RO bijlage 4. Milieu-effectrapportage 1 september 2023 (MER)
Tekst van het document
Figuur 4-7: Aandeel zoutwinning vergeleken met totale zoutvolume (in miljoen ton).
In lijn met de marktvraag wil Nobian Hengelo de komende jaren een zoutproductie van circa 2,5 miljoen ton per jaar realiseren. Die productie komt overeen met een pekelstroom van circa 1.050 m3/uur als voeding voor de fabriek in Hengelo. Deze pekelstroom wordt gewonnen uit de productiecavernes in het Ganzebos gebied, cavernes in ‘oude’ velden die retourstromen6 verwerken en de cavernes van de winning bij Haaksbergen. Figuur 4-8, bovenste deel, geeft weer hoeveel pekel uit welke velden wordt gewonnen voor het bereiken van een jaarproductie van 2,5 miljoen ton zout. Daarbij is uitgegaan van de 8 winningsputten in Haaksbergen, aan te leggen in de periode tot 2025. Zichtbaar is dat na 2029 alleen nog pekel uit Haaksbergen wordt gewonnen. Naast een relatief klein pekelvolume uit retourstromen wordt tot 2024 wordt ook nog pekel gewonnen in Usseler Es en tot 2029 in Ganzebos. Na de genoemde jaartallen zijn Usseler Es en Ganzebos uitgeproduceerd en blijft alleen 6
Bij de booractiviteiten voor nieuwe cavernes en bij de zoutproductie in Hengelo komen materialen als boorgruis en gips vrij die in oude cavernes worden gebracht. Bij het inbrengen van die materialen in oude cavernes komt pekel vrij.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
22
Projectgerelateerd
Haaksbergen over als winningslocatie. Tussen 2023 en 2026 leveren de velden onvoldoende pekel om een zoutproductie van 2,5 miljoen ton te realiseren. In het onderste deel van Figuur 4-8 is de zoutreserve aangegeven. Afhankelijk van de in de praktijk te realiseren pekelstroom leveren de voorgenomen 8 winningsputten van Haaksbergen voldoende pekel tot ongeveer 2029, waarna ze vanaf circa 2032 ‘op’ zijn. Het beeld van Figuur 4-8 onderbouwt de noodzaak dat Nobian na 2023 de zoutwinning uit Haaksbergen nodig heeft voor continuering van het bedrijf.
Figuur 4-8: Zoutwinning per jaar en afname zoutreserve.
De hoeveelheid zout uit de 8 Haaksbergen cavernes wordt geraamd op 15 miljoen ton (8 miljoen m3 caverne volume). Zoals valt op te maken uit Figuur 4-8 (bovenste deel) is de winning uit Haaksbergen in de periode tot circa 2026 lager, omdat de cavernes verspreid over de periode tot 2025 worden aangelegd (en nog niet een maximale pekelstroom kunnen leveren) en er nog pekel uit de andere velden en door retourstromen wordt geproduceerd. Vanaf circa 2029 is de pekelwinning vrijwel volledig gebaseerd op Haaksbergen, zie ook Tabel 4-1. Tabel 4-1: Zoutproductie Productie
2024-2029
2030-2032
Tonnen zout totaal per periode uit de putten 1-8
7,8 miljoen
6,6 miljoen
Gemiddeld aantal ton per jaar uit de putten 1-8
1,3 miljoen
2,2 miljoen
Op basis van de gerealiseerde zoutproductie in het komende decennium en de marktontwikkeling na 2029, wordt bepaald waar en op welke wijze in de periode daarna pekel wordt gewonnen.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
23
Projectgerelateerd
De voorkeur zal hierbij uitgaan naar het gebied rondom Haaksbergen / St. Isidorushoeve. Het aantal en de plaats van de zoutwinningslocaties zal in overleg met de omwonenden in het gebiedsproces worden vastgesteld. Het gebiedsproces zal naar verwachting rond 2027 worden gestart. De winning is voorzien vanaf 2032. De bestaande winning van het Rötzout in Hengelo vindt plaats aan de hand van een aantal – met het Staatstoezicht op de Mijnen afgestemde - uitgangspunten (de zogenaamde Good Salt Mining Practice) die veilige en duurzame zoutwinning borgen. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op kennis en ervaring die gedurende vele decennia van zoutwinning zijn verkregen. Voor Haaksbergen worden vergelijkbare uitgangspunten toegepast, te weten: Stabiele en integere cavernes: het ontwerp wordt gesteentemechanisch doorgerekend op basis van resultaten van onderzoek aan kernmateriaal, Lifecycle benadering: ontwerp wordt voorafgaand aan de winning doorgerekend met het oog op een veilige afsluiting en nazorg voor de lange termijn, Landschappelijk ingepaste zoutwinningslocaties: inpassing gebeurt in overleg met belanghebbenden zoals omwonenden, landeigenaren, landgebruikers en de gemeente, Zorg voor de omgeving: het veldontwerp van cavernes en de winningsactiviteiten worden zo ingericht dat schade (bijvoorbeeld door bodembeweging of lekkage) wordt voorkomen.
Beheersing van effecten: mogelijke effecten en de wijze waarop deze worden beperkt worden door onafhankelijke deskundigen beoordeeld. Gecontroleerde winning: monitoring van onder andere bodem- en grondwaterkwaliteit, bodemdaling, bodemtrillingen, productieparameters, oliespiegel, caverneontwikkeling (sonar) om tijdig afwijkingen te signaleren en zo nodig maatregelen te nemen. Nobian doorloopt voor al deze metingen steeds plan-do-check-act cycli om de zoutwinning gedurende de gehele levenscyclus van het veld gecontroleerd te laten verlopen.
4.6
Zoutkruip en bodemdaling
Steenzout is een bijzonder gesteente. Onder de omstandigheden die in de diepe ondergrond heersen, kan steenzout namelijk uiterst langzaam vloeien of kruipen. Onder druk van het omliggende gesteentepakket en in combinatie met de hogere temperatuur in de ondergrond kruipt het omringende zout naar de caverne en wordt deze heel langzaamaan dicht gedrukt. Het dichtdrukken van de caverne uit zich aan het maaiveld als een kom. Deze bodemdaling verloopt geleidelijk over een periode van vele tientallen jaren en het verschil tussen het diepste punt van de kom en ten opzichte van de rand is na die tijd maximaal enkele decimeters diep. De ontwikkeling van de kom wordt vooraf berekend en is afhankelijk van het aantal cavernes, de diepteligging, de onderlinge afstanden en het gewonnen zoutvolume. De kom strekt zich aan het maaiveld uit over enkele kilometers, waardoor de daling niet zichtbaar is in het landschap. De snelheid waarmee het volume van de cavernes afneemt als gevolg van zoutkruip wordt de convergentiesnelheid genoemd, uitgedrukt in procent per jaar (volume% per jaar). In het gesteentemechanische model (IfG, 2012) zijn variabelen als de temperatuur in de caverne, de dikte, diepte en samenstelling van de zoutlaag, de dichtheden en sterkte-eigenschappen van de bovenliggende gesteente- en bodemlagen en de gesteentelaag direct onder de zoutafzetting opgenomen.
De zoutkruip is bepaald op basis van laboratoriumtesten van de boorkernen van proefboring ISH-01. Voor de afleiding van de convergentiesnelheid is rekening gehouden met de afmetingen en diepte van de cavernes en hun onderlinge ligging. Druk en temperatuur maken hiervan deel uit. Hoewel Nobian verder onderzoek doet naar de eigenschappen van kruip, convergentie, drukopbouw, permeatie en fracturing is de informatie en inzichten verkregen uit de proefboring ISH-01 voldoende voor de verkenning van de varianten binnen het MER. Alle berekeningen zijn daarom uitgevoerd met de ISH-01 data. Naast de stabiliteit van een individuele caverne, is bodemdaling afhankelijk van de onderlinge afstanden tussen cavernes en de ontwikkeling van de cavernes in de tijd. Deze dimensies (zoutkruip, ligging en ontwikkeling in de tijd) komen tot uitdrukking in de veldontwikkeling die in hoofdstuk 5 behandeld wordt. 1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
24
Projectgerelateerd
Er is geen gaswinning en waterwinning in het gebied rondom Haaksbergen/ Sint Isidorushoeve, waardoor geen sprake is van overlappende bodemdalingskommen. Het gebied van de bestaande zoutwinning van Nobian ligt niet in het invloedsgebied van de nieuwe zoutwinning bij Haaksbergen. Tektonische processen onder de Nederlandse bodem, als gevolg van de bewegingen van Afrika ten opzichte van de Europa, doen Nederland kantelen (Figuur 4-9). Het (noord)westen gaat omlaag, terwijl het (zuid)oosten langzaam omhoog komt. Per eeuw daalt hierdoor de bodem in het westelijk deel van het land met zo'n vijf centimeter. Het oostelijk deel van het land komt per eeuw 1 à 2 centimeter omhoog. Deze continentale beweging heeft nagenoeg geen invloed op de bodemdaling door zoutwinning in het projectgebied.
Figuur 4-9: Algehele kanteling van Nederland (Geologie van Nederland, Ruud van Hooff)
4.7
Ontwikkeling en stabiliteit van individuele cavernes
Bij het oplossen van zout in de diepe ondergrond door injectie van water ontstaat een caverne. De vorm van deze caverne wordt beheerst door de toepassing van een mijnbouwhulpstof, te weten dekenvloeistof. De dekenvloeistof blijft op de ruwe pekel drijven. Als dekenvloeistof wordt een plantaardige olie (HVO: hydrotreated vegetable oil) gebruikt, die niet mengt met water of pekel en evenmin zout oplost. Deze HVO is een REACH geregistreerd product en kent een binnen REACH gedefinieerd gebruik. Omdat het gebruik van HVO binnen Nobian (als downstream user) daarvan afwijkt (namelijk HVO als dekenvloeistof) is een daarop toegesneden Chemical Safety Report7 opgesteld. Dit rapport is gebruikt voor de registratie bij ECHA, de EU instantie die toeziet op de implementatie van REACH. Tot op heden wordt diesel als dekenvloeistof gebruikt. Op verzoek van SodM heeft Nobian samen met de twee andere zoutmijnbouwbedrijven in Nederland onderzoek gedaan naar alternatieve dekenvloeistoffen die in geval van een calamiteit minder belastend zijn voor het milieu. Dit heeft voor Nobian geresulteerd in de keuze voor HVO als geschikt alternatief voor diesel8. HVO bevat in tegenstelling tot diesel geen toxische aromatische verbindingen en zwavelverbindingen. Indien HVO door een onvoorziene gebeurtenis
7
Lit 15: Nouryon, Chemical Safety Report for Hydrotreated Vegetable Oil (HVO), EC Number: 618-882-6, CAS Number: 928771-011, Registrant’s Identity: Nouryon Salt B.V., Hengelo. 8 Lit 18: RHDHV, Beoordeling afdekmaterialen zoutwinning Nouryon, Locatie specifieke afweging alternatieven voor het gebruik van diesel, BG8017IBRP1909041106, 4-9-2019. 1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
25
Projectgerelateerd
in het milieu komt zal dat geen ernstige gevolgen hebben voor mens en milieu. Het gebruik van HVO heeft de instemming van SodM. Door het gebruik van HVO wordt het dak van de caverne afgeschermd, wordt oplossing van het steenzout in verticale richting verhinderd en wordt de oplossing van het steenzout in horizontale richting bevorderd. Door het niveau van het olielaagje te meten en regelmatig aan te passen, is de ontwikkeling van de caverne te sturen. De Zechstein zoutlaag bij Haaksbergen is niet overal even dik; naar de randen van het concessiegebied toe, wordt de zoutlaag dunner (zie Figuur 4-3). Daarom wordt elke caverne apart ontworpen, waarbij stabiliteit en veiligheid van de individuele caverne en het caverneveld als geheel uitgangspunten zijn. De omvang en de hoogte van een caverne wordt beperkt door de dikte van de zoutlaag en door de veiligheidsmarges die moeten worden aangehouden. Deze veiligheidsmarges worden bepaald door middel van het gesteentemechanisch model. Dit model houdt rekening met de locatie specifieke eigenschappen van het (zout)gesteente, waarvan de belangrijkste de verwachte zoutkruip is.
Het model heeft aantoonbaar gemaakt dat een zoutcaverne bij Haaksbergen stabiel is wanneer de volgende marges worden aangehouden9: Het zoutdak moet minimaal 70 meter dik zijn, De bodempijler moet minimaal 10 meter dik zijn, De veiligheidspijler tussen de wanden van naburige cavernes is ten minste 175 m. Door het hanteren van deze marges zal een eventueel toekomstig gebruik van de uitgeproduceerde cavernes mogelijk zijn, zie ook paragraaf 4.9. Bovendien moeten de cavernes ook bestand zijn tegen de toenemende druk in de caverne als gevolg van kruip na afsluiten van de put. Om dit te waarborgen is de diepte waarop de caverne wordt ontwikkeld begrensd tot ca. 1100 m en het volume beperkt tot 1 miljoen kubieke meter per caverne. Om de stabiliteit van het zoutdak te vergroten wordt het bovenste deel van de caverne in een koepelvorm ontwikkeld. Dit is te vergelijken met bijvoorbeeld de koepel van de Sint Pieter in Rome. Op basis van het gesteentemechanisch model zijn de theoretische afmetingen van een caverne bepaald waarbij stabiliteit van de caverne en het veld gewaarborgd is. In vaktermen wordt dit de ‘gesteentemechanische omhulling’ genoemd. Om in de praktijk een stabiele caverne te creëren, zal de gehele caverne binnen deze gesteentemechanische omhulling moeten blijven. Figuur 4-10 toont de gesteentemechanische omhulling.
9 Lit 8: IfG June 2010, Rock Mechanical Investigations and Dimensions for the new Nouryon NaCl-Brine Production Field
Haaksbergen en Lit 9 en Lit 10: IfG, August 2012, Haaksbergen – update of cavern convergence prediction. 1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
26
Projectgerelateerd
Figuur 4-10: Gesteentemechanische omhulling
De toelichting op de legenda van Figuur 4-10 is de volgende: veldontwerp 1 gaat uit van een caverne volume van gemiddeld 1 miljoen m3, veldontwerp 2 betreft een volume van 2,1 miljoen m3. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de veldontwerpen. Zoals aangegeven is het noodzakelijk dat de caverne wordt ontwikkeld binnen de gesteentemechanische omhulling. Daarvoor is een gecontroleerde ontwikkeling van de caverne essentieel. Dit brengt een tweetal belangrijke beperkingen met zich mee. In de eerste plaats moet de uitloging in een rustig tempo verlopen, zodat de uitloging gelijkmatig in alle (horizontale) richtingen plaatsvindt en er geen preferente richting ontstaat waar zout sneller oplost. Hiermee is de uitloogsnelheid en dus ook de pekelproductiesnelheid van een caverne begrensd tot ca. 150 m3/u. Daarnaast moet elke caverne periodiek gecontroleerd worden op de ontwikkeling. De winning wordt tijdelijk gestaakt en via de put worden met een sonar metingen verricht. Zo’n meting levert een 3dimensionaal beeld op van de holruimte. Dit resultaat wordt vergeleken met de verwachte ontwikkeling van de holruimte. Zo nodig wordt de wijze van uitloging aangepast. Om pekelproductie van ruim 1000 m3/u te handhaven, ook tijdens inspectie van een caverne, moeten minimaal 7 cavernes in bedrijf zijn.
Tot 2029 kan met de combinatie van de winning in Haaksbergen en bestaande winning van het Rötzout een pekelproductie van 1000 m3/uur worden gehaald. Naar verwachting heeft de winning na 2029 hoofdzakelijk betrekking op Haaksbergen. Er komt uit de huidige velden dan nog wel pekel vrij door verdringing bij het vullen van cavernes met retourstromen. Het in Haaksbergen uitgevoerde seismisch onderzoek heeft aangetoond dat er geen breuken in het zout aanwezig zijn. Wel zijn breuken in de gesteentelagen onder het Zechsteinzout aanwezig (Figuur 4-11). In de lagen boven het zout zijn geen breuken aanwezig (Figuur 4-12).
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
27
Projectgerelateerd
Doordat er geen breuken door het zout lopen zijn eventuele complicaties tijdens de zoutwinning door de aanwezigheid van breuken niet te verwachten10. De ondergrond nabij Haaksbergen kent geen actieve breuken. Er zijn in het gebied geen aardbevingen geregistreerd11.
Figuur 4-11: Breuksystemen (NLog) onder het Zechstein.
Figuur 4-12: Breuksystemen (NLog) boven het Zechstein.
10 Lit 14: MWH, 2011, Seismic survey and geological model update of the Haaksbergen area of interest. 11
KNMI seismic & acoustic data portal.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
28
Projectgerelateerd
Nadat de winning van zout is beëindigd, is de caverne volledig gevuld met pekel. Door de caverne te laten bestaan en de put af te sluiten wordt, in tegenstelling tot squeeze mijnbouw, bodemdaling sterk beperkt. De eventueel nog aanwezige HVO (dekenvloeistof) wordt voor ca. 80% verwijderd. Er is geen sprake van het inbrengen van stoffen die een afvalstatus (kunnen) hebben. Zoals in deze paragraaf is beschreven worden er stabiele cavernes ontworpen, uitgaande van de gesteentemechanische omhulling.
4.8
Lekkage in 2014 bij Epe, Duitsland
Bij het ontwerp van het caverneveld in Haaksbergen is, naast in een eeuw opgebouwde eigen kennis, ook gekeken naar ervaringen van anderen. Een voorbeeld daarvan is de lekkage in 2014 bij Epe (Dld). Hierbij is een zoutwinningsput ontwricht en kon olie via een opening in de put in de ondergrond stromen. Dit incident heeft, doordat het relatief dichtbij plaatsvond, de belangstelling van de omgeving. De afstand tussen het projectgebied in Haaksbergen en de winning bij Epe is circa 17 km. De ontwikkeling van cavernes bij Haaksbergen wijkt sterk af van de zoutwinning die plaatsvindt bij Epe in Duitsland. Die winning wordt uitgevoerd door het bedrijf SGW. De belangrijkste verschillen tussen de voorgenomen winning in Haaksbergen en de winning van SGW in Epe zijn: Geologie: het Epe-zoutkussen ligt zo’n 500 meter dieper dan het Haaksbergen zoutkussen. Door de hogere gesteentedruk op die diepte kruipt het zout in Epe sneller, waardoor de bodemdalingssnelheid daar bij gelijk veldontwerp hoger zal zijn dan in Haaksbergen. Veldontwerp: SGW werkt met een zogenaamd hexagonaal veldontwerp, waarbij elke caverne zes buren heeft op gelijke afstand van elkaar en van het middelpunt van de zeshoek. In Haaksbergen is gekozen voor een configuratie, waarbij elke caverne vier buren op gelijke afstand heeft in plaats van zes buren.
In de hexagonale configuratie ontstaan er meer overlappende bodemdalingscontouren en dus ook meer bodemdaling. Voor Haaksbergen is geoordeeld dat het toepassen van een hexagonaal grid tot te veel bodemdaling leidt, zodat het niet wordt toegepast. Bodemdaling: De bodemdaling is in Epe (het is nu circa 50 jaar na start productie) aanzienlijk groter dan in Haaksbergen het geval zal zijn 50 jaar na start productie. Hierdoor krijgen de zogenaamde last cemented casings12 meer rek te verduren. De lekkage in 2014 in Epe is ontstaan doordat één van de casings het begaf. Opslag: De lekkage in 2014 in Epe betrof ruwe olie die in een voormalige zoutcaverne was opgeslagen. In Haaksbergen zal geen opslag van olie in cavernes plaatsvinden.
4.9
Een tweede leven voor cavernes
In de omgevingsvisie (2020) van de provincie Overijssel wordt de verwachting uitgesproken dat er in de toekomst ruimte nodig is voor buffering van hernieuwbaar gewonnen energie, bijvoorbeeld in de vorm van perslucht of waterstofgas. In Nederland zijn de mogelijkheden voor ondergrondse opslag beperkt. In Noord-Nederland (bij Zuidwending en Heiligerlee) worden voormalige zoutcavernes ingezet voor de opslag van aardgas en stikstof. Het Zechstein zoutpakket bij Haaksbergen is mogelijk geschikt voor buffering/opslag van gassen als waterstofgas of perslucht. Het ontwerp van het veld en de cavernes in Haaksbergen is bedoeld voor zoutwinning, maar secundair gebruik van caverne kan worden overwogen op basis van het volgende: ■ Het zoutvoorkomen in Haaksbergen is beperkt in diepte en dikte. Hierdoor wordt het opslagpotentieel beperkt door de hoogte en de diepteligging van de cavernes (beperking van de werkdruk van een opslag). De eigenschappen van het zout zelf of het cavernevolume levert geen beperking op.
12
De last cemented casings zijn de gecementeerde verbindingen tussen het onderste deel van de casingbuizen en de zoutlaag.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
29
Projectgerelateerd
■ Om de geschiktheid van één of meerdere cavernes voor een type opslag (meestal een gas) te bepalen, moeten de nodige onderzoeken worden uitgevoerd. Energieopslag maakt geen deel uit van het voornemen van Nobian: de keuze om energieopslag toe te passen wordt niet door Nobian gemaakt maar is een politieke keuze. Er wordt om die reden in dit MER niet ingegaan op de eventuele milieueffecten daarvan. In het geval een externe partij geïnteresseerd is in het gebruik van de cavernes in Haaksbergen als opslag van een gas, zal die partij rekening moeten houden met de ontwerpgrenzen die door de diepte en dikte van het zoutvoorkomen in Haaksbergen van toepassing zijn. Dat heeft onder meer gevolgen voor de aan te leggen werkdruk van de gasopslag (tussen 70 en 130 bar) en vergt technische aanpassingen aan de boorput. Er zal voor zo’n secundair gebruik een volledig nieuw vergunningentraject moeten worden doorlopen en dienen er nieuwe overeenkomsten met landeigenaren gesloten te worden.
4.10 Afsluiten van een caverne Nadat een caverne de binnen het winningsplan toelaatbare afmetingen heeft bereikt, wordt de winning uit de caverne beëindigd en een eindmeting (door middel van sonar) uitgevoerd. Op deze wijze wordt de eindsituatie vastgelegd. Mocht in de toekomst besloten worden over te gaan tot buffering/opslag van gassen, dan zal de betreffende caverne (nog) niet worden afgesloten. Na de eindmeting zal gedurende een periode van enkele jaren monitoring plaatsvinden waarbij de pekel in de caverne een vergelijkbare temperatuur bereikt als het omringende zoutgesteente en de pekel volledige verzadigd raakt. Uitgangspunt in ontwerp en in winning is het caverneveld zo ontwikkelen dat veilige harde insluiting mogelijk is. Harde insluiting houdt in dat in de putten van de cavernes een stop (plug) wordt geplaatst, waarna de put met cement wordt gevuld. De bovengrondse delen van de put worden verwijderd. De oorspronkelijke staat wordt hersteld. Nobian hanteert harde insluiting als uitgangspunt, omdat het risico op putlekkage wordt weggenomen en de bodemdaling geminimaliseerd wordt. Bodemdaling wordt veroorzaakt door samendrukking (convergentie) van cavernes. De drijvende kracht achter de convergentie is het drukverschil tussen de pekel in de caverne en het omliggende gesteente. Wanneer de caverne afgesloten is, zal de pekeldruk oplopen.
Een voorbeeld hiervan is gegeven in Figuur 4-13. De convergentiesnelheid neemt af, omdat er in de afgesloten caverne drukopbouw plaatsvindt die weerstand biedt aan de druk van omliggende gesteentelagen. Er ontstaat - na bepaalde tijd - een evenwicht tussen de druk in de caverne en de druk van de omliggende gesteentelagen. In die evenwichtssituatie vindt nog maar een uiterst beperkte bodemdaling plaats. De convergentie zal hierdoor steeds langzamer verlopen. Daardoor neemt ook de snelheid van de bodemdaling fors af. In Figuur 4-14 is te zien dat de convergentie-snelheid vijf jaar na afsluiting nog maar 10% bedraagt van de convergentiesnelheid tijdens de winning. Twintig jaar na afsluiting is de convergentiesnelheid onmeetbaar klein geworden. Ook de snelheid van de bodemdaling die door die caverne wordt veroorzaakt, is dan onmeetbaar klein. Voor een veilige benadering van bodemdaling wordt uitgegaan van de gemiddelde daling gedurende de periode van afsluiting tot 15 jaar na afsluiting. Dat gemiddelde wordt vervolgens gehanteerd voor de periode vanaf 15 jaar na afsluiting. Dit is een veilige werkwijze, want het gaat uit van een conservatieve benadering. Een veilige en conservatieve benadering is ook van toepassing op convergentiesnelheid. Uitgegaan wordt van de gemiddelde convergentiesnelheid gedurende de periode van afsluiting tot 10 jaar na afsluiting van de caverne.
Die convergentiesnelheid wordt aangehouden voor de periode vanaf 10 jaar na afsluiting. Deze benadering is dus al vanaf 10 jaar na afsluiting conservatief. Hierop wordt in bijlage 6 verder ingegaan.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
30
Projectgerelateerd
Figuur 4-13: Pekeldruk in caverne na afsluiting (X-as tijd in jaren)
Figuur 4-14: Convergentiesnelheid na afsluiting (X-as tijd in jaren)
4.11 Monitoring bodembeweging Tijdens en na afloop van de zoutwinning vindt monitoring plaats om het optreden van bodembeweging, in dit geval bodemdaling en trilling, vast te stellen. Het monitoren van de bodemdaling wordt beschreven in het meetplan dat ingediend wordt bij het Ministerie van EZK. Het Ministerie moet het meetplan goedkeuren. Bodemtrillingen in, met name, de gesteentelagen boven het zout worden gevolgd door een seismisch meetnetwerk dat zal worden gekoppeld aan het landelijk netwerk van het KNMI. Het doel van monitoring is om vast te stellen of bodembeweging optreedt en, zo ja, waar en in welke mate. Monitoring wordt op de volgende wijze uitgevoerd: Bodemdaling: Door middel van metingen aan het niveau van het maaiveld (waterpassing), De eerste waterpassing wordt voorafgaand aan het boren gedaan en vormt de nulmeting, Na start van de winning wordt periodiek een nieuwe waterpassing uitgevoerd, Deze metingen worden uitgevoerd volgens een meetplan dat zich richt tot buiten de verwachte omtrek van het bodemdalingsgebied, Deze meetresultaten worden tijdens de zoutwinning met de prognose vergeleken en vormen zo een validatie van het gesteentemechanisch model. Afhankelijk van de mate van afwijking kan bijgestuurd worden door: De dikte van het zoutdak aan te passen. De diameter van de caverne aan te passen.
De onderlinge afstand tussen de cavernes aan te passen. Op basis van de meetgegevens wordt de prognose geactualiseerd en zo nodig wordt het meetplan bijgesteld. Aanvullend op de waterpassingen heeft Nobian ook historische INSAR13 gegevens ingekocht voor het gebied Haaksbergen. Daarmee wordt de natuurlijke bodembeweging in het gebied bepaald 13
InSAR: Interferometric Synthetic Aperture Radar. Satellieten registreren beelden van het aardoppervlak, en deze beelden worden gecombineerd om een breed gebied te tonen, langzame verplaatsingspatronen op de grond. InSAR is een beproefde techniek om grondbewegingen in kaart te brengen met behulp van radarbeelden van satellieten in een lage baan om de aarde. 1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
31
Projectgerelateerd
vóór aanvang van de zoutwinning. Tijdens de zoutwinning worden actuele INSAR gegevens ingewonnen om de bodembeweging in de periode tussen de momenten van waterpassing te kunnen volgen. Door de bodembeweging met twee verschillende methoden te monitoren, wordt de betrouwbaarheid vergroot. In feite vindt op deze wijze een continue evaluatie plaats. Trillingen: Voor start van de aanleg van het boorterrein wordt (ruim voorafgaand aan het boren) een (micro)seismisch meetnetwerk geïnstalleerd waarmee direct de metingen van start gaan. Op deze wordt een beeld verkregen van de natuurlijke achtergrond trillingen. De meetgegevens van dit continu metende micro seismisch meetnetwerk worden op real-time basis doorgegeven aan het KNMI. Relevante gebeurtenissen worden per kwartaal op de website van Nobian gepubliceerd, Tevens zal Nobian meetapparatuur installeren in het gebied waarmee scheefstand en bodemversnellingen worden gemeten. Nobian zal in een gestructureerd regelmatig overleg met de omgeving alle meetresultaten en de daarmee samenhangende conclusies delen.
4.12 Mogelijke aanwezigheid olie en gas Het geologische model is gebruikt om de kans in te schatten van het aantreffen van olie en/of gas tijdens het boren van de putten14. In een bestudeerde put in de directe omgeving (HKS-01, geboord in 1950 en bedoeld om olie en/of gas op te sporen, net ten zuidwesten van Sint Isidorushoeve) zijn enkele oliesporen aangetroffen en is een H2S geur waargenomen. Bij de proefboring naar zout, ISH-01, zijn geen koolwaterstoffen waargenomen. Boven het zout bevinden zich Zechsteinkalklagen. De kans op het aantreffen van olie en/of gas is het grootst wanneer in de ondiepste delen van de kalksteenlagen wordt geboord. Deze ondiepste delen liggen boven het dikste gedeelte van het zoutkussen in een smalle zone oost tot zuidoost van Sint Isidorushoeve. Er is een theoretische kans op het aantreffen van olie en/of gas bij het boren, daarom is voor iedere boring een veiligheidsstudie (QRA15) uitgevoerd16 waarbij het plaatsgebonden- en groepsrisico zijn bepaald. Bij geen van de boorlocaties is sprake van een groepsrisico, omdat er geen personen verblijven binnen het invloedsgebied. Voor het plaatsgebonden risico is put H01 maatgevend. Bij deze put bestaat de kans dat aardgas op de grootste diepte wordt aangetroffen. Daarmee is put H01 meer risicovol dan de andere putten. In Figuur 4-15 zijn de berekende risicocontouren aangegeven.
De 10-6 contour (plaatsgebonden risico) beperkt zich tot het werkgebied van de boorlocatie. Daarmee kan worden geconcludeerd dat voor alle putten de maatgevende 10-6 risico-contour beperkt blijft tot de boorlocatie. Bij het uitvoeren van de boringen worden (preventieve) veiligheidsmaatregelen getroffen om incidenten door eventueel vrijkomend gas te vermijden. De belangrijkste maatregelen zijn in dit verband het samenstellen van de eigenschappen van de boorvloeistof (mud) om te voorkomen dat gas kan ontsnappen en de toepassing van een Blow-OutPreventer (BOP) die eventueel vrijkomend gas opvangt.
14 Lit 17: Panterra, February 2010, Evaluation of the hydrocarbon risk and associated volumes in the Z1 and Z2 carbonates over the Haaksbergen salt pillow, report no. g791. 15 Quantitative Risk Assessment: hulpmiddel om de risico’s van het gebruik van gevaarlijke stoffen inzichtelijk te maken. Een QRA brengt zowel de kansen op als de effecten van incidenten met gevaarlijke stoffen in beeld. 16 Lit 21: RHDHV, QRA zoutwinning Haaksbergen.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
32
Projectgerelateerd
Figuur 4-15: Berekende risicocontouren bij put H01.
Op de overige locaties die onderdeel zijn van het project (pompgebouw, valvestation17, ketenpark) is geen sprake van externe veiligheidsrisico’s, omdat er geen opslagen van gevaarlijke stoffen zijn.
17
Zie par. 5.3.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
33
Projectgerelateerd
5 Varianten 5.1
Inleiding
In hoofdstuk 3 zijn drie potentiële winningsgebieden beschreven en is toegelicht waarom Haaksbergen de voorkeur geniet als winningsgebied. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende mogelijkheden tot winning van het zout bij Haaksbergen. Dit MER gaat uit van het toepassen van oplosmijnbouw voor zoutwinning. Voor de uitvoering van de winning en voor de bovengrondse inrichting zijn er meerdere mogelijkheden. De mogelijkheden voor de uitvoering van de winning worden hier als variant gepresenteerd. Ook de mogelijke opties in de bovengrondse inrichting worden als varianten beschouwd. Term
Omschrijving
Referentiesituatie
De bestaande toestand en de autonome ontwikkeling
Basisalternatief
Ontwerp zoals omschreven in de startnotitie
Voorkeursalternatief
Het alternatief dat na toetsing de voorkeur krijgt
Varianten
Afgewogen opties bij het voorkeursalternatief
Mitigatie
Maatregelen ter beperking van negatieve milieueffecten
We spreken in het vervolg over zoutwinningslocaties. Zoutwinningslocaties zijn de locaties aan het maaiveld waar een diepboring is uitgevoerd (er dus sprake is van een boorlocatie) en waar een zouthuis verschijnt met rondom verharding. Honderden meters ondergronds ontstaat (enige tijd na start van de zoutwinning) een caverne. In het basisalternatief gaan we uit van zoutwinningslocaties, ondergrondse distributieleidingen en een centraal pompgebouw in het gebied nabij Haaksbergen. Tussen het pompgebouw (op bedrijventerrein Stepelerveld) en de fabriek in Hengelo worden transportleidingen voor water en pekel aangelegd. Het project zoutwinning Haaksbergen gaat uit van het realiseren van 8 zoutwinningslocaties en evenzoveel cavernes. In het winningsplan is een eindvolume van maximaal 1 miljoen m3 per caverne opgenomen. Hoewel het project uitgaat van 8 zoutwinningslocaties met een cavernevolume van elk 1 miljoen m3 heeft het vergelijken van varianten betrekking op 12 cavernes. De achtergrond is dat dat aansluit bij de eerder uitgevoerde studies. Het feitelijk project met de 8 zoutwinningslocaties (H01 tot en met H09, met uitzondering van H06) is ten aanzien van de effecten vergelijkbaar, zo niet gunstiger dan het project met 12 zoutwinningslocaties.
De keuze om zoutwinningslocaties H06, H10, H11 en H12 niet op te nemen in het project is ingegeven door de uitkomsten van het omgevingsproces met omwonenden. In bijlage 6 wordt ingegaan op winningsvarianten die van elkaar verschillen in het aantal cavernes, het volume van de cavernes en de kruipsnelheid. Het caverneveld met 8 zoutwinningslocaties is afgebeeld in Figuur 5-1.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
34
Projectgerelateerd
Figuur 5-1: Caverneveld met 8 zoutwinningslocaties
5.2
Winningsvarianten
In hoofdstuk 4 is ingegaan op de relatie tussen zoutwinning en bodemdaling. Samenvattend geldt het volgende:
Door de zoutwinning ontstaan holtes in de ondergrond: cavernes; Zout is een gesteente dat onder druk langzaam vervormt; Dit zogenaamde vloei- of kruipgedrag zorgt ervoor dat een caverne heel geleidelijk wordt dichtgedrukt; Aan de oppervlakte vormt zich een bodemdalingsgebied; Door dit zogenaamde vloei- of kruipgedrag treden bodemtrillingen niet op; Binnen de vastgestelde veiligheidsmarges (de gesteentemechanische omhulling) is de stabiliteit van de caverne gegarandeerd.
De mate van bodemdaling hangt af van:
De veldontwikkeling (welk volume zout wordt op welk tijdstip en tot op welke diepte gewonnen?); Eindsituatie veldontwerp (de ligging van en afstanden tussen de cavernes); Convergentiesnelheid (de snelheid waarmee de cavernes worden dichtgedrukt).18
In bijlage 6 zijn meerdere winningsvarianten getoetst. De toetsing is uitgevoerd om te komen tot een veldontwerp met een acceptabele bodemdaling in relatie tot de caverne omvang binnen een redelijke 18 De convergentiesnelheid is ten dele afhankelijk van de eerste twee factoren die de bodemdaling beïnvloeden: productie en caverne-/veldontwerp. De sterkte-eigenschappen van het zout hebben de grootste invloed op de convergentiesnelheid.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
35
Projectgerelateerd
winningstermijn. Het resultaat van de toetsing vormt het uiteindelijke veldontwerp waarvan de milieueffecten worden bepaald. In Tabel 5-1 zijn de kenmerken weergegeven van de winningsvariant 1-B waarvan de milieueffecten in dit MER worden bepaald afgezet tegen de referentievariant 2-B. De gekozen winningsvariant (1-B) gaat uit van 12 cavernes van maximaal 1 miljoen m3. Een verdere toelichting is opgenomen in bijlage 6. In deze winningsvariant wordt de hoogte van iedere caverne beperkt tot maximaal 125 meter. Binnen de grenzen van de gekozen winningsvariant worden 8 cavernes van 1 miljoen m3 ontwikkeld. Deze variant is het feitelijke project waarvoor een Omgevingsvergunning en een Winningsplan worden aangevraagd. Dit leidt tot een winningsperiode van circa 10 jaar. De resulterende bodemdaling is weergegeven in Figuur 5-2 en bedraagt 0,12 m in het diepste punt van de kom na 50 jaar. Tabel 5-1: Uitganspunten en kenmerken winningsvariant versus referentievariant. Parameter Caverne volume
Variant 1 - B
Variant 2 - B
1 miljoen m3
Gemiddeld 2,1 miljoen m3
Aantal cavernes
12
Cavernediameter
Maximaal 125 m
Hoogte sump
35 m
Hoogte cilindrisch deel van caverne Hoogte koepel van caverne
125 m
Variabel en veelal groter dan 125 m. afhankelijk van lokale zoutdikte. 62,5 m
Dikte laterale pijler
Minimaal 175 m
Dikte dakpijler (boven top koepel)
Minimaal 70 m
Dikte bodempijler (onder bodem sump)
10 m
Onderlinge afstand tussen caverne-assen
300 m
Configuratie
Hexagonaal in rijen van twee cavernes
Convergentiesnelheid (%/jaar) - Productiefase
0,252
Convergentiesnelheid (%/jaar) - Abandonment fase
0,05
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
36
Projectgerelateerd
Figuur 5-2: Bodemdaling voor het feitelijke project: 8 cavernes van 1 miljoen kubieke meter na 50 jaar.
Tabel 5-2 geeft de verschillen weer tussen de winningsvariant met 8 en met 12 cavernes. Voor de duidelijkheid wordt het volgende opgemerkt. Een caverne met een volume van bijvoorbeeld 1 miljoen m3 levert theoretisch een zoutvoorraad van 2,15 miljoen ton. Echter, omdat de caverne altijd pekel blijft bevatten, levert een caverne van 1 miljoen m3 een winbare hoeveelheid zout (ofwel productiecapaciteit) van 1,835 miljoen ton. Tabel 5-2: Verschil tussen ontwikkeling 8 en 12 cavernes.
Aspect
8 cavernes
12 cavernes
Aangevraagd in het winningsplan en Gebruikt om bodemdalingsprognoses te de omgevingsvergunning maken voor het winningsplan
Toepassing Omvang van ontwikkeling
Ontwikkeling van 8 cavernes
Ontwikkeling van 12 cavernes
Richting van ontwikkeling
Vanaf Haaksbergen in noordwestelijke richting tot N18
Vanaf Haaksbergen voorbij N18 tot aan St. Isidorushoeve
Productiecapaciteit
Circa 15 miljoen ton
Circa 22,5 miljoen ton
Aantal cavernes
8
12
Diameter cavernes
125 m diameter
Pijlerbreedte tussen cavernes
175 m
Volume per caverne
Afgerond 1 miljoen m3
Hoogte cilindrisch deel van caverne
Vaste waarde van 125 m
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
37
Projectgerelateerd
5.3
Uitvoeringsvarianten
Ook voor de bovengrondse delen van de zoutwinning bestaan varianten. We beschouwen daarvoor de inrichting van de zoutwinningslocaties en de ligging van de transportleidingen. Daarom zijn voor het samenstellen van het voorkeursalternatief de volgende varianten beschouwd: Tracé van de transportleidingen, Landschappelijke inpassing zoutwinningslocaties, Ontwerp van het zouthuis voor de zoutwinningslocaties. Tracé van de transportleidingen (transport water en pekel) De nieuw aan te leggen transportleidingen verbinden het bedrijfsgebouw (toekomstig pompgebouw) op bedrijventerrein Stepelerveld met het bestaande pompstation Ganzebos-west aan de Eetgerinksweg bij Beckum. Dat pompstation is via bestaand leidingwerk verbonden met de zoutfabriek van Nobian aan de Boortorenweg in Hengelo. Op korte afstand van het pompstation Ganzebos-west worden de transportleidingen voorzien van inspectiekleppen, zodat controle plaats kan vinden. Hierdoor steekt het leidingwerk op die plek tot een meter boven het maaiveld uit. Dit wordt een valvestation genoemd.
Voor het bepalen van het nieuwe tracé zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Zo min mogelijk door NNN19 gebied, Doorsnijden van bos- en landbouwpercelen vermijden, Zo min mogelijk kruising met grote wegen en watergangen, Ondergrondse infrastructuur vermijden, De ruimtelijke mogelijkheid die het bestemmingsplan biedt voor het tracé. Aan de hand van een GIS analyse op basis van bovenstaande uitgangspunten zijn een drietal mogelijke tracés bepaald. Deze drie tracés zijn afgebeeld in Figuur 5-3. De kenmerken van de tracés zijn globaal in Tabel 5-3 aangegeven. Tabel 5-3: Kenmerken tracés transportleidingen.
Kenmerken
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Lengte
Kortst
Langer
Langst
Kosten (relatief)
Lager
Lager
Hoogst
Doorsnijden NNN
Ja, beperkt
Ja, beperkt
Ja
Doorsnijden infrastructuur
Niet significant onderscheidend
Doorkruisen landbouwgebied
Niet significant onderscheidend
Doorkruisen waterlopen
Niet significant onderscheidend
Om te komen tot het meest gewenste tracé (dat voldoet aan genoemde criteria) is het gebied per voet verkend. Met deze verfijning is bereikt dat een optimaal tracé is gevonden vergeleken met de uitkomst (kenmerken c.q. omgevingsfactoren) van de GIS analyse. De resultante daarvan is weergegeven in Figuur 5-3, rechterplaatje. Vervolgens is gekeken naar de ligging van percelen en perceelsgrenzen en het daarop zo goed mogelijk aansluiten. Zo wordt bereikt dat er zo min mogelijk bos- of landbouwpercelen worden doorsneden, hetgeen ook afgestemd is met landeigenaren. De aanpassing is weergegeven in Figuur 5-4, linker plaatje. De te kruisen wegen en watergangen zijn voor de drie varianten hetzelfde.
19 NatuurNetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur)
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
38
Projectgerelateerd
De aanpassing die het gevolg is van de aanwezigheid van NNN-gebied is opgenomen in Figuur 5-4, rechterplaatje. Met dit tracé wordt zoveel als mogelijk NNN-gebied vermeden. Voor het realiseren van de transportleiding moeten, ongeacht de onderzochte ligging, omgevingsvergunningen worden aangevraagd.
Figuur 5-3: Aanvankelijke leidingtracés (l.) en resultaat na voetverkenning (r.)
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
39
Projectgerelateerd
Figuur 5-4: Leidingtracés gecorrigeerd voor perceelgrenzen (l.) en NNN-gebied (r.)
Het resultaat van deze studie betekent dat er één tracé naar voren is gekomen dat afwijkt van de drie varianten waarmee is gestart. Het resulterende tracé, zoals afgebeeld in Figuur 5-4, rechter plaatje, wordt getoetst. De drie varianten waarmee is gestart hebben vergelijkenderwijs een te grote impact op NNNgebied. Landschappelijke inpassing zoutwinningslocaties Met het oog op de impact op bewoners en het landschap kunnen zoutwinningslocaties op verschillende manieren worden ingepast.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
40
Projectgerelateerd
In Tabel 5-4 is een aantal bouwstenen aangegeven. In overleg met de bewoners wordt een keuze gemaakt op welke wijze een zoutwinningslocatie wordt ‘aangekleed’. Bij de afstemming is een landschapsarchitect betrokken. Tabel 5-4: Bouwstenen voor inpassing zoutwinningslocaties Aankleding Kenmerk
Geen aankleding
Wel aankleding
Beplanting
Geen
Ja, aansluitend op begroeing omgeving, onttrekt locatie aan het zicht
Aarden wal
Geen
Ja, onttrekt locatie aan het zicht. Hoogte in overleg met belanghebbenden
Ontwerp zouthuis Gestart is met een ontwerp van een relatief groot zouthuis voor de winning bij Haaksbergen vergeleken met dat van de winning van Rötzout. Bij de winning van Rötzout is sprake van vele cavernes die elk een lage pekelproductie hebben, terwijl bij de winning van Zechsteinzout elke caverne een (relatief) grote pekelstroom levert waardoor het aantal zoutwinningslocaties beperkt kan blijven. Die pekelstroom vereist leidingwerk met een grotere diameter. De dimensies van het eerste ontwerp van het zouthuis waren daarop afgestemd. Bij winning van het Rötzout volstaat een kleiner zouthuisje. Er zijn drie mogelijkheden c.q. varianten voor het zouthuis bij Haaksbergen:
Eigen ontwerp van Nobian, Ontwerp van Nobian, afgestemd met de omgeving, Ontwerp op basis van ideeën uit de omgeving.
Nobian vindt het belangrijk dat de omwonenden worden betrokken bij het ontwerp. Een delegatie van omwonenden heeft punten ingebracht voor het ontwerp. Bij het proces is ook een landschapsarchitect betrokken. Na overleg met de omwonenden is er een definitief ontwerp vastgesteld, bestaande uit twee relatief kleine bouwwerken (Figuur 6-7).
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
41
Projectgerelateerd
5.4
Het basisalternatief
Het basisalternatief (het vormen van 12 cavernes in Haaksbergen en de winning van zout) wordt bepaald door de in bijlage 6 beschreven varianten te toetsen aan de hand van onderscheidende criteria. Deze criteria zijn benoemd en getoetst in Tabel 5-5. Oranjegekleurde velden leveren een naar verwachting acceptabel of mogelijk twijfelachtig resultaat, dan wel een minder gunstige uitkomst. De groene kleur staat voor een situatie die wel acceptabel is, waarmee het doel dus wel wordt bereikt. Tabel 5-5: Bepaling van acceptabel situatie Scenario’s Criteria Termijn zoutwinning
12 cavernes van
12 cavernes van
circa 2,1 mln m3 gemiddeld
max. 1 mln m3.
Tijdshorizon 20 jaar
Realiteit van uitgangswaarden
Tijdshorizon 10 jaar
Gebaseerd op laboratorium gegevens uit proefboring
Mogelijkheid tot bijsturen gedurende winning
Bijsturing per definitie mogelijk door beperkte omvang van project
Bijsturing per definitie mogelijk door beperkte omvang van project
Impact op bovengrondse functies
Ruimtebeslag beperkt
Ruimtebeslag meest beperkt door eerder afsluiten i.v.m. kortere stabilisatietijd
Effecten van bodemdaling
0,25 m (realistisch) 0,34 m (conservatief)
0,13 m (realistisch) 0,17 m (conservatief)
Zekerheid van hard afsluiten (met huidige kennis)
Minder zeker
Voldoende zeker
Acceptabel, dan wel voldoende zeker Mogelijk voldoende acceptabel dan wel minder zeker Niet acceptabel, dan wel te onzeker
Gezien het feit dat het scenario met 12 cavernes van 1 miljoen m3 voldoet aan alle criteria levert dat het basisalternatief op. De kenmerken van het basisalternatief worden in het navolgende hoofdstuk nader beschreven. Zoals aangegeven bestaat de feitelijke projectomvang uit 8 cavernes van 1 miljoen m3. Het alternatief van 12 cavernes van 2,1 miljoen m3 wordt gebruikt om de effecten van het project te kunnen beoordelen aan de hand van de uitgevoerde studies. Als blijkt dat de effecten van het alternatief van 12 cavernes van 2,1 miljoen m3 acceptabel en veilig zijn, dan is het basisalternatief van 12 cavernes van 1 miljoen m3 altijd veilig.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
42
Projectgerelateerd
6 De voorgenomen activiteit 6.1
Inleiding
Voor de nieuwe zoutwinning worden in het gebied nabij Haaksbergen 8 putten geboord, zoutwinningslocaties, transportleidingen en een centraal pompgebouw (‘Stepelerveld’) aangelegd. Pekel wordt gewonnen uit meerdere cavernes. Bij de zoutwinningslocaties wordt het zout in de vorm van pekel omhoog gehaald. De pekel wordt via ondergrondse distributieleidingen naar het pompgebouw Stepelerveld gepompt. Vanaf dit pompgebouw wordt de pekel met een transportleiding langs een tussenliggend pompstation (pompstation Ganzeboswest bij Beckum, niet afgebeeld) naar de zoutfabriek van Nobian aan de Boortorenweg in Hengelo gepompt. Dit is geschetst in Figuur 6-1.
Figuur 6-2 geeft het totaalbeeld van transportleidingen, distributieleidingen, pompgebouw, zoutwinningslocaties en cavernes. In dit beeld zijn tevens de vervallen zoutwinningslocaties ingetekend ter verduidelijking. Het detailbeeld van Figuur 6-3 zoomt in op de ligging in het gebied van zoutwinningslocaties en de distributieleidingen. De zoutwinningslocaties bestaan uit een verhard oppervlak van 2400 m2 waarop twee zouthuisjes staan. De asfaltlaag wordt voorzien van kunstgras dat qua uitstraling past binnen het gebied. Figuur 6-4 geeft een beeld van het bestaande bedrijfsgebouw op Stepelerveld dat zal worden omgebouwd tot pompgebouw.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
43
Projectgerelateerd
Figuur 6-1: Schets van de voorgenomen activiteit (niet op schaal)
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
44
Projectgerelateerd
Figuur 6-2: Ligging van transport- en distributieleidingen, pompgebouw, zoutwinningslocaties en cavernes.
Figuur 6-3: Ligging van zoutwinningslocaties en de distributieleidingen (blauw).
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
45
Projectgerelateerd
Figuur 6-4: Bestaand bedrijfsgebouw dat wordt bestemd als pompgebouw op Stepelerveld.
Het aanzicht van het bestaande bedrijfsgebouw benadrukt het duurzame karakter van het industrieterrein Stepelerveld. De uitstraling houdt rekening met de zichtlocatie van het (pomp)gebouw.
6.2
Beschrijving projectfasen
Het proces van zoutwinning door oplosmijnbouw is onder te verdelen in vijf fases die elk uit verschillende activiteiten bestaan (Figuur 6-5). Het project beperkt zich tot de eerste twee fasen, de ontwerp & aanleg en productiefase. Voor de volledigheid zijn ook de vereffenings-, abandonnerings- en nazorgfase opgenomen.
Figuur 6-5: Schema van fases.
De fasen 1 tot en met 5 worden ook wel de levenscyclus van het caverneveld genoemd. Het project Haaksbergen is zodanig opgezet dat gedurende alle fasen sprake is van een veilige situatie.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
46
Projectgerelateerd
Voorbereidings- of aanlegfase Een zoutwinningslocatie moet zo worden ingericht dat er een zorgvuldige en efficiënte winning in het zoutvoorkomen mogelijk is. Dit wordt beschreven in een Winningsplan20, zie ook paragraaf 2.5. In de Mijnbouwwet is bepaald dat een delfstoffenvoorkomen volgens planmatig beheer ontwikkeld moet worden. Cavernes komen op vooraf vastgelegde afstanden van elkaar te liggen. Het zout dat zich tussen de cavernes bevindt – de pijlers – draagt het gewicht van de bovenliggende aardlagen, ook wel dekterrein genoemd. Deze veiligheidsafstanden worden vastgesteld om de stabiliteit van de cavernes te garanderen. Er wordt naar gestreefd om de effecten op de landschappelijke omgeving zo beperkt mogelijk te houden en de hinder voor eigenaren en gebruikers zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent dat boorlocaties, waar mogelijk, langs wegen en perceelsgrenzen of in hoeken van percelen worden aangelegd. Aan de hand van deze criteria worden de locaties van de winningsputten (de zoutwinningslocaties) vastgesteld.
Figuur 6-6: Tijdelijke boorinstallatie.
Elke zoutwinningslocatie wordt zodanig ingericht dat besturing en bewaking van het proces op afstand in Hengelo plaats kan vinden. De zoutwinningslocaties zijn niet bemand, maar worden regelmatig door personeel van Nobian geïnspecteerd. Er worden metingen gedaan en onderhoud verricht. Iedere zoutwinningslocatie wordt uitgerust met twee kleine bouwwerken met technische installaties en een vloeistofkerende vloer. De afstromende neerslag wordt in een infiltratievoorziening opgevangen. Figuur 6-7 geeft een voorbeeld van de bouwwerken (zouthuisjes) zoals die worden ingezet bij zoutwinningslocatie H01 en - op de achtergrond - bij H02. De zouthuisjes bij de overige zoutwinningslocaties zijn identiek. Voor het boren van een winningsput wordt tijdelijk een boorinstallatie (boormast) op de winningslocatie geplaatst (zie Figuur 6-6). De boorwerkzaamheden vinden noodzakelijkerwijs continu plaats (dag en nacht). Het gebruiksklaar maken en boren van een winningsput duurt in totaal circa één maand, waarbinnen ongeveer drie weken dag en nacht geboord wordt. Tussen de zoutwinningslocaties en het Zoutbedrijf in Hengelo worden ondergrondse leidingen voor transport van water en pekel aangelegd. Voor de ondergrondse transport- en distributieleidingen worden gietijzeren buizen gebruikt die aan de binnenzijde voorzien zijn van een cementlaagje.
Dit type leidingen hebben een bewezen levensduur van vele decennia.
20 Een winningsplan wordt opgesteld in het kader van de Mijnbouwwet en moet goedgekeurd worden door het bevoegd gezag, het Ministerie van EZK.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
47
Projectgerelateerd
Figuur 6-7: Zouthuisjes bij zoutwinningslocatie H01 en op achtergrond H02.
Er zijn geen onderscheidende milieueffecten die samenhangen met het ontwerp van de zouthuisjes. Voor de aanlegfase wordt een (tijdelijk) ketenpark ingericht nabij zoutwinningslocaties H01 en H02. Productie- en onderhoudsfase In Figuur 6-8 is een schematische weergave van zoutwinning gegeven. Er wordt via een toevoerleiding water verpompt naar de zoutwinningslocatie en onder druk in de ondergrond gebracht. Het steenzout lost op in het geïnjecteerde water en wordt als pekel naar boven gevoerd (uitloging). De pekel wordt via een transportleiding naar het productiebedrijf gepompt. Zoals eerder opgemerkt wordt in de caverne een afdek- of dekenvloeistof ingebracht om de ontwikkelingsrichting van de caverne te sturen. In paragraaf 4.7 is aangegeven dat HVO wordt gebruikt als dekenvloeistof. De HVO wordt per tankwagen aan- en afgevoerd en via de in de boorkelder aanwezige verticale pijp in de caverne gebracht. In een volledig ontwikkelde caverne bevindt zich circa 150 m3 HVO. Er zijn geen ondergrondse distributieleidingen waarmee HVO naar de cavernes wordt aangevoerd. De inrichting is continu (24/7) in bedrijf. De gehele ontwikkeling van één caverne van 1 miljoen kubieke meter (uitlogingsfase) duurt circa 7 á 8 jaar. De caverne blijft altijd gevuld met pekel.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
48
Projectgerelateerd
Figuur 6-8: Schematische weergave zoutwinning.
Circa eens in de één à twee jaar vindt er onderhoud en inspectie aan de pompen, leidingen, put en caverne plaats. Het onderhoud duurt ongeveer twee weken per winningsput. Het interval tussen twee onderhoudsmomenten wordt bepaald door de hoeveelheid zout die is gewonnen uit de caverne en de ontwikkelingsfase van de caverne. Bij een nieuw producerende caverne is vaker onderhoud nodig dan bij een caverne die verder ontwikkeld is. In de beginfase van de winning worden de productiebuizen vaker aangepast voor een gecontroleerde caverneontwikkeling. Dit alles wordt beheerst met het CIMS (Cavern Integrity Management System) van Nobian. De onderhouds- en inspectieprogramma’s voor putten en leidingen komen voort uit specifieke onderhoudmanagementsystemen van Nobian: Well Integrity Management System (WIMS) voor putten en Pipeline Management Integrity System (PIMS) voor buisleidingen. Beide managementsystemen worden toegepast bij de zoutwinning Haaksbergen. Er is een beoordeling van risico’s uitgevoerd voor de productiefase, de periode na productiestop, voor abandonnering waarin tot stabiliteit in de caverne(s) wordt gekomen en de nazorgfase21. Er is een stapsgewijze gedetailleerde beoordeling verricht voor de mogelijk betrokken stakeholders. De gevolgde systematiek leidt ertoe dat de geïdentificeerde risico’s acceptabel blijken, maximaal gereduceerd worden dan wel teniet gedaan worden.
De geïdentificeerde scenario’s waarvoor risico’s zijn vastgesteld omvatten onder meer: ■ Lekkage uit een caverne, gedurende nazorgfase, verontreiniging op grote diepte bedreigt significant het milieu en de natuurlijke hulpbronnen; ■ Lekkage in een boorput, verontreiniging op grote diepte bedreigt significant het milieu en de natuurlijke hulpbronnen; ■ Lozing van verontreinigd hemelwater op oppervlaktewater (vanaf zoutwinningslocatie) bedreigt significant het milieu en de mens; 21
Lit 24: Vreugdenhil, Template risicosturing voor Zoutwinningsveld Haaksbergen
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
49
Projectgerelateerd
■ Lozing van verontreinigd hemelwater door infiltratie in de ondergrond (vanaf zoutwinningslocatie) ■ ■ ■
bedreigt significant het milieu en de mens; Lekkage in het leidingnetwerk, ondiepe verontreiniging bedreigt significant het milieu en de mens; Lekkage in het pompstation, ondiepe verontreiniging bedreigt significant het milieu en de mens; Lekkage met betrekking tot de HVO-opslag, ondiepe verontreiniging bedreigt significant het milieu en de mens.
Voorkomen van wateroverlast Als gevolg van de beoogde ontwikkeling (8 zoutwinningslocaties en een pompgebouw) gaat onverhard terrein (onder meer grasland) verloren en zal sprake zijn van een toename aan verharding. Deze toename moet gecompenseerd worden in de vorm van waterberging om wateroverlast te voorkomen. De voorkeur gaat uit naar het vasthouden van hemelwater via infiltratie in de bodem. Dit sluit aan op het beleid van het Waterschap dat de voorkeursvolgorde ‘vasthouden - bergen - vertraagd afvoeren’ hanteert.
6.3
Toelichting vereffenings-, afsluit- en nazorgfase
De vereffenings-, afsluitings- en nazorgfase liggen ver in de toekomst. In het Winningsplan wordt uitgebreid aandacht besteed aan deze fasen en de effecten na afsluiten. In bijlage 5 wordt nader ingegaan op temperatuurvereffening, afsluiting en nazorg. Er wordt hier volledigheidshalve al wel een nadere toelichting op de drie fasen gegeven. Zoals opgemerkt in paragraaf 6.2 is er een beoordeling van risico’s uitgevoerd voor de productiefase, de periode na productiestop, voor afsluiting (ook wel abandonnering genoemd) waarin tot stabiliteit in de caverne(s) wordt gekomen en de nazorgfase22. Er is een stapsgewijze gedetailleerde beoordeling verricht voor de mogelijk betrokken stakeholders. De gevolgde systematiek leidt ertoe dat de geïdentificeerde risico’s acceptabel blijken, maximaal gereduceerd worden dan wel teniet gedaan worden. Vereffeningsfase Gedurende de vereffeningsfase komt de uitgeproduceerde caverne tot rust. De pekel verzadigt zich en de temperatuur in de caverne neemt die van de omgeving aan. Op deze wijze wordt zekergesteld dat de caverne maximaal geacclimatiseerd is ten tijde van de harde insluiting en wordt voorkomen dat drukeffecten als gevolg van opwarmen en/of afkoelen kunnen plaatsvinden.
Abandonneringsfase (buitengebruikstellingsfase) Na beëindiging van de zoutwinning wordt de put definitief veilig afgesloten in overeenstemming met de geldende regels (bij of krachtens de Mijnbouwwet). De ontmanteling houdt in dat bovengrondse installaties (zouthuisjes, leidingwerk) en verharding verwijderd worden en dat de zoutwinningslocaties teruggebracht worden in oorspronkelijke staat. Hieraan voorafgaand wordt de eventueel nog in de caverne aanwezige HVO verwijderd. Gezien de vorm van de cavernes zal ca. 80% van de HVO worden teruggewonnen. Ook de distributieleidingen en de kabels worden verwijderd. In een sluitingsplan (art. 39 en 40 Mijnbouwbesluit) worden de maatregelen beschreven waarmee een veilige afsluiting wordt bereikt. Deze fase van abandonnering kan worden uitgesteld als in de caverne buffering of opslag van gas (bijvoorbeeld waterstof of perslucht) plaatsvindt. Daarvoor zijn op dit moment geen concrete plannen en is dan ook nog geen (politiek) besluit genomen.
22
Lit 24: Vreugdenhil, Template risicosturing voor Zoutwinningsveld Haaksbergen
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
50
Projectgerelateerd
De basis van het sluitingsplan is een analyse van de risico’s die kunnen optreden bij een niet meer producerende caverne. Van onder meer de volgende scenario’s worden de oorzaken en mogelijke gevolgen op de langere termijn nader onderzocht: ■ Lekkage van pekel uit de caverne richting lagen boven het zout, ■ Ontstaan van verbinding tussen cavernes, ■ Instabiliteit van de caverne, ■ Bodemdaling door zoutkruip. Het optreden van bovengenoemde scenario’s hangt veelal samen met verandering in druk en/of temperatuur in cavernes na einde productie en na afsluiting. Nazorgfase Zowel tijdens de winning als na de ontmantelingsfase vindt er monitoring plaats. De monitoring is gericht op het meten van bodemdaling, trillingen en de constructie van de winningsput. Metingen worden beëindigd 30 jaar na einde van de winning of zoveel eerder of later als uit de metingen blijkt, dat de bodemdaling door zoutwinning niet verder toeneemt. De termijn van 30 jaar is conform het besluit behorende bij de Mijnbouwwet (art. 30, lid 6).
6.4
Ontwikkeling cavernes
Ten behoeve van de zoutwinning worden 8 cavernes ontwikkeld. Deze 8 cavernes (met zoutwinningslocaties, leidingen en pompgebouw) zijn onderwerp van dit MER. De ontwikkeling is gericht op het vormen van 8 cavernes die in totaal gedurende een periode van circa 9 jaar (2025 t/m 2034) in productie zullen zijn, waarbij sommige cavernes eerder starten en maar ook eerder uitgeproduceerd zijn. De 8 cavernes zullen vanaf circa 2026 tegelijk in bedrijf zijn, zie ook paragraaf 4.5. Om voldoende aanvoer van pekel te houden is het nodig om vanaf 2028 voorbereidingen te starten voor de aanleg van nieuwe cavernes, omdat rekening moet worden gehouden met de teruglopende productie uit de met dit project gevormde 8 cavernes. Om die reden zal Nobian na vergunningverlening voor de 8 zoutwinningslocaties (H01 tot en met H09, met uitzondering van H06) een studie starten om ook na 2032 de zoutproductie op peil te kunnen houden. Continuering van de zoutwinning in het Haaksbergen-gebied is daarvoor een mogelijkheid. In dat geval moeten daarvoor nieuwe wettelijke procedures worden opgestart en doorlopen. De ligging van de cavernes wordt in belangrijke mate bepaald door de grenzen en geologische eigenschappen van het zoutkussen. Voor de exacte locaties van de cavernes is echter ook rekening gehouden met de functies aan het maaiveld.
Die functies kunnen beïnvloed worden door de verwachte bodemdaling, mogelijke verstoringen aan maaiveld en bestaande of toekomstige ruimtelijke plannen. Er is op deze wijze gezocht naar balans tussen economische winbaarheid en aanvaardbare effecten van bodemdaling.
6.5
Omgevingscommunicatie
Nobian acht een goede communicatie met de omgeving van groot belang. De Twentse zoutwinning kent vele belanghebbenden, van grondeigenaren en bewoners tot gemeenten en andere overheden. Nobian heeft met deze belanghebbenden vaak al jarenlang een goede relatie. Dat wil het bedrijf graag zo houden, omdat lokaal draagvlak als voorwaarde voor een duurzame zoutwinning wordt gezien. We maken even een stapje terug in de tijd.
1 september 2023
MER HAAKSBERGEN
BH5570 MER Haaksbergen 20230901
51
Projectgerelateerd
In 2009 heeft Nobian het traject opgestart om een proefboring in het gebied Haaksbergen te maken. Vanaf eind 2009 zijn hierover gesprekken gevoerd met de gemeente Haaksbergen. In de eerste maanden van 2010 zijn ook de omwonenden uit de Hassinkbrink en Sint Isidorushoeve geïnformeerd. Uit deze sessies bleek dat er voldoende draagvlak was voor het maken van de proefboring in het gebied Wissinkbrink. De proefboring Isidorushoeve-1 (ISH-01) is uitgevoerd in periode van december 2010 tot en met maart 2011. Omwonenden zijn van tevoren geïnformeerd over de planning. In januari 2011 heeft Nobian een rondleiding verzorgd voor omwonenden. Naar aanleiding van de proefboring zijn klachten ontvangen over geluidsoverlast en heeft Nobian maatregelen getroffen. Na afloop van de succesvolle proefboring zijn er in opdracht van Nobian meerdere vervolgonderzoeken uitgevoerd. Op basis hiervan is een ontwerp van het toekomstige boorterrein gemaakt. In overleg met de gemeente is een perceel op het nieuwe bedrijventerrein Stepelerveld gekozen als locatie voor een pompgebouw. Ook zijn er mogelijke tracés ontworpen voor transportleidingen naar Hengelo. Hierover zijn gedurende 2011 en 2012 regelmatige gesprekken met de gemeente Haaksbergen gevoerd.