CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

ROS 90% versie van 10 april 2026

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel wensen en bedenkingen Ruimtelijke ontwikkelstrategie Twente21.274 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Hoofdopgave energie + water RANDVOORWAARDEN OP ORDE: VOLDOENDE WATER (DRINK- & PROCESWATER) EN ENERGIE Deelopgaven: • Versnellen bestaande opgaven op energie en water met behulp van de schaalsprong (nieuw helpt oud) Met aandacht voor:​ • Energie en waterbeschikbaarheid op orde in relatie tot de schaalsprong​ • Vanuit de drie pijlers van de drinkwateropgave: - benutten van meer diverse bronnen naast grondwater; - beschermen van bestaande bronnen, en; - drinkwaterbesparing • Ruimte bieden aan nieuwe innovatieve energieoplossingen​ • Opwek en infra goed ingepast en passend bij de kenmerken en schaal van het landschap

↑ Kaart energie en drinkwater 2025

27

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



3.6 Thema Bodem en water en klimaatadaptatie

De grondsoort, ondergrond en hydrologie bepaalt de geschiktheid voor onder andere de landbouwfunctie. Vanwege water- en natuur- en klimatologische opgaven, staat de (grootschalige) landbouwsector in het oostelijk deel van Twente voor een grotere uitdaging dan de landbouw aan de westzijde/de lagere delen van Twente. De bodem is goed doorlatend, waardoor deze kwetsbaar is voor verdroging. Er ligt een fijnmazig netwerk van beken en bronnen, maar de waterbeschikbaarheid staat onder druk. In de jaren 2019 en 2020 zijn veel bovenlopen van beeksystemen in Twente drooggevallen. In zuidwest Twente worden enkele beeksystemen in droge periode gevoed met water uit het Twentekanaal. Daarmee kan in enkele lager gelegen gebieden water aangevoerd worden, mits het Twentekanaal met IJsselwater op peil gehouden kan worden.

Water en bodemsysteem De ondergrond van Twente wordt gekenmerkt door een grote geologische en hydrologische variatie, die terug te zien is in het huidige landschap en het landgebruik. Twente ligt grotendeels op zandgronden, afgewisseld met beekdalen, dekzandruggen en stuwwallen. In het oosten en noordoosten komen hogere, licht glooiende delen voor, met lokaal keileemlagen, terwijl lagergelegen zones bestaan uit natte zandgronden en voormalige veengebieden. Deze ondergrondstructuur is bepalend voor de waterhuishouding, waarbij zowel de hogere als de lagere delen kampen met droogte en wateroverlast. Tijdens hevige neerslag situaties stroomt het water snel af over de hellingen.

Het uitgangspunt ‘water en bodem sturend’ heeft in Twente dus consequenties voor de verstedelijking, landbouw, natuur; dus ruimtelijke ordening in brede zin. Naast waterkwantiteit is ook waterkwaliteit relevant voor ontwikkelingen in Twente. Voldoen aan de kaderrichtlijn water is een EU verplichting (2027) en vraagt wat van de inrichting van en belasting van het watersysteem in landelijk en stedelijk gebied.

Tussen de stuwwal Enschede-Ootmarsum in het oosten en de Sallandse Heuvelrug (tot 75 boven NAP) in het westen, stroomt het water via het Reggesysteem af richting het noordwesten, waar het gebied vlakker en lager is. Hier komen lokaal hogere grondwaterstanden voor in perioden met langdurige of zware neerslag. Veelal is lokaal reliëf uiteindelijk bepalend voor de ervaren mate van wateroverlast en droogte.

↑ Benodigde interventies in het Overijsselse watersysteem, waarbij de drie rechter interventies in Twente de meeste urgentie kennen

↑ Reliëf in Twente is bepalend voor de waterhuishouding: Atlas Twente (MUST)

28

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Hittestress in Twente neemt toe door klimaatverandering, wat leidt tot gevaarlijke temperaturen in stedelijke gebieden (tot 8°C warmer dan buiten de stad) Door de (zandige) ondergrond en stenige oppervlaktes in stedelijk gebieden en op bedrijventerreinen wordt de warmte vastgehouden. Vooral ouderen, kinderen en chronisch zieken lopen risico tijdens hittegolven. Verdere verstening van steden zal dit effect verergeren. De compacte verstedelijking zal gepaard moeten gaan met vergroening om de hittestress te verminderen.

Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie vormt in Twente een basisvoorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Omdat de regio voor een belangrijk deel op hoge zandgronden ligt, met beekdalen die richting het noordwesten afwateren, wordt het gebied steeds vaker geconfronteerd met twee uitersten: droogte en wateroverlast. Beide vormen een probleem voor natuur en landbouw, maar zijn ook van invloed op inwoners, woningbouw en bedrijven. Dat varieert van leefbaarheidsaspecten als hittestress, tot ondergrond gerelateerde effecten als indrogen van diepgelegen kleilagen (bodemdaling). Het natuurlijk systeem van het gebied – ontspringen en infiltreren in de hogere delen, stuwen en stromen in het middengebied en vloeien en bergen in de lagere gebieden – vormt daarom het raamwerk voor stedenbouw, woningbouw, infrastructuur en natuurontwikkeling. Hierdoor ontstaat één regionaal systeem waarin water langer wordt vastgehouden, piekbuien veilig kunnen worden geborgen en droogte structureel wordt verminderd.

↑ Beken + Twentekanaal: er zijn meer waterinlaatpunten dan hier aangegeven (bron: Droogte problematiek Twente en de Achterhoek -inbreng ir. Van Houweninge en ir. Schimmelpenninck)

↑ Hittestress op zomerse dagen: Gevoelstemperatuur (PET) - 2022 (Klimaatatlas Twente) twn.klimaatmonitor.net/

29

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Hoofdopgave klimaatadaptatie KLIMAATADAPTIEF INRICHTEN EN AANPASSEN STAD EN BUITENGEBIED Deelopgaven​ • Water en bodem zijn sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen • Klimaatadaptatie in bebouwd gebied t.a.v. veiligheid en gezonde leefomgeving • Klimaatrobuust bouwen • Meer Water vasthouden Met aandacht voor:​ • Kaderrichtlijn Water vormt een randvoorwaarde • Wateroverlast en droogte verminderen klimaatadaptieve inrichting • Bodemdaling tegengaan • Hittestress verminderen

door

↓ Kaart leefomgeving - klimaatadaptatie 2025

30

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



3.7 Thema Landschap en natuur en landbouw De grote diversiteit in landschappen, met onder andere het kenmerkende coulisselandschap, de landgoederen, de esdorpen en de weidse ontginninglandschappen zijn enorm waardevol. Dit moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt, met de natuurgebieden en landgoederen die hiermee samenhangen. De landschappelijke kwaliteit komt wel meer onder druk te staan door de verstedelijking, de landbouwtransitie, economische groei en klimaatverandering. Natuur Netwerk Nederland (NNN) In Twente zijn al veel natuurgebieden zoals het Reggedal en de Sallandse Heuvelrug aanwezig. Noordoost-Twente, de vele landgoederen en natuurgebieden zijn enorm waardevol, maar nog niet altijd even goed verbonden met elkaar en met stedelijke gebieden. Daarbij is ook in Twente het risico dat steden en kernen aaneengroeien, waardoor groene verbindingen verdwijnen, maar waardoor ook de grotere groengebieden meer op afstand komen te liggen. Landgoederen In Twente spelen de landgoederen een belangrijke rol in zowel de identiteit als de toekomstige ontwikkelrichting van het landschap. Ze vormen de historische ruggengraat van het Twentse coulisselandschap: een fijnmazige afwisseling van open velden, bosstructuren, lanen, beekdalen en erven.

Deze landgoederen - vaak particulier bezit, soms al eeuwenlang - zijn belangrijk in de ruimtelijke structuur, de ecologische kwaliteit en de belevingswaarde van het landschap en omgeving ter plekke. De landgoederen zullen in de toekomst nog meer dan nu een functie kunnen vervullen voor recreatie en landschapsbeleving. Landbouwtransitie Het Twentse landschap is een rijk cultuurlandschap, dat door generaties boeren met kennis, vakmanschap en oog voor de omgeving gevormd is tot het kleinschalige glooiende coulisselandschap zoals we dat nu kennen. De sterke landbouwtraditie en aanwezigheid van vele landgoederen vormt nog altijd de basis van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Twente. Juist in deze tijd biedt de landbouwsector volop kansen om deze kwaliteiten te behouden en verder te versterken.

↑ Ontwerp Nieuwe Overijselse Omgevingsvisie NOO 2025: opgave landbouw (links) en natuur (rechts)

31

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Een integrale aanpak met een sterke langetermijnstrategie, gericht op (lokale) voedselproductie, duurzaamheid en klimaatbestendigheid, kan Twente verder versterken. Wanneer voedselproductie ook voor de regionale markt een volwaardige plek krijgt in de keten, ontstaat een robuust en veerkrachtig systeem waarin stad en platteland elkaar versterken.

De transitie naar toekomstbestendige landbouw is in volle gang en opent nieuwe perspectieven. In Twente komen belangrijke opgaven rond natuur, water en klimaat samen. Juist hier liggen kansen voor boeren om een centrale rol te spelen in oplossingen. Door in te zetten op natuurinclusieve en duurzame landbouw kunnen agrariërs niet alleen voedsel produceren, maar ook bijdragen aan biodiversiteit, waterbeheer, klimaatadaptatie en behoud van het landschap.

Daarnaast liggen er kansen in samenwerking. Door verbinding te leggen tussen agrariërs, onderwijsinstellingen en andere bedrijven in de regio is Twente een proeftuin voor toekomstbestendige landbouw. Met de complexe water- en bodemsystemen als uitgangspunt en technologische ontwikkelingen als motor, kan de regio vooroplopen in slimme, duurzame landbouwoplossingen.

De aanwezigheid van versnipperde Natura 2000-gebieden vraagt om slimme verbindingen tussen landbouw en natuur. Boeren in Twente hebben hierbij de kans om als beheerders van het landschap een sleutelrol te vervullen, waarbij landbouw en natuur elkaar versterken in plaats van beperken.

Zo blijft de landbouw niet alleen de drager van het Twentse landschap, maar blijft zij ook een krachtige motor voor een duurzame en toekomstbestendige regio.

Het grootste deel van de landbouwgebieden in Twente kent dit soort gebiedspecifieke opgaven, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van drinkwaterwinningen en Natura 2000 gebieden. In deze landbouwgebieden wordt de landbouw niet alleen gezien als belangrijke voedselproducent, maar levert ze ook een bijdrage aan een groene en gezonde leefomgeving. Denk aan het versterken van het landschap, het vasthouden van water en het bijdragen aan een aantrekkelijk woon- en werkgebied.

Vrijeteijdslandschappen en recreatieve druk De recreatieve druk is op sommige plekken groot en vraagt om spreiding van bezoekers, zodat natuur niet overbelast raakt en inwoners van de gebieden de mate van drukte als acceptabel ervaren. Naar de toekomst zal met de schaalsprong de recreatieve druk toenemen, rondom de steden en op de bekende hotspots zoals het Springendal, Landgoed Twickel en het Landgoed Singraven.

Economisch perspectief landbouw Hoewel traditionele verdienmodellen onder druk staan, ontstaan er tegelijkertijd nieuwe economische perspectieven. Innovatieve bedrijfsvoering, verbreding van activiteiten en nieuwe samenwerkingsvormen bieden boeren de mogelijkheid om toekomstbestendig te ondernemen. De vrijkomende boerenerven kunnen daarbij een nieuwe impuls geven aan het platteland, bijvoorbeeld via recreatie, kleinschalige bedrijvigheid of nieuwe woonvormen, passend bij de Twentse identiteit.

32

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Hoofdopgave Landschap, natuur en landbouw BEHOUD EN VERSTERK DE KWALITEIT VAN HET TWENTSE LANDSCHAP ​ Deelopgaven • Bouwen in hogere dichtheden en inbreiden om landschap te sparen (compacte verstedelijking en meervoudig ruimtegebruik) • Diversiteit in de landschappen behouden (+ cultuurhistorisch erfgoed in buitengebied) • Verbinden van stad en land • Herstel landgoederenzone • Schaalsprong koppelen aan de landbouwtransitie, leefbaarheid en vitaliteit landelijk gebied Met aandacht voor: ​ • Nieuwe toekomst voor boerenerven • Sociaal economische verandering in het landelijk gebied • Recreatieve druk • Uitloopgebieden voor recreatie en toerisme

↑ Landschap en Natuur kaart 2025

33

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410

04. Verstedelijkings principes



De Twentse verstedelijkingsprincipes vormen het kader voor de regionale ontwikkeling en voor de verstedelijkingsplannen. De principes zijn de lat waarlangs elke nieuwe ontwikkeling wordt gelegd. Hierdoor dragen alle ontwikkeling bij aan de gewenste ontwikkelrichting van Twente. Een richting waarbij we een schaalsprong creëren in het Twents stedelijk gebied met een goede inbedding in het (inter)nationaal netwerk. Deze principes zijn hier toegelicht en zijn leidend bij de verdere verstedelijking van Twente. Plannen worden getoetst aan deze principes, die hiermee dus als ontwikkelkader kunnen worden gezien. Deze ontwikkelprincipes vormen ook de basis voor de eerste verstedelijkingsafspraken in hoofdstuk 6.

De principes voor de Twentse verstedelijking zijn: 1. Bloeiende regio rondom levendige steden 2. Benut de kracht van het landschap 3. Verstedelijking en economie gaan hand in hand 4. Creëer nabijheid 5. Koester Twentse kwaliteiten en versterk het bestaande 6. Neem verantwoordelijkheid 7. Pak opgaven aan bij de bron

1. Bloeiende regio rondom levendige steden Toonaangevende regio gedragen door de Twentse Stedenrij​ • De regio profiteert van sterke innovatieve steden (en hun voorzieningen) en de steden profiteren van de kwaliteiten (en identiteit) van de hele Twentse regio. • Omarm het verschil tussen de dragende steden, de dynamische knopen en het vitale buitengebied in keuzes voor verdichting, maar ook in aanpak van mobiliteit en economie. • Kies voor stevige verstedelijking in de steden om de schaalsprong mogelijk te maken als motor voor de bloeiende regio. (Nieuwe) stedelijke en groenstedelijke leefmilieus in de steden. Onderscheidende betekenis voor de drie-eenheid: 1. Vitaal buitengebied: profiteert van de schaalsprong, maar behoudt eigen karakteristiek. 2. Dragende steden: dragende structuren voor economie, voorzieningen en (inter-) nationale bereikbaarheid. 3. Dynamische knopen: verbindend, contrasten zijn kleiner.

35

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



2. Benut de kracht van het landschap

3. Verstedelijking en economie gaan hand in hand​

Stad en land profiteren samen van de kwaliteit van het Twentse landschap • Het landschap vormt de contramal van dorpen en steden, die altijd zijn omringd door het landschap. Daarbij halen we het groen en blauw naar binnen, en we zorgen voor goede overgangen van bebouwd naar onbebouwd gebied. • Veerkrachtige systemen van landschap, bodem, natuur en water. • Opgaven vanuit energie en klimaat, recreatie en voorzieningen en woningmarkt vormen regionale opgaven, we werken samen aan de juiste oplossingen op het juiste schaalniveau.

De schaalsprong en economische groei zijn elkaars randvoorwaarden voor succes​ • Benut de huidige economische kracht en ontwikkelen het profiel van de groene technologische topregio verder in samenhang met de verstedelijkingsopgave. ​ • Vier sterke Twentse sectoren zijn medtech, chiptech, defensie en energie​. • Biedt ruimte aan innoverende kennis- en maakeconomie​. • Gebiedsontwikkeling SHE, spoorzone Almelo en innovatiecampussen als motoren Hierbij geldt het onderscheid niet zo strikt voor de drie-eenheid en wordt de Ruimtelijke Economische bouwsteen gevolgd.

Onderscheidende betekenis voor de drie-eenheid: 1. Vitaal buitengebied: ontwikkelt samen met het landschap, profiteert van nieuwe investeringen in veerkrachtige systemen van landschap, bodem, natuur en water. 2. Dragende steden: beter verbinden met het landschap, waar de stedeling te gast is (als recreant). Grote vergroening- en wateropgave in de steden. 3. Dynamische knopen: beleving van landschap is altijd dichtbij.

36

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



4. Creëer nabijheid

5. Koester Twentse kwaliteiten en versterk het bestaande

Door nabijheid te creëren stimuleren we de mobiliteitstransitie en houden we de voorzieningen bereikbaar. • Kies bij voorkeur voor inbreiding in plaats van verdere spreiding, compacte verstedelijking en meervoudig ruimtegebruik. • Zorg voor levendige dragende steden met bereikbare voorzieningen, voor de hele regio. • Actieve mobiliteit (fiets / voet) en OV zijn de modaliteiten van de toekomst om tot een duurzaam mobiliteitssysteem te komen. • Zet in op economische nabijheid door versterking van de Twentse innovatiecampussen en bereikbaarheid van andere voor Twente belangrijke economische regio’s.

Gebruik de schaalsprong om het bestaande te verbeteren ​ • Behoud en versterk de onderscheidende Twentse kwaliteiten als erfgoed, landschap en menselijke maat. • Benut de schaalsprong om opgaven aan te pakken zoals klimaatadaptatie, vergroening, (stedelijke) wateropgave en bereikbaarheid van voorzieningen. • Bouw voort op een sterk technologisch ecosysteem. • Bestaande (sociale) aandachtswijken profiteren van de schaalsprong, we stimuleren doorstroom maar zorgen ook voor de blijvers. Investeringen in en vernieuwing van de bestaande voorraad blijven ook nodig. Onderscheidende betekenis voor de drie-eenheid: 1. Vitaal buitengebied: versterkte vitaliteit voor bestaande inwoners, passende woningen voor diverse doelgroepen (bijv. ouderen, jongeren, en zorg) en voorzieningen in dorpscentra. 2. Dragende steden: met de verstedelijking investeren in aandachtswijken die mee profiteren van goede leefomgeving en nabijheid. 3. Dynamische knopen: meer stedelijkheid, om het bestaande te versterken en biedt ruimte voor doorstroom vanuit eigen gemeente

Onderscheidende betekenis voor de drie-eenheid: 1. Vitaal buitengebied: voert beleid op vitaliteit en concentratie en op bereikbaarheid van voorzieningen. 2. Dragende steden: hoge mate van nabijheid, voldoende draagvlak voor voorzieningen door dichtheid en bereikbaarheid (regiofuncties). 3. Dynamische knopen: ruimte voor specifieke ruimtevragers voor wonen en werken. 37

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



6. Neem verantwoordelijkheid​

7. Pak opgaven aan bij de bron

Nu investeren in de duurzame toekomst; niet afwentelen naar toekomstige generaties of naar buren • Gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen: problemen van nu en straks, aanpakken met plannen van nu. • We verdelen de sociale uitdagingen en opgaven over de hele regio. • We bouwen energieneutraal en klimaatrobuust (groene en blauwe steden en dorpen) met aandacht voor natuurwaarden, biodiversiteit en klimaatadaptatie.

Geen symptoombestrijding; we pakken het probleem aan bij de oorzaak ​ • Het natuurlijk systeem (bodem en water) vormt de basis voor de ruimtelijke keuzes. • We verminderen het gebruik van energie door duurzame keuzes te maken voor mobiliteit (nabijheid en mobiliteitstransitie) en woningbouw (energieneutraal). • Creëer systemen met minimale beheerlasten (niet onderbemalen, robuuste systemen) en lifecyclekosten als afwegingscriterium.

Onderscheidende betekenis voor de drie-eenheid: 1. Vitaal buitengebied: investeren in vitaliteit, behoud van draagvlak voor basisvoorzieningen en bouwen voor doelgroepen. 2. Dragende steden: verantwoordelijk voor de regionale (culturele) voorzieningen en maken de mobiliteitstransitie mogelijk door te bouwen op de juiste plekken. 3. Dynamische knopen: verdichten rondom de stationsomgevingen als bijdrage aan een robuust netwerk.

Onderscheidende betekenis voor de drie-eenheid: 1. Vitaal buitengebied: Groei benut bestaande netwerken . Maak werk van een toekomstbestendig agrarische sector en zie landschapsbeheer, natuurbeheer en recreatie als regionale opgave. 2. Dragende steden: economie en wonen kan niet zonder afspraken over energie (en drinkwater) besparing en verdeling. 3. Dynamische knopen: Investeer in de omgeving van (stations)knooppunt als aanjager voor ontwikkeling, zorg voor optimale trein en fiets netwerken. Zorg voor goede plannen die bijdragen aan de regionale opgaven.

38

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410

05. Verstedelijkingsvisie 2050



Dit hoofdstuk zet ruimtelijk oplossingen uiteen en gaat in op de uitdagingen van het vorige hoofdstuk. De ROS geeft de visie voor 2050 weer op een integrale kaart als toekomstvisie voor de Twentse regio, Hierin is verbeeld hoe de regio zich ruimtelijk en functioneel gaat ontwikkelen op hoofdlijnen. Hierin worden de opgaven uit het voorgaande hoofdstuk aangepakt, voortbordurend op de kracht van Twente. Hierin is op hoofdlijnen geschetst hoe de nieuwe ontwikkeling plaatsvindt tot 2050, met een focus op de regionale samenhang. Dit hoofdstuk bevat strategische keuzes op regionaal niveau.

De lagenbenadering helpt om richting 2050 toekomstbestendige keuzes te maken en wordt vaak toegepast in verstedelijkingsstrategieën en is ook een belangrijke basis in de Ontwerp Nota Ruimte. • De occupatielaag gaat over functies als wonen, voorzieningen en werken. Deze laag kent een hogere snelheid: veranderingen voltrekken zich veelal binnen één generatie (10 tot 40 jaar). • De netwerklaag omvat mobiliteitsnetwerken en energie en (drink)watersystemen (dit zijn de sturende lagen). Deze lagen kennen hogere investeringskosten met langere aanlooptijden. De laag kent een verandercyclus van ca. 20 tot 80 jaar. • De laag van de ondergrond omvat thema’s als bodem, water en klimaatadaptatie en natuur en landschap (dit zijn de basislagen). Deze themalagen kennen een lange ontstaansgeschiedenis en zijn kwetsbaar; belangrijke veranderingen vergen al gauw meer dan een eeuw. Ze zijn daarmee leidend voor wat op een bepaalde locatie mogelijk en wenselijk is.

5.1 Opbouw verstedelijkingsvisie De Twentse verstedelijkingsvisie is opgebouwd uit de drie lagen van de lagenbenadering en waarin de inhoudelijke thema’s van de ROS zijn gegroepeerd. Dit hoofdstuk toont hoe de visie is opgebouwd en hoe het reageert op de gestelde uitdagingen en kansen.

↑ Standaardschema lagenbenadering met de drie lagen (ruimte x milieu, 2004)

laag 1 OCCUPATIE

Demografie, wonen en leefomgeving

Economische ontwikkeling

laag 2 NETWERK

Mobiliteit en bereikbaarheid

Energie en drinkwater

laag 3 ONDERGROND

Water, bodem en klimaatadaptatie

Natuur en Landschap

↑ Ruimtelijke thema’s van de ROS in de drie lagen

40

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



↑ Verstedelijkingsbeeld Twente 2050

41

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



5.2 Drie-eenheid als ordeningsprincipe

1 . Vitaal buitengebied

Het merendeel van Twente bestaat uit het buitengebied, gekenmerkt door prachtige landschappen met agrarisch gebruik, landgoederen, kleine kernen en natuurgebieden. Het behouden en versterken van de vitaliteit en leefbaarheid vormt hier de belangrijkste opgave. Dit heeft betrekking op het inspelen op de demografische ontwikkelingen als (dubbele) vergrijzing en ontgroening, het bieden van passende woningen voor alle doelgroepen en het op peil houden van voorzieningen. Tegelijkertijd gelden opgaven van landschapsherstel en de landbouwtransitie, ingegeven vanuit de ondergrond (water en bodem) en de bereikbaarheid. Dit is ook het gebied waar de kracht van Twente onderscheidend is, waar kleinere kernen en familiebedrijven een plek hebben, waar ruimte is voor onze voedselproductie en waar het goed wonen is in ruime setting.

De Twentse drie-eenheid verschaft duidelijkheid over de visie voor verstedelijking en geeft richting aan de ontwikkeling van de regio. Deze indeling volgt logisch uit het netwerk en de huidige stedelijkheid.

De kracht van het buitengebied met de prachtige landschappen is onlosmakelijk verbonden met de Twentse stedenrij. Het vitaal buitengebied biedt de contramal, met de ruimte, waar ook de inwoners van de dragende steden en de dynamische knopen de rust en ruimte vinden. Het buitengebied is altijd dichtbij in Twente.

↑ Indeling in gebiedskarakteristieken: vitaal Buitengebied, Dragende steden en Dynamische knopen

↑ Vitaal buitengebied: beeld Landgoed Singraven (gemeente Dinkelland)

42

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



2. Dragende steden

3. Dynamische knopen

De wat grotere kernen buiten de dragende steden die rechtstreeks aan zijn verbonden op het stedelijk netwerk via HOV (trein of HOV bus) vormen de dynamische knopen.

De steden Enschede, Hengelo en Almelo vormen samen het economisch hart van Twente. Hier liggen de meeste voorzieningen (maatschappelijk en cultureel), lokaal, maar zeker ook van (Eu)regionale en nationale betekenis. De verbindingen zijn goed en de mobiliteit is vooral georganiseerd rondom fiets en OV. De rol van de auto is ook belangrijk, maar neemt af. Vanzelfsprekend zijn de Twentse steden ook de dragers van de verstedelijking, Hier vindt de grootste groei plaats voor wonen en werken. Hierbij geldt dat de ontwikkeling van de Spoorzone Hengelo – Enschede (SHE) en spoorzone Almelo een flink aandeel nemen in de ontwikkelopgave. Door deze plekken te benutten voor wonen, werken en leren in een stedelijke tot hoogstedelijk milieu, gelden de steden als dragende steden voor de regio waar de omgeving van profiteert.

Samen met de dragende steden faciliteren deze dynamische knopen de Twentse verstedelijking. Hier zal in verhouding een flink deel van de verstedelijking een plek krijgen, waarbij ook in hogere dichtheden rondom de stations gebouwd kan worden. Deze knopen kennen al een bepaalde mate van stedelijkheid die potentie biedt voor verdere verdichting. Ook hier geldt compacte verstedelijking als voorwaarde, maar er is ruimte voor een iets meer ontspannen stedelijk Twents milieu, met ruimte voorwerkgelegenheid. De autobereikbaarheid is over het algemeen goed.

Dynamische knopen hebben ten minste 12.000 inwoners, zijn goed ontsloten via een HOV-lijn (bus of trein), ligt dicht bij een A00 of N00-weg en vervullen ook een economische functie.

Hierbij geldt dat de ruimte schaars is en efficiënt benut dient te worden door compacte verstedelijking en meervoudig ruimtegebruik. Opgaven als klimaatadaptatie, vergroening, aantrekkelijke openbare ruimten en mobiliteitstransitie zijn groot in deze gebieden. In de dragende steden geldt compacte verstedelijking als randvoorwaarde voor zowel wonen als werken.

↑ Dagende steden beeld: Industrieplein Hengelo met station en binnenstad op de achtergrond

↑ Schoolplein de Bongerd (wonen boven onderwijsfunctie) in Oldenzaal als dynamische knoop

43

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



5.3 Visie occupatielaag en verstedelijkingsambitie

Wel zijn er zorgen omdat op termijn de bevaarbaarheid van het Twentekanaal in perioden van langdurige droogte onder (te grote) druk komt. Dit roept vragen op of het kanaal in de toekomst deze functie kan behouden of dat bedrijven naast vervoer via water nog andere oplossingen moeten vinden.

De druk op de ruimte is groot, tegelijkertijd is Twente juist een regio waar, in vergelijking met veel andere regio’s , de ruimtedruk aanzienlijk lager is. De beschikbare ruimte van de regio als geheel is hier niet direct maatgevend.

In het vitaal buitengebied wordt, naast behoud van de huidige economische functies, ingezet op concentratie van (nieuwe) verzorgende economie. Deze opgave maakt niet direct deel uit van de schaalsprong maar geeft wel invulling aan de opgave om het buitengebied leefbaar en voorzieningen bereikbaar te houden. De dorpse bedrijventerreinen in het vitaal buitengebied blijven voorbehouden aan lokale bedrijvigheid die de ruimte houden om zich te blijven ontwikkelen. Ook hier is zuinig ruimtegebruik nodig. Incidenteel kan hierbij sprake zijn van een beperkte uitbreiding -mits passend in de regionale programmeringsafspraken - of van transformatie naar wonen of een mix van wonen en werken.

Door te verdichten wordt bijgedragen aan sterkere (sociale) structuren, nabijheid, mobiliteitstransitie, ruimtelijke kwaliteit en efficiency. Stedelijke dichtheden zijn aantrekkelijk voor verschillende (nieuwe) doelgroepen, en zeker degene waar Twente zich op richt in de schaalsprong. Er is nog veel ruimte voor verdichting. Dit vraagt om het maken van keuzes, want het is niet altijd eenvoudig. Oplossingen liggen in sloopnieuwbouw, benutten van restruimte en transformaties.

Economie

Twente is één van de hoogtechnologische brandpunten van Nederland en Europa. Het versterken en uitbreiden van Twente als groene technologische regio draagt bij aan het versterken van het verdienvermogen, de internationale concurrentiepositie en de strategische autonomie van Nederland en de EU.

Randvoorwaarden voor schaalsprong Het aantrekken en behouden van talent is essentieel voor het functioneren van het Twentse economische ecosystemen. Voldoende woningen, aantrekkelijke culturele voorzieningen en nieuwe woonconcepten in een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving zijn cruciale randvoorwaarden voor het aantrekken en behouden van talent en nieuwe doelgroepen. Bovendien bevordert de ruimtelijke nabijheid van banen en woningen de samenwerking op kennisdeling en innovatie. Juist daarom wordt ingezet op verdere verstedelijking en verdichting in de drie dragende Twentse steden Enschede, Hengelo en Almelo en in de dynamische knopen.

Dit profiel, zoals beschreven in de Ruimtelijk Economische Bouwsteen Twente, vormt niet alleen een beschrijving van de huidige economie, maar ook het fundament voor de economische ambities van Twente richting 2040 en verder. De kern van de ruimtelijk-economische opgave in de schaalsprong voor Twente is het verder versterken en uitbreiden van het economisch ecosysteem door het bieden van voldoende kwalitatieve (schuif)ruimte voor huidige en toekomstige economie.

Optimale verbindingen – fysiek en digitaal – zijn daarbij ook essentieel. Daarom krijgen de economische ambities een plek in de regionale mobiliteitsstrategie. Bereikbaarheid wordt daarbij multimodaal benaderd. Goede OV- en fietsverbindingen zijn cruciaal voor kenniswerkers, terwijl industrie en logistiek afhankelijk blijven van hoogwaardige weg- en goederenverbindingen. Ook zetten we in op de versterking en uitbreiding van de verbindingen met Duitsland via de Zwolle-Twente- Munster corridor en Noord-Nederland met de Nedersaksenlijn.

Compacte verstedelijking en meervoudig ruimtegebruik Ook voor economische functies geldt: bouwen en intensiveren op de juiste plek. Dat betekent verdichting en efficiënt ruimtegebruik. Op de bestaande bedrijventerreinen wordt ruimte vrijgespeeld door functies met een lagere milieucategorie te verleiden te verhuizen naar de centrumgebieden, waarmee daar een meer gemixt en levendig stedelijk leefmilieu ontstaat. De vrijkomende ruimte op de bedrijventerreinen wordt intensiever benut. Dit geldt vooral in de dragende steden en in mindere mate voor de dynamische knopen.

Een robuuste energie-infrastructuur en de beschikbaarheid van drink- en proceswater zijn ook randvoorwaardelijk voor de economische ambities van Twente. Deze worden expliciet meegenomen in ruimtelijke besluitvorming en locatiekeuzes, omdat zij bepalend zijn voor het vestigingsklimaat van strategische sectoren.

In het kader van effectief ruimtegebruik worden watergebonden kavels in de toekomst bij voorkeur ‘gereserveerd’ voor bedrijven die de waterontsluiting ook benutten.

44

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Wonen

De ROS zet hier mee in op uiteindelijke verschuiving van een aantal bedrijfsfuncties, waarbij de locatiekeuze voor bedrijfshuisvesting mede volgt uit een differentiatie tussen de drie onderscheiden gebiedstypen in de drie-eenheid. Dit vormt een complexe en langjarige aanpak. Daarbovenop moet ook de schuifruimte die nodig is voor de transitie naar een circulaire economie worden meegenomen.

De focus in het vitaal buitengebied ligt op het faciliteren van de lokale behoefte en beperkte groei. Het behouden van leefbare kernen en het ondersteunen van basisvoorzieningen is een belangrijke basis voor de beperkte groei. Wonen in het buitengebied kenmerkt zich door ruimte, groen en sterke sociale structuren. Deze kwaliteiten zijn onderscheidend voor Twente en vormen een belangrijke aanvulling op de stedelijke woonmilieus. Groei is hier beperkt en gericht op autonome ontwikkeling, vitaliteit en leefbaarheid met behoud van landschap en omgevingskwaliteit.

Dit vraagt een programmatische uitwerking met een lange termijn horizon. Deze programmatische uitwerking moet ook uitwijzen of een nieuw grootschalig regionaal bedrijventerrein nodig is, met het oog op de ruimtebehoefte voor met name de stuwende excellerende sectoren. Voor de stuwende basis (maakindustrie, bouw, logistiek) is het belangrijk dat er grote kavels beschikbaar zijn (>3 hectare) zodat bedrijven kunnen groeien. Hergebruik en intensivering van bestaande locaties heeft prioriteit. Pas als dat onvoldoende ruimte biedt, is een nieuw terrein aan de orde. Voor een dergelijk terrein is de omgeving van een dynamische knoop en de snelwegen het logische zoekgebied, met een voorkeur voor een locatie die multimodaal bereikbaar kan worden gemaakt.

Enschede, Hengelo en Almelo zijn de primaire dragers van de Twentse woningbouwopgave. Hier bevindt zich de grootste concentratie aan voorzieningen met een bijpassende bereikbaarheid. Het merendeel van de woninggroei vindt plaats in deze steden, met nadruk op stedelijke en hoogstedelijke woonmilieus. De belangrijkste doelgroep is de talentopgave van Twente. Voor hen geldt dat het creëren van hoogstedelijke leefmilieus essentieel is met daarbij passende culturele voorzieningen. . Daarnaast hebben de steden ook een belangrijke opgave in de bouw van woningen voor senioren. Het is van belang ook het voorzieningenaanbod hier op af te stemmen. Voor een evenwichtige verdeling van inkomens en sociale structuren zullen in de steden echter ook voldoende woningen voor gezinnen en senioren beschikbaar moeten zijn.

Ambitie werkgelegenheid Met de ROS ambieert de regio om de groeidoelstelling vanuit het Ruimtelijk Economische Beeld Twente 2040 vorm te geven en extra banen te creëren. Per saldo voorziet de ROS in een indicatieve groei van circa 62.000 banen, met het merendeel van de banen in de speerpunten en de stuwende economie in/bij de drie dragende steden, en in/bij de dynamische knopen.

De spoorzones Almelo Centraal en Hengelo–Enschede (SHE) vormen hierbij de belangrijkste ontwikkellocaties. Verdichting door compacte verstedelijking en meervoudig ruimtegebruik zijn randvoorwaarden, mede vanwege opgaven rond klimaatadaptatie en mobiliteit.

Het aandeel hierin van de verzorgende economie als gevolg van de verstedelijking is ongeveer 25.000 banen, dit zal een plek krijgen in geheel Twente (maar ook hiervoor geldt dat de groei het grootst is in de steden).

Grotere kernen die direct zijn aangesloten op het stedelijk netwerk via trein of HOV vormen de dynamische knopen. Deze locaties bieden ruimte voor een deel van de woningbouwopgave, met verdichting rond stations en knooppunten. Hier ontstaat een groenstedelijk woonmilieu, met hogere dichtheden dan in kleinere kernen, maar minder intensief dan in de centrale dragende steden. De Twentse verstedelijking komt tot stand in de dragende steden en deze dynamische knopen. De kwantitatieve ambitie voor het woningbouwprogramma voor de regio in de dragende steden en dynamische knopen is circa 80.000 woningen.

45

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Basis kwantitatieve opgave Twente

In het ambitiescenario van de ROS ontstaat In elk van de drie steden een stedelijk milieu, waarbij het semi-stedelijk milieu meegroeit en in Hengelo en Enschede zelfs een geheel vormt. Dit betekent niet dat de steden letterlijk aan elkaar groeien. Uitgangspunt is dat hier ingezet wordt op de doorlopende groenstructuren tussen de afzonderlijke steden. In het dashboard is uitgegaan van de ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van de (stations-)knooppunten.

Om grip te krijgen op een passende verstedelijkingsambitie en de gewenste spreiding is met behulp van het Dashboard Verstedelijking verkend wat nodig is voor de schaalsprong. Het Dashboard Verstedelijking is in 2018 ontwikkeld College van Rijksadviseurs, met input van onder andere Studio Bereikbaar die dit sindsdien heeft doorontwikkeld. Hierin is een classificering in stedelijkheid opgenomen, van hoogstedelijk tot dorps.

Toelichting op de schaalsprong met beelden uit het Dashboard Verstedelijking In paragraaf 3.4 is een beeld van de stedelijkheid, uitgedrukt in een nabijheidsklasse van een aantal steden gegeven. We zien dat Almelo en Hengelo nog geen stedelijke karakteristiek hebben zoals bijvoorbeeld vergelijkbare steden als Hilversum of Alkmaar. Maar ook de semi-stedelijke karakteristiek is nog beperkt. Een echt hoogstedelijk milieu zoals we dat in de G4 kennen is hier niet van toepassing. Een schaalsprong betreft een stap naar een volgende stedelijkheidskarakteristiek. In feite gaat het in de Twentse steden om een schaalsprong van semi stedelijk naar stedelijk. Nabijheid werkt als een vliegwiel, pas bij een flinke verdichting ontstaat potentie voor een flinke groei in werkgelegenheid, voorzieningen en een bijbehorend mobiliteitsprofiel. In het dashboard verstedelijking is gerekend met verschillende verdelingen en groeicijfers voor inwoners en arbeidsplaatsen. De resultaten zijn hieronder afgezet tegen de Twentse trend en het WLO-scenario. Als we doorzetten op groei zoals in de WLO-scenario’s, of de groei uit het verleden projecteren op de toekomst zien we dat ongeveer dezelfde mate van stedelijkheid als nu. hierbij is geen sprake van een schaalsprong. Wel is met name in Hengelo en Enschede waar al wat meer massa is, een uitbreiding van het stedelijke gebied.

In Enschede is er sprake van een stedelijke gebiedskarakteristiek (rood), maar er is weinig tot geen groei zichtbaar van de stedelijke karakteristiek in het trendscenario’s ten opzichte van de huidige situatie (2022). Dynamische knopen Oldenzaal, Rijssen, en Nijverdal verkleuren met een kleine stap ook naar een semi-stedelijk milieu. De steden maken pas echt een slag in verstedelijking als de groei in het focusgebied valt (figuur: ambitie 2050). In deze variant zijn woningen en banen voor het overgrote deel geconcentreerd in de dragende steden en een overig deel in de dynamische knopen. In het kaartbeeld (pagina 46) is de schaalsprong zichtbaar als de verkleuring van semi-stedelijk naar stedelijk en het aaneengroeien van stedelijk gebied.

↑ Nabijheid in Twente 2022 (Dashboard Verstedelijking)

+ Semi-stedelijk milieu Hengelo toont kleine groei + Dynamische knopen met voornamelijk suburbaan, soms nog een dorpse kern + Overige kernen: dorpse of rurale karakteristiek

46

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Kwantitatieve ambitie voor wonen en werken Uit de doorrekening met het Dashboard Verstedelijking zien we dat een schaalsprong gerealiseerd kan worden met 80.000 woningen (gerekend vanaf startmoment van de woondeal). Het focusgebied waar de woningen worden toegevoegd, wordt hierbij gevormd door de dragende steden en de dynamische knopen.

Verstedelijkingsambitie van de ROS

Dit inzicht gecombineerd met de al eerder opgestelde opgaven en analyses leidt tot de volgende gekwantificeerde visie voor de Twentse schaalsprong: • dragende steden 60.000 woningen • dynamische knopen 20.000 woningen • vitaal buitengebied: inzet op vitaliteit en leefbaarheid

Dit komt overeen met een groei van 120.000 inwoners (netto groei, rekening houdend met huishoudensverdunning). Sinds de start van de woondeal zijn er tot en met 2025 in Twente in totaal ca. 10.000 woningen gerealiseerd.

Vanuit de ambities om een schaalsprong te verwezenlijken wordt ingezet op een toename van 80.000 woningen in Twente tot 2050 en zo’n 62.000 arbeidsplaatsen, gerekend vanaf 2022. Hierbij dient het overgrote deel van deze opgave te landen in de dragende steden en dynamische knopen.

Voor het vitaal buitengebied spreken we niet van een schaalsprong, maar is een beperkte ontwikkeling van woningen in de kernen reëel ten behoeve van de autonome groei en waar dit aantoonbaar bijdraagt aan de leefbaarheid en vitaliteit.

↑ Nabijheid in Twente, ambitie ROS 2050 (doorrekening Dashboard verstedelijking): + Schaalsprong naar stedelijk milieu: Almelo, Hengelo en (groei) Enschede), + Semi-stedelijk groeit mee/ aaneen in de steden + Dynamische knopen: suburbane centra

↑ Nabijheid in Twente 2040 trendscenario: als er in Twente wordt doorgebouwd zoals in de afgelopen decennia het geval was: + Semi-stedelijk milieu in de steden vertoont kleine groei + Dynamische knopen voornamelijk suburbane centra in dorpse setting + Overige kernen houden dorpse of rurale karakteristiek

47

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



↑ Occupatielaag verstedelijkingsvisie

48

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



5.4 Visie netwerklaag

Hiermee versterken we de regionale mobiliteitstransitie en voorkomen we dat de extra woningen ook leiden tot een (te) grote toename van de automobiliteit. Het verschil tussen mobiliteit in het buitengebied (auto) en de stad (OV & fiets) moet daarentegen wel omarmd worden met aandacht voor multimodale-knopen als overstappunt. Op deze plekken wordt de regionale reiziger een stedelijke reiziger en stapt dus bij voorkeur ook over van auto naar fiets, OV of voet. Om deze transitie verder te versnellen en te faciliteren zetten we in op regionaal flankerend beleid.

Het feit dat de netwerklaag sturend is voor de ruimtelijke ontwikkeling en dus voor de verstedelijkingsopgaven maakt dat de aanpak van de opgaven in deze laag randvoorwaardelijk zijn voor de verstedelijking.

Mobiliteit

Vanuit het thema mobiliteit en bereikbaarheid is de hoofdopgave om een goed functionerend daily urban system voor regio Twente te realiseren voor de beoogde schaalsprong in inwoners en werkgelegenheid. Het huidige mobiliteitssysteem biedt kansen voor verduurzaming en efficiëntie in de stedelijke as, maar kent kwetsbaarheden in het buitengebied en in grensoverschrijdende verbindingen. De analyse van verplaatsingspatronen laat een groot aandeel autoverkeer zien in alle Twentse gemeenten. Een verschuiving van een deel van deze verplaatsingen naar openbaar vervoer en fiets is noodzakelijk om de regio ook op lange termijn bereikbaar te houden.

Het wegennet blijft belangrijk, vooral voor een vitaal platteland waar de autoafhankelijkheid groot is. Hier is de potentie voor frequent OV lager dan in de stedenrij. Ook is het wegennet belangrijk voor economie en logistiek. Doel is ruimte vrij te maken op het regionale wegennet door de mobiliteitstransitie zodat niet geïnvesteerd hoeft te worden in een nieuwe capaciteitsuitbreiding van het wegennet. Investeringen in het wegennet kunnen wel gericht zijn op afname van barrièrewerking en verkeersonveiligheid (zoals op de N36 en N35). Daarnaast is het een belangrijke opgave om wegen en infrastructuur om de centra aantrekkelijk en bereikbaar te houden, ook voor de toename van het aantal woningen.

Het is belangrijk dat de regio bereikbaar blijft. Het gaat hierbij om zowel de interne bereikbaarheid binnen de regio, maar ook de bereikbaarheid van de regio Twente met andere belangrijke economische regio’s, denk aan Regio Zwolle, Arnhem, Brainport, maar ook Münster in Duitsland. In dit stedelijke netwerk zal een systeemverschuiving doorzetten waarbij mensen zich vooral in de combinatie van trein en fiets verplaatsen. We zetten in op het doortrekken van snelfietsroutes zoals de F35 door heel Twente en verbinden steden, kernen en Duitse bestemmingen, zodat steeds meer dagelijkse ritten per fiets plaatsvinden. En zodat men vanuit het buitengebied ook snel met de fiets kan navigeren richting centra of de werkplekken. Vooral tussen dynamische knopen en steden en werklocaties.

In het BO-MIRT zijn het verleden al afspraken gemaakt, uitvoering van deze afspraken is essentieel. Daarnaast gaan we verdiepende onderzoeken wat de schaalsprong aan mobiliteitsopgave met zich mee brengt.

BO MIRT afspraken • N35 Nijverdal – Wierden • N35 Stroomweg Zwolle – Nijverdal • Doorstroming knooppunt Azelo-Buren • Elektrificatie Zutphen – Hengelo • Elektrificatie Almelo – Mariënberg • Elektrificatie Enschede – Duitse grens • Versnellen Berlijntrein

Tegelijk vraagt de groei van het regionaal OV-netwerk om frequenter spoor- en busvervoer, betere overstappunten en om geoptimaliseerde verbindingen zoals op de verbinding Zwolle – Twente - Munster en de Nedersaksenlijn. Er wordt ingezet op nabijheid (verdichten in de dragende steden rondom multimodaleknopen). Hiermee voorkomen we nieuwe auto-verplaatsingen en vergroten we de efficiency voor een hoogfrequent treinsysteem.

49

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



F3 5

↑ Netwerklaag verstedelijkingsvisie

50

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



OV-bereikbaarheid Inzoomend op het OV, wordt er ingezet op een regionaal OV-systeem dat optimaal aansluit op de verstedelijking. De hogere frequentie van een dergelijk systeem vormt de ruggengraat voor de uiteindelijke schaalsprong. Deze kan door gekoppeld worden naar verschillende windrichtingen buiten de regio, denk aan Münster, Zutphen en richting Emmen/ Groningen via de Nedersaksenlijn.. De Capaciteit op het ov-netwerk staat onder druk door het toenemende aantal internationale treinen. Wanneer de komende jaren naar aanleiding van de verstedelijking, geconstateerd wordt dat er opgaven zijn rondom het intensiveren van het netwerk praten we daar met alle relevante partijen over door.

Energie en drinkwater

Energie Er is een tekort aan infrastructuur om aan de vraag naar energie (met name elektriciteit) te voldoen. Door de verduurzaming stijgt de behoefte aan elektriciteit harder dan de capaciteit van het netwerk. Hier wordt hard aan gewerkt, maar dit zal in de toekomst een rol blijven spelen. Dit kan belemmerend werken voor de verstedelijking. Daarom moeten we nu nadenken hoe we in Twente met energie omgaan. Regionale warmtenetten vormen hiervoor mogelijk een alternatief. Deze verstedelijking vraagt ook een stevige groei aan werkgelegenheid. In Twente biedt ons profiel de gelegenheid om nieuwe bedrijvigheid aan te trekken. Dat vraagt een goed vestigingsklimaat waarbij een robuust en efficiënt energiesysteem van essentieel belang is. Hiervoor is de beschikbaarheid van waterstof van belang. Recent is hier door een breed Twents-Duits consortium een belangrijke stap gezet. Deze ontwikkeling vraagt inzet van alle betrokken partijen Met die verbinding kan Twente al binnen vijf jaar waterstof als energiebron toepassen.

Er wordt maximaal ingezet op de IC-stations Almelo, Hengelo en Enschede. Om vanuit de kernen naar de stad te komen is een overstap mogelijk via de dynamische knopen (van fiets/auto op bus/trein) en aan de randen van de stad (vooral op fiets). De vitale kernen zijn onderdeel van de hubstrategie. Een fietsroute gericht op langere afstanden vormt een netwerk naar de dynamische knopen en steden. Er wordt toegewerkt naar een pakket van versterkingen, slim verkeersmanagement en een regionale mobiliteitsaanpak. Een bijzonder aandachtspunt is de relatie tussen personen- en goederenvervoer op het spoor: Twente heeft een groot aandeel goederenvervoer op het spoor, maar het is noodzakelijk dat juist personenvervoer prioriteit krijgt om de mobiliteitstransitie mogelijk te maken.

Drinkwater Ook de beschikbaarheid van drinkwater is een groot probleem in Twente. De natuurlijke omstandigheden in Twente (zandgronden, hoogteverschil, beperkt aantal bronnen etc.) maakt dat Twente een slechte uitgangspositie heeft voor drinkwater. Tegelijk is voldoende drink- en proceswater essentieel voor de economie en inwoners. Dit vraagt een duidelijke strategie om dit probleem boven regionaal op te lossen. Concreet werkt Vitens nu aan een buisleiding vanuit West-Overijssel naar Twente om een deel van de problemen op te lossen, maar richting 2050 verwachten we een verdere verslechtering van de watersituatie door droogte en klimaatverandering. Naast deze maatregelen is het ook belangrijk te kijken hoe besparing (bijvoorbeeld door waterzuinige woningen) en hergebruik, een bijdrage kunnen leveren aan de situatie in Twente.

Mobiliteit in de drie-eenheid van de ROS In het vitaal buitengebied wordt ingezet op vitaliteit, met een passend OV-systeem en mobiliteitshubs. Dit vereist een andere blik op openbaar vervoer: publieke mobiliteit. Daarnaast blijft de autoafhankelijkheid groot, waarbij een aanpak voor een betere verkeersveiligheid voor de primaire modaliteiten auto en fiets wordt gehanteerd. Bij de dynamische knopen kan men goed overstappen, deze vormen de knooppunten van het regionale OV-systeem. Sterke fiets en OV-bereikbaarheid (waarbij het netwerk van fietspaden als een sternet is verbonden met de knoopstations, waar ook P+R voorzieningen zijn). Hier wordt ingezet op de mobiliteitstransitie, met ruimte voor lopen fiets en OV. In de dragende steden wordt dit nog verder doorgezet, waarbij in de centra doorgaand autoverkeer wordt ontmoedigd en de voetganger en fietser het tempo op straat bepalen.

51

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



5.5 Visie ondergrondlaag

Inzet in de ROS voor mobiliteit

• Mobiliteitstransitie versnellen, vooral in steden en knopen; • Autoafhankelijkheid zal groot blijven in het buitengebied, zet in op veiligheid voor de verkeersdeelnemers ; • Hubstrategie opstellen voor stadsranden en vitaal buitengebied; • Het openbaar vervoer van Enschede- Haaksbergen op HOV niveau brengen; • Inzetten op het STOMP principe en autoluw in de stedelijke centra; • Robuust regionaal fietsnetwerk (bijvoorbeeld F35) naar de werklocaties en OV-knooppunten; • Aantrekkingskracht vergroten, denk bijvoorbeeld aan een regionaal OVsysteem met de spoorlijn Almelo - Enschede als ruggengraat; • Hiermee ook de (inter-)nationale treindiensten verbeteren met omliggende stedelijke regio’s; • Fietsroutes richten op langere afstanden met netwerk naar de dynamische knopen (en steden); • Goede kwaliteit van de openbare ruimte met inzet op actieve mobiliteit (lopen en fietsen); • Bevaarbaarheid van het Twentekanaal behouden. Hierbij erkennen we de uitdaging voor vervoer over water bij het Twentekanaal door minder watertoevoermogelijkheden bij droogte. • Goederenvervoer: Veiligheid en capaciteit in relatie tot de verstedelijking rondom OV-knooppunten.

De hoofdopgave voor bodem en water is het klimaatadaptief inrichten van stad en buitengebied. Groei van Twente kan alleen als het in de pas loopt met de ontwikkeling van het water- en groensysteem, op alle schaalniveaus en voor alle gebiedstypes. In het landelijk gebied wordt gewerkt aan veerkrachtige bodems, herstel van beekdalen, het realiseren van retentie en kansen voor de landbouw om water vast te houden en biodiversiteit te versterken. Landgoederen en natuurgebieden spelen daarbij een sleutelrol als buffer en verbinding.

De geschiktheidskaart is opgesteld door Waterschap Vechtstromen en geeft aan in welke mate een locatie geschikt is voor bebouwing en welke mate van inspanning daarvoor nodig is op basis van het watersysteem en de bodemsoort.

Inzet in de ROS voor energie en drinkwater

• Randvoorwaarde als beschikbaarheid van elektriciteit en drinkwater snel op orde brengen, zodat deze niet meer belemmerend werken. Dit vraagt tijd en strategische keuzes, zoals afspraken over energiebesparing, hergebruik en uitbreiding die verder gaan dan nu het geval is; • Kansen benutten voor de toekomst voor energiedragers, opslag en opwek van duurzame energie.

↑ Geschiktheidskaart Water en Bodem (beeld: https://www.vechtstromen.nl/werk/klimaat-veiligheid/water-bodem/)

52

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



↑ Ondergrondlaag verstedelijkingsvisie

53

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



Inzet in de ROS voor bodem, water en klimaatadaptatie

Hierbij staat het water vasthouden in de regio Twente centraal. Dit betekent het realiseren van voldoende waterberging, infiltratiecapaciteit en het ontwerpen van waterstructuren waardoor de vrije afwatering van water naar lagergelegen gebieden wordt verminderd. Binnen Twente wordt de groenblauwe structuur versterkt. Ontwikkelingen binnen de regio moeten bijdragen aan klimaatrobuustheid van de bestaande wijken en gebieden. Het is zaak om het water langer vast te houden, door meer robuuste water en groenstructuren, verondieping en meanderen van de beken en door waterbuffers, zoals nu al bij het Kristalbad tussen Hengelo en Enschede ligt, Of de Doorbraak nabij Almelo. In stedelijke gebieden betekent dit dat vergroening, open water, wadi’s, koelteplekken en schaduwrijke openbare ruimte onmisbaar worden. . Klimaatadaptatie wordt een kwaliteitsimpuls, niet een restrictie. Door groen en blauw tot in de centra te verweven en elk huishouden binnen 15 minuten van natuur te positioneren, worden steden veerkrachtiger tegen hitte en hevige regen.

• Verstedelijking moet bijdragen aan versterking van blauw-groene structuren en klimaatadaptatie; • Verharding terugdringen, minder ruimte voor parkeren (op straat); • De landbouwtransitie past bij de ondergrond en het watersysteem; • Water vasthouden op de hoge delen, met nieuwe watersystemen, beplanting en waterbuffers; • Afstroom vertragen/ verminderen op de helling door robuuste waterstructuren; • Beken en watergangen zoveel mogelijk verondiepen en laten meanderen ; • Bundel zoveel mogelijk ondergrondse infra.

Inzet in de ROS voor natuur en landschap

• Nieuwbouw (bij voorkeur) binnendorps en binnenstedelijk zodat het landschap en de waardevolle ruimte wordt gekoesterd; • Goede overgangen creëren van bebouwing naar het landschap; • Groene wiggen in de stedenrij, zodat de steden in het landschap liggen en blauw-groene landschapsstructuren verbonden zijn. Harde randen zijn hier goed denkbaar (bebouwingsranden in hogere dichtheden, georiënteerd op het groen bijvoorbeeld bij SHE) waarmee contrasten en symbiose versterkt wordt; • Groene vingers en blauwe aders versterken tot in de kern. Deze dringen door in de steden en verbinden parken en groenstructuren, en leggen zo de verbinding met het buitengebied. Hier is een zachte overgang op zijn plek (geleidelijke overgang van groen naar rood); • Landelijke groenstructuren toevoegen: laanstructuren herstellen en houtwallen aanbrengen/ herstellen in coulisselandschap (kleinschalige landbouw); • Landgoederen ontsluiten en beheren, deze zijn van belang voor water- en groenopgaven, maar ook voor de identiteit van Twente en de recreatieve waarden; • Natuurinclusief en adaptief bouwen; • Visie op recreatie(spreiding) met toenemende verstedelijking, bijvoorbeeld ook door toegankelijkheid via fiets en openbaar vervoer; • Natuur- en landschapswaarden staan voorop, met behoud, herstel en versterking van de kwaliteit.

Het beginsel van geen verslechtering van de waterkwaliteit vraagt om structurele monitoring van geulen, droogval en waterkwaliteit. Dit is nodig om te voldoen aan de kaderrichtlijn water. In de ROS vormt de kwaliteit van het landschap een belangrijke meerwaarde. De verstedelijking zal vooral binnen bebouwd gebied plaatsvinden, maar heeft wel effect op het landschap, immers iedereen profiteert van deze kwaliteit, die vaak op fietsafstand van de grotere kernen ligt. Tegelijkertijd staat deze kwaliteit (al langer) onder druk. Met de ROS maken we daarom afspraken om het landschap te versterken. Hoofdopgave voor het landschap is om de kwaliteiten te behouden en versterken. De ruimtelijke kwaliteit en diversiteit in het landschap vormt een belangrijke waarde voor de identiteit van Twente en moet dus gekoesterd worden. Het zuinig omgaan met de beperkte ruimte staat daarom ook voorop. Het verstedelijken gebeurt bij voorkeur binnendorps en binnenstedelijk door middel van inbreiding en transformatie en vernieuwing van bestaande woonwijken en bedrijfsterreinen. De ruimte tussen de steden zal groen blijven, het aanwezige groen hier kan versterkt worden. Zo ontstaat een duidelijke structuur van groene wiggen in de stedenrij, waardoor de steden als eilanden in het groen liggen, net als de dorpen in het buitengebied, en de Twentse groene kwaliteit voor nog meer mensen realiteit wordt.

54

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410



5.6 Robuustheidstoets: Doorkijk 2100

In het kort is de conclusie dat met meer of minder groei Twente er goed voor staat. De mate waarin groei doorzet, en hoe de economische ontwikkeling er uit ziet varieert in heel Nederland in de scenario’s, dit geldt ook voor Twente, waarbij geldt dat Twente zich zowel door kan ontwikkelen op hoogwaardige diensten en innovatie als op de maakindustrie, beide profielen passen bij de Twentse ontwikkeling.

De ROS is de verstedelijkingsstrategie tot 2050. Dat lijkt heel ver weg, maar in de ruimtelijke ordening is het goed om nog verder vooruit te kijken, we maken immers keuzes voor langere tijd met de verstedelijking systeemkeuzes en inrichting van netwerken.

De groene woonvoorkeuren (zoals benoemd in WLO rapportage) in Twente zijn wel echt onderscheidend en bieden een leefbare omgeving, terwijl dit in de Randstad steeds meer onder druk staat. Binnenlandse migratie naar het oosten, en zeker naar Twente en de ander initieerregio’s is groot.

Grenseffecten nemen mogelijk af in de toekomst Hierbij zal de ligging van Twente doorslaggevend kunnen zijn. De goede verbindingen met de rest van Europa bieden een gunstig perspectief wat in de huidige situatie nog maar beperkt benut wordt. Dit heeft te maken met grenseffecten: door ander beleid en regelgeving, maar ook taal en cultuur aan weerszijden van de grens komt (economische) samenwerking minder tot bloei dan in een gebied dat niet aan de landsgrens ligt. De verwachting is dat effect in de toekomst af zal nemen in Noordwest Europa. Nu zien we al dat voor shoppen en deels voor onderwijs deze grenseffecten afnemen, maar voor werkrelaties nog onverminderd gelden.

Hoe Nederland zich op langere termijn ontwikkelt hangt vooral af van economische ontwikkeling en van klimaatverandering en het tempo waarop hierop geanticipeerd wordt. Er zijn zeker verschillende scenario’s in de mate waarin ook Twente nog verder door zal groeien en welke verstedelijkingsopgaven (zoals water en klimaat) daarvoor doorslaggevend zijn. Hier geldt dat, welk scenario zich ook voordoet, Twente hierop kan anticiperen met een solide basis. In de ROS worden stappen gezet die ook na 2050 bijdragen aan een leefbaar en aantrekkelijk Twente voor de toekomstige generaties.

Hierbij is het profiel van de regio mogelijk straks meer van belang dan de landsgrens. Regionale samenwerking, zoals met de Brainport is nu al van groot belang. Daarbij is de verwachting dat de economie waar Twente sterk in is, met het hightech maakprofiel in de toekomst een belangrijke drijver blijft voor ontwikkeling. De verbinding met Duitsland via het spoor biedt daarbij juist in Twente goede kansen voor een betere samenwerking. De centrale ligging van Twente in Noordwest-Europa wordt door de groeiende structurerende werking van spoorlijnen versterkt, en kan voordelen bieden ten opzicht van andere (Eu)regio’s. Doorkijk via WLO-scenario’s Als we verder naar de toekomst kijken is het goed om met scenario’s te werken om mogelijkheden te verkennen. Voor de ROS Twente nemen we de scenario ‘s van de WLO als uitgangspunt. Via twee assen zijn vier kwadranten geduid: viertal mogelijke scenario’s. Deze verkennen we op hoofdlijnen voor Twente. Hierbij kijken we naar de assen van economische ontwikkeling en (tempo) klimaatverandering. In de bijlage is dit uitgewerkt.

↑ WLO-scenario’s voor 2100 (bron: wlo2025.nl)

55

90% RUIMTELIJKE ONTWIKKELSTRATEGIE TWENTE 260410

06. Verstedelijkings afspraken



Doel van de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie, de ROS Twente, is om een robuuste verstedelijking te initiëren waarbij gezamenlijke afspraken invulling geven aan de Twentse schaalsprong richting 2050. Hiervoor is het nodig om gezamenlijk een kwantitatieve en kwalitatieve ambitie te formuleren. Als kader gelden de ontwikkelprincipes voor de Twentse verstedelijking uit hoofdstuk 4. Deze afspraken krijgen een vervolg in de tweede fase van de ROS, de uitvoeringsagenda.

Netwerkthema Mobiliteit • Overal in Twente krijgt de mobiliteitstransitie gestalte, ondersteund door netwerkmaatregelen voor OV en fiets en de resterende opgave voor automobiliteit. • Verbinding met andere economische centra verbeteren onder meer via A1, A35, N18, N36 en N35 en een snelle en robuuste OV verbinding. Netwerkthema Energie en water • Afstemming met bedrijfsleven (bestaand, uitbreidend en vestigend) ,netbeheerder, drinkwaterbedrijf en waterschap voor verbruik van energie en (proces)water, met als doel tekorten te verhelpen, bijvoorbeeld door verregaande besparing, hergebruik of slimme oplossingen. • Realisatie maatregelen en aanvullend onderzoek drinkwaterbeschikbaarheid drinkwaterbeschikbaarheid, bijvoorbeeld door aanleg van nieuwe buisleidingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17066836/1