TOE Bijlage 7 Archeologisch bureauonderzoek (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 1140
Archeologisch
bureauonderzoek
Zwarteland Zieneschstraat Haaksbergen gemeente Haaksbergen (OV). ,
,
mei 2023 Versie 1. 1 (concept)
In opdracht van: BJZ. nu
Colofon
v3.1
Laagland Archeologie
Rapport
1140
Archeologisch bureauonderzoek Zwarteland Haaksbergen, gemeente Haaksbergen (OV)
-
Zieneschstraat
te
(geanonimiseerd) In
opdracht
van:
Foto's
en
Status
rapport:
Controle:
BJZ.nu
tekeningen:
Laagland Archeologie
concept
(geanonimiseerd)
Autorisatie:
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) ISSN
2468-4759
Laagland Archeologie Virulyweg 21F-G 7602
RG
E-mail:
Almelo
info@laaglandarcheologie.nl
KvK-Nummer:
©
BV
75251876
Laagland Archeologie BV, Almelo,
Niets
uit deze
middel
van
uitgave mag
worden
mei
2023
vermenigvuldigd
en/of openbaar gemaakt
worden
door
druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de
resultaten
van
dit onderzoek.
Samenvatting
Laagland Archeologie
een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd Haaksbergen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige bebouwing ten gunste van nieuwbouw. Het onderzoek vond plaats in het kader van een bestemmingsplan. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002. aan
de Zwarteland
-
heeft in
mei
2023
Zieneschstraat
Het bureauonderzoek
had
Centraal
de vraag
archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. daarbij ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Het plangebied ligt op een grote dekzandwelving. Vermoedelijk is een podzolbodem aanwezig in de top van de natuurlijke ondergrond. Daarbovenop is een enkeerdgrond aanwezig. Op oude kaarten komen geen boerenerven voor in de omgeving van het plangebied. In de omgeving zijn geen archeologische vondsten bekend. Dat hoeft niet te betekenen dat dit gebied door de eeuwen heen weinig bewoning heeft gekend. De kans is groot dat de schrale omvang van het vondstbestand is toe te schrijven aan een relatief gering aantal archeologische opgravingen. Het plangebied is in de loop van de afgelopen eeuw bebouwd geraakt. In het
staat
tot doel
te
plangebied zijn resten
Middeleeuwen
of
een
en
vanaf
zo
het
Midden-Neolithicum
niet
bekend.
doel
het
dit
We
adviseren
inzichtelijk kan verwachtingsmodel
Daarnaast
tot
met
en
daarom worden
een
verkennend
gemaakt.
te toetsen
en
zo
Een
nodig
kunnen
de
resten
Late
Nieuwe (hoge trefkans). Tijd worden verwacht; dat gaan dan hoofdzakelijk om sporen van perceelinrichting, esgreppels en dergelijke De aanwezige en vroegere bebouwing heeft waarschijnlijk tot bodemverstoring geleid, Omvang en diepte van deze bodemverstoring is in dit stadium waarmee
te verwachten
booronderzoek verkennend aan
uit te
uit de
voeren
booronderzoek
heeft tot
te vullen.
implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Haaksbergen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, | (geanonimise rd) De
(geanonimiseerd)
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
Samenvatting 1 Inleiding
___________________________________________________
____________________________________________________
1. 1 1. 2 1. 3 1. 4 1. 5 1. 6 1. 7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 5 Administratieve gegevens 6 Huidige situatie en toekomstig gebruik 8 Geplande verstoring 9 Gemeentelijk beleid 9 Onderzoeksdoel 10 ________________________________
__________________________________________
________________________________
______________________________________________
_______________________________________________
_________________________________________________
2 Inventarisatie 2. 1 2. 2 2. 3 2. 3. 1 2. 3. 2 2. 3. 3 2. 4
________________________________________________
Inleiding Landschappelijke ontwikkeling Archeologie
_______________________________________________________ _____________________________________
____________________________________________________
Bekende archeologische waarden Gemeentelijke verwachtingskaart Eerder archeologisch onderzoek Historie
11 11 13
__________________________________
_______________________________________________________
14
Conclusie Verwachtingsmodel Advies
literatuur BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9
11
13 13 13
3 Conclusie en verwachtingsmodel 3. 1 3. 2 3. 3
3 5
_________________________________ _________________________________
_________________________________
______________________________________________________ ______________________________________________
________________________________________________________
19 19 19 20
21 AMZ-cyclus 23 Archeologische perioden________________________________ 24 Geologische kaart 25 Actueel Hoogtebestand Nederland 26 Gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart 27 Bodemkaart 28 Waarnemingen , AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen 29 Beleidsadvieskaart 30 Verklarende woordenlijst 31
_____________________________________________________
__________________________________________
_____________________________________
________________________
___________
_________________________________________
______
____________________________________
_______________________________
Archeologisch bureauonderzoek
K U T S D F O O
H
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
1 INLEIDING
1. 1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen (OV). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Haaksbergen heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1. 2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft de Zwarteland - Zieneschstraat in Haaksbergen , gemeente Haaksbergen (OV) , zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok. nl
5
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
Het plangebied heeft een omvang van circa 19, ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1. 3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Overijssel
Gemeente
Haaksbergen
Plaats
Haaksbergen
Beheerder/eigenaar grond
-
Toponiem
Zwarteland - Zieneschstraat
Kadastrale perceelnummer(s) 1
HBG01-K-597 , 5527 , 5528 , 5231 t/m 5236 7028 , 7029 , 7054 t/m 7107 , 7303
Laagland Archeologie projectnummer
HAZW231
Datum conceptrapportage
17-5-2023
6402 , 6403 ,
Datum definitief rapport XY-coördinaten
246815/464125 246775/464000 246975/463995 246895/463960
Kaartblad 2
34E
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
circa 19, ha
Complextype
bewoning (inclusief verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr
5431360100
AMK-terrein
n. v. t.
Vondstmeldingsnr.
n. v. t.
Type onderzoek
Archeologisch bureauonderzoek
Opdrachtgever
BJZ. nu
Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid
nog niet beoordeeld
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
dr. O. Satijn
Uitvoerder
Neolithicum
- Late
Middeleeuwen
gemeente Haaksbergen
E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV
1 kadastralekaart. com 2 www. imergis. nl/htm/opentopo800. htm
6
Archeologisch
bureauonderzoek
Zwarteland
Zieneschstraat
-
Haaksbergen,
Projectleider/opsteller onderzoek
Tabel 1.
Objectgegevens.
Virulyweg
21F-G
7602
RG
Almelo
06
95
35
51
te
Haaksbergen,
Overijssel
53
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
gemeente
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
1. 4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK
Het plangebied is momenteel grotendeels bebouwd (woonwijk). Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig. 3 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities , huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
3 bron:
gemeentelijke monumentenlijst 8
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
Afbeelding 2. Huidige situatie (links) en nieuwe situatie (rechts). Bron:pdok. nl
1. 5 GEPLANDE VERSTORING
De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.
1. 6 GEMEENTELIJK BELEID
In het bestemmingsplan Haaksbergen Dorp , Boerenmaat , de Veldmaat , de Els , ’t Wolferink , Zienesch en de Greune ligt het plangebied in een zone met een dubbelbestemming Waarde – Hoge archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 2500 m 2 en dieper dan 40 cm –mv. De geplande ingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Het gemeentelijk beleid is gebaseerd op de archeologische beleidsadvieskaart (Bijlage 8). Op deze kaart ligt het plangebied in een zone met een hoge kans op het aantreffen van archeologische resten.
9
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
1. 7 ONDERZOEKSDOEL
Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen , en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek.
10
Archeologisch bureauonderzoek
K U T S D F O O
H
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
2 INVENTARISATIE
2. 1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2. 2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING
Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend voor dit gebied is het dekzandlandschap , met dekzandvlakten , welvingen en –ruggen. Beken doorsnijden dit landschap en her en der komen grotere en kleine stuwwallen voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende , dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei , zand , grind) , die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Op basis van een geologische boring ongeveer 20 m ten zuiden van het plangebied 4 kan aangenomen worden dat afzettingen van de Drenthe-formatie op een diepte van ongeveer 93, m –mv (circa 15 m +NAP) liggen Haaksbergen ligt grotendeels op de westflank van een dergelijke stuwwal en in de omgeving komen andere , kleinere stuwwallen voor. Gedurende de laatste ijstijd (het Weichselien) lag er geen landijs in Nederland maar heersten wel periglaciale condities. De ondergrond was permanent bevroren , waardoor sneeuwsmeltwater en regenwater moest afstromen via het oppervlak.
Door de grote verschillen in waterafvoer gedurende het jaar hadden de rivieren en kleinere waterlopen een vlechtend karakter (verwilderde rivieren). Onder dit koude en droge klimaat was er weinig vegetatie , waardoor zand gemakkelijk door de wind kon worden verplaatst en er dekzandruggen konden ontstaan. Door sneeuwsmeltwater traden tevens uitgebreide verspoelingen op. Deze afzettingen bestaan uit min of meer gelaagde zanden , al dan niet met leemlagen en/of planten- en houtresten. 5 Dit wordt ook wel ‘Oud Dekzand’ genoemd.
4 boring
B34E0002. Bron: dinoloket. nl
5 Stichting voor
Bodemkartering 1979. 11
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
In het Laat-Glaciaal (Laat-Weichselien) werd opnieuw op grote schaal dekzand gevormd. Dit dekzand manifesteert zich in de vorm van vrij hoge ruggen en koppen. De goed gesorteerde , weinig gelaagde afzettingen worden ook wel ‘Jong Dekzand’ genoemd. Voor een beschrijving van de geomorfologische situatie wordt in deze studie gebruik gemaakt van de gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart. Deze biedt een gedetailleerder beeld dan de standaard geomorfologische kaart 1:50. 000. Op de gemeentelijke kaart (Bijlage 5) ligt het plangebied op een grote dekzandwelving , bedekt met een plaggendek. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland) , zie bijlage 4 is goed te zien dat Haaksbergen op een stuwwalflank ligt. Wat oostelijker liggen de hogere delen van de stuwwal en in westelijke richting is sprake van een dekzandvlakte met talloze kleinere dekzandopduikingen. Het plangebied ligt op de lagere helling hiervan. Aan het eind van het Weichselien en in het begin van het Holoceen nam de vegetatie toe , waardoor de verplaatsing van zand door de wind steeds minder werd en het zacht glooiende dekzandreliëf gefixeerd raakte. Door deze fixatie was het landschap minder dynamisch en kon bodemvorming optreden. Het natuurlijke bodemtype dat waarschijnlijk in het dekzand ontstond was een podzolgrond.
Vanaf de Late Middeleeuwen konden zich in de zandgebieden enkeerdgronden vormen door de bemesting van plaggenmest. De plaggenbemesting was beperkt tot de zandgronden die geschikt waren voor landbouwkundig gebruik , maar waar een bemesting voor een betere opbrengst zorgde. Er zijn aanwijzingen dat de eerste wijd verbreidde plaggenophogingen in Twente in de periode 1500-1600 ontstonden. 6 Bodemkundig (bijlage 6) is het gebied niet gekarteerd. Op de gemeentelijke verwachtingenkaart is een plaggendek aanwezig. Op de bodemkundige gekarteerde delen rondom het plangebied is een hoge bruine enkeerdgrond aangegeven. Op oude kaarten is het plangebied en omgeving aangeduid als bouwland (“Zienesch”). Dit maakt het aannemelijk dat in het plangebied eveneens sprake is van enkeerdgronden en als zodanig is een plaggendek van tenminste 50 cm te verwachten. Onderstaande kaart toont een detailopname van het AHN. Hierop is te zien dat rondom de huidige bebouwing sprake is van ophoging. Oostelijk ligt het maaiveld wat hoger dan in het westen. Mogelijk is in het oostelijke plangebied sprake geweest van enige egalisatie.
6 Spek en
Groenewoudt 2007. 12
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied
op
het AHN.
2. 3 ARCHEOLOGIE 2. 3. 1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn geen bekende waarden geregistreerd.
2. 3. 2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingenkaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een hoge kans op het aantreffen van archeologische resten.
2. 3. 3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De resultaten van relevante en gepubliceerde onderzoeken zijn hieronder kort beschreven. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Zaakid. 2225445100 (ongeveer 420 m NO) betreft een archeologisch karterend booronderzoek. Tijdens het booronderzoek is onder een verstoorde laag van circa 25 cm een geroerd plaggendek aanwezig tot circa 30 cm -mv. Daaronder ligt een intact esdek tot circa 55 cm -mv , waaronder een zwak zandig kleilaagje van 5 cm dik ligt. Deze kleilaag ligt op zwak siltig zand , dat is geïnterpreteerd als de C-horizont van 13
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
dekzand. Archeologische indicatoren of archeologisch relevante lagen zijn niet aangetroffen , waardoor nader onderzoek niet nodig werd geacht. Zaakid. 4901637100 betreft een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. 7 Op basis van het bureauonderzoek worden resten uit de periode Neolithicum tot en met Late Middeleeuwen verwacht. Uit de verkennende boringen blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. Nader onderzoek wordt niet aanbevolen. Zaakid. 5097690100 betreft een bureau- en verkennend booronderzoek. 8 Op basis van het bureauonderzoek worden resten uit de periode Neolithicum tot en met Late Middeleeuwen verwacht. Uit de verkennende boringen blijkt echter een overwegend tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel. Nader onderzoek wordt niet aanbevolen.
2. 4 HISTORIE
Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832) 9 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als bouwland , onderdeel van de Zien Esch. De oude kern van Haaksbergen ligt oostelijk van het plangebied. Er is sprake van een tamelijk grillige verkaveling binnen de es. Vaak duidt dat op kampontginningen. Dat zijn kleinschalige ontginningen , waarbij de ontginningsblokken op den duur samensmolten tot een es. Dergelijke kampontginningen zijn vaak ontstaan inde de Nieuwe Tijd. Oostelijk , nabij de oude kern van Haaksbergen , is sprake van een zeer kleinschalige verkaveling , wat duidt op oude ontginningen. 10 Westelijk van het plangebied komen dan weer smalle , langgerekte verkavelingen voor , wat kan wijzen op laatmiddeleeuwse ontginningen. Opvallend zijn voorts de aanwezige gras- en hooilandpercelen in de es en zelfs enkele percelen die als ‘heide’ zijn aangeduid. Wellicht gaat dit om braakliggende gronden. De aanwezigheid van dergelijke percelen binnen een es kan erop wijzen dat op die locaties sprake is van minder geschikte condities voor akkerbouw. Anderzijds hadden boeren ook behoefte aan gras- en hooilanden. Langs de zuidoostgrens van het plangebied liep een weg door de bouwlanden. Deze kan gezien worden als een voorloper van de huidige Zwarteland.
Afgaande hoe deze weg de flankerende bouwlandpercelen doorsnijdt kan ervan worden uitgegaan dat deze weg ouder is dan deze ontginningen.
7 Brouwer , 2022. 8 Brouwer , 2021 9 bron:
hisgis. nl
10 dat
kan gaan om vroegmiddeleeuwse ontginningen of zelfs ontginningen uit de Romeinse tijd. Het plaggendek is veel later (op zijn vroegst 15 e of 16 e eeuw). Soms is onder het plaggendek nog een ouder akkerlaag bewaard gebleven. 14
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
Afbeelding 4. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart , circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Geel: hooiland , beige: bouwland , lichtgroen: weideland , donkergroen: bos/opgaand hout , paars: heide , oranje: onverharde weg. lichtpaars: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis. nl. Op de topografische kaart van 1900 (zie Afbeelding 5) is langs de zuidkant een spoorlijn aangegeven. Deze werd geopend in 1884 en vormde een verbinding richting Winterswijk en Hengelo. De spoorlijn diende vooral voor de aanvoer van steenkool voor de textielfabrieken , waarvan er enkele in Haaksbergen waren gevestigd. Het station lag ongeveer 650 m in oostelijke richting. De spoorverbinding zuidwestelijk van het plangebied werd tussen 1940 en 1945 opgebroken. 11 Op de topografische kaart van 1929 is voor het eerst bebouwing binnen het plangebied aangegeven. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een fabrieksgebouw van de Jordaan & Zonen Textielfabriek. In 1930 werd dit pand overgenomen door de dan opgerichte Twentsche Kabelfabriek. Deze fabriek werd in 1949 sterk uitgebreid. 12 Rond 1937 is het huidige stratenplan aanwezig. Het plangebied en omgeving raakt vanaf dat jaar meer en meer bebouwd (Afbeelding 7 en verder).
11 bron:
canonvannederland. nl/nl/overijssel/twente/haaksbergen/spoorlijn
12 bron:
thkgroup. com 15
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
Afbeelding 5. Uitsnede uit de topografische kaart
van
1900. Bron: topotijdreis. nl.
Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart
van
1929. Bron: topotijdreis. nl.
16
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart
van
1937. Bron: topotijdreis. nl.
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart
van
1955. Bron: topotijdreis. nl.
17
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart
van
2011. Bron: topotijdreis. nl.
18
Archeologisch bureauonderzoek
K U T S D F O O
H
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
3 CONCLUSIE
EN
VERWACHTINGSMODEL 3. 1 CONCLUSIE
Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt op een grote dekzandwelving. Vermoedelijk is een podzolbodem aanwezig in de top van de natuurlijke ondergrond. Daarbovenop is een enkeerdgrond aanwezig. Op oude kaarten komen geen boerenerven voor in de omgeving van het plangebied. In de omgeving zijn geen archeologische vondsten bekend. Dat hoeft niet te betekenen dat dit gebied door de eeuwen heen weinig bewoning heeft gekend. De kans is groot dat de schrale omvang van het vondstbestand is toe te schrijven aan een relatief gering aantal archeologische opgravingen. Het plangebied is in de loop van de afgelopen eeuw bebouwd geraakt.
3. 2 VERWACHTINGSMODEL
Op basis van het landschap is het terrein wellicht geschikt geweest voor bewoning vanaf het Midden-Neolithicum. Op basis van de geraadpleegde bronnen kunnen dan ook resten vanaf het Midden-Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen verwacht worden. Resten uit oudere perioden (Laat-Paleolithicum tot en met VroegNeolithicum worden niet verwacht. In deze periode leefde men van jacht , visvangst en voedselverzameling. Resten van kampementen uit die periode worden hoofzakelijk teruggevonden op kleine dekzandopduikingen in een beekdal of andere landschappelijke omstandigheden waar voldoende voedselaanbod en vers water aanwezig was. Resten uit de Nieuwe Tijd kunnen voorkomen , maar de kans hierop wordt laag ingeschat. Voor zover aanwezig dan gaat het qua Nieuwe Tijd sporen hoofdzakelijk om sporen van perceelinrichting en esgreppels. Gezien de aanwezigheid van een plaggendek kan het oorspronkelijke leefniveau nog intact zijn , waardoor eventuele archeologische resten wellicht goed bewaard zijn gebleven tegen latere bodemingrepen. De kans is echter aanwezig dat de bodem ten tijde van de bouw van de huidige en eerdere woningen tot op grote diepte is vergraven.
Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m 2 (kleine variant) of 200 – 1000 m 2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m 2 (huisplaats) of meer dan 8000 m 2 (dorp). 13
13
bron: Tol e.a. , 2006. 19
Archeologisch
bureauonderzoek
Zwarteland
-
Haaksbergen,
Zieneschstraat
te
Haaksbergen,
gemeente
Overijssel
Deze
resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, dicht onder een plaggendek. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. In het algemeen zijn dergelijke mobiele vondsten schaars in dit deel van Nederland. Resten van nederzettingen bestaan meestal hoofdzakelijk uit grondsporen. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.
3.3 ADVIES
Op
basis
verwacht
van
de resultaten
onder
van
het bureauonderzoek van
tenminste
50
worden
archeologische
cm.
Die resten
resten
plaggendek hoofdzakelijk uit grondsporen. Het is niet bekend in welke mate de oorspronkelijke bodemopbouw nog intact is. Door de bebouwing kan sprake zijn van diepgaande bodemverstoringen. In hoeverre deze plaatselijk is of het gehele plangebied betreft een
bestaan
is niet bekend. Een verkennend bodemonderzoek kan inzicht geven in de mate het oorspronkelijke bodemprofiel nog intact. We adviseren daarom
waarin
vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal ongeveer 10-12 grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten. De implementatie vertegenwoordigd
van
door
dit advies de
is in handen
archeologisch
van
adviseur
de gemeente Haaksbergen, hierin de gemeente, (geanonimiseerd)
van
20
Archeologisch bureauonderzoek
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
literatuur Berendsen , H.J.A. , 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen , H.J.A. , 2008. De vorming
van
het land. Assen.
Borsboom , A. J. en J. W. H. P. Verhagen , 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch , J.H.A.2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1. 1. , Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5. 2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Brouwer , E. W. , 2021. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek verkennende fase Fusieschool Holthuizen – dr. Ariëns , Haaksbergen , gemeente Haaksbergen (OV). Laagland Archeologie Rapport 704. Almelo Brouwer , E. W. , 2022. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek verkennende fase Spinnerstraat 8 , Haaksbergen gemeente Haaksbergen (OV). Laagland Archeologie Rapport 518. Almelo Mulder , E. F. J. de. , 2003. De ondergrond
van
Nederland. Groningen.
Nederlands Normalisatie-instituut , 1989. Nederlandse Norm NEN 5104 , Classificatie van onverharde grondmonsters , Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol , A.J. , J. W. H. P. Verhagen en M. Verbruggen , 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Vosselman , J. , 2008. Plangebied Aert van Nesstraat 56. Gemeente Haaksbergen. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 3002. Weesp. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www. boorstaten. nl www. topotijdreis. nl www. hisgis. nl www. grondwatertools. nl www. kadastralekaart. com
Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www. topotijdreis. nl. Geraadpleegd op 16-5-2023 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) , nauwkeurigheid Z-waarde < = 5 cm. Bron: www. ahn. nl. Geraadpleegd op 16-5-2023 Kaart waarnemingen , AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www. zoeken. cultureelerfgoed. nl. Geraadpleegd op 16-5-2023 Beleidsadvieskaart. Bron: gemeente Haaksbergen. Geraadpleegd
op
16-5-2023 21
Archeologisch bureauonderzoek
Bodemkaart 16-5-2023
van
Zwarteland - Zieneschstraat te Haaksbergen , gemeente Haaksbergen , Overijssel
Nederland , schaal 1:50. 000. Bron: www. pdok. nl. Geraadpleegd
op
Minuutplan 1832. Bron: beeldbank. cultureelerfgoed. nl. Geraadpleegd op 16-5-2023 Verwachtingenkaart. Bron: gemeente Haaksbergen. Geraadpleegd
op
16-5-2023
22
BIJLAGE
1AMZ-CYCLUS
23
BIJLAGE
2 ARCHEOLOGISCHE
PERIODEN
24
BIJLAGE
3 GEOLOGISCHE
KAART
geomkaart
25
BIJLAGE
4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHNkaart
26
BIJLAGE
5 GEMEENTELIJKE
ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGENKAART
gw
k
27
BIJLAGE
6 BODEMKAART
bodem
28
BIJLAGE
7 WAARNEMINGEN , AMK-
TERREINEN
EN ONDERZOEKSMELDINGEN
archis
29
BIJLAGE
8 BELEIDSADVIESKAART
30
BIJLAGE
9 VERKLARENDE
WOORDENLIJST AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende , behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische , hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. Bronstijd - In de Bronstijd (2. 000 – 800 voor Chr. ) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt , hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet , waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later , rond 1. 200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies , die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Es – een es (enk , eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar , maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Formatie van Drenthe – de sedimenten van de Drentheformatie bestaan overwegend uit matig fijn tot uiterst grof grindhoudend zand , klei en leem.
Deze sedimenten zijn gevormd door of nabij het landijs tijdens het Saalien. Het afzettingsmilieu was glaciaal , inclusief subglaciaal (keileem/grondmorene; diamict) , fluvioglaciaal (sandur , kame en esker; (kei)zand) , en glaciolacustrien (klei met warven). Glaciolacustriene afzettingen – deze afzettingen zijn gevormd in een glaciaal. Het zijn zeer fijngelaagde kleiafzettingen , waarbij de fijne gelaagdheid is ontstaan door de toenmalige grote verschillen in temperatuur en organische activiteit tussen zomer en winter. Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur , textuur , structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water , waardoor klei , humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag.
De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. De BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag C-horizont. De kleur is meestal donkergeel , bruingeel of geelbruin
van
B- naar
De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd.
31
IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr. ) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Kampontginning – kampontginningen zijn veelal kleinschalige , meestal vrij late ontginningen die vanuit een of een beperkt aantal personen zijn opgezet (eenmanses). Vaak zijn diverse kampontginningen op den duur samengegroeid tot een grotere es. Loodzand - In een plaggendek wordt regelmatig loodzand aangetroffen: bij het winnen van plaggen werd eerst de natuurlijke toplaag afgestoken. In deze toplaag was een Ehorizont (uitspoelingslaag) aanwezig met een kenmerkende grijze kleur.
Loodzand wordt meestal aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10 e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen , heide en bos. Moedermateriaal – ook wel het uitgangsmateriaal genoemd , is het materiaal waaruit de bodem is gevormd , het verse sediment vóór de verandering door de bodem vorming. Neolithicum - Het Neolithicum (5. 300 – 2. 000 voor Chr. ) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld , maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen , namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen.
De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300. 000 – 8. 800 voor Chr. ) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende , tijdelijke kampementen bewoond. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit , ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten , landschap & omgeving , archeologie en roerend erfgoed. Saalien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 236 – 126 duizend jaar geleden. Het Saalien was de voorlaatste ijstijd (voorlaatste glaciaal). Gedurende deze periode kwam het landijs tot in Midden-Nederland. Stuwwallen - de stuwwallen zijn in de loop van de voorlaatste ijstijd (Saalien , 238 – 126 duizend jaar geleden) gevormd. Gedurende deze ijstijd waren grote delen van Nederland bedekt met landijs. Het gewicht van het ijspakket , dat vele honderden meters dik kon zijn , perste oudere afzettingen onder het ijs weg.
Aan de voor- en zijkanten van gletsjertongen ontstonden hierdoor opgestuwde heuvels. De stuwwal kenmerkt zich door een patroon van
32
min of meer evenwijdig lopende dagzomen , die soms door gescheiden.
een
overschuivingsvlak worden
Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 117, duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet , maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).
33