dat er ook na de sloop van de schuren voldoende alternatief aanwezig in de omgeving is om te broeden. Negatieve effecten op het functioneel leefgebied van spreeuw en zwarte roodstaart worden niet verwacht. Conclusie: bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met (in gebruik zijnde) nesten van vogels.

5.4 Reptielen en amfibieën Voorkomen en functie Reptielen Beschermde reptielen, zoals ringslang, gladde slang, levendbarende hagedis en hazelworm, zijn gebonden aan specifieke terreinen. In de plangebieden Goorsestraat 154 en Weideweg 5 ontbreekt dergelijk geschikt biotoop zoals heideterreinen, goed ontwikkelde waterlopen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van reptielen in en rondom deze plangebieden. In de directe omgeving van het plangebied rond de Leemdijk 29 zijn waarnemingen bekend van levendbarende hagedis (NDFF, 2020). Deze waarnemingen liggen allemaal ten noordoosten van het plangebied en in het natuurterrein van Buurserzand. Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat van levendbarende hagedis en zijn tevens belangrijke voortplantingsplaatsen voor de soort. De soort is vochtminnend die in genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen (RAVON, 2020). Amfibieën Een aantal soorten zoals bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander worden binnen de plangebieden Goorsestraat 154 en Weideweg 5 niet verwacht. Binnen deze plangebieden zijn geen waterelementen of geschikt landbiotoop aanwezig. In de directe omgeving van het plangebied rond de Leemdijk 29 zijn in natuurgebied Buurserzand waarnemingen bekend van poelkikker, heikikker en kamsalamander. Poelkikker en kamsalamander leven

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 26

voornamelijk poelen met goedontwikkelde oevervegetatie en geschikt landbiotoop. Heikikker is een soort die leeft in heide, hoogveen, laagveen en halfnatuurlijk grasland. Er worden ook heikikkers gemeld uit bos en struweel (RAVON, 2020). In de andere twee plangebieden worden beschermde amfibieën als kamsalamander, poelkikker of heikikker verwacht vanwege het ontbreken van geschikt habitat voor deze soorten. Zo ontbreken waterelementen in deze plangebieden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde amfibieën rondom het plangebied (NDFF, 2020). Effecten en ontheffing Op basis van het ontbreken van geschikt biotoop kunnen beschermde reptielen worden uitgesloten binnen de ontwikkelingen van de Goorsestraat 154 en Weideweg 5. Negatieve effecten op reptielen zijn dan ook niet aanwezig. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor reptielen niet aan de orde. Voor het erf Leemdijk 29 kan levendbarende hagedis sporadisch gebruik maken van het plangebied, maar dit betreft geen essentieel leefgebied voor de soort. Voortplantingsplaatsen van levendbarende hagedis bestaande uit heide of hoogveen zijn op het terrein niet aanwezig. Daarnaast blijft het plangebied ook na de sloop van de champignonschuur en de bouw van de woning nog steeds voor deze soort voorhanden.

Negatieve effecten op levendbarende hagedis worden met de ontwikkelingen niet verwacht, nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor reptielen niet aan de orde. De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot een verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere soorten”. Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Overijssel een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Waterelementen en geschikt landbiotoop zijn binnen de plangebieden (schuren) Goorsestraat 154 en Weideweg 5 zijn afwezig. Negatieve effecten op amfibieën worden met de sloop niet verwacht. Voor het plangebied Leemdijk 29 geldt dat het plangebied ook na de ontwikkeling nog steeds voor amfibieën kan worden gebruikt als landbiotoop. Waterelementen zoals poelen en sloten zijn afwezig, soorten als heikikker, poelkikker en kamsalamander worden gezien ongeschikt habitat niet verwacht. Mogelijk dat enkele andere amfibiesoorten als gewone pad en bruine kikker het plangebied gebruiken als landbiotoop, voor deze soort geldt zoals eerder benoemd een vrijstelling van de ontheffingsplicht. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen en amfibieën niet noodzakelijk.

5.5 Vissen Voorkomen en functie Binnen de plangebieden zijn geen watervoerende elementen (sloten, poelen, enzovoort) aanwezig. Om die reden ontbreekt geschikt leefgebied voor vissen en zijn deze dan ook niet aanwezig. Effecten en ontheffing Beschermde vissen zijn niet binnen de plangebieden aanwezig. Er worden dan ook geen effecten op beschermde vissen verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming voor vissen is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde vissen niet noodzakelijk.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 27

5.6 Ongewervelden Voorkomen en functie Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) worden beschermde soorten als gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoorn niet verwacht. Dit door het ontbreken van geschikt habitat dat onder andere bestaat uit heideterreinen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde ongewervelden in en rondom de plangebieden Goorsestraat 154 en Weideman 5 (NDFF, 2020). In de directe omgeving van het plangebied (rond Haaksbergen) Leemdijk 29 zijn diverse waarnemingen bekend van kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder (zie afbeelding 10). Beide dagvlindersoorten zijn beschermd en opgenomen in de Wet natuurbescherming. Kleine ijsvogelvlinder komt voor in gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. De waardplant van kleine ijsvogelvlinder (waar de soort de eitjes op af zet) is kamperfoelie (De Vlinderstichting, 2020). De grote weerschijnvlinder komt ook voor in gevarieerde terreinen met de aanwezigheid van vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. Geschikt biotoop voor de soort is met name aanwezig rond de Buurser Beek, ten zuiden van het plangebied. Belangrijke waardplanten voor grote weerschijnvlinder zijn boswilg en soms grauwe wilg (De Vlinderstichting, 2020).

Afbeelding 10. Kleine ijsvogelvlinder links, grote weerschijnvlinder rechts. Foto: Bert Haamberg

Effecten en ontheffing In de plangebieden Goorsestraat 154 en Weideweg 5 zijn geen beschermde ongewervelden aanwezig. Geschikt habitat zoals waardplanten zijn afwezig. Er is geen sprake van negatieve effecten op beschermde ongewervelden. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor ongewervelden niet aan de orde. Voor het plangebied Leemdijk 29 geldt dat de soorten kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder voor kunnen komen binnen het plangebied. De groene structuren binnen het plangebied bieden mogelijk geschikt habitat voor beide soorten om te foerageren. Deze groenstructuren blijven met de ontwikkeling behouden waardoor er geen negatief effect optreedt op essentieel leefgebied van beide dagvlindersoorten. Door de groenstructuren te versterken en door te planten met soorten als kamperfoelie en of boswilg kan het voortplantingshabitat voor beide soorten doen toenemen. Vooral omdat het plangebied grenst aan diverse natuurterreinen (Buurserzand en de Buurser Beek) kan snel succesvol resultaten worden behaald. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 28

6 Conclusie 6.1 Bescherming soorten 6.1.1 Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, konijn en diverse algemene muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.

6.1.2 Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, of nesten van vogels wegnemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.

6.1.3 Algemene zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.

6.2 Bescherming gebieden In de directe omgeving van plangebied Leemdijk 29 ligt een Natura 2000-gebied. De aard van de voorgenomen ontwikkelingen maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. De aard van de voorgenomen ontwikkelingen is dusdanig klein en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dusdanig groot dat een stikstof-gerelateerd effect op één of meerdere Natura-2000 gebieden onwaarschijnlijk is. Een AERIUS-berekening is echter altijd noodzakelijk om de precieze uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen (AERIUS, 2020).

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 29

6.3 Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

6.4 Natuurnetwerk Nederland De plangebieden en omliggende gebied maken geen onderdeel uit van het NNN. Met de voorgenomen ontwikkelingen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake. Tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

6.5 Uitvoerbaarheid van de plannen Mits rekening gehouden wordt met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze is geen overtreding van de natuurwetten en natuurbeleid aan de orde. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het plan derhalve uitvoerbaar.

6.6 Geldigheid rapportage Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

Erfontwikkelingen Haaksbergen e.o. | Eelerwoude | 30

Literatuurlijst • De Vlinderstichting. (2020, maart 30). Grote weerschijnvlinder. Opgehaald van De Vlinderstichting: • • • • • • • • •

https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-weerschijnvlinder De Vlinderstichting. (2020, maart 30). Kleine ijsvogelvlinder. Opgehaald van De Vlinderstichting: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/kleine-ijsvogelvlinder ESRI Nederland (2020, maart 24). ESRI. Eelerwoude . (2020). Principeverzoek. Goor: Eelerwoude. NDFF. (2020, januari 23). Nationale Databank Flora en Fauna. Opgehaald van NDFF- ecogrid: https://ndff-ecogrid.nl/ Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. RAVON. (2020, maart 30). Heikikker. Opgehaald van RAVON: https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/heikikker RAVON. (2020, maart 30). Levendbarende hagedis. Opgehaald van RAVON: https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/levendbarende-hagedis van Aalst, J. (2020, maart 24) Imeris. Opgehaald van www.imeris.nl Vogelbescherming Nederland. (2020, Maart 18). Zwarte roodstaart. Opgehaald van Vogelbescherming Nederland: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-overvogels/vogelgids/vogel/zwarte-roodstaart

Foto’s: Bert Haamberg, Eelerwoude.

Bijlage 1 Vleermuizen in gebouwen

Bijlage 2 Wettelijk kader natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10259266/1