CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

RO bijlage ong. QRA Zoutboringen Haaksbergen (geredigeerd)

Gemeenteraad 15 november 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen3.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT QRA zoutboringen Haaksbergen Nouryon Salt B.V. Klant:

Nouryon Salt B.V.

Referentie: BH2786IBRP2106151428 Status:

01/Definitief

Datum:

29 maart 2021

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Postbus 1132 3800 BC Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: QRA zoutboringen Haaksbergen Ondertitel: QRA Referentie: BH2786IBRP2106151428 Status: 01/Definitief Datum: 29 maart 2021 Projectnaam: Nouryon permitting zoutboringen Projectnummer: BH2786-100-100 Auteur(s):

Opgesteld door:

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Samenvatting

3

2

Inleiding

4

3

Wetgeving met betrekking tot extern risico

5

4

Beschrijving

8

4.1

Locatie

8

4.2

Booractiviteiten

8

4.3

Procesgegevens

8

5

Modellering van de scenario’s

9

5.1

Booractiviteiten

9

5.2

Bevolking voor groepsrisico

10

6

Resultaten en Conclusies

11

6.1

Plaatsgebonden Risico (PR)

11

6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6 6.1.7 6.1.8 6.1.9 6.1.10 6.1.11 6.1.12

Locatie H-01 Locatie H-02 Locatie H-03 Locatie H-04 Locatie H-05 Locatie H-06 Locatie H-07 Locatie H-08 Locatie H-09 Locatie H-10 Locatie H-11 Locatie H-12

11 12 12 13 13 14 14 15 15 16 16 17

6.2

Groepsrisico (GR)

17

7

Eindconclusie

17

8

Referenties

18

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

ii

Projectgerelateerd

1

Samenvatting

Nouryon Salt BV (verder Nouryon) heeft het voornemen om het gebied ten noordwesten van Haaksbergen te ontwikkelen ten behoeve van zoutwinning. Hiertoe worden op het maaiveld 12 zoutwinningslocaties aangelegd. Per zoutwinningslocatie wordt één put geboord tot in de zoutlaag in de diepe ondergrond. Voor het boren van de put wordt gebruik gemaakt van een mobiele boorinstallatie. Het boren van een put betreft een zogenaamde ‘diepboring’. In onderliggend document wordt de Kwantitatieve Risicoanalyse (QRA) beschreven voor de boring van deze putten op 12 locaties. De zoutwinningslocaties bevinden zich in een agrarisch gebied op ten minste 50 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning (ten zuiden van de grens van locatie H-12). De putten bevinden zich op een afstand van ten minste 80 meter vanaf de dichtstbijzijnde woning. De QRA is uitgevoerd op basis van de “Handleiding Risicoberekeningen Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Handleiding BEVI) [ref.1], uitgegeven door het RIVM. Deze methode is aangevuld met het “Interim addendum HRB voor mijnbouw” [Ref. 3]. De effectmodellering en risicoberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het software pakket Safeti-NL, ontwikkeld door DNV [ref 2]. Het gebruik van dit software pakket wordt voorgeschreven door de Nederlandse overheid voor het uitvoeren van risicoberekeningen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in hoofdstuk 6.

Ten aanzien van het plaatsgebonden risico wordt voldaan aan de grenswaarde en de richtwaarde voor (beperkt) kwetsbare objecten als gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Het maatgevende scenario voor het externe risico is de verticale blow-out van de putten. De 1% letaliteitsafstand voor dit scenario ligt op ca. 40 meter van de put en deels buiten de inrichtingsgrens. Binnen het invloedsgebied bevindt zich (buiten de inrichting) geen bevolking of andere objecten. Het groepsrisico voor de externe veiligheid is niet relevant (aantal gelijktijdige slachtoffers < 10).

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

3

Projectgerelateerd

2

Inleiding

Het gebied ten noordwesten van Haaksbergen wordt ontwikkeld ten behoeve van zoutwinning. In het kader hiervan zijn twaalf diepboringen gepland in de omgeving van Haaksbergen naar de aanwezige zoutlaag in de ondergrond. In overeenstemming met AMVB 125 dient per diepboring de zogenaamde 106 /jaar plaatsgebonden risico contour bepaald te worden. In onderliggend document wordt de QRA beschreven voor deze 12 locaties gedurende de booractiviteiten. De QRA geeft een analyse van het externe risico ten gevolge van de booractiviteiten. Het externe risico wordt beoordeeld op twee parameters. Dit zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is een maat voor het overlijdensrisico op een bepaalde plaats. Het is hierbij niet van belang of er op deze plaats daadwerkelijk een persoon aanwezig is. Het GR geeft de cumulatieve kansen per jaar dat 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van de boorlocatie. Meer gedetailleerde informatie over de Nederlandse wetgeving met betrekking tot extern risico is opgenomen in hoofdstuk 3. Om een overzicht te geven van de activiteiten en potentiële gevaren is in hoofdstuk 4 een beschrijving opgenomen van de activiteiten en gevaarlijke stoffen.

De methode voor de QRA is vastgelegd in de Handleiding Risicoberekeningen BEVI, uitgegeven door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) [ref 1], aangevuld met het “Interim addendum HRB voor mijnbouw” [Ref. 3]. Details over effectmodellering en risicoberekeningen zijn beschreven in hoofdstuk 5. De effectmodellering en risicoberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het softwarepakket Safeti-NL 8.3, ontwikkeld door DNV [ref 2]. Het gebruik van dit softwarepakket wordt voorgeschreven door de Nederlandse overheid voor het uitvoeren van risicoberekeningen. Resultaten en conclusies volgend uit de risicoberekeningen worden gepresenteerd in hoofdstuk 6. Deze resultaten zijn de PR contouren, de GR curve (FN-curve) en een overzicht van de scenario’s welke de grootste bijdrage leveren aan het externe risico. Vervolgens zijn de berekende risico’s beoordeeld tegen de geldende normen beschreven in hoofdstuk 3.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

4

Projectgerelateerd

3

Wetgeving met betrekking tot extern risico

Wat is een QRA? Een QRA maakt de externe veiligheidsrisico’s inzichtelijk. Bij het inzichtelijk maken van externe veiligheidsrisico’s wordt een tweetal begrippen gehanteerd, het ‘plaatsgebonden risico’ en het ‘groepsrisico’: Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans aan dat iemand die onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, ten gevolge van enig ongewoon voorval bij een bepaalde activiteit om het leven komt. Het groepsrisico (GR) geeft de kans weer dat een bepaalde groep mensen door de effecten van een activiteit dodelijk wordt getroffen. Het groepsrisico wordt grafisch weergegeven als zogenaamde FNcurve, waarbij de kans (F) wordt uitgezet tegen het mogelijke aantal doden (N) en is afhankelijk van de bevolkingsdichtheid in de omgeving van de inrichting. Bij risicoberekeningen in een QRA worden de risico’s van de verschillende scenario’s gesommeerd tot een totaal PR en GR. Het PR is niet afhankelijk is van de aanwezigheid van personen; het GR houdt wel rekening met aanwezigheid van personen in de omgeving van de inrichting.

Landelijk toetsingskader Besluit externe veiligheid inrichtingen De wetgeving externe veiligheid ten aanzien van inrichtingen is verankerd in het Bevi [1]. Hierin zijn wettelijke grens- en richtwaarden opgenomen voor het PR en een zogenaamde oriëntatiewaarde voor het GR, gecombineerd met een verantwoordingsplicht. De grens- en richtwaarden van het Bevi moeten worden toegepast bij besluitvorming in het kader van Wabo-vergunningverlening en van de ruimtelijke ordening. Plaatsgebonden risico Het Bevi kent een wettelijke grenswaarde voor kwetsbare objecten (10-6 per jaar) en een wettelijke richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten (10-6 per jaar). De grenswaarde voor kwetsbare objecten (PR 10-6 contour) dient te worden beschouwd als een harde norm waaraan te allen tijde dient te worden voldaan; De richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten (PR 10-6 contour) moet zoveel mogelijk zijn bereikt op het tijdstip dat in de algemene maatregel van bestuur is aangegeven en het bereikte niveau moet vervolgens zoveel mogelijk in stand worden gehouden. Van de richtwaarde mag het bevoegd gezag slechts afwijken indien gewichtige redenen daartoe aanleiding geven. Die redenen moeten in de motivering van het besluit worden aangegeven. Er is bewust van afgezien om in dit besluit een nadere invulling van het begrip gewichtige reden te geven.

Afwijking van een richtwaarde is primair een verantwoordelijkheid van het lokale bevoegd gezag. Dit betekent dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10-6 contour en dat zich binnen deze contour in principe geen beperkt kwetsbare objecten mogen bevinden. In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de termen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, zoals deze in het Bevi zijn gedefinieerd.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

5

Projectgerelateerd

Tabel 3-1: Definities beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten, conform Bevi. Beperkt kwetsbaar object a

Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; Dienst- en bedrijfswoningen van derden.

b

Kantoorgebouwen, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel c) vallen.

c

Hotels en restaurants, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel c) vallen.

d

Winkels, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel c) vallen.

e

Sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen.

f

Kampeerterreinen en andere kavels bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel d) vallen.

g

Bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel c) vallen.

h

Objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn.

i

Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

Kwetsbaar object a

Woningen, woonschepen en woonwagens niet zijnde woningen als bedoeld in beperkt kwetsbaar object (onderdeel a).

b

Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; scholen; gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen. Gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object;

c

d

complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd. Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.

Groepsrisico Het GR geeft de kans aan dat tenminste een bepaald aantal mensen door enig ongewoon voorval bij een bepaalde activiteit dodelijk wordt getroffen. Het GR wordt grafisch weergegeven als zogenaamde FNcurve, waarmee de kans (F) wordt uitgezet tegen het mogelijk aantal doden (N) en is afhankelijk van de bevolkingsdichtheid in de omgeving van de inrichting. In het Bevi [1] is de buitenwettelijke oriëntatiewaarde opgenomen dat een incident met 10 of meer doden slechts met een kans van één op de honderdduizend per jaar mag voorkomen (10-5), terwijl een ongeval met 100 of meer doden slechts met een kans van één op de tien miljoen jaar (10-7) mag voorkomen. De buitenwettelijk vastgestelde waarde voor het GR is dus een oriëntatiewaarde en dient als een ijkpunt bij de wettelijke verantwoordingsplicht groepsrisico. Hierbij maakt het bevoegd gezag een afweging met betrekking tot de aanvaardbaarheid van de risico’s. Bij deze afweging worden behalve de hoogte van het groepsrisico, ook de zelfredzaamheid van de aanwezige personen in de nabije omgeving, de bestrijdbaarheid van een incident, mogelijk te treffen (aanvullende) bron- en overige maatregelen en mogelijke alternatieven betrokken.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

6

Projectgerelateerd

Lokaal toetsingskader De twaalf locaties en hun directe omgeving zijn overwegend bestemd als agrarisch terrein.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

7

Projectgerelateerd

4

Beschrijving

Nouryon heeft het voornemen om in de regio Haaksbergen twaalf diepboringen te realiseren voor de winning van zout.

4.1

Locatie

De locaties zijn gelegen in landelijk gebied met een agrarische bestemming. De dichtstbijzijnde woning (onderdeel van een boerderij) ligt op ten minste 80 meter afstand van het hart van een van de geplande boringen.

4.2

Booractiviteiten

Ten behoeve van de boringen van de putten wordt op maaiveldhoogte gedurende enige tijd een boorinstallatie geplaatst. Met behulp van deze installatie worden de verschillende operaties uitgevoerd die achtereenvolgens nodig zijn om de put te boren en in een veilige toestand te brengen. De activiteiten vinden in principe plaats in een continue rooster (dag en nacht). Op het boorgat is een veiligheidsafsluiter (blow-out preventer) aangebracht conform de wetgeving die op elk gewenst moment, eventueel van afstand, kan worden gesloten.

4.3

Procesgegevens

Bij het boren naar zout op een verwachte (verticale) diepte van circa 900-1100 m is het mogelijk dat “onderweg” reservoirs met koolwaterstoffen of in het bijzonder gasvoorkomens worden aangeboord. Nouryon heeft onderzoek gedaan naar het mogelijke voorkomen van koolwaterstoffen langs het boortraject van de putten en de mogelijke effecten die hiervan het gevolg kunnen zijn. Uit een berekening [Ref. 4] is gebleken dat rekening moet worden gehouden met een gasvoorkomen met een blow-out potentieel van maximaal 3 Miljoen Nm3/dag (= 27,6 kg/s). Het boorgat heeft een interne diameter van 245 mm. De diepste laag waar aardgas kan worden aangetroffen ligt voor elke put op een andere diepte. Conservatief is gekozen voor de put (H-01) waar deze laag het diepst ligt. Het Hauptdolomiet van deze put ligt op circa 900 m beneden N.A.P.. De mogelijke reservoirdruk is dan circa 90 bar. Conservatief is voor de reservoir druk en voor de ingesloten put druk een waarde van 100 barg aangehouden.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

8

Projectgerelateerd

5

Modellering van de scenario’s

De potentiële effecten van de gevaren ten gevolge van de activiteiten op de locaties worden bepaald door mogelijke “loss of containment” (LOC) scenario’s vast te stellen. Deze scenario’s geven de meest realistische situaties van ontsnapping en ontsteking van aardgas vanuit de installaties op de locatie weer. De scenario’s en frequenties van optreden zijn normaal opgenomen in de Handleiding Risicoberekeningen BEVI [ref 1]. Voor scenario’s die niet zijn beschreven in de Handleiding (bijvoorbeeld blow-out) zijn de frequenties en de modellering gebaseerd op Ref. 3. Er is geen subselectie uitgevoerd gezien het kleine aantal installatiedelen.

5.1

Booractiviteiten

Bij de booroperatie kan ongewenst vrijkomen van gas optreden. Wanneer de beveiligingssystemen (blowout preventer), aangebracht om dit te voorkomen, faalt is er sprake van een blow-out. Bij een blow-out komt gas vrij uit het reservoir via het boorgat. De Handleiding Risicoberekeningen BEVI bevat geen LOC scenario’s voor booractiviteiten. Daarom zijn de in deze QRA gehanteerde data ontleend aan het “Interim addendum Mijnbouw” [ref 3]. Voor ongewenste uitstroming van de putten wordt onderscheid gemaakt tussen blow-out en een lek. In Tabel 5-1 zijn de frequenties voor blow-out en lek bij booractiviteiten gegeven. Frequentie (per geboorde put) Gasput Verticaal

Horizontaal -4

Blow-out

95% b.i.

3,91 x 10

Lek

95% b.i.

1,43 x 10-4

5,93 x 10-5

Tabel 5-1: Frequentie voor blow-out en lek bij booractiviteiten

De totale kans op blow-out of lekkage komt daarmee op 5.93  10-4/geboorde put. Gegeven de kans op het “vinden” van gas zijn de kansen in tabel 5-1 voor deze specifieke situatie conservatief. Toch zijn deze getallen gebruikt in de QRA. Bij blow-out gedurende boring is sprake van “casing blow-out”: de uitstroming geschiedt via het boorgat en verlaat de put aan de putmond via de laatste gecementeerde verbuizing (casing). Voor de berekening is uitgegaan van de ongunstigste situatie, dat een gas blow-out optreedt voordat de geplande verbuizing in het boorgat is gecementeerd. De interne diameter van het boorgat is 245 mm. Er worden normaal 2 scenario’s onderscheiden: een catastrofale blow-out (uitstroming uit maximaal breuk oppervlak) en blowout uit een lek. Bij catastrofale casing blow-out is de uitstroming verticaal; voor een lek is de uitstroming verdeeld over horizontaal en verticaal. Nouryon heeft berekend [Ref. 4] dat het blow out potential maximaal 3 Miljoen Nm3/dag of 27,6 kg/s bedraagt. Het 10% lek is berekend door aan te nemen dat de volledige putdruk aanwezig is voor het lek. De (bovengrondse) ingesloten putdruk bedraagt circa 100 bar.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

9

Projectgerelateerd

5.2

Bevolking voor groepsrisico

Binnen de invloedsgebieden van de boringen bevinden zich geen woningen of andere objecten waar personen verblijven. Het Groepsrisico is daarmee per definitie nihil. Er is geen bevolking ingevoerd in het rekenbestand.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

10

Projectgerelateerd

6

Resultaten en Conclusies

6.1

Plaatsgebonden Risico (PR)

In de onderstaande figuren is voor elk van de twaalf locaties het plaatsgebonden risico (PR) ten gevolge van de booractiviteiten op de locatie weergegeven. De iso-risico-contouren geven een weergave van de kans (per jaar) van overlijden op een specifieke locatie.

6.1.1

Locatie H-01

Figuur 1: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-01

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

11

Projectgerelateerd

6.1.2

Locatie H-02

Figuur 2: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-02

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

6.1.3

Locatie H-03

Figuur 3: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-03

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich (vrijwel geheel) binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

12

Projectgerelateerd

6.1.4

Locatie H-04

Figuur 4: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-04

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

6.1.5

Locatie H-05

Figuur 5: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-05

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich (vrijwel geheel) binnen de terreingrens van de inrichting bevindt. 29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

13

Projectgerelateerd

6.1.6

Locatie H-06

Figuur 6: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-06

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich (vrijwel geheel) binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

6.1.7

Locatie H-07

Figuur 7: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-07

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich binnen de terreingrens van de inrichting bevindt. 29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

14

Projectgerelateerd

6.1.8

Locatie H-08

Figuur 8: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-08

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich (vrijwel geheel) binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

6.1.9

Locatie H-09

Figuur 9: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-09

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich binnen de terreingrens van de inrichting bevindt. 29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

15

Projectgerelateerd

6.1.10 Locatie H-10

Figuur 10: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-10

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

6.1.11 Locatie H-11

Figuur 11: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-11

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

16

Projectgerelateerd

6.1.12 Locatie H-12

Figuur 12: Plaatsgebonden risico ten gevolge van de boring op locatie H-12

Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat de contour PR = 10-6/jaar zich binnen de terreingrens van de inrichting bevindt.

6.2

Groepsrisico (GR)

De 1% letaliteitafstand voor de scenario’s ligt voor alle locaties enkele meters buiten de 1x 10-8/jaar contour. Dit is het invloedsgebied voor de boorlocaties. Binnen het invloedsgebied moet het risico van de booractiviteiten op de omwonenden berekend worden, het groepsrisico (GR). Er zijn geen locaties binnen de invloedsgebieden waar personen verblijven. Het Groepsrisico is daarmee per definitie nihil en is niet berekend. Er liggen geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de invloedsgebieden.

7

Eindconclusie

Uit de berekening van het Plaatsgebonden Risico (PR) blijkt, dat voor elk van de twaalf locaties binnen de 10-6-contour geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig. De 1% letaliteitsafstand ligt op ca. 40 meter van het hart van de boring. Dit ligt aan drie zijden buiten de inrichtingsgrens. Binnen de invloedsgebieden bevinden zich (vrijwel) geen bevolking of andere objecten. Het groepsrisico is voor elk van de twaalf locaties niet relevant (aantal gelijktijdige slachtoffers < 10).

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

17

Projectgerelateerd

8

Referenties

1 RIVM Handleiding Risicoberekeningen BEVI, versie 4.2, april 2020 2 Det Norske Veritas, Safeti-NL, versie 8.3 3 Interim Addendum Mijnbouw; Handleiding Risicoberekeningen BEVI; Module C Modellering van de specifieke BEVI categorieën; versie: 1; Datum: 24 juni 2010; Staatstoezicht op de Mijnen; 2010. 4 Evaluation of the Blow-out Potential of the Z1 and Z2 Carbonates in the Planned Salt Exploration Well Isidorishoeve-1 (ISH-01); Panterra; Report No. G824;August 2010 5 BAG Populatieservice; databestand 202007.

29 maart 2021

QRA

BH2786IBRP2106151428

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13362019/1