SON AB-Jaarstukken 2020
Tekst van het document
Bestemmingsreserves Het Algemeen Bestuur heeft bij de vaststelling van de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2019’ besloten om bestemmingsreserves op te heffen en de Algemene Reserve als enige reserve te handhaven. De Algemene Reserve vervult naast de functie van buffer ook de financierings- en bestedingsfunctie voor incidentele uitgaven. Voorzieningen
Financiële kengetallen In het gewijzigde artikel 11 van het BBV zijn er onder het tweede lid twee onderdelen toegevoegd: kengetallen en beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De financiële kengetallen zijn een uniforme set van gegevens die een beter inzicht geven in de financiële posities van de gemeenten en provincies, en daarmee ook informatie over de weer- en wendbaarheid van hun begrotingen. De volgende vijf kengetallen worden in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing opgenomen:
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
De bank heeft een aantal voorzieningen opgenomen. Voorzieningen worden opgenomen als er sprake is van een te kwantificeren financiële verplichting of financieel risico. Daarnaast kunnen tot voorzieningen ook gerekend worden de van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden.
30
-
Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
De eerste twee kengetallen zijn in dit jaarverslag gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor de Stadsbank, als gemeenschappelijke regeling voor schulddienstverlening. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stct. 2015, 20619).
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
begroting 2020
2019
2020
1%
5%
5%
37%
39%
40%
10%
6%
7%
1.4.2. Onderhoud kapitaalgoederen Eén van de basiselementen voor de financiële positie van de bank zijn de kapitaalgoederen en de onderhoudsstaat. Tot de kapitaalgoederen worden gerekend de gebouwen en de terreinen die in eigendom van de bank zijn.
Ook zijn voor de komende jaren een aantal vervangingsinvesteringen in beeld gebracht. Deze zullen jaarlijks worden opgenomen in de Meerjarenbegroting. 1.4.3. Financiering Treasurybeleid In 2020 zijn er voor een totaalbedrag van € 115,4 miljoen aan ontvangen bedragen verwerkt en is er voor een totaalbedrag van € 109,7 miljoen aan uitgaande betalingen verricht.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Het onderhoudsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. De kosten kunnen worden gedekt uit de Voorziening Onderhoud gebouwen en installaties.
De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige middelen van de bank. In de onderstaande tabel worden per kwartaal de buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen en de ruimte onder het drempelbedrag weergegeven. 31
Verslagjaar 2020 (bedragen x € 1000) Drempelbedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
250 250 250 250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 177
198 73
-
191 52
-
207 59
-
43 -
De overtollige middelen van klanten vallen dus niet onder het verplichte schatkistbankieren en zijn in een deposito gezet met een rente typische looptijd van 3 maanden, dan wel op rekening-courant gehouden. Per ultimo 2020 bedragen de totale liquide middelen van de klanten € 9,3 miljoen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2020 is op basis van de werkelijke cijfers vastgesteld op € 866 duizend. Dit betreft het berekende bedrag conform Modelstaat A over het 4 e kwartaal van 2020. Er is sprake van een gemiddeld overschot aan vlottende middelen van € 2,59 miljoen. Renterisiconorm Het renterisico wordt getoetst op de renterisiconorm. Voor het berekenen van het renterisico wordt gebruik gemaakt van de Modelstaat B zoals die in de regeling Fido is vastgesteld. Op basis van de modelstaat B is het renterisico van de bank in het begrotingsjaar ruim onder de renterisiconorm. Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Renteschema De vernieuwde BBV stelt vanaf 2019 nieuwe eisen aan de verbonden partijen. De SON als verbonden partij van de gemeenten, moet deze voorschriften opvolgen. Het gaat hierbij onder meer om de opname van de renteomslag volgens het onderstaande renteschema:
32
Renteschema 2020 (bedragen in €) a. b.
de externe rentelasten over de korte en lange financiering de externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen e. f.
61.700
61.700 n.v.t. n.v.t. 61.700 61.700 n.v.t. n.v.t.
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-
De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury
-
1.4.4. Verbonden partijen De SON heeft geen verbonden partijen, maar is wel verbonden partij van de aangesloten gemeenten. 1.4.5. Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de beleidsmatige, toekomstgerichte aspecten van de bedrijfsvoering.
Door effectieve inkoop worden de materiële kosten teruggedrongen. Hierbij wordt in voorkomende gevallen gebruik gemaakt van externe expertise en de mogelijkheden bij de deelnemende gemeenten.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
a. Kostenbewustzijn Door werkprocessen te innoveren, digitaliseren en automatiseren slaagt de Stadsbank erin de kwaliteit van de dienstverlening te optimaliseren, waarbij het personeel efficiënter kan worden ingezet. De klanten worden gestimuleerd zoveel mogelijk gebruik te maken van de portal ‘Mijn Stadsbank’.
b. Investeringsbeleid De Stadsbank zet in op duurzame investeringen, gericht op innovatie, verdergaande digitalisering van processen en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
33
c. Organisatiestructuur De organisatie van de Stadsbank is integraal rondom de klant georganiseerd. Er zijn integrale klantteams met klantmanagers gevormd, waarin de verschillende disciplines van de dienstverlening zijn gebundeld. Meerdere klantteams vormen samen een gebiedsteam, die per regio zijn ingedeeld. Deze gebiedsteams worden aangestuurd door twee managers. Daarnaast is er een afdeling beschermingsbewind, die ook wordt aangestuurd door een manager. De gebiedsteams en afdeling beschermingsbewind worden ondersteund door een stafafdeling. d. Administratieve organisatie en interne controle De (werk)processen zijn ingericht op basis van het nieuwe dienstverleningsmodel en het handboek Administratieve Organisatie. De interne controle is geïntensiveerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van automatisering van zowel processen als controles. e. Informatie en automatisering Het technisch beheer en de infrastructuur zijn voor het grootste gedeelte bij externe partners ondergebracht. Het Applicatiebeheer vindt plaats in eigen beheer. Er zijn in de overeenkomsten met partners afspraken gemaakt over het beschermen van data en gegevens tegen cybercriminaliteit en datalekken. Daarbij zijn ook de dragers van persoons- en bedrijfsgegevens beschermd tegen datalekken (denk aan mobiele telefoons en laptops).
g. Marktkansen en –bedreigingen Door middel van de gevormde gebiedsteams en klantteams wordt klantvriendelijker en waar mogelijk op locatie dichtbij de klant gewerkt. De Stadsbank kijkt samen met de burger naar hoe het probleem kan worden opgelost en hoe een probleem in de toekomst kan worden voorkomen. Hierbij worden nieuwe initiatieven ontwikkeld, waarbij ingespeeld wordt op de veranderende vraag in de schuldhulpverlening en de versterking van de verbinding met ketenpartners en vrijwilligers. Door deze korte lijnen kunnen effectief verbindingen worden gelegd met andere beleidsterreinen en de ontwikkelingen in het sociaal domein.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
f. (Management)informatievoorziening In 2020 zijn tweemaandelijkse managementrapportages opgesteld, waarbij in één oogopslag de ontwikkeling van de belangrijkste stuurindicatoren is weergegeven, met daarachter toelichtende overzichten. Ook heeft een verdere digitalisering van de informatievoorziening plaatsgevonden. De managementinformatie en inrichting van dashboards worden in 2021 doorontwikkeld.
34
h. Risicomanagement De kaders voor het weerstandsvermogen en de risicobeheersing zijn vastgesteld in de beleidsnota ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Stadsbank Oost Nederland 2020 – 2023’. Organisatie breed wordt periodiek een risicoanalyse uitgevoerd. Ook wordt specifiek aandacht geschonken aan de cultuuraspecten en de bewustwording bij het personeel. Medewerkers van de Stadsbank worden bewust gemaakt van de risico’s die kunnen optreden bij het onzorgvuldig omgaan met persoons- en bedrijfsgegevens en de gevolgen die dit met zich meebrengt. Naast preventie wordt aandacht geschonken aan gevolgmaatregelen bij het optreden van datalekken. Er kunnen financiële risico’s optreden, als de Stadsbank voor een deel van haar activiteiten Vennootschapsbelasting moet afdragen op de hiermee behaalde winst. Op dit moment is de Stadsbank vrijgesteld van vennootschapsbelasting. i. Informatiebeveiligingsbeleid en privacy De Stadsbank moet voldoen aan de wijzigingen in de relevante landelijke en Europese wet- en regelgeving op deze terreinen. Hierbij wordt aangesloten bij de modellen die in het kader van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) zijn opgesteld. Er wordt een digitale tool ingezet om de maatregelen in de informatiebeveiliging en privacy permanent te kunnen beheersen, monitoren, evalueren en aan te passen/actualiseren.
De Stadsbank past vanaf 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toe. In het verwerkingsregister worden de overeenkomsten geregistreerd met afspraken over de verwerking van persoonsgegevens door leveranciers/partners (verwerkingsovereenkomsten). Ook wordt een procedure gehanteerd voor het melden van incidenten en datalekken. Voor de beheersing van de informatiebeveiliging en privacy wordt structurele capaciteit ingezet voor de functies Chief Information Security Officer (CISO), de Security Officer (SO) en de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
35
2. Jaarrekening 2.1. Balans per 31 december Activa (bedragen in €) Vaste activa Materiële vaste activa
31 december 2019
1.725.400
1.856.800
1.725.400 3.619.100 3.619.100 5.344.500
1.856.800 3.955.300 3.955.300 5.812.100
534.500 119.400 408.900 6.200 9.402.000 9.402.000 903.400 903.400
1.205.400 110.300 983.900 111.200 8.640.900 8.640.900 653.300 653.300
Totaal vlottende activa Totaal activa
10.839.900 16.184.400
10.499.600 16.311.700
Passiva (bedragen in €) Vaste passiva Eigen vermogen
31 december 2020
31 december 2019
1.183.300 960.000 223.300 2.700 2.700 2.566.800 1.131.800 1.435.000 3.752.800
1.696.100 1.012.200 683.900 65.600 65.600 2.701.600 1.266.600 1.435.000 4.463.300
12.003.200 12.003.200 428.400
11.500.700 11.500.700 347.700
Investeringen met een economisch nut Overige investeringen met een economisch nut
Financiële vast activa Overige langlopende leningen
Totale vaste activa Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met het Rijk Overige vorderingen
Liquide middelen Kassaldi Banksaldi
Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en vooruitbetaalde bedragen ten laste van volgende begrotingsjaren
Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Eqalisatievoorzieningen
Vaste schulden met rentetypische looptijd > 1 jaar Onderhandse lening van binnen. banken en overige fin. inst. Door derden belegde gelden
Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met rentetyp. looptijd < 1 jaar Overige schulden
Overlopende passiva Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende passiva Totaal passiva
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
31 december 2020
-
-
12.431.600 16.184.400
11.848.400 16.311.700 36
2.2. Overzicht van baten en lasten Overzicht baten en lasten (bedragen in €) Begroting na wijziging 2020
Verschil
Primaire begroting 2020
3.836.300 3.836.300 -
4.028.000 4.028.000 -
-191.700 -191.700 -
3.941.600 3.941.600 -
7.172.700 6.659.900 -512.800
7.269.400 6.533.300 -736.100
-96.700 126.600 223.300
6.962.300 6.899.700 -62.600
11.009.000 10.496.200
11.297.400 10.561.300
-288.400 -65.100
10.903.900 10.841.300
-512.800
-736.100
223.300
-62.600
Realisatie 2020 I Algemeen bestuur Lasten Baten Saldo II Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen Lasten Baten Saldo Subtotaal programma's Lasten Baten Gerealiseerd saldo van baten en lasten Mutaties reserves Algemeen bestuur Subtotaal mutaties reserves
736.100 736.100
736.100 736.100
-
-
Gerealiseerd resultaat
223.300
-
223.300
-62.600
Inleiding Onderstaande grondslagen, waarop de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling is gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
2.3. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders vermeld is, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. 37
Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. De benodigde omvang van de Voorziening Risico Leningen wordt vastgesteld als een risico inschatting op basis van de fase van achterstand. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar.
Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. 2.3.1. Activa
Afschrijving vindt plaats op basis van de historische aanschafprijs volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het actief. De afschrijvingstermijnen volgens de lineaire methode staan weergegeven in de volgende tabel:
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Materiële vaste activa De waardering van de materiële vaste activa is gebaseerd op de verkrijgingsprijs, verminderd met de afschrijvingen. Bij de waardering van de materiële vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. De materiële vaste activa van Stadsbank Oost Nederland betreffen uitsluitend investeringen met een economisch nut.
38
Afschrijvingstermijnen Periode Omschrijving 30 jaar Nieuwbouw en aankoop bedrijfsgebouwen, onder handhaving van de bestaande afschrijvingstermijnen van reeds aanwezige bedrijfsgebouwen; 25 jaar Renovatie, restauratie en verbouw bedrijfsgebouwen, brandkasten; 15 jaar Technische installaties in bedrijfsgebouwen; 10 jaar Kantoormeubilair; 5 jaar Software, telefooninstallaties en veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; 3 jaar Mobiele apparatuur
De investeringen worden bij in gebruik name geactiveerd waarbij de lineaire afschrijvingsmethodiek wordt toegepast. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €1.000 worden niet geactiveerd. Meerdere investeringen in dezelfde soort activa gedurende het boekjaar met een gezamenlijke waarde van €1.000 of hoger worden wel geactiveerd. Financiële vaste activa De leningen aan cliënten alsmede overige vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen. De waardering vindt plaats op het zogenaamde ‘uitstaand saldo leningen’ verminderd met de vertragingsrente. De leningen zijn verminderd met de voorziening risico leningen. Uitzettingen en overlopende activa De uitzettingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
2.3.2. Passiva Eigen vermogen Algemene reserve De Algemene reserve dient als algehele buffer en weerstandsvermogen om toekomstige tegenvallers te kunnen opvangen. Het Algemeen bestuur heeft besloten dat de verhouding tussen het benodigde en beschikbare weerstandsvermogen moet liggen tussen 1,0 en 1,4. Daarmee kwalificeert deze ratio als ‘voldoende’.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.
Bestemmingsreserves Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door het bestuur een bepaalde bestemming is gegeven. Het gehele bedrag van de bestemmingsreserves ultimo
39
het jaar dient opgebouwd te zijn met bestuursbesluiten van het Algemeen Bestuur, dan wel opgenomen te zijn in het voorliggende voorstel tot resultaatbestemming. Per ultimo 2019 zijn de bestaande bestemmingsreserves opgeheven. Gerealiseerd resultaat Het gerealiseerde resultaat is het resterende resultaat na reeds bestemde mutaties in de reserves. Het gerealiseerde resultaat wordt toegevoegd aan de reserve dan wel aan de gemeenten gerestitueerd, naar rato van de omvang van de declaratie. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorziening risico leningen Deze voorziening is ingesteld om te kunnen voldoen aan de financiële verplichtingen die voortvloeien uit eventuele verliezen op verstrekte kredieten als gevolg van oninbaarheid en overlijden van cliënten gedurende de looptijd. Voorziening groot onderhoud De voorziening is ingesteld om te kunnen voldoen aan de financiële verplichtingen die voortvloeien uit het door het Algemeen Bestuur vastgestelde Onderhoudsbeheersplan, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Voorziening dubieuze debiteuren bewind De geldstromen met betrekking tot de vergoedingen die de Stadsbank ontvangt voor de dienstverlening beschermingsbewind komen nu rechtstreeks van de klant en niet meer van de gemeenten.
De risico’s voor oninbaarheid worden met de instelling van deze voorziening afgedekt.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Vaste schulden De vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de reeds gedane aflossingen. Vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer.
40
2.4. Toelichting op de balans 2.4.1. Activa Vaste activa Materiële vaste activa Het verloop van deze post in 2020 is als volgt:
Materiële vaste activa (bedragen in €)
Boekwaarde per 1-1-2020 Investeringen Desinvesteringen Boekwinst Boekverlies
Afschrijvingen Boekwaarde per 31-12-2020
Machines, Overige Bedrijfs- apparaten en materiële gebouwen installaties vaste activa 1.019.200 236.400 601.200
Totaal 1.856.800
-
13.800
252.200
266.000
-
-
-17.400 3.300 4.000
-17.400 3.300 4.000
-91.400
-25.300
-263.300
-380.000
927.800
224.900
572.700
1.725.400
De investeringen in het verslagjaar betroffen:
13.800 120.200 13.000 119.000
De investeringen in mobiele apparatuur houden verband met extra investering in laptops en mobiele telefoons voor de hele organisatie als gevolg van de corona maatregelen en het mogelijk maken van verplicht thuiswerken. De investeringen in software- en systeemontwikkeling hangen samen met de verdere digitalisering van de werkprocessen en het werken op afstand.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Investeringen (bedragen in €) Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties - vervanging/vernieuwing apparaten en installaties Overige materiële vaste activa - mobiele apparatuur - inventaris - software- en systeemontwikkeling
41
Financiële vaste activa Overige langlopende leningen (bedragen in €) Leningen Totaal
2020 3.619.100 3.619.100
2019 3.955.300 3.955.300
2020 4.241.400 1.865.700 -2.229.400 -61.800 3.815.900 -196.800 3.619.100
2019 4.538.200 2.239.000 -2.474.500 -61.300 4.241.400 -286.100 3.955.300
Verloop overige langlopende leningen 2020:
Overige langlopende leningen (bedragen in €) Saldo per 1 januari Verstrekte leningen Aflossingen Afwaarderingen Saldo per 31 december Voorzieningen risico leningen Totaal
Deze leningen hebben een langlopend karakter met een gemiddelde looptijd van 46 maanden. Het uitstaande saldo van de leningen ad € 3,6 miljoen bestaat voor een bedrag van € 0,6 miljoen uit gemeentelijke borgstellingen. In 2020 werden geldleningen afgeboekt tot een bedrag van € 61.800 (2019: € 61.300).
In 2020 is voor een bedrag van € 1,9 miljoen aan leningen verstrekt tegen € 2,2 miljoen in 2019, een daling van bijna 17%. De waardering van de leningen is voor een bedrag van € 196.800 verlaagd met de voorziening risico leningen. De voorziening risico leningen dient om eventuele verliezen op verstrekte kredieten op te vangen met name wegens oninbaarheid en overlijden van cliënten gedurende de looptijd.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
De achterstand ‘te betalen termijnen’ (€ 202.700) ten opzichte van het totale uitstaande saldo leningen bedraagt ultimo 2020 5,3% (ultimo 2019: 6,4%).
42
Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rente-typische looptijd < 1 jaar (bedragen in €) 2020 Vorderingen op openbare lichamen 119.400 Rekening-courantverhouding met het Rijk 408.900 Overige vorderingen 6.200 Totaal 534.500
2019 110.300 983.900 111.200 1.205.400
Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit de per 31 december 2020 uitstaande vorderingen van de aan de deelnemende gemeenten doorberekende activiteiten. Per ultimo januari 2020 moet hiervan nog € 12.700 worden afgewikkeld. Rekening-courantverhouding met het Rijk De overtollige middelen van de Stadsbank kunnen uitsluitend aangehouden worden in de schatkist. Derdengelden zijn echter uitgezonderd van het verplichte schatkistbankieren. Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit de per 31 december 2020 uitstaande vorderingen van de aan de overige klanten doorberekende activiteiten. Per ultimo januari 2020 moet hiervan nog € 11.600 worden afgewikkeld. Het saldo van de overige vorderingen is voor een bedrag van € 8.300 verlaagd met de voorziening dubieuze debiteuren bewind.
Liquide middelen (bedragen in €) Kassaldi Banksaldi Totaal
2020 9.402.000 9.402.000
2019 8.640.900 8.640.900
De banksaldi van de klanten ad € 9,3 miljoen hoeven niet in ’s Rijksschatkist aangehouden te worden. Deze zijn in een deposito met een rente typische looptijd van 3 maanden gezet, dan wel op rekening-courant gehouden. Het bedrag dat gemiddeld in deposito is aangehouden, bedroeg in 2020 € 2 miljoen. Het banksaldo van de Stadsbank in de totale banksaldi bedraagt ultimo 2020 € 83.400. Het drempelbedrag voor het voor het buiten ’s Rijksschatkist aanhouden van liquide middelen bedraagt € 250.000.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Liquide middelen
43
De bankgelden van de klanten zijn te allen tijde toegankelijk en beschikbaar voor de activiteiten van de klanten. Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen:
Overlopende activa (bedragen in €) Depotbedrag porti Kruisposten bank Fietsproject Vooruitbetaalde en nog te ontvangen bedragen Totaal
2020 22.700 880.700 903.400
2019 11.300 14.500 11.900 615.600 653.300
Vooruitbetaalde en nog te ontvangen bedragen Deze post bestaat met name uit nog te ontvangen bedragen in verband met aanvullende btw-aftrek over de periode 2015-2020.
Inmiddels is in 2020 de definitieve aangifte voor de aanvullende btw-aftrek voor de periode 2015-2018 gedaan met een additionele aftrek van €!31.200. Daarnaast is ook de berekening afgerond voor de aanvullende btw-aftrek voor de jaren 2019 en 2020, uitkomend op een bedrag van €!177.000. Beide bedragen van in totaal €!208.200 zijn als incidenteel onder overige baten meegenomen in het jaarresultaat 2020.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
De door externe deskundigen uitgevoerde btw-scan bij de Stadsbank heeft uitgewezen, dat het - door de stijging van de dienstverlening van beschermingsbewind - lonend is om btw-aftrek toe te passen op de zogenaamde ‘gemengde’ inkoopkosten voor beschermingsbewind in de periode vanaf 2014. De aangifte voor de aanvullende btwaftrek voor het jaar 2014 ad €!109.600 is meegenomen in de jaarresultaat 2019 en is door de Belastingdienst gehonoreerd en ontvangen. Voor de jaren 2015 t/m 2018 zijn volgens dezelfde systematiek berekeningen gemaakt, uitkomend op een bedrag van €!483.200, dat ook is meegenomen in de jaarresultaat 2019. Het positieve jaarresultaat 2019 is toegevoegd aan de Algemene Reserve, in afwachting van de definitieve beschikkingen van de Belastingdienst.
44
2.4.2 Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Eigen vermogen (bedragen in €) 2020 960.000 223.300 1.183.300
Algemene Reserve Bestemmingsreserve Saldo van de rekening Totaal
2019 1.012.200 683.900 1.696.100
Gerealiseerde resultaat 2020 Het gerealiseerde resultaat van 2020 bedraagt € 223.300. Voorgesteld wordt om dit saldo aan de Algemene reserve toe te voegen. Het resultaat betreft met name de nog te ontvangen aanvullende btw-aftrek over de periode 2015-2020. Het verloop van het eigen vermogen in 2020 wordt in onderstaand overzicht weergegeven:
Eigen vermogen (bedragen in €) Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Bestemming Boekwaarde 1-1-2020 resultaat vorig 31-12-2020 boekjaar
Algemene reserve
1.012.200
-
-736.100
683.900
960.000
Totaal reserves
1.012.200
-
-736.100
683.900
960.000
Voorzieningen Voorzieningen (bedragen in €) Egalisatievoorzieningen Voorziening groot onderhoud Totaal voorzieningen
2020
2019
2.700 2.700
65.600 65.600
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Algemene reserve De onttrekking aan de Algemene reserve is conform de laatste begrotingsbijstelling in de Najaarsnota 2020.
Het verloop in 2020 wordt in onderstaand overzicht per voorziening weergegeven: 45
Voorzieningen (bedragen in €) Boekwaarde Toevoeging Onttrekking 1-1-2020
Egalisatievoorzieningen Groot onderhoud Totaal voorzieningen
•
65.600 65.600
27.700 27.700
Vrijval
-90.600 -90.600
Boekwaarde 31-12-2020
-
2.700 2.700
Voorziening groot onderhoud
De voorziening is ingesteld om te kunnen voldoen aan de financiële verplichtingen die voortvloeien uit het door het Algemeen Bestuur vastgestelde Onderhoudsbeheersplan, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Op basis van het bijgestelde Onderhoudsbeheersplan is de benodigde dotatie in 2020 op € 27.700 vastgesteld en heeft een onttrekking van € 90.600 plaatsgevonden.
Vaste schulden Vaste schulden (bedragen in €) 2019
1.131.800
1.266.600
1.435.000 2.566.800
1.435.000 2.701.600
Onderhandse leningen Het verloop van de onderhandse geldleningen is als volgt:
Onderhandse leningen (bedragen in €)
BNG 89.025 BNG 90.127 BNG 97.395 BNG 97.396 Totaal
Rente %
Saldo per 1-1-2020
4.95% 5.30% 5.19% 5.13%
70.000 226.600 750.000 220.000 1.266.600
Nieuwe Aflossingen leningen
-
17.400 45.400 50.000 22.000 134.800
Saldo per 31-12-2020
Rentelast begrotingsjaar
52.600 181.200 700.000 198.000 1.131.800
3.300 10.800 37.100 10.500 61.700
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Door derden belegde gelden Totaal
2020
46
Bovengenoemde leningen zijn afgesloten in 1998, 1999 en twee in 2004. Drie leningen hebben een looptijd van 25 jaar en één van 30 jaar. De aflossingsverplichting voor het begrotingsjaar 2020 bedraagt wederom € 134.800. Door derden belegde gelden De door derden belegde gelden betreffen de inleggelden die gestort zijn door de gemeenten die zijn aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland. De bepaling van het inleggeld geschiedt naar rato van het aantal inwoners en wordt eens in de drie jaar herzien. Per 1 januari 2018 zijn de inleggelden voor het laatst berekend. Er wordt geen rentevergoeding berekend.
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (bedragen in €) 2020 2019 Overige schulden Persoonlijke rekeningen saldo's (PRS) 1.969.100 2.041.800 Reserveringen activiteiten 7.492.800 6.863.800 Overige schulden 2.541.300 2.595.100 Totaal 12.003.200 11.500.700
Het totale saldo van de betreffende rekeningen bedroeg ultimo 2020 € 2 miljoen. Reserveringen activiteiten In overleg met de cliënt wordt overgegaan tot reserveringen voor toekomstige uitgaven. Deze post is in de balans opgenomen onder Reserveringen activiteiten. Per ultimo 2020 bedraagt deze reservering € 7,5 miljoen.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Persoonlijke Rekeningen Saldo’s (PRS) Hierop worden in principe alle cliënttegoeden verzameld die worden uitbetaald aan de cliënt en/of bestemd zijn voor toerekening aan activiteiten, zoals leningen, budgetbeheerrekeningen, saneringen, schuldbemiddeling enz. Vanuit deze activiteiten vindt dan doorbetaling plaats naar derden of naar de cliënt zelf.
47
Overige schulden Overige schulden (bedragen in €) Door te betalen bemiddelingen Salarissen, sociale lasten en loonheffing Crediteuren Overig Totaal
2020 1.660.000 559.900 183.400 138.000 2.541.300
2019 1.685.300 480.200 310.200 119.400 2.595.100
De post Door te betalen bemiddeling betreft bedragen die per 31 december 2020 zijn bestemd voor doorbetaling aan schuldeisers van de activiteit ‘schuldbemiddeling’. De post Salarissen, sociale lasten en loonheffing bevat nog te betalen sociale lasten en loonheffingen over de maand december 2020. Per ultimo januari 2020 is het saldo Crediteuren nagenoeg volledig afgewikkeld. De post Overig betreft de nog te verrekenen vergoedingen dienstverlening met de deelnemende gemeenten en deze zijn per ultimo januari 2021 volledig afgewikkeld.
Overlopende passiva Overlopende passiva (bedragen in €) 2019
38.900 389.500 428.400
42.900 304.800 347.700
Nog te betalen en vooruit ontvangen bedragen Van de nog te betalen bedragen moet per ultimo januari 2020 nog ca. € 231.200 worden afgewikkeld. Voor een bedrag van € 204.900 betreft dit de afrekening van de bestaanskosten. 2.4.3. Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Overlopende passiva Rente onderhandse leningen Nog te betalen en vooruit ontvangen bedragen Totaal
2020
Er is een aantal meerjarige financiële verplichtingen aangegaan, waaraan de organisatie de komende jaren is verbonden:
48
Met RICOH is per mei 2017 een huur-/serviceovereenkomst afgesloten met betrekking tot de afname van kopieer- en printapparatuur, voor een geschat bedrag van € 20.000 per jaar. De looptijd van het contract is tot en met februari 2023. Er is in 2017 een overeenkomst met Volkswagen PON afgesloten over de operational lease van 6 auto’s, waarvan 2 elektrisch aangedreven en 4 op groen gas. Het gaat hierbij om een leasebedrag van € 25.000 per jaar gedurende 5 jaar. De meerjarige overeenkomst voor hostingdiensten en licenties met ROOT is per 2020 beëindigd. Deze diensten zijn opnieuw onderhands aanbesteed met 3 partijen. Fundaments is met ingang van 2020 de nieuwe leverancier voor 3 jaar voor een bedrag van circa € 70.000 op jaarbasis. Met Smart FMS is een overeenkomst gesloten tot ultimo 2023 met betrekking tot de software voor het cliëntenbeheer van beschermingsbewind. Het gaat hierbij om circa € 15.000 per jaar. Het cliëntenbeheer van de overige dienstverlening gebeurt in de applicatie Allegro, waarvoor jaarlijks met Kred’it een SLA wordt afgesloten. Op 11 oktober 2019 is de module Dicos SR compleet aangeschaft met een looptijd van 4 jaar. De totale kosten bedragen € 14.200. De koffie-, thee- en watervoorziening voor de Stadsbank wordt verzorgd door Jacobs Douwe Egberts PRO NL B.V. Het 5-jarig contract loopt tot 20 maart 2023 en bedraagt € 20.500 per jaar.
Met SPIE ICT Solutions is een 3-jarige overeenkomst getekend vanaf 1 februari 2019 voor de afname van cliënt telefoniediensten voor een jaarlijks bedrag van € 68.000.
Xential verzorgt vanaf 8 mei 2020 voor 4 jaar de Private SaaS-oplossing (Software-as-aService) voor een bedrag van €!36.400. Innovadis BV pleegt tot 31 augustus 2022 onderhoud aan de mobiele applicatie voor de schulddienstverlening voor een bedrag van € 33.000. De genoemde bedragen zijn exclusief btw.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Docuwork BV verzorgt post- en email-afhandeling vanaf 1 april 2020 voor een periode van 4 jaar voor een jaarlijks bedrag van € 173.200.
Bij aflopende contracten en het sluiten van nieuwe overeenkomsten wordt nagegaan of aanbesteding aan de orde moet zijn. Daarbij is en wordt getoetst aan het uitgangspunt van maatschappelijk ondernemen en de andere voordelen die te behalen zijn bij het inbesteden binnen de lokale overheid. Ook wordt hierbij in overweging genomen of
49
koppelingen met bestaande systemen ingrijpende wijzigingen vragen en extra kosten met zich meebrengen. De bank is eigen risicodrager van verplichtingen voor voormalig personeel. Mogelijk kan er in de komende periode nog sprake zijn van (juridische) vergoedingen in verband met de beëindiging van een dienstverband in 2020. Omdat de uitkomst van dit traject onzeker is, is hiervoor geen voorziening opgenomen. 2.4.4. Gebeurtenissen na balansdatum Het COVID-19 (corona) virus heeft tot dusver een nadelige invloed op de omvang van de dienstverlening van de Stadsbank. De continuïteit van de Stadsbank wordt door het virus echter niet bedreigd. De financiële effecten (materieel gezien) voor 2021 zijn op dit moment nog onzeker. De ontwikkelingen hierin zullen in de voortgangsrapportages in 2021 (Voorjaarsnota, Najaarsnota) worden meegenomen. De directie en het management van de Stadsbank hebben in de bedrijfsvoering passende maatregelen getroffenen en richtlijnen ingesteld om de voortgang van de processen en de dienstverlening naar klanten en opdrachtgevers op hetzelfde niveau te continueren. Hierbij worden de (landelijke) richtlijnen van het RIVM gevolgd.
De medewerkers van de Stadsbank werken hierbij - in nauw contact met het management - in principe vanuit huis en beschikken over de noodzakelijke (digitale) voorzieningen en communicatiemiddelen om hun werkzaamheden op afstand uit te voeren en contacten te onderhouden met klanten, opdrachtgevers en collega’s. Ook de dagelijkse betalingsprocessen vinden op gebruikelijke wijze doorgang.
2.5. Toelichting op de baten en lasten
2.5.1. Algemeen Bestuur Algemeen bestuur (bedragen in €) Realisatie Begroting na wijziging Lasten 3.836.300 4.028.000 Baten 3.836.300 4.028.000 Totaal -
Afwijking -191.700 -191.700 -
Primaire begroting 3.941.600 3.941.600 -
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de programmarekening (cf. art 28 BBV).
Het programma Algemeen Bestuur vertoont per ultimo boekjaar een saldo van €!0.
50
De lasten evenals de baten van dit programma bedragen € 3.836.300 en komen daarmee €!191.700 lager uit dan begroot. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door een lagere realisatie van de bestaanskosten door niet ingevulde vacatureruimte, geen benodigde dotaties aan de voorzieningen en lagere huisvestings- en bureaukosten.
Begrotingsrechtmatigheid Het programma Algemeen bestuur vertoont zowel op de lastenkant als batenkant een begrotingsonderschrijding. Bezoldiging in het kader van de WNT De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Hierna: WNT) stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De algemene bezoldigingsnorm van de WNT bedraagt na indexering voor 2020: € 201.000.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
51
Beloning reguliere topfunctionarissen Gegevens 2020 (bedragen x € 1) Naam Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
C.H.A.A. Luttikhuis Directeur 1-1-2020 - 31-12-2020 1 fte ja 125.963 20.865 146.829 201.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Totale bezoldiging
146.829
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
C.H.A.A. Luttikhuis A. de Jong Directeur Directeur 1-1-2019 - 31-12-2019 1-1-2019 - 31-12-2019 1 fte 1 fte ja ja 118.131 19.643 137.774
28.395 5.841 34.236
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
194.000
194.000
Totale bezoldiging
137.774
34.236
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Gegevens 2019 (bedragen x € 1) Naam Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
52
Beloning leden Algemeen en Dagelijks Bestuur Beloning leden Algemeen en Dagelijks Bestuur Functie Naam Voorzitter Dhr. A. Kampman Vice-voorzitter Dhr. G. Teselink Lid AB Dhr. J. Wikkerink Lid AB & DB Dhr. A. Maathuis Lid AB Dhr. M.J.R. Kotteman Lid AB & DB Dhr. E. Blaauw Lid AB Mevr. I. Duursma Lid AB Dhr. A.R. Peppelman Lid AB & DB Mevr. G.J. Overmeen-Bakhuis Lid AB & DB Mevr. M.A. ten Heuw Lid AB & DB Dhr. P. v. Zwanenburg Lid AB Dhr. H. van Zeijts Lid AB Mevr. A. Prins Lid AB Dhr. M. Som Lid AB & DB Dhr. R.G.H. Christenhusz Lid AB Dhr. J. Hoenderboom Lid AB Dhr. L.G. Kuster Lid AB Dhr. B.D. Tijhof Lid AB Mevr. H.M.N. Berning Lid AB Mevr. M. van Abbema Lid AB Dhr. N. Kortenhoeven Lid AB Dhr. H.J. Tannemaat
2019 Bezoldiging Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd nvt Onbezoldigd Onbezoldigd nvt Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd nvt
2020 Bezoldiging Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd
Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen (bedragen in €) Realisatie Begroting na Afwijking Primaire wijziging begroting Lasten 7.172.700 7.269.400 -96.700 6.962.300 Baten 6.659.900 6.533.300 126.600 6.899.700 Totaal -512.800 -736.100 223.300 -62.600
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
2.5.2. Financieel-maatschapelijke dienstverlening en voorzieningen
53
Begrotingsrechtmatigheid Lasten en baten Het programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen laat per ultimo 2020 een nadelig saldo zien van €!512.800. Dit nadeel is € 223.300 lager dan begroot. De lasten en baten van dit programma zijn in dezelfde mate gedaald maar door de incidentele aanvullende btw-aftrek vertonen de baten een voordeel van € 126.600. Hiermee komt het saldo van het programma uit op een voordeel van € 223.300 , dat tevens het jaarrekeningsaldo betreft. 2.5.3. Incidentele baten en lasten De incidentele baten in 2020 betreffen: -
aanvullende btw-aftrek over de periode 2015 - 2020 ad €!208.200.
-
afkoop overname intake gemeente Hengelo (deel 2020) ad €!17.696 en Oude IJsselstreek (deel 2020) ad €!9.400.
2.5.4. Toelichting resultaat voor en na bestemming In deze tabel worden de mutaties in de Algemene Reserve, welke in de balans zijn verwerkt weergegeven. De mutaties hebben betrekking op posten waarover het Algemeen Bestuur reeds een besluit heeft genomen. Door de aanvullende btw-aftrek over de jaren 2015 2020 vertoont het resultaat zowel vóór als ná bestemming een voordelig saldo van € 223.300.
Toelichting resultaat (bedragen in €) Realisatie -512.800 736.100 223.300
Afwijking 223.300
736.100 -
223.300
2.6. Sisa De bank ontvangt geen specifieke uitkeringen van het Rijk. Er is dus geen Sisa-specificatie opgenomen.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Resultaat voor bestemming Mutaties Algemene Reserve Onttrekking Toevoeging Resultaat na bestemming
Begroting na wijziging -736.100
54
3. Overige gegevens 3.1. Controleverklaring
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
55
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan het algemeen bestuur van de Stadsbank Oost-Nederland Verklaring over de in dit rapport opgenomen jaarrekening 2020 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van de Stadsbank Oost-Nederland te Enschede gecontroleerd: Naar ons oordeel:
Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van de Stadsbank Oost-Nederland (verder: de Stadsbank) op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen, zoals opgenomen in het normenkader rechtmatigheid, vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 juni 2016 als bijlage 1 van het ‘Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening van de Stadsbank Oost-Nederland’.
De jaarrekening bestaat uit:
De balans per 31 december 2020; Het overzicht van baten en lasten over 2020; De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het Normenkader rechtmatigheid van de Stadsbank en de Regeling Controleprotocol WNT (Wet normering topinkomens) 2020 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.
Wij zijn onafhankelijk van de Stadsbank zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
5
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd. In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 100.000, waarbij de bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% bedraagt van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling controleprotocol WNT 2020.
Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen groter dan € 50.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn.
Verklaring over de in dit rapport opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat dit rapport andere informatie, die bestaat uit:
het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de parafen; de inhoudsopgave, het voorwoord van de directie, de inleiding en het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en ontwerp besluit.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; alle informatie bevat die op grond van het BBV is vereist.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Gemeentewet en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.
6
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen, zoals opgenomen in het Normenkader rechtmatigheid van de Stadsbank. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Het algemeen bestuur is als kaderstellend en controlerend orgaan op grond van de Gemeentewet verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fouten of fraude en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, de Regeling Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude dan wel het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de 7
interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Enschede, 1 april 2020 Eshuis Registeraccountants B.V.
Was getekend: drs. E. Dijkgraaf RA
8
3.2. Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening en resultaatbestemming De jaarrekening 2020 wordt vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Stadsbank Oost Nederland van 30 juni 2021.
1. Het gerealiseerde resultaat van 2020 bedraagt € 223.300 positief. Hierin zijn de reeds door het bestuur geaccordeerde mutaties in de reserves verwerkt. Het resultaat betreft met name de nog te ontvangen aanvullende btw-aftrek van €208.200 over de periode 2015 - 2020. 2. Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld om de jaarrekening 2020 vast te stellen en het jaarrekeningsaldo van € 223.300 toe te voegen aan de Algemene Reserve.
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
56
4. Bijlagen
Categoriale indeling rekening LASTEN (bedragen in €)
Jaarrekening 2020
Najaarsnota 2020
Personeelslasten totaal
8.654.300
8.811.200
-156.900
8.475.300
Rente en Afschrijvingen
548.800
546.900
1.900
550.400
Huisvesting
132.200
160.500
-28.300
150.200
Bureaukosten
255.700
271.100
-15.400
299.600
Beheerskosten
1.426.600
1.408.400
18.200
1.354.100
8.600-
99.300
-107.900
74.300
11.009.000
11.297.400
-288.400
10.903.900
3.809.900 9.000 669.300 393.900 2.425.900 1.662.200 1.051.200 9.300 226.100 239.400
4.000.900 7.500 690.800 395.300 2.489.000 1.711.000 1.017.600 8.500 213.600 27.100
-191.000 1.500 -21.500 -1.400 -63.100 -48.800 33.600 800 12.500 212.300
3.914.500 802.600 456.300 2.623.600 1.801.300 1.075.800 10.100 130.100 27.100
10.496.200
10.561.300
-65.100
10.841.400
11.009.000 10.496.200
11.297.400 10.561.300
-288.400 -65.100
10.903.900 10.841.400
-512.800
-736.100
223.300
-62.500
Toevoeging/onttrekking aan reserves
736.100
736.100
-
-
GEREALISEERD RESULTAAT
223.300
-
223.300
-62.500
Mutaties voorzieningen TOTAAL LASTEN
Primair 2020
Verschil
BATEN (bedragen in €) Bijdrage bestaanskosten Preventie & Voorlichting Indicatiestelling Kredietverstrekking Stabilisatie & Herstel (excl. BW) Beschermingsbewind Minnelijk schuldregelen Nazorg Additionele afspraken Overige Baten TOTAAL BATEN
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN GEREALISEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN
57
Programmarekening Jaarrekening 2020
Najaarsnota 2020
Programma 1: Financieel-maatschappelijke dienstverlening/voorzieningen Subtotaal
6.633.800
6.876.900
-243.100
6.466.100
6.633.800
6.876.900
-243.100
6.466.100
Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
-
4.375.200
4.420.500
-45.300
4.437.800
-
-
-
-
LASTEN (bedragen in €)
Overhead Heffing VPB
Primair 2020
Verschil
-
-
-
-
11.009.000
11.297.400
-288.400
10.903.900
Programma 1: Financieel-maatschappelijke dienstverlening/voorzieningen Subtotaal
10.496.200
10.561.300
-65.100
10.841.400
10.496.200
10.561.300
-65.100
10.841.400
Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
-
Overhead
-
-
-
-
Heffing VPB
-
-
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
-
TOTAAL BATEN
10.496.200
10.561.300
-65.100
10.841.400
TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN
11.009.000 10.496.200
11.297.400 10.561.300
-288.400 -65.100
10.903.900 10.841.400
-512.800
-736.100
223.300
-62.500
Bedrag onvoorzien TOTAAL LASTEN
BATEN (bedragen in €)
GEREALISEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN
(bedragen in €)
Jaarrekening 2020
Najaarsnota 2020
11.009.000 10.496.200
Verschil
Primair 2020
11.297.400 10.561.300
-288.400 -65.100
10.903.900 10.841.400
-512.800
-736.100
223.300
-62.500
Toevoeging/onttrekking aan reserves
736.100
736.100
-
-
GEREALISEERD RESULTAAT
223.300
-
223.300
-62.500
TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN GEREALISEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Mutaties Algemene Reserve
58
397.457
Totaal
€
2.823.973
45.742 369.267 97.902 53.496 58.886 25.731 979.365 46.522 73.380 210.407 94.275 64.312 44.439 103.958 86.591 64.116 108.863 71.135 24.778 33.086 40.346 127.378
Standaard dienstverlening (excl. Bewind)
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
* * bron CBS 2020
11.513 32.714 18.830 9.738 15.479 10.361 79.459 10.217 14.721 38.016 14.937 14.787 9.392 15.677 14.035 12.428 17.079 14.326 8.159 13.184 9.633 12.772
Aalten Almelo Berkelland Borne Bronckhorst Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo OV Hof van Twente Lochem Losser Montferland Oldenzaal Oost Gelre Oude IJsselstreek Rijssen - Holten Tubbergen Twenterand Wierden Winterswijk
Gemeente
Huishoudens* abs.
€
3.809.895
70.089 390.326 133.217 81.920 83.114 50.618 1.214.233 79.911 96.825 355.497 125.260 129.215 64.970 145.463 125.673 82.657 151.534 88.101 41.275 85.057 47.422 167.518
Bijdrage bestaanskosten
€
462.223
17.081 257 9.584 6.697 6.445 208.136 9.505 918 11.730 1.873 17.130 20.880 7.089 15.681 2.852 2.750 98.419 25.198
Additionele dienstverlening
€
7.096.091
132.912 759.850 240.703 142.114 142.000 82.793 2.401.734 126.433 170.205 575.409 220.453 205.256 111.282 266.552 233.144 153.862 276.077 162.088 68.802 216.562 87.767 320.093
Totaal bijdrage gemeenten Jaarrekening 2020
€
7.334.735
135.314 782.096 251.536 152.548 150.228 88.879 2.462.620 133.755 168.266 602.355 219.669 213.250 112.987 282.100 247.398 157.124 288.866 172.541 71.079 223.529 90.981 327.614
Totaal bijdrage gemeenten Najaarsnota 2020
€ 238.644-
-2.402 -22.247 -10.833 -10.434 -8.228 -6.086 -60.886 -7.322 1.938 -26.946 783 -7.994 -1.706 -15.548 -14.255 -3.262 -12.789 -10.453 -2.277 -6.967 -3.214 -7.521
Verschil
Berekening van de afrekening met de deelnemende gemeenten
59
Afrekening Bestaanskosten 2020
Gemeente
Huishoudens* abs.
Aalten Almelo Berkelland Borne Bronckhorst Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo OV Hof van Twente Lochem Losser Montferland Oldenzaal Oost Gelre Oude IJsselstreek Rijssen - Holten Tubbergen Twenterand Wierden Winterswijk
11.513 32.714 18.830 9.738 15.479 10.361 79.459 10.217 14.721 38.016 14.937 14.787 9.392 15.677 14.035 12.428 17.079 14.326 8.159 13.184 9.633 12.772
Totaal
397.457
Bijdrage Bestaanskosten Jaarrekening 2020
73.715 411.575 140.551 86.235 87.919 53.193 1.278.149 84.236 102.015 375.161 131.963 136.056 68.435 153.240 132.391 87.138 160.271 92.969 43.412 89.691 49.842 176.643 €
4.014.800
Nog te verrekennen Bestaanskosten 2020
70.089 390.326 133.217 81.920 83.114 50.618 1.214.233 79.911 96.825 355.497 125.260 129.215 64.970 145.463 125.673 82.657 151.534 88.101 41.275 85.057 47.422 167.518 €
3.809.895
3.62621.2497.3344.3154.8052.57563.9154.3255.19119.6646.7036.8413.4657.7776.7184.4818.7374.8682.1374.6342.4209.125€
204.905Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
* * bron CBS 2020
In rekening gebrachte voorschotten 2020
60
Statistische gegevens
A. Fase I - Indicatiestellingen
Indicatiestellingen
2018 Indicatie- Waarvan stellingen Crisis
2019 Indicatie- Waarvan stellingen Crisis
2020 Indicatie- Waarvan stellingen Crisis
-
-
-
-
-
1
Almelo
288
7
336
14
304
10
Berkelland
80
4
77
6
66
3
Borne
42
1
38
-
32
-
Bronckhorst
54
7
42
1
32
-
Dinkelland
18
-
26
-
14
2
Enschede
783
40
926
35
748
16
Haaksbergen
40
5
43
1
26
-
Hellendoorn
37
1
26
1
44
1
Hengelo Ov.
149
-
77
1
-
-
Hof van Twente
49
4
41
-
48
1
Lochem
61
1
47
-
45
-
Losser
46
1
59
1
51
-
Montferland
86
5
91
2
57
1
Oldenzaal
60
5
78
1
44
-
Oost Gelre
43
-
38
-
45
1
Oude IJsselstreek
9
-
-
-
-
-
Rijssen-Holten
-
-
-
-
-
-
Tubbergen
8
-
16
-
11
-
Twenterand
13
-
33
-
53
-
Wierden
34
3
24
1
29
4
Winterswijk
114
7
102
2
83
1
2.014
91
2.120
66
1.732
41
Totaal:
SON - Indicatiestellingen 2.500 2.014
2.120
2.000
1.732
1.500
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
Aalten
1.000 500 2018
2019
2020
61
B. Fase II – Schulden oplossen (schuldregelings-overeenkomst) Schuldregelingsovereenkomsten
2018
2019
2020
Fase II
Fase II
Fase II
Aalten
17
12
20
Almelo
147
112
128
Berkelland
47
30
21
Borne
19
14
15
Bronckhorst
31
15
12
Dinkelland
8
15
11
Enschede
345
366
307
Haaksbergen
15
16
18
Hellendoorn
18
13
16
Hengelo Ov.
131
107
94
Hof van Twente
32
18
23
Lochem
28
25
4
Losser
20
22
19
Montferland
34
24
30
Oldenzaal
29
25
24
Oost Gelre
17
11
10
Oude IJsselstreek
46
35
42
Rijssen-Holten
30
20
19
Tubbergen
5
9
6
Twenterand
28
24
29
Wierden
14
11
10
Winterswijk
28
19
33
1.089
943
891
Totaal:
1.200
1.089 943
1.000
891
800 600 400
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
SON - Schuldregelingsovereenkomsten
200 2018
2019
2020
62
C. Fase III – Schulden opgelost 2018 Schulden opgelost door middel van
SB
SK
2019 HF
Wsnp
SB
SK
2020 HF
Wsnp
SB
SK
HF
Wsnp
Aalten
10
2
-
8
5
1
-
5
6
3
-
5
Almelo
78
18
6
56
34
34
6
35
32
48
9
28
Berkelland
23
6
1
21
16
6
3
7
13
8
1
7
Borne
7
1
1
4
16
-
-
10
6
1
-
5
Bronckhorst
14
-
-
14
9
2
1
4
9
3
2
4
Dinkelland
5
1
-
3
5
-
-
3
6
-
-
7
Enschede
158
51
27
140
159
97
20
100
108
93
18
76
Haaksbergen
4
4
-
7
8
4
1
4
7
5
-
6
Hellendoorn
15
1
1
3
7
3
1
3
7
5
1
2
Hengelo Ov.
74
12
6
48
77
10
8
48
61
18
6
27
Hof van Twente
14
1
2
17
11
3
6
8
14
2
4
2
Lochem
22
-
1
11
11
9
1
4
4
4
1
2
Losser
9
1
2
8
9
4
2
5
13
6
-
6
Montferland
16
7
1
18
11
7
1
10
7
6
2
9
Oldenzaal
17
1
3
14
14
4
1
5
19
-
6
7
Oost Gelre
4
-
-
9
2
2
2
6
9
2
-
2
Oude IJsselstreek
20
7
3
23
16
1
3
8
26
12
4
9
Rijssen-Holten
6
15
5
11
5
4
1
10
12
7
1
5
Tubbergen
7
-
-
6
2
-
-
2
3
3
-
3
Twenterand
13
2
2
11
8
5
3
8
6
12
1
6
Wierden
9
1
2
4
5
3
2
4
2
3
1
2
Winterswijk
15
2
1
13
12
1
1
2
16
8
1
6
540
133
64
449
442
200
63
291
386
249
58
226
Totaal:
SON - Saneringskredieten 300 249
250 200 200 133
100 50 2018
2019
2020
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
150
63
SON - Schuldbemiddelingen 600
540
500
442 386
400 300 200 100 2018
2019
2020
SON - Verklaringen 500
449
450 400 350
291
300
226
250 200 150 100 50 2019
2020
Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020
2018
64
D. Kredietverstrekking
Jaar
Aantal leningen
Netto bedrag (€)
Gemiddeld bedrag (€)
Index 2010=100
2010
988
2.517.233
2.548
100
2011
931
2.329.882
2.503
98
2012
860
2.093.372
2.434
96
2013
881
2.110.530
2.396
94
2014
916
2.150.202
2.347
92
2015
1.035
2.512.027
2.427
95
2016
1.138
2.941.537
2.585
101
2017
1.028
2.766.415
2.691
106
2018
810
2.005.049
2.475
97
2019
892
2.238.982
2.510
99
2020
765
1.865.690
2.439
96
Jaar
Uitstaand saldo (€)
Index Toename / afname 2010=100 uitstaand saldo (€)
2010
4.614.790
100
-
2011
4.388.531
95
-226.259
2012
4.126.406
89
-488.384
2013
4.133.387
90
-481.403
2014
4.195.457
91
-419.333
2015
4.562.648
99
-52.142
2016
5.197.727
113
582.937
2017
5.195.890